Thema 2
Alle kleuren
Themaoverzicht
WOUW-moment: maak je keuze uit het aanbod
minimaal 50 minuten
Les
1
Samen op pad in de herfst!
150 minuten
Les
2
Ik ken de seizoenen!
100 minuten
Les
3
Planten in de herfst
100 minuten
Les
4
Dieren in de herfst
75 minuten
Les
5
Mensen in de herfst
75 minuten
Les
6
Wat een weer!
75 minuten
Les
7
Wat een kleurenpracht!
75 minuten
Les
8
Evaluatiemoment
50 minuten
WOUW-actie: maak je keuze uit het aanbod
2
Thema 2: Alle kleuren
minimaal 100 minuten
Inleiding In de herfst bereidt de natuur zich voor op de lange winter. Het is de ideale periode om met de leerlingen op pad te gaan in een bos, een park, een tuin, op een boerderij … In dit thema bespreek je de vele veranderingen die zich voordoen in de natuur en het weer, maar ook bij de dieren en mensen. We willen niet alleen de aandacht van de leerlingen op die veranderingen vestigen, we willen hen de veranderingen ook zelf actief laten waarnemen en ervaren door middel van een observatieboekje. Als begeleiding en extra visuele stimulans bouwen we in dit thema geleidelijk aan een mooie klaswand op. De seizoensklok die de leerlingen doorheen het thema (en het jaar) verder aanvullen helpt daar ook bij. Ook in dit thema begin je met het kiezen van een WOUW-moment. Ga voor het WOUW-moment dat het beste past bij de interesses van de leerlingen, de mogelijkheden van de schoolomgeving en de klemtonen die de school legt. Het WOUW-moment zal vragen oproepen bij de leerlingen. Ze worden geprikkeld om meer te weten te komen over de herfst. Wek bijvoorbeeld interesse op aan de hand van een muziekstuk of schilderij dat de sfeer van de herfst weergeeft. De focus ligt in dit thema op het domein ‘natuur’, maar er komen ook doelen uit ‘tijd’ en ‘ruimte’ aan bod. De leerlingen voelen de herfst eerst aan tijdens de herfstwandeling die jullie in les 1 maken. Ze ervaren, ontdekken en zien heel wat zodat ze het begrip ‘herfst’ meer en meer invulling kunnen geven. De leerlingen volgen diezelfde, maar uitgebreide route opnieuw tijdens de lente (Thema 7). Na de wandeling bespreek je de verschillende seizoenen en focust dan voor de rest van het thema op de herfst. Je bespreekt de veranderingen bij planten, dieren, mensen en het weer. Doordat de leerlingen ook voor een eigen klastuin zullen zorgen, worden ze nog nauwer betrokken bij al die veranderingen. Om de herfst goed te kunnen bestuderen, start je enkele observaties al vroeger op. Jullie noteren wekelijks de temperatuur, zonsopkomst en zonsondergang in het observatieboek. Die observaties worden tijdens de laatste lessen besproken, gecombineerd met een grote herhalingsoefening in les 7 waar de leerlingen alle lesinhoud nog eens kort voor doornemen. Daarnaast kiezen jullie een plaats of boom waar jullie de seizoensveranderingen duidelijk kunnen zien, de ‘klasplek’. Jullie bezoeken en fotograferen die klasplek om de twee weken. Om echte lentebloeiers te kunnen waarnemen tijdens Thema 7, planten jullie tijdens dit thema ook al bloembollen in de klastuin of in potten. In het kader onderaan staat alles ook nog eens chronologisch opgesomd. Bekijk zeker ruim op voorhand de Vooraf-alinea's van de desbetreffende lessen. Tijdens de WOUW-actie gaan de leerlingen aan de slag met hun nieuw verworven kennis. Hier kun je opnieuw kiezen voor de optie die het best bij de specifieke situatie van jouw klasgroep aansluit. De leerlingen beelden bijvoorbeeld de herfst uit of maken een kunstwerk van allerlei voorwerpen die ze in de natuur vinden.
Start op tijd met het voorbereiden van de volgende observaties: 1. Laat de leerlingen bloembollen planten in de klastuin (zie les 5). 2. Laat de leerlingen vanaf het begin van de herfst de temperatuur en zonsopkomst en -ondergang wekelijks in hun observatieboek noteren. Noteer mee met hen op de voorziene poster (bijlage 1) (zie les 6). 3. Fotografeer de zelfgekozen klasplek om de twee weken van september tot december (zie les 7).
Thema 2: Alle kleuren
3
Overzicht opties WOUW-moment De lesfiches bij deze activiteiten vind je terug op Kabas, samen met alle andere nodige bestanden.
50'
De leerlingen ontdekken spelenderwijs enkele herfstmaterialen zoals herfstbladeren, nootjes, bolsters … Ze gaan de uitdaging aan om met vallen en opstaan twee dezelfde voorwerpen te vinden. Ze worden geprikkeld in hun zoektocht naar de juiste voorwerpen en willen meer te weten komen over de herfst.
50'
Hoor je dat? Dat is de herfst! De leerlingen maken kennis met het interpreteren van muziek en vertellen wat ze horen en voelen. Ze pakken hun teken- of verfmateriaal erbij en maken een kunstwerk in diezelfde herfstsfeer.
50'
De leerlingen maken kennis met Vincent Van Gogh en enkele van zijn herfstschilderijen. Deze schilderijen roepen vragen en verwondering op en prikkelen de leerlingen om een eigen herfstschilderij te maken.
50'
Wat weten de leerlingen al over de herfst? Met deze actieve a-of-b-quiz verken je op een leuke manier het nieuwe thema.
1
Herfstmemory
2
De herfst in muziek!
3
De herfst door de ogen van een kunstenaar!
4
De a-of-b-herfstquiz
4
Thema 2: Alle kleuren
Check altijd Kabas voor het meest recente aanbod.
Thema 2: Alle kleuren
5
Les
1
Samen op pad in de herfst!
Lesdoelen 1. De kinderen kunnen de herfst ervaren: (veranderingen in) het weer en de natuur. 2. De kinderen kunnen de bladeren van enkele vaak voorkomende bomen herkennen (eik, paardenkastanje, tamme kastanje, beuk …). 3. De kinderen kunnen enkele vaak voorkomende vruchten herkennen (eikel, paardenkastanje, tamme kastanje, beukennoot …). 4. De kinderen kunnen de veranderingen in de natuur benoemen. 5. De kinderen kunnen de bomen, hun bladeren, hun vruchten en hun vorm bespreken. 6. De kinderen kunnen op zoek gaan naar diertjes in de natuur. 7. De kinderen kunnen nauwkeurig waarnemen met al hun zintuigen en hun waarnemingen beschrijven.
Lesmateriaal -
-
werkboek p. 2 observatieboek p. 5 - 15 bijlage 2: letterkaarten herfstwandeling materiaal voor de herfstwandeling: • schrijf- en tekenmateriaal • enkele fototoestellen of tablets • enkele vellen wit papier • wasco’s • stuk touw • enkele zandlopers • enkele plastic zakken • buitenthermometer • een fluohesje per leerling • kadertje in karton per duo • enkele spiegeltjes • eventueel handschoenen en een zak voor zwerfvuil • eventueel enkele loeppotjes • eventueel clipbordjes kaart van de gemeente
Vooraf Stippel een route uit en kies hierbij enkele interessante stopplaatsen waar je natuurwaarnemingen kan doen. Zorg ervoor dat jullie duidelijk de veranderingen van het seizoen kunnen waarnemen en ook heel wat verschillende soorten bomen tegenkomen. Bekijk de opdrachten in het observatieboek grondig. Selecteer welke opdrachten jullie waar zullen uitvoeren. Opdrachten 1, 15 en 23 vanaf pagina 5 zijn verplicht. Kies minstens 14 activiteiten zodat de leerlingen alle letterkaarten kunnen verdienen. Vertel de leerlingen dat ze op herfstwandeling gaan. Vertel hen hoe, wat, waar, wanneer … zodat ze gepaste kledij kunnen aantrekken. Knip de letters uit bijlage 2 en steek ze in een enveloppe. Zorg ervoor dat de fototoestellen of tablets opgeladen zijn en maak voor elk duo ook een kader uit karton. Leg al het materiaal voor de herfstwandeling klaar in de klas om mee te nemen. 6
Thema 2: Alle kleuren
Lesverloop 1
Instap Overloop de volgende afspraken met de leerlingen: Verkeersveiligheid: - We stappen per twee, naast elkaar. - We stappen op het voetpad, zoveel mogelijk tegen de huizenrij aan. - We stoppen aan zijstraten. We steken de straat niet over zonder teken van een volwassene. - We houden ons fluohesje aan. - We sluiten goed aan en blijven samen. Respect voor elkaar: - Wanneer iemand een vraagt stelt, luisteren we allemaal. - Wanneer iemand iets overkomt (gevallen is, pijn heeft …), wachten we met z’n allen. - We houden rekening met elkaar, ook met de minder goeie stappers. Respect voor de natuur: - We trekken niks van de struiken of van de bomen. - We plukken geen bloemen. - We raken de paddenstoelen niet aan. We vertrappelen ze ook niet. - We hebben respect voor kleine kriebeldiertjes. - We gooien geen afval op de grond. Laat de leerlingen daarna de prenten bij oefening 1 op pagina 2 van het werkboek bekijken. Laat ze vertellen wat ze zien. Leg de nadruk op hun inzet om de afspraken na te komen door ze het contract in het werkboek te laten ondertekenen.
2
Kern Bereid de leerlingen voor op de uitstap: We gaan samen op pad. Het is niet zomaar een wandelingetje dat we maken: we krijgen enkele opdrachten die we moeten uitvoeren. Sommige doen we in groep, andere doe je alleen. We voeren de opdrachten steeds op een stopplaats uit. Per goed uitgevoerde opdracht, verdienen we als klas een letter. Check even voor vertrek of iedereen zijn/haar observatieboek bij zich heeft. Zorg ervoor dat je de letterkaarten (bijlage 2) en al het materiaal voor de herfstwandeling bij je hebt. Laat de leerlingen indien nodig uitzoeken hoe ze foto’s en video-/geluidsopnames maken. Hou de veertien letterkaarten bij de hand tijdens de wandeling. Wijs de leerlingen op de verschillende herfstkleuren van de kaarten (rood, bruin, geel en oranje). Vertel dat ze met elke kleur een woord zullen vormen. Ga op pad met de leerlingen en voer alle gekozen opdrachten uit het observatieboek uit. Lees bij elke stopplaats de opdracht voor. Benoem ook steeds de categorie waartoe de opdracht behoort (planten, dieren, mensen of het weer). Laat de leerlingen de smileys in hun observatieboek inkleuren als de opdracht gelukt is.
Thema 2: Alle kleuren
7
Zorg ervoor dat elke leerling zich betrokken voelt. Maak een goede mix van individuele opdrachten en groepsopdrachten. Neem ook zeker rustig de tijd om de leerlingen te laten waarnemen. Benoem de (delen van) planten, bomen, paddenstoelen … correct. Gebruik woorden als kruin, stam, schors, plaatjes, hoed, vliegenzwam, elfenbankje, bolster, paardenkastanje, tamme kastanje … Maak van elke stopplaats zeker ook een foto. Die foto's komen in Thema 7 nog eens aan bod. Laat enkele leerlingen een blad, een bolster/dopje en een vrucht van de eik, beuk, paardenkastanje, tamme kastanje, appelboom en notelaar meenemen. Dit materiaal zullen ze tijdens het groepswerk in les 3 nodig hebben. Maak ook telkens een foto van de boom waar ze het herfstmateriaal bij verzamelen. Kijk ook eens goed rond of je geen (kruis)spin aan het werk ziet. Neem er dan zeker ook een foto van. Maak zelf ook een duidelijke foto van een paddenstoel. Zoek er een waar je de volgende delen op kan zien: de zwamvlok, steel, ring, hoed en plaatjes. Wijs de leerlingen eventueel ook op zwerfvuil als je er ziet. Neem het mee naar school om het samen in de correcte vuilnisbak te gooien. Benadruk dat je het vuil enkel met handschoenen aan mag oprapen. Je kunt er ook op wijzen dat dit zeker niet hoort. Vraag de leerlingen eventueel ook waarom dit niet hoort. Laat de leerlingen bij het terugkomen op school de temperatuur aflezen op de buitenthermometer. Laat ze de temperatuur bij opdracht 23 in het observatieboek noteren en vergelijken met hun schatting. Maak de wandeling tijdens de winter nog eens en maak opnieuw foto’s bij de stopplaatsen. 3
Slot Toon op een kaart van de gemeente of op Google Maps de weg die jullie hebben afgestapt. Sta even stil bij de verschillende stopplaatsen: Weet je nog wat we daar hebben gedaan of gezien? Wat was onze buit vandaag? Wat hebben we verdiend door al die opdrachten zo goed uit te voeren? (Letters.) Hang de letterkaarten door elkaar maar per kleur aan het bord. De letters met dezelfde kleur horen bij elkaar. Als je die letters in de juiste volgorde zet, vormen ze samen een woord. Er zijn vier kleuren, dus we zoeken vier woorden. Laat de leerlingen aan de hand van opdracht 28 in het observatieboek klassikaal nadenken over welke woorden ze kunnen vormen met de letters. Die vier woorden vormen een zin. Welke zin is dat? (Ik voel de herfst!) Laat de leerlingen de zin in het observatieboek noteren. We overlopen in de volgende les de foto’s en geluidsfragmenten die we vandaag gemaakt hebben.
8
Thema 2: Alle kleuren
Les
2
Ik ken de seizoenen!
Lesdoelen 1. 2. 3. 4. 5.
De kinderen kunnen enkele typische kenmerken van elk seizoen opsommen. De kinderen kunnen de vier seizoenen benoemen. De kinderen kunnen verwoorden dat een seizoen drie maanden duurt. De kinderen kunnen de herfstperiode op een jaarkalender aanduiden. De kinderen kunnen hun ervaringen van tijdens de herfstwandeling naar voren brengen, denkend aan het weer, de blaadjes, de geur, de sfeer … 6. De kinderen kunnen de datum van vandaag op een jaarkalender aanduiden.
Lesmateriaal -
werkboek p. 3 bijlage 3: poster vier seizoenen kopieerblad 1: seizoensklok simulatie: jaarfries laptops of tablets met internetverbinding foto’s, filmpjes en geluidsfragmenten van tijdens de herfstwandeling klassikale jaarkalender klassikale seizoensklok knutselmateriaal zoals kleurpotloden, karton, een schaar, papier, tijdschriften … wasspeld per leerling materiaal verzameld tijdens de herfstwandeling wat krijt eventueel een instrument om een signaal te geven
Vooraf Geef deze les indien mogelijk de dag na de wandeling. Maak een grote klassikale seizoensklok uit stevig materiaal. Hou de seizoensklok vrij simpel. Maak een grote cirkel met daar een nog grotere cirkel omheen, en verdeel die cirkels in vier gelijke delen. Schrijf bij elk deel de naam van het seizoen en eronder de namen van de maanden in het buitenste deel. Kleur de seizoenen in een typische seizoenskleur en voorzie iets om het juiste seizoen aan te duiden, zoals een wasspeld. Voorzie genoeg witruimte om per seizoen de seizoensklok aan te vullen met prenten, tekeningen … van typische seizoenselementen. Gebruik of baseer je op de seizoensklok die de leerlingen zullen gebruiken (kopieerblad 1). Noteer de namen van de seizoenen (en eventueel ook maanden) nog niet, maar doe dat klassikaal tijdens de bespreking van de seizoensklok of wanneer de leerlingen die informatie noteren op hun eigen seizoensklok. Print voor elke leerling een versie van het kopieerblad 1 op een groot vel papier. Maak je keuze uit de versie met of zonder de namen van de maanden. Print de foto’s die de leerlingen tijdens de herfstwandeling maakten. Zorg ervoor dat het verzameld materiaal van de leerlingen in de klas ligt. Zet de simulatie (jaarfries) klaar op de computers of tablets.
Thema 2: Alle kleuren
9
Lesverloop 1
Instap Laat de leerlingen vrij vertellen over hun ervaringen tijdens de herfstwandeling. Bekijk de foto’s en filmpjes en beluister de geluidsfragmenten die ze maakten. Laat de leerlingen zelf vertellen. Neem daar ruim de tijd voor. Zorg dat de volgende elementen zeker aan bod komen: - het weer - de geuren - de veranderingen in de natuur - de planten, bomen en vruchten - de opgemerkte diertjes - de voorbereidingen van de mensen (in de tuin, op de boerderij, in het park …) Bekijk samen met de leerlingen de jaarkalender die in de klas uithangt. Laat een leerling de huidige dag met de vinger aanduiden. Vraag of de leerlingen weten welk seizoen het nu is.
2
Kern
2.1 De seizoenen Weten jullie hoeveel seizoenen er zijn? (Er zijn vier seizoenen.) Weet iemand ook de namen van de seizoenen? (Herfst, winter, lente en zomer.) Hoe lang duurt een seizoen? (Een seizoen duurt drie maanden.) Jullie hebben aangegeven dat we nu ‘herfst’ zijn. Dat klopt. Het seizoen de herfst begint op 21 september en eindigt op 21 december. Duid de begin- en einddatum op de jaarkalender aan en hang of schrijf het woord ‘herfst’ erbij. Laat de leerlingen de typische kenmerken van de seizoenen benoemen. Laat hen vrij vertellen en vul aan waar nodig. Breng ook de data van het begin en het einde van elk seizoen aan. -
-
10
Lente: De natuur ontwaakt! De bomen krijgen nieuwe blaadjes en staan volop in bloei. Dieren worden wakker uit winterslaap of keren terug uit warme landen. De dieren krijgen kleintjes. Het weer wordt warmer. We zien voorjaarsbloeiers zoals sneeuwklokjes, tulpen … De mensen doen een lenteschoonmaak en zaaien zaden. Zomer: De temperatuur gaat nog meer omhoog. We dragen lichte kledij. De natuur ziet er helemaal groen uit, maar wanneer het te lang niet regent, begint de natuur te verdorren. In de tuinen bloeien veel bloemen. Het is vakantie. Herfst: De dieren maken zich klaar voor de winter: ze verzamelen voedsel, trekken weg naar een warmere plek, maken zich klaar voor een winterslaap … We zien veel paddenstoelen, de bomen verkleuren en de blaadjes vallen. De mensen maken de tuin winterklaar. Het regent vaak. Winter: We zien veel kale bomen. Het is kouder weer. Soms sneeuwt het. Er zijn minder dieren buiten. Het gras groeit niet meer. Mensen dragen dikkere kleren. Sommige dieren hebben een wintervacht om warm te blijven.
Thema 2: Alle kleuren
2.2 Een seizoensklok maken Toon de klassikale seizoensklok aan de leerlingen en bespreek samen. Noteer eventueel de namen van de seizoenen en maanden op de seizoensklok. Haal de poster van de vier seizoenen erbij (bijlage 3) en bekijk hem zorgvuldig samen. Bespreek wat de leerlingen zien en hang de poster daarna aan de klaswand op. De leerlingen kunnen deze poster later als extra inspiratiemateriaal gebruiken bij het aanvullen van hun eigen seizoensklok. Bied knutselmateriaal en de prent van de seizoensklok (kopieerblad 1) aan en daag de leerlingen uit om een eigen seizoensklok te maken. Zorg ervoor dat de seizoensklok groot genoeg is, zodat de leerlingen gedurende het hele schooljaar bij elk seizoen enkele typische elementen kunnen plakken of tekenen. Laat de leerlingen het kopieerblad eventueel op karton kleven, zodat het extra stevig is. Laat de leerlingen alvast één tekening bij elk deel maken. Laat ze de poster eventueel nog eens bekijken om inspiratie op te doen. Enkele mogelijkheden voor de verschillende seizoenen: -
Lente boom met bloesems zwaluwen keren terug schaap met lam mensen bereiden de tuin voor op de zomer (zaadjes zaaien, tuinmeubelen buiten zetten …) zonnetje achter een wolk thermometer die ongeveer 18 °C aangeeft
-
Zomer boom volledig groen wei vol met madeliefjes en boterbloemen mensen rijden het gras af zon schijnt aan het strand thermometer die ongeveer 32 °C aangeeft
-
Herfst boom met verkleurde blaadjes fruitboom met appels die rijp zijn eekhoorn verzamelt eikels zwaluwen trekken weg mensen ruimen de tuin op (bladeren harken, afgevallen fruit oprapen …) regenweer thermometer die ongeveer 12 °C aangeeft
-
Winter kale boom egel in winterslaap mensen met winterkledij aan sneeuw thermometer die 0 °C aangeeft
Je kunt de seizoensklok naast tekeningen bijvoorbeeld ook met stickers of zelfs magneten aanvullen. Deel de wasspelden uit. Sluit de knutselopdracht af door allemaal met de wasspeld aan te geven dat het nu herfst is. Thema 2: Alle kleuren
11
2.3 Herfst! Leg het verzamelde materiaal van de leerlingen en de afgedrukte foto’s van tijdens de herfstwandeling allemaal vooraan in de klas. Bekijk en bespreek alles samen: - Welke bomen hebben we gezien? - Welke blaadjes hebben we gezien? - Welke vruchten hebben we gezien? - Welke dieren hebben we gezien? - Wat waren de mensen aan het doen? - …
2.4 Oefeningen in het werkboek Laat de leerlingen oefening 1 op pagina 3 in het werkboek maken en verbeter dan samen. Besluit dat jullie de komende weken zullen onderzoeken wat er allemaal verandert in de herfst. Daarom bezoeken en fotograferen jullie de klasplek en houden jullie elke week de temperatuur en ook de zonsopkomst en zonsondergang in jullie observatieboek bij.
2.5 Simulatie: de jaarfries De simulatie (jaarfries) heeft twee versies: een demoversie en een versie met opdrachten. De leerlingen kennen deze simulatie waarschijnlijk al van WOUW 1 thema 8. Ze kunnen daarom wellicht snel zelfstandig aan de slag met versie 2 waarin ze de opdrachten tot een goed einde moeten brengen. Zo kun je de simulatie in deze en andere lessen ambulant inzetten voor groepjes of leerlingen die wat tijd vrij hebben. 3
Slot Ga allemaal samen naar de speelplaats om het vierseizoenenspel te spelen. Verdeel een bepaalde ruimte met krijt in vier vakken: de lente, zomer, herfst en winter. Kom met de klas een bepaald symbool overeen voor elk seizoen en teken dat met krijt in het vak. Geef de leerlingen een bepaalde stelling en laat ze kort even nadenken bij welk seizoen die stelling past. Wanneer je een seintje geeft, rennen de leerlingen naar het seizoen van hun keuze. Enkele voorbeeldstellingen: -
12
Het is erg koud. Ik trek mijn muts, sjaal en wanten aan om naar buiten te gaan. De appels zijn klaar om geplukt te worden. Mmm…. Zo’n sappig stukje fruit net van de boom zal me smaken. De bomen staan in bloei. De natuur ziet er fris en mooi uit. De bloesems verspreiden een lekkere geur. In de parken zien we de paaslelies al mooi bloeien. Wat een kleurenpracht in het bos: rood, geel, bruin, oranje… Jammer dat de blaadjes na de eerste storm van de bomen zullen vallen. Al die pakjes onder de kerstboom! Het is vroeg donker en de dorpen zijn prachtig en sfeervol met een zee van lichtjes versierd. Wat doen die eerste zonnestralen toch deugd! We kunnen onze dikke jas al eens laten hangen en in een truitje naar buiten komen. Joepie! De grote vakantie begint! Straks mogen we paaseitjes zoeken tussen de voorjaarsbloemen. Eindelijk kunnen we nog eens een sneeuwman maken.
Thema 2: Alle kleuren
-
De boeren leggen een voorraad eten aan voor de dieren. Straks zullen ze dat goed kunnen gebruiken wanneer ze op stal moeten blijven. - Vandaag gaan we naar zee. We nemen ons zwemgerief mee en een goeie zonnecrème. De pet en zonnehoed mogen we ook zeker niet vergeten. Dit is een typisch voorbeeld voor de zomer, maar kan tegenwoordig zeker ook al in de lente.
Thema 2: Alle kleuren
13
Les
3
Planten in de herfst
Lesdoelen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
De kinderen kunnen foto’s van bomen, hun vruchten, bolsters en bladeren rubriceren. De kinderen kunnen de delen van een boom benoemen (stam, kruin, wortels, bolster …). De kinderen kunnen de delen van een blad benoemen (hoofdnerf, zijnerf, bladmoes …). De kinderen kunnen de delen van een paddenstoel benoemen (plaatjes, hoed, zwamvlok, beurs …). De kinderen weten dat verschillende bladeren verschillende bladranden kunnen hebben. De kinderen kunnen verschillende bladranden benoemen (gaaf, gegolfd, getand …). De kinderen weten wat je met vruchten van bomen kan maken. De kinderen weten waar paddenstoelen groeien. De kinderen kunnen verschillende soorten zwammen benoemen.
Lesmateriaal -
-
werkboek p. 4 - 9 observatieboek p. 17 - 19 bijlage 4: prenten boom video 1: paddenstoelen (kijk van 3:50 tot 14:45) foto van de paddenstoel tijdens de herfstwandeling enkele foto’s van de verschillende bomen die de leerlingen tijdens de wandeling gemaakt hebben al het verzamelde materiaal van de leerlingen: • bolsters • vruchten • bladeren eventueel nog extra verzameld materiaal van de leerkracht enkele vruchten om te proeven zoals okkernoten, appels, peren, beukennoten, kastanjes, walnoten, druiven …
Vooraf Zet video 1 klaar op het digibord. Zorg dat al het materiaal dat de leerlingen tijdens de herfstwandeling verzamelden in de klas ligt. Print enkele foto’s van de verschillende bomen die de leerlingen namen. De delen van de boom, het blad en de paddenstoel kwamen in WOUW 1 ook aan bod. Nu breiden we uit.
14
Thema 2: Alle kleuren
Lesverloop 1
Instap Wie weet nog welke zin we gemaakt hebben met al die letterkaarten? (Ik voel de herfst!) Wie voelt de herfst echt wel komen? Hoe voel je dat? Hoe zie je dat?
2
Kern
2.1 Bomen, hun vruchten en blaadjes Wanneer je naar de bomen kijkt, dan zie je dat die al erg veranderd zijn in vergelijking met toen het zomer was. Wat is er allemaal veranderd? Laat de leerlingen vrij vertellen. Breng eventueel enkele ervaringen van tijdens de herfstwandeling ter sprake. Laat de leerlingen kennismaken met de delen van een boom. Projecteer een van de foto’s van een volledige boom die jullie tijdens de herfstwandeling zagen. Zorg dat de volgende termen zeker aan bod komen: stam, kruin, wortels, vrucht, blad, bolster en tak. Bespreek nu ook de delen van een blad: het bladmoes, de hoofdnerf, zijnerf, bladsteel en bladrand. Neem er een van de verzamelde bladeren bij en duid alle delen aan. Wijs erop dat de bladeren verschillende bladranden kunnen hebben: gaaf, gegolfd, getand, gekarteld of gezaagd. Het is zeker niet de bedoeling om hier volledig te zijn. We willen vooral leerlingen leren nauwkeurig observeren en verschillen opmerken. Geef aan dat er heel wat verschillende bomen bestaan. Laten we een kijkje nemen naar enkele soorten bomen die in België heel vaak voorkomen. Verdeel de leerlingen in kleinere groepen en wijs hen een werkplaats toe in de klas. Vraag dat iedereen zijn verzamelde bladeren, vruchten en bolsters erbij neemt. Deel ook enkele van de afgedrukte foto’s van de bomen per groep uit. Deel eventueel ook nog extra verzameld materiaal uit, mocht dat nodig zijn. Geef elke groep de zes prenten van de bomen (bijlage 4). Toon de leerlingen de bomengids (bijlage 5). Bespreek kort welke informatie ze in de bomengids kunnen vinden en leg die dan op een vaste plaats in de klas. Je kunt de zes bladen van de bomengids ook verspreid in de klas leggen zodat de leerlingen de prenten in kleinere groepen kunnen bekijken. Julie hebben prenten van zes verschillende bomen gekregen: de beuk, paardenkastanje, tamme kastanje, appelboom, eik en notelaar. We gaan al ons verzameld materiaal goed bekijken en samen leggen wat samen hoort. Je legt dus alle bladeren, vruchten en bolsters die jullie verzameld hebben bij de juiste prent. Je gebruikt daarvoor de bomengids die ik net getoond heb. Werk goed samen: luister naar elkaar en overleg samen voor je een beslissing neemt. Spreek een duidelijke werktijd af. Bezoek daarna met de klasgroep alle groepen en bespreek samen.
Thema 2: Alle kleuren
15
Hou een kort klassikaal evaluatiemoment. Bespreek met de leerlingen of ze de opdracht moeilijk vonden, of de samenwerking vlot verliep, of er valkuilen waren, bijvoorbeeld een boom die er tijdens hun wandeling helemaal anders uitzag dan de prent in de bomengids …
2.2 Oefeningen in het werkboek Laat de leerlingen bij oefening 1 op pagina 4 van het werkboek een herfstboom tekenen. Laat ze de boom daarna ook inkleuren met de juiste herfstkleuren. Vraag om de delen van een boom en een blad bij oefening 2 en 3 aan te duiden. Geef de leerlingen zeker genoeg bedenktijd en verbeter klassikaal. Laat de leerlingen daarna ook oefening 4 op pagina 5 maken. Verbeter klassikaal. Laat eventueel ook enkele leerlingen een blad van de verzamelde bladeren uitkiezen en de bladrand benoemen. Bij oefening 5 op pagina 6 van het werkboek zoeken de leerlingen de prenten die bij elkaar passen. In het kader schrijven ze bij elk cijfer de letter die erbij past. Laat ze deze oefening eventueel per twee maken en verbeter nadien samen. Vraag de leerlingen eens na te denken over wat we allemaal met de vruchten van de bomen doen. Hou er een kort klasgesprek over en vul dan samen oefening 6 in. Laat de leerlingen nu ook vrij vertellen over welke vruchten ze al eens geproefd hebben. Welke vonden ze lekker? Laat ze dan elk voor zich bij oefening 7 aanduiden welke vruchten zij lekker vinden. Laat de leerlingen ten slotte de juiste maanden in het kader onderaan inkleuren. In de slotfase van deze les kun je de leerlingen allerlei vruchten laten proeven. Kom nog even terug naar deze oefening mochten er vruchten tussen staan die sommige leerlingen nog niet geproefd hebben.
2.3 Paddenstoelen Tijdens de wandeling zijn jullie zeker ook verschillende paddenstoelen tegengekomen. Refereer daarnaar en toon de leerlingen eventueel alvast jouw foto van een paddenstoel aan het digibord. Waar kwamen jullie het vaakst paddenstoelen tegen? (Op vochtige plaatsen, waar bladeren of takjes aan het rotten waren en waar het donkerder was.) Bekijk samen video 1 over paddenstoelen van 3:50 tot 14:45. Laat de leerlingen daarna vrij vertellen over wat ze zagen. Vul aan waar nodig en zorg ervoor dat volgende aspecten aan bod komen: - de delen van een paddenstoel - hoe paddenstoelen zich voortplanten (met sporen) - het verschil tussen plaatjeszwammen, stuifzwammen en buisjeszwammen. Herhaal dit alles nog eens duidelijk klassikaal: - Projecteer jouw foto van de paddenstoel en toon de delen: de zwamvlok, steel, ring, hoed , vlok, beurs en plaatjes. - Wijs erop dat er plaatsjeszwammen, stuifzwammen en buisjeszwammen bestaan. - Herhaal dat paddenstoelen zich voortplanten met sporen.
16
Thema 2: Alle kleuren
Haal een grote paddenstoel in de klas en voer het proefje in het filmpje in de klas uit. Pluk hem zonder leerlingen erbij. Snij de stam van de paddenstoel af en leg de hoed gedurende ongeveer een week op een wit papier. Bekijk dan samen met de leerlingen het resultaat.
2.4 Oefeningen in het werkboek Laat de leerlingen de oefeningen op pagina 8 en 9 van het werkboek maken. Verbeter klassikaal en laat de leerlingen de paddenstoelen op pagina 8 inkleuren. 3
Slot Laat de leerlingen van enkele vruchten proeven: appels, peren, kastanjes, pruimen, druiven, okkernoten … Je kunt ook een fruitslaatje of een fruitbrochette maken. Laat de leerlingen de smaken verwoorden. Laat ze ook verwoorden waar hun voorkeur naar uit gaat en waarom.
Thema 2: Alle kleuren
17
Les
4
Dieren in de herfst
Lesdoelen 1. 2. 3. 4.
De kinderen weten hoe de eekhoorn, egel en zwaluw zich voorbereiden op de winter. De kinderen kunnen de delen van een spin onderscheiden. De kinderen kunnen verwoorden hoe een spin zijn prooi vangt. De kinderen weten hoe een spin een spinnenweb bouwt.
Lesmateriaal -
werkboek p. 10 - 14 bijlage 6: de delen van een spin WOUW-site: dieren in de herfst! video 2: kruisspinnen video 3: hoe maakt een spin een web? video 4: een dikke spin - Kapitein Winokio een laptop of tablet met internetverbinding per groep
Vooraf Voorzie een tablet of laptop per groep en zet er de WOUW-site op klaar.
18
Thema 2: Alle kleuren
Lesverloop 1
Instap Jullie hebben al gevoeld dat het stilletjesaan frisser wordt. Wat doen wij om ons daaraan aan te passen? (We kleden ons warmer aan, zetten de verwarming aan …) Dieren voelen ook dat het langzaam kouder aan het worden is. Ook zij nemen hun voorzorgen en passen zich aan.
2
Kern
2.1 Groepswerk: de egel, de eekhoorn en de zwaluw Verdeel de leerlingen in kleinere groepen. Geef elke groep een tablet of laptop waar de WOUW-site al klaar op staat. De leerlingen bekijken enkele filmpjes over de egel, de zwaluw en de eekhoorn. Ze zoeken daarna welke identiteitskaart bij welk dier hoort bij oefening 1 op pagina 10 van het werkboek. Ze denken ook na over hoe de dieren zich voorbereiden op de winter en trekken dan een lijn tussen het dier en de juiste uitleg bij oefening 2 op pagina 11. Houd een klassikaal gesprek als iedereen klaar is. Laat de leerlingen vrij vertellen over wat ze allemaal te weten gekomen zijn over de drie dieren. Overloop de juiste antwoorden bij de oefeningen in het werkboek kort klassikaal. Laat de leerlingen ten slotte de juiste maanden in het kader onderaan op pagina 11 inkleuren.
2.2 De kruisspin Stel enkele vragen over spinnen aan de leerlingen. Let erop dat je nog geen antwoorden geeft. - Wie is er bang van spinnen? - Zouden spinnen nuttige dieren zijn? - Zijn de spinnen er enkel in de herfst? Tijdens de wandeling hebben we kruisspinnen en/of spinnenwebben gezien. Het lijkt alsof er in de herfst meer spinnen zijn, maar is dat ook zo? Bekijk samen video 2. Laat de leerlingen vrij vertellen over wat ze in het filmpje zagen. Zorg ervoor dat volgende aspecten zeker aan bod komen: - Een spin heeft acht poten en acht ogen. - Zijn lichaam bestaat uit twee delen, namelijk het kopborststuk en het achterlijf. - Uit het achterlijf komen kleverige draden, zo maakt hij een web. - Met het web vangt de spin insecten, zoals vliegen en muggen. De spin wacht in het midden van het web. - De spin rent dan naar zijn prooi en spint er draden omheen, zodat hij niet ontsnapt. - Met zijn gifkaken spuit de spin een giftige vloeistof in zijn prooi. Dat gif verlamt de prooi en maakt het vloeibaar vanbinnen. Dan maakt de spin een gaatje in het gevangen dier en zuigt de vloeistof op.
Thema 2: Alle kleuren
19
2.3 Oefeningen in het werkboek Lees samen het infokader op pagina 12 van het werkboek. Laat de leerlingen het stripverhaal over Brin de spin op pagina 12 en 13 lezen. Benadruk de lichaamsdelen van de spin nog eens aan de hand van bijlage 6. Je kunt de strip ook klassikaal voorlezen of leerlingen afwisselend laten voorlezen. We bekijken nu eens hoe de spin haar web precies maakt. Bekijk samen video 3. Laat de leerlingen de vragen bij oefening 3 beantwoorden en bespreek nadien klassikaal. Maak aansluitend oefening 4 en 5 op pagina 14 van het werkboek. 3
Slot Bekijk en beluister samen het lied een ‘dikke spin’ van Kapitein Winokio (video 4). Laat de leerlingen nadien vertellen waarover het lied gaat, wat zij doen als ze een spin zien in hun kamer … Tekst: Strofe 1: Een dikke spin! Een dikke spin zit in mijn kamer. Wacht! Waar is de hamer? Ik klop die spin helemaal dood, want ze is zo groot. Ik klop die spin helemaal dood, want ze is zo groot. Strofe 2: Maar allez, wat doe jij nu toch, Da's een heel kleine spin. Neem een handdoek, zet ze buiten en ze komt er niet meer in. Leg de hamer op de tafel. Adem in en adem uit. Spinnen moet je laten leven. Laat dat spinnetje vrijuit. Strofe 1 (tweemaal) Strofe 2 ’t is toch een hele dikke spin. Heb je nog veel tijd of een klasgroep die wel een uitdaging aandurft, laat de leerlingen dan naar een Engelstalig lied luisteren, zoals ‘a spider song’ op deze pagina. Laat de leerlingen vertellen of ze woorden herkend hebben, vraag hen waarover het lied gaat, vertaal eventueel enkele stukjes …
20
Thema 2: Alle kleuren
Les
5
Mensen in de herfst
Lesdoelen 1. De kinderen weten hoe mensen zich voorbereiden op de winter. 2. De kinderen kunnen aangeven welke veranderingen en activiteiten ze in de tuin kunnen waarnemen. 3. De kinderen kunnen verwoorden hoe de landbouwer de boerderij, de dieren en het veld voorbereidt op de winter.
Lesmateriaal -
werkboek p. 15 - 17 video 5: koeien staan ’s winters op stal eventueel de seizoensklok eventueel enkele foto’s van de voorbereidingen op de boerderij bloembollen van (verschillende) lentebloeiers materiaal om de bloembollen te planten zoals een schopje, gieter … enkele fototoestellen
Vooraf Nodig een landbouwer in de klas uit. Laat hem/haar vertellen over hoe ze de boerderij winterklaar maken. Vraag of hij/zij misschien ook enkele foto’s kan meebrengen om de activiteiten te tonen. Bedenk waar je op school een klastuintje kan maken. Bespreek het eventueel met de directie en voorzie al het nodige materiaal om de bloembollen te planten. Voorzie minstens één bloembol per groep van vier leerlingen. Zet video 5 klaar op het digibord.
Thema 2: Alle kleuren
21
Lesverloop 1
Instap Vertel dat ook ons leven er een beetje zal op veranderen, nu de zomer voorbij is. Laat de leerlingen vrij vertellen over wat er voor ons zal veranderen. Enkele mogelijke aspecten zijn: - De zomerkleren gaan in de kast. - We kunnen minder in de tuin spelen. - Het weer verandert. - … Laat de leerlingen de herfstkleren aankruisen bij oefening 1 op pagina 15 van het werkboek.
2
Kern
2.1. Onze tuin voorbereiden Laat de leerlingen vertellen over wat er allemaal moet gebeuren om de tuin klaar te maken voor de winter. Help hen indien nodig op weg: - hagen scheren - bomen en struiken planten - voorjaarsbloemen planten - gras nog een laatste maal afrijden - afgevallen bladeren bijeen harken - … Bekijk samen de tekening bij oefening 2 op pagina 16 van het werkboek. Geef de leerlingen genoeg tijd om alles goed te bekijken. Bespreek kort welke activiteiten ze zien.
2.2. Een landbouwer in de klas Laat de landbouwer vertellen over wat er allemaal op de boerderij moet gebeuren om de komst van de winter voor te bereiden. Veel van de onderstaande aspecten zullen aan bod komen: - Maïs fijn malen en in silo’s leggen. - Bieten uitrijden en er bietenpulp van maken. - Het land bewerken (ploegen, eggen …). - Wintertarwe, wintergerst en gras zaaien. - De dieren op stal zetten en eventueel scheren. - … Misschien kan de landbouwer ook foto’s tonen van al die activiteiten op de boerderij. Toon ook nog een filmpje over wat er met de koeien gebeurt in het najaar (video 5). Indien mogelijk, bezoek de boerderij ter plaatse. Zo kan de landbouwer alles uitleggen én duidelijk tonen. Bekijk samen de tekening bij oefening 3 op pagina 17 van het werkboek. Geef de leerlingen opnieuw genoeg tijd om alles goed te bekijken. Bespreek dan klassikaal welke activiteiten ze herkennen. Laat de leerlingen ten slotte de juiste maanden in het kader onderaan inkleuren.
22
Thema 2: Alle kleuren
3
Slot Ga samen naar buiten. Neem al het materiaal om de bloembollen te planten en enkele fototoestellen mee. Maak samen de schoolmoestuin klaar voor de winter: - Hark de afgevallen bladeren bijeen. - Plant enkele lentebloeiers. - Plant eventueel een klasboom - … Plaats naamkaartjes bij de lentebloeiers zodat je weet wat jullie waar geplant hebben. Leg de leerlingen het voordeel van de bloembol uit: Sommige planten hebben een bloembol die je in de herfst al in de grond plant, en in die bol zit al voedsel voor de plant. Als het een beetje warmer wordt, kan de plant water opzuigen en begint hij te groeien. Doordat de plant met de bloembol al voedsel heeft, kan hij veel vlugger groeien en bloeien dan andere planten. Zij krijgen dan ook als eerste bloemen na de winter. Laat de leerlingen enkele foto’s van jullie klastuin maken. Bezoek de klastuin ook de komende weken en maanden af en toe. Maak telkens een foto. Die foto’s kun je ook nog gebruiken tijdens de lessen over andere seizoenen. Dan zal je de veranderingen duidelijk zien. Laat de leerlingen bij terugkomst in de klas eventueel nog een tweede tekening bij de herfst op hun seizoensklok maken.
Thema 2: Alle kleuren
23
Les
6
Wat een weer!
Lesdoelen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
De kinderen kunnen de veranderingen in het weer opmerken en benoemen. De kinderen kunnen de verschillende weerselementen benoemen: temperatuur, wolken, neerslag en wind. De kinderen weten welke toestellen gebruikt worden om de temperatuur, de neerslag en de wind te meten. De kinderen kunnen uit de grafiek over de lengte van dag en nacht een passende conclusie trekken over het korter worden van de dagen in de herfst. De kinderen weten dat de veranderingen in het weer gevolgen hebben voor de kledij die wij dragen. De kinderen kunnen het weer van vandaag correct weergeven. De kinderen kunnen de temperatuur aflezen van een thermometer. De kinderen kunnen passende tekeningen maken om de herfst weer te geven.
Lesmateriaal -
werkboek p. 18 - 21 observatieboek p. 2 - 4 bijlage 1: grafiek zonsopkomst en -ondergang herfst bijlage 7: prenten soorten bewolking bijlage 8: prenten soorten neerslag enkele meettoestellen: • thermometer • pluviometer • windvaan
Vooraf Jullie noteerden vanaf het begin van de herfst enkele waarnemingen in het observatieboek. Je liet de leerlingen wekelijks op een vaste dag en tijdstip de onderstaande opdrachten uitvoeren: - De zonsopkomst en -ondergang bij oefening 1 op pagina 2 neerschrijven. Hier schreef jij mee op de poster (bijlage 1) die je onder de seizoenposter uit les 2 (bijlage 3) ophing. - De temperatuur bij oefening 5 op pagina 4 meten en aanduiden. Kies bij voorkeur voor een zestal aansluitende weken die voor (of desnoods na) de uursverandering vallen. Zo komen er geen grote sprongen in de grafiek. Laat de leerlingen de waarnemingen thuis invullen tijdens schoolvakanties. Geef eventueel een buitenthermometer mee met een leerling en laat de anderen de temperatuur invullen op basis van het (jeugd)journaal. De overige oefeningen worden pas tijdens deze les ingevuld. Laat de leerlingen dus nu pas de punten met elkaar verbinden en het concluderende kader invullen. De leerlingen observeerden in WOUW 1 ook al het weer met dezelfde pictogrammen. Nu breiden we verder uit.
24
Thema 2: Alle kleuren
Lesverloop 1
Instap Neem de meettoestellen en de prenten van bijlage 7 en 8 erbij en ga naar buiten met de leerlingen. Laat de leerlingen het weer waarnemen en laat ze vrij vertellen over wat ze zien en voelen: - Het voelt fris/koud/vochtig/… aan. - Er is veel/weinig/geen/… wind vandaag. - We hebben daarom een trui/een warme jas/een muts/… nodig vandaag. - …
2
Kern
2.1 De vier weerselementen We hebben al vaker over het weer geleerd. Wanneer we praten over het weer, dan praten we over vier zaken. Wie weet dat nog? Over welke vier zaken hebben we geleerd? (De wolken, temperatuur, wind en neerslag.) Ga dieper in op de verschillende elementen. -
De bewolking Laat de leerlingen vertellen over het wolkendek dat ze vandaag zien. Vergelijk eventueel even met het wolkendek tijdens de herfstwandeling. Laat de leerlingen de prenten van de verschillende soorten bewolking bekijken (bijlage 7). Overloop ze samen: geen bewolking/lichte bewolking/matige bewolking/zware bewolking. Vraag waar hun voorkeur naar uitgaat.
-
De temperatuur Vraag aan de leerlingen of ze het vandaag aangenaam vinden van temperatuur, of ze het eerder te koud/warm vinden? Laat de leerlingen vergelijken met de temperatuur tijdens de zomer: Is het nu kouder of warmer dan in de zomer? (Het is kouder.) Hoe meten we de temperatuur? (Met een thermometer.) Toon de thermometer aan de leerlingen en laat een leerling de temperatuur ook aflezen.
-
De wind Wat kun je vertellen over de wind vandaag? Zorg dat de volgende termen zeker aan bod komen: briesje, rukwinden, storm, koude noorderwind. Hoe kunnen we de sterkte van de wind nagaan? (Met een windvaan.) Toon de windvaan aan de leerlingen en meet eventueel de windsterkte.
De windrichting komt later aan bod in onze weerobservaties. -
De neerslag Hebben we vandaag te maken met neerslag? En tijdens onze herfstwandeling? Welke vormen van neerslag bestaan er? Toon de prenten van bijlage 8 en overloop ze samen: geen neerslag, regen, sneeuw, hagel en mist. Hoe kunnen we nagaan hoeveel neerslag er gevallen is? (Met een pluviometer.) Toon de pluviometer aan de leerlingen.
Ga opnieuw naar de klas. Bespreek het weer zeker nog enkele keren in de komende weken en ook tijdens de winter.
Thema 2: Alle kleuren
25
2.2 Oefeningen in het werkboek Herhaal kort wat jullie buiten over het weer van vandaag gezegd hebben bij oefening 1 op pagina 18 van het werkboek. Laat de leerlingen nu ook oefening 2 maken: Welke vier weerselementen hebben we buiten besproken? Vul het juiste woord in bij de symbolen. Overloop daarna klassikaal de antwoorden. Laat de leerlingen ook oefening 3 en 4 op pagina 19 van het werkboek maken, of maak ze klassikaal. Overloop de antwoorden indien nodig nog klassikaal. Vul daarna samen oefening 5 in en bespreek kort.
2.3 De observaties bespreken Laat de leerlingen hun observatieboek erbij nemen. Bekijk samen de waarnemingen op pagina 2 tot en met 4. Zet allemaal samen de tijdstippen uit oefening 1 als punten op de grafieken: de leerlingen bij oefening 2 en 3 in hun observatieboek, jij op de poster (bijlage 1). Verbind daarna de punten. Kleur de nachturen op de poster zwart en de daguren geel. Zo zien de leerlingen dat de dagen korter worden en de nachten langer. In het observatieboek worden de zonsopkomst en zonsondergang voor de duidelijkheid gesplitst. In de klas worden ze wel op één grafiek weergegeven op de poster. Op die manier wordt het aantal lichturen mooi groot en visueel voorgesteld. Wat zie je bij de zonsopkomst? En bij de zonsondergang? Wat gebeurt er dus met de dagen in de herfst? Wat moeten we dan in het kader bij oefening 4 aanvullen? (In de herfst komt de zon steeds later op en gaat vroeger onder. De dagen worden dus korter en de nachten langer.) Laat de leerlingen ook bij oefening 6 op pagina 4 de temperatuur uit oefening 5 aanduiden en verbinden. Wat merk je? Wat vullen we in het kader bij oefening 7 in? (De temperatuur daalt. Het wordt kouder.) 3
Slot Bekijk samen oefening 6 op pagina 20 en 21 in het werkboek. Leg de oefening goed uit en overloop alle woorden klassikaal. Laat de leerlingen dan individueel of per twee de zoekpuzzel oplossen. Geef ze voldoende tijd en overloop daarna klassikaal de antwoorden. Laat bijvoorbeeld beurtelings een leerling (van elk duo) een woord aan het bord aanduiden. Laat de leerlingen ten slotte per twee een leuk herfstweerbericht voorbereiden. Ze zorgen dat de vier verschillende weerselementen erin verwerkt zijn. Geef ze een duidelijke tijdslimiet en laat ze dan hun weerbericht aan de klas voorstellen.
26
Thema 2: Alle kleuren
Les
7
Wat een kleurenpracht!
Lesdoelen 1. De kinderen kunnen typische herfstelementen opsommen op vlak van het weer, de dieren, de mensen en de planten. 2. De kinderen kunnen foto’s van een bepaalde plek in de natuur in de tijd ordenen. 3. De kinderen kunnen vlot de inhoud van hun herfstposter voorstellen.
Lesmateriaal -
werkboek p. 22 - 23 observatieboek p. 15 bijlage 3: poster vier seizoenen video 6: herfst foto’s van de klasplek in de herfst knutselmateriaal zoals grote vellen wit papier, tijdschriften, lijm, stiften, wasco’s, potloden … seizoensklok Kahoot!-quiz (herhaling)
Vooraf Je koos een boom of plek in de schoolomgeving die jullie gedurende een langere periode kunnen observeren. Jullie gingen er van september tot december om de twee weken samen naartoe. De leerlingen tekenden af en toe ook bepaalde elementen van die 'klasplek' in hun observatieboek op pagina 16. Jullie maakten bij elk bezoek een foto en bespraken kort wat er veranderd was ten opzichte van jullie vorig bezoek. Zorg ervoor dat je alle foto’s die jullie maakten, afdrukt en klaarlegt in de klas. Zet het filmpje met het lied ‘herfst’ op voorhand klaar (video 6).
Thema 2: Alle kleuren
27
Lesverloop 1
Instap Beluister het lied ‘herfst’ (video 6). Welke zaken waarover we geleerd hebben kwamen in het lied voor? (De egel, de spin, het weer, de paddenstoelen …) Verdeel de leerlingen nu in groepen. Geef elke groep een van de afgedrukte foto’s van de klasplek. Hang zelf de eerste foto aan het bord. Laat de leerlingen de foto’s in de juiste volgorde ophangen en erbij vertellen wat er is veranderd ten opzichte van de voorgaande foto. Als het niet vlot gaat, kunnen ze hun observatieboek op pagina 15 erbij nemen. Formuleer samen een besluit over de evolutie die te zien is.
2
Kern
2.1 Inoefening Laat de leerlingen hun observatieboek erbij nemen en laat ze oefening 1 op pagina 22 en 23 van het werkboek maken. De leerlingen kunnen deze oefening individueel of in duo’s maken. Geef ze voldoende tijd, zodat ze alles nog eens kunnen bekijken. Dit is een samenvattende oefening. Jullie overlopen alles heel kort nog eens en schrijven dan het belangrijkste in een kader. In het eerste kader, het weer, schrijven jullie in één korte zin op wat we geleerd hebben over het weer in de herfst. Er zijn heel veel verschillende mogelijkheden, die allemaal even goed zijn. Kijk maar even in jullie werkboek en observatieboek naar wat we allemaal over het weer gezegd hebben. Daarna doen jullie hetzelfde voor de andere kaders: Schrijf twee zinnen over de dieren in de herfst, twee zinnen over de tuin, denk maar aan planten en bomen, en nog één zin over de mensen. Laat elke leerling of elk duo na de afgesproken tijdslimiet een van hun zinnen bij het eerste kader luidop zeggen. Iedereen die een gelijkaardige zin opgeschreven had, steekt de hand op. Laat de leerlingen hun zin aanstippen als ze hem horen. Lees erna ook de aangereikte oplossingen voor dat kader op het digibord voor. Overloop de volgende kaders op dezelfde manier, of laat de leerlingen hun zinnen onderling vergelijken. Als de leerlingen zinnen genoteerd hebben die nog niet aan bod gekomen zijn, overloop je ze klassikaal nog even. Laat de leerlingen opnieuw hun hand opsteken bij de zinnen die zij ook bij dat kader passen vinden.
2.2 Een herfstposter maken Verdeel de leerlingen in kleine groepjes en laat hen het knutselmateriaal erbij nemen. Elke groep maakt een poster over een bepaald element van de herfst. Jullie mogen zelf kiezen waarover: - de planten/bomen/bloemen - de dieren - de mensen - het weer
28
Thema 2: Alle kleuren
Laat de leerlingen eerst overleggen: - Welk element kiezen we? - Hoe gaan we dat weergeven? Tekenen we? Maken we een collage? - Wie doet wat? Laat de leerlingen de seizoensposter (bijlage 3) nog eens bekijken om inspiratie op te doen. Leg er de nadruk op dat iedereen aan het werk moet zijn. Laat de leerlingen een twintigtal minuten aan hun poster werken. Laat de verschillende groepen daarna hun poster voorstellen. De andere leerlingen mogen vragen stellen en hun mening geven over het werk van anderen. Benadruk dat we dat altijd op een respectvolle manier doen. 3
Slot
3.1 Seizoensklok aanvullen Verdeel de leerlingen in duo’s. Laat ze kort aan elkaar vertellen welke tekeningen ze al gemaakt hebben in het vak van de herfst op hun seizoensklok, en welke ze nu nog kunnen maken. Geef ze indien nodig enkele mogelijke onderwerpen: de temperatuur, het weer, de dagen die korter worden, de natuur die herfstkleuren krijgt, de activiteiten van de mensen … Verzamel de komende weken ook afbeeldingen en tekeningen van de winter op de seizoensklok en klaswand. Plak bijvoorbeeld foto’s van winteractiviteiten zoals skiën en schaatsen, vierende mensen op oudejaarsavond, bevroren tuinen … op de klaswand, of laat de leerlingen bijvoorbeeld de eerste sneeuw tekenen op hun seizoensklok en de datum erbij schrijven. De leerlingen zullen hun seizoensklok en observatieboekje in de lente nog nodig hebben (Thema 7). Zorg ervoor dat ze het materiaal dus veilig opbergen.
3.2 Herhalingsoefeningen We ronden deze lessenreeks af met een herhalingsmoment. In het werkboek zie je een aantal herhalingsoefeningen die de inhoud van een aantal lessen herhalen. Op Kabas vind je aanvullend een Kahoot!-quiz. Het is een aanleiding om het thema even opnieuw te overlopen en de lessen te bekijken en te bespreken. Daarbij kunnen de leerlingen het blanco bolletje bij het nummer van elke opdracht inkleuren volgens de eenvoudige legende: Ik weet. -
Ik begrijp.
De bedoeling is vooral om de leerlingen nog even te laten nadenken over wat we in dit thema allemaal leerden (kennen).
Thema 2: Alle kleuren
29
Bij iedere les geven wij zelf ook een indicatie van hoe je iedere opdracht kunt inkleuren. Dit vind je hieronder terug. Straks in de toetsen kunnen de oranje opdrachten als kennis worden bevraagd terwijl de groene opdrachten bevraagd worden als toepassing waarbij het begrijpen wordt geëvalueerd. Je kunt de herhalingsoefeningen en de kleuropdracht zowel individueel (contractwerk, huistaak …) als klassikaal laten uitvoeren. Het is evenwel nooit de bedoeling om alle leerstof nog eens te gaan herhalen en uitleggen in detail. Verwijs de leerlingen ook naar het online aanbod op Kabas: - de digitale oefeningen; - de simulatie jaarfries; - de oefentoets, die ze kunnen maken wanneer ze denken klaar te zijn voor de toets.
30
Les 1
1
Les 2
1
Les 3
1
2
3
4
5
Les 4
1
2
3
4
5
Les 5
1
2
3
Les 6
1
2
3
4
5
Les 7
1
Thema 2: Alle kleuren
6
6
7
8
9
10
Les
8
Evaluatiemoment
Lesdoelen Gesloten boek 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
De kinderen kunnen benoemen wat typische elementen uit de herfst zijn. De kinderen kunnen de delen van een seizoensklok aan het juiste seizoen linken. De kinderen kunnen benoemen wat typische gedragingen zijn van de mens in de herfst. De kinderen kunnen de delen van een boom en een blad aanduiden. De kinderen kunnen omschrijven waar paddenstoelen groeien. De kinderen kunnen een kenmerk van de egel, zwaluw en eekhoorn met het juiste dier verbinden. De kinderen kunnen eigenschappen van een spin aanduiden. De kinderen weten hoe ze zich tijdens een natuurwandeling moeten gedragen.
Open boek 1. 2. 3. 4.
De kinderen herkennen kenmerken van de egel en de eekhoorn. De kinderen kunnen een bladrand juist benoemen. De kinderen weten hoe een spin zijn prooi vangt. De kinderen weten welk blad en welke vrucht bij de eik, appelboom, paardenkastanje en tamme kastanje horen.
Lesmateriaal -
kopieerblad 2: geslotenboektoets kopieerblad 3: correctiesleutel geslotenboektoets kopieerblad 4: openboektoets kopieerblad 5: correctiesleutel openboektoets kopieerblad 6: selfie powerpoint 1: selfie
Vooraf Voorzie per leerling een kopie van kopieerblad 2, 4 en 6.
Thema 2: Alle kleuren
31
Lesverloop Deel de toetsenbladen uit (kopieerbladen 2 en 4). De leerlingen noteren hun naam en klas. Overloop alle vragen. De leerlingen duiden met een markeerstift de belangrijkste begrippen in iedere vraag aan. De eerste toets is een geslotenboektoets. De leerlingen mogen bij deze toets geen gebruik maken van hun werkboek of andere bronnen. Opdracht 1: Wat past bij de herfst? De leerlingen kruisen de prenten aan die bij de herfst passen. Opdracht 2: Zet een nummer bij het juiste seizoen. De leerlingen schrijven het nummer van een seizoen bij het juiste deel op de seizoensklok. Opdracht 3: Wat past bij de herfst? De leerlingen kruisen het juiste antwoord aan op de vraag hoe de mens de tuin en de landbouwer de boerderij voorbereidt op de winter. Opdracht 4: Schrijf het nummer bij het juiste deel. De leerlingen schrijven het nummer van een deel van een boom en een blad bij het juiste deel op de prent. Opdracht 5: Markeer wat past. De leerlingen markeren de woorden die in de stellingen over paddenstoelen passen. Opdracht 6: Over welk dier gaat het? De leerlingen verbinden bepaalde kenmerken van een dier met het juiste dier. Opdracht 7: Markeer wat past bij een spin. De leerlingen markeren de woorden die in de stellingen over de spin passen. Opdracht 8: Wat doe je niet op stap? De leerlingen kruisen de prenten aan waar fout gedrag getoond wordt. Bij de openboektoets mogen ze hun werkboek wel gebruiken. Opdracht 1: Over welk dier gaat het? De leerlingen verbinden bepaalde kenmerken van een dier met het juiste dier. Er zijn te veel antwoorden. Laat de leerlingen goed kijken wat past. Opdracht 2: Welke bladrand is het? De leerlingen verbinden de prenten van bladeren met de juiste bladrand. Opdracht 3: Hoe vangt de spin zijn prooi? De leerlingen zetten de zinnen in de juiste volgorde. Opdracht 4: Welk blad en welke vrucht horen bij de boom? De leerlingen kleuren de bolletjes bij de prenten van bladeren en vruchten in de kleur van het kader van de boom waar het bij past.
32
Thema 2: Alle kleuren
Beoordeling Gesloten boek Opdracht 1: 0,5 punten per correct antwoord Opdracht 2: 0,5 punten per correct antwoord Opdracht 3: 1 punt per correct antwoord Opdracht 4: 0,5 punten per correct antwoord Opdracht 5: 1 punt per correct antwoord Opdracht 6: 0,5 punten per correct antwoord Opdracht 7: 0,5 punten per correct antwoord Opdracht 8: 1 punt per correct antwoord
Totaal: 1 punt Totaal: 2 punten Totaal: 2 punten Totaal: 2 punten Totaal: 2 punten Totaal: 2 punten Totaal: 2 punten Totaal: 2 punten
Totaal: 15 punten
Open boek Opdracht 1: 1 punt per correct antwoord Opdracht 2: 1 punt per correct antwoord Opdracht 3: 0,5 punten per correct antwoord Opdracht 4: 0,5 punten per correct antwoord
Totaal: 2 punten Totaal: 2 punten Totaal: 2 punten Totaal: 4 punten
Totaal: 10 punten
De selfie Bezorg alle leerlingen de selfie (kopieerblad 6) van dit thema. Leid kort in. We hebben het thema afgerond. We sluiten zoals steeds af met een momentje waarop we het even stil maken en een selfie maken van wat we er zelf van vinden. Start de powerpoint met de eerste dia. Laat die voorlezen indien dat wenselijk is. Je leest de vragen en de antwoorden. Kruis nu het antwoord aan dat het best bij jou past, volgens jou. Wanneer je klaar bent, vouw je het blad en kleef je het dicht. De leerlingen houden het bij op de afgesproken plaats. Dat kan een eigen envelop zijn, of een ringmapje of …
Thema 2: Alle kleuren
33
Overzicht opties WOUW-actie De lesfiches bij deze activiteiten vind je terug op Kabas, samen met alle andere nodige bestanden.
50'
De leerlingen passen toe wat ze in les 5 leerden: hoe maken mensen de tuin winterklaar? Ze zijn actief bezig om alle bladeren bijeen te harken, de bomen en planten te snoeien … Ze werken goed samen en maken hun schooltuin klaar voor het volgende seizoen.
100'
Tijdens deze WOUW-actie bedenken de leerlingen in groepjes een eigen verhaal/toneelstuk over de herfst. Ze denken na over wat ze allemaal leerden en passen dat toe in de inhoud van het verhaal. Ze bootsen ook geluiden na met allerlei voorwerpen en creëren zo een heel eigen product om aan de anderen voor te stellen.
100'
Ga samen op pad en laat de leerlingen kunstwerkjes maken met wat ze in de natuur vinden. Ze zijn creatief bezig en gaan op zoek naar een compositie die zij mooi vinden. Ze herhalen tijdens het voorstellingsmoment ook de juiste woordenschat en leren feedback verwerken.
1
We maken de schooltuin winterklaar!
2
We beelden de herfst uit!
3
We maken herfstkunst!
34
Thema 2: Alle kleuren
50'
In dit thema over de herfst kwamen kleuren uiteraard al uitgebreid aan bod. In deze les taalinitiatie Engels gaan we verder met de prachtige herfstkleuren aan de slag. Aan de hand van liedjes en leuke spelletjes pikken de leerlingen zo de Engelse woordenschat en belangrijke zinsstructuren op. What's your favourite colour?
50'
In deze les taalinitiatie Frans hebben we het niet enkel over de herfst, maar leren de leerlingen over de vier seizoenen. Ze verwoorden het weer van de seizoenen en welke kledingstukken daarbij passen.
Colours!
Quel temps fait-il en automne ?
Check altijd Kabas voor het meest recente aanbod.
Thema 2: Alle kleuren
35
Begrippen- en namenlijst Les 1 seizoenen afspraken contract Les 2 jaarkalender jaarfries datum seizoenen herfst winter zomer lente bloesem seizoensklok Les 3 vrucht stam bolster kruin blad tak wortels hoofdnerf zijnerf bladsteel baldrand bladmoes gaaf gegolfd getand gekarteld gezaagd walnoot tamme kastanje paardenkastanje beukennoot eikel plaatjes vlok beurs zwamvlok hoed steel ring stuifzwam buisjeszwam plaatjeszwam maanden van het jaar
36
Thema 2: Alle kleuren
Les 4 zwaluw egel eekhoorn eieren zogen winterrust wintertrek winterslaap kruisspin insect kopstuk borststuk achterlijf web prooi gif Les 5 winterkledij bloembol snoeien harken planten maaien zaaien oogsten ploegen Les 6 weer weerselement waarneming observatie bewolking neerslag windkracht temperatuur thermometer pluviometer windvaan vrieskou heet nevel bries motregen zonsopkomst zonsondergang Les 7 /
Observatieboekje tabel datum grafiek eik beuk paardenkastanje tamme kastanje esdoorn notelaar appelboom perenboom