332
T.O.R.B. 2019-20/5
BIJDRAGEN COVID-19-CRISIS
Onderwijs in tijden van coronapandemie. Connecteer met alle leerlingen Caroline Vrijens* en Jean Pierre Verhaeghe**
Het coronavirus heeft ons land nu al meerdere maanden in zijn greep. De overheid nam op advies van experten strenge maatregelen voor de volksgezondheid. Niemand twijfelt aan de expertise van de virologen die continu de risico’s moeten inschatten. Deze crisis is uitzonderlijk, besefte ook de bevolking en de onderlinge solidariteit was zeer groot. Maar met de maatregelen betaalden we ook een prijs. Kinderrechten kwamen zwaar onder druk. Ook het recht op onderwijs werd feitelijk ingeperkt. Hoe uitzonderlijk deze situatie ook lijkt, toch bereiden we ons het best voor op meer van dit. En dan rijst de vraag wat en hoe we kunnen leren uit de ervaringen in dit schooljaar om de toekomstkansen voor alle kinderen gaaf te houden in periodes waarin een flexibele mix van contactonderwijs en afstandsonderwijs zich opdringt. Door leerlingen, ouders en scholen de nodige rechtszekerheid te bieden en te luisteren naar de stem van kinderen en jongeren.
I. Een uitzonderlijke periode met uitzonderlijke maatregelen In het kader van de maatregelen ter bestrijding van de COVID-19-pandemie werden vanaf vrijdag 13 maart 2020 de lessen in de scholen in het basis- en in het secundair onderwijs in Vlaanderen (en de rest van België) voor een langere periode geschorst en vervangen door diverse vormen van afstandsleren: via schriftelijke takenbundels, taken op onlineplatformen voor onderwijs, al dan niet vergezeld van instructiefilmpjes of (live) onlinelessen met de eigen leerkracht. Aanvankelijk was het afstandsleren gericht op herhaling en verdere inoefening. Na de paasvakantie introduceerde de minister van Onderwijs het ‘aanloopleren’, of onderwijs via ‘aanlooplessen’1, ook
* Caroline VRIJENS is kinderrechtencommissaris. ** Jean Pierre VERHAEGHE is beleidsadviseur bij het Kinderrechtencommissariaat. 1 Het neologisme ‘aanloopleren’ werd bedacht door VRT-journalist Chris De Nijs, als equivalent voor ‘preteaching’. Dat pedagogische begrip bestaat al langer, zij het in een wat andere betekenis. Oorspronkelijk betekent ‘preteaching’ dat een leraar de zwakkere leerlingen voor de les apart neemt om hen vooraf al de instructie te geven die in de navolgende les aan bod komt. Op die manier horen die leerlingen alles twee keer, wat hun leerresultaten verbetert.
BW_TORB_5.indd 332
bekend onder de Engelse term ‘preteaching’. Vanaf dan moesten leraren via het afstandsonderwijs ook nieuwe leerinhouden aanbrengen, bij wijze van ‘aanloop’ – met de bedoeling om later, eens de scholen terug zouden zijn opgestart, sneller door die leerstof te kunnen gaan. De aanlooplessen moeten beperkt blijven tot de meest essentiële leerinhouden. En voor de leerlingen slechts de helft van de normale leertijd in de klas bedragen, dus beperkt blijven tot 3-4 uur per dag. Want, zo luidt de uitleg bij de instructies die scholen kregen2, zelfstandig online leren is een pak intensiever dan les volgen in de klas. Evenmin mocht van de ouders een fulltime inzet als begeleider verwacht worden. Maximaal twee uur per week moesten kunnen volstaan. Sinds maandag 18 mei (na een dag proefdraaien op 15 mei) mochten de scholen gedeeltelijk weer opstarten: met enkel de laatstejaarsleerlingen in het secundair onderwijs (SO) en het zesde, eerste en tweede leerjaar in het lager onderwijs.
In de huidige context kreeg de term ‘preteaching’ een andere betekenis: de aanlooplessen zijn bedoeld voor alle leerlingen, niet enkel de zwakkere die achterop dreigen te raken. 2 Zie onderwijs.vlaanderen.be/nl/preteaching-nieuwe-leerstofrichtlijnen-directies.
14/07/20 08:37
BIJDRAGEN COVID-19-CRISIS
Tenminste voor een beperkt aantal (halve) dagen per week en voor zover de school een reeks veiligheidsmaatregelen (waaronder afstandsregels, maximaal 14 leerlingen per groep en het gescheiden houden van ‘contactbubbels’) kon garanderen. Desnoods moest het maar voor minder leerjaren of minder (halve) dagen per week. In de scholen werd ondertussen wel noodopvang georganiseerd. In een eerste periode (maart-april) voor kinderen van ouders met ‘essentiële beroepen’ en voor kinderen die door hun thuissituatie bijzonder kwetsbaar zijn. Na de eerste versoepeling van de algemene maatregelen begin mei werd de noodopvang ook opengesteld voor de kinderen van wie (beide) ouders vanaf dan terug buitenshuis gingen werken. Met de gedeeltelijke heropstart van de lessen rees de vraag hoeveel ruimte scholen nog konden vrijmaken voor die noodopvang en of dat nu wel of niet tot hun prioritaire taken behoort. Eind mei keurde het bevoegde overlegcomité van federale en regionale ministers een voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs tot verdere versoepeling goed, met aparte regels voor kleuteronderwijs, lager onderwijs en secundair onderwijs. Bedoeling: meer kinderen en jongeren perspectief bieden op een terugkeer naar het gewone leven. Het gaat, net als bij de eerste gedeeltelijke heropstart, om maximumscenario’s voor scholen. Het bleef voor de rest van het schooljaar 2019-2020 wel aan elke individuele school om, binnen de vereiste veiligheidsregels, te bepalen voor welke groepen en voor welk deel van de schooltijd ze terug contactonderwijs kon realiseren3.
II. Meer stress door afstandsleren bij kinderen en jongeren Uit een online-enquête in de laatste week van de volledige schoolsluiting (11-17 mei 2020), georganiseerd door het Kinderrechtencommissariaat, het Kenniscentrum Kinderrechten (KeKi) en de Kinderrechtencoalitie, waaraan bijna 18.000 kinderen (tot 12 jaar) en ruim 28.000 jongeren (vanaf 12 jaar) deelnamen4, weten we ondertussen dat veel leerlingen deze nieuwe situatie niet zo makkelijk verteerden: 42,5% van de kinderen en 54,4% van de jongeren SO gaf aan meer stress door schoolwerk te ervaren. Veel leerlingen misten de school erg hard. 85% van de leerlingen basisonderwijs en 72% van de jongeren in het secundair onderwijs wilden eigenlijk het liefst gewoon
3 4
BW_TORB_5.indd 333
SCHOOLDIRECT, corona-update, 27 mei 2020, us1.campaignarchive.com/?u=366d02e5625d901af645e2ac5&id=6f44d36b6d. Onder de respondenten die de enquête voor jongeren invulden, waren ook ruim 2.100 jongeren uit het hoger onderwijs. Omdat we ons hier focussen op het basis- en secundair onderwijs geven we hier enkel de resultaten voor de jongeren tot het einde van het secundair onderwijs (ruim 26.000).
333
terug naar school. De huistaken niet altijd begrijpen en het schoolwerk niet altijd kunnen volgen, de drukte in huis, het niet hebben van al het nodige materiaal (leerbundels, laptop, wifiverbinding) en de onbeschikbaarheid van hulp bij het schoolwerk zijn factoren die bijdragen tot die extra stress. En ook de gezins- en woonsituatie spelen een rol: kinderen en jongeren die merkten dat het thuis lastiger werd om alle rekeningen te betalen, rapporteerden in hogere mate extra stress door schoolwerk, net zoals kinderen en jongeren zonder eigen plekje waar ze rustig alleen konden zijn of zij die minder vaak of (bijna) nooit naar buiten konden5. Afstandsleren vormt voor veel kinderen en jongeren een ware uitdaging. Sommige gezinnen wonen op een kleine oppervlakte. Lessen volgen en huiswerk maken is dan heel moeilijk. Sommige gezinnen missen niet alleen het materiaal, maar ook de kennis om digitaal te werken en kinderen te begeleiden bij hun schooltaken. Leerkrachten verzetten heel wat werk om hun leerlingen online lesopdrachten aan te bieden en lesbundels te bezorgen. Scholen stonden (en staan) hier voor een gigantische uitdaging: materieel, didactisch en voor de begeleiding van de kinderen.
III. Van de radar Een deel van de kinderen en jongeren verdween van de radar. Dat was juist in onderwijs misschien wel het sterkst zichtbaar. Niet alle leerlingen schakelden even vlot over naar afstandsonderwijs. Scholen signaleerden voor de paasvakantie al dat ze een belangrijke groep kinderen en jongeren niet bereikten, ondanks de extra inspanningen (waaronder huisbezoeken) die ze leverden. Bij sommige van die kinderen en jongeren was dat uit schrik (bij henzelf of bij hun ouders) voor besmetting. In sommige Antwerpse basisscholen werd 20% tot 30% van de leerlingen niet bereikt. Die leerlingen misten de ‘aanlooplessen’. Ook elders in Vlaanderen zeggen leerkrachten en directies dat ze een groep leerlingen niet vastkregen. Sommigen zeggen dat bij 15% van hun leerlingen de deur dicht bleef en er totaal geen contact was. En dat ondanks de inzet van brugfiguren en jeugdwelzijnswerkers om in contact te blijven met leerlingen en hun ouders en ondanks het creatief zoeken naar manieren om kinderen en jongeren met wie de connectie verbroken was, weer aan boord te halen, bijvoorbeeld door kwetsbare kinderen op school of op een andere locatie een-op-eenbegeleiding te bieden.
5
KINDERRECHTENCOMMISSARIAAT, KENNISCENTRUM KINDERRECHTEN en KINDERRECHTENCOALITIE (2020), Coronacrisis treft alle kinderen en jongeren. Resultaten online-enquête #jongerenovercorona, www.kinderrechtencommissariaat.be/sites/ default/files/bestanden/20200525_rapport_jongeren_over_corona. pdf.
14/07/20 08:37
334
T.O.R.B. 2019-20/5
IV. Uitgesloten en geen nieuwe school Op het Kinderrechtencommissariaat kregen we ook verontrustende signalen van leerlingen die geen school meer hadden. Sommige leerlingen werden vlak voor de coronacrisis door hun school definitief uitgesloten en vonden nog geen andere school. Voor andere leerlingen liep de tucht- of beroepsprocedure nog. Zo gingen soms meer dan twee maanden voorbij voordat een leerling opnieuw kon aansluiten bij de lessen. Lara werd op 19 maart definitief uitgesloten, op dag 4 na de schorsing van de lessen door de corona-epidemie. De beroepscommissie kon nog niet samenkomen. Lara kon de eerste weken afstandsonderwijs volgen. De directeur en de leerkrachten drukten hun waardering uit voor haar ernst. Toch besliste de school vlak na de paasvakantie ineens om Lara niet meer toe te laten tot de sessies op Smartschool Live. De school is bang voor de consequenties als het tot een rechtszaak zou komen. Bovendien verwacht de school dat Lara ook digitaal geen contact meer heeft met haar medeleerlingen, terwijl dat de enige manier is om nog contact te kunnen hebben met haar vrienden. Lara zit al thuis sinds 20 februari, toen ze preventief geschorst werd. Nadat ze de laatste weken ijverig werkte om leerstof in te halen en taken te maken, betekent de uitsluiting van de Livesessies voor Lara een enorme klap. We bemiddelden tussen Lara en de school. Die kwam ondertussen met een voorstel van dading. Om dit schooljaar niet uitgeschreven te worden, zouden Lara en haar ouders moeten verzaken aan verschillende van hun rechten.
V. Aandacht voor slaagkansen en continuïteit De Klachtenlijn van het Kinderrechtencommissariaat laat ons maar het topje van de ijsberg zien. Uit de laatste drie leerplichtjaarrapporten ‘Wie is er niet als de schoolbel rinkelt?’ van AgODi blijkt dat er in februari en maart samen gemiddeld zo’n vijfhonderd definitieve uitsluitingen zijn. Over hoeveel leerlingen het in het schooljaar 2019-2020 ging, weten we nog niet. Om de betrokken leerlingen meer zekerheid te bieden en hun slaagkansen te vrijwaren, vroegen we de Vlaamse minister van Onderwijs om definitieve uitsluitingen per overheidsbeslissing pas te laten ingaan op 31 augustus 2020. En dat zowel voor leerlingen die nog in een tucht- of beroepsprocedure zaten als voor leerlingen die vóór de coronacrisis definitief uitgesloten werden, maar geen andere school vonden. Gezien het voor leerlingen extra moeilijk werd om een nieuwe school te vinden of digitaal aan te sluiten, verdienden ze dit uitstel. Zo konden ze het
BW_TORB_5.indd 334
recht behouden om de lessen te blijven volgen en konden taken en toetsen meetellen voor hun beoordeling. Dat biedt perspectief.
VI. Nooddecreet van 6 mei en tussentijdse richtlijnen bieden perspectief op korte termijn VI.1. Uitsluitingen en ontbinding van inschrijving uitgesteld Alvast onze vraag naar uitstel van definitieve uitsluitingen werd gehoord. Artikel 3 en artikel 30 van het nooddecreet dat op 6 mei 2020 in het Vlaams parlement gestemd werd, bepalen – in afwijking van vigerende bepalingen in het Decreet Basisonderwijs respectievelijk de Codex Secundair Onderwijs – dat “elke beslissing die sinds 1 februari 2020 wordt genomen tot definitieve uitsluiting van het recht om als leerling de lessen en activiteiten te volgen, pas uitwerking [heeft] vanaf 31 augustus 2020, tenzij de leerling in kwestie voor de resterende periode van het schooljaar 2019-2020 in een andere school is ingeschreven”6. Gelijkaardige bepalingen (art. 7 en 24) stelden de ontbinding van de inschrijving uit van leerlingen met een beperking die onder ontbindende voorwaarde ingeschreven waren in een school voor gewoon onderwijs en voor wie de school, na de vereiste afwegingen en na afloop van de voorziene procedure, de nodige aanpassingen disproportioneel acht. Voor beslissingen genomen sinds 1 februari 2020 gaat de ontbinding pas in vanaf het schooljaar 2020-2021, tenzij de leerling ondertussen al in een andere school ingeschreven is.
VI.2. Diverse bepalingen vrijwaren rechtszekerheid Andere bepalingen betreffen – onder nog heel wat meer – de invoering van een tijdelijk CLB-verslag waarmee leerlingen met een beperking, voor wie het handelingsgerichte diagnostische proces door het CLB niet tijdig afgerond kan worden, bij de start van het schooljaar 2020-2021 toch toegang krijgen tot een individueel aangepast curriculum (IAC) in het gewoon onderwijs of tot het buitengewoon onderwijs. Ook kregen scholen de mogelijkheid om voor de evaluatie van de leerlingen op het einde van het schooljaar 2019-2020 werkwijzen en evaluatievormen te hanteren
6
Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis, goedgekeurd op 6 mei 2020, data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document. aspx?docid=15638#13.
14/07/20 08:37
BIJDRAGEN COVID-19-CRISIS
die afwijken van wat in hun schoolreglement staat, zonder dat ze de betreffende bepalingen in het schoolreglement voor eenmalige toepassing moesten wijzigen, met de hele inspraakprocedure die aan zo’n wijziging vasthangt7. Op die manier konden scholen op een rechtsgeldige wijze hun leerlingen evalueren op een manier die beter aansloot bij het afstandsonderwijs dat sedert half maart de toon zette en de gedeeltelijke heropstart van de lessen op school sedert half mei. Ook verschillende termijnen, waaronder de beroepstermijnen tegen beslissingen van de klassenraad, werden verlengd of verschoven. Dat zijn allemaal zaken die de rechtszekerheid voor leerlingen, ouders en scholen hielpen vrijwaren en die zeer nodig waren. Sommige zaken, zoals de gewijzigde registratie van afwezigheden van leerlingen, konden zonder decretale wijzigingen worden geregeld 8. Zo werden tijdelijke nieuwe registratiecodes ingevoerd, voor aanwezigheid in de noodopvang en voor afwezigheid wegens ‘niet op school verwacht’. Ook kregen scholen de richtlijn om leerlingen die, na de heropstart van hun leerjaar, afwezig waren omdat zij of hun ouders bang waren voor besmetting, te registreren als wettig afwezig. Dit om kwetsbare leerlingen niet extra te treffen door het mogelijke verlies van hun schooltoelage9. Voldoende aanwezigheid is immers een voorwaarde voor het behoud van een schooltoelage.
VI.3. Creatief met inschrijven Wel nodig en ook voorzien in het nooddecreet van 6 mei waren enkele tijdelijke bepalingen rond de inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021. Dat was belangrijk om – bij scholen die geen digitale aanmeldprocedure toepassen – opeenhoping van ouders door kamperen voor de schoolpoort te vermijden en tegelijk toch zoveel mogelijk rechtszekerheid in verband met de vrije schoolkeuze te bieden10. Artikel 6 (voor het basisonderwijs) en artikel 23 (voor het secundair onderwijs) bepalen (met terugwerkende kracht) dat met ingang van 16 maart 2020 alle inschrijvingen voor het lopende en het komende schooljaar waarvoor de
7
Zulke wijzigingen van het schoolreglement zouden, volgens de vigerende regelgeving, toch maar uitwerking kunnen hebben vanaf het volgende schooljaar. Een noodingreep was hier hoe dan ook nodig. 8 Art. 22, § 1 Decreet Basisonderwijs en art. 123/3, § 1 Codex Secundair Onderwijs stipuleren dat de Vlaamse regering bepaalt in welke gevallen een afwezigheid van een leerling op school gewettigd is. 9 Scholen moeten daarvoor ‘code P’ (‘afwezig wegens persoonlijke omstandigheden’) hanteren, www.onderwijs.vlaanderen.be/ nl/coronavirus-richtlijnen-voor-scholen-en-clbs#Registratie_ afwezigheden_leerlingen. 10 Door het uitstel van het ‘nieuwe inschrijvingsdecreet’ van 17 mei 2019 tot 1 september 2020 bleef het voor scholen ook zonder voorafgaande aanmeldprocedure nog mogelijk om leerlingen volgens chronologie te weigeren op grond van het bereikt hebben van de capaciteit voor het betreffende geboortejaar, leerjaar, onderwijsniveau of studierichting. Met alle kansen op kamperen voor de schoolpoort die daar op sommige plaatsen mee samenhangen.
BW_TORB_5.indd 335
335
fysieke aanwezigheid van ouders op de school vereist zijn, tot en met een door de Vlaamse minister van Onderwijs nader te bepalen datum zijn opgeschort11. Ondertussen legde de minister vast dat die opschorting tot en met 31 augustus 2020 duurt. 12 De clou van de zaak zit in wat niet bepaald, en dus niet verboden, wordt: inschrijvingen waarvoor de fysieke aanwezigheid van ouders (en leerling) niet vereist is. Inschrijven kan dus ook ‘vanop afstand’, bijvoorbeeld elektronisch of telefonisch, zo weten we nu sedert de coronacrisis, met dank aan de richtlijnen die dit voor de scholen expliciteren13. Eerdere versies van die richtlijnen verschenen al sedert half maart op de website van Onderwijs Vlaanderen, op dat moment dus nog zonder duidelijke decretale basis. Een inschrijving is maar echt gerealiseerd als ouders door het plaatsen van een handtekening te kennen geven het pedagogisch project en het schoolreglement van de school te onderschrijven14. Dat mag volgens de nieuwe (tijdelijke?) richtlijnen nu ook ‘met een elektronische handtekening, scan of foto van de ondertekening’15. Ouders mogen desnoods ook nog achteraf hun handtekening komen plaatsen, eenmaal ze daarvoor terug fysiek op school aanwezig mogen zijn. Het moment van de eerste kennisgeving (telefonisch, per e-mail, via een onlineinvulformulier …), tijdens de inschrijvingsperiode, van de wens tot inschrijving, geldt nu – of toch minstens voor inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021 – als het moment van registratie in het inschrijvingsregister van de school16. Dat moment van registratie is belangrijk in geval er een tekort aan plaatsen is en er betwisting rijst over wie eerst was. De oplossing die de richtlijnen hiervoor nu bieden, getuigen van een creatieve interpretatie van de bestaande regelgeving. Die bepaalt dat scholen alle gerealiseerde, uitgestelde en niet-gerealiseerde inschrijvingen chronologisch in het inschrijvingsregister noteren17. Strikt genomen betekent ‘chronologisch’ hier
11 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis, goedgekeurd op 6 mei 2020, data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document. aspx?docid=15638#13. 12 Met uitzonderingen, bijvoorbeeld voor aangemelde leerlingen die gunstig geordend werden. Hun ouders konden op afspraak fysiek in de school gaan inschrijven vanaf 25 mei 2020. Die leerlingen behouden het recht op de hen toegekende plaats tot minstens 1 juni 2020, onverschillig de tijdslijn in het dossier dat de school of het Lokaal Overlegplatform eerder bij de Commissie Leerlingenrechten indiende. 13 onderwijs.vlaanderen.be/nl/coronavirus-richtlijnen-voor-scholenen-clbs#inschrijvingen-volgend-schooljaar. 14 Art. 37bis, § 2 Decreet Basisonderwijs bepaalt: “De inschrijving wordt genomen na ondertekening voor akkoord van de ouders van dit pedagogisch project en dit schoolreglement.” Voor het SO geldt een gelijkaardige bepaling (art. 110/1, § 1 Codex SO). 15 Al rijzen volgens sommigen blijkbaar twijfels over de rechtsgeldigheid van een digitale foto of scan van een handtekening op papier. 16 Zie de richtlijnen vermeld op onderwijs.vlaanderen.be/nl/ coronavirus-richtlijnen-voor-scholen-en-clbs#inschrijvingenvolgend-schooljaar. 17 Art. 37duodecies, § 1 Decreet Basisonderwijs en art. 110/12, § 1 Codex Secundair Onderwijs.
14/07/20 08:37
336
T.O.R.B. 2019-20/5
echter: volgens het moment dat ouders hun handtekening plaatsen. Pas vanaf dat moment immers spreken we van een ‘gerealiseerde inschrijving’. Dat wordt nu – althans voor inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021 – in de praktijk vervangen door: het moment van kennisgeving van de wens tot inschrijven. We kunnen maar hopen dat scholen hierover heel duidelijk met de ouders communiceren.
VII. Ook aanpak op langere termijn nodig Alle bepalingen in het nooddecreet en de vertaling ervan in concrete richtlijnen voor scholen op de website van Onderwijs Vlaanderen gelden enkel tot het einde van het schooljaar 2019-2020 en voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021. Met andere woorden: ze bieden een oplossing voor de eerste golf van de COVID-19-pandemie. Virologen zeggen ons dat we rekening moeten houden met een tweede golf, in het komende najaar, of misschien nog meer, in de eerstkomende jaren. De OESO, bij monde van Dirk Van Damme, stelt dat we bijgevolg minstens ook voor het schooljaar 2020-2021 rekening moeten houden met tijdelijke schoolsluitingen18. En of een volgende variant of mutant van het COVID-19-virus kinderen en jongeren in even grote mate zal sparen en hen even weinig als motor voor zijn verdere verspreiding zal gebruiken als het virus waar we nu mee te maken hebben, is volgens virologen ook niet zeker.
Parallel daaraan dient het beleid zich te buigen over de vraag of het nodig en mogelijk is om de organisatie van scholen te ondersteunen met een regelgeving die even flexibel, maar liefst zo generiek mogelijk, rekening houdt met zo’n flexibele combinatie van contactonderwijs en afstandsonderwijs, met kortere of langere periodes van gehele of gedeeltelijke schoolsluitingen. Zodat het niet telkens nodig is een nooddecreet door het parlement te jagen of ad hoc nieuwe richtlijnen te verzinnen die vervolgens binnen het bestek van enkele weken tijd geregeld worden bijgestuurd. De afgelopen maanden heeft het beleid getoond dat het daarbij in staat is om ook ‘op de kleintjes te letten’, bijvoorbeeld door erover te waken dat leerlingen in kwetsbare situaties niet nog eens extra getroffen worden door verlies of terugvordering van hun schooltoelage door te veel onwettige afwezigheid op school. Maar het risico bestaat altijd dat bijzonder kwetsbare kinderen en jongeren in tijden van crisis tussen de mazen van het net vallen – nog meer dan anders al het geval is. Met ad-hocregelingen verhoogt dat risico alleen maar. Dat moeten we zoveel mogelijk proberen te vermijden. Om de toekomstkansen voor alle kinderen en jongeren gaaf te houden. Dit artikel is mede gebaseerd op een opiniestuk van de kinderrechtencommissaris dat verscheen op 24 april 2020 op VRT NWS20 en op een advies van het Kinderrechtencommissariaat van 4 mei 2020 aan de Vlaamse volksvertegenwoordigers21.
Dat stelt zowel scholen als het beleid voor nog verdere uitdagingen. Scholen – en de instanties die hen daarin kunnen begeleiden – bereiden zich het best voor op hoe ze tijdens kortere of langere periodes van geheel of gedeeltelijke schoolsluiting op een zo kwalitatief mogelijke wijze vervangend afstandsleren kunnen organiseren. Dat wil zeggen dat ze zich – in de woorden van Dirk Van Damme – gaan richten op een flexibele combinatie van contactonderwijs en afstandsonderwijs19. Zich daarop voorbereiden kan vertrekken vanuit een evaluatie van wat in het schooljaar 2019-2020 goed en minder goed gewerkt heeft. Uiteraard op didactisch vlak, maar zeker ook op het vlak van het bereiken en contact houden met alle leerlingen, in het bijzonder leerlingen in kwetsbare situaties. Voor alle kinderen en jongeren een normale studievoortgang en slaagkansen garanderen, moet hierbij de ambitie zijn. We moeten hierbij ook oog hebben voor het welbevinden van de leerlingen. En daarvoor bieden we hun het best alle kansen om hun stem naar voor te brengen.
18 OESO, “Scholen houden best ook rekening met sluitingen volgend schooljaar”, De Standaard 17 april 2020, www.standaard.be/cnt/ dmf20200417_04925360?M_BT=855925844173. 19 Zie vn. 18.
BW_TORB_5.indd 336
20 C. VRIJENS, Opinie: Coronacrisis daagt kinderrechten uit: connecteer met alle leerlingen, 24 april 2020, www. kinderrechtencommissariaat.be/actueel/opinie-coronacrisis-daagtkinderrechten-uit-connecteer-met-alle-leerlingen. 21 KINDERRECHTENCOMMISSARIAAT, Meer aandacht voor kindperspectief in coronamaatregelen, advies 2019-2020/11, 4 mei 2020, www.kinderrechtencommissariaat.be/advies/meer-aandachtvoor-kind-perspectief-coronamaatregelen.
14/07/20 08:37