Skip to main content

Passepartout 6 - Handleiding 1 - inkijk (conform nieuwe minimumdoelen)

Page 1


INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Voor u ligt de eerste handleiding van Passepartout voor het zesde leerjaar. Deze handleiding bevat de lessen voor contact 1 tot en met 4. Hierin start je met een stevige herhaling van het vijfde leerjaar. Voor sommige leerlingen betekent twee maanden zomervakantie een flinke verwatering van hun Franse woordenschat en vaak ook van hun spreekdurf.

Maak hiervoor gebruik van je co-teacher Kai op Kabas. Die voorziet een opwarmreeks om na te gaan wat de beginsituatie van je leerlingen is. Doorheen Passepartout beschik je vervolgens over een adaptief leerpad na elk contact en in het herhalingsmoment per vier contacten. Zo is Kai jouw co-teacher die je leerlingen motiveert om vooruitgang te boeken en een goed resultaat te bereiken.

Vanaf contact 1 pik je de draad verder op met nieuwe woordenschat en grammatica. Dit alles met als doel te communiceren, want dat staat centraal vanaf les 1. De leerlingen worden van in het begin gestimuleerd om te spreken en zullen dat doorheen de contacten frequent oefenen.

In de handleiding bieden we zoveel mogelijk Franse instructies aan. Zeker in het begin zal dit (te) moeilijk zijn voor bepaalde klasgroepen. Weet dat er heel veel herhaald wordt, gebruik dus zowel de Franse als de Nederlandse instructie om te starten zodat de leerlingen de Franse instructies gaandeweg oppikken. Op die manier oefenen de leerlingen ook direct het vertalen.

Een contact van Passepartout bestaat uit vijf lessen. Elk contact kent telkens dezelfde opbouw waardoor de manier van werken snel duidelijk is voor de leerlingen. Voor de opbouw van de lessen en de verschillende onderdelen lees je best eerst de algemene inleiding bij de methode.

Voor een les van Passepartout rekenen wij een lesduur van 50 minuten, voor een toets 25 minuten. Dit is uiteraard afhankelijk van de klasgroep. Daarom zie je dat Passepartout 6 in de jaarplanning bij elk contact een bufferlestijd voorziet. Benut die indien nodig of indien zinvol voor jouw leerlingen, zodat je elke leerling volop ontwikkelingskansen kan bieden.

Na vier contacten is er steeds tijd voor een overkoepelend herhalingsmoment. In de jaarplanning is hiervoor telkens één lesweek voorzien. Maak gebruik van de diverse materialen om volop te differentiëren. Enkel zo benut je de lestijd voor alle leerlingen optimaal.

Passepartout voorziet naast het leerwerkboek met de rode draad voor alle leerlingen, ook een gevarieerd differentiatieaanbod. Bekijk de informatie hierover in de algemene inleiding en benut zeker de diverse bestanden die je op Kabas terugvindt. Ze helpen je om de Franse taal voor alle leerlingen toegankelijk te maken, wat één van de kernpunten uit onze visie is.

We wensen jou en je leerlingen veel leerplezier met Passepartout!

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Herhaling Passepartout 5

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

1

Instap

Na de zomervakantie is de kennis van de Franse taal al wat verwaterd bij je leerlingen. Ze zijn ongetwijfeld wat woordenschat vergeten en ook de vervoegingen van de werkwoorden vraagt zeker herhaling en nieuwe inoefentijd. Deze leerstof komt in het zesde leerjaar opnieuw aan bod, maar toch is het zinvol om de eerste week van het schooljaar te gebruiken om alles terug op te frissen.

Op de eerste 19 bladzijden van het onthoudboekje Mon mémento 2 wordt alle leerstof uit Passepartout 5 herhaald. De verschillende woordenschatthema’s, alsook de grammatica die je daar terugvindt, kan je verwerken in onderstaande spelvormen.

2 Kern

2.1 Werkwoordenbingo

Elke leerling krijgt een bingokaart van kopieerblad 1 met daarop negen vervoegingen van werkwoorden. Lees een zin van kopieerblad 2 voor in het Nederlands. Lees daarna dezelfde zin voor in het Frans, maar laat het werkwoord weg. Als de leerlingen de juiste vervoeging op hun kaart hebben staan, dan mogen ze die afkruisen.

Lees de zin nogmaals volledig voor als alle leerlingen hun kaart hebben bekeken en de juiste vorm hebben afgekruist, zodat de leerlingen hun antwoord kunnen controleren.

Wie als eerste alle vervoegingen op zijn kaart heeft kunnen afkruisen, wint.

2.2

Wat is het?

De leerlingen werken in groepen van drie of vier. Elke leerling heeft een post-it. Hierop schrijft hij een woord dat bij een vooraf afgesproken thema past. Hij plakt het woord op het voorhoofd van een andere leerling. Wijs de leerlingen erop dat ze het lidwoord niet vergeten.

Om beurten stellen de leerlingen elkaar vragen om zo snel mogelijk hun eigen identiteit te achterhalen. Wie kan, stelt al enkele vragen in het Frans. Leerlingen voor wie dat nog te moeilijk is, stellen alle vragen in het Nederlands.

Mogelijke thema’s zijn: kleuren, schoolmateriaal, voeding, huisdieren, delen van een huis, familieleden, vervoersmiddelen …

2.3 Getallendomino

De leerlingen werken in groepen van drie of vier. Elke groep krijgt bijlage 1 met dominostenen. Ze knippen de stenen uit. Wijs de leerlingen erop dat ze enkel op de stippellijn mogen knippen.

De leeringen verdelen twaalf stenen onder elkaar. De andere leggen ze op een hoop, met de tekst naar beneden. Wie het laagste getal in cijfers heeft, mag beginnen. De volgende legt er een passende steen naast (met daarop hetzelfde getal, maar in letters): bijvoorbeeld 9 mag naast neuf. Past er niets, dan neemt de leerling één steen bij. Past die ook niet, dan gaat de beurt naar de volgende speler.

Wie als eerste al zijn stenen gelegd heeft, wint.

2.4 Sorteertool

Open de sorteertool op je digitaal bord. Laat de leerlingen in duo’s de foto’s bekijken. Geef de leerlingen de opdracht de objecten die tot dezelfde categorie behoren te groeperen.

Laat enkele leerlingen aan het bord komen om de foto’s in verschillende categorieën te verdelen. Ongetwijfeld zullen de leerlingen de foto’s indelen in ‘dieren’, ‘voedingsmiddelen’ en ‘schoolmateriaal’.

Overloop en bespreek:

- Welke kaarten tonen dieren?

- Kan je die benoemen in het Frans? un chien — un chat — un lapin — un cheval — un oiseau — un poisson

- Ken je nog andere dieren in het Frans?

Doe hetzelfde voor de andere categorieën.

Voedingsmiddelen: un croissant — un pain — une pomme — une tartine — une baguette Schoolmateriaal: un livre — un ordinateur — un cahier

Waardeer de individuele verschillen tussen leerlingen.

2.5 Kamertool

Met de kamertool kunnen de leerlingen hun eigen klas of een fictieve klas nabouwen. Het belangrijkste daarbij is dat er verschillende voorwerpen in de klas gepositioneerd zijn, zodat de leerlingen met deze tool de plaatsbepalingen kunnen inoefenen. Zet de leerlingen per twee aan het werk.

Er zijn verschillende mogelijkheden:

- De ene leerling heeft een voorwerp in het hoofd. De andere leerling raadt het voorwerp op basis van vragen: Staat het voorwerp achteraan in de klas? Staat het op een bank? …

- De ene leerling omschrijft waar de andere leerling een voorwerp moet plaatsen. De andere leerling plaatst het. Ze controleren samen.

2.6 Mondelinge interactie

De leerlingen werken in duo’s. Verdeel de praatplaten van het vijfde leerjaar onder de leerlingen. Vraag aan de leerkracht van het vijfde leerjaar hoeveel contacten er verwerkt werden.

De leerlingen herhalen de woordenschat en grammatica van het vijfde leerjaar aan de hand van deze praatplaten. Verdeel ze volgens de noden van je klasgroep.

Thuis, als huiswerk, kunnen de leerlingen de mini-dialogen van hun onthoudboekje op pagina 1 tot en met 13 verwoorden zoals ze dit in het vijfde leerjaar oefenden. Indien er woorden zijn die de leerlingen niet meer begrijpen, kunnen ze die opzoeken in de woordenlijst op pagina 14 tot en met 19

3 Lesafsluiting

Neem voldoende tijd om de leerstof van het vijfde leerjaar te herhalen. Deze leerstof zal dit jaar regelmatig terug aan bod komen. Toch kan het nuttig zijn om de bovenstaande opdrachten af en toe nog eens te herhalen doorheen het schooljaar.

Opwarmreeks

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

De opwarmreeks polst bij de start van het zesde leerjaar wat de beginsituatie van de leerlingen is na de zomervakantie. De oefeningen herhalen woordenschat en grammatica uit het vijfde leerjaar om zo de startsituatie voor het zesde leerjaar in kaart te brengen.

Zo zet je jouw leerlingen aan het werk:

- Ga naar Kabas.

- Open de inhoudstafel en klik de opwarmreeks aan.

- Ga naar het tabblad ’leerlingen toegang’.

- Vink de opwarmreeks aan.

- Klaar! Je leerlingen krijgen de opwarmreeks nu in hun overzicht te zien. In jouw resultatenscherm kan je hun prestaties volgen.

Contact 1

C’est fini les vacances!

Lesdoelen

Les 1 1 De leerlingen kunnen het onderwerp in een luisterfragment bepalen.

2 De leerlingen kunnen vooraf beluisterde woorden en zinnen nazeggen.

3 De leerlingen kunnen de woordenschat rond iemand groeten, een telefoongesprek voeren en spreken over je vakantie toepassen.

Les 2 1 De leerlingen durven een gesprek in het Frans te voeren.

2 De leerlingen kunnen vooraf beluisterde woorden en zinnen nazeggen.

3 De leerlingen kunnen de woordenschat rond aspecten van reizen inzetten in een gesprek.

4 De leerlingen kunnen de werkwoorden op -er vervoegen.

Les 3 1 De leerlingen kunnen informatie uit een informatieve tekst halen.

2 De leerlingen kunnen foutloos kopiëren.

3 De leerlingen kunnen de woordenschat en zinstructuren rond iemand groeten, spreken over je vakantie en reizen functioneel toepassen.

4 De leerlingen kunnen de werkwoorden op -er vervoegen.

Les 4 1 De leerlingen kunnen deelnemen aan een gesprek in het Frans waarin ze praten over hun familie.

2 De leerlingen durven een gesprek in het Frans te voeren.

3 De leerlingen tonen interesse in de Franse taal en cultuur.

Les 5 Toets en differentiatie

Taalhandelingen en taalsituaties

Nieuwe woorden

Nieuwe uitdrukkingen

Leermiddelen

- iemand groeten

- een telefoongesprek voeren

- gevoelens uitdrukken

les Ardennes

une fin

un grand-père

une grand-mère

les grands-parents une mère

Il fait un temps super.

la nature une plage un retour une valise un voyage

J’adore me promener.

Dans une semaine.

Qui soigne tes animaux?

Ils habitent en face de chez moi.

Tu sembles triste.

- Leerwerkboek 1 pagina 7 — 16

- Mon mémento 2 pagina 20

- Kopieerbladen 3 — 5

- Woordenschatlijst

- Bijlagen 2 — 4

- Bewegend leren

- Praatplaten 1 — 5

- Klassikale prent 1

- Animatie 1

- Audiofragment 1

- Sorteertool

- spreken over de vakantie

- de werkwoorden op -er

finir nager parler se promener rentrer sembler soigner en face de malheureux, malheureuse triste

Elle est malheureuse.

Il fait sa valise.

Je passe les vacances à la mer.

C’est fini.

Tout a une fin.

Bon retour!

- Digitale oefenreeksen: Les bases: oefenreeksen 1 — 2

En plus: oefenreeksen 3 — 10

Parachute: oefenreeks 11

En forme: oefenreeks 12

- Adaptief traject KAI

- Spraakoefeningen op de woordenschat

- En forme pagina 4 — 6

- Passepartout Plus 1 pagina 5 — 12

Contact 1

1

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

1 Voorkennis activeren en lesdoel

Maak een keuze of je dit contact start vanuit optie 1.1, 1.2, 1.3 of 1.4. Je kan meerdere opties ook combineren in een hoekenwerk. Naargelang je keuze volg je hieronder de bijhorende werkvorm en leg je de materialen klaar. Rond af met 1.5 en maak de opstap naar de dialoog.

1.1 Bijlagen op papier

Verdeel de leerlingen in groepen van drie of vier en geef elke groep een exemplaar van de afbeeldingen en de woordkaarten van bijlage 2 en 3. Laat de leerlingen in groep de woordkaarten lezen. Geef als opdracht:

- Verdeel de kaarten in twee groepen.

- Bedenk een titel voor elke groep.

Ongetwijfeld zullen de leerlingen snel op de opdeling ‘goeiedag zeggen’ en ‘afscheid nemen’ komen. Overloop en bespreek:

- Welke kaarten horen bij ‘goeiedag zeggen’? hej — guten Tag — namaste — bonjour — hoi — hallo — good morning — hola - Je ziet kaarten in verschillende talen, welke talen kende je al?

- Ken je nog andere manieren om iemand te begroeten? Hoe begroet jij jouw vrienden en familie?

Doe hetzelfde voor het afscheid nemen. à bientôt — farewell — adios — doei — hasta la vista — goodbye — arrivederci — tschau — adjö — tot ziens — au revoir — tot morgen

Waardeer de individuele verschillen tussen leerlingen.

1.2 Sorteertool

Open de sorteertool op je digitaal bord. Laat de leerlingen in duo’s de woordkaarten lezen. Geef als opdracht:

- Verdeel de kaarten in twee groepen.

- Bedenk een titel voor elke groep.

Ongetwijfeld zullen de leerlingen snel op de opdeling ‘goeiedag zeggen’ en ‘afscheid nemen’ komen. Laat hen aan het bord komen om de woordkaarten te plaatsen onder één van beide rubrieken en bespreek:

- Welke kaarten horen bij ‘goeiedag zeggen’?

- Je ziet kaarten in verschillende talen, welke talen kende je al?

- Ken je nog andere manieren om iemand te groeten? Hoe begroet jij jouw vrienden en familie?

Doe hetzelfde voor het afscheid nemen.

Waardeer de individuele verschillen tussen leerlingen.

1.3 Telefoongesprek

De leerlingen werken in duo’s. Geef elk duo een telefoongesprek van kopieerblad 3. Laat de leerlingen de zinnen uitknippen en in de juiste volgorde leggen. Daarna oefenen ze mondeling het telefoongesprek. Duo’s die hier snel mee klaar zijn, kunnen een tweede telefoongesprek ordenen en inoefenen.

De leerlingen die dat willen, spelen nadien hun telefoongesprek na voor de klas.

1.4 Memory

De leerlingen werken in groepen van drie of vier. Elke groep krijgt bijlage 4 met de memory rond gevoelens. Ze knippen alle kaarten uit en verspreiden die over de tafel, met de tekst of afbeelding naar beneden. Om beurten draait elke leerling twee kaarten om. Ze combineren afbeeldingen met woorden. Hebben ze een juiste combinatie gevonden, dan houden ze de kaarten bij en blijven ze aan de beurt.

Wie op het einde de meeste kaarten heeft kunnen verzamelen, wint.

1.5 Opstap naar dialoog

Vat samen wat besproken is tijdens de instap en maak de koppeling naar de dialoog.

Adam et Héléna sont en vacances. Héléna est à la côte et Adam est dans les Ardennes. C'est presque la fin des vacances. Héléna est curieuse. Elle appelle Adam.

Adam en Héléna zijn beiden op vakantie: Héléna bevindt zich aan de kust, Adam is op vakantie in de Ardennen. Het einde van de vakantie nadert. Héléna is benieuwd hoe Adam het stelt in de Ardennen en belt hem eens op.

Après ce contact, vous pourrez avoir une conversation téléphonique et parler de vos vacances. Na dit contact zullen jullie een telefoongesprek kunnen voeren in het Frans en zullen jullie kunnen vertellen over jullie vakantie.

2 Kern

2.1 Dialoog: de eerste luisterbeurt

Speel animatie 1 met de dialoog af. De leerlingen kijken en luisteren aandachtig. Bespreek nadien:

- Qu’est-ce qui s’est passé? De quoi s’agit-il? De quoi parlent les copains au téléphone?

- Wat is er gebeurd? Waarover gaat het? Waarover spreken de vrienden aan de telefoon?

Héléna et Adam sont en voyage. Héléna appelle Adam pour demander comment ça va. Adam est triste parce que demain, il rentre à la maison.

Héléna en Adam zijn op reis. Héléna belt Adam op om te vragen hoe het gaat. Adam is verdrietig, omdat hij morgen terug naar huis vertrekt.

- Quels mots connais-tu déjà?

- Welke woorden die je hoorde, kende je al?

- Quels mots sont de nouveaux mots?

- Welke woorden heb je gehoord die nieuw zijn?

De dialoog wordt straks nog een aantal keer bekeken en beluisterd. De leerlingen hoeven dus nog niet alles opgepikt te hebben na deze eerste luisterbeurt.

2.2 Nieuwe woordenschat

Prenez votre livre à la page 8. Nous lisons les nouveaux mots. Après chaque mot, on regarde la traduction.

Neem jullie boek op pagina 8. We lezen de nieuwe woorden. Na elk woord bekijken we de vertaling.

Puis on lit les nouvelles expressions et on regarde chaque fois la traduction.

Daarna lezen we de nieuwe uitdrukkingen en bekijken we elke keer de vertaling.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Laat de leerlingen hun leerwerkboek nemen op pagina 8. Overloop het kader met de nieuwe woordenschat. Om de begripsvorming vlot te laten verlopen, vertaal je best meteen de nieuwe woorden, structuren en uitdrukkingen van de dialoog.

Lees in deze fase zelf telkens de Franse woorden voor en laat een korte pauze per woord of uitdrukking zodat de leerlingen de vertaling zelf kunnen lezen.

Het doornemen van het kader mag vlot gaan. De woordenschat en de nieuwe uitdrukkingen en zinstructuren worden doorheen het contact nog veelvuldig verder ingeoefend, dit is pas een eerste kennismaking.

2.3 Dialoog: luisteren en lezen

Nous regardons l’animation une deuxième fois. Pendant qu’on écoute, on suit le texte dans le livre ou sur l’écran.

We bekijken de animatie een tweede keer. Terwijl we luisteren, volgen we de tekst in het boek of op het scherm.

Speel animatie 1 voor de tweede keer af. De leerlingen kunnen kijken en luisteren naar de ondertitelde versie of meevolgen in hun leerwerkboek op pagina 7. De uitspraak wordt zo gekoppeld aan het schriftbeeld.

Bekijk de korte opdrachten in de sleutels. Laat de leerlingen het antwoord markeren in de tekst.

Nous regardons l’animation une troisième fois. Pendant qu’on écoute, on suit le texte et on peut lire à voix basse.

We bekijken de animatie een derde keer. Terwijl we luisteren, volgen we de tekst en lezen we zachtjes mee.

Speel de dialoog nog een derde keer af. De leerlingen kunnen fluisterend, halfluid of luidop meelezen. Hardop lezen is pas verantwoord als men voldoende geluisterd heeft, dit is dus geen must.

Maintenant je lis le dialogue. Vous répétez chaque phrase après moi.

Nu lees ik de dialoog voor. Jullie herhalen elke zin na mij.

Lees de dialoog zelf voor. De leerlingen herhalen telkens de gelezen zin. Je kan er ook voor kiezen om telkens een andere leerling een zin te laten herhalen.

Faites oralement l'exercice 1 à la page 8 avec votre voisin ou voisine.

Maak oefening 1 op pagina 8 mondeling met je buur.

Neem nu het leerwerkboek pagina 8, opdracht 1 erbij. Laat de leerlingen die in duo’s mondeling oplossen.

Er worden enkele vragen gesteld over de inhoud van de dialoog. Alle vragen zijn geformuleerd met woorden die de leerlingen in Passepartout 5 leerden. Probeer deze fase zoveel mogelijk in het Frans te laten verlopen. Indien nodig vertaal je.

Als je voelt dat de leerlingen nog veel ondersteuning nodig hebben, kan je ervoor kiezen om deze opdrachten klassikaal te maken. Bewaak dan goed dat elke leerling uitgedaagd wordt om mee te denken en gebruik eventueel wisbordjes. Wanneer je liever inzet op individueel werk, dan laat je de leerlingen de dialoog beluisteren via de QR-code in hun werkboek.

3

Lesafsluiting

3.1 Lezend spreken

Om de eerste les van dit contact af te ronden, neem je de tekst van de dialoog klassikaal door. Kies zelf op basis van de noden van je klasgroep hoe je dit doet.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Heb je het gevoel dat de leerlingen je houvast en ondersteuning nog nodig hebben, lees dan zelf zin per zin de tekst voor. Laat de leerlingen telkens de zin nazeggen.

Konden je leerlingen vrij vlot om met de woordenschat, dan laat je zin per zin door een leerling voorlezen. Zorg er in dat geval voor dat elke leerling aan bod komt. Je kan de dialoog meerdere keren herhalen.

On lit le dialogue encore une fois.

- Moi, je lis le dialogue et vous répétez chaque phrase.

- Quand je dis ton nom, tu lis la phrase suivante.

- Ensuite, on va traduire les phrases.

We lezen de dialoog nogmaals.

- Ik lees de dialoog en jullie herhalen elke zin.

- Als ik je naam zeg, lees je de volgende zin.

- Nadien gaan we de zinnen vertalen.

Peux-tu déjà dire «goeiedag» ou «tot ziens» en français?

Kan je al goeiedag zeggen of afscheid nemen in het Frans?

3.2 Memoriseren

Geef de leerlingen de opdracht om de dialoog thuis te memoriseren tegen de volgende les.

Dit kunnen ze doen door de dialoog op Kabas te beluisteren of aan de hand van hun leerwerkboek

À la maison, mémorisez le dialogue. Utilisez le livre-cahier ou Kabas.

Memoriseer de dialoog thuis. Gebruik je leerwerkboek of Kabas.

Zorg ervoor dat de dialoog en de oefeningen op Kabas openstaan voor de leerlingen.

Differentieer: niet alle leerlingen hoeven de volledige dialoog te memoriseren. Verdeel volgens de noden van je klasgroep.

Contact 1

Les 2

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

1

Instap: spelen van de dialoog

Het memoriseren van dialogen is in de basisschool heel belangrijk, zo ontstaan er kapstokfuncties. Vanuit deze startzinnen kunnen de leerlingen zelf tot vrijere vertolkingen komen tijdens mondelinge interactie.

Vous avez mémorisé le dialogue. Maintenant vous allez jouer le dialogue en petits groupes. Jullie hebben de dialoog gememoriseerd. Nu gaan jullie de dialoog naspelen in kleine groepen.

De leerlingen hebben de dialoog gememoriseerd na de vorige les. Verdeel de leerlingen in meerdere groepen zodat elke leerling actief is. Laat de groepen de dialoog naspelen. Doe dit eventueel een tweede keer waarbij ze elk een andere rol opnemen. Loop rond en beluister zoveel mogelijk groepen, laat eventueel één groep de dialoog voor de klas naspelen.

Laat zwakkere leerlingen (en/of leerlingen die bijvoorbeeld afwezig geweest zijn) hun boek bij de hand nemen zodat ze de tekst kunnen aflezen. Met deze opdracht stimuleer je ook de spreekdurf. Aflezen is beter dan niet deelnemen.

Opgelet: dit naspelen kent een belangrijke functie om tot kapstokfuncties voor het verdere hoofdstuk te komen, maar is niet het hoofdonderdeel van de les. Bewaak de tijd en zorg dat je snel naar de kern van de les kan overgaan.

Hier kan je het herhalend spreken evalueren.

Dans ce cours, nous répétons la conjugaison des verbes en -er et nous apprenons à raconter de nos vacances.

In deze les herhalen we de vervoeging van de werkwoorden op -er en leren we vertellen over onze vakantie.

2 Kern

2.1 Inleiding op de luisteroefening

Prenez votre livre à la page 9, exercice 2 et 3. Travaillez à deux. Un(e) élève pose les questions, l’autre élève répond.

Neem jullie boek op pagina 9, oefening 2 en 3. Werk per twee. Eén leerling stelt de vragen, de andere leerling antwoordt. Voordat de leerlingen gericht luisteren naar de opdracht, oefenen ze eerst met een partner. Laat de leerlingen hun leerwerkboek nemen op pagina 9 en laat hen de tekeningen bij opdracht 2 en 3 bekijken.

Regardez les images et dites ce que les enfants font.

Bekijk de tekeningen en zeg wat de leerlingen doen.

Opdracht 2

De ene leerling stelt een vraag.

- Elle fait quoi?

- Il fait quoi?

- Elles font quoi?

- Ils font quoi?

De andere leerling geeft een juist antwoord met behulp van de zinnen. Nadien wisselen de rollen om.

Opdracht 3

De ene leerling stelt een vraag.

- Comment va-t-il en vacances?

- Comment va-t-elle en vacances?

- Où va-t-il en vacances?

- Où va-t-elle en vacances?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

- Qu’est-ce qu’il fait pendant les vacances?

- Qu’est-ce qu’elle fait pendant les vacances?

De andere leerling geeft een juist antwoord met behulp van de zinnen. Nadien wisselen de rollen om.

Laat de leerlingen beide opdrachten een paar keer in duo’s oefenen. Vraag nadien enkele duo’s om hun conversatie voor de groep na te spelen.

Hier kan je het bewerkend/beschrijvend spreken evalueren.

2.2 Luisteroefening

Prenez votre livre à la page 10, exercice 4. Écoutez bien! Notez le numéro de chaque dialogue sous le bon dessin.

Neem jullie boek op pagina 10, oefening 4. Luister goed! Noteer het nummer van elke dialoog onder de juiste tekening.

Laat de leerlingen in hun leerwerkboek opdracht 4 nemen. Bespreek eerst samen de opdracht zodat de leerlingen weten met welk doel ze naar de gesprekken luisteren.

Speel audiofragment 1 met de luisteropdracht af. Laat het een tweede keer horen als je merkt dat niet alle leerlingen de opdracht konden oplossen. Verbeter nadien klassikaal.

1 Salut Thomas. Tu es où?

– Je suis dans les Ardennes. Je suis malheureux. Il n’y a pas de soleil!

2 Bonjour Marie. Tu es déjà de retour?

– Non Lucas, on rentre dans trois jours. Il fait chaud en Espagne. Je nage beaucoup dans la piscine de l’hôtel.

A 3 B 4 C 1 D 2

2.3 Coin de grammaire

3 Salut Valérie. Où es-tu en vacances?

– On est à la mer du Nord. On n’a pas de chance. Il pleut presque chaque jour.

4 Bonjour Julien. Et les vacances, ça se passe bien?

– Ça alors, j’adore les montagnes! Je fais beaucoup de sport.

Kies je ervoor om inductief te werk te gaan, laat de leerlingen dan eerst opdracht 5 op pagina 10-11 van het leerwerkboek maken. Zo kunnen ze zelf de regels uit de taalhoek ontdekken.

In wat volgt omschrijven wij de deductieve aanpak waarbij we eerst de regels toelichten en de leerlingen ze dan laten verwerken en inoefenen met opdrachten.

Prenez votre livre à la page 10, le coin de grammaire. Nous répétons la conjugaison des verbes en -er. Neem jullie boek op pagina 10, de taalhoek. We herhalen de vervoeging van de werkwoorden op -er.

Laat de leerlingen hun leerwerkboek openleggen op pagina 10

We herhalen de vervoeging van de werkwoorden op -er. Dit zijn werkwoorden met typevervoegingen: er is een deel dat niet verandert (de stam) en een deel dat wel verandert (de uitgang). Deze uitgangen kunnen duidelijk aangetoond worden in het leerwerkboek

Laat de leerlingen nogmaals vaststellen dat vier van de zes vormen dezelfde uitspraak hebben. Ze worden wel anders geschreven naargelang het bijhorende onderwerp (le sujet).

Bij de vervoeging van ‘s’appeler’ komt er een ‘l’ bij voor een doffe -e.

In Passepartout 5 leerden we de werkwoorden ‘commencer’ en ‘manger’, maar niet de vervoeging ervan omwille van de nous-vorm. C wordt ç voor een o en g wordt ge voor een o.

Nieuw in dit contact is het werkwoord ‘préférer’. É wordt è als er een doffe -e volgt. Er is niet alleen een verschil bij het schrijven, maar ook bij de uitspraak.

Overloop het kader in het leerwerkboek op pagina 10

Prenez votre livre à la page 10, exercice 5. Travaillez à deux. Un(e) élève pose les questions, l'autre élève forme des réponses.

Neem oefening 5 erbij op pagina 10. Werk per twee. Eén leerling stelt de vragen, de andere leerling antwoordt.

Laat de leerlingen vervolgens in duo’s opdracht 5 maken ter inoefening. Eén leerling leest de vraag, de andere leerling antwoordt.

De leerlingen kunnen via de QR-code bij elke taalhoek een instructievideo met de uitleg oproepen.

Hier kan je het bewerkend/beschrijvend spreken evalueren.

3 Lesafsluiting

In de voorbije twee lessen leerden we terug heel wat: groeten aan de telefoon, spreken over de vakantie, over onze emoties, over activiteiten en over het weer. Wat kenden jullie al van vorige jaar en wat was nieuw?

Laat de leerlingen aan het woord: wat hadden we vorig jaar al geleerd en wat was nieuw?

Vous connaissez déjà beaucoup de verbes en français. Pour terminer, vous pouvez écrire la conjugaison du verbe … (sur un tableau effaçable).

Jullie kennen al heel wat werkwoorden in het Frans. Om af te sluiten, mogen jullie de vervoeging van het werkwoord … noteren (op een wisbordje).

Het is van belang dat leerlingen de vervoeging van veelvoorkomende werkwoorden beheersen. Ze moeten niet alleen de vervoegingen in de juiste volgorde per werkwoord kunnen geven, maar ze ook door elkaar kunnen gebruiken. Doorheen de volgende contacten en herhalingsmomenten zetten we er regelmatig op in om dit te herhalen en te verankeren.

Contact 1

Les 3

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

1

Instap

De leestekst van deze les is een stamboom van de familie van Adam en Sacha.

Vraag de leerlingen of ze weten wat een stamboom is. Laat een tweetal leerlingen een stamboom van hun familie op het bord tekenen: grootouders, ouders, broers en zussen, tantes en nonkels, neven en nichten. Help waar nodig.

Qui peut dessiner l’arbre généalogique de sa famille au tableau?

Wie kan er een stamboom van zijn/haar familie aan het bord tekenen?

Laat de leerlingen enkele familieleden benoemen in het Frans aan de hand van de stamboom op het bord. Duid telkens een andere leerling aan.

Comment appelle-t-on ce membre de la famille en français?

Hoe noem je dit familielid in het Frans?

Dans cette leçon, nous regardons l’arbre généalogique de la famille Michaud. En cinquième année, on a déjà appris un père et un(e) enfant. Maintenant, nous apprenons d’autres membres de la famille. In deze les bekijken we de stamboom van de familie Michaud. In het vijfde leerjaar leerden we reeds 'un père' et 'un(e) enfant'. Nu komen er heel wat familieleden bij in het Frans.

2 Kern

2.1 Leestekst

On ouvre notre livre à la page 11. Regardez l’arbre généalogique.

We openen ons boek op pagina 11. Bekijk de stamboom.

Bekijk met de leerlingen de stamboom op pagina 11 van het leerwerkboek

In het vijfde leerjaar leerden we de getallen tot 20 en de tientallen trente, quarante en cinquante. De getallen tot 100 leren we pas in contact 2 van het zesde leerjaar. Stel daarom enkel vragen rond de leeftijd van de kinderen of van Bertrand of Hélène.

Stel enkele vragen over de stamboom:

- Qui est la mère de Bertrand?

- Qui est le père de Bertrand?

- Bertrand est le père de qui?

- Bertrand est le frère de qui?

- Quel âge a Bertrand?

Laat de leerlingen aansluitend opdracht 6 maken.

- Quel âge a Sacha?

- Comment s’appelle la mère de Sacha?

- Hélène est la fille de qui?

- Virginie est la grand-mère de qui?

-

Faites l'exercice 6. Complétez les phrases. Maak oefening 6. Vul de zinnen aan.

Verbeter klassikaal en check of alle leerlingen de familiebanden en leeftijden goed hebben kunnen aflezen op de stamboom.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

2.2 Vertalend spreken

Nous prenons notre livre à la page 8. On regarde maintenant les nouveaux mots et les nouvelles expressions. On cache le français avec la main gauche et on traduit du néerlandais au français à voix basse.

We keren terug naar pagina 8. We bekijken de nieuwe woorden en uitdrukkingen. We bedekken het Frans met de linkerhand en we vertalen fluisterend van het Nederlands naar het Frans.

De leerlingen nemen de woordenlijst en de lijst met uitdrukkingen op pagina 8 erbij en oefenen mondeling de vertalingen.

2.3 Schrijven

De leerlingen oefenen de woordenschat en de inhoud van dit contact verder in met de schriftelijke oefeningen. De opdrachten zijn in verschillende moeilijkheidsgraden opgebouwd.

We onderscheiden drie verwerkingsniveaus:

- Herhalend: de leerlingen schrijven woorden of zinnen foutloos na. Leerlingen die hier al vlot mee weg zijn kunnen de zinnen in het Frans bedekken nadat ze die gelezen hebben. Ze schrijven de zin daarna over vanuit het geheugen.

- Beschrijvend: de opdrachten vragen wat denkwerk van de leerlingen. Dit zijn associatieoefeningen, chronologisch rangschikken, teksten aanvullen of samenstellen aan de hand van aangegeven bouwstenen …

- Structurerend: er zijn geen aangereikte bouwstenen. De leerlingen doen een beroep op hun kennis of ze zoeken het gevraagde op (in het leerwerkboek of in hun onthoudboekje Mon mémento 2). Deze opdrachten zijn geen must, maar kunnen door vluggere leerlingen gemaakt worden.

Prenez votre livre à la page 12-15. On parcourt les exercices. Faites les exercices. On travaille en silence. Utilisez Mon mémento 2 si nécessaire.

We openen ons boek op pagina 12-15. We overlopen de oefeningen. Maak de oefeningen. We werken in stilte. Gebruik Mon mémento 2 indien nodig.

De leerlingen nemen hun leerwerkboek pagina 12. Overloop kort de opdrachten, zodat die voldoende duidelijk zijn en laat de leerlingen aan de slag gaan. Differentieer waar nodig, zodat elke leerling op maat kan werken.

Herhalend: opdracht 7

Beschrijvend: opdracht 8 — 9 — 10 — 11 — 12 — 13*

Structurerend: opdracht 14

Nous jouons: opdracht 15

*Opdracht 13 is vertalend schrijven. Voor bepaalde leerlingen kan het nuttig zijn om de zinnen eerst mondeling te laten vertalen.

Op het einde kan je de opdrachten klassikaal verbeteren, laat alle leerlingen willekeurig aan bod komen.

On corrige les exercices ensemble. We verbeteren de oefeningen klassikaal.

3 Lesafsluiting

We hebben geluisterd, gesproken, geschreven en gelezen in het Frans. In de volgende les oefenen we in een gesprek wat we leerden.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Avant le prochain cours, à la maison, prenez le petit livre Mon Mémento 2 à la page 20, les mini-dialogues. Préparez-vous pour le prochain cours. Posez les questions et répondez. Neem vóór de volgende les thuis jullie onthoudboekje op pagina 20, de minidialogen. Bereid jullie voor op de volgende les. Stel vragen en beantwoord ze.

Vooraleer je les 4 start, is het zinvol om de leerlingen (thuis) met hun onthoudboekje Mon mémento 2 pagina 20 de minidialogen te laten inoefenen. Geef hen de raad af te wisselen: de antwoorden te bedekken om de vragen te beantwoorden en de vragen te formuleren vanuit het lezen van de antwoorden.

Contact 1

Les 4

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

1 Voorkennis activeren

Doorheen de voorbije lessen is de nieuwe woordenschat van dit contact herhaaldelijk geoefend via luisteren, lezen, schrijven en spreken. Nu gaan we een stapje verder door in te zetten op vrijere vertolkingen en de leerlingen tot mondelinge interactie aan te zetten.

Leid de opdracht van de mondelinge interactie in:

Aujourd'hui, c'est à vous. Vous allez travailler ensemble pour faire des mini-dialogues. Vandaag is het aan jullie. Jullie gaan samenwerken om mini-dialogen te voeren.

2 Kern

2.1 Mondelinge interactie

Mondelinge interactie vormt de belangrijkste rode draad van elk contact. De leerlingen hebben dit normaal gesproken thuis voorbereid. Groepeer de leerlingen in groepen van maximaal vier leerlingen met hetzelfde niveau.

Passepartout biedt hiervoor opdrachten aan op drie niveaus:

- Niveau 1

De leerlingen die het nog moeilijk hebben met mondelinge interactie, nemen het leerwerkboek op pagina 15. Daar vinden ze uitgeschreven zinnen in een kader om zelf een conversatie mee op te bouwen. Dit is het eerste niveau waarbij de meest uitgebreide ondersteuning op zinsniveau wordt geboden.

Let op: het is niet de bedoeling dat de leerlingen alles aflezen van links naar rechts. Ze krijgen alle elementen aangeboden, maar ze moeten opletten dat hun antwoord aansluit bij de vraag.

- Niveau 2

Voor leerlingen die er al vlotter mee weg zijn, bieden we individuele ondersteuning op woordniveau aan. Met de praatplaten 1 tot en met 5 voeren ze in duo’s mini-dialogen. Een leerling stelt een vraag die op de achterzijde staat. Diezelfde leerling hoort of de antwoorden correct zijn en biedt, indien nodig, hulp aan in drie fases:

1 De leerling geeft het eerste woord van het antwoord.

2 De leerling geeft de eerste twee woorden van het antwoord.

3 De leerling zegt het antwoord voor, de medeleerling herhaalt het antwoord.

- Niveau 3

De leerlingen die vlot tot mondelinge interactie komen, baseren zich voor het naspelen van een dialoog op de geprojecteerde klassikale prent 1. Zij verwoorden zelf vragen en antwoorden zonder bijkomende ondersteuning.

Zet klassikale prent 1 open op het digitale bord en deel praatplaten 1 — 5 uit aan de duo’s die er gebruik van zullen maken. Laat de leerlingen die er nood aan hebben, het leerwerkboek op pagina 15 gebruiken.

De leerlingen oefenen enkele keren een gesprek. Ze wisselen een paar keer van rol, zodat ze beiden zowel de vragen als de antwoorden geoefend hebben.

Laat een aantal duo’s klassikaal opvoeren wat ze geoefend hebben. Laat hen ook bij de opvoering gebruikmaken van de materialen zoals ze geoefend hebben (naargelang het niveau).

On travaille en groupes.

(niveau 1) Vous travaillez à deux. Regardez votre livre à la page 15: un(e) élève pose les questions, un(e) autre élève forme des réponses. Échangez de rôle.

(niveau 2) Vous travaillez à deux. Utilisez les scènes de vocabulaire: un(e) élève pose les questions, un(e) autre élève forme des réponses. Échangez de rôle.

(niveau 3) Vous travaillez à deux. Regardez le tableau pour former des phrases correctes.

We werken in groepen.

(niveau 1) Jullie werken per twee. Bekijk jullie boek op pagina 15: één leerling stelt de vragen, een andere leerling vormt antwoorden op die vragen. Wissel van taak.

(niveau 2) Jullie werken per twee. Gebruik de praatplaten: één leerling stelt de vragen, een andere leerling vormt antwoorden op die vragen. Wissel van taak.

(niveau 3) Jullie werken per twee. Bekijk het bord om goede zinnen te vormen.

Hier kan je het herhalend (niveau 1) of bewerkend/beschrijvend (niveau 2) spreken evalueren.

3 Lesafsluiting

3.1 Cultuur

Pour terminer ce cours, on fait connaissance avec un petit village dans les Ardennes. Prenez votre livre à la page 16.

Om deze les af te sluiten maken we kennis met een dorpje in de Ardennen. Neem jullie boek op pagina 16.

Naast het bijbrengen van vaardigheden, kennis en attitudes, willen we de leerlingen ook kennis laten maken met de Franstalige socioculturele wereld. Elk contact eindigt met een lesmoment waarbij we een aspect van de cultuur belichten.

In dit eerste contact blijven we in de vakantiesfeer en maken de leerlingen kennis met de Ardennen en een paar typische specialiteiten uit die streek.

Lees de inleidende tekst voor. Bekijk de foto’s en de woorden en laat de leerlingen de opdracht uitvoeren in het leerwerkboek op pagina 16

Combinez les phrases avec les bonnes photos. Combineer de zinnen met de juiste foto’s.

Hou ook een kort klasgesprek:

- Qui va souvent en vacances dans les Ardennes?

- Que fais-tu dans les Ardennes?

- Dans quelle province trouve-t-on Frahan?

-

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Als de leerlingen een woord niet begrijpen, laat hen dit dan opzoeken in de woordenlijst of een woordenboek. Het kunnen opzoeken is een belangrijk doel dat het best spontaan ingeoefend wordt.

3.2 Bewegend leren

On va bouger!

We gaan bewegen!

Bij elk contact voorziet Passepartout twee activiteiten bewegend leren. De activiteit bewegend leren kan ofwel op woordenschat of op grammatica oefenen, er is gezorgd voor een afwisseling tussen de contacten. Dat houdt in dat voor de overige contacten naar analogie nog meer activiteiten uitgewerkt kunnen worden indien je dat wil.

Passepartout kiest ervoor om bepaalde werkvormen in de activiteit bewegend leren te laten terugkomen binnen een leerjaar en over de leerjaren heen. Zo zijn de leerlingen snel vertrouwd met de werkvorm en kan alle aandacht naar het inoefenen van de Franse woordenschat of grammatica gaan. Een overzichtstabel van het aanbod aan werkvormen en onderwerpen bij elk contact vind je op Kabas terug.

Open de lesfiche op Kabas. Print de bijlagen indien van toepassing. De meeste activiteiten vragen daarnaast vrij weinig materiaal (bijvoorbeeld eens een hoepel, kladblad of schrijfgerei) zodat de activiteit snel kan worden opgestart.

3.3 Voorbereiden op de toets

Afin de se préparer pour le test, vous pouvez faire les exercices 2 à 10 sur Kabas. Si nécessaire, vous consultez votre petit livre Mon mémento 2.

Om je voor te bereiden op de toets, mogen jullie oefening 2 tot en met 10 maken op Kabas. Indien nodig kunnen jullie je onthoudboekje raadplegen.

Om zich voor te bereiden op de toets, gaan de leerlingen aan de slag met de opdrachten op Kabas: oefenreeks 2 tot en met 10. Ze nemen er, waar nodig, hun onthoudboekje bij.

Beheersingsreeks

Doel en opbouw

De beheersingsreeks oefent op het einde van elk contact de doelen die aan bod kwamen op drie niveaus en wordt ondersteund door instructievideo’s. Hier gaat het om herhaling of verdieping.

De leerlingen tonen in het adaptieve leerpad dat ze de doelen van dit thema beheersen. Ze krijgen een individueel leerpad voorgeschoteld tot ze voldoende goed scoren.

Kai toont wat de leerlingen moeten leren en bepaalt de volgorde waarin de doelen aan bod komen. Zo krijg elke leerling een op maat samengesteld leerpad.

Als een leerling de doelen beheerst, dan verandert de ksnapometer bij dat doel. De leerlingen kunnen er nog voor kiezen om expert te worden in het doel, maar ze beheersen de basis.

Praktisch

Zo zet je jouw leerlingen aan het werk:

- Ga naar Kabas.

- Open de inhoudstafel en klik op het contact waarvoor je de beheersingsreeks wil klaarzetten.

- Klik het tabblad ‘leerlingen toegang’ aan.

- Vink het contact aan waarvoor je de beheersingsreeks wil klaarzetten.

- Klaar! De leerling krijgt dit leerpad nu in zijn/haar overzicht te zien.

Als leerkracht krijg je in je resultatenscherm een overzicht van de oefenreeks van elke leerling. Je ziet welke opdrachten ze gekregen hebben en wat hun resultaten waren. Je ziet ook welke instructievideo’s aan bod gekomen zijn, als een leerling dit te zien kreeg.

Contact 1

Les 5

Toets

Focus erop dat de lessen Frans in een prettige en positieve sfeer kunnen verlopen. Toetsen die alleen opgemaakt zijn om een rapportering in cijfers uit te drukken kunnen (vooral zwakkere) leerlingen demotiveren.

On va faire le test. D’abord, on va parcourir tous les exercices. We gaan de toets maken. Eerst gaan we alle oefeningen overlopen.

Bezorg elke leerling kopieerblad 4 met de toets. Overloop samen de opdrachten zodat die voor alle leerlingen duidelijk zijn.

Differentiatie

Na elke toets voorziet Passepartout een aanbod aan differentiatiemateriaal. Per vier contacten voorziet Passepartout in het jaarplan een dubbel lesmoment om te herhalen en gedifferentieerd in te oefenen wat in de voorbije vier contacten geleerd werd. Kies je ervoor om te differentiëren na elk contact, voorzie hiervoor dan extra tijd in je jaarplanning.

Automatisch gedifferentieerde taak

Voor Passepartout biedt Kabas de optie om een automatisch gedifferentieerde taak klaar te zetten voor je leerlingen. Die bevat een oefenreeks per geselecteerd doel op zijn of haar niveau, die wordt voorgesteld vanuit Kabas.

Zo’n automatisch gedifferentieerde taak zet je na evaluatie eenvoudig klaar: duid aan waarna je de taak wil geven en geef de scores van de leerlingen op deze evaluatie in. Kabas roept vervolgens de doelen van die evaluatie op en doet op basis van de scores van de leerlingen een voorstel tot remediëringsoefeningen, verdere inoefening of een verrijkingsaanbod.

Je kan dan nog kiezen of die oefeningen effectief aangeboden worden aan elke leerling of bijvoorbeeld enkel aan de leerlingen die remediëring nodig hebben. In je resultatenscherm krijg je een handig overzicht te zien waarbij je kan volgen welke differentiatie elke leerling aangeboden kreeg en hoe die leerling gepresteerd heeft. Neem die info mee naar de verdere contacten.

Remediëring

Heeft de leerling bepaalde woordenschat of het foutloos kopiëren nog onvoldoende onder de knie? Zet hem of haar aan het werk met het oefenaanbod van Kabas, oefenreeks 11 of Parachute kopieerblad 5

Heeft de leerling nog moeite met de vervoeging van de werkwoorden? Zet hem of haar aan het werk met de opdrachten van Parachute kopieerblad 5

Verdieping

Laat de leerlingen die de inhoud van contact 1 beheersen, verder oefenen met het oefenaanbod op Kabas. Ze kunnen ook verder oefenen met het aanbod van het werkboek En forme

Passepartout Plus

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Passepartout Plus is een set van extra leerwerkboeken die aansluiten op het basisaanbod. Wie meer dan gemiddeld lestijden Frans geeft, kan hiermee elk contact verder uitbreiden.

Passepartout Plus biedt verdere inoefening van de woordenschat en grammatica. Daarnaast voorzien we ook luister- en spreekopdrachten en meer creatieve oefeningen. Wie al Frans geeft in de tweede graad, kan zo Passepartout 5 en 6 uitbreiden.

Bij elk werkboek van Passepartout hoort ook een leerwerkboek van Passepartout Plus met dezelfde opdeling per contact. De leerlingen kunnen zelfstandig met Passepartout Plus aan de slag.

Contact 2

Une année très chouette!

Lesdoelen

Les 1 1 De leerlingen kunnen het onderwerp in een luisterfragment bepalen.

2 De leerlingen kunnen vooraf beluisterde woorden en zinnen nazeggen.

3 De leerlingen kunnen de woordenschat rond inlichtingen vragen en het beschrijven van een klaslokaal toepassen.

Les 2 1 De leerlingen durven een gesprek in het Frans te voeren.

2 De leerlingen kunnen vooraf beluisterde woorden en zinnen nazeggen.

3 De leerlingen kunnen de werkwoorden ‘être’ en ‘avoir’ vervoegen.

4 De leerlingen kennen de getallen tot 100.

5 De leerlingen kunnen het gebruik van ils, elles, tu en vous toepassen.

Les 3 1 De leerlingen kunnen informatie uit een narratieve tekst halen.

2 De leerlingen kunnen foutloos kopiëren.

3 De leerlingen kunnen de woordenschat rond inlichtingen vragen en het beschrijven van een klaslokaal toepassen.

4 De leerlingen kunnen de werkwoorden ‘être’ en ‘avoir’ vervoegen.

5 De leerlingen kennen de getallen tot 100.

6 De leerlingen kunnen het gebruik van ils, elles, tu en vous toepassen.

Les 4 1 De leerlingen kunnen deelnemen aan een gesprek in het Frans waarin ze elkaar beter leren kennen.

2 De leerlingen durven een gesprek in het Frans te voeren.

3 De leerlingen kunnen interesse tonen in de Franse taal aan de hand van een lied.

Les 5 Toets en differentiatie

Taalhandelingen en taalsituaties

- inlichtingen aan iemand vragen - je klaslokaal voorstellen

Nieuwe woorden une année un arbre un banc un coin un directeur

Structuren en uitdrukkingen

Leermiddelen

un(e) élève un kilomètre le néerlandais un prénom un tableau

On va lui dire bonjour.

Tu es d’où?

Je suis Belge.

C’est une famille belge. Elle me conduit à l’école.

- Leerwerkboek 1 pagina 17 — 26

- Mon mémento 2 pagina 21

- Kopieerbladen 6 — 9

- Woordenschatlijst

- Praatplaten 6 — 9

- Klassikale prent 2

- Animatie 2

- Audiofragmenten 2 — 6

- Kamertool

- de getallen tot 100 benoemen - de werkwoorden ‘être’ en ‘avoir’

apprendre conduire dire travailler voir Belge belge chaque entre même

Il veut apprendre le français.

Tu es dans quelle classe?

Je suis en troisième / quatrième / cinquième.

Il y a vingt-cinq élèves.

- Kabas : Les bases: oefenreeks 1 — 2

En plus: oefenreeksen 3 — 10

Parachute: oefenreeks 11

En forme: oefenreeks 12

- Adaptief traject KAI

- Spraakoefeningen op de woordenschat

- En forme pagina 7 — 9

- Passepartout Plus 1 pagina 13 — 18

Contact 2

Les 1

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

1 Voorkennis activeren en lesdoel

In dit contact leren we de getallen tot 100. In het vijfde leerjaar leerden de leerlingen reeds de getallen tot 20.

Maak een keuze of je dit contact start vanuit optie 1.1 of 1.2. Naargelang je keuze volg je hieronder de bijhorende werkvorm en leg je de materialen klaar. Rond af met 1.3 en maak de opstap naar de dialoog.

1.1 Kamertool

Laat de leerlingen met de kamertool hun eigen klaslokaal of een fictieve klas nabouwen. Als ze klaar zijn, bespreken ze hun klas met hun buur.

Wie kan, beschrijft zijn klaslokaal (deels) in het Frans. Leerlingen voor wie dat nog te moeilijk is, vertellen alles in het Nederlands.

1.2 Getallenbingo

Elke leerling krijgt een bingokaart van kopieerblad 6 met daarop zes getallen. De getallen lopen van nul tot twintig.

Zeg de getallen van nul tot twintig in het Frans in willekeurige volgorde. Als de leerlingen een getal horen dat ze op hun kaart hebben staan, dan mogen ze het afkruisen.

Wie als eerste alle getallen heeft kunnen afkruisen, wint.

1.3 Opstap naar dialoog

Vat samen wat besproken is tijdens de instap en maak de koppeling naar de dialoog.

C’est le début d’une nouvelle année scolaire. Il y a un nouvel élève dans la cour. Séverine et Nabil sont curieux. Ils vont lui dire bonjour.

Het is het begin van een nieuw schooljaar. ’s Morgens op de speelplaats zien Séverine en Nabil een nieuwe leerling. Ze zijn nieuwsgierig en gaan hem groeten.

Après ce contact, vous pouvez décrire votre salle de classe. Vous apprenez aussi à demander de l’aide et à compter jusqu’à 100.

Na dit contact zullen jullie je klaslokaal kunnen beschrijven in het Frans. Je leert ook hulp vragen en tellen tot 100 in het Frans.

2 Kern

2.1 Dialoog: de eerste luisterbeurt

Speel animatie 2 met de dialoog af. De leerlingen kijken en luisteren aandachtig.

Bespreek nadien:

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

- Qu’est-ce qui s’est passé? De quoi s’agit-il?

- Wat is er gebeurd? Waarover gaat het?

Séverine et Nabil rencontrent un nouvel camarade de classe dans la cour: Arthur. Séverine lui montre leur salle de classe.

Séverine en Nabil ontmoeten een nieuwe klasgenoot op de speelplaats: Arthur. Séverine laat hem hun klaslokaal zien.

- Quels mots connais-tu déjà?

- Welke woorden die je hoorde, kende je al?

- Quels mots sont de nouveaux mots?

- Welke woorden heb je gehoord die nieuw zijn?

De dialoog wordt straks nog een aantal keer bekeken en beluisterd. De leerlingen hoeven dus nog niet alles opgepikt te hebben na deze eerste luisterbeurt.

2.2 Nieuwe woordenschat

Vooraleer je de woordenschat van het contact overloopt, sta je eerst even stil bij transparante woorden.

Les mots transparents sont des mots qui se ressemblent, même s’ils sont dans une autre langue. Que veulent dire les mots suivants?

Transparante woorden zijn woorden die op elkaar lijken, zelfs al zijn ze in een andere taal. Wat zouden de volgende woorden kunnen betekenen?

un kilomètre — un banc — un directeur — travailler

Prenez votre livre à la page 18. Nous lisons les nouveaux mots. Après chaque mot, on regarde la traduction.

Neem jullie boek op pagina 18. We lezen de nieuwe woorden. Na elk woord bekijken we de vertaling.

Puis on lit les nouvelles expressions et on regarde chaque fois la traduction.

Daarna lezen we de nieuwe uitdrukkingen en bekijken we elke keer de vertaling.

Laat de leerlingen hun leerwerkboek nemen op pagina 18. Overloop het kader met de nieuwe woordenschat. Om de begripsvorming vlot te laten verlopen, vertaal je best meteen de nieuwe woorden, structuren en uitdrukkingen van de dialoog.

Lees in deze fase zelf telkens de Franse woorden voor en laat een korte pauze per woord of uitdrukking zodat de leerlingen de vertaling zelf kunnen lezen.

Het doornemen van het kader mag vlot gaan. De woordenschat en de nieuwe uitdrukkingen en zinstructuren worden doorheen het contact nog veelvuldig verder ingeoefend, dit is pas een eerste kennismaking.

2.3 Dialoog: luisteren en lezen

Nous regardons l’animation une deuxième fois. Pendant qu’on écoute, on suit le texte dans le livre ou sur l’écran.

We bekijken de animatie een tweede keer. Terwijl we luisteren, volgen we de tekst in het boek of op het scherm.

Speel animatie 2 voor de tweede keer af. De leerlingen kunnen kijken en luisteren naar de ondertitelde versie of meevolgen in hun leerwerkboek op pagina 17. De uitspraak wordt zo gekoppeld aan het schriftbeeld.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Bekijk de korte opdracht in de sleutel. Laat de leerlingen het antwoord markeren in de tekst.

Nous regardons l’animation une troisième fois. Pendant qu’on écoute le dialogue, on peut lire à voix basse.

We bekijken de animatie een derde keer. Terwijl we luisteren, volgen we de tekst en lezen we zachtjes mee.

Speel de dialoog nog een derde keer af. De leerlingen kunnen fluisterend, halfluid of luidop meelezen. Hardop lezen is pas verantwoord als men voldoende geluisterd heeft, dit is dus geen must.

Maintenant je lis le dialogue. Vous répétez chaque phrase après moi.

Nu lees ik de dialoog voor. Jullie herhalen elke zin na mij.

Lees de dialoog zelf voor. De leerlingen herhalen telkens de gelezen zin. Je kan er ook voor kiezen om telkens een andere leerling een zin te laten herhalen.

Faites oralement l'exercice 1 à la page 18 avec votre voisin ou voisine. Maak oefening 1 op pagina 18 mondeling met je buur.

Neem nu het leerwerkboek pagina 18, opdracht 1 erbij. Laat de leerlingen die in duo’s mondeling oplossen.

Er worden enkele vragen gesteld over de inhoud van de dialoog. Alle vragen zijn geformuleerd met woorden die de leerlingen in Passepartout 5 leerden. Probeer deze fase zoveel mogelijk in het Frans te laten verlopen. Indien nodig vertaal je.

Als je voelt dat de leerlingen nog veel ondersteuning nodig hebben, kan je ervoor kiezen om deze opdrachten klassikaal te maken. Bewaak dan goed dat elke leerling uitgedaagd wordt om mee te denken en gebruik eventueel wisbordjes. Wanneer je liever in zet op individueel werk, dan laat je de leerlingen de dialoog individueel beluisteren via de QR-code in hun werkboek.

3 Lesafsluiting

3.1 Lezend spreken

Om de eerste les van dit contact af te ronden, neem je de tekst van de dialoog klassikaal door. Kies zelf op basis van de noden van je klasgroep hoe je dit doet.

Heb je het gevoel dat de leerlingen je houvast en ondersteuning nog nodig hebben, lees dan zelf zin per zin de tekst voor. Laat de leerlingen telkens de zin nazeggen.

Konden je leerlingen vrij vlot om met de woordenschat, dan laat je zin per zin door een leerling voorlezen. Zorg er in dat geval voor dat elke leerling aan bod komt. Je kan de dialoog meerdere keren herhalen.

On lit le dialogue encore une fois.

- Moi, je lis le dialogue et vous répétez chaque phrase.

- Quand je dis ton nom, tu lis la phrase suivante.

- Ensuite, on va traduire les phrases.

We lezen de dialoog nogmaals.

- Ik lees de dialoog en jullie herhalen elke zin.

- Als ik je naam zeg, lees je de volgende zin.

- Nadien gaan we de zinnen vertalen.

Peux-tu déjà dire quelque chose en français à un(e) nouvel(le) élève?

Zou jij al iets in het Frans durven zeggen tegen een nieuwe leerling?

3.2 Memoriseren

Geef de leerlingen de opdracht om de dialoog thuis te memoriseren tegen de volgende les.

Dit kunnen ze doen door de dialoog op Kabas te beluisteren of aan de hand van hun leerwerkboek.

À la maison, mémorisez le dialogue. Utilisez le livre-cahier ou Kabas.

Memoriseer de dialoog thuis. Gebruik je leerwerkboek of Kabas.

Zorg ervoor dat de dialoog en de oefeningen op Kabas openstaan voor de leerlingen.

Differentieer: niet alle leerlingen hoeven de volledige dialoog te memoriseren. Verdeel volgens de noden van je klasgroep.

Contact 2

Les 2

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

1

Instap: spelen van de dialoog

Het memoriseren van dialogen is in de basisschool heel belangrijk, zo ontstaan er kapstokfuncties. Vanuit deze startzinnen kunnen de leerlingen zelf tot vrijere vertolkingen komen tijdens mondelinge interactie.

Vous avez mémorisé le dialogue. Maintenant vous allez jouer le dialogue en petits groupes. Jullie hebben de dialoog gememoriseerd. Nu gaan jullie de dialoog naspelen in kleine groepen.

De leerlingen hebben de dialoog gememoriseerd na de vorige les. Verdeel de leerlingen in meerdere groepen zodat elke leerling actief is. Laat de groepen de dialoog naspelen. Doe dit eventueel een tweede keer waarbij ze elk een andere rol opnemen. Loop rond en beluister zoveel mogelijk groepen, laat eventueel één groep de dialoog voor de klas naspelen.

Laat zwakkere leerlingen (en/of leerlingen die bijvoorbeeld afwezig geweest zijn) hun boek bij de hand nemen zodat ze de tekst kunnen aflezen. Met deze opdracht stimuleer je ook de spreekdurf. Aflezen is beter dan niet deelnemen.

Opgelet: dit naspelen kent een belangrijke functie om tot kapstokfuncties voor het verdere hoofdstuk te komen, maar is niet het hoofdonderdeel van de les. Bewaak de tijd en zorg dat je snel naar de kern van de les kan overgaan.

Hier kan je het herhalend spreken evalueren.

Dans ce cours, nous répétons les nombres de zéro à vingt et nous apprenons les nombres jusqu'à cent.

Nous répétons aussi la conjugaison des verbes «être» et «avoir».

In deze les herhalen we de getallen van 0 tot 20 en leren we de getallen tot 100. We herhalen ook de vervoeging van de werkwoorden ‘être’ en ‘avoir’.

2 Kern

2.1 Inleiding op de luisteroefening

Prenez votre livre à la page 19, exercice 2. Nous répétons les nombres de zéro à vingt et nous apprenons les nombres jusqu'à cent.

Neem jullie boek op pagina 19, oefening 2. We herhalen de getallen tot 20 en leren de getallen tot 100 in het Frans.

Voordat de leerlingen gericht luisteren naar de opdracht, lezen ze eerst de getallen tot 100 in het leerwerkboek. De getallen tot 20 kwamen al aan bod in het vijfde leerjaar.

Neem het leerwerkboek erbij op pagina 19

In de tabel onderaan vind je de getallen 70 tot 79 en 90 tot 99 zoals ze in Wallonië voorkomen. Dat is geen leerstof voor de lagere school. Je kan ze per uitbreiding aan bepaalde leerlingen meegeven of bespreken als er Franstalige leerlingen in je klas zitten.

Tussen de tientallen vind je telkens dezelfde structuur terug. Het is belangrijk eerst goed de tientallen te oefenen. Let op de uitspraak van ‘vingt’.

De ‘t’ wordt niet uitgesproken. Ze wordt enkel uitgesproken voor een klinker of voor een doffe ‘h’. vingt livres vingt heures

2.2 Luisteroefening

Prenez votre livre à la page 19, exercice 3. Écoutez bien! Notez les nombres que vous entendez. Neem jullie boek op pagina 19, oefening 3. Luister goed! Noteer de getallen die je hoort.

Laat de leerlingen in hun leerwerkboek opdracht 3 nemen. Bespreek eerst samen de opdracht zodat de leerlingen weten met welk doel ze naar de gesprekken luisteren.

Speel audiofragment 2 met de luisteropdracht af. Laat het een tweede keer horen als je merkt dat niet alle leerlingen de opdracht konden oplossen. Verbeter nadien klassikaal.

1 Monsieur Thibault habite Rue Verte numéro seize.

2 Voici soixante euros pour faire les courses.

3 Il y a vingt-cinq élèves dans ma classe.

4 Ce jeu vidéo coute cinquante-cinq euros.

2.3 Coin de grammaire

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

5 Mon grand-père a déjà quatre-vingt-deux ans.

6 Le mois de juillet compte trente-et-un jours.

7 Et voici les résultats du loto de ce weekend: soixante-cinq, trente-huit, treize, cinquantedeux, quarante-quatre, neuf.

Kies je ervoor om inductief te werk te gaan, laat de leerlingen dan eerst opdracht 4 op pagina 20 van het leerwerkboek maken. Zo kunnen ze zelf de regels uit de taalhoek ontdekken.

In wat volgt omschrijven wij de deductieve aanpak waarbij we eerst de regels toelichten en de leerlingen ze dan laten verwerken en inoefenen met opdrachten.

Prenez votre livre à la page 20, le coin de grammaire. Nous répétons la conjugaison des verbes «être» et «avoir».

Neem jullie boek op pagina 20, de taalhoek. We herhalen de vervoeging van de werkwoorden ‘être’ en ‘avoir’.

Laat de leerlingen hun leerwerkboek openleggen op pagina 20

We herhalen de vervoeging van de werkwoorden ‘être’ en ‘avoir’. De vervoeging van beide werkwoorden kwam in het vijfde leerjaar reeds vroeg aan bod en werd gedurende het jaar regelmatig herhaald. Het is belangrijk dat de leerlingen alle vormen vlot uit het hoofd kennen.

Regardez le cadre dans votre livre à la page 20. Bekijk het kader in jullie boek op pagina 20.

Overloop het kader in het leerwerkboek op pagina 20

Herneem ook nog twee belangrijke punten uit het vijfde leerjaar: ils of elles

ils

- twee of meer jongens

- minstens één jongen en één meisje (van zodra er één jongen in de groep zit) elles

- twee of meer meisjes

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

tu of vous

Het juiste gebruik van ‘jij’ of ‘u’ is zowel in het Nederlands als in het Frans opletten! tu

- jongeren die elkaar met de voornaam aanspreken

- jongeren tegen hun ouders en omgekeerd vous

- jongeren die iemand beleefd willen aanspreken

Vous betekent hier 'u' in plaats van 'jullie'.

Prenez votre livre à la page 20, exercice 4. Travaillez à deux. Un(e) élève pose les questions, l'autre élève forme des réponses. Échangez de rôle.

Neem jullie boek erbij op pagina 20, oefening 4. Jullie werken per twee: één leerling stelt de vragen, een andere leerling vormt antwoorden op die vragen. Wissel van taak.

Laat de leerlingen vervolgens in duo’s opdracht 4 maken ter inoefening. Eén leerling leest de vraag, de andere leerling antwoordt.

Dit zijn herhalingen die veelvuldig aan bod kwamen in het vijfde leerjaar. Alle opdrachten zijn op beschrijvend niveau.

De leerlingen kunnen een instructievideo met de uitleg oproepen bij elke taalhoek via de QR-code.

Hier kan je het bewerkend/beschrijvend spreken evalueren.

3 Lesafsluiting

In de voorbije twee lessen herhaalden we enkele belangrijke elementen in het Frans: de getallen van 0 tot 20 en de vervoeging van de werkwoorden ‘être’ en ‘avoir’. Deze leerstof zal nog regelmatig aan bod komen dit jaar.

On va pratiquer les nombres jusqu'à 100 à l'aide d'un jeu.

We gaan de getallen tot 100 inoefenen aan de hand van een spel.

Deel de leerlingen op in groepen van vier. Geef drie leerlingen een kaart van kopieerblad 7 met dobbelstenen op en geef één leerling het controleblad. De drie leerlingen gooien om beurten met de dobbelsteen. Gooit een leerling 4, dan zegt hij de getallen van de vierde rij in het Frans. De leerling met het controleblad controleert. De getallen die juist zijn, kleurt de leerling in het groen. De getallen die fout zijn, worden niet ingekleurd. De volgende keer dat een leerling 4 gooit, moet hij enkel de niet ingekleurde getallen zeggen. De leerlingen proberen zo snel mogelijk een volledig ingekleurd blad te hebben.

Dit spel kan je op meerdere momenten herhalen en ook opnemen in een hoekenwerk of contractwerk.

Herhaal ook regelmatig de veelvoorkomende werkwoorden, zodat de leerlingen die steeds meer gaan automatiseren. Gebruik hiervoor eventueel wisbordjes.

Contact 2

1

Instap

Om de instructies van de leerkracht goed te begrijpen, is het van belang dat de leerlingen vlot in het Frans kunnen uitdrukken wat je in de klas kan doen.

Je kan ervoor kiezen om de leestekst in te leiden door zelf enkele acties uit de tekst te ondernemen. Open het venster, noteer iets in een schrift … Vraag de leerlingen om zoveel mogelijk in het Frans te beschrijven wat je doet. Duidt telkens een andere leerling aan om te antwoorden.

Dans cette leçon, on apprend des activités qui ont lieu en classe. In deze les leren we activiteiten die in een klas plaatsvinden.

2 Kern

2.1 Leestekst

On ouvre notre livre à la page 21. Je lis les phrases. Vous répétez chaque phrase après moi. We openen ons boek op pagina 21. Ik lees de zinnen voor. Jullie herhalen elke zin na mij.

Bekijk met de leerlingen de tekst op pagina 21 van het leerwerkboek. Je kan ook de versie van audiofragment 3 laten horen. Lees de zinnen voor en laat de leerlingen de zinnen herhalen. Laat telkens een leerling van jouw klas uitvoeren wat een kind uit de tekst doet.

Wijs de leerlingen erop dat als ze een woord niet begrijpen, ze dit opzoeken in de woordenlijst of een woordenboek. Ze zien de pagina-aanduiding in het pictogram naast de tekst en kunnen dit dus zelfstandig doen.

Prenez votre livre à la page 21, exercice 5. Regardez les dessins et combinez-les avec les noms du texte. Écrivez le bon nom sous chaque dessin.

Neem jullie boek op pagina 21, oefening 5. Bekijk de tekeningen en verbind ze met de namen uit de tekst. Schrijf de juiste naam onder elke tekening.

Laat de leerlingen aansluitend opdracht 5 maken.

Verbeter klassikaal en check of alle leerlingen de zinnen begrijpen.

2.2 Vertalend spreken

Nous prenons notre livre à la page 18. On regarde maintenant les nouveaux mots et les nouvelles expressions. On cache le français avec la main gauche et on traduit du néerlandais au français à voix basse.

We keren terug naar pagina 18. We bekijken de nieuwe woorden en uitdrukkingen. We bedekken het Frans met de linkerhand en we vertalen fluisterend van het Nederlands naar het Frans.

De leerlingen nemen de woordenlijst en de lijst met uitdrukkingen op pagina 18 erbij en oefenen mondeling de vertalingen.

2.3 Schrijven

De leerlingen oefenen de woordenschat en de inhoud van dit contact verder in met de schriftelijke oefeningen. De opdrachten zijn in verschillende moeilijkheidsgraden opgebouwd.

We onderscheiden drie verwerkingsniveaus:

- Herhalend: de leerlingen schrijven woorden of zinnen foutloos na. Leerlingen die hier al vlot mee weg zijn kunnen de zinnen in het Frans bedekken nadat ze die gelezen hebben. Ze schrijven de zin daarna over vanuit het geheugen.

- Beschrijvend: de opdrachten vragen wat denkwerk van de leerlingen. Dit zijn associatieoefeningen, chronologisch rangschikken, teksten aanvullen of samenstellen aan de hand van aangegeven bouwstenen …

- Structurerend: er zijn geen aangereikte bouwstenen. De leerlingen doen een beroep op hun kennis of ze zoeken het gevraagde op (in het leerwerkboek of in hun onthoudboekje Mon mémento 2). Deze opdrachten zijn geen must, maar kunnen door vluggere leerlingen gemaakt worden.

Prenez votre livre à la page 22-25. On parcourt les exercices. Faites les exercices. On travaille en silence. Utilisez Mon mémento 2 si nécessaire.

We openen ons boek op pagina 22-25. We overlopen de oefeningen. Maak de oefeningen. We werken in stilte. Gebruik Mon mémento 2 indien nodig.

De leerlingen nemen hun leerwerkboek pagina 22. Overloop kort de opdrachten, zodat die voldoende duidelijk zijn en laat de leerlingen aan de slag gaan. Differentieer waar nodig, zodat elke leerling op maat kan werken.

Herhalend: opdracht 6

Beschrijvend: opdracht 7 — 8 — 9 — 10 — 11 — 12 — 13 — 14*

Structurerend: opdracht 15

Opdracht 11 is een luisteroefening, audiofragment 4

1 trente-deux

2 quarante-sept

3 soixante-huit

1 32 2 47 3 68 4 84 5 73

*Opdracht 14 is vertalend schrijven. Voor bepaalde leerlingen kan het nuttig zijn om de zinnen eerst mondeling te laten vertalen.

Op het einde kan je de opdrachten klassikaal verbeteren, laat alle leerlingen willekeurig aan bod komen.

On corrige les exercices ensemble.

We verbeteren de oefeningen klassikaal.

3 Lesafsluiting

We hebben geluisterd, gesproken, geschreven en gelezen in het Frans. In de volgende les oefenen we in een gesprek wat we leerden.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Avant le prochain cours, à la maison, prenez le petit livre Mon Mémento 2 à la page 21, les mini-dialogues. Préparez-vous pour le prochain cours. Posez les questions et répondez. Neem vóór de volgende les thuis jullie onthoudboekje op pagina 21, de minidialogen. Bereid jullie voor op de volgende les. Stel vragen en beantwoord ze.

Vooraleer je les 4 start, is het zinvol om de leerlingen (thuis) met hun onthoudboekje Mon mémento 2 pagina 21 de minidialogen te laten inoefenen. Geef hen de raad af te wisselen: de antwoorden te bedekken om de vragen te beantwoorden en de vragen te formuleren vanuit het lezen van de antwoorden.

Contact 2

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

1 Voorkennis activeren

Doorheen de voorbije lessen is de nieuwe woordenschat van dit contact herhaaldelijk geoefend via luisteren, lezen, schrijven en spreken. Nu gaan we een stapje verder door in te zetten op vrijere vertolkingen en de leerlingen tot mondelinge interactie aan te zetten.

Om in deze les naar de vrijere conversatie toe te werken, zal de woordenschat van het vijfde leerjaar weer wat moeten opgefrist worden. Dit kan je doen aan de hand van een kort spel.

Geef alle leerlingen een post-it. Laat hen enkele minuten rondlopen in de klas en vraag hen om twee dingen uit de klas in het Frans te benoemen. Ze schrijven een woord op hun post-it en plakken die op het voorwerp in kwestie. Overloop achteraf wat de leerlingen allemaal hebben kunnen benoemen. Differentieer waar nodig: geef sterkere leerlingen twee of drie post-its en help zwakkere leerlingen om zeker één voorwerp te benoemen. Spoor de leerlingen aan om out of the box te denken: ook ‘une fille’, ‘un ami’ … zijn mogelijkheden.

Leid de opdracht van de mondelinge interactie in:

Aujourd'hui, c'est à vous. Vous allez travailler ensemble pour faire des mini-dialogues. Vandaag is het aan jullie. Jullie gaan samenwerken om mini-dialogen te voeren.

2 Kern

2.1 Mondelinge interactie

Mondelinge interactie vormt de belangrijkste rode draad van elk contact. De leerlingen hebben dit normaal gesproken thuis voorbereid. Groepeer de leerlingen in groepen van maximaal vier leerlingen met hetzelfde niveau.

Passepartout biedt hiervoor opdrachten aan op drie niveaus:

- Niveau 1

De leerlingen die het nog moeilijk hebben met mondelinge interactie, nemen het leerwerkboek op pagina 25. Daar vinden ze uitgeschreven zinnen in een kader om zelf een conversatie mee op te bouwen. Dit is het eerste niveau waarbij de meest uitgebreide ondersteuning op zinsniveau wordt geboden.

Let op: het is niet de bedoeling dat de leerlingen alles aflezen van links naar rechts. Ze krijgen alle elementen aangeboden, maar ze moeten opletten dat hun antwoord aansluit bij de vraag.

-

Niveau 2

Voor leerlingen die er al vlotter mee weg zijn, bieden we individuele ondersteuning op woordniveau aan. Met de praatplaten 6 tot en met 9 voeren ze in duo’s mini-dialogen. Een leerling stelt een vraag die op de achterzijde staat. Diezelfde leerling hoort of de antwoorden correct zijn en biedt, indien nodig, hulp aan in drie fases:

1 De leerling geeft het eerste woord van het antwoord.

2 De leerling geeft de eerste twee woorden van het antwoord.

3 De leerling zegt het antwoord voor, de medeleerling herhaalt het antwoord.

- Niveau 3

De leerlingen die vlot tot mondelinge interactie komen, baseren zich voor het naspelen van een dialoog op de geprojecteerde klassikale prent 2. Zij verwoorden zelf vragen en antwoorden zonder bijkomende ondersteuning.

Zet klassikale prent 2 open op het digitale bord en deel praatplaten 6 — 9 uit aan de duo’s die er gebruik van zullen maken. Laat de leerlingen die er nood aan hebben, het leerwerkboek op pagina 25 gebruiken.

De leerlingen oefenen enkele keren een gesprek. Ze wisselen een paar keer van rol, zodat ze beiden zowel de vragen als de antwoorden geoefend hebben.

Laat een aantal duo’s klassikaal opvoeren wat ze geoefend hebben. Laat hen ook bij de opvoering gebruikmaken van de materialen zoals ze geoefend hebben (naargelang het niveau).

On travaille en groupes.

(niveau 1) Vous travaillez à deux. Regardez votre livre à la page 25: un(e) élève pose les questions, un(e) autre élève forme des réponses. Échangez de rôle.

(niveau 2) Vous travaillez à deux. Utilisez les scènes de vocabulaire: un(e) élève pose les questions, un(e) autre élève forme des réponses. Échangez de rôle.

(niveau 3) Vous travaillez à deux. Regardez le tableau pour former des phrases correctes.

We werken in groepen.

(niveau 1) Jullie werken per twee. Bekijk jullie boek op pagina 25: één leerling stelt de vragen, een andere leerling vormt antwoorden op die vragen. Wissel van taak.

(niveau 2) Jullie werken per twee. Gebruik de praatplaten: één leerling stelt de vragen, een andere leerling vormt antwoorden op die vragen. Wissel van taak.

(niveau 3) Jullie werken per twee. Bekijk het bord om goede zinnen te vormen.

Hier kan je het herhalend (niveau 1) of bewerkend/beschrijvend (niveau 2) spreken evalueren.

3 Lesafsluiting

3.1 Cultuur

Pour terminer ce cours, on va écouter une chanson. Prenez votre livre à la page 26 pour le texte. Om deze les af te sluiten gaan we een lied beluisteren. Neem jullie boek op pagina 26 voor de tekst.

Naast het bijbrengen van vaardigheden, kennis en attitudes, willen we de leerlingen ook kennis laten maken met de Franstalige socioculturele wereld. Elk contact eindigt met een lesmoment waarbij we een aspect van de cultuur belichten.

Rond het tweede contact af door audiofragment 5 met het lied ‘Mon école’ te beluisteren. De leerlingen hebben de tekst in hun leerwerkboek op pagina 26. Je kiest zelf of ze vrij luisteren of meevolgen in hun boek.

3.2 Bewegend leren

On va bouger!

We gaan bewegen!

Bij elk contact voorziet Passepartout twee activiteiten bewegend leren. De activiteit bewegend leren kan ofwel op woordenschat of op grammatica oefenen, er is gezorgd voor een afwisseling tussen de contacten. Dat houdt in dat voor de overige contacten naar analogie nog meer activiteiten uitgewerkt kunnen worden indien je dat wil.

Passepartout kiest ervoor om bepaalde werkvormen in de activiteit bewegend leren te laten terugkomen binnen een leerjaar en over de leerjaren heen. Zo zijn de leerlingen snel vertrouwd met de werkvorm en kan alle aandacht naar het inoefenen van de Franse woordenschat of grammatica gaan. Een overzichtstabel van het aanbod aan werkvormen en onderwerpen bij elk contact vind je op Kabas terug.

Open de lesfiche op Kabas. Print de bijlagen indien van toepassing. De meeste activiteiten vragen daarnaast vrij weinig materiaal (bijvoorbeeld eens een hoepel, kladblad of schrijfgerei) zodat de activiteit snel kan worden opgestart.

3.3 Voorbereiden op de toets

Afin de se préparer pour le test, vous pouvez faire les exercices 2 à 10 sur Kabas. Si nécessaire, vous consultez votre petit livre Mon mémento 2.

Om je voor te bereiden op de toets, mogen jullie oefening 2 tot en met 10 maken op Kabas. Indien nodig kunnen jullie je onthoudboekje raadplegen.

Om zich voor te bereiden op de toets, gaan de leerlingen aan de slag met de opdrachten op Kabas: oefenreeks 2 tot en met 10. Ze nemen er, waar nodig, hun onthoudboekje bij.

Beheersingsreeks

Doel en opbouw

De beheersingsreeks oefent op het einde van elk contact de doelen die aan bod kwamen op drie niveaus en wordt ondersteund door instructievideo’s. Hier gaat het om herhaling of verdieping.

De leerlingen tonen in het adaptieve leerpad dat ze de doelen van dit thema beheersen. Ze krijgen een individueel leerpad voorgeschoteld tot ze voldoende goed scoren.

Kai toont wat de leerlingen moeten leren en bepaalt de volgorde waarin de doelen aan bod komen. Zo krijg elke leerling een op maat samengesteld leerpad.

Als een leerling de doelen beheerst, dan verandert de ksnapometer bij dat doel. De leerlingen kunnen er nog voor kiezen om expert te worden in het doel, maar ze beheersen de basis.

Praktisch

Zo zet je jouw leerlingen aan het werk:

- Ga naar Kabas.

- Open de inhoudstafel en klik op het contact waarvoor je de beheersingsreeks wil klaarzetten.

- Klik het tabblad ‘leerlingen toegang’ aan.

- Vink het contact aan waarvoor je de beheersingsreeks wil klaarzetten.

- Klaar! De leerling krijgt dit leerpad nu in zijn/haar overzicht te zien.

Als leerkracht krijg je in je resultatenscherm een overzicht van de oefenreeks van elke leerling. Je ziet welke opdrachten ze gekregen hebben en wat hun resultaten waren. Je ziet ook welke instructievideo’s aan bod gekomen zijn, als een leerling dit te zien kreeg.

Contact 2

Les 5

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Toets

Focus erop dat de lessen Frans in een prettige en positieve sfeer kunnen verlopen. Toetsen die alleen opgemaakt zijn om een rapportering in cijfers uit te drukken kunnen (vooral zwakkere) leerlingen demotiveren.

On va faire le test. D’abord, on va parcourir tous les exercices. We gaan de toets maken. Eerst gaan we alle oefeningen overlopen.

Bezorg elke leerling kopieerblad 8 met de toets. Overloop samen de opdrachten zodat die voor alle leerlingen duidelijk zijn.

Opdracht 1 van deze toets is een luisteroefening, audiofragment 6

Écoutez bien. Complétez avec le nombre exact en chiffres. Luister goed. Vul aan met het juiste getal in cijfers.

1 vingt-neuf

2 quarante-sept

1 29 2 47 3 84 4 58

Differentiatie

3 quatre-vingt-quatre

4 cinquante-huit

Na elke toets voorziet Passepartout een aanbod aan differentiatiemateriaal. Per vier contacten voorziet Passepartout in het jaarplan een dubbel lesmoment om te herhalen en gedifferentieerd in te oefenen wat in de voorbije vier contacten geleerd werd. Kies je ervoor om te differentiëren na elk contact, voorzie hiervoor dan extra tijd in je jaarplanning.

Automatisch gedifferentieerde taak

Voor Passepartout biedt Kabas de optie om een automatisch gedifferentieerde taak klaar te zetten voor je leerlingen. Die bevat een oefenreeks per geselecteerd doel op zijn of haar niveau, die wordt voorgesteld vanuit Kabas.

Zo’n automatisch gedifferentieerde taak zet je na evaluatie eenvoudig klaar: duid aan waarna je de taak wil geven en geef de scores van de leerlingen op deze evaluatie in. Kabas roept vervolgens de doelen van die evaluatie op en doet op basis van de scores van de leerlingen een voorstel tot remediëringsoefeningen, verdere inoefening of een verrijkingsaanbod.

Je kan dan nog kiezen of die oefeningen effectief aangeboden worden aan elke leerling of bijvoorbeeld enkel aan de leerlingen die remediëring nodig hebben. In je resultatenscherm krijg je een handig overzicht te zien waarbij je kan volgen welke differentiatie elke leerling aangeboden kreeg en hoe die leerling gepresteerd heeft. Neem die info mee naar de verdere contacten.

Remediëring

Heeft de leerling nood aan verdere inoefening van de getallen? Gebruik het bingospel uit de lessen opnieuw of zet hem of haar aan het werk met Parachute kopieerblad 9, opdracht 2 en 3

Heeft de leerling nood aan verdere inoefening van de werkwoorden ‘être’ en ‘avoir’? Zet hem of haar aan het werk met de opdrachten van Parachute kopieerblad 9, opdracht 4 en 5

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Verdieping

Laat de leerlingen die de inhoud van contact 2 beheersen, verder oefenen met het oefenaanbod op Kabas. Ze kunnen ook verder oefenen met het aanbod van het werkboek En forme.

Passepartout Plus

Passepartout Plus is een set van extra leerwerkboeken die aansluiten op het basisaanbod. Wie meer dan gemiddeld lestijden Frans geeft, kan hiermee elk contact verder uitbreiden.

Passepartout Plus biedt verdere inoefening van de woordenschat en grammatica. Daarnaast voorzien we ook luister- en spreekopdrachten en meer creatieve oefeningen. Wie al Frans geeft in de tweede graad, kan zo Passepartout 5 en 6 uitbreiden.

Bij elk werkboek van Passepartout hoort ook een leerwerkboek van Passepartout Plus met dezelfde opdeling per contact. De leerlingen kunnen zelfstandig met Passepartout Plus aan de slag.

Contact 3

Merci de ton aide

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Lesdoelen

Les 1 1 De leerlingen kunnen het onderwerp in een luisterfragment bepalen.

2 De leerlingen kunnen vooraf beluisterde woorden en zinnen nazeggen.

3 De leerlingen kunnen de woordenschat rond zeggen dat je iets niet begrijpt, schoolmateriaal en -activiteiten en bedanken voor hulp toepassen.

Les 2 1 De leerlingen durven een gesprek in het Frans te voeren.

2 De leerlingen kunnen vooraf beluisterde woorden en zinnen nazeggen.

3 De leerlingen kunnen het werkwoord ’aller‘ vervoegen.

4 De leerlingen kunnen het uur uitdrukken in het Frans.

5 De leerlingen kunnen de nabije toekomst uitdrukken.

Les 3 1 De leerlingen kunnen informatie uit een tabel halen.

2 De leerlingen kunnen foutloos kopiëren.

3 De leerlingen kunnen de woordenschat en zinstructuren rond school functioneel toepassen.

4 De leerlingen kunnen het werkwoord ’aller‘ vervoegen.

5 De leerlingen kunnen het uur uitdrukken in het Frans.

6 De leerlingen kunnen de nabije toekomst uitdrukken.

Les 4 1 De leerlingen kunnen deelnemen aan een gesprek in het Frans waarin ze verwoorden waar iemand zich bevindt.

2 De leerlingen durven een gesprek in het Frans te voeren.

3 De leerlingen tonen interesse in de Franse taal en cultuur.

Les 5 Toets en differentiatie

Taalhandelingen en taalsituaties

Nieuwe woorden

Structuren en uitdrukkingen

Leermiddelen

- spreken over schoolmateriaal en -activiteiten

- zeggen dat je iets niet begrijpt

- iemand gelijk geven

l’aide un crayon une faute une feuille une gomme

Je ne comprends pas. Montre un peu.

C’est une faute.

Il faut faire attention. Il est minuit.

- bedanken voor de aangeboden hulp

- het juiste uur uitdrukken

- de nabije toekomst uitdrukken

une leçon un mot une page une phrase un stylo un texte copier corriger donner toujours

Il a raison.

Tu veux bien corriger le mot?

Donne-moi ton stylo. Merci de ton aide.

- Leerwerkboek 1 pagina 27 — 36

- Mon mémento 2 pagina 22 — 24

- Kopieerbladen 10 — 12

- Woordenschatlijst

- Bijlagen 5 — 6

- Praatplaten 10 — 13

- Klassikale prent 3

- Animatie 3

- Audiofragment en 7 — 8

- Kahoot

- Kabas: Les bases: oefenreeksen 1 — 2

En plus: oefenreeksen 3 — 10

Parachute: oefenreeks 11

En forme: oefenreeks 12

- Adaptief traject KAI

- Spraakoefeningen op de woordenschat

- En forme pagina 10 — 12

- Passepartout Plus 1 pagina 19 — 23

Contact 3 Les 1

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

1 Voorkennis activeren en lesdoel

Maak een keuze of je dit contact start vanuit optie 1.1, 1.2 of 1.3. Je kan meerdere opties ook combineren in een hoekenwerk. Naargelang je keuze volg je hieronder de bijhorende werkvorm en leg je de materialen klaar. Rond af met 1.4 en maak de opstap naar de dialoog.

1.1 Klokkenmemory

De leerlingen werken in groepen van drie of vier. Elke groep krijgt bijlage 5 met de klokkenmemory. Ze knippen alle kaarten uit en verspreiden die over de tafel, met de tekst of afbeelding naar beneden. Om beurten draaien de leerlingen twee kaarten om. Ze combineren de afbeeldingen van de klokken met de tijd in woorden. Hebben ze een juiste combinatie gevonden, dan houden ze de kaarten bij en blijven ze aan de beurt.

Wie op het einde de meeste kaarten heeft kunnen verzamelen, wint.

1.2 Klokkendomino

De leerlingen werken in groepen van drie of vier. Elke groep krijgt bijlage 6 met dominostenen. Ze knippen de stenen uit. Wijs de leerlingen erop dat ze enkel op de stippellijn mogen knippen.

De leerlingen verdelen twaalf stenen onder elkaar. De andere leggen ze op een hoop, met de tekst naar beneden. Wie het vroegste digitale uur heeft, mag beginnen. De volgende legt er een passende steen naast (met daarop hetzelfde uur, maar anders geformuleerd): bijvoorbeeld ‘09 h 00’ mag naast ‘neuf heures du matin’. Past er niets, dan neemt de leerling één steen bij. Past die ook niet, dan gaat de beurt naar de volgende speler.

Wie als eerste al zijn stenen gelegd heeft, wint.

1.3 Quiz

De leerlingen werken in duo’s. Deel kopieerblad 10 uit met de quiz. Er staan viermaal vier vragen geformuleerd op het vragenblad. Er zijn telkens drie gewone vragen en één vraag om hulp. Het is de bedoeling dat de leerlingen de vraag om hulp kunnen aanduiden.

Lees de vragen rustig voor. Laat de leerlingen even overleggen en daarna de vraag om hulp aanduiden. Verbeter nadien klassikaal en overloop de antwoorden.

Je kan deze quiz ook spelen via Kahoot

1.4 Opstap naar dialoog

Vat samen wat besproken is tijdens de instap en maak de koppeling naar de dialoog.

Parfois, quand on n’a pas compris quelque chose à l’école, c’est bien de pouvoir le demander le soir à un frère, une sœur ou un parent. Dans ce dialogue, Sacha demande de l’aide à son frère Adam.

Soms is het fijn als je iets niet begrepen hebt op school, dat je het ’s avonds kan vragen aan een broer, zus of een ouder. In deze dialoog vraagt Sacha hulp aan haar broer Adam.

Dans ce contact, après le contact 2, on parle encore des activités à l’école. On apprend à dénommer le matériel scolaire, à demander de l’aide, à dire merci et à dire l’heure.

In dit contact, aansluitend op contact 2, spreken we verder over schoolactiviteiten en leren we in het Frans schoolmateriaal benoemen. We leren ook in het Frans hulp vragen, bedanken voor aangeboden hulp en we gaan dieper in op het juist uitdrukken van het uur.

2 Kern

2.1 Dialoog: de eerste luisterbeurt

Speel animatie 3 met de dialoog af. De leerlingen kijken en luisteren aandachtig.

Bespreek nadien:

- Qu’est-ce qui s’est passé? De quoi s’agit-il?

- Wat is er gebeurd? Waarover gaat het?

Sacha demande son frère Adam de l’aide pour ses devoirs. Adam corrige une faute dans le cahier de Sacha. Sacha remercie Adam pour son aide.

Sacha vraagt haar broer Adam om hulp bij haar huiswerk. Adam verbetert een fout in Sacha’s schrift. Sacha bedankt Adam voor zijn hulp.

- Quels mots connais-tu déjà?

- Welke woorden die je hoorde, kende je al?

- Quels mots sont de nouveaux mots?

- Welke woorden heb je gehoord die nieuw zijn?

De dialoog wordt straks nog een aantal keer bekeken en beluisterd. De leerlingen hoeven dus nog niet alles opgepikt te hebben na deze eerste luisterbeurt.

2.2 Nieuwe woordenschat

Prenez votre livre à la page 28. Nous lisons les nouveaux mots. Après chaque mot, on regarde la traduction.

Neem jullie boek op pagina 28. We lezen de nieuwe woorden. Na elk woord bekijken we de vertaling.

Puis on lit les nouvelles expressions et on regarde chaque fois la traduction.

Daarna lezen we de nieuwe uitdrukkingen en bekijken we elke keer de vertaling.

Laat de leerlingen hun leerwerkboek nemen op pagina 28. Overloop het kader met de nieuwe woordenschat. Om de begripsvorming vlot te laten verlopen, vertaal je best meteen de nieuwe woorden, structuren en uitdrukkingen van de dialoog.

Lees in deze fase zelf telkens de Franse woorden voor en laat een korte pauze per woord of uitdrukking zodat de

leerlingen de vertaling zelf kunnen lezen.

Het doornemen van het kader mag vlot gaan. De woordenschat en de nieuwe uitdrukkingen en zinstructuren worden doorheen het contact nog veelvuldig verder ingeoefend, dit is pas een eerste kennismaking.

2.3 Dialoog: luisteren en lezen

Nous regardons l’animation une deuxième fois. Pendant qu’on écoute, on suit le texte dans le livre ou sur l’écran.

We bekijken de animatie een tweede keer. Terwijl we luisteren, volgen we de tekst in het boek of op het scherm.

Speel animatie 3 voor de tweede keer af. De leerlingen kunnen kijken en luisteren naar de ondertitelde versie of meevolgen in hun leerwerkboek op pagina 27. De uitspraak wordt zo gekoppeld aan het schriftbeeld.

Bekijk de korte opdracht in de sleutel. Laat de leerlingen het antwoord markeren in de tekst.

Nous regardons l’animation une troisième fois. Pendant qu’on écoute, on peut lire à voix basse.

We bekijken de animatie een derde keer. Terwijl we luisteren, lezen we zachtjes mee.

Speel de dialoog nog een derde keer af. De leerlingen kunnen fluisterend, halfluid of luidop meelezen. Hardop lezen is pas verantwoord als men voldoende geluisterd heeft, dit is dus geen must.

Maintenant je lis le dialogue. Vous répétez chaque phrase après moi. Nu lees ik de dialoog voor. Jullie herhalen elke zin na mij.

Lees de dialoog zelf voor. De leerlingen herhalen telkens de gelezen zin. Je kan er ook voor kiezen om telkens een andere leerling een zin te laten herhalen.

Faites oralement l'exercice 1 à la page 28 avec votre voisin ou voisine. Maak oefening 1 op pagina 28 mondeling met je buur.

Neem nu het leerwerkboek pagina 28, opdracht 1 erbij. Laat de leerlingen die in duo’s mondeling oplossen.

Er worden enkele vragen gesteld over de inhoud van de dialoog. Alle vragen zijn geformuleerd met woorden die de leerlingen in Passepartout 5 leerden. Probeer deze fase zoveel mogelijk in het Frans te laten verlopen. Indien nodig vertaal je.

Als je voelt dat de leerlingen nog veel ondersteuning nodig hebben, kan je ervoor kiezen om deze opdrachten klassikaal te maken. Bewaak dan goed dat elke leerling uitgedaagd wordt om mee te denken en gebruik eventueel wisbordjes. Wanneer je liever in zet op individueel werk, dan laat je de leerlingen de dialoog individueel beluisteren via de QR-code in hun werkboek.

3

Lesafsluiting

3.1 Lezend spreken

Om de eerste les van dit contact af te ronden, neem je de tekst van de dialoog klassikaal door. Kies zelf op basis van de noden van je klasgroep hoe je dit doet.

Heb je het gevoel dat de leerlingen je houvast en ondersteuning nog nodig hebben, lees dan zelf zin per zin de tekst voor. Laat de leerlingen telkens de zin nazeggen.

Konden je leerlingen vrij vlot om met de woordenschat, dan laat je zin per zin door een leerling voorlezen. Zorg er in dat geval voor dat elke leerling aan bod komt. Je kan de dialoog meerdere keren herhalen.

On lit le dialogue encore une fois.

- Moi, je lis le dialogue et vous répétez chaque phrase.

- Quand je dis ton nom, tu lis la phrase suivante.

- Ensuite, on va traduire les phrases.

We lezen de dialoog nogmaals.

- Ik lees de dialoog en jullie herhalen elke zin.

- Als ik je naam zeg, lees je de volgende zin.

- Nadien gaan we de zinnen vertalen.

Peux-tu déjà demander de l’aide en français?

Zou jij al iemand om hulp kunnen vragen in het Frans?

3.2 Memoriseren

Geef de leerlingen de opdracht om de dialoog thuis te memoriseren tegen de volgende les.

Dit kunnen ze doen door de dialoog op Kabas te beluisteren of aan de hand van hun leerwerkboek

À la maison, mémorisez le dialogue. Utilisez le livre-cahier ou Kabas. Memoriseer de dialoog thuis. Gebruik je leerwerkboek of Kabas.

Zorg ervoor dat de dialoog en de oefeningen op Kabas openstaan voor de leerlingen.

Differentieer: niet alle leerlingen hoeven de volledige dialoog te memoriseren. Verdeel volgens de noden van je klasgroep.

Contact 3

Les 2

1

Instap: spelen van de dialoog

Het memoriseren van dialogen is in de basisschool heel belangrijk, zo ontstaan er kapstokfuncties. Vanuit deze startzinnen kunnen de leerlingen zelf tot vrijere vertolkingen komen tijdens mondelinge interactie.

Vous avez mémorisé le dialogue. Maintenant vous allez jouer le dialogue en petits groupes. Jullie hebben de dialoog gememoriseerd. Nu gaan jullie de dialoog naspelen in kleine groepen.

De leerlingen hebben de dialoog gememoriseerd na de vorige les. Verdeel de leerlingen in meerdere groepen zodat elke leerling actief is. Laat de groepen de dialoog naspelen. Doe dit eventueel een tweede keer waarbij ze elk een andere rol opnemen. Loop rond en beluister zoveel mogelijk groepen, laat eventueel één groep de dialoog voor de klas naspelen.

Laat zwakkere leerlingen (en/of leerlingen die bijvoorbeeld afwezig geweest zijn) hun boek bij de hand nemen zodat ze de tekst kunnen aflezen. Met deze opdracht stimuleer je ook de spreekdurf. Aflezen is beter dan niet deelnemen.

Opgelet: dit naspelen kent een belangrijke functie om tot kapstokfuncties voor het verdere hoofdstuk te komen, maar is niet het hoofdonderdeel van de les. Bewaak de tijd en zorg dat je snel naar de kern van de les kan overgaan.

Hier kan je het herhalend spreken evalueren.

Dans ce cours, nous apprenons à exprimer l’heure plus précise en Français, nous répétons le verbe «aller» en nous apprenons à dire quelque chose au futur proche.

In deze les leren we het uur exacter uitdrukken in het Frans, herhalen we het werkwoord ‘aller’ en leren we iets zeggen in de nabije toekomst.

2 Kern

2.1 Inleiding op de luisteroefening

Prenez votre livre à la page 29. Travaillez à deux. Un(e) élève pose les questions, l’autre élève répond. Neem jullie boek op pagina 29. Werk per twee. Eén leerling stelt de vragen, de andere leerling antwoordt.

Voordat de leerlingen gericht luisteren naar de opdracht, herhalen we even het kloklezen.

In het vijfde leerjaar leerden de leerlingen het uur, de halve uren en kwart voor en kwart na uit te drukken. Nu ze alle getallen geleerd hebben in contact 2, kunnen de leerlingen ook uitdrukken hoeveel minuten voor of na het uur het is.

Neem het leerwerkboek erbij op pagina 29

Laat de leerlingen per twee werken. De ene leerling stelt een vraag.

- Quelle heure est-il?

- Tu as l’heure, s’il te plait?

- Vous avez l’heure, s’il vous plait?

‘Il est quelle heure?’ is ook correct, maar minder mooi Frans.

De andere leerling kijkt naar de klokken en de aanduiding van het uur en verwoordt het antwoord. Nadien wisselen de rollen om.

2.2 Luisteroefening

Prenez votre livre à la page 29, exercice 3. Écoutez bien! Notez l’heure exacte. Neem jullie boek op pagina 29, oefening 3. Luister goed! Noteer het juiste uur.

Laat de leerlingen in hun leerwerkboek opdracht 3 nemen. Bespreek eerst samen de opdracht zodat de leerlingen weten met welk doel ze naar de gesprekken luisteren.

Speel audiofragment 7 met de luisteropdracht af. Laat het een tweede keer horen als je merkt dat niet alle leerlingen de opdracht konden oplossen. Verbeter nadien klassikaal.

1 Margot est à table. À sept heures et demie, elle prend le petit déjeuner.

2 Le frère de Margot mange un peu plus tôt. Chaque jour, il part pour l’école à huit heures moins cinq.

3 Le lundi, l’école commence plus tard que les autres jours. On entre en classe à huit heures vingt-cinq.

1 07:30 2 07:55 3 08:25 4 12:15 5 16:45

2.3 Coin de grammaire

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

1 Pendant la pause du midi, Julien reste à l’école. Il mange ses tartines dans la cantine à midi et quart.

2 La maman de Sophie vient chercher sa fille à l’école à cinq heures moins le quart.

Kies je ervoor om inductief te werk te gaan, laat de leerlingen dan eerst opdracht 4 op pagina 30 van het leerwerkboek maken. Zo kunnen ze zelf de regels uit de taalhoek ontdekken.

In wat volgt omschrijven wij de deductieve aanpak waarbij we eerst de regels toelichten en de leerlingen ze dan laten verwerken en inoefenen met opdrachten.

Prenez votre livre à la page 30, le coin de grammaire. Nous répétons la conjugaison du verbe «aller» et nous apprenons à exprimer le futur proche.

Neem jullie boek op pagina 30, de taalhoek. We herhalen de vervoeging van het werkwoord 'aller' en we leren de nabije toekomst uit te drukken.

Laat de leerlingen hun leerwerkboek openleggen op pagina 30

Actieve kennis van de futur proche is de eerste belangrijke nieuwigheid in het zesde leerjaar. Zowel in het Frans als in het Nederlands wordt de futur proche heel vaak gebruikt: ik ga zwemmen, hij gaat spelen … De nabije toekomst uitdrukken mag geen probleem vormen, vermits het werkwoord ‘aller’ in al zijn vormen al heel vaak aan bod gekomen is. Het moeilijkste van de futur proche is dus al gekend. Fris daarom eerst de vormen van ‘aller’ goed op!

Regardez le cadre dans votre livre à la page 30. Bekijk het kader in jullie boek op pagina 30.

Overloop het kader in het leerwerkboek op pagina 30 en bespreek:

Pour dire ce qu’on va faire dans le futur proche, on utilise le verbe «aller» et un verbe à l'infinitif. Om in het Frans te zeggen wat je in de nabije toekomst gaat doen, gebruik je de volgende structuur: het werkwoord ‘aller’ vervoegd, gevolgd door een werkwoord in de infinitiefvorm.

Prenez votre livre à la page 30, exercice 4. Travaillez à deux. Un(e) élève pose les questions, l'autre élève forme des réponses.

Neem oefening 4 erbij op pagina 30. Werk per twee. Eén leerling stelt de vragen, de andere leerling antwoordt.

Laat de leerlingen vervolgens in duo’s opdracht 4 maken ter inoefening. Eén leerling leest de vraag, de andere leerling antwoordt. Het eerste blok oefeningen herhaalt de werkwoordsvormen van ‘aller’, vooraleer de futur proche ingeoefend wordt.

Opgelet: het werkwoord in de infinitief staat onmiddellijk na de vervoegde vorm van 'aller'. Dat is in het Nederlands meestal niet zo!

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Wanneer je tijdens de opfrissing merkt dat de vervoegingen van ‘aller’ niet vlot gekend zijn, doe je deze opdrachten misschien beter klassikaal. Volg goed op welke leerlingen de vervoegingen nog niet beheersen en zet hen op een vrij moment, tijdens hoekenwerk of als huiswerk aan de slag met het kopieerblad met herhalingsoefeningen.

De leerlingen kunnen via de QR-code bij elke taalhoek een instructievideo met de uitleg oproepen.

Hier kan je het bewerkend/beschrijvend spreken evalueren.

3 Lesafsluiting

Deze les leerden we de tijd uitdrukken in het Frans. Deze leerstof vraagt veel inoefening en het is belangrijk dat de leerlingen dit regelmatig herhalen.

Vraag je leerlingen gedurende de komende week af en toe in het Frans hoe laat het is. Laat telkens een andere leerling antwoorden.

Herhaal ook regelmatig de veelvoorkomende werkwoorden, zodat de leerlingen die steeds meer gaan automatiseren. Gebruik hiervoor eventueel wisbordjes.

Contact 3

Les 3

1

Instap

Overal ter wereld volgen kinderen les. Niet alleen de scholen en klassen zien er overal anders uit, ook wat de leerlingen leren en hoe hun lessenrooster eruitziet, kan verschillen.

Dans cette leçon, on compare un horaire d'une école en Wallonie avec un horaire d’une école en France. In deze les vergelijken we een lessenrooster van een school uit Wallonië met een lessenrooster van een school uit Frankrijk.

Een opstart naar deze leestekst kan zijn om jullie eigen lessenrooster aan het bord te noteren. Hierdoor kunnen de leerlingen de lessenroosters uit het leerwerkboek vergelijken met hun eigen context en daartussen gelijkenissen en verschillen ontdekken.

Quel est notre horaire?

Hoe ziet ons lessenrooster eruit?

2 Kern

2.1 Leestekst

On ouvre notre livre à la page 31. Regardez les deux horaires. We openen ons boek op pagina 31. Bekijk de twee lessenroosters.

Bekijk met de leerlingen het rooster op pagina 31 van het leerwerkboek. We vergelijken de lessenroosters van twee leerlingen: één uit Wallonië en één uit Rijsel / Lille.

Verduidelijk enkele woorden (die hoeven de leerlingen niet te kennen): religion godsdienst morale moraal, zedenleer scienceswetenschappen mathématiques wiskunde histoire geschiedenis technologie techniek géographie aardrijkskunde art kunst

Merk op dat de leerlingen uit de tekst andere vakken hebben dan de leerlingen in je klas: geschiedenis, aardrijkskunde, wetenschappen en techniek worden in Vlaanderen gebundeld in wereldoriëntatie. Kunst maakt onderdeel uit van muzische vorming.

Laat de leerlingen de opdrachten in de sleutels oplossen.

Stel bijkomende vragen zoals:

- Quel jour n’y-a-t-il pas cours en France?

- À quelle heure commencent les cours à l'école en Wallonie / à Lille?

- À quelle heure y-a-t-il pause du matin à l'école en Wallonie / à Lille?

- Combien d’heures de cours de français y-a-t-il dans l’école à Lille?

- A-t-on cours de néerlandais en France? -

2.2 Vertalend spreken

Nous prenons notre livre à la page 28. On regarde maintenant les nouveaux mots et les nouvelles expressions. On cache le français avec la main gauche et on traduit du néerlandais au français à voix basse.

We keren terug naar pagina 28. We bekijken de nieuwe woorden en uitdrukkingen. We bedekken het Frans met de linkerhand en we vertalen fluisterend van het Nederlands naar het Frans.

De leerlingen nemen de woordenlijst en de lijst met uitdrukkingen op pagina 28 erbij en oefenen mondeling de vertalingen.

2.3 Schrijven

De leerlingen oefenen de woordenschat en de inhoud van dit contact verder in met de schriftelijke oefeningen. De opdrachten zijn in verschillende moeilijkheidsgraden opgebouwd.

We onderscheiden drie verwerkingsniveaus:

- Herhalend: de leerlingen schrijven woorden of zinnen foutloos na. Leerlingen die hier al vlot mee weg zijn kunnen de zinnen in het Frans bedekken nadat ze die gelezen hebben. Ze schrijven de zin daarna over vanuit het geheugen.

- Beschrijvend: de opdrachten vragen wat denkwerk van de leerlingen. Dit zijn associatieoefeningen, chronologisch rangschikken, teksten aanvullen of samenstellen aan de hand van aangegeven bouwstenen …

- Structurerend: er zijn geen aangereikte bouwstenen. De leerlingen doen een beroep op hun kennis of ze zoeken het gevraagde op (in het leerwerkboek of in hun onthoudboekje Mon mémento 2). Deze opdrachten zijn geen must, maar kunnen door vluggere leerlingen gemaakt worden.

Prenez votre livre à la page 32-33 et 36. On parcourt les exercices. Faites les exercices. On travaille en silence. Utilisez Mon mémento 2 si nécessaire.

We openen ons boek op pagina 32-33 en 36. We overlopen de oefeningen. Maak de oefeningen. We werken in stilte. Gebruik Mon mémento 2 indien nodig.

De leerlingen nemen hun leerwerkboek pagina 32. Overloop kort de opdrachten, zodat die voldoende duidelijk zijn en laat de leerlingen aan de slag gaan. Differentieer waar nodig, zodat elke leerling op maat kan werken.

Herhalend: opdracht 5

Beschrijvend: opdracht 6 — 7 — 8 — 9 — 10 — 11 — 12*

*Opdracht 12 is vertalend schrijven. Voor bepaalde leerlingen kan het nuttig zijn om de zinnen eerst mondeling te laten vertalen.

Op het einde kan je de opdrachten klassikaal verbeteren, laat alle leerlingen willekeurig aan bod komen.

On corrige les exercices ensemble. We verbeteren de oefeningen klassikaal.

3 Lesafsluiting

We hebben geluisterd, gesproken, geschreven en gelezen in het Frans. In de volgende les oefenen we in een gesprek wat we leerden.

Avant le prochain cours, à la maison, prenez le petit livre Mon Mémento 2 à la page 23-24, les minidialogues. Préparez-vous pour le prochain cours. Posez les questions et répondez. Neem vóór de volgende les thuis jullie onthoudboekje op pagina 23-24, de minidialogen. Bereid jullie voor op de volgende les. Stel vragen en beantwoord ze.

Vooraleer je les 4 start, is het zinvol om de leerlingen (thuis) met hun onthoudboekje Mon mémento 2 pagina 23 en 24 de minidialogen te laten inoefenen. Geef hen de raad af te wisselen: de antwoorden te bedekken om de vragen te beantwoorden en de vragen te formuleren vanuit het lezen van de antwoorden.

Contact 3

Les 4

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

1 Voorkennis activeren

Doorheen de voorbije lessen is de nieuwe woordenschat van dit contact herhaaldelijk geoefend via luisteren, lezen, schrijven en spreken. Nu gaan we een stapje verder door in te zetten op vrijere vertolkingen en de leerlingen tot mondelinge interactie aan te zetten.

Om in deze les naar de vrijere conversatie toe te werken, zal de woordenschat van het vijfde leerjaar weer wat moeten opgefrist worden. Dit kan je doen aan de hand van een kort spel.

Noteer enkele gekende woorden op een briefje of post-it. Laat de leerlingen om beurten naar voren komen en een briefje trekken. De leerling mag het woord dat erop staat tekenen of uitbeelden. De andere leerlingen moeten het raden.

Leid de opdracht van de mondelinge interactie in:

Aujourd'hui, c'est à vous. Vous allez travailler ensemble pour faire des mini-dialogues. Vandaag is het aan jullie. Jullie gaan samenwerken om mini-dialogen te voeren.

2 Kern

2.1 Mondelinge interactie

Mondelinge interactie vormt de belangrijkste rode draad van elk contact. De leerlingen hebben dit normaal gesproken thuis voorbereid. Groepeer de leerlingen in groepen van maximaal vier leerlingen met hetzelfde niveau.

Passepartout biedt hiervoor opdrachten aan op drie niveaus:

- Niveau 1

De leerlingen die het nog moeilijk hebben met mondelinge interactie, nemen het leerwerkboek op pagina 36. Daar vinden ze uitgeschreven zinnen in een kader om zelf een conversatie mee op te bouwen. Dit is het eerste niveau waarbij de meest uitgebreide ondersteuning op zinsniveau wordt geboden.

Let op: het is niet de bedoeling dat de leerlingen alles aflezen van links naar rechts. Ze krijgen alle elementen aangeboden, maar ze moeten opletten dat hun antwoord aansluit bij de vraag.

- Niveau 2

Voor leerlingen die er al vlotter mee weg zijn, bieden we individuele ondersteuning op woordniveau aan. Met de praatplaten 10 tot en met 13 voeren ze in duo’s mini-dialogen. Een leerling stelt een vraag die op de achterzijde staat. Diezelfde leerling hoort of de antwoorden correct zijn en biedt, indien nodig, hulp aan in drie fases:

1 De leerling geeft het eerste woord van het antwoord.

2 De leerling geeft de eerste twee woorden van het antwoord.

3 De leerling zegt het antwoord voor, de medeleerling herhaalt het antwoord.

Niveau 3

De leerlingen die vlot tot mondelinge interactie komen, baseren zich voor het naspelen van een dialoog op de geprojecteerde klassikale prent 3. Zij verwoorden zelf vragen en antwoorden zonder bijkomende ondersteuning.

Zet klassikale prent 3 open op het digitale bord en deel praatplaten 10 — 13 uit aan de duo’s die er gebruik van zullen maken. Laat de leerlingen die er nood aan hebben, het leerwerkboek op pagina 36 gebruiken.

De leerlingen oefenen enkele keren een gesprek. Ze wisselen een paar keer van rol, zodat ze beiden zowel de vragen als de antwoorden geoefend hebben.

Laat een aantal duo’s klassikaal opvoeren wat ze geoefend hebben. Laat hen ook bij de opvoering gebruikmaken van de materialen zoals ze geoefend hebben (naargelang het niveau).

On travaille en groupes.

(niveau 1) Vous travaillez à deux. Regardez votre livre à la page 36: un(e) élève pose les questions, un(e) autre élève forme des réponses. Échangez de rôle.

(niveau 2) Vous travaillez à deux. Utilisez les scènes de vocabulaire: un(e) élève pose les questions, un(e) autre élève forme des réponses. Échangez de rôle.

(niveau 3) Vous travaillez à deux. Regardez le tableau pour former des phrases correctes.

We werken in groepen.

(niveau 1) Jullie werken per twee. Bekijk jullie boek op pagina 36: één leerling stelt de vragen, een andere leerling vormt antwoorden op die vragen. Wissel van taak.

(niveau 2) Jullie werken per twee. Gebruik de praatplaten: één leerling stelt de vragen, een andere leerling vormt antwoorden op die vragen. Wissel van taak.

(niveau 3) Jullie werken per twee. Bekijk het bord om goede zinnen te vormen.

Hier kan je het herhalend (niveau 1) of bewerkend/beschrijvend (niveau 2) spreken evalueren.

3 Lesafsluiting

3.1 Cultuur

Pour terminer ce cours, on va examiner de plus près notre capitale Bruxelles. Prenez votre livre à la page 34-35.

Om deze les af te sluiten gaan we onze hoofdstad Brussel van naderbij bekijken. Neem jullie boek op pagina 34-35.

Naast het bijbrengen van vaardigheden, kennis en attitudes, willen we de leerlingen ook kennis laten maken met de Franstalige socioculturele wereld. Elk contact eindigt met een lesmoment waarbij we een aspect van de cultuur belichten.

In dit contact staan we even stil bij de hoofdstad van ons land: Brussel. Overloop met de leerlingen de bezienswaardigheden. Zijn de leerlingen al in Brussel geweest en hebben zij deze plaatsen al bezocht? Vraag hen ook welke Belgische stripreeksen ze kennen. Wisten je leerlingen dat Kuifje een Franstalige reeks is? In het Frans heet Kuifje 'Tintin'.

Bespreek de vragen in de sleutels die bij de tekstblokken opgenomen zijn.

3.2 Bewegend leren

On va bouger!

We gaan bewegen!

Bij elk contact voorziet Passepartout twee activiteiten bewegend leren. De activiteit bewegend leren kan ofwel op woordenschat of op grammatica oefenen, er is gezorgd voor een afwisseling tussen de contacten. Dat houdt in dat voor de overige contacten naar analogie nog meer activiteiten uitgewerkt kunnen worden indien je dat wil.

Passepartout kiest ervoor om bepaalde werkvormen in de activiteit bewegend leren te laten terugkomen binnen een leerjaar en over de leerjaren heen. Zo zijn de leerlingen snel vertrouwd met de werkvorm en kan alle aandacht naar het inoefenen van de Franse woordenschat of grammatica gaan. Een overzichtstabel van het aanbod aan werkvormen en onderwerpen bij elk contact vind je op Kabas terug.

Open de lesfiche op Kabas. Print de bijlagen indien van toepassing. De meeste activiteiten vragen daarnaast vrij weinig materiaal (bijvoorbeeld eens een hoepel, kladblad of schrijfgerei) zodat de activiteit snel kan worden opgestart.

3.3 Voorbereiden op de toets

Afin de se préparer pour le test, vous pouvez faire les exercices 2 à 10 sur Kabas. Si nécessaire, vous consultez votre petit livre Mon mémento 2.

Om je voor te bereiden op de toets, mogen jullie oefening 2 tot en met 10 maken op Kabas. Indien nodig kunnen jullie je onthoudboekje raadplegen.

Om zich voor te bereiden op de toets, gaan de leerlingen aan de slag met de opdrachten op Kabas: oefenreeks 2 tot en met 10. Ze nemen er, waar nodig, hun onthoudboekje bij.

Beheersingsreeks

Doel en opbouw

De beheersingsreeks oefent op het einde van elk contact de doelen die aan bod kwamen op drie niveaus en wordt ondersteund door instructievideo’s. Hier gaat het om herhaling of verdieping.

De leerlingen tonen in het adaptieve leerpad dat ze de doelen van dit thema beheersen. Ze krijgen een individueel leerpad voorgeschoteld tot ze voldoende goed scoren.

Kai toont wat de leerlingen moeten leren en bepaalt de volgorde waarin de doelen aan bod komen. Zo krijg elke leerling een op maat samengesteld leerpad.

Als een leerling de doelen beheerst, dan verandert de ksnapometer bij dat doel. De leerlingen kunnen er nog voor kiezen om expert te worden in het doel, maar ze beheersen de basis.

Praktisch

Zo zet je jouw leerlingen aan het werk:

- Ga naar Kabas.

- Open de inhoudstafel en klik op het contact waarvoor je de beheersingsreeks wil klaarzetten.

- Klik het tabblad ‘leerlingen toegang’ aan.

- Vink het contact aan waarvoor je de beheersingsreeks wil klaarzetten.

- Klaar! De leerling krijgt dit leerpad nu in zijn/haar overzicht te zien.

Als leerkracht krijg je in je resultatenscherm een overzicht van de oefenreeks van elke leerling. Je ziet welke opdrachten ze gekregen hebben en wat hun resultaten waren. Je ziet ook welke instructievideo’s aan bod gekomen zijn, als een leerling dit te zien kreeg.

Contact 3

5

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Toets

Focus erop dat de lessen Frans in een prettige en positieve sfeer kunnen verlopen. Toetsen die alleen opgemaakt zijn om een rapportering in cijfers uit te drukken kunnen (vooral zwakkere) leerlingen demotiveren.

On va faire le test. D’abord, on va parcourir tous les exercices. We gaan de toets maken. Eerst gaan we alle oefeningen overlopen.

Bezorg elke leerling kopieerblad 11 met de toets. Overloop samen de opdrachten zodat die voor alle leerlingen duidelijk zijn.

Opdracht 1 van deze toets is een luisteroefening, audiofragment 8

Écoutez bien. Notez l’heure exacte.

Luister goed. Noteer het juiste uur.

1 Il est sept heures et demie du matin.

2 Il est trois heures moins le quart de l’aprèsmidi.

le matin 07:30 10:25

Differentiatie

3 Il est dix heures vingt-cinq du matin.

4 Il est cinq heures moins dix de l’après-midi.

l'après-midi 14:45 16:50

Na elke toets voorziet Passepartout een aanbod aan differentiatiemateriaal. Per vier contacten voorziet Passepartout in het jaarplan een dubbel lesmoment om te herhalen en gedifferentieerd in te oefenen wat in de voorbije vier contacten geleerd werd. Kies je ervoor om te differentiëren na elk contact, voorzie hiervoor dan extra tijd in je jaarplanning.

Automatisch gedifferentieerde taak

Voor Passepartout biedt Kabas de optie om een automatisch gedifferentieerde taak klaar te zetten voor je leerlingen. Die bevat een oefenreeks per geselecteerd doel op zijn of haar niveau, die wordt voorgesteld vanuit Kabas.

Zo’n automatisch gedifferentieerde taak zet je na evaluatie eenvoudig klaar: duid aan waarna je de taak wil geven en geef de scores van de leerlingen op deze evaluatie in. Kabas roept vervolgens de doelen van die evaluatie op en doet op basis van de scores van de leerlingen een voorstel tot remediëringsoefeningen, verdere inoefening of een verrijkingsaanbod.

Je kan dan nog kiezen of die oefeningen effectief aangeboden worden aan elke leerling of bijvoorbeeld enkel aan de leerlingen die remediëring nodig hebben. In je resultatenscherm krijg je een handig overzicht te zien waarbij je kan volgen welke differentiatie elke leerling aangeboden kreeg en hoe die leerling gepresteerd heeft. Neem die info mee naar de verdere contacten.

Remediëring

Heeft de leerling het uur uitdrukken nog onvoldoende onder de knie? Zet hem of haar aan het werk met het spelmateriaal uit de intro van dit contact en oefen dit spontaan doorheen meerdere schooldagen.

Heeft de leerling nog moeite met de vervoeging van de werkwoorden? Zet hem of haar aan het werk met de opdrachten van Parachute kopieerblad 12

Verdieping

Laat de leerlingen die de inhoud van contact 3 beheersen, verder oefenen met het oefenaanbod op Kabas. Ze kunnen ook verder oefenen met het aanbod van het werkboek En forme.

Passepartout Plus

Passepartout Plus is een set van extra leerwerkboeken die aansluiten op het basisaanbod. Wie meer dan gemiddeld lestijden Frans geeft, kan hiermee elk contact verder uitbreiden.

Passepartout Plus biedt verdere inoefening van de woordenschat en grammatica. Daarnaast voorzien we ook luister- en spreekopdrachten en meer creatieve oefeningen. Wie al Frans geeft in de tweede graad, kan zo Passepartout 5 en 6 uitbreiden.

Bij elk werkboek van Passepartout hoort ook een leerwerkboek van Passepartout Plus met dezelfde opdeling per contact. De leerlingen kunnen zelfstandig met Passepartout Plus aan de slag.

Contact 4

On dort dans une ferme pour enfants

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Lesdoelen

Les 1 1 De leerlingen kunnen het onderwerp in een luisterfragment bepalen.

2 De leerlingen kunnen vooraf beluisterde woorden en zinnen nazeggen.

3 De leerlingen kunnen de woordenschat rond de seizoenen en bosklassen (schooluitstappen) toepassen.

Les 2 1 De leerlingen durven een gesprek in het Frans te voeren.

2 De leerlingen kunnen vooraf beluisterde woorden en zinnen nazeggen.

3 De leerlingen kunnen de werkwoorden op -ir vervoegen.

4 De leerlingen kunnen quel, quels, quelle en quelles juist gebruiken.

5 De leerlingen kunnen ce(t), cette en ces juist gebruiken.

Les 3 1 De leerlingen kunnen informatie uit een informatieve tekst halen.

2 De leerlingen kunnen foutloos kopiëren.

3 De leerlingen kunnen de woordenschat en zinstructuren rond de seizoenen en een schooluitstap functioneel toepassen.

4 De leerlingen kunnen de werkwoorden op -ir vervoegen.

5 De leerlingen kunnen quel, quels, quelle, quelles juist gebruiken.

6 De leerlingen kunnen ce(t), cette en ces juist gebruiken.

Les 4 1 De leerlingen kunnen in duo’s een gesprek houden waarin ze praten over bosklassen.

2 De leerlingen durven een gesprek in het Frans te voeren.

3 De leerlingen kunnen interesse tonen in de Franse taal aan de hand van een lied.

Les 5 Toets en differentiatie

Taalhandelingen en taalsituaties

Nieuwe woorden

- spreken over bosklassen - de maanden uitdrukken - dieren benoemen

un après-midi

une classe verte un coq un cours une ferme

une ferme pour enfants

Structuren en uitdrukkingen

Leermiddelen

une feuille une fleur une forêt un mouton la nuit

une plante une poule

Tu restes longtemps là-bas?

Ce ne sont pas vraiment des vacances.

On apprend à comprendre la vie de la nature.

- Leerwerkboek 1 pagina 37 — 46

- Mon mémento 2 pagina 25

- Kopieerbladen 13 — 14

- Woordenschatlijst

- Bijlage 7

- Praatplaten 14 — 19

- Klassikale prent 4

- Animatie 4

- Audiofragmenten 9 — 13

- Sorteertool

- de werkwoorden op -ir - quel, quelle, quels en quelles - ce(t), cette en ces

la terre une vache les saisons le printemps l’été l’automne l’hiver durer traire longtemps même si

On dort dans une ferme. On apprend à traire les vaches. Je suis heureux de partir!

- Kabas:

Les bases: oefenreeksen 1 — 2

En plus: oefenreeksen 3 — 10

Parachute: oefenreeks 11

En forme: oefenreeks 12

- Adaptief traject KAI

- Spraakoefeningen op woordenschat

- En forme pagina 13 — 16

- Passepartout Plus 1 pagina 24 — 29

Contact 4

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

1 Voorkennis activeren en lesdoel

Maak een keuze of je dit contact start vanuit optie 1.1, 1.2, 1.3 of 1.4. Je kan meerdere opties ook combineren in een hoekenwerk. Naargelang je keuze volg je hieronder de bijhorende werkvorm en leg je de materialen klaar. Rond af met 1.5 en maak de opstap naar de dialoog.

1.1 Welk dier is het?

De leerlingen werken in groepen van drie of vier. Elke leerling heeft een post-it. Hierop schrijft hij een dier dat de klas al kent in het Frans. Hij plakt het woord op het voorhoofd van een andere leerling. Wijs de leerlingen erop dat ze het lidwoord niet vergeten.

Om beurten stellen de leerlingen vragen om zo snel mogelijk hun eigen identiteit te achterhalen. Wie kan, stelt al enkele vragen in het Frans. Leerlingen voor wie dat nog te moeilijk is, stellen alle vragen in het Nederlands.

Mogelijke dieren zijn: un coq, une poule, un lapin, un mouton, une vache, un chat, un chien, un cheval …

1.2 Memory

De leerlingen werken in groepen van drie of vier. Elke groep krijgt bijlage 7 met de memory met dieren. Ze knippen alle kaarten uit en verspreiden die over de tafel, met de tekst of afbeelding naar beneden. Om beurten draait elke leerling twee kaarten om. Ze combineren afbeeldingen met woorden. Hebben ze een juiste combinatie gevonden, dan houden ze de kaarten bij en blijven ze aan de beurt.

Wie op het einde de meeste kaarten heeft kunnen verzamelen, wint.

1.3

Sorteertool

Open de sorteertool op je digitaal bord. Laat de leerlingen in duo’s de foto’s bekijken. Geef de leerlingen de opdracht elke foto met een seizoen te linken.

Laat enkele leerlingen aan bord komen om de foto’s te plaatsen onder één van de seizoenen en bespreek:

- Welke foto’s horen bij welk seizoen?

- Waarom associeer je een bepaalde foto met een bepaald seizoen?

- Zou de foto ook bij een ander seizoen kunnen horen?

Ga na of er leerlingen zijn die een ander idee hadden. Waardeer de individuele verschillen tussen leerlingen.

1.4 Klasgesprek

Voer een klasgesprek met de leerlingen rond schooluitstappen. Stel de volgende mogelijke vragen:

- Waar zijn we dit schooljaar al naartoe geweest?

- Welke schooluitstappen deden jullie de voorbije jaren?

- Wat was leuk en wat was minder leuk?

- Wat deed je op die uitstappen?

- Wat nam je mee op uitstap?

- Welke uitstap zou je graag eens doen met de klas?

- Welke schooluitstap zal je nooit vergeten?

1.5 Opstap naar dialoog

Vat samen wat besproken is tijdens de instap en maak de koppeling naar de dialoog.

Nous sommes en novembre. La classe de la sixième part pour quatre jours dans les Ardennes. Ce sont les classes vertes. Vive la nature!

Het is november. De klas van Héléna gaat op bosklas naar de Ardennen. Daar leren ze veel over de natuur en de dieren.

En cinqième année, on a déjà appris les noms de quelques animaux. Maintenant on va apprendre les noms de plusieurs autres animaux.

In het vijfde leerjaar leerden we reeds enkele dieren benoemen. Nu gaan we nog heel wat andere dieren leren.

Dans ce contact on apprend les noms de beaucoup d’animaux. On apprend aussi les mois et les saisons. In dit contact leren we heel wat nieuwe dieren benoemen. We leren ook de maanden en seizoenen in het Frans.

2 Kern

2.1 Dialoog: de eerste luisterbeurt

Speel animatie 4 met de dialoog af. De leerlingen kijken en luisteren aandachtig.

Bespreek nadien:

- Qu’est-ce qui s’est passé? De quoi s’agit-il? De quoi parlent les copines?

- Wat is er gebeurd? Waarover gaat het? Waarover spreken de vriendinnen?

Héléna parle à Séverine de ses classes vertes qui approchent. Séverine pose plusieurs questions. Héléna vertelt Séverine over haar bosklassen die eraan komen. Séverine stelt verschillende vragen.

- Quels mots connais-tu déjà?

- Welke woorden die je hoorde, kende je al?

- Quels mots sont de nouveaux mots?

- Welke woorden heb je gehoord die nieuw zijn?

De dialoog wordt straks nog een aantal keer bekeken en beluisterd. De leerlingen hoeven dus nog niet alles opgepikt te hebben na deze eerste luisterbeurt.

2.2 Nieuwe woordenschat

Prenez votre livre à la page 38. Nous lisons les nouveaux mots. Après chaque mot, on regarde la traduction.

Neem jullie boek op pagina 38. We lezen de nieuwe woorden. Na elk woord bekijken we de vertaling.

Puis on lit les nouvelles expressions et on regarde chaque fois la traduction.

Daarna lezen we de nieuwe uitdrukkingen en bekijken we elke keer de vertaling.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Laat de leerlingen hun leerwerkboek nemen op pagina 38. Overloop het kader met de nieuwe woordenschat. Om de begripsvorming vlot te laten verlopen, vertaal je best meteen de nieuwe woorden, structuren en uitdrukkingen van de dialoog.

Lees in deze fase zelf telkens de Franse woorden voor en laat een korte pauze per woord of uitdrukking zodat de leerlingen de vertaling zelf kunnen lezen.

Het doornemen van het kader mag vlot gaan. De woordenschat en de nieuwe uitdrukkingen en zinstructuren worden doorheen het contact nog veelvuldig verder ingeoefend, dit is pas een eerste kennismaking.

2.3 Dialoog: luisteren en lezen

Nous regardons l’animation une deuxième fois. Pendant qu’on écoute, on suit le texte dans le livre ou sur l’écran.

We bekijken de animatie een tweede keer. Terwijl we luisteren, volgen we de tekst in het boek of op het scherm.

Speel animatie 4 voor de tweede keer af. De leerlingen kunnen kijken en luisteren naar de ondertitelde versie of meevolgen in hun leerwerkboek op pagina 37. De uitspraak wordt zo gekoppeld aan het schriftbeeld.

Bekijk de korte opdracht in de sleutel. Laat de leerlingen het antwoord markeren in de tekst.

Nous regardons l’animation une troisième fois. Pendant qu’on écoute, on suit le texte et, on peut lire à voix basse.

We bekijken de animatie een derde keer. Terwijl we luisteren, volgen we de tekst en lezen we zachtjes mee.

Speel de dialoog nog een derde keer af. De leerlingen kunnen fluisterend, halfluid of luidop meelezen. Hardop lezen is pas verantwoord als men voldoende geluisterd heeft, dit is dus geen must.

Maintenant je lis le dialogue. Vous répétez chaque phrase après moi.

Nu lees ik de dialoog voor. Jullie herhalen elke zin na mij.

Lees de dialoog zelf voor. De leerlingen herhalen telkens de gelezen zin. Je kan er ook voor kiezen om telkens een andere leerling een zin te laten herhalen.

Faites oralement l'exercice 1 à la page 38 avec votre voisin ou voisine. Maak oefening 1 op pagina 38 mondeling met je buur.

Neem nu het leerwerkboek pagina 38, opdracht 1 erbij. Laat de leerlingen die in duo’s mondeling oplossen.

Er worden enkele vragen gesteld over de inhoud van de dialoog. Alle vragen zijn geformuleerd met woorden die de leerlingen in Passepartout 5 leerden. Probeer deze fase zoveel mogelijk in het Frans te laten verlopen. Indien nodig vertaal je.

Als je voelt dat de leerlingen nog veel ondersteuning nodig hebben, kan je ervoor kiezen om deze opdrachten klassikaal te maken. Bewaak dan goed dat elke leerling uitgedaagd wordt om mee te denken en gebruik eventueel wisbordjes. Wanneer je liever in zet op individueel werk, dan laat je de leerlingen de dialoog individueel beluisteren via de QR-code in hun werkboek.

2.4 Les mois

Prenez votre livre à la page 39. Travaillez à deux. Un(e) élève pose la question, l’autre élève répond.

Neem jullie boek op pagina 39. Werk per twee. Eén leerling stelt de vraag, de andere leerling antwoordt.

Aansluitend bij het thema van het dialoogje, leren de leerlingen in dit contact de maanden van het jaar.

Neem het leerwerkboek erbij op pagina 39. Overloop de prenten en zet de leerlingen in duo’s aan het werk. Eén leerling vraagt ‘En quel mois sommes-nous?’ De tweede leerling kijkt naar de prenten en antwoordt.

Prenez votre livre à la page 39, exercice 2. Relie les phrases aux mois exacts.

Neem jullie boek op pagina 39, oefening 2. Verbind de zinnen met de juiste maanden.

Laat de leerlingen vervolgens opdracht 2 in duo’s maken.

3 Lesafsluiting

3.1 Lezend spreken

Om de eerste les van dit contact af te ronden, neem je de tekst van de dialoog klassikaal door. Kies zelf op basis van de noden van je klasgroep hoe je dit doet.

Heb je het gevoel dat de leerlingen je houvast en ondersteuning nog nodig hebben, lees dan zelf zin per zin de tekst voor. Laat de leerlingen telkens de zin nazeggen.

Konden je leerlingen vrij vlot om met de woordenschat, dan laat je zin per zin door een leerling voorlezen. Zorg er in dat geval voor dat elke leerling aan bod komt. Je kan de dialoog meerdere keren herhalen.

On lit le dialogue encore une fois.

- Moi, je lis le dialogue et vous répétez chaque phrase.

- Quand je dis ton nom, tu lis la phrase suivante.

- Ensuite, on va traduire les phrases.

We lezen de dialoog nogmaals.

- Ik lees de dialoog en jullie herhalen elke zin.

- Als ik je naam zeg, lees je de volgende zin.

- Nadien gaan we de zinnen vertalen.

Peux-tu déjà dire quelque chose d’une excursion scolaire en français?

Kan jij al iets vertellen over een schooluitstap in het Frans?

3.2 Memoriseren

Geef de leerlingen de opdracht om de dialoog thuis te memoriseren tegen de volgende les.

Dit kunnen ze doen door de dialoog op Kabas te beluisteren of aan de hand van hun leerwerkboek

À la maison, mémorisez le dialogue. Utilisez le livre-cahier ou Kabas.

Memoriseer de dialoog thuis. Gebruik je leerwerkboek of Kabas.

Zorg ervoor dat de dialoog en de oefeningen op Kabas openstaan voor de leerlingen.

Differentieer: niet alle leerlingen hoeven de volledige dialoog te memoriseren. Verdeel volgens de noden van je klasgroep.

Contact 4

Les 2

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

1

Instap: spelen van de dialoog

Het memoriseren van dialogen is in de basisschool heel belangrijk, zo ontstaan er kapstokfuncties. Vanuit deze startzinnen kunnen de leerlingen zelf tot vrijere vertolkingen komen tijdens mondelinge interactie.

Vous avez mémorisé le dialogue. Maintenant vous allez jouer le dialogue en petits groupes. Jullie hebben de dialoog gememoriseerd. Nu gaan jullie de dialoog naspelen in kleine groepen.

De leerlingen hebben de dialoog gememoriseerd na de vorige les. Verdeel de leerlingen in meerdere groepen zodat elke leerling actief is. Laat de groepen de dialoog naspelen. Doe dit eventueel een tweede keer waarbij ze elk een andere rol opnemen. Loop rond en beluister zoveel mogelijk groepen, laat eventueel één groep de dialoog voor de klas naspelen.

Laat zwakkere leerlingen (en/of leerlingen die bijvoorbeeld afwezig geweest zijn) hun boek bij de hand nemen zodat ze de tekst kunnen aflezen. Met deze opdracht stimuleer je ook de spreekdurf. Aflezen is beter dan niet deelnemen.

Opgelet: dit naspelen kent een belangrijke functie om tot kapstokfuncties voor het verdere hoofdstuk te komen, maar is niet het hoofdonderdeel van de les. Bewaak de tijd en zorg dat je snel naar de kern van de les kan overgaan.

Hier kan je het herhalend spreken evalueren.

Dans ce cours, nous apprenons les mois . Nous répétons la conjugaison des verbes en -ir et les pronoms quel-quelle-quels-quelles et ce(t)-cette-ces.

In deze les leren we de maanden in het Frans . We herhalen de werkwoorden op -ir en de woordjes que-quelle-quelsquelles et ce(t)-cette-ces.

2 Kern

2.1 Luisteroefening

Prenez votre livre à la page 40, exercice 4. Écoutez bien! Quel verbe entendez-vous? Notez le numéro de chaque phrase sous le verbe exact.

Neem jullie boek op pagina 40, oefening 4. Luister goed. Welk werkwoord hoor je? Noteer het nummer van elke zin onder het juiste werkwoord.

Af en toe zul je in Passepartout 6 een luisteroefening van dit type terugvinden. We focussen op de vervoeging van de werkwoorden, gezien zij een fundamenteel onderdeel van de zin vormen als we tot mondelinge interactie willen komen.

Laat de leerlingen in hun leerwerkboek op pagina 40 opdracht 4 nemen. Bespreek eerst samen de opdracht zodat de leerlingen weten met welk doel ze naar de fragmenten luisteren.

Speel audiofragment 9 met de luisteropdracht af. Laat het een tweede keer horen als je merkt dat niet alle leerlingen de opdracht konden oplossen. Verbeter nadien klassikaal.

1 Les copines vont faire du café.

2 Thomas et Margot viennent de sortir de la forêt.

3 Ce garçon a les cheveux blonds.

4 Nous allons jusqu’au carrefour pour prendre le bus.

5 Marie et Antoine sont à l’entrée du magasin.

6 Les enfants n’ont plus froid.

3, 6, 10 être 5, 7, 11

2.2 Coin de grammaire

7 Nous sommes derrière les arbres.

8 Nous venons prendre les croissants.

9 Il va partir mercredi ou vendredi?

10 Nous avons des fruits dans le sac à dos.

11 La vendeuse est surtout très sympathique.

12 Je viens d’abord chez toi.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Kies je ervoor om inductief te werk te gaan, laat de leerlingen dan eerst opdracht 3 op pagina 40 van het leerwerkboek maken. Zo kunnen ze zelf de regels uit de taalhoek ontdekken. Ook de luisteroefening (opdracht 4) kan hen hier al mee geholpen hebben.

In wat volgt omschrijven wij de deductieve aanpak waarbij we eerst de regels toelichten en de leerlingen ze dan laten verwerken en inoefenen met opdrachten.

Prenez votre livre à la page 40, le coin de grammaire. Nous répétons la conjugaison des verbes en -ir. Neem jullie boek op pagina 40, de taalhoek. We herhalen de vervoeging van de werkwoorden op -ir.

Laat de leerlingen hun leerwerkboek openleggen op pagina 40

We herhalen de werkwoorden op -ir. In het vijfde leerjaar werd dit type werkwoorden reeds aangeleerd. We zetten met deze herhaling verder in op de verankering van deze leerstof.

‘Partir’, ‘sortir’ en ‘dormir’ brengen we hier samen aan, omdat deze werkwoorden voorkomen in de actieve woordenlijst en omdat er tussen de vervoegingen van deze werkwoorden veel gelijkenis is. Zoals bij de andere aangebrachte werkwoorden geven we de raad om deze vervoegingen vanbuiten te leren. De vervoeging van het onregelmatige werkwoord ‘venir’ nemen we mee. Dit is herhaling uit het vijfde leerjaar.

Overloop het kader in het leerwerkboek op pagina 40

Prenez votre livre à la page 40, exercice 3. Travaillez à deux. Un(e) élève pose les questions, l'autre élève forme des réponses.

Neem oefening 3 erbij op pagina 40. Werk per twee. Eén leerling stelt de vragen, de andere leerling antwoordt.

Laat de leerlingen vervolgens in duo’s opdracht 3 maken ter inoefening. Eén leerling leest de vraag, de andere leerling antwoordt.

Prenez votre livre à la page 41, le coin de grammaire. On va répéter les pronoms quel-quelle-quelsquelles et ce(t)-cette-ces.

Neem jullie boek op pagina 41, de taalhoek. We gaan de vragende en aanwijzende voornaamwoorden herhalen: quelquelle-quels-quelles et ce(t)-cette-ces.

In het vijfde leerjaar werden deze vragende en aanwijzende voornaamwoorden aangeleerd. We herhalen ze samen, omdat deze woorden zich allemaal aanpassen aan het zelfstandig naamwoord, zoals een bijvoeglijk naamwoord dat doet.

Overloop het kader in het leerwerkboek op pagina 37

Prenez votre livre à la page 41, exercice 5. Travaillez à deux. Un(e) élève pose les questions, l'autre élève forme des réponses.

Neem oefening 5 erbij op pagina 41. Werk per twee. Eén leerling stelt de vragen, de andere leerling antwoordt.

Laat de leerlingen vervolgens in duo’s opdracht 5 maken ter inoefening. Eén leerling leest de vraag, de andere leerling antwoordt.

De leerlingen kunnen via de QR-code bij elke taalhoek een instructievideo met de uitleg oproepen.

Hier kan je het bewerkend/beschrijvend spreken evalueren.

3 Lesafsluiting

Prenez votre livre à la page 41. Nous lisons deux comptines. Neem jullie boek op pagina 41. We lezen twee gedichten.

Lees met de leerlingen de twee gedichten in hun leerwerkboek op pagina 41 onderaan. Deze gedichten verwijzen terug naar het thema van de dialoog. Je kan ook de versie van audiofragment 10 laten horen.

Bespreek klassikaal de vraag in de sleutel.

Herhaal ook regelmatig de veelvoorkomende werkwoorden, zodat de leerlingen die steeds meer gaan automatiseren. Gebruik hiervoor eventueel wisbordjes.

Contact 4

Les 3

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

1 Instap

De bosklassen van Héléna gaan door in een bosrijk gebied in Luxemburg. In dat land is Frans de voertaal. Aan de ingang van het bos staat een groot bord. Wandelaars moeten er enkele regels opvolgen. Die komen aan bod in de leestekst van deze les.

Dans cette leçon, on découvre la forêt de Wanterbaach-Berdorf au Luxembourg. In deze les leren we het bos van Wanterbaach-Berdorf in Luxemburg kennen.

2 Kern

2.1 Leestekst

On ouvre notre livre à la page 42. Je lis les phrases. Vous répétez chaque phrase après moi. We openen ons boek op pagina 42. Ik lees de zinnen voor. Jullie herhalen elke zin na mij.

Bekijk met de leerlingen de tekst op pagina 42 van het leerwerkboek. Je kan ook de versie van audiofragment 11 laten horen.

We gaan op bosklassen naar Luxemburg. In dit woud vlakbij Echternach worden heel wat jeugdkampen en bosklassen georganiseerd. In het park kunnen ook rotsen beklommen worden.

Wijs de leerlingen erop dat als ze een woord niet begrijpen, ze dit opzoeken in de woordenlijst of een woordenboek. Ze zien de pagina-aanduiding in het pictogram naast de tekst en kunnen dit dus zelfstandig doen.

Prenez votre livre à la page 42, exercice 6. Lisez les phrases. Placez chaque fois une crois dans la case correcte (vrai ou faux).

Neem jullie boek op pagina 42, oefening 6. Lees de zinnen. Plaats telkens een kruisje in het juiste vakje (juist of fout).

Laat de leerlingen aansluitend opdracht 6 maken. Verbeter klassikaal.

2.2 Vertalend spreken

Nous prenons notre livre à la page 38. On regarde maintenant les nouveaux mots et les nouvelles expressions. On cache le français avec la main gauche et on traduit du néerlandais au français à voix basse.

We keren terug naar pagina 38. We bekijken de nieuwe woorden en uitdrukkingen. We bedekken het Frans met de linkerhand en we vertalen fluisterend van het Nederlands naar het Frans.

De leerlingen nemen de woordenlijst en de lijst met uitdrukkingen op pagina 38 erbij en oefenen mondeling de vertalingen.

2.3 Schrijven

De leerlingen oefenen de woordenschat en de inhoud van dit contact verder in met de schriftelijke oefeningen. De opdrachten zijn in verschillende moeilijkheidsgraden opgebouwd.

We onderscheiden drie verwerkingsniveaus:

- Herhalend: de leerlingen schrijven woorden of zinnen foutloos na. Leerlingen die hier al vlot mee weg zijn kunnen de zinnen in het Frans bedekken nadat ze die gelezen hebben. Ze schrijven de zin daarna over vanuit het geheugen.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

- Beschrijvend: de opdrachten vragen wat denkwerk van de leerlingen. Dit zijn associatieoefeningen, chronologisch rangschikken, teksten aanvullen of samenstellen aan de hand van aangegeven bouwstenen …

- Structurerend: er zijn geen aangereikte bouwstenen. De leerlingen doen een beroep op hun kennis of ze zoeken het gevraagde op (in het leerwerkboek of in hun onthoudboekje Mon mémento 2). Deze opdrachten zijn geen must, maar kunnen door vluggere leerlingen gemaakt worden.

Prenez votre livre à la page 43-45. On parcourt les exercices. Faites les exercices. On travaille en silence. Utilisez Mon mémento 2 si nécessaire.

We openen ons boek op pagina 43-45. We overlopen de oefeningen. Maak de oefeningen. We werken in stilte. Gebruik Mon mémento 2 indien nodig.

De leerlingen nemen hun leerwerkboek pagina 43. Overloop kort de opdrachten, zodat die voldoende duidelijk zijn en laat de leerlingen aan de slag gaan. Differentieer waar nodig, zodat elke leerling op maat kan werken.

Herhalend: opdracht 7

Beschrijvend: opdracht 8 — 9 — 10 — 11*

Structurerend: opdracht 12

Nous jouons: opdracht 13

*Opdracht 11 is vertalend schrijven. Voor bepaalde leerlingen kan het nuttig zijn om de zinnen eerst mondeling te laten vertalen.

Op het einde kan je de opdrachten klassikaal verbeteren, laat alle leerlingen willekeurig aan bod komen.

On corrige les exercices ensemble.

We verbeteren de oefeningen klassikaal.

3 Lesafsluiting

We hebben geluisterd, gesproken, geschreven en gelezen in het Frans. In de volgende les oefenen we in een gesprek wat we leerden.

Avant le prochain cours, à la maison, prenez le petit livre Mon Mémento 2 à la page 25, les mini-dialogues. Préparez-vous pour le prochain cours. Posez les questions et répondez.

Neem vóór de volgende les thuis jullie onthoudboekje op pagina 25, de minidialogen. Bereid jullie voor op de volgende les. Stel vragen en beantwoord ze.

Vooraleer je les 4 start, is het zinvol om de leerlingen (thuis) met hun onthoudboekje Mon mémento 2 pagina 25 de minidialogen te laten inoefenen. Geef hen de raad af te wisselen: de antwoorden te bedekken om de vragen te beantwoorden en de vragen te formuleren vanuit het lezen van de antwoorden.

Contact 4 Les 4

1 Voorkennis activeren

Doorheen de voorbije lessen is de nieuwe woordenschat van dit contact herhaaldelijk geoefend via luisteren, lezen, schrijven en spreken. Nu gaan we een stapje verder door in te zetten op vrijere vertolkingen en de leerlingen tot mondelinge interactie aan te zetten.

In dit thema hadden we het over activiteiten die op bosklas gedaan worden, maar vooral ook over de natuur, huisdieren, dieren op een boerderij en dieren in de bossen. De leerlingen leerden ook de maanden uitdrukken. Met die woordenschat en uitdrukkingen gaan de leerlingen in deze les mondeling actief aan de slag.

Aujourd'hui, c'est à vous. Vous allez travailler ensemble pour faire des mini-dialogues. Vandaag is het aan jullie. Jullie gaan samenwerken om mini-dialogen te voeren.

2 Kern

2.1

Mondelinge interactie

Mondelinge interactie vormt de belangrijkste rode draad van elk contact. De leerlingen hebben dit normaal gesproken thuis voorbereid. Groepeer de leerlingen in groepen van maximaal vier leerlingen met hetzelfde niveau.

Passepartout biedt hiervoor opdrachten aan op drie niveaus:

- Niveau 1

De leerlingen die het nog moeilijk hebben met mondelinge interactie, nemen het leerwerkboek op pagina 45. Daar vinden ze uitgeschreven zinnen in een kader om zelf een conversatie mee op te bouwen. Dit is het eerste niveau waarbij de meest uitgebreide ondersteuning op zinsniveau wordt geboden.

Let op: het is niet de bedoeling dat de leerlingen alles aflezen van links naar rechts. Ze krijgen alle elementen aangeboden, maar ze moeten opletten dat hun antwoord aansluit bij de vraag.

- Niveau 2

Voor leerlingen die er al vlotter mee weg zijn, bieden we individuele ondersteuning op woordniveau aan. Met de praatplaten 14 tot en met 19 voeren ze in duo’s mini-dialogen. Een leerling stelt een vraag die op de achterzijde staat. Diezelfde leerling hoort of de antwoorden correct zijn en biedt, indien nodig, hulp aan in drie fases:

1 De leerling geeft het eerste woord van het antwoord.

2 De leerling geeft de eerste twee woorden van het antwoord.

3 De leerling zegt het antwoord voor, de medeleerling herhaalt het antwoord.

- Niveau 3

De leerlingen die vlot tot mondelinge interactie komen, baseren zich voor het naspelen van een dialoog op de geprojecteerde klassikale prent 4. Zij verwoorden zelf vragen en antwoorden zonder bijkomende ondersteuning.

Zet klassikale prent 4 open op het digitale bord en deel praatplaten 14 – 19 uit aan de duo’s die er gebruik van zullen maken. Laat de leerlingen die er nood aan hebben, het leerwerkboek op pagina 45 gebruiken.

De leerlingen oefenen enkele keren een gesprek. Ze wisselen een paar keer van rol, zodat ze beiden zowel de vragen als de antwoorden geoefend hebben.

Laat een aantal duo’s klassikaal opvoeren wat ze geoefend hebben. Laat hen ook bij de opvoering gebruikmaken van de materialen zoals ze geoefend hebben (naargelang het niveau).

On travaille en groupes.

(niveau 1) Vous travaillez à deux. Regardez votre livre à la page 45: un(e) élève pose les questions, un(e) autre élève forme des réponses. Échangez de rôle.

(niveau 2) Vous travaillez à deux. Utilisez les scènes de vocabulaire: un(e) élève pose les questions, un(e) autre élève forme des réponses. Échangez de rôle.

(niveau 3) Vous travaillez à deux. Regardez le tableau pour former des phrases correctes.

We werken in groepen.

(niveau 1) Jullie werken per twee. Bekijk jullie boek op pagina 45: één leerling stelt de vragen, een andere leerling vormt antwoorden op die vragen. Wissel van taak.

(niveau 2) Jullie werken per twee. Gebruik de praatplaten: één leerling stelt de vragen, een andere leerling vormt antwoorden op die vragen. Wissel van taak.

(niveau 3) Jullie werken per twee. Bekijk het bord om goede zinnen te vormen.

Hier kan je het herhalend (niveau 1) of bewerkend/beschrijvend (niveau 2) spreken evalueren.

3 Lesafsluiting

3.1 Cultuur

Pour terminer ce cours, on va écouter une chanson. Prenez votre livre à la page 46 pour le texte. Om deze les af te sluiten gaan we een lied beluisteren. Neem jullie boek op pagina 46 voor de tekst.

Naast het bijbrengen van vaardigheden, kennis en attitudes, willen we de leerlingen ook kennis laten maken met de Franstalige socioculturele wereld. Elk contact eindigt met een lesmoment waarbij we een aspect van de cultuur belichten.

Rond het vierde contact af door audiofragment 12 met het lied ‘Vive les Ardennes’ te beluisteren. De leerlingen hebben de tekst in hun leerwerkboek op pagina 46. Je kiest zelf of ze vrij luisteren of meevolgen in hun boek.

3.2 Bewegend leren

On va bouger!

We gaan bewegen!

Bij elk contact voorziet Passepartout twee activiteiten bewegend leren. De activiteit bewegend leren kan ofwel op woordenschat of op grammatica oefenen, er is gezorgd voor een afwisseling tussen de contacten. Dat houdt in dat voor de overige contacten naar analogie nog meer activiteiten uitgewerkt kunnen worden indien je dat wil.

Passepartout kiest ervoor om bepaalde werkvormen in de activiteit bewegend leren te laten terugkomen binnen een leerjaar en over de leerjaren heen. Zo zijn de leerlingen snel vertrouwd met de werkvorm en kan alle aandacht naar het inoefenen van de Franse woordenschat of grammatica gaan. Een overzichtstabel van het aanbod aan werkvormen en onderwerpen bij elk contact vind je op Kabas terug.

Open de lesfiche op Kabas. Print de bijlagen indien van toepassing. De meeste activiteiten vragen daarnaast vrij weinig materiaal (bijvoorbeeld eens een hoepel, kladblad of schrijfgerei) zodat de activiteit snel kan worden opgestart.

3.3 Voorbereiden op de toets

Afin de se préparer pour le test, vous pouvez faire les exercices 2 à 10 sur Kabas. Si nécessaire, vous consultez votre petit livre Mon mémento 2.

Om je voor te bereiden op de toets, mogen jullie oefening 2 tot en met 10 maken op Kabas. Indien nodig kunnen jullie je onthoudboekje raadplegen.

Om zich voor te bereiden op de toets, gaan de leerlingen aan de slag met de opdrachten op Kabas: oefenreeks 2 tot en met 10. Ze nemen er, waar nodig, hun onthoudboekje bij.

Beheersingsreeks

Doel en opbouw

De beheersingsreeks oefent op het einde van elk contact de doelen die aan bod kwamen op drie niveaus en wordt ondersteund door instructievideo’s. Hier gaat het om herhaling of verdieping.

De leerlingen tonen in het adaptieve leerpad dat ze de doelen van dit thema beheersen. Ze krijgen een individueel leerpad voorgeschoteld tot ze voldoende goed scoren.

Kai toont wat de leerlingen moeten leren en bepaalt de volgorde waarin de doelen aan bod komen. Zo krijg elke leerling een op maat samengesteld leerpad.

Als een leerling de doelen beheerst, dan verandert de ksnapometer bij dat doel. De leerlingen kunnen er nog voor kiezen om expert te worden in het doel, maar ze beheersen de basis.

Praktisch

Zo zet je jouw leerlingen aan het werk:

- Ga naar Kabas.

- Open de inhoudstafel en klik op het contact waarvoor je de beheersingsreeks wil klaarzetten.

- Klik het tabblad ‘leerlingen toegang’ aan.

- Vink het contact aan waarvoor je de beheersingsreeks wil klaarzetten.

- Klaar! De leerling krijgt dit leerpad nu in zijn/haar overzicht te zien.

Als leerkracht krijg je in je resultatenscherm een overzicht van de oefenreeks van elke leerling. Je ziet welke opdrachten ze gekregen hebben en wat hun resultaten waren. Je ziet ook welke instructievideo’s aan bod gekomen zijn, als een leerling dit te zien kreeg.

Contact 4 Les 5

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Toets

Focus erop dat de lessen Frans in een prettige en positieve sfeer kunnen verlopen. Toetsen die alleen opgemaakt zijn om een rapportering in cijfers uit te drukken kunnen (vooral zwakkere) leerlingen demotiveren.

On va faire le test. D’abord, on va parcourir tous les exercices. We gaan de toets maken. Eerst gaan we alle oefeningen overlopen.

Bezorg elke leerling kopieerblad 13 met de toets. Overloop samen de opdrachten zodat die voor alle leerlingen duidelijk zijn.

Opdracht 1 van deze toets is een luisteroefening, audiofragment 13

Écoutez bien. Quel verbe entendez-vous? Notez le numéro de la phrase à la place exacte. Luister goed. Welk werkwoord hoor je? Noteer het nummer van de zin op de juiste plaats.

1 Nicolas part demain à huit heures.

2 Simon et Hélène sont encore dans la forêt.

venir 4 partir 1 aller 3 être 2

Differentiatie

3 Manon et Julien vont faire les lits.

4 Claire vient encore ce soir.

Na elke toets voorziet Passepartout een aanbod aan differentiatiemateriaal. Per vier contacten voorziet Passepartout in het jaarplan een dubbel lesmoment om te herhalen en gedifferentieerd in te oefenen wat in de voorbije vier contacten geleerd werd. Kies je ervoor om te differentiëren na elk contact, voorzie hiervoor dan extra tijd in je jaarplanning.

Automatisch gedifferentieerde taak

Voor Passepartout biedt Kabas de optie om een automatisch gedifferentieerde taak klaar te zetten voor je leerlingen. Die bevat een oefenreeks per geselecteerd doel op zijn of haar niveau, die wordt voorgesteld vanuit Kabas.

Zo’n automatisch gedifferentieerde taak zet je na evaluatie eenvoudig klaar: duid aan waarna je de taak wil geven en geef de scores van de leerlingen op deze evaluatie in. Kabas roept vervolgens de doelen van die evaluatie op en doet op basis van de scores van de leerlingen een voorstel tot remediëringsoefeningen, verdere inoefening of een verrijkingsaanbod.

Je kan dan nog kiezen of die oefeningen effectief aangeboden worden aan elke leerling of bijvoorbeeld enkel aan de leerlingen die remediëring nodig hebben. In je resultatenscherm krijg je een handig overzicht te zien waarbij je kan volgen welke differentiatie elke leerling aangeboden kreeg en hoe die leerling gepresteerd heeft. Neem die info mee naar de verdere contacten.

Remediëring

Heeft de leerling de maanden nog niet onder knie? Zet hem of haar aan het werk met Parachute kopieerblad 14, opdracht 3

Heeft de leerling de woordenschat nog onvoldoende onder de knie? Het herhalingsmoment over contact 1 — 4 na dit contact biedt hiervoor tijd en materiaal.

Heeft de leerling het gebruik van quel(s), quelle(s), ce(t), cette en ces nog onvoldoende onder knie? Zet hem of haar aan het werk met Parachute kopieerblad 14, opdracht 4

Heeft de leerling nog moeite met de vervoeging van de werkwoorden op -ir? Zet hem of haar aan het werk met de opdrachten van Parachute kopieerblad 14, opdracht 5

Verdieping

Laat de leerlingen die de inhoud van contact 4 beheersen, verder oefenen met het oefenaanbod op Kabas. Ze kunnen ook verder oefenen met het aanbod van het werkboek En forme

Passepartout Plus

Passepartout Plus is een set van extra leerwerkboeken die aansluiten op het basisaanbod. Wie meer dan gemiddeld lestijden Frans geeft, kan hiermee elk contact verder uitbreiden.

Passepartout Plus biedt verdere inoefening van de woordenschat en grammatica. Daarnaast voorzien we ook luister- en spreekopdrachten en meer creatieve oefeningen. Wie al Frans geeft in de tweede graad, kan zo Passepartout 5 en 6 uitbreiden.

Bij elk werkboek van Passepartout hoort ook een leerwerkboek van Passepartout Plus met dezelfde opdeling per contact. De leerlingen kunnen zelfstandig met Passepartout Plus aan de slag.

Contact 1-4

Herhaling en uitgebreide toetsen

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

1 Voorkennis activeren

Per vier contacten voorziet Passepartout een herhalingsmoment. De leerlingen krijgen de tijd om op een gevarieerde manier de aangeleerde woordenschat en zinstructuren te herhalen en verder in te oefenen vooraleer we een volgend blok van vier contacten starten.

Aujourd’hui, on va répéter le contenu des premiers contacts. Qu’avez-vous déjà appris?

Vandaag gaan we de inhoud van de eerste contacten herhalen. Wat hebben jullie al geleerd?

2 Kern

2.1 Rollenspel

Het rollenspel ‘Qu’est-ce que je peux faire pour toi?’ in het leerwerkboek op pagina 47 herhaalt de woordenschat van de voorgaande contacten. Je kan ervoor kiezen om de leerlingen dit rollenspel vooraf thuis enkele keren te laten doorlezen of te memoriseren, indien nodig met behulp van audiofragment 14. Laat de leerlingen dit in duo’s naspelen in klas. Zorg voor gevarieerde groepen van vier leerlingen.

2.2 Herhalingsopdrachten

De schriftelijke herhalingsopdrachten zijn volgens de verschillende moeilijkheidsgraden opgebouwd.

- Herhalend: de leerlingen schrijven woorden of zinnen foutloos na. Leerlingen die hier al vlot mee weg zijn kunnen de zinnen in het Frans bedekken nadat ze die gelezen hebben. Ze schrijven de zin daarna over vanuit het geheugen.

- Beschrijvend: de opdrachten vragen wat denkwerk van de leerlingen. Dit zijn associatieoefeningen, chronologisch rangschikken, teksten aanvullen of samenstellen aan de hand van aangegeven bouwstenen …

- Structurerend: er zijn geen aangereikte bouwstenen. De leerlingen doen een beroep op hun kennis of ze zoeken het gevraagde op (in het leerwerkboek of in hun onthoudboekje Mon mémento 2). Deze opdrachten zijn geen must, maar kunnen door vluggere leerlingen gemaakt worden.

De leerlingen nemen hun leerwerkboek pagina 48. Overloop kort de opdrachten, zodat die voldoende duidelijk zijn en laat de leerlingen aan de slag gaan. Differentieer waar nodig, zodat elke leerling op maat kan werken.

Prenez votre livre à la page 48, exercice 2. Écoutez bien! Entourez tous les nombres que vous entendez. Vous entendez d’autres nombres? Écrivez-les dans le livre.

Neem jullie boek op pagina 48, oefening 2. Luister goed. Omcirkel alle getallen die je hoort. Hoor je nog andere getallen? Schrijf ze in het boek.

Bij de herhalingsopdrachten zit ook een luisteroefening, opdracht 2, audiofragment 15. Beslis zelf of je deze opdracht eerst klassikaal doet of ter afronding van het individuele oefenmoment.

1 Le mois d’avril compte trente jours.

2 Il y a seize élèves dans ma classe.

3 Ma grand-mère a déjà quatre-vingt-deux ans.

1 30 2 16 3 82 4 79 5 100 6 35

2.3 Herhalingsreeks met KAI

4 Ma nouvelle veste coute soixante-dix-neuf euros.

5 Ma copine habite à cent mètres d’ici.

6 On a besoin de trente-cinq croissants.

Het adaptieve leerpad van de herhalingsreeks herhaalt na vier contacten de behandelde doelen. Ofwel suggereert Kai de zwakste doelen, ofwel maakt de leerling zelf zijn of haar keuze.

Zo zet je jouw leerlingen aan het werk:

- Ga naar Kabas

- Open de inhoudstafel en klik op het herhalingsmoment waarvoor je de herhalingsreeks wil klaarzetten.

- Klik het tabblad ’leerlingen toegang’ aan.

- Vink het herhalingsmoment aan waarvoor je de herhalingsreeks wil klaarzetten.

- Klaar! De leerling krijgt dit leerpad nu in zijn/haar overzicht te zien. In het leerpad kan de leerling zelf de doelen aanklikken, maar krijgt die ook een suggestie van Kai te zien.

2.4 Portfolio

We ronden dit herhalingsmoment af met een zelfevaluatiemoment.

Op het portfolio op de backcover van het leerwerkboek kunnen de leerlingen zichzelf inschatten op de verschillende onderdelen.

Wat ze nog onvoldoende kennen of kunnen, kunnen ze raadplegen in Mon mémento 2 en inoefenen met de oefeningenreeksen op Kabas.

Vooraleer je uitgebreide toetsen afneemt, laat je de leerlingen (thuis) verder oefenen op de leerstof.

3

Lesafsluiting

3.1 Uitgebreide toetsen

Bij elk herhalingsblok voorziet Passepartout ook een aanbod aan overkoepelende toetsen. Er zijn specifieke toetsen voor woordenschat, taalstructuren, luisteren, lezen en schrijven.

Per toets zijn er telkens twee niveaus:

- Niveau 1 is iets eenvoudiger. Er zijn aangeefelementen bij de verschillende opdrachten.

- Niveau 2 sluit aan bij de minimumdoelen en de leerplannen. Er zijn meestal geen aangeefelementen voorzien. De opdrachten gaan verder dan het foutloos kopiëren.

Kies zelf welke toets (niveau 1: kopieerblad 15, niveau 2: kopieerblad 16) je inzet voor je klas of je leerlingen op basis van de noden of sterktes van je klasgroep en het evaluatiebeleid van de school.

Bij deze toets zit ook een luisteroefening, audiofragment 16

Chouette, un voyage avec les copains!

Nous sommes dimanche. Il est déjà huit heures et demie du soir. La maman de Christophe est en train de faire la valise de son fi ls. Demain, toute sa classe part pour les Ardennes. Les élèves vont déjà prendre le train de sept heures cinquante. Chaque année pendant la troisième semaine d’octobre, il y a les classes vertes. En ce moment, il peut déjà faire froid. La météo annonce même du mauvais temps. Christophe a toute une liste d’articles à emporter. Chaque élève va avoir besoin de vêtements chauds. Beaucoup de cours se donne dehors et on ne peut pas oublier le journal de classe. On ne va pas en classes vertes pour s’amuser.

Je kunt ook vragen uit de verschillende niveaus combineren. Kijk naar de noden van je leerlingen en pas aan waar nodig.

3.2 Leerlingenvolgsysteem

Diagnostische toetsen zijn uiteraard bedoeld om de vaardigheden en kennis van de leerlingen te meten en te evalueren. Om het overzicht te bewaren en de vorderingen, evoluties en vooruitgang van de leerlingen goed op te volgen, raden we aan om op een overzichtelijke manier de persoonlijke prestaties van de leerlingen bij te houden. Attitudes worden in de toetsen niet meegenomen. Zorg ervoor dat je die ook in kaart brengt en op hetzelfde overzicht bijhoudt.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Passepartout 6 - Handleiding 1 - inkijk (conform nieuwe minimumdoelen) by die Keure - Issuu