Skip to main content

mol en beer - handleiding 4

Page 1

PROEFV

ERSIE

handleiding 4 Thema 7

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_COVER.indd 1

26/03/19 07:57


Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_COVER.indd 2

26/03/19 07:57


THEMA 7 – LESSENOVERZICHT WEEK 1 Les 7.1

■

Luisteren en spreken

Themaverhaal: Een nieuwe thuis

Les 7.2

■

Taalbeschouwing

Taalschat bij thema 7

Les 7.3

■

Technisch lezen

De letters aai van haai, ooi van kooi, oei van ik roei

Les 7.4

■

Spelling

Woorden leggen: korte/gedekte K + M

Les 7.5

■

Technisch lezen

Partnerlezen: het huis van muis

Les 7.6

■

Spelling

Woorden schrijven: korte/gedekte K + M

Les 7.7

■

Begrijpend lezen

een kok in huis

Les 7.8

■

Luisteren en spreken

Oost west, thuis best

Les 7.9

■

Spelling

MKM-woorden leggen met korte/gedekte a

Les 7.10 ■

Technisch lezen

Groepslezen: een verhaal uit de bieb

Les 7.11 ■

Spelling

MKM-woorden schrijven met korte/gedekte a

Les 7.12 ■

Taalbeschouwing

Onderliggende en overkoepelende begrippen

Les 7.13 ■

Technisch lezen

De letters au van pauw, ei van geit + MK-, KM- en MKM-woorden

Les 7.14 ■

Luisteren en spreken

Rijmwoorden – stemmingen - beschrijving

Les 7.15 ■

Spelling

MKM-woorden leggen met korte/gedekte e

Les 7.16 ■

Technisch lezen

Leestraining

Les 7.17 ■

Spelling

MKM-woorden schrijven met korte/gedekte e

Les 7.18 ■

Technisch lezen

Partnerlezen: de geit en de pauw

Les 7.19 ■

Creatief schrijven

Broodbeer met groentebuik - deel 1

Les 7.20 ■

Spelling

MKM-woorden leggen met korte/gedekte o

Les 7.21 ■

Begrijpend lezen

het huis van big

Les 7.22 ■

Spelling

MKM-woorden schrijven met korte/gedekte o

Les 7.23 ■

Technisch lezen

Toets technisch lezen thema 7 + vrij lezen ‘let op voor de wolf!’

Les 7.24a ■ Les 7.24b ■

Luisteren en spreken Taalschat

Toets luisteren en spreken thema 7 Toets taalschat thema 5-7

Les 7.25 ■

Technisch lezen

Vrij lezen ‘let op voor de wolf!’ Facultatief: leesniveautoets

Les 7.26 ■

Technisch lezen

Leestraining Facultatief: leesniveautoets

Les 7.27 ■

Spelling

MKM-woorden leggen met korte/gedekte i

Les 7.28 ■

Technisch lezen

Leestraining Facultatief : leesniveautoets

Les 7.29 ■

Spelling

MKM-woorden schrijven met korte/gedekte i

Les 7.30 ■

Technisch lezen

Partnerlezen: de man van koek

Les 7.31 ■

Creatief schrijven

Broodbeer met groentebuik - deel 2

Les 7.32 ■

Spelling

MKM-woorden leggen met korte/gedekte u

Les 7.33 ■

Luisteren en spreken

Werken met gedichten ‘Thuis’

Les 7.34 ■

Spelling

MKM-woorden schrijven met korte/gedekte u

Les 7.35 ■

Taalbeschouwing

Klinkers en medeklinkers

Les 7.36 ■

Spelling

Herhaling MKM-woorden met korte/gedekte a/e/o/i/u + Toetsdictee

WEEK 2

WEEK 3

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 1

26/03/19 07:55


Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 2

26/03/19 07:55


THEMA 7 – WEEK 1 – INHOUD Les 7.1

■

Luisteren en spreken

Themaverhaal: Een nieuwe thuis

Les 7.2

■

Taalbeschouwing

Taalschat bij thema 7

Les 7.3

■

Technisch lezen

De letters aai van haai, ooi van kooi, oei van ik roei

Les 7.4

■

Spelling

Woorden leggen: korte K + M

Les 7.5

■

Technisch lezen

Partnerlezen: het huis van muis

Les 7.6

■

Spelling

Woorden schrijven: korte/gedekte K + M

Les 7.7

■

Begrijpend lezen

een kok in huis

Les 7.8

■

Luisteren en spreken

Oost west, thuis best

Les 7.9

■

Spelling

MKM-woorden leggen met korte/gedekte a

Les 7.10 ■ Technisch lezen

Groepslezen: een verhaal uit de bieb

Les 7.11 ■ Spelling

MKM-woorden schrijven met korte/gedekte a

Les 7.12 ■ Taalbeschouwing

Onderliggende en overkoepelende begrippen

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 3

26/03/19 07:55


Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 4

26/03/19 07:55


LUISTEREN EN SPREKEN

Les 7.1 Themaverhaal: Een nieuwe thuis Lesdoelen 1 De kinderen kunnen spreken met een verzorgde uitspraak. 2 De kinderen kunnen persoonsgericht luisteren: ze tonen belangstelling voor de spreker door te reageren tijdens het luisteren. 3 De kinderen kunnen inhoudsvragen over van de tekst beantwoorden. 4 De kinderen kunnen de relatie leggen tussen de hoofdgedachte van het verhaal en hun eigen ervaringen. 5 De kinderen begrijpen de woordenschat van het verhaal en kunnen die verklaren.

Lesmateriaal leerkracht

Lesmateriaal leerling

• kopieerblad 1 t.e.m. 4: evaluatielijst luisteren en spreken • bijlage 1: tekening huis van stro • bijlage 2: tekening huis van hout • bijlage 3: tekening huis van steen • bijlage 4: foto schuur • bijlage 5: aandachtspunt luisteren • bijlage 6: aandachtspunt spreken • praatplaten themaverhaal 7 • concrete voorwerpen om het verhaal toe te lichten: een rekening, reclamefolder, krant, brief, print van e-mail

• uitdrukplaatjes themaverhaal 7 • leesboek 4 p. 15

1

Instap Activeren van de voorkennis Laat bijlagen 1, 2 en 3 met de tekeningen zien van de drie huizen uit het sprookje 'De wolf en de drie biggetjes'. Laat de leerlingen raden om welk sprookje het gaat. We zullen straks over dit sprookje spreken. Breng eerst de gespreksregels aan voor dit thema: • Bijlage 5: Verzorg je uitspraak. Praat even met de leerlingen en verzorg daarbij je uitspraak helemaal niet. Praat stil en binnensmonds. Houd je hand een beetje voor je mond en kijk weg van de leerlingen. Kan iemand herhalen wat ik net gezegd heb? Waarom heb je me zo slecht begrepen? Vind je het goed als ik voortaan op deze manier praat om les te geven? Zoek samen met de leerlingen naar oplossingen om je beter verstaanbaar te maken: • voldoende luid praten • kijken naar diegene tot wie je spreekt (er niet met je rug naartoe staan) • je hand niet voor je mond houden • je mond goed openen en alle letters verzorgd uitspreken • Bijlage 6: Toon belangstelling voor de spreker door te reageren tijdens het gesprek. Laat een leerling bij je komen en laat hem/haar iets vertellen. Kijk daarbij voortdurend een andere richting uit: naar je schoenen, naar de andere leerlingen … Vind je dat ik goed geluisterd heb? Waarom (niet)? Hoe kan ik laten zien dat ik goed naar je luister? • door de spreker aan te kijken (zie les 1.1) • door te reageren

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.1

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 1

1

26/03/19 07:55


Laat de leerling opnieuw vertellen en kijk hem/haar nu uitdrukkelijk aan, maar reageer ongepast: luidruchtig en storend. Vind je dat ik nu goed geluisterd heb? Waarom (niet)? Hoe kan ik beter reageren als ik wil laten zien dat ik luister? • door te glimlachen • door met het hoofd te knikken Laat de leerling nog eens vertellen en pas nu beide zaken toe: kijk de leerling aan en reageer gepast. We gaan die gespreksregels nu proberen toe te passen. Spreek met de leerlingen over de inhoud van het sprookje ‘De wolf en de drie biggetjes’: De drie biggetjes bouwen elk een ander soort huis om in te wonen. Het huis van stro is snel klaar, maar niet stevig. Dat blaast de wolf zo weg. Het huis van hout is heel gezellig, maar ook niet echt stevig. De wolf blaast het omver. Het huis van steen brengt de biggetjes redding. Het is stevig en houdt de wolf buiten. Welk huis zouden jullie bouwen en waarom? (Bv.: Ik vind hout warm en gezellig. Ik vind steen stevig en veilig. Ik hou niet van stro omdat stro prikt …) Mensen bouwen ook huizen, net als de biggetjes. Waarom doen ze dat? (om zich te beschermen tegen slecht weer, om hun spullen veilig op te bergen, om een plaats voor zichzelf te hebben enzovoort) Mensen proberen van hun eigen huis een thuis te maken waar ze het gezellig hebben. Hoe doen ze dat? (door planten te zetten, gordijnen op te hangen, tapijten te leggen, meubelen te plaatsen, foto’s op te hangen …) Mol en Beer zijn ook op zoek naar een huis, nu ze bij An en Tom weg zijn. Zijn jullie ook benieuwd naar waar Mol en Beer zullen terechtkomen?

2

Kern Voorlezen ‘Een nieuwe thuis’ Lees het verhaal ‘Een nieuwe thuis’ voor. Neem hiervoor de voorleestekst die je vindt op het einde van deze les en de praatplaten van themaverhaal 7. Werkwijze: • Verduidelijk de groen onderstreepte woorden terwijl je leest. in de marge Leg ze uit. (uitleg staat ) Doe ze voor./Beeld ze uit. (uitgelegde woord staat in de marge en heeft rode achtergrond ) • Stel de blauwe vragen terwijl je leest. Laat de leerlingen ook hier de gespreksregels toepassen.

3

Slot Kunnen jullie een nieuwe titel bedenken voor het verhaal? Die titel moet in één zin weergeven waarover het verhaal gaat. Als ze er niet toe komen, help je hen een handje met de volgende mogelijkheden hieronder. Laat hen verwoorden waarom de ene titel beter is dan de andere. (Hij geeft een hoofdgedachte weer). titel A: Mol en beer hebben een vriend: muis. titel B: Mol en beer hebben een nieuwe thuis. titel C: Mol en Beer schrijven een e-mail. titel D: Mol en beer vinden een knus plekje voor zichzelf. Evalueer kort de luister- en spreekafspraak: Heb je je uitspraak verzorgd? Heb je op een goede manier laten zien dat je aandachtig luisterde? Wat kon je nog beter doen en op welke manier?

2

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 2

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.1

26/03/19 07:55


THEMAVERHAAL 7 - EEN NIEUWE THUIS

EEN NIEUWE THUIS Een eeuw duurt 100 jaar. Dat is heel lang.

Iets wat alle computers ter wereld met elkaar verbindt en waardoor mensen informatie kunnen opzoeken of versturen naar elkaar. opgewonden, heel blij

Mol en Beer zijn al een week weg van huis. Een week zonder nieuws. ‘Het lijkt wel een eeuw’, zegt An. ‘Hoe zou het zijn met Beer?’ ‘En met mijn Molletje?’ voegt Tom eraan toe. Pa haalt de post. ‘Een rekening om te betalen, een reclamefolder en de krant’, somt hij op. ‘Maar nog steeds geen brief van onze vrienden. Het duurt lang voor ze iets laten weten. Zouden ze ons vergeten zijn?’ Precies op dat moment roept ma: ‘Nee, dat zijn ze niet! Ik ontvang net een e-mail van Mol en Beer!’ ‘Een e-mail?’ roept An ongelovig. ‘Hebben Mol en Beer een computer en internet? Wauw!’ ‘Snel, openen, ma!’ roept Tom enthousiast. ‘Wat schrijven ze?’ Tom leest voor: Dag An en Tom, ma en pa We zijn nu een week weg van huis. Een week is zeven dagen. Dat is lang. We missen jullie. Missen jullie ons ook een beetje?

Ze kan bijna niet praten van verdriet.

zonder dak boven het hoofd, zonder huis

‘Hé, wat droevig’, zegt An met een brok in de keel. ‘Natuurlijk missen we hen.’ Tom leest verder: Omdat we geen geld bij hadden, konden we geen huis huren. Stel je voor! We zijn een dag en een nacht dakloos geweest! Bestaan er echt daklozen in de wereld? Heb jij al ooit een dakloze gezien? Hoe komt het dat mensen dakloos zijn? (Geen geld om een huis te huren, dakloos door brand of natuurrampen, soms dakloos uit vrije wil.) De e-mail gaat nog verder.

bescherming zoeken plaats

schoongemaakt klein

Ze is blij dat wij bij haar zijn. zonder te betalen

Maar toen leerden we Muis kennen. We konden enkele dagen bij hem schuilen. Muis woont in een piepklein hol, samen met zijn vrouw en tien kinderen. Veel ruimte was er dus niet voor ons. Maar het was er wel gezellig. We zijn op korte tijd de beste vrienden geworden. Bij Muis hebben we onze eerste goede daad gedaan. We hebben zijn huis gepoetst. Maar omdat het zo krap was bij Muis, zijn we op zoek gegaan naar een nieuwe woning. Die hebben we gevonden in een hele rustige straat met maar twee huizen en veel weiden met koeien en schapen. We wonen sinds enkele dagen in de schuur van Anna. Anna woont alleen in haar huis en is blij met ons gezelschap. We mogen gratis in de schuur wonen, zo lang als we willen.

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.1

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 3

3

26/03/19 07:55


THEMAVERHAAL 7 - EEN NIEUWE THUIS

En we mogen al haar spullen gebruiken, zelfs de computer. Leuk toch? Mocht je ons willen bezoeken, kom dan naar dit adres: Aardeweg nummer 7. iets dat je nog bij de e-mail voegt

De plek die we het leukst vinden in huis

Kijk eens in bijlage. We hebben een tekening voor jullie gemaakt van ons nieuwe huis. Het is een plattegrond met alle plekjes van het huis erop. Ma opent de bijlage. Tom leest verder. We hebben vijf kamers in de schuur gemaakt: een keukentje, een woonkamer, een badkamer, een slaapkamer met een tweepersoonsbed en een toilet. Waar je het hartje ziet, daar is onze lievelingsplek. ‘In de keuken staat een hartje getekend met de naam Mol erin’, zegt Tom. ‘Dat klopt, want Mol maakt graag eten klaar.’ ‘En in de slaapkamer staat een hartje met Beer erin’, zegt An. Ze schaterlacht. ‘Net wat ik dacht’, zegt ze. ‘Mol speelt keukenpiet en Beer speelt de luilekkere gast.’

Iets wat je niet mag verklappen

Wat vind je van het nieuwe huis van Mol en Beer? Wat is jouw lievelingsplek thuis? Waarom? ‘Hé, kijk! Er staat nog iets in kleine letters onderaan de e-mail’, zegt pa. ‘Het lijkt wel alsof het een geheim is.’ Pa leest voor:

recht Weten jullie wat te doen? Kunnen jullie me helpen? sukkel

voor zichzelf zorgen / telkens opnieuw

zeker

schrijven met het toetsenbord van een computer

Pst, An en Tom. Ik mocht dit eigenlijk niet schrijven van Beer, maar ik doe het toch. Beer heeft een ongeval gehad in huis. Hij wou een gordijn ophangen aan een stok. Toen viel de stok naar beneden en Beer kreeg hem pal in zijn oog. Hij wil natuurlijk niet naar de dokter. Weten jullie raad? ‘Arme stakker’, zegt An. ‘Misschien moeten we naar hem toe.’ ‘In geen geval’, zegt Tom. ‘Beer wil op eigen benen staan. Hij heeft er niets aan als wij hem om de haverklap gaan helpen. Als hij hulp wil, zal hij dat wel laten weten.’ An knikt. Maar echt overtuigd is ze niet. ‘Ik heb gekke kriebels in mijn buik’, zegt ze ineens. ‘Door deze e-mail mis ik Beer nóg een beetje meer.’ Maar Tom zegt: ‘Ik ben toch blij met de e-mail. Nu weten we tenminste dat Mol en Beer veilig zijn. En nu we hun mailadres hebben, kunnen we hen elke dag mailen.’ Dat hoeft Tom geen twee keren te zeggen. An zit meteen voor de computer. Ze typt: Lieve Beer en Mol En dan kijkt ze naar Tom voor wat hulp. Tom typt verder:

4

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 4

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.1

26/03/19 07:55


THEMAVERHAAL 7 - EEN NIEUWE THUIS

dapper, gedurfd

We missen jullie. Maar we vinden het wel moedig wat jullie doen. We zijn blij dat jullie een huis gevonden hebben. En ook een goede vriend: Muis. Bedankt voor de e-mail en de tekening. Misschien komen we weleens op bezoek bij jullie. Dan brengen we ma, pa, Moes de poes, Sus de vis en Jaap de haan mee. Een dikke zoen van An en Tom. ‘Klaar!’ zegt Tom. ‘We kunnen de e-mail versturen.’ ‘Nee, wacht even’, zegt An, ‘Ik moet nog iets belangrijks zeggen aan Beer.’ Helemaal onderaan de e-mail typt An:

gekwetst

PS: Als je ziek of gewond bent, moet je naar de dokter. Dat weet je toch, Beer? ‘Die e-mail kunnen we niet versturen’, zegt Tom. ‘Want nu zal Beer weten dat Mol ons van zijn ongeval verteld heeft.’ ‘Dat vindt Beer vast niet erg’, zegt An. En met een klik op de knop stuurt ze het bericht naar de Aardeweg 7. Hoe zal Beer reageren op dit bericht, denk je? Zal hij het echt niet erg vinden dat Mol geklikt heeft? Hoe ga jij om met geheimen? Heb je al eens een geheim doorverteld?

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.1

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 5

5

26/03/19 07:55


TA A L B E S C H O U W I N G

Les 7.2 Taalschat bij thema 7 Lesdoelen 1 De kinderen kunnen de betekenis van volgende woorden, zinnen en uitdrukkingen uitleggen met behulp van synoniemen, omschrijving, motoriek, mimiek …: de plattegrond - zich thuis voelen – dakloos - schuilen voor - de schuilplaats. 2 De kinderen kunnen de belangrijkste onderdelen en kamers van een huis aanduiden en correct benoemen.

Lesmateriaal leerkracht

Lesmateriaal leerling

• praatplaat themaverhaal 7: plattegrond van huis mol en beer

• werkboek 4 p. 19 en 20 • schrijfgerief

Gebruik deze woordenschat niet alleen in de les taalschat, maar ook zoveel mogelijk tijdens andere momenten. De taalschat van thema 7 leent zich niet om aan te duiden tijdens de lesgang. Maar heel wat van die woordenschat kan in de schoolse context toch aan bod komen. We denken vooral aan de uitdrukking ‘zich thuis voelen’, het woord ‘schuilen’ (bv. schuilen onder het afdak voor de regen) en woorden als wc, hal, deur, muur, raam, bergruimte …

1

Instap De plattegrond Laat de praatplaat van themaverhaal 7 met de plattegrond zien aan de leerlingen: het huis van mol en beer. Wat een vreemde tekening van een huis! Waar zijn de deuren naartoe, waar zijn de ramen? Zoek samen met de leerlingen hoe dit soort tekening gemaakt is en breng het woord plattegrond aan. Mol en Beer hebben het huis van bovenaf bekeken en het lijkt net alsof ze het huis platgedrukt hebben op de grond om te kunnen tekenen. Daarom noemen ze dit soort tekening een plattegrond. Op een plattegrond van een huis zie je alle muren en kamers. Mol en Beer hebben de belangrijkste meubelen in elke kamer getekend opdat je de kamers zou herkennen. Laat een leerling bij je komen en iets vertellen bij de plattegrond. Wat herken je op de plattegrond?

2 2.1

Kern De delen van het huis Neem werkboek 4 pagina 19 oefening 1. Hoe noemen we het soort tekening dat we in oefening 1 zien? (plattegrond) Dit is de plattegrond van een huis. Naast de plattegrond staan de namen van de kamers in het huis. Ik lees ze voor van boven naar onder. Zoek bij elke naam de juiste kamer op de plattegrond. Het nummer dat je daar ziet, schrijf je naast de naam van de kamer. We maken de eerste oefening klassikaal. Lees voor: de keuken. Laat de leerlingen klassikaal zoeken en het juiste nummer noteren (nummer 4). Bespreek. Vanaf nu werken de leerlingen individueel met potlood.

6

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 6

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.2

26/03/19 07:55


Corrigeer en bespreek klassikaal. Neem werkboek 4 pagina 19 oefening 2. Onder de plattegrond zie je een heel andere soort tekening van een huis. Ook daar staan namen naast. Maar nu staan de nummers er al bij. Wat moet je bij deze oefening doen? (de nummers op de juiste plaats op de tekening zetten). Ik lees de nummers en de namen opnieuw voor van boven naar onder. Schrijf elk nummer op de juiste plaats. Werk klassikaal geleid. Corrigeer en bespreek klassikaal.

2.2

Zich thuis voelen Laat opnieuw de plattegrond van het huis van Mol en Beer zien. Mol en Beer hebben het echt gezellig gemaakt bij hen thuis. Hoe weet ik dat? (Je ziet leuke meubelen op de plattegrond, een tapijt, mooie kleuren … In het verhaal hoor je hoe Beer gordijntjes hangt.) Waarom maken ze hun huis gezellig? (Ze willen zich daar goed voelen.) Als je je ergens goed voelt en graag bent, dan zeggen we dat je je daar thuis voelt. Dat hoeft daarom niet altijd in je eigen huis te zijn. Je kunt je bijvoorbeeld ook thuis voelen in de klas, in het lokaal van de jeugdbeweging … Maar je kunt je evengoed thuis voelen bij mensen. Je kunt je bijvoorbeeld thuis voelen bij oma en opa, bij de meester of juf of bij je vrienden van de voetbalclub … Neem werkboek 4 pagina 20 oefening 3. Teken en vertel: waar voel jij je thuis? Bij wie voel jij je thuis? Laat elke leerling één van beide opdrachten uitvoeren naar keuze.

2.3 Dakloos Sommige mensen hebben geen huis. Het zijn mensen zonder dak boven hun hoofd om hen te beschermen. We noemen deze mensen daarom dakloos. Neem werkboek 4 pagina 20 oefening 4. Op de foto zie je iemand die dakloos is. Ik schrijf het woord dakloos aan het bord. Schrijf het bij de foto. Is dakloos zijn erg volgens jou? Waar eet een dakloze? Wat eet hij/zij? Waar slaapt een dakloze? Waar wast een dakloze zich?

2.4

Schuilen voor - de schuilplaats Waarvoor dient een huis eigenlijk? Waarom bouwen mensen een huis? • om een plaats te hebben waar ze altijd naartoe kunnen en waar ze samen met hun gezin kunnen wonen • om hun spullen veilig op te bergen • om zichzelf te beschermen tegen gevaar en slecht weer (wilde dieren, storm, onweer …) Stel je eens voor dat we geen huis hadden. Wat zouden we dan moeten doen als het heel slecht weer is? (Een plaats zoeken waar we beschermd zijn.) Zo’n plaats waar we beschermd zijn, noemen we een schuilplaats. Daar kunnen we ons ‘verstoppen’ of schuilen voor iets. Neem werkboek 4 pagina 20 oefening 5. Vertel bij de foto’s: • Wat is een goede schuilplaats als het heel hard regent? (een brug, een afdak, een boom, een grot, een paraplu …) • Waar kunnen we schuilen voor een gevaarlijke hond? (in een schuur, in huis, hoog in een boom …) • Waar kunnen we schuilen voor een dief in huis? (achter het gordijn, onder ons bed …)

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.2

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 7

7

26/03/19 07:55


3

Slot Overloop samen met de leerlingen kort de nieuwe woordenschat in het werkboek. Laat ze het werkboek 4 meenemen om thuis hierover te vertellen. Geef als huistaak mee om alle taalschat van thema 5, 6 en 7 nog eens goed te bekijken voor de toets van les 7.24b.

8

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 8

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.2

26/03/19 07:55


TECHNISCH LEZEN

Les 7.3 De letters aai van haai, ooi van kooi, oei van ik roei Lesdoelen 1 De kinderen kunnen de meertekenklanken aai, ooi en oei correct lezen. 2 De kinderen kunnen woorden met aai, ooi en oei correct lezen. 3 De kinderen kunnen korte zinnen met woorden met aai, ooi en oei correct lezen.

Lesmateriaal leerkracht

Lesmateriaal leerling

• poster lezen doe ik zo • wandplaat haai - kooi - ik roei • klassikale woordkaart haai - kooi - ik roei • klassikale letterkaart aai, ooi, oei • letterlijn • visuele lettersteunplaat haai - kooi - ik roei • leesboeken uit de klasbieb • video 34-35-36: gebaar haai - kooi - ik roei

• • • •

leesboek 4 p. 16 en 17 individuele woordkaart haai, kooi, ik roei individuele letterkaart aai, ooi, oei bladwijzer lezen doe ik zo

Zorgmateriaal • • • • •

kopieerblad 1: lezertjes stappertje 3 p. 28 t.e.m. 37 lopertje 3 p. 24 t.e.m. 29 audio lezen 1: tekst leesboek 4 p. 16 en 17 audio lezen 2: tekst leesboek 4 p. 18, 19 en 20

Vooraf Vanaf thema 7 verlopen de lessen technisch lezen volgens een nieuw organisatiemodel: een eenvoudig model van binnenklasdifferentiatie waarbij je als klastitularis de mogelijkheid krijgt om de groeiende verschillen in leestempo en -vaardigheid bij je leerlingen op te vangen. Je kunt dit alleen organiseren of, indien mogelijk, met een andere professionele volwassene (zorgleerkracht, ambulante leerkracht, taakleerkracht). Wie echter over ruimere mogelijkheden beschikt, kan het lesmateriaal van deze lessen technisch lezen ook perfect gebruiken in een eigen organisatie met meerdere volwassen begeleiders, zoals leesouders. Het principe is eenvoudig. Je deelt je klas in in een groep zelfstandige lezers en een groep die leest onder begeleiding. In de eerste groep werken de leerlingen per duo volgens een vast stramien dat altijd terugkomt (zie 2.2). Het is de bedoeling dat zij dit na enkele lessen zelfstandig kunnen toepassen zodat jij tijd en ruimte krijgt om bezig te zijn met de zwakke leesgroep. Die groep leest een beperkter aantal woorden en zinnen (alles met blauwe achtergrond lezen ze niet). Ze lezen ook onder jouw leiding. In de lessen van thema 7 werk je voorlopig nog klassikaal om de organisatievorm aan te leren. Daarna geeft deze manier van werken jou de kans om binnen in je klas zinvol te differentiëren, zelfs al sta je er alleen voor.

1

Instap

Raadspel Hang de wandplaten haai, kooi en ik roei omgekeerd aan het bord. Laat de leerlingen raden wat er op de platen staat aan de hand van volgende raadsels: Ik ben een soort vis. Ik heb scherpe tanden. Ik kan klein zijn, maar ook groot. Ik kan gevaarlijk zijn voor de mensen. Rara, wie ben ik? Draai na het raden de wandplaat haai om. Welk klein woordje past voor het woord haai? (de haai) Laat de leerlingen even vertellen over een haai. Laat ze daarbij zoveel mogelijk het woord haai gebruiken. Ik ben een ding dat meestal gemaakt is uit ijzer. De mensen stoppen een dier in mij. Ik zorg ervoor dat het dier niet meer weg kan.

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.3

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 9

9

26/03/19 07:55


Rara, wat ben ik? Draai na het raden de wandplaat kooi om. Welk klein woordje past voor het woord kooi? (de kooi) Laat de leerlingen vertellen over een kooi. Laat ze daarbij zoveel mogelijk het woord kooi gebruiken. Ik zit op het water in een bootje. Ik doe iets waarvoor je krachtige spieren nodig hebt. Rara, wat doe ik? Draai de wandplaat ik roei om. Laat de leerlingen vertellen over hun ervaring met roeien.

2 2.1

Kern De meertekenklanken aai, ooi en oei aanbrengen Hang de steunwoorden onder de wandplaten. Laat de leerlingen de woorden lezen. Wat is er eigenaardig aan die woorden? (Je schrijft een 'i' op het einde, maar je spreekt hem uit als 'j'.) Schrijf nu met kleurkrijt de meertekenklanken aai, ooi en oei onder de steunwoorden. Verwoord: de aai van haai. Breng indien gewenst de visuele en gestuele ondersteuning van de letter aai aan. Visueel: laat de visuele lettersteunplaat aai zien: twee haaien happen met open mond, gevolgd door de letter i. Gestueel: maak de letter aa van haan en dadelijk daarna de i van ik, terwijl je zegt: de aai van haai. Het gebaar bij de letter aai vind je terug op video 34. Laat de leerlingen met je meedoen. Werk op dezelfde manier voor de ooi van kooi. Visueel: laat de visuele lettersteunplaat ooi zien: de ronde deur van het kooitje staat open. Aan de zijkant van het deurtje hangt een staaf om de kooi af te sluiten. Die stelt de letter i voor. Gestueel: maak de oo van boom en dadelijk daarna de i van ik, terwijl je zegt: de ooi van kooi. Het gebaar bij de letter ooi vind je terug op video 35. Laat de leerlingen met je meedoen. Doe hetzelfde voor de oei van ik roei. Visueel: laat de visuele lettersteunplaat ik roei zien: de oei wordt gevormd door het hoofd van de roeier en de roeispaan. Gestueel: maak de oe van poes en dadelijk daarna de i van ik, terwijl je zegt: de oei van ik roei. Het gebaar bij ik roei vind je terug op video 36. Laat de leerlingen hardop die meertekenklanken lezen. Schrijf onder elke gekleurde meertekenklank een nieuw woord. In dat woord schrijf je de meertekenklank ook in kleur. ik zaai mooi boei Laat de leerlingen zelf een voorbeeld met aai, ooi en oei bedenken. Schrijf ze op dezelfde manier onder de vorige voorbeelden. Laat nu klassikaal hardop de kolommen lezen met de woorden. Laat daarna enkele individuele lezers hardop lezen, zeker ook enkele zwakke lezers. Laat de leerlingen de individuele woordkaarten van de steunwoorden en de wandplaatjes nemen. Laat de leerlingen ook de individuele letterkaarten nemen. Hang intussen de letterkaarten aai, ooi en oei en hun visuele lettersteunplaten op aan de letterlijn.

2.2

De afspraken Laat de poster of bijlage 6 zien met de leesafspraken en/of gebruik de bladwijzer. Bespreek de leesopdrachten met de leerlingen.

10

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 10

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.3

26/03/19 07:55


In deze leeslessen zullen jullie telkens per twee lezen, terwijl een groepje leerlingen met mij zal lezen. De bladwijzer/poster is bedoeld voor de leerlingen die per twee lezen. Ontcijfer klassikaal de opdrachten op de bladwijzer en maak de volgende afspraken: 1 2 3 4

Lees een woordenrij of een zin luid fluisterend voor aan je leespartner. Je leespartner leest de volgende woordenrij of zin luid fluisterend voor aan jou. Wissel telkens af. Doe dit nog eens. Zorg dat je nu de andere woordenrijen of zinnen leest. Lees elke woordenrij en zin in stilte. Ben je klaar? Neem dan een boek uit de klasbieb en lees dat in stilte.

Wijs op de onderste afspraak: We verbeteren elkaar. Bij een fout tik je zachtjes met de vinger op de bank. De lezer verbetert het foutieve woord of de zin.

2.3

Aan de slag Nu gaan we lezen. In de eerste leesles oefenen we allemaal samen met de bladwijzer/poster. Pas in de volgende leesles maken we de groepen waarover ik sprak. Laat de leerlingen de eerste afspraak van de bladwijzer herhalen en laat onmiddellijk uitvoeren. Verdeel de klas daarvoor volledig in leesduo's en maak tijdens deze les voorlopig nog geen groep apart die met jou leest. Herhaal nog eens dat de leerlingen moeten tikken bij een fout en hoe ze moeten verbeteren. Laat alle woorden en zinnen lezen, ook die met blauwe achtergrond. Werk daarna op dezelfde manier voor de tweede en derde afspraak. Voor de vierde afspraak zul je in deze les wellicht geen tijd meer hebben. Laat de leerlingen toch al even zien waar ze de boekjes uit de klasbieb mogen nemen en wat ze ermee moeten doen als de les ten einde is. Dat beslis je als leerkracht zelf. De leerlingen kunnen de boekjes bijvoorbeeld bijhouden in de bank om er tijdens heel thema 7 in te lezen.

3

Slot Bespreek met de leerlingen het nieuwe verloop van de les technisch lezen. Begrijpt iedereen het stappenplan?

Zwakke lezers oefenen met kopieerblad 1 en met het stappertje 3 pagina 28 t.em. 37. Leesboek 4 pagina 16 en 17 kunnen ze herhalen met behulp van audio lezen 1. (Ze lezen enkel de woorden en zinnen zonder blauwe achtergrond.) De volgende leesles (les 7.5) kunnen ze voorbereiden met audio lezen 2.

Sterke lezers vinden extra leesoefeningen in het lopertje 3 pagina 24 t.e.m. 29.

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.3

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 11

11

26/03/19 07:55


SPELLING

Les 7.4 Woorden leggen: korte/gedekte K + M Lesdoelen 1 De kinderen kunnen auditief en visueel aangeboden woorden van het type K + M correct naleggen en ook zelfstandig leggen met de letterdoos. 2 De kinderen begrijpen de hoorstrategie en kunnen de verschillende stappen ervan verwoorden en toepassen tijdens het leggen van KM-woorden.

Lesmateriaal leerkracht

Lesmateriaal leerling

• poster hoorstrategie • klassikale letterdoos (gewoon of op boek-e)

• individuele woordkaart ik roei, haai, kooi • individuele letterkaarten • bladwijzer hoorstrategie

Zorgmateriaal • afschrijfkaartenboekje: afschrijfkaart 1

Vooraf Vanaf thema 7 starten we met het 'echt' spellen van 'nieuwgevormde' woorden. Lees vóór de start van de spellingslessen zeker de algemene inleiding online. Voorzie voor elke les spelling een afschrijfkaartenboekje per leerling of per twee leerlingen.

1

Instap Herhalen: letters leggen met de letterdoos Neem jullie letterdoos. We hebben al heel wat letters geleerd. Ik noem er enkele op. Leg telkens de letter die je hoort. Laat de leerlingen de eigen letter nakijken en ook die van hun buur, terwijl je de juiste letter aan het bord brengt. Gebruik de klassikale letterkaarten aan het bord of werk met de klassikale letterdoos op de boek-e. reeks 1: a, e, i, o reeks 2: f, l, s, n reeks 3: k, m, p

2 2.1

Kern Woorden met een korte klinker + medeklinker voor- en naleggen Ik wil een woord leggen met de letterdoos dat ik nooit eerder hebt gelegd. Het is het woord 'af'. Hoe zouden jullie dat doen? Laat enkele leerlingen hardop verwoorden hoe ze te werk gaan. Als je kunt aanknopen bij wat een leerling zegt met de uitleg van de hoorstrategie, dan doe je dat. Kun je dat niet, laat dan zelf horen en zien hoe je te werk gaat. Hang hierbij de poster van de hoorstrategie aan het bord.

12

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 12

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.4

26/03/19 07:55


toepassing hoorstrategie op het woord af: stap 1: ik fluister het woord en luister goed naar de letters. stap 2: ik zeg het woord in stukjes (kopje-buikje-staartje): a-f stap 3: ik leg het woord in stukjes. stap 4: ik controleer door het woord opnieuw te lezen. Het woord hoorstrategie gebruik je niet bij de leerlingen. Je vertelt wel dat je het woord af kunt leggen of schrijven 'zoals je het hoort'. Doe als leerkracht deze strategie een aantal keren hardop voor. Doe dit voor de woorden om, ik en en. Bespreek met de leerlingen tijdens het leggen volgende zaken: De leerlingen leggen de woorden klassikaal met je mee met de individuele letterdoos.

2.2

KM-woorden zelfstandig leggen Laat de woorden uit de oefening die je maakte bij 2.1 opruimen. Nu ga je alleen aan de slag met je letterdoos. Ik zeg telkens een woord. Het zijn allemaal woorden die je legt zoals je ze hoort. Kijk dus goed naar de poster aan het bord. Doe stap voor stap wat erop staat. Deel eerst het afschrijfkaartenboekje uit per leerling of per twee leerlingen. Bekijk afschrijfkaart 1. Leg het systeem van werken uit.

werken met de afschrijfkaart 1 2 3 4 5

Neem de juiste kaart in het boekje. Draai de kaart met de witte kant naar boven. Wie de woorden kan leggen zonder hulp, laat de witte kant naar boven liggen. Wie twijfelt of een woord wel juist gelegd is, of een bepaald woord helemaal niet kan leggen, draait de kaart om. Zoek het woord op de kaart, bekijk hoe het geschreven is, draai de kaart opnieuw om en verbeter je woord of leg het woord. Wie het woord helemaal niet kan leggen zonder kaart, mag kijken naar de kaart en het woord naleggen.

Dicteer: 1 ik 5 of 2 in 6 al 3 is 7 as 4 om 8 en Ga na welke leerlingen al dadelijk zonder de kaart werken en wie er gebruik van maakt.

3

Slot Hoorstrategie herhalen Laat de leerlingen de verschillende stappen van de hoorstrategie nog eens hardop herhalen. We leerden in deze les dat je sommige woorden legt of schrijft zoals je ze hoort. Hoe doe je dat?

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.4

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 13

13

26/03/19 07:55


TECHNISCH LEZEN

Les 7.5 Partnerlezen: het huis van muis Lesdoelen 1 De kinderen kunnen een tekst op hun niveau correct lezen. 2 De kinderen kunnen een tekst lezen met ondersteuning van een leesraam. 3 De kinderen kunnen samen lezen met een partner van een ander leesniveau en aanvaarden daarbij elkaars verschillende competentie. 4 De kinderen kunnen woorden in een zinscontext gebruiken zodat de betekenis duidelijk wordt.

Lesmateriaal leerkracht

Lesmateriaal leerling

• kaartjes met grote en kleine blikken

• leesboek 4 p. 18, 19 en 20 • leesraam

Zorgmateriaal • • • •

stappertje 3 p. 38 en 39 lopertje 3 p. 30 en 31 audio lezen 3: leesboek 4 p. 18, 19 en 20 audio lezen 9: werkboek 4 p. 21 en 21

Pre-teaching Zwakke lezers kunnen deze leesles voorbereiden met de audio lezen 3. De les begrijpend lezen (les 7.7) kan voorbereid worden met audio lezen 9.

1

Instap Activeren van de voorkennis Praat nog even met de leerlingen over het verhaal van Dries en Elke (zie les 6.17). Wat leerde opa aan Dries? (Oma kon nog wel soep maken, maar kon niet meer alles even goed. Daarom hielp opa haar met de dingen die hij dan wel weer goed kon. Dries kan zijn zus op die manier ook helpen bij het lezen.) Vandaag zullen we opnieuw samen lezen en elkaar helpen net zoals Dries en zijn zus.

2 2.1

Kern Zinnen maken met woorden uit de tekst Neem leesboek 4 pagina 18. Voor we per twee lezen, lezen we eerst samen de woorden in het kader bovenaan pagina 18. Maak een zin bij elk woord waaruit de andere leerlingen kunnen begrijpen wat dat woord betekent. Ik geef een voorbeeld: zon Ik voel de zon. (Je kunt veel zaken voelen.) De zon is geel. (Veel dingen kunnen geel zijn.) Beter zeg je dus bv. De zon is een ster die warmte geeft.

14

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 14

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.5

26/03/19 07:55


Laat ze nu zelf zinnen maken bij volgende woorden: tof bv. Dat spel is tof omdat we er met de hele klas kunnen aan deelnemen en dat vinden we leuk. beu bv. Ik ben het beu dat het al de hele dag regent want ik was van plan om buiten te spelen. het hol bv. Het konijn graaft een hol in de grond om in te wonen. taai bv. Ik moet lang op mijn biefstuk kauwen omdat hij taai is.

2.2

De leesafspraken Wijs de leerlingen op de afspraak bovenaan pagina 18. Voor we starten met partnerlezen vraagt Mol ons om speciaal op iets te letten: Gebruik je leesraam op de juiste manier. Laat nog eens tonen hoe dat moet volgens de afspraak in de klas. We leggen het leesraam onder de woorden of zinnen die we willen lezen. Zo krijgen de woorden of zinnen die we lezen onze aandacht, maar zien we ook al door het doorzichtige leesraam de volgende zin. Maak leesafspraken: • Lees straks om de beurt luid fluisterend jouw tekstdeel voor. Lees op die manier de les tweemaal door. • Hoor je een fout, dan tik je op de bank. Je leespartner leest de zin opnieuw. Is het nog fout? Toon dan de fout en lees het woord voor. Je leespartner herhaalt wat jij voorzegt.

2.3

Partnerlezen: het huis van muis Vorm de leesduo's. Deel aan de leerlingen de kaartjes met de blikken uit. Geef de duo's een plaats in de klas. Ga bij alle duo's wat begeleiden. Herinner hen aan de afspraken. Stuur bij waar nodig.

3

Slot Bespreek hoe de samenwerking verliep. Geef ook je eigen indrukken mee. Laat indien mogelijk enkele duo's klassikaal hardop voorlezen. De andere leerlingen lezen fluisterend mee.

Een extra leesles vind je in stappertje 3 pagina 38 en 39.

Een extra leesles vind je in lopertje 3 pagina 30 en 31.

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.5

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 15

15

26/03/19 07:55


SPELLING

Les 7.6 Woorden schrijven: korte/gedekte K + M Lesdoelen 1 De kinderen kunnen auditief aangeboden letters correct schrijven. 2 De kinderen kunnen auditief en visueel aangeboden woorden van het type korte/gedekte K + M correct kopiëren en ook zelfstandig schrijven. 3 De kinderen begrijpen de hoorstrategie en kunnen de verschillende stappen ervan verwoorden en toepassen tijdens het schrijven van KM-woorden.

Lesmateriaal leerkracht

Lesmateriaal leerling

• klassikale letterdoos (gewoon of op boek-e) • poster hoorstrategie • blanco afdekblad

• • • • •

werkboek spelling 2 p. 1 individuele letterdoos schrijfgerei en groene balpen bladwijzer hoorstrategie blanco afdekblad

Zorgmateriaal • kopieerblad 2: schrijvertjes • scheurblok schrijfpatronen

Vooraf 1 2

Tijdens de spellingslessen maken de leerlingen gebruik van een groene balpen als ze zelf corrigeren.De leerkracht gebruikt rood. Vergeet niet af en toe een bewegingsversje in te lassen dat de schrijfmotoriek bevordert. Herhaal hiervoor de versjes uit thema 1 t.e.m. 6. Je vindt dergelijke versjes ook in de schriftmethode Luna.

Vanaf thema 7 kun je de opdrachtkaarten van ik spel al inzetten als extra oefenmateriaal en uitdaging voor het merendeel van de leerlingen en niet meer alleen voor leerlingen met spellingsvoorsprong.

1

Instap Activeren van de voorkennis Neem werkboek spelling 2 pagina 1 oefening 1. Lees volgende letters letter per letter hardop voor. Schrijf de correcte schrijfletter telkens aan het bord en bespreek de moeilijkheden (lange lus, stip ...). Dek de letter af met een afdekblad. Laat de leerlingen nu zelf de letter schrijven in het werkboek. Haal het afdekblad weg en laat de leerlingen zelf nakijken of ze de letter correct schreven. Laat ze foutieve letters met groen doorstrepen.

Leerlingen die de juiste schrijfwijze niet meer kennen, mogen naar jouw letter komen kijken.

1 2 3 4 5 6

a e i o f l

7 s 8 n 9 k 10 m 11 p

16

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 16

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.6

26/03/19 07:55


Kijk na de oefening de letters na bij elke leerling. Geef ze de tijd om te verbeteren.

Differentieer bij de verbetering. Laat de leerlingen de correcte letter naast de foutieve schrijven of schrijf zelf een spoorletter en laat die overtrekken.

2

Kern Woorden van het type korte/gedekte K + M leggen en schrijven De woorden die we vorige les met de letterdoos legden, leren we nu schrijven. Het zijn woorden die we schrijven zoals we ze horen. We werken dus precies op dezelfde manier als bij het leggen van de woorden. Herhaal klassikaal de hoorstrategie aan de hand van de poster. Laat elk woord door een leerling aan het bord bouwen. Hij/zij past hierbij hardop de hoorstrategie toe. Alle leerlingen werken mee met de individuele letterdoos. Telkens nadat een woord gelegd is met de klassikale en individuele letterdozen, schrijf je het woord ernaast op het bord. Pas hardop de hoorstrategie toe. Laat elk woord dadelijk kopiĂŤren in het werkboek spelling 2 pagina 1 oefening 2. Kijk elk gekopieerd woord bij elk kind na! De woorden: 1 al 2 as 3 ik 4 in

3

5 is 6 om 7 of 8 en

Leerlingen met zwakke schrijfmotoriek schrijven niet of slechts gedeeltelijk. Zij kunnen eventueel ook het letterspoor dat jij schreef overtrekken en verder werken met de scheurblok schrijfpatronen.

Slot Kun je het al? Laten we even kijken of jullie al enkele van die woorden alleen kunnen schrijven. Neem werkboek spelling 2 pagina 2 oefening 3. Dek de woorden af die we zonet geschreven hebben. Lees volgende woorden hardop: 1 al 2 en

Leerlingen met zwakke schrijfmotoriek schrijven niet of slechts gedeeltelijk. en werken vooral met de individuele letterdoos. Leerlingen met spellingproblemen kijken indien nodig naar de woorden uit oefening 2.

Laat de leerlingen hun fouten dadelijk verbeteren in het gele kader.

Vanaf deze les beschik je over een schrijvertje (hier op kopieerblad 2) bij elke les spelling. Gebruik dit kopieerblad naar eigen inzicht voor differentiatie, contractwerk, als huistaak ...

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.6

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 17

17

26/03/19 07:55


BEGRIJPEND LEZEN

Les 7.7 een kok in huis Lesdoelen 1 De kinderen kunnen het communicatieschema toepassen: de spreker aanduiden, spreker en boodschap aan elkaar koppelen, de boodschap van een tekst visualiseren. 2 De kinderen kunnen een gebeurtenis chronologisch ordenen. 3 De kinderen kunnen hoofd- en bijzaken van elkaar onderscheiden in de tekst. 4 De kinderen kunnen verwoorden waarom iets een passende titel is.

Lesmateriaal leerkracht

Lesmateriaal leerling

• ui, mes, snijplank

• werkboek 4 p. 21 en 22

Zorgmateriaal • audio lezen 4 en 5: leesboek 4 p. 21 en 22 • audio lezen 9: tekst werkboek 4 p. 21 en 22

Pre-teaching Zwakke lezers kunnen deze les begrijpend lezen voorbereiden aan de hand van audio lezen 9 met de tekst van het werkboek 4 pagina 21 en 22. De volgende leesles (les 7.13) kunnen ze voorbereiden met de audio lezen 4 en 5.

1

Instap Haal de ui tevoorschijn. Laat benoemen. (ui, ajuin) Waarvoor gebruiken jullie thuis uien? (We snipperen ze en gebruiken ze koud bij een salade of warm bij de bereiding van groenten, soep, spaghettisaus …) Haal de snijplank en het mes tevoorschijn. Ik zal laten zien hoe je een ui fijn snippert. Plaats de leerlingen in een kring om je heen. Zorg ervoor dat enkele leerlingen heel dicht staan zodat ze het prikkende effect van de ui ondervinden. Als je uien pelt, komt er een gas vrij. Als dat gas in aanraking komt met je ogen, beginnen die te prikken en te tranen. Vandaag lezen we een lesje over een kok en een ui.

2

Kern Klassikaal begrijpend lezen: een kok in huis

Werk als volgt: 1 Lees klassikaal de tekst per tekstblok. Enkele leerlingen lezen daarvoor om beurten een zin. 2 Ga bij elk tekstblok na of alle woordenschat duidelijk is. Goede woordenschatkennis is essentieel voor leesbegrip. 3 Lees daarna de vraag samen met de leerlingen. Ga na of ze de vraag begrijpen. Sommige vragen bespreek je klassikaal, andere lossen ze eerst individueel of per twee op vooraleer je bespreekt.

18

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 18

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.7

26/03/19 07:55


Tekstblok 1 Vraag 1 Vul in. Wie praat? (Tim). Bespreek. Hoe weet je dat? Er staat toch geen naam bij elke zin? (De naam staat in de eerste zin. In de volgende zinnen praat Tim over zichzelf.) Tekstblok 2 Vraag 2 Kleur een zin die past. (rood: mijn oog is nat en ik huil!- groen: geef mij een doek aan!) Bespreek. Vertel mij en de andere leerlingen in de klas eens hoe je bij deze vraag te werk wil gaan. (Ik kijk wat op het plaatje staat. Daarna lees ik de tekst stil opnieuw. Ik zoek een zin die bij het plaatje past en ik kleur ze in de opgegeven kleur.) Voer deze werkwijze klassikaal uit voor het plaatje met het oog. Laat de leerlingen daarna individueel op dezelfde manier werken voor het plaatje met de handdoek. Bespreek nadien klassikaal. Tekstblok 3 Vraag 3 Kijk in de tekst. Wat doe je eerst? En dan? Nummer. Bespreek Deze vraag los je per twee op. Schrijf de cijfers 1 tot 4 naast de foto's in de juiste volgorde. Doe dit met potlood. Vertel eens hardop aan de klas hoe je daarbij te werk zult gaan. Laat de leerlingen per twee aan de oefening werken. Bespreek klassikaal het resultaat. Tekstblok 4 Vraag 4 Kleur groen: wat zegt Tim? (dag kok, wat maak jij?) Bespreek. Hoe weet je dat Tim de eerste zin zegt? (Tim is al de hele tijd aan het woord in de tekst. Ineens ziet hij de kok en hij vraagt hem wat. Daarna geeft de kok antwoord aan Tim.) Vraag 5 Wat zie je? Kleur oranje in de tekst. (foto van een wortel, is ander woord voor peen) Vraag 6 Wat doet de kok eerst? En dan? Nummer van 1 tot 4. Vraag 7 Kruis aan. Wat leert de kok aan Tim? (hoe hij soep maakt) Vraag 8 Bespreek samen. Past de titel 'een kok in huis' bij de tekst? Waarom (niet)? (De titel past omdat heel de tekst gaat over een kok in huis. Eerst gaat het over kok tim en daarna over een volwassen kok.)

3

Slot Bespreek elke vraag meteen klassikaal.

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.7

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 19

19

26/03/19 07:55


LUISTEREN EN SPREKEN

Les 7.8 Oost west, thuis best Lesdoelen 1 De kinderen kunnen geluiden van thuis herkennen. 2 De kinderen houden zich aan de spreek- en luisterafspraken: ik verzorg mijn uitspraak; ik toon belangstelling voor de spreker door gepast te reageren. 3 De kinderen kunnen opgegeven klanken aanvullen tot woorden. 4 De kinderen kunnen een woordketting maken in verband met het huis. 5 De kinderen kunnen in een rollenspel gepast reageren op wat de voorgaande spreker zegt.

Lesmateriaal leerkracht

Lesmateriaal leerling

• kopieerblad 1 t.e.m. 4: evaluatielijsten luisteren en spreken • audio luisteren 1 en 2: geluiden van thuis

• werkboek 4 p. 23 • potlood

Vooraf Deze les heeft geen instap - kern - slot. Je kunt de activiteiten gerust in een andere volgorde geven.

1

Geluiden van thuis herkennen Neem werkboek 4 pagina 23 oefening 1. Hou audio luisteren 1 klaar. Ik zal geluiden van thuis laten horen. Plaats je vinger bij elk geluid op het passende plaatje. Daarna laat ik dezelfde geluiden nogmaals horen. Dan schrijf je het juiste cijfer bij elk plaatje. Laat nog een derde keer de geluiden horen om klassikaal te bespreken en te verbeteren. oplossing geluid 1: de stofzuiger geluid 2: de radio geluid 3: een deur die dichtslaat geluid 4: de mixer geluid 5: de telefoon geluid 6: de deurbel geluid 7: de afzuigkap geluid 8: stromend water Neem werkboek 4 pagina 23 oefening 2. Hou audio luisteren 2 klaar. Ik laat je opnieuw twee geluiden beluisteren die je thuis vaak hoort. Laat hen nu de volgende twee geluiden horen. Maak een tekening die bij het geluid past. oplossing geluid 1: de wc doorspoelen geluid 2: een grasmachine

20

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 20

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.8

26/03/19 07:55


2

Opgegeven klanken aanvullen tot woorden Ik heb een raadsel voor jullie. Raadsel 1: Ik zoek woorden met drie letters, die telkens dezelfde buik en staart hebben, maar een verschillende kop. (Plaats driemaal drie stippen onder elkaar op het bord). 1 Als het woord begint met een k, is het een huisdier. (Vervang de eerste stip door een letter k) 2 Met een r is het een knaagdier dat je liever niet in huis hebt. (Vervang de eerste stip van de tweede rij stippen door een r) 3 Met een m is het iets dat je voor de huisdeur legt en waaraan je je vuile schoenzolen afveegt. (Vervang de eerste stip van rij drie door een m.) Oplossing: kat-rat-mat Raadsel 2: Ik zoek opnieuw woorden met drie letters. Ze hebben dezelfde buik en staart maar een verschillende kop. (Werk op dezelfde manier als bij raadsel 1). 1 Als het woord begint met een k is het iets dat je in de badkamer hebt en waarmee je de knopen uit je haar haalt. 2 Met een m is het je moeder. 3 Met een l is het een jong schaap. Oplossing: kam – mam – lam

3 Woordketting Weten jullie wat een woordketting is? Dat is een rij woorden die net als een ketting allemaal aan elkaar haken omdat elk woord steeds begint met dezelfde letter waarmee het vorige woord eindigt. Ik geef een voorbeeld: kat - tak - keel - los - soep Bouw nu klassikaal enkele korte woordkettingen met woorden die op een of andere manier met 'thuis' te maken hebben. Bv. deur - raam - muur dak - kast - tafel - lamp mes - stoel - laken Noteer de woorden aan het bord om ze onthouden, maar het is niet de bedoeling dat de leerlingen ze lezen. Zij werken auditief. Ondersteun het auditieve door met nadruk de eind- en beginletter van elk woord uit te spreken.

4

Een rollenspel over thuis Ik vertel jullie straks kort iets over thuis. Als ik ophoud met vertellen, mag iemand van jullie kort verder vertellen. Ik geef een voorbeeld: Ik zeg bv.: ‘Bij mij thuis is er veel plaats om te spelen. Ik heb een leuke, grote speelkamer.’ Dan kan iemand van jullie bv. antwoorden met: ‘Dat is fijn. Ik heb geen speelkamer, maar ik zou er graag één hebben. Ik speel meestal in de tuin.’ Dan kan nog iemand anders van jullie zeggen: ‘Maar dat kun je alleen als het mooi weer is. Als het regent, kun je nog altijd in de garage spelen.’ Maak afspraken: - Steek je hand op als je een goede zin weet om verder te vertellen. Ik duid iemand aan die mag spreken. - Verzorg je uitspraak zodat iedereen je goed begrijpt.

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.8

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 21

21

26/03/19 07:55


Speel nu het rollenspel met de klas met de volgende startzinnen: Ik heb thuis een toffe kamer met mooi versierde muren. Ik mag er posters ophangen van mijn lievelingszangers.

Gebruik kopieerblad 1 en 2 met het evaluatieformulier luisteren/spreken. Noteer: - of de leerlingen reageren tijdens het luisteren - of ze hun uitspraak verzorgen. Een leerling die niet reageert, duid je op het einde van het gesprek zelf aan om een zin te formuleren.

22

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 22

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.8

26/03/19 07:55


SPELLING

Les 7.9 MKM-woorden leggen met korte/gedekte a Lesdoelen 1 De kinderen kunnen auditief en visueel aangeboden woorden bestaande uit een medeklinker, een korte/gedekte klinker a en een medeklinker correct naleggen met de letterdoos. 2 De kinderen kunnen auditief aangeboden woorden bestaande uit een medeklinker, een korte/gedekte klinker a en een medeklinker zelfstandig leggen met de letterdoos. 3 De kinderen begrijpen de hoorstrategie en kunnen de verschillende stappen ervan verwoorden en toepassen tijdens het leggen van MKM-woorden.

Lesmateriaal leerkracht

Lesmateriaal leerling

• • • •

• individuele letterdoos • bladwijzer hoorstrategie

kopieerblad 3: klassikale woorden met a klassikale letterdoos poster hoorstrategie een zak

Zorgmateriaal • afschrijfkaartenboekje: afschrijfkaart 2 (grijs)

Vooraf Kopieer en verknip de woordkaarten van kopieerblad 3 voor klassikaal gebruik.

1

Instap Herhaling: de hoorstrategie Vandaag leggen we woorden met drie letters: een kop, een buik en een staart. De buik van al die woorden is de letter a. Neem de a uit de klassikale letterdoos en hang hem aan het bord. Het zullen ook woorden zijn die je legt zoals je ze hoort. Hang de poster van de hoorstrategie aan het bord: stap 1: ik fluister het woord en luister goed naar de letters stap 2: ik zeg het woord in stukjes (kop-buik-staart) stap 3: ik leg het woord terwijl ik de stukjes herhaal stap 4: ik controleer door het woord opnieuw te lezen Laat een leerling bij de poster van de hoorstrategie de verschillende stappen verwoorden om zo'n woord te leggen. Pas als leerkracht deze strategie toe op een tweetal MKM-woorden met buik a: tas - was. Leg de woorden met losse letters aan het bord. Bespreek met de leerlingen tijdens het leggen volgende zaken: - Welke letters blijven gelijk? - Welke letter verandert? De leerlingen doen je klassikaal na en leggen ook het woord met de individuele letterdoos.

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.9

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 23

23

26/03/19 07:55


2 2.1

Kern MKM-woorden met korte/gedekte a voor- en naleggen Stop de woordkaarten van kopieerblad 3 in een zak. Laat een leerling een woordkaart trekken zonder naar het woord te kijken. Lees zelf het woord hardop voor. De leerling maakt het woord met de klassikale letterdoos en verwoordt daarbij de hoorstrategie. De anderen leggen het woord na met de individuele letterdoos en verwoorden fluisterend de hoorstrategie. In de zak zitten volgende woorden: bal - dat - jas - kam - lap - pak - rat – tas - van - zak Kijk na! Wie het woord correct nalegde, mag het opruimen in de letterdoos. Laat leerlingen die een fout maakten verbeteren.

2.2

MKM-woorden met korte/gedekte a zelfstandig leggen Alle woorden uit de oefening die we bij punt 2.1 maakten, zijn opgeruimd. Ik zal de woorden uit de zak nu één voor één hardop voorlezen. Leg ze met je individuele letterdoos terwijl je aan de stappen denkt die op de poster staan. Ik deel eerst het afschrijfkaartenboekje uit. Neem afschrijfkaart 2 (grijs). Wie weet nog hoe we met de afschrijfkaarten werken?

werken met de afschrijfkaart 1 Neem de juiste kaart in het boekje. 2 Draai de kaart met de witte kant naar boven. 3 Wie de woorden kan leggen zonder hulp, laat de witte kant naar boven liggen. 4 Wie twijfelt of een woord wel juist gelegd is, of een bepaald woord helemaal niet kan leggen, draait de kaart om. Zoek het woord op de kaart, bekijk hoe het geschreven is, draai de kaart opnieuw om en verbeter je woord of leg het woord. 5 Wie het woord helemaal niet kan leggen zonder kaart, mag kijken naar de kaart en het woord naleggen. Lees nu de volgende zes woorden hardop voor. 1 bal 2 dat 3 jas

3

4 kam 5 lap 6 pak

Slot Ga na welke leerlingen al dadelijk zonder de kaart werken en wie er gebruik van maakt. Corrigeer de oefening onmiddellijk door het juiste woord aan het bord te leggen. Kijk na en geef tijd om te verbeteren.

24

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 24

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.9

26/03/19 07:55


TECHNISCH LEZEN

Les 7.10 Groepslezen: een verhaal uit de bieb Lesdoelen 1 De kinderen beleven plezier aan het zelfstandig lezen van een tekst. 2 De kinderen kunnen een tekst op hun leesniveau technisch correct en op hun eigen tempo lezen.

Lesmateriaal leerkracht

Lesmateriaal leerling

• boekjes uit de bieb van mol en beer of uit de klasbieb

• leesraam

Vooraf Je kunt in de lessen groepslezen op twee manieren werken: Je werkt binnen de eigen klas en volgt de lesgang zoals hieronder beschreven. Je werkt klasoverschrijdend: Een leerkracht van de school maakt leesgroepen op basis van de leestesten. In die leesgroepen zitten bij voorkeur leerlingen uit verschillende klassen. In elke leesgroep heeft de oudste leerling de leiding. Als je over leesouders beschikt, kunnen die de leiding van de groepjes op zich nemen. De leiding nemen, betekent ervoor zorgen dat iedereen om de beurt leest, dat iedereen voldoende luid en begrijpbaar leest, dat de boekjes netjes gehouden worden, dat de boekjes goed opgeborgen worden enzovoort. Telkens als er nieuwe leestesten afgenomen worden, veranderen de leesgroepjes eventueel van samenstelling.

1

Instap Voor een aanpak binnen de eigen klas: Verdeel je klas in groepjes van twee, drie of vier leerlingen. Ze nemen plaats op een stoel rond een bank, in de leeshoek, op kussens ... Plaats in elke groep een sterke, een middelmatige en een zwakke lezer. Benoem de sterke lezer tot leider van de groep. Hij/zij zorgt ervoor dat iedereen om de beurt leest en voldoende luid en begrijpbaar leest.

Leerlingen die heel zwak lezen, vormen een leesgroep met de leerkracht.

2

Kern Neem je verhaal uit de bieb. Laat elke groep op eigen tempo de tekst lezen. Ze lezen om beurten een zin. Wanneer iemand van de groep een fout leest, klappen de anderen zachtjes in de handen. De lezer verbetert zijn leesfout, indien nodig met de hulp van de anderen. Wanneer een lezer een woord niet kan lezen, helpt de sterke lezer hem of duidt hij iemand aan in de groep die hem mag helpen.

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.10

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 25

25

26/03/19 07:55


SPELLING

Les 7.11 MKM-woorden schrijven met korte/gedekte a Lesdoelen 1 De kinderen kunnen auditief en visueel aangeboden MKM-woorden met korte/gedekte a correct kopiëren. 2 De kinderen kunnen auditief aangeboden MKM-woorden met korte/gedekte a zelfstandig schrijven. 3 De kinderen begrijpen de hoorstrategie en kunnen de verschillende stappen ervan verwoorden en toepassen tijdens het schrijven van MKM-woorden.

Lesmateriaal leerkracht

Lesmateriaal leerling

• klassikale letterdoos (gewoon of op boek-e) • poster hoorstrategie

• • • • •

werkboek spelling 2 p. 2 individuele letterdoos schrijfgerei en groen balpen blanco afdekblad bladwijzer hoorstrategie

Zorgmateriaal • kopieerblad 4: schrijvertjes • scheurblok schrijfpatronen • afschrijfkaartenboekje: afschrijfkaart 2 (wit)

Vooraf Werk maximaal met drie groepen. Bepaal vooraf wie in welke groep zit binnen je klas. Groep 1: Leerlingen met zwakke schrijfmotoriek maken de oefeningen uit het werkboek spelling 2 deels met de individuele letterkaarten, deels via overtrekken van een spoorletter die jij schreef, waarbij we streven naar evolutie richting zelf schrijven. Ze verfijnen hun motoriek met oefeningen uit het scheurblok schrijfpatronen (indien tijd over). Als ze ook zwakke spellers zijn, krijgen ze visuele steun met de klassikale letter- en woordkaarten. Groep 2: Leerlingen die zwak zijn in analyse, synthese en/of discriminatie en dus in spellen, maken alle oefeningen schriftelijk en worden extra begeleid bij oefeningen op analyse, synthese en discriminatie. Ze kijken, indien nodig, naar de afschrijfkaarten. Groep 3: Leerlingen zonder problemen maken alle oefeningen in het werkboek spelling 2 schriftelijk en zoveel mogelijk zonder afschrijfkaarten.

1

Instap MKM-woorden met korte/gedekte a leggen en schrijven Vandaag leren we woorden met de letter a schrijven. Herhaal de hoorstrategie aan de hand van de poster. We zullen precies op dezelfde manier werken voor het schrijven van de woorden, als we werkten voor het leggen. Laat elk woord door een leerling aan het bord bouwen. Hij/zij past hierbij hardop de hoorstrategie toe. Alle leerlingen werken mee met de individuele letterdoos. Telkens nadat een woord gelegd is met de klassikale en individuele letterdozen, schrijf je het woord ernaast op het bord. Pas hardop de hoorstrategie toe. Laat elk woord dadelijk kopiëren in het werkboek spelling 2 pagina 2 oefening 1. Kijk elk gekopieerd woord bij elke leerling na!

26

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 26

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.11

26/03/19 07:55


Te schrijven woorden: 1 bal

2

2 dat

3 jas

4 kam 5 lap

Kern MKM-woorden met korte/gedekte a zelfstandig schrijven Laat de woorden uit de instap opruimen. Veeg de voorbeeldwoorden van het bord. Jullie zullen nu zelf woorden met buikje 'a' schrijven in een zin. Neem werkboek spelling 2 pagina 2 oefening 2. Deel de afschrijfkaartenboekjes uit. Neem afschrijfkaart 2 (wit).

werken met de afschrijfkaart 1 Neem de juiste kaart in het boekje. 2 Draai de kaart met de witte kant naar boven. 3 Wie de woorden kan leggen zonder hulp, laat de witte kant naar boven liggen. 4 Wie twijfelt of een woord wel juist gelegd is, of een bepaald woord helemaal niet kan leggen, draait de kaart om. Zoek het woord op de kaart, bekijk hoe het geschreven is, draai de kaart opnieuw om en verbeter je woord of leg het woord. 5 Wie het woord helemaal niet kan leggen zonder kaart, mag kijken naar de kaart en het woord naleggen.

Dicteer de in te vullen woorden. 1 doe de bal in een … (zak). 2 is dat jouw … (tas)? 3 de … (man) is lief. 4 een duif zit op het … (dak). Kijk onmiddellijk. Wie fout was, schrijft (of legt) het woord opnieuw door naast jouw voorbeeld het woord te kopiëren.

Een leerling met een ietwat moeilijker motoriek overtrekt het woord dat jij voorschrijft of je laat leerling werken met de individuele letterdoos.

Ga na welke leerlingen al dadelijk zonder de kaart werken en wie er gebruik van maakt.

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.11

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 27

27

26/03/19 07:55


3

Slot Kun je het al? Laten we even kijken of jullie al woorden met a alleen kunnen schrijven. Neem werkboek spelling 2 pagina 2 oefening 3. Dek de woorden af die we zonet geschreven hebben. Lees volgende woorden hardop. 1 bal

2 dak

3 kam

Voorzie veel korte oefenmomenten voor leerlingen met een zwakke schrijfmotoriek. Begeleid hen tot 'schrijven' in de zorgklas, tijdens de schriftles, in een vrij moment in de klas, thuis. Gebruik hiervoor de bladzijden die ze niet invulden in het werkboek spelling 1, kopies van bladzijden uit de schriftmethode, het scheurblok schrijfpatronen. Laat hen stap voor stap evolueren: stap 1: Ze gebruiken enkel letter- en woordkaarten in de les spelling. stap 2: Ze overtrekken af en toe al eens een letter die of een woord dat jij voorschrijft. stap 3: Overtrekken evolueert naar zelf schrijven. stap 4: Letter- en woordkaarten maken meer en meer plaats voor zelf schrijven.

Laat de leerlingen hun fouten dadelijk verbeteren in het gele kader.

Gebruik kopieerblad 5 met de schrijvertjes voor extra inoefening.

28

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 28

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.11

26/03/19 07:55


TA A L B E S C H O U W I N G

Les 7.12 Onderliggende en overkoepelende begrippen Lesdoelen 1 De kinderen denken na over woorden en ordenen deze naar betekenis. 2 De kinderen kunnen van gegeven woorden onderliggende begrippen (hyponiemen) opsommen. 3 De kinderen kunnen van gegeven woorden overkoepelende begrippen (hyperoniemen) geven.

Lesmateriaal leerkracht

Lesmateriaal leerling

• kopieerblad 6: toets taalbeschouwing • klassikale letterkaart a, n, ee, l • bijlage 8 t.e.m. 11: prenten tomaat, bloemkool, prei en wortel • bijlage 12 t.e.m. 14: prenten karper, haai en goudvis

• werkboek 4 p. 24 en 25 • rood, blauw, groen, oranje en geel kleurpotlood

1

Instap Onderliggende begrippen Ik ken een leuk spelletje: ik zeg een woord en jullie noemen allemaal voorbeelden van dat woord. Als ik bijvoorbeeld het woord 'drank' zeg, zeggen jullie: water, limonade, vruchtensap, wijn, koffie, thee … We spelen het spelletje nog een keer. Ik zeg 'sport'. Noem voorbeelden van sporten.

2 2.1

Kern Oefenmoment: onderliggende begrippen Neem werkboek 4 pagina 24 oefening 1. Lees de woorden bovenaan oefening 1 klassikaal hardop. Help waar nodig. Zoek per twee alle voorbeelden van bloemen. Kleur hun woordvak rood. Zoek daarna alle voorbeelden van bomen. Kleur hun woordvak blauw. Laat de leerlingen per twee alle voorbeelden kleuren die passen bij de woorden boek, verkeer en meubel. Als ongeveer alle leerlingen klaar zijn, bespreek je de gevonden oplossingen klassikaal.

2.2 Overkoepelende begrippen Stel voor om het spelletje omgekeerd te spelen: Ik laat jullie een reeks prenten zien en jullie vertellen mij waarvan al die prenten een voorbeeld zijn. Jullie zoeken dus één woord dat past voor al die prenten. Ik geef een voorbeeld. Toon bijlage 8 t.e.m. 11. - tomaat, bloemkool, prei, wortel = groenten

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.12

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 29

29

26/03/19 07:55


Speel nog twee spelletjes met bijlage 12 t.e.m. 14 en met de klassikale letterkaarten a, n, l, ee. - karper, haai, goudvis = vissen - a, n, l, ee = letters

2.3 Oefenmoment: overkoepelende begrippen Neem werkboek 4 pagina 25 oefening 2. Zoek per twee het woord dat past bij elke reeks prenten. We lezen de woordkaarten eerst klassikaal hardop. Help waar nodig. Als ongeveer alle leerlingen klaar zijn, bespreek je de gevonden oplossingen klassikaal.

3

Slot Herhaal nog even kort. Van één woord kunnen we heel veel voorbeelden opnoemen (zie oefening 1). We kunnen evengoed veel voorbeelden opnoemen waar we dan één woord bij zoeken dat past bij al die voorbeelden (zie oefening 2). Even kijken of jullie het begrepen hebben. Voorzie een kort evaluatiemoment aan de hand van kopieerblad 6. Neem de toets klassikaal geleid af. Bespreek de gevonden oplossingen.

30

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 30

thema 7 kom eens bij mij thuis • les 7.12

26/03/19 07:55


Thema 7 – WEEK 2 – INHOUD Les 7.13 ■

Technisch lezen

De letters au van pauw, ei van geit + MK-, KM- en MKM-woorden

Les 7.14 ■

Luisteren en spreken

Rijmwoorden – stemmingen - beschrijving

Les 7.15 ■

Spelling

MKM-woorden leggen met korte/gedekte e

Les 7.16 ■

Technisch lezen

Leestraining

Les 7.17 ■

Spelling

MKM-woorden schrijven met korte/gedekte e

Les 7.18 ■

Technisch lezen

Partnerlezen: de geit en de pauw

Les 7.19 ■

Creatief schrijven

Broodbeer met groentebuik - deel 1

Les 7.20 ■

Spelling

MKM-woorden leggen met korte/gedekte o

Les 7.21 ■

Begrijpend lezen

Het huis van big

Les 7.22 ■

Spelling

MKM-woorden schrijven met korte/gedekte o

Les 7.23 ■

Technisch lezen

Toets taalschat thema 7 + vrij lezen ‘let op voor de wolf!’

Les 7.24a ■ Les 7.24b ■

Technisch lezen Taalschat

Toets luisteren en spreken thema 7 Toets taalschat thema 5-7

Mol_en_Beer_2.0_Handleiding_4_Thema_7_BW.indd 31

26/03/19 07:55


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
mol en beer - handleiding 4 by die Keure - Issuu