3
MODULE 3 A-finaliteit
Verhalen in woord en beeld
Inhoud MODULE 3
Verhalen in woord en beeld 3
3
RE
1 Ontdek ...................................................................................................................... 1.1 Boekenwurm of filmverslaafd? ......................................................................
AA R
D IE
KE U
2 Routeplanner ......................................................................................................... 2.1 Trailertime ........................................................................................................ 2.2 Ver-BEELD-ing .................................................................................................. Verwijswoorden Hoofdletters Het bijvoeglijk naamwoord 2.3 Flop of top? ....................................................................................................... De voltooid tegenwoordige tijd 2.4 Spreken wij dezelfde taal? .............................................................................. 2.5 Door de ogen van … ......................................................................................... Soorten signaalwoorden 2.6 Happy end of niet? ........................................................................................... 2.7 Roadtrip ............................................................................................................
5
5 8
15 20 22 28 30
PL
3 Panorama ................................................................................................................ 37 3.1 Een multi-review! ............................................................................................. 37
IN
KI
JK EX
EM
4 Woordenlijst ........................................................................................................... 38
2
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
Ontdek
1
1.1 Boekenwurm of filmverslaafd? 1 Ben jij een boekenwurm of ben je filmverslaafd? Doe de test! a Omcirkel bij elke vraag het antwoord dat bij jou past. 4 Wat neem je mee op vakantie? A een stapel boeken B een tablet of laptop vol films C een boek én wat gedownloade films
5 Hoe ziet jouw perfecte avond eruit? A rustig lezen in bed tot ik vergeet hoe laat het is B met vrienden naar de bioscoop of een filmavond thuis C eerst wat lezen, daarna ontspannen met een film
D IE
2 Wat vind je het leukste aan een verhaal? A de personages en de plaatsen die ik in mijn verbeelding mag bedenken fantasie B de beelden, muziek en spanning op het scherm C nieuwe dingen leren kennen door te kijken of te lezen
KE U
RE
1 Wat doe je het liefst op een regenachtige dag? A een goed boek lezen in de zetel B een film of serie bekijken met popcorn erbij C eerst lezen, daarna de filmversie bekijken
AA R
6 Wat zou je het liefst cadeau krijgen? A een boekenbon of een nieuw boek B een bioscoopticket of streamingabonnement C een boek waarvan ik ook de film kan bekijken perfect, precies 7 Hoe ziet jouw ideale dag eruit? zoals je het wil
JK EX
EM
PL
3 Hoe leer jij het liefst iets nieuws? A door erover te lezen in boeken of artikels B door video’s te bekijken C door beide te doen: lezen én kijken helpt me het best
IN
KI
meestal A: BOEKENWURM
Jij hoort tussen de pagina’s. Jouw verbeelding kent geen grenzen.
A urenlang lezen zonder gestoord te worden B een filmmarathon met vrienden C een dag vol verhalen, op papier én op het scherm
meestal B: FILMMANIAK
meestal C: ALLROUND VERHALENLIEFHEBBER
Jij houdt van prachtige beelden en muziek. Het scherm is jouw beste vriend.
Jij houdt van boeken en films. Voor jou telt maar één ding: het verhaal.
b Lees de beschrijving die past bij jouw antwoorden. Herken je je erin? Vertel.
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
3
2 Wat is beter: boeken lezen of films kijken? Ik vind 'Harry Potter' en 'Sjakie en de chocoladefabriek' geweldig!
RE
Jij houdt toch helemaal niet van lezen?
KE U
Klopt, ik kijk naar de films!
D IE
a Heb je al een film gezien waarvan je eerst het boek had gelezen? Wat vond je het best? De film of het boek? Vertel. je verstand, b Bekijk de video. Wat is beter voor je brein? Markeer. je hersenen Een boek lezen – film kijken is beter voor je brein.
AA R
c Vat de video samen in één zin.
3 Lezen is …
a Lees de quotes. Markeer de quote die jij het leukst vindt.
PL
uitspraken
JK EX
EM
Lezen is dromen met je ogen open.
IN
KI
Lezen is kijken in het hoofd van iemand anders.
4
Lezen is ieder jaar 1 000 nieuwe woorden leren.
Lezen is in stilte op reis gaan.
Lezen is gaan en staan waar je wilt.
Lezen is nieuwe software installeren in je brein.
b Schrijf jouw favoriete quote in het kader. Maak er een eenvoudige, passende tekening bij.
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
Routeplanner
2
2.1 Trailertime
1 Kijk naar de trailer die je leerkracht toont. Wat hoorde je? Wat zag je? Vertel.
RE
2 Wat doet een trailer? Kruis aan. de titel geheimhouden de sfeer van een film of serie tonen tonen hoe het afloopt
KE U
mensen nieuwsgierig maken mensen overtuigen om te kijken het volledige verhaal vertellen
D IE
Een trailer is een korte video die de aandacht trekt en kijkers enthousiast maakt voor een film, een serie, een game …
AA R
3 Scan de QR-code. Vul aan.
zender:
boodschap:
EM
kanaal:
PL
ontvanger:
JK EX
bedoeling van de zender:
de ontvanger ontspannen met een film de ontvanger overtuigen om naar de film te kijken de ontvanger informeren over de film
IN
KI
Weet je het nog?
De zender stuurt via een kanaal een boodschap naar de ontvanger. De zender stuurt de boodschap met een bepaalde bedoeling. De mama van Bas laat via mail weten aan de school dat Bas ziek is. Haar bedoeling is de school informeren.
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
5
4 Maak een ingesproken trailer waarmee jullie de klas proberen te overtuigen om het boek te lezen of de film te bekijken. Werk in groepjes. Stap 1
Lees de samenvattingen. Verbind de woorden die samen passen. Maak logische combinaties.
RE
Fataal spel (boek) Nadat haar zusje Jessie is ontvoerd, stuurt de kidnapper allerlei opdrachten naar Carmen. Alleen als ze meespeelt en alle raadsels oplost, zien de twee zussen elkaar nog terug. Althans, dat is wat de dader beweert. Samen met haar vrienden voert Carmen de bevelen uit, maar de uitdagingen worden steeds extremer en gevaarlijker.
KE U
© 2020. CLAVIS UITGEVERIJ, HASSELT - AMSTERDAM - NEW YORK. OVERNAME UIT FATAAL SPEL VAN CHINOUK THIJSSEN ISBN 9789044840612
zeggen dat iets zo is, zonder bewijs
AA R
D IE
Gebroken (boek) Fleur wordt uitgenodigd om oud en nieuw te vieren met twee andere meisjes en drie jongens van school. De groep is heel divers en al snel worden de eerste spanningen voelbaar. Maar dat is niet hun grootste probleem. Ergens buiten loopt een moordenaar rond die op ze jaagt.
PL
EM JK EX
© PARAMOUNT PICTURES, 2025
team
een mysterieus
geheim
KI IN 6
opdracht met een doel
een kwaadaardige
een divers
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
verschillend, van meerdere soorten
© DE FONTEIN, 2024
Smurfs (film) Wanneer Grote Smurf op mysterieuze wijze wordt meegenomen door de kwaadaardige tovenaars Razamel en Gargamel, leidt Smurfin de Smurfen op een missie naar de echte wereld om hem te redden.
een spannende
opdrachten die verplicht zijn
misdadiger missie
geheimzinnig met slechte bedoelingen
Stap 2
Kies samen een boek of film. Zet een kruisje bij de afbeelding op de vorige pagina.
Stap 3
Maak een mindmap. Spreek af wie wat gaat vertellen. informatie die de inhoud van een boek of film verklapt Verhaal (zonder spoilers!):
KE U
RE
Hoofdpersonage(s):
Plaats:
D IE
Titel:
PL
Waarom lezen/kijken?
Overtuigende zin: Durf jij dit avontuur aan?
JK EX
EM
AA R
IN
KI
Stap 4
Lees de tips en oefen. Neem daarna jullie trailer op.
• •
• • Stap 5
Gebruik korte, krachtige zinnen die overtuigen. Hou het spannend. Geef geen samenvatting. Een verhaal over vriendschap en een keuze die alles verandert. Over een wereld waar niets is wat het lijkt. Let op je tempo en je volume. hoe luid of stil het is Extra: voeg eventueel geluidseffecten toe.
Beluister de trailers van je klasgenoten. Noteer steeds één sterk punt en één tip.
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
7
2.2 Ver-BEELD-ing 1 Lees de achterflap van het boek. Beantwoord de vragen.
samenvatting op de achterkant van een boek
sportles
KE U
RE
Jochem voelt zich niet erg gelukkig in de klas. Hij wordt gepest door een aantal van zijn klasgenoten. David doet er niet aan mee, maar hij durft er ook niks van te zeggen. Hij is bovendien veel te druk bezig met Vera, aan wie hij maar niet durft te vertellen hoe verliefd hij op haar is. Hun klassenleraar, die gymnastiek geeft, doet ook niks om het gepest te laten stoppen. Maar dan blijkt op de ochtend na het klassenfeest dat Jochem niet thuis is gekomen. David voelt zich schuldig. Er zal toch niets ergs met Jochem gebeurd zijn? a Waarover gaat het boek? Vertel. b Wie speelt er mee in het verhaal? Noteer.
D IE
c Laat je verbeelding werken. Hoe zien de personages eruit? Verzin hun haarkleur, lichaamsbouw, kledij …
AA R
d Vergelijk met je klasgenoten. Zien jullie personages er hetzelfde uit?
2 Lees het fragment uit het boek. Beantwoord de vragen.
PL
David zet zijn fiets tegen een boom en steekt de straat over. Verscholen achter de
verstopt
EM
geparkeerde auto’s sluipt hij naar nummer zeventien. Hij kijkt door het groene hek. Er staat in ieder geval niemand in de tuin. Met het boek in zijn hand loopt hij het tuinpad op. Op het moment dat hij de klep van de brievenbus omhoog wil doen, gaat de deur open.
JK EX
Help, denkt David. Maar hij kan het boek toch moeilijk neergooien en wegrennen. “Jij komt zeker voor Jochem.” Een dikke vrouw steekt haar hand naar hem uit. “Ik ben de moeder van Jochem.”
IN
KI
“Ik ben David”, zegt hij zachtjes. Hij durft zijn naam amper uit te spreken. In zijn gedachten hoort hij mevrouw Steenman al mopperen. “O David, daar heb ik wel eens van gehoord. Jij klagen bent toch die pestkop die Jochem laatst voor niks op school heeft laten komen?” Maar de moeder van Jochem vraagt helemaal niets. “Kom erin, jongen.” Ze zwaait de deur uitnodigend open. David komt er niet onderuit en moet binnenkomen. “Jochem!” roept mevrouw Steenman onder aan de trap. “Er is bezoek voor je.” En tegen David zegt ze: “Ga maar lekker zitten, jongen. Wat wil je drinken?” Als David niet onmiddellijk antwoordt, zegt ze: “Schaam je niet, ik heb van alles in huis.” meteen, heel snel “Cola, alstublieft”, zegt David. Op dat moment komt Jochem de kamer in. Vlak achter hem loopt een hond. David is Doerak van zijn oma gewend. Als daar een vreemde binnenkomt, begint het beest vreselijk te blaffen. Maar deze hond drukt zich dicht tegen Jochem aan, alsof hij bang is.
8
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
a Hoe denk je dat het verhaal verder gaat? Vertel. b Hoe ziet de hond er volgens jou uit? Omschrijf. c Markeer de verwijswoorden in het eerste deel van het fragment. Naar wie of wat verwijzen ze? Teken een pijl en onderstreep. Verwijswoorden
KE U
RE
Verwijswoorden zijn woorden die verwijzen naar iets wat eerder in een tekst werd genoemd of naar iets wat nog genoemd zal worden. Ze worden gebruikt om herhaling te voorkomen en de tekst vlotter te laten klinken. hij, zij, het, ze, hem, haar deze, die, dit, dat, er, daar
D IE
Mijn vriendin gaat elke zondag naar het zwembad. Zij kan goed zwemmen.
AA R
3 Vul de zinnen aan met het juiste verwijswoord. Denk aan de hoofdletters. hem – hij – daar – ze – dat
loopt heel snel.
PL
a Ik zie een jongen.
b We hebben nieuwe buren.
EM
c Dat is mijn tas. Ik neem
zijn erg vriendelijk. straks mee.
d In dat park spelen kinderen.
JK EX
e Het dak is oud.
is het altijd druk. moet opgeknapt worden.
4 Schrijf een verwijswoord dat verwijst naar de hele zin.
IN
KI
a De zon scheen de hele dag,
heel leuk was.
b We moesten onverwacht een toets maken.
c Ik was mijn sleutels vergeten. d De klasgenoten werkten goed samen, e Mijn broer wil niet mee voetballen.
vond iedereen oneerlijk!
was erg onhandig. zorgde voor een mooi resultaat. vind ik heel spijtig.
Als je verwijst naar een hele zin, dan gebruik je vaak dat of wat.
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
9
5 Lees de zinnen. Markeer in de tweede zin wat er herhaald wordt. Schrijf daarna de zinnen over. Vervang de herhalingen door verwijswoorden. a Yasmin heeft een scooter. Yasmin gebruikt de scooter elke dag.
KE U
c We gingen naar een museum. Het museum was groot en interessant.
RE
b Ismael heeft een hond. Ismael laat de hond elke ochtend uit.
d Emma kocht nieuwe schoenen. Emma draagt de nieuwe schoenen vaak.
D IE
e De toets was moeilijk. Dat de toets moeilijk was, maakte iedereen zenuwachtig.
AA R
6 Lees het vervolg. Waarom zou Jochem niet aan zijn ouders vertellen dat hij gepest wordt, denk je? Vertel.
IN
KI
JK EX
EM
PL
bang voor “Hij is een beetje schuw”, zegt Jochem. Hij aait de hond over zijn kop. “Ruik maar even, onbekenden Simbad, David doet je niks.” “Ik eh … Ik vond ineens jouw Franse boek in mijn tas”, zegt David. “Ik moest toch naar Niels, dus ik dacht: ik breng het wel even langs.” Voordat Jochem iets kan vragen, zet zijn moeder twee glazen cola en een potje chips voor hen neer. “Bevalt het jou ook zo goed in de tweede klas, David?” vraagt ze. “Ja mevrouw”, zegt David. “Nou, met Jochem gaat het gelukkig ook goed. Ik ben er zo blij om. Op de basisschool werd hij heel erg gepest, hè Jochem? Hij is wel drie keer van school gewisseld. En vorig jaar in de brugklas was het ook een ramp. Maar dat is gelukkig voorbij. Ik hoor Jochem nooit meer klagen. En zo te zien heeft hij al een vriend.” Met een stralend gezicht verdwijnt ze de keuken in. David weet niet zo goed wat hij moet zeggen. Aan de ene kant lucht het hem op dat Jochems moeder niks van het gepest afweet, maar aan de andere kant vindt hij het vreemd. Waarom zou Jochem dat voor zijn ouders verborgen houden? Hij vraagt er maar niet naar.
10
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
7 Lees verder. Beantwoord de vragen.
IN
KI
JK EX
EM
PL
AA R
D IE
KE U
RE
“Is dat jouw hond?” vraagt hij, om maar wat te zeggen. “Half”, zegt Jochem. “Hij is ook van Nienke.” “Nienke”, vraagt David. “Nienke de Leeuw uit 2C?” “Nee, Nienke de Graaf”, zegt Jochem. “Die ken je niet. Ze woont in Zandvoort.” Grappig, denkt David. Een collega van zijn vader heet ook De Graaf maar die woont niet in Zandvoort. “Ze is mijn vroegere buurmeisje”, zegt Jochem. “We gaan altijd met twee families op vakantie. Drie jaar geleden waren we in Italië en toen hebben Nienke en ik Simbad gered. Hij lag ergens op een binnenplaats aan een ketting. Hij was broodmager en er stond niet eens een drinkbak bij hem. Het was zo’n zielig gezicht. Toen hebben we besloten hem te bevrijden. Dat was nog best moeilijk, hoor. Simbad was duidelijk niet aan mensen gewend. Maar we zijn elke dag naar hem toe gegaan. De ene keer hadden we worst bij ons, dan weer een stuk kaas en dat gooiden we dan naar hem toe. Elke dag ging het een stukje beter. We mochten steeds dichterbij komen en na acht dagen hebben we de ketting losgemaakt en Simbad meegenomen.” Jochem aait Simbad over zijn rug. “We hebben je verstopt, hè, in een soort bunker buiten het dorp. Het zag er niet naar uit dat daar ooit iemand kwam. Alleen moesten we hem wel voor onze ouders verborgen houden, anders hadden ze hem teruggebracht. Op de laatste dag, vlak voor we vertrokken, hebben we hem in een slaapzak gewikkeld en achter in de kofferbak gelegd.” “Begon hij niet te blaffen?” “Nee”, lacht Jochem, “We hadden hem een slaappil van mijn moeder gegeven. Nou, dat werkte wel, hij sliep diep. Pas toen we al een heel eind onderweg waren, hebben we het verteld.” “En je ouders?” “Mijn vader was woedend”, zegt Jochem. “Maar hij wou ook niet het hele stuk terugrijden. En de ouders van Nienke hadden daar ook geen zin in. Toen mochten we hem meenemen. Simbad woonde zo’n beetje bij ons alle twee, totdat ik ging verhuizen. Toen mocht hij bij Nienke blijven, want ze heeft een groot erf om het huis, zodat Simbad daar altijd buiten stuk grond kan. En nou weer bij mij, hè?” Jochem geeft de hond een klopje op zijn rug. “Ja”, zegt de moeder van Jochem die net met haar jas aan de kamer in komt. “Toen Jochem vorig jaar zo verdrietig was omdat hij werd gepest, heeft Nienke als troost Simbad bij hem achtergelaten. Lief hè? Nou, ik ga even een boodschap doen. Dag David, we zien elkaar vast nog wel eens.” David voelt zich ongemakkelijk met Jochem alleen. Hij drinkt vlug zijn cola op zodat hij kan vertrekken. “Sorry van dat Franse boek”, zegt hij als hij opstaat. Jochem haalt zijn schouders op. “Ik weet wel hoe ze zijn. Maar mijn moeder mag het niet weten. Ik wil haar geen verdriet doen. Vorig jaar heeft ze een lichte hartaanval gehad. Ze trok het zich veel te erg aan dat ik werd gepest. Daarom vertel ik het niet meer. Ze weet ook niet dat ze mijn banden lek hebben gestoken. Ik heb gezegd dat ik door een spijker ben gereden. Het geld voor de nieuwe banden regel ik wel, daar merkt ze niks van.” “Dus je kunt er met niemand over praten”, zegt David. “Ik heb een dagboek”, zegt Jochem. “Daar schrijf ik alles in op, dat helpt ook. En af en toe laat ik het Nienke lezen.” “Rot voor je”, zegt David. “Ik bedoel, dat ze je pesten …” SPIJT, CARRY SLEE © OVERAMSTEL UITGEVERS, 2015. LICHT AANGEPAST VOOR VLAAMS TAALGEBRUIK.
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
11
a Zijn er woorden in de tekst die je niet begrijpt? Markeer ze. Ga op zoek naar hun betekenis.
1 2 3 4
Kijk naar de hele zin, de zinnen errond en de afbeeldingen. Zit er een ander woord verstopt in het woord? Gebruik een (online) woordenboek. Vraag aan iemand anders wat het woord betekent.
D IE
Jochem is tevreden in de tweede klas. Jochem heeft een vriendin die Nienke heet. Jochem wordt al lang gepest. David is de beste vriend van Jochem. De ouders van Jochem weten dat hij nu gepest wordt. Jochem schrijft zijn problemen in zijn dagboek op. De hond van Jochem komt uit een asiel.
KE U
b Wat weet je na het lezen van dit fragment? Kruis aan wat klopt.
RE
Hoe kan je de betekenis van een woord achterhalen?
AA R
c Wat zou er gebeurd zijn met het Franse boek van Jochem, denk je? d Wat zou jij doen als je merkt dat iemand in je klas gepest wordt? Vertel.
f
PL
e Ben je benieuwd hoe het boek afloopt? Zou je het boek verder willen lezen? Vertel. Lees de zin. Markeer de woorden die met een hoofdletter geschreven moeten worden.
EM
nienke, de vriendin van jochem, woont in zandvoort.
JK EX
Hoofdletters
Je schrijft een hoofdletter:
IN
KI
1 aan het begin van een zin; Ik schrijf een korte zin. 2 bij eigennamen (voornamen en familienamen); Lander Mertens 3 bij aardrijkskundige namen en afleidingen daarvan; Frankrijk, Noordzee, Italiaanse … 4 bij feestdagen (dagen die door veel mensen gevierd worden op dezelfde dag). Kerstmis, Werelddierendag, Valentijnsdag … Let op! Een persoonlijk feest (door iedereen op een andere dag gevierd), een langere feestperiode en samenstellingen of afleidingen schrijven we niet met een hoofdletter. verjaardag, ramadan, kerstversiering …
12
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
8 Markeer de woorden die met een hoofdletter geschreven moeten worden. a de zussen olsen gingen samen naar de filmpremière in hollywood. b voor valentijnsdag gaat mijn zus met haar vriendin een weekendje naar parijs. c noah, jules, lucas, arthur en sem zijn populaire jongensnamen. d onze leerkracht adopteerde een spaanse windhond.
RE
e vier jij kerstmis met de hele familie?
met hoofdletter
zonder hoofdletter
mama
KE U
9 Hoofdletter of niet? Kruis aan. Schrijf het woord daarna in de rechterkolom opnieuw op de juiste manier. juiste schrijfwijze
D IE
annabel
belg
AA R
zee lente
EM
schoolstraat
PL
JK EX
februari
kerstcadeau
IN
KI
10 Het boek werd ook verfilmd. Bekijk de trailer. a Zijn er gelijkenissen tussen jouw verbeelding en wat je zag in de trailer? Vertel. b Zijn er verschillen tussen jouw verbeelding en wat je zag in de trailer? Vertel. c Wat vind je van de trailer? Kruis het woord aan dat voor jou past of bedenk er zelf een. spannend ontroerend saai romantisch avontuurlijk
mooi griezelig
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
13
Het bijvoeglijk naamwoord Een bijvoeglijk naamwoord geeft meer uitleg over een zelfstandig naamwoord. Het vertelt hoe het is.
11 Lees het fragment. Markeer de bijvoeglijke naamwoorden blauw.
RE
mooi, groot, mannelijk, papieren
KE U
David kan niet zo hard op zijn oude bestelfiets. Niels racet voor hem uit en de afstand tussen hen wordt steeds groter. “Gezellig dat ik mee ben, hè?” roept David.
Niels stapt af en gaat aan de kant staan. Ineens schrikken ze op van een auto die in volle
D IE
vaart de hoek om spuit. Op hetzelfde moment steekt er een kat de straat over. “Kijk uit!” schreeuwen de jongens.
De chauffeur trapt op zijn rem, maar de auto schiet een eindje door en rijdt de kat aan.
AA R
Het beest ligt kermend in de goot. David en Niels gaan ernaartoe. “Is het erg?” vraagt de bestuurder als hij naar de bloedende kat kijkt. De kat kijkt hem angstig aan.
b de
JK EX
c de
EM
a de
PL
12 Noteer een passend bijvoeglijk naamwoord. Denk aan het fragment uit de vorige oefening.
kat auto jongens
e de
fiets
KI
d de
IN 14
bestuurder
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
2.3 Flop of top? beoordelingen of ervaringen die personen met anderen delen
1 Lees de reviews. Beantwoord de vragen. Niels
The Hunger Games vond ik supergoed. Vanaf het begin zit je in een spannende wereld waar iedereen moet vechten om te overleven. Katniss is een toppersonage. Ze is niet perfect, maar wel slim en dapper. Je begrijpt meteen waarom zoveel mensen haar cool vinden.
KE U
RE
De film bevat veel actie, maar ook rustige momenten, zodat je even kan ademen. De spanning blijft de hele tijd. Ik wilde zelfs verder kijken tijdens het eten (wat normaal niet mag bij ons thuis). Het leukste vond ik hoe de film laat zien dat je soms moet doen wat juist is, ook al is het gevaarlijk. Dat maakte het verhaal sterker dan gewone actiefilms.
D IE
Maxime
Ik snap waarom The Hunger Games populair is, maar persoonlijk vond ik de film niet super. De wereld en het idee zijn eigenlijk heel interessant, maar de film legt niet altijd goed uit wat er precies gebeurt. Soms had ik het gevoel dat ik dingen moest “raden”.
AA R
De vechtscènes zijn best chaotisch gefilmd. Ik kon soms niet eens volgen wie wie was. Ook het gedoe met Katniss en Peeta vond ik een beetje nep. Het voelde alsof de film dat er gewoon even moest insteken om het romantischer te maken.
PL
Voor mij was het dus niet slecht, maar ook niet geweldig.
EM
a Markeer de naam bij de positieve review groen. Markeer ook één argument in de tekst.
goede reden
b Markeer de naam bij de negatieve review roze. Markeer ook één argument in de tekst.
JK EX
c Heb jij de film The Hunger Games gezien? Met welke review ben jij het eens? Vertel waarom.
2 Bekijk een kortfilm en schrijf een review.
IN
KI
a Welk genre spreekt jou het meest aan? Kruis aan. een actiefilm
een ontroerende film
een magische film
een grappige film
een griezelfilm
b Scan de QR-code. Klik op het genre dat jij gekozen hebt. Bekijk de kortfilm.
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
15
c Wat vond je van de film die je net bekeek? Noteer sleutelwoorden op de post-its.
:
Dit vond ik niet goed
KE U
RE
Dit vond ik goed:
D IE
d Schrijf je review over de kortfilm. Gebruik de sleutelwoorden uit de post-its in je tekst.
Titel:
AA R
Samenvatting:
☆☆☆☆☆
PL
EM
JK EX
KI
IN
Conclusie:
3 Lees de reviews van je klasgenoten die dezelfde kortfilm bekeken hebben. Hebben jullie dezelfde mening? Waarover verschillen jullie van mening? Bespreek. 4 Welke gevolgen kunnen positieve reviews hebben? Welke gevolgen kunnen negatieve reviews hebben? Bespreek.
16
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
5 Lees de review. Bekijk de vetgedrukte werkwoorden. Camille The Hunger Games gaat over Katniss Everdeen, een meisje dat leeft in een arm district en deelneemt aan de hongerspelen. Toen ik de film voor het eerst zag, vond ik het verhaal erg meeslepend. De spanning was bijna constant aanwezig en de personages kwamen
RE
geloofwaardig over. Katniss toonde veel moed toen zij zich vrijwillig opgaf om haar zus te
de hele tijd
redden. De regisseur heeft ervoor gezorgd dat je als kijker meeleeft met de hoofdpersonen.
KE U
De kostuums en de muziek zijn ook heel mooi. Nu ik de film gezien heb, begrijp ik waarom The Hunger Games zo populair is.
D IE
a Markeer de werkwoorden in de tegenwoordige tijd roze en de werkwoorden in de verleden tijd groen. b Bekijk de vetgedrukte werkwoorden die je nog niet gemarkeerd hebt. Ze staan in een nieuwe werkwoordstijd.
AA R
De voltooid tegenwoordige tijd Voltooid = de actie is afgerond.
EM
PL
Je schrijft een hulpwerkwoord (hebben of zijn) in de tegenwoordige tijd en een voltooid deelwoord. koken --> ik heb gekookt starten --> wij zijn gestart Werkwoorden zonder klankverandering Het voltooid deelwoord is ge + stam + d of ge + stam + t.
JK EX
de verleden tijd eindigt op te(n) --> + t de verleden tijd eindigt op de(n) --> + d stoppen – ik stopte – ik ben gestopt
voelen – ik voelde – ik heb gevoeld
IN
KI
Als de stam eindigt op t of d, dan voeg je geen t of d meer toe. starten – ik start – ik ben gestart melden – ik meld – ik heb gemeld Als het werkwoord start met ge, ont, her, be of ver, dan voeg je geen ge meer toe. ontdekken – ik heb ontdekt gebeuren – het is gebeurd Werkwoorden met klankverandering Deze werkwoorden veranderen van klank in de voltooid tegenwoordige tijd. Je moet ze uit het hoofd leren. Hieronder zie je een aantal voorbeelden.
zijn hebben helpen nemen
--> --> --> -->
ik ben geweest ik heb gehad ik heb geholpen ik heb genomen
wij zijn geweest wij hebben gehad wij hebben geholpen wij hebben genomen
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
17
6 Lees de zinnen. Markeer de voltooid tegenwoordige tijd. Let op: je moet twee woorden markeren in elke zin. a De leerlingen hebben de oefening verbeterd. b De leerkracht heeft voor iedereen popcorn meegenomen. c We zijn niet lang op het filmfestival gebleven. d De jonge actrice heeft in die film bijna niet gepraat.
f
RE
e Na het bekijken van een waargebeurd verhaal hebben we de hele avond gehuild.
g Na de griezelfilm ben ik helemaal alleen naar huis gefietst.
KE U
De klas heeft de film positief beoordeeld.
h Mijn kleine zusje heeft het filmticket van mijn broer verstopt. Ik heb mijn lievelingsfilm al vijf keer bekeken.
j
Roos heeft een Netflix-abonnement gekregen.
D IE
i
7 Noteer de gemarkeerde werkwoorden uit de vorige oefening in de juiste kolom. werkwoorden zonder klankverandering
voltooid deelwoord eindigt op d
PL
EM
JK EX
werkwoorden met klankverandering
AA R
voltooid deelwoord eindigt op t
8 Vul de zinnen aan met het voltooid deelwoord.
IN
KI
a repeteren
18
We hebben gisteren veel
b mengen
Heb je het deeg goed
c belonen
De leerkracht heeft ons
d lachen
Ik heb veel
e poetsen
Heb je je kamer
f
Dat ongeluk is gisteren
gebeuren
g printen
Ik heb die pagina per ongeluk tien keer
h plannen
Wat hebben jullie
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
. ? voor ons harde werk. tijdens de film. ? . ! ?
9 Schrijf de zinnen over. Zet de onderstreepte werkwoorden in de voltooid tegenwoordige tijd. Volg het voorbeeld. De leerlingen maken de oefeningen. De leerlingen hebben de oefeningen gemaakt. a De kinderen spelen in de tuin.
RE
b We komen allemaal naar het feest.
KE U
c Jullie missen de bus.
d De regisseur werkt hard.
AA R
e De rijke actrice betaalt de taxi niet.
De honden blaffen veel tijdens de opnames.
PL
f
D IE
EM
g De stuntman opent zijn parachute.
JK EX
h De vertaler vertaalt dat boek naar het Pools.
Ik sta om 7 uur op.
KI
i
IN
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
19
2.4 Spreken wij dezelfde taal? 1 Bekijk de trailer en luister goed. Beantwoord de vragen. a Waarom mag Asha binnen in het kasteel?
RE
Ze won een rondleiding in het kasteel. Ze is de dochter van de koning. Ze is leerling van de koning. Ze is de beste vriendin van de dochter van de koning.
KE U
b Is de koning een goede koning, denk je? Vertel. c Maakt de trailer je enthousiast om de film te bekijken? Vertel.
2 Bekijk de volgende trailer en luister goed. Beantwoord de vragen.
D IE
a De trailers lijken sterk op elkaar. Wat is het verschil tussen deze video en de video uit de vorige oefening?
AA R
b Verbind de zinnen die bij elkaar horen.
PL
Ik ben zo zenuwachtig.
Ik moet op adem komen.
EM
Ik moet even bijkomen.
Eén secondje!
Wacht heel even.
Ik ben zo nerveus.
JK EX
c Je hoort niet enkel andere woorden. Hoor je nog verschillen tussen de twee versies?
KI
d Waarom zouden ze twee verschillende versies van de film maken, denk je? Vertel.
IN
3 Bekijk de YouTube-video. Het Nederlandse woord staat al onder de afbeelding. Noteer er steeds de Vlaamse variant bij.
20
1
2
Nederlands: een bank
Nederlands: een pinpas
Vlaams:
Vlaams:
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
4
Nederlands: een mok
Nederlands: een tosti
Vlaams:
Vlaams:
KE U
RE
3
4 Bekijk het fragment uit ‘Geubels en de Hollanders’. Beantwoord de vragen. a Noteer twee woorden die Nederlanders anders zeggen.
D IE
b Wat vindt Philippe Geubels het allergekste dat Nederlanders eten? Vertel.
AA R
c Waarom zegt Philippe Geubels dat er voor ‘trakteren’ geen Nederlands woord is?
helemaal hetzelfde
PL
Hij heeft de Nederlandse vertaling nog niet gevonden. Het woord is identiek in het Nederlands en in het Vlaams. Het is een grapje.
EM
Een stereotype is een overdreven beeld van iemand of een groep mensen. Dit kan een humoristisch effect hebben.
JK EX
Let wel op! Stereotypen kunnen tot vooroordelen leiden. Dat zijn ideeën die je over iemand of over een groep mensen hebt, zonder te weten of het klopt.
d Vind je deze video grappig? Waarom wel of niet? Vertel.
IN
KI
5 Luister naar je leerkracht. Is het een Nederlands of een Vlaams woord? 6 Filmmakers geven personages niet zomaar een stem. Bekijk de trailer. Wat vertelt de stem van deze figuren volgens jou? Vertel.
Sid, de luiaard
Manny, de mammoet
© ICEAGE.FANDOM.COM
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
21
2.5 Door de ogen van … 1 Bekijk de cover en lees de achterflap. Beantwoord de vragen.
(Proeflezers over Keerpunt)
niet normaal, vreemd
RE
Ik doe niet abnormaal, ik bén abnormaal. Ik weiger nog normaal te zijn als normaal zijn betekent dat je je altijd groter moet voordoen dan je bent, dat je jezelf op een voetstuk moet plaatsen om neer te kunnen kijken op wie minder geluk heeft, dat je áltijd een masker moet dragen. Iedereen die er even op let, snapt dat dit een wereld met een filter is. En weet je hoe die filter heet? FAKE, van Fuck Authenticity & Keep pretending for Ever.
KE U
doen alsof basis waarop een standbeeld staat
AA R
D IE
Max vlucht naar zijn bed en trekt zijn donsdeken over zijn kop. Hij staakt. De stilte in huis is om te snijden en hij heeft ruzie met zowat iedereen die de baas over hem speelt. Wanneer de druk te hoog wordt, loopt hij weg van huis, op zoek naar een plek waar niemand hem lastigvalt, een plek waar hij zichzelf kan zijn. Dan begint het spel: Max tegen de vijandelijke troepen. Lukt het hem om hen te snel af te zijn?
JK EX
EM
PL
Een meeslepend verhaal over de zoektocht naar wie je echt bent en naar wie je vriend is onderweg.
‘Nog nooit een boek uitgelezen, maar dit las ik in één ruk uit.’ (Jongeren over Onderstroom en Vluchtweg)
Cv-Keerpunt-Goedele-Ghijsen.indd 1,3
IN
KI
a Wie is de auteur van dit boek? Markeer de naam. b Wie is de hoofdpersoon? Omcirkel de naam. c Markeer de woorden die volgens jou bij het boek passen. informatief
saai
ontspannend
griezelig
ontroerend
waargebeurd
moeilijk
gewelddadig
realistisch
grappig
d Overtuigt de cover jou om het boek te lezen? Vertel.
22
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
GOEDELE GHIJSEN
‘Spannend. Grappig. Ontroerend. I love Max!’
2 Lees het fragment uit het boek. Beantwoord de vragen mondeling. Als die buschauffeurs op de maandagmorgen van een proefwerkweek mogen staken, dan mag ik dat ook. En omdat mijn leraren, mijn trainer, mijn ma, haar liefste manager en zelfs mijn vader de oorlog aan mij hebben verklaard, staak ik totaal. gesprekken om overeen te komen
RE
Alle onderhandelingen zijn vastgelopen. Er is geen hond die naar mij luistert, dus kroop ik onder mijn dekbed. De laatste keer dat ik naar mijn wekker keek, was het 15u23 – toen ma de deur dichtsmeet en ik bleef zwijgen. In deze wereld zijn er al roepers genoeg. Soms lijkt het alsof volwassenen alleen in slogans kunnen praten. Je moet dit. Pas op voor dat. Vreemdelingen buiten. Wetenschappers liefst ook. En dan zeggen ze over mij dat ik geen gezag aanvaard.
KE U
macht over iemand
-
Eigenlijk begon alles veel eerder, toen ik twaalf was en ma het nodig vond om de dag voor de eindtoets van de basisschool de bubbel van ons leven te doorprikken. “Focus op je studie”, zegt ze altijd. “Hoe kun je wiskunde studeren als je voortdurend met je hoofd ergens anders zit?” Ik denk dat ze daarom besliste dat ze net op dat moment moest vertellen dat ze zou verhuizen omdat ze wilde scheiden. Dat was vast haar plan. Er is echt geen moeder zo nobel als die van mij.
EM
met goede bedoelingen
verplicht, omdat iemand het vraagt
PL
concentreer je op, richt je aandacht op
ja-knikken als ik nee bedoel; op commando glimlachen; het antwoord geven dat ze van mij verwachten; doen alsof het eten smaakt terwijl er eeuwig en altijd te weinig peper in zit.
AA R
doe dit nooit meer
D IE
Dus ik trek mijn dekbed over mijn hoofd en zwijg. Er valt toch niet met hen te discussiëren. Meneertjes altijd-overtuigd-van-hun-eigen-gelijk. Mevrouwtjes luister-eens-naar-iemanddie-het-kan-weten. ideeën uitwisselen, overleggen Never do this again:
a Met wie heeft Max ruzie?
JK EX
b Waardoor is het volgens hem begonnen?
IN
KI
c Herlees de laatste alinea. Vindt Max dat zijn moeder nobel is of net niet?
Soms zegt iemand net het omgekeerde van wat hij of zij bedoelt. Dit hoor je vaak aan de intonatie. Wat een prachtig weer vandaag! (als het regent) Ironie is het omgekeerde zeggen van wat je bedoelt als grap. Sarcasme is het omgekeerde zeggen van wat je bedoelt om iemand te kwetsen.
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
23
3 Werk per twee. Is de zin als grap bedoeld of niet? Kruis aan. Lees om beurten een zin luidop voor. Let op je intonatie. a Iemand die houdt van sport zegt: “Joepie! Weer turnles.” als grap bedoeld
niet als grap bedoeld
als grap bedoeld
niet als grap bedoeld
RE
b Iemand die niet houdt van sport zegt: “Joepie! Weer turnles.”
KE U
c Je beste vriend die continu cola drinkt, zegt dat hij zin heeft in een cola. Jij antwoordt: “Jij, een cola? Dat had ik nu nooit van jou verwacht.” als grap bedoeld
niet als grap bedoeld
D IE
d Je beste vriend die een hekel heeft aan wiskunde zegt dat hij de wiskundeles heel tof vond. Jij antwoordt: “Jij, wiskunde? Dat had ik nu nooit van jou verwacht.” als grap bedoeld
niet als grap bedoeld
AA R
4 Lees het fragment in oefening 11 op pagina 14. Daarin zegt een van de personages ook het omgekeerde van wat hij bedoelt om te lachen. Onderstreep die zin.
PL
5 Laat ons lachen! Bedenk per twee een grappige zin voor een van deze situaties.
EM
een extreem saaie film een vreselijk schoolfeest een heel slechte dag
JK EX
Afspraken over grappen maken:
Maak alleen grappen over situaties, voorwerpen of jezelf. Grappen zijn niet goed als ze anderen kwetsen.
KI
• •
IN
6 Lees het volgende fragment uit het boek. Beantwoord de vragen.
elektronisch speelgoeddier
24
Beide troepen verschuilen zich op eigen terrein. Het is eindelijk weer stil in huis. Na eindeloos gesnotter en gehuil in de slaapkamer van ma en haar manager zijn ma’s batterijen leeg. Ze lijkt wel een Furby. Als ik het geweten had, was ik liever voor haar geweest. Maar oeps, dat is te laat. Nu zit ik met dat monster opgescheept. Gelukkig valt ze af en toe helemaal stil en heb ik even rust tot ze weer opgeladen is. Dit is het moment om uit de loopgraven te komen, dus sla ik mijn dekbed open, zet mijn blote voeten op de koude parketvloer, open de deur als een meester-inbreker en sluip de trap af om een voorraad in te slaan.
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
D IE
De vollemaan verlicht ons buitenzwembad feestelijk. Ma besliste dat we dat absoluut nodig hadden. Een buitenzwembad. In de Lage Landen. Het regent hier al vier maanden. Ze kon even goed een ijsbad laten installeren. Eerst oververhit geraken door haar ellenlange eisenlijst en dan stoom aflaten. Misschien moet ik de regenwaterput eens opengooien. Kan ze daar inspringen om haar eisenpakket af te laten koelen. Een zwembad. Eén zomer gebruikt en daarna alleen nog voor mijn verplichte zwembadparty op mijn verjaardag. Ik was veel liever met mijn vrienden naar de film gegaan.
AA R
België, Nederland en Luxemburg
KE U
RE
Ma’s huis kan zo in een woonmagazine. Alles design, kleurloos en strak in het gelid. Ik ben het enige dat uit de toon valt. Zodra ik onder aan de metalen trap met treden van ebbenhout sta, glip ik langs onze witte salon de open, zwarte keuken in. Ik moet muisstil zijn. Zo’n open huis geeft je geen schuilkansen, en als onze dwergpapegaai wakker wordt, dan is mijn missie totaal mislukt. Er ligt wel een doek over zijn smeedijzeren kooi, maar zo’n beest heeft ook oren, ook al zie je die niet. Dus ik maak op de toppen van mijn tenen een grote boog rond het spoor van zaadjes op de vloer om bij de voorraadkast met koeken te raken. Leeg. Fuck! Gisteren zaten er nog kilo’s lekkers in. Ik trek de kastdeur erboven open. Shit! Ook geen chips of nacho’s meer. In de koelkast alleen nog gezond voer. Ze proberen me uit te hongeren. Ik graai naar een pot yoghurt en scoor een appel uit de fruitlade. De collectie ontbijtgranen is ook spoorloos verdwenen. In de broodtrommel liggen gelukkig nog een paar sneetjes. Er zit niets anders op, ik zal met deze magere oogst moeten terugtrekken naar mijn kamp. Ik gris de krant op de salontafel mee, want zonder telefoon en internet sterf ik van verveling.
a Zijn er woorden in de tekst die je niet begrijpt, maar die belangrijk zijn om het verhaal te kunnen volgen? Zoek hun betekenis op.
PL
b Bekijk de gemarkeerde signaalwoorden in de laatste alinea. Welk soort signaalwoorden zijn het?
JK EX
EM
Deze signaalwoorden zeggen iets over … oorzaak en gevolg tijd doel
opsomming uitleg
c Herlees de vetgedrukte zin in het fragment. Is dit letterlijk of figuurlijk bedoeld? Kruis aan. letterlijk
figuurlijk
IN
KI
d Wat bedoelt Max met 'deze magere oogst' en 'mijn kamp'? Vertel.
Beeldspraak is figuurlijk taalgebruik. Er wordt niet letterlijk gezegd wat er wordt bedoeld, maar er wordt een beeld gebruikt. Ma heeft de bubbel van ons leven doorprikt. Nu zit ik met dat monster opgescheept.
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
25
Soorten signaalwoorden Signaalwoorden zijn woorden die verbanden duidelijk maken tussen zinnen en alinea’s.
KE U
RE
Signaalwoorden kunnen iets zeggen over: • tijd (wanneer?) eerst, daarna, nadat … • oorzaak en gevolg (waarom?) omdat, want, dus … • doel (waarvoor?) zodat, om te, door middel van … • opsomming (wat nog meer?) en, ook, verder … • uitleg (wat bedoel je?) zoals, bijvoorbeeld, namelijk …
7 Vul de zinnen aan met het juiste signaalwoord uit de lijst.
bijvoorbeeld – eerst – dus – daarna – omdat – want
b Er valt toch niet met hen te discussiëren,
hij zwijgt.
AA R
c Sommige mensen spelen komedie, smaakt terwijl het niet te vreten is.
buschauffeurs mogen dat ook.
D IE
a Max vindt dat hij mag staken,
d
door te doen alsof het eten
vertelde zijn moeder dat ze zouden verhuizen,
PL
zei ze dat ze gingen scheiden.
niemand naar hem luistert.
EM
e Max blijft op zijn kamer,
8 Maak van de twee zinnen één zin door ze te verbinden met een signaalwoord.
JK EX
a De film was spannend. Ik bleef tot het einde kijken.
KI
b Lars werd nat. Hij had geen paraplu.
IN
c Ze was moe. Ze bleef toch wakker. d We maakten de opdracht snel af. We hadden weinig tijd.
Sommige signaalwoorden zijn ook voegwoorden. Denk aan de komma voor de voegwoorden.
26
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
9 Lees het volgende fragment uit het boek. Beantwoord de vragen mondeling. Op avond drie krijg ik stilaan allerlei symptomen van waanzin. Ik praat niet meer tegen mezelf, maar begin me in te beelden dat mijn vrienden naast me zitten. Shit, ik had nooit gedacht dat ik die gasten zo zou missen. ernstig ziek
stiekem kijken
RE
heel groot
KE U
tekenen van ziekte
zijn in je hoofd In bed neem ik me voor om mijn kop weer boven de loopgraven uit te steken. De strijd ook al is moet gestreden worden. Mijn opdracht blijft dezelfde als de vorige keer: ondanks mijn het zo fantastisch immense lijf niet opvallen. Al goed dat ik daar een leven lang heb op geoefend. Toch lukt het me niet om in slaap te vallen. Nadat ik bijna meester in de yoga ben door alle slaaphoudingen die ik heb uitgeprobeerd, geef ik het op en besluit ik een extra oefening in te lassen. Het is aardedonker, er rijden geen auto’s meer ... Nu zal er toch geen hond op straat zijn? Ik gluur langs mijn gordijntje. Buiten lijkt het alsof er een avondklok heerst, dus hijs ik mezelf in mijn warmste kleren, schiet in mijn jas en schoenen en steek mijn kop voor het eerst in tweeënvijftig uur weer uit de kajuit. KEERPUNT, GOEDELE GHIJSEN © SALTO, 2025
D IE
a Begrijp je hoe Max zich voelt? Waarom wel of niet?
b Wat zou je aan Max willen zeggen? Welke raad zou je hem geven?
AA R
c Komt de inhoud van het boek overeen met wat je verwacht had na het lezen van de achterflap? Vind je het net leuker of minder leuk? Leg uit.
PL
d Hoe denk je dat het verhaal zal eindigen? Blijft Max boos op zijn ouders en zijn vrienden, denk je?
EM
e Heb je zin om de rest van het boek te lezen? Waarom wel of niet?
10 Vul de zinnen aan met het juiste woord uit de lijst.
JK EX
voordoen – immens – focussen – gezag – symptomen
a Hoesten en niezen zijn
van een verkoudheid.
KI
b Ik wil gewoon mezelf kunnen zijn. Ik wil me niet
IN
c De Zuidertoren in Brussel is 150 meter hoog. Dat is
d Mijn kleine broer kan zich niet e Die leerkracht heeft veel
als iemand anders. ! . Hij is de hele tijd afgeleid.
: iedereen luistert naar hem.
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
27
2.6 Happy end of niet? 1 Bekijk de kortfilm. Beantwoord de vragen. a Wie heeft een vals profiel op Facebook?
RE
b Wat vinden de vriendinnen van Marie ervan dat Kevin foto’s vraagt? Vertel.
d Heeft de film een happy end?
Ja.
Nee.
2 Bespreek de kortfilm met je klasgenoten.
KE U
c Hoe beseft Marie dat er iets niet klopt? Vertel.
In de film gaat het over catfishing, waarbij iemand zich online voordoet als iemand anders. Die persoon creëert een nieuwe identiteit. Denk je dat dit vaak gebeurt?
•
Welke bedoelingen zou iemand die zich online anders voordoet kunnen hebben?
•
Welke raad zou je aan je vrienden geven als zij online iemand nieuw leren kennen?
AA R
D IE
•
Hoe eindigt jouw film? Noteer kort jouw antwoord op deze vragen. • •
Krijgt jouw verhaal een happy end?
EM
Stap 1
PL
3 We spoelen de film terug tot het moment dat Marie beseft wie ‘Kevin’ is. Nu is het aan jou! Bedenk een ander einde voor de film.
Ja.
Nee.
Hoe reageert Marie als ze beseft wie Kevin is?
JK EX
•
Vertelt Marie het aan vriendinnen, ouders, politie … ?
IN
KI
•
Wat gebeurt er als Marie het vertelt?
•
Hoe loopt het met Kevin (Anton) af?
28
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
Stap 2
Schrijf je scenario uit op een kladblad. Ik beschrijf de gebeurtenissen in een logische volgorde. Ik schrijf hoofdletters waar nodig. Ik gebruik verwijswoorden om herhaling te vermijden. Ik zorg dat de woorden juist geschreven zijn. Lees je scenario goed na. Kruis aan in stap 2 wat al in orde is. Pas je tekst aan en schrijf hieronder de nette versie.
RE
Stap 3
KE U
D IE
AA R
PL
JK EX
EM
IN
KI
Twijfel je hoe je een woord moet schrijven? Zoek het woord op woordenlijst.org of in een ander (online) woordenboek.
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
29
2.7 Roadtrip 9
1 Lees de zinnen. Naar wie of wat verwijst het vetgedrukte woord? Teken een pijl en onderstreep. Volg het voorbeeld. De kostuums waren duur. Ze waren speciaal ontworpen voor de hoofdrolspelers.
RE
a De regisseur gaf instructies, maar niemand begreep ze meteen.
KE U
b De camera viel om. Dat veroorzaakte veel gedoe achter de schermen.
c Camille en Maksim speelden samen een scène. Ze hadden veel plezier op de set.
2 Vul de zinnen aan met een verwijswoord. Zorg dat het verwijswoord naar de onderstreepte woordgroep verwijst.
AA R
9
D IE
d De animatiestudio had een nieuw project. Het zou volgend jaar uitkomen.
a De roman was moeilijk, maar ik las
helemaal uit.
b De schrijfster signeerde vijf boeken. Ik kreeg
PL
c Het idee was grappig, maar
gratis mee naar huis.
paste niet in het verhaal. zorgde voor veel discussie.
EM
d De krant publiceerde een negatieve review, e Die bekende actrice heeft ruzie met haar vriend. Ze wil
3 Schrijf de zinnen over. Vervang de vetgedrukte woordgroepen door verwijswoorden.
JK EX
9
niet meer zien.
a De acteurs speelden overtuigend. De acteurs kregen veel applaus.
IN
KI
b Tom houdt van strips. Tom leest de strips graag ’s avonds. c De scène moest opnieuw gefilmd worden. Het feit dat de scène opnieuw gefilmd moest worden, kwam door een technische fout. d De hoofdrolspeelster won een award. De award betekende veel voor de hoofdrolspeelster.
30
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
4 Waarom schrijf je het onderstreepte woord met een hoofdletter? Kruis aan.
12
begin van de zin
eigennaam
aardrijkskundige naam
feestdag
a De leerkracht Nederlands is verslaafd aan films.
RE
b Met Kerstmis kijken we met de hele familie een kerstfilm. c De schrijver heet Patrick Lagrou.
KE U
d We keken tijdens de les naar een kortfilm.
f
Met Pasen verschijnt het nieuwste boek in de reeks.
g Het verhaal speelt zich af in Indonesië.
AA R
h Waarom kijk jij liever naar de film dan het boek te lezen?
D IE
e Die film was een succes in heel Europa.
PL
5 Schrijf de zinnen over. Gebruik een hoofdletter waar nodig.
12
EM
a we lazen spijt van carry slee.
b in de kerstvakantie gaan we naar duitsland op reis.
JK EX
c we zochten engelstalige boeken in de bibliotheek.
KI
IN
d de leraar frans gaf ons een moeilijke opdracht.
12
6 Bedenk een zin die vier hoofdletters bevat: aan het begin van de zin, een eigennaam, een aardrijkskundige naam en een feestdag.
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
31
7 Vul aan met telkens een ander bijvoeglijk naamwoord. a een
film
e een
laptop
b een
draak
f
een
boek
c een
broodje
g een
review
d een
jongen
h een
kamer
8 Lees de reviews. Markeer alle bijvoeglijke naamwoorden blauw.
KE U
☆☆☆☆☆
14
RE
14
De nieuwste Smurfenfilm is kleurrijk en grappig. Het verhaal is eenvoudig maar charmant: Gargamel wil weer eens alle Smurfen vangen. Voor oudere kijkers is het voorspelbaar,
D IE
maar het blijft een gezellige familiefilm. Wie houdt er namelijk niet van die kleine, blauwe vriendjes?
AA R
☆☆☆☆☆
Jurassic Park blijft een van de sterkste avonturenfilms ooit gemaakt. Wetenschappers klonen dinosaurussen en openen een pretpark, maar er gaat van alles mis. Een spannende
PL
film met heel wat geloofwaardige elementen, gespeeld door uitstekende acteurs.
14
2
IN
KI
JK EX
1
EM
9 Bekijk de afbeeldingen. Schrijf steeds een passende zin met een bijvoeglijk naamwoord. Markeer de bijvoeglijke naamwoorden blauw.
32
3
4
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
6
RE
5
KE U
10 Markeer in elke zin het hulpwerkwoord (hebben of zijn) geel en het voltooid deelwoord groen.
17
a Ik heb de film gisteren gezien.
c We hebben samen popcorn gegeten. d Heeft de actrice een award gewonnen?
D IE
b Zij heeft haar boek al uitgelezen.
e Jullie hebben hard gelachen tijdens de voorstelling. Ben je al begonnen met filmen?
AA R
f
g Waarom heeft mijn vriend zijn camera meegenomen? h De schrijver heeft een nieuw boek uitgebracht in oktober. De kinderen hebben naar de trailer gekeken.
j
De vrienden zijn naar de bioscoop gegaan.
EM
PL
i
11 Eindigt het voltooid deelwoord op d of t? Vul aan.
17
JK EX
a De acteurs hebben in die scène slecht geacteer
b De opnames zijn vorige week gestar
.
. .
KI
c De regisseur heeft alles nauwkeurig geplan
IN
d Die recensent heeft de film streng beoordeel
.
e De tekenaar heeft elk personage prachtig geteken f
.
De stuntman heeft de sprong moeiteloos uitgevoer
.
g De scenaristen hebben het script volledig herwerk
.
h Het publiek heeft de acteurs met luid applaus beloon i
De producent heeft de opnames goed georganiseer
j
De cameramannen hebben alles perfect gefilm
. .
. MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
33
12 Vul de tabel aan in de voltooid tegenwoordige tijd. infinitief beginnen
ik
spreken
jij
sorteren
RE
hij
kiezen
wij
blijven
jullie
vallen
D IE
jij
kijken
AA R
ik
signaalwoord
PL
13 Is het onderstreepte woord een signaalwoord? Kleur de vakjes. geen signaal woord
a Tegenwoordig kijkt iedereen films op Netflix.
E
F
b Een abonnement is niet zo duur.
G
I
c Eerst lazen we het boek, daarna bekeken we de verfilming.
L
H
d Mijn broer oefent elke dag om te leren acteren als een echte filmster.
M
L
e Wil jij later schrijver worden?
J
L
Je kan ook heel wat gratis bekijken, bijvoorbeeld via de apps van tv-zenders.
I
K
g Mijn opa heeft in zijn leven al meer dan 10 000 boeken gelezen.
Z
E
h Films maken is niet eenvoudig, want het kost veel geld en tijd.
F
X
i
Het is een goed boek, maar het is niet mijn lievelingsboek.
H
M
j
Ik lees geen boeken die meer dan 100 bladzijden hebben.
N
E
k Het boek is verfilmd. Toch moeten we van de leerkracht het boek lezen.
B
O
l
P
B
m Veel BV’s schrijven een boek.
Q
E
n Ik lees boeken omdat ik dan mijn fantasie de vrije loop kan laten.
R
K
JK EX
EM
26
voltooid tegenwoordige tijd
KE U
17
IN
KI
f
Ik kan niet tegen krakende chips in de filmzaal.
Zet alle gekleurde letters op een rij. Welk woord verschijnt er?
34
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
14 De signaalwoorden zijn onderstreept. Welke soort is het? Kruis aan.
26
a Eerst las ik het boek, daarna gaf ik het door aan mijn mama. doel (waarvoor?)
tijd (wanneer?)
b De acteur oefende extra, zodat de scène perfect zou zijn. opsomming (wat nog meer?)
doel (waarvoor?)
RE
c De recensent was enthousiast over de kostuums, de muziek en de decors.
opsomming (wat nog meer?)
KE U
tijd (wanneer?)
d De mensen van licht en geluid controleren alles meermaals, omdat ze fouten willen vermijden.
e Na de pauze begonnen de stunts. doel (waarvoor?)
tijd (wanneer?)
De muziek was fantastisch. Die past namelijk heel goed bij de sfeer van de film.
AA R
f
doel (waarvoor?)
D IE
oorzaak en gevolg (waarom?)
opsomming (wat nog meer?)
uitleg (wat bedoel je?)
PL
g Mijn nonkel kwam langs om te helpen met schilderen.
EM
doel (waarvoor?)
tijd (wanneer?)
15 Vul aan met een passend signaalwoord.
26
JK EX
a
b De film was een tegenvaller,
er niet goed geacteerd werd.
c De acteur oefende maanden,
hij zijn rol perfect kon spelen.
KI IN
maakten we popcorn, daarna bekeken we de film.
d Ten eerste was het decor prachtig, indrukwekkend. e De scène was heel eng, f g
Het verhaal was grappig,
waren de acteerprestaties
hield iedereen zijn handen voor zijn ogen. soms ook saai. de voorstelling moesten de telefoons uit.
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
35
16 Welke letters ontbreken in de woorden? Vul aan. a Die oefeningen zijn ident b De leerkracht moet
k . Er is geen verschil. nm
ddellijk naar de directeur gaan. Het is dringend.
c Mijn grote broer werkt in het leger. Hij is nu op m d De verdachte bew
we zwerfkat hield ons in de gaten, maar durfde niet dichterbij komen.
Ze maakte haar idee c
creet met een duidelijk schema.
g De politieagent gaf het bev
l om te stoppen.
D IE
17 Zet de letters in de juiste volgorde. Vul de zinnen aan.
KE U
f
rt dat hij het niet gedaan heeft.
RE
e De sch
ssie in het buitenland.
a verdis
De groep leerlingen op onze school is heel
.
c adalei
Dit weer is
AA R
b pioslre Ik heb dat boek nog niet uit, dus ik wil nog geen horen.
e belon ouveml
Ik hoop dat je je
EM
f
door het kijkgaatje om te zien wie er zo laat nog
PL
d utlurg Papa aan de voordeur staat.
voor een wandeling.
van de video luider?
De nieuwsgierige leerling stelde
JK EX
g stanoctn
Mevrouw, kan het
doel kan bereiken.
vragen tijdens de les.
18 Vul de zinnen aan met een synoniem. Dat is een
schilderij.
IN
KI
a gigantisch
b vreemd Ik vind dat mijn vriend zich vandaag.
c meteen
De dokter kwam
d doen alsof
De kinderen
e hersenen
Het
f
Ze is heel creatief. Haar
fantasie
g geheimzinnig
36
Wie is die
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
gedraagt
helpen. piraten. is erg complex. kent geen grenzen. persoon op de foto?
Panorama
3
3.1 Een multi-review!
Noteer alles wat je weet over het boek op een kladblad.
KE U
Stap 1
RE
In deze module lazen jullie fragmenten uit het boek Keerpunt. Maak een multi-review. Die bestaat uit drie delen: • schrijf jouw mening; • voorzie visuele ondersteuning (tekening, collage …); • vertel in één minuut over het boek.
Stap 2
D IE
Deze vragen kunnen je inspireren: • Wat gebeurt er in het boek? • Wat vind jij van de hoofdpersoon? Begrijp je hem? • Wat vind je goed aan het boek? • Wat vind je niet goed aan het boek? • Zou je het boek aanraden aan je vrienden of klasgenoten? Waarom (niet)? Schrijf jouw mening neer. Maak eerst een kladversie.
PL
AA R
Geef jouw mening duidelijk weer. Vermijd herhalingen door verwijswoorden te gebruiken. Zet minstens twee werkwoorden in de voltooid tegenwoordige tijd. Schrijf hoofdletters waar nodig. Zorg dat de woorden juist geschreven zijn. Lees je kladversie goed na en kruis aan wat al in orde is. Maak daarna een nette versie. Maak een collage of tekening die bij het boek past. Zorg ervoor dat jouw creatie het thema van het boek toont en of het spannend, romantisch, saai … is. Je mag ook jouw mening laten zien in je collage of tekening.
Stap 4
Geef je mening. Vertel in enkele zinnen waarom je klasgenoten het boek wel of niet moeten lezen. Geef voorbeelden en wees concreet. duidelijk, specifiek
JK EX
EM
Stap 3
Oefen op voorhand wat je wil zeggen. Neem dit op en stuur het naar je leerkracht. Tijd voor een tentoonstelling in de klas! Lees de reviews van je klasgenoten, bekijk de collages en luister naar hun meningen.
Stap 6
Wat vind je van jouw resultaat? Kleur het juiste aantal sterren.
IN
KI
Stap 5
mijn inzet mijn review mijn tekening of collage mijn presentatie
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
37
4
Woordenlijst Het is abnormaal warm voor deze tijd van het jaar.
niet normaal, vreemd
het bevel
De hond luisterde goed naar het bevel van zijn baasje.
de opdracht die verplicht is
beweren
Mijn papa beweert dat, maar ik weet niet of het klopt.
zeggen dat iets zo is, zonder bewijs
het brein
Het brein helpt je om te denken en te leren.
het verstand, de hersenen
concreet
Kun je een concreet voorbeeld geven?
constant
De kleuter stelt constant vragen aan zijn ouders.
de hele tijd
divers
We bieden diverse opties aan.
verschillend, van meerdere soorten
zich focussen op
Ik focus me op één taak tegelijk.
zich concentreren op, de aandacht richten op
het gezag
De leerkracht heeft gezag in de klas.
de macht over iemand
gluren
De kinderen gluurden door het raam.
stiekem kijken
ideaal
Deze oefening is ideaal voor beginners.
perfect, precies zoals je het wil
identiek
De twee tassen zijn identiek.
helemaal hetzelfde
immens
Het stadion is immens.
heel groot
kwaadaardig
De film gaat over een kwaadaardige heks.
met slechte bedoelingen
de missie
Hij is op missie om zijn vriend te helpen.
de opdracht met een doel
Er kwam een mysterieus geluid uit het bos.
geheimzinnig
Het is een nobel plan om anderen te helpen.
met goede bedoelingen
onmiddellijk
Hij ging onmiddellijk naar huis toen hij werd gebeld.
meteen, heel snel
schuw
Het schuwe dier vluchtte snel weg.
bang voor onbekenden (enkel gebruikt bij dieren)
In het TikTok-filmpje zat een spoiler over die populaire serie.
informatie die de inhoud van een boek of film verklapt
het symptoom
Hoesten is een symptoom van een verkoudheid.
het teken van ziekte
de verbeelding
Met een beetje verbeelding lijkt het oude huis een kasteel.
de fantasie
het volume
Zet het volume van de radio lager!
hoe luid of stil het is
zich voordoen als
De crimineel deed zich voor als een dokter.
doen alsof
IN
de spoiler
38
KE U
duidelijk, specifiek
D IE
AA R
KI
JK EX
nobel
EM
mysterieus
RE
abnormaal
PL
Woordenschat
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
Schooltaalwoorden Ze beantwoordde de vraag van de leerkracht.
geef het antwoord
bedenk
We moesten een eigen verhaal bedenken voor de schrijfopdracht.
verzin
bekijk
We bekijken een video in de les.
kijk naar
beluister
We beluisterden een podcast voor de luisteropdracht.
luister naar
herlees
Ik herlees de tekst om de volgende vragen op te lossen.
lees nog een keer
kruis aan
Ik kruiste aan welke hobby's ik leuk vind.
zet een kruisje in het vakje
markeer
Ik markeerde de belangrijkste woorden in de tekst geel.
kleur met je markeerstift
noteer
Ik noteer het juiste antwoord bij de vraag.
schrijf
omcirkel
Ze omcirkelde het juiste antwoord.
teken een cirkeltje rond
vat samen
We moesten de lange tekst samenvatten in een paar zinnen.
herhaal kort
vergelijk
Ik vergelijk mijn antwoorden met die van mijn buur.
kijk naar de gelijkenissen en de verschillen
vertel
Ik mocht aan de klas vertellen wat ik in het weekend gedaan heb.
zeg het aan de klas
vervang door
Ik verving het woord door een synoniem.
gebruik in de plaats
vul aan
Ik vulde de zin aan met het juiste woord.
schrijf wat ontbreekt
IN
KI
JK EX
EM
PL
AA R
D IE
KE U
RE
beantwoord
MODULE 3 Verhalen in woord en beeld
39
Ik kan
schrijven
AA R
kijken luisteren
handeling
woordenschat
EM
PL
spreken gesprek
onthouden uitbreiding
IN
KI
JK EX
lezen
D IE
KE U
RE
de belangrijkste informatie uit een tekst halen. een mondelinge trailer maken over een boek of film. verwijswoorden herkennen en gebruiken. hoofdletters correct gebruiken in een zin. een review schrijven over een kortfilm. werkwoorden in de voltooid tegenwoordige tijd herkennen en gebruiken. de verschillen herkennen tussen het Nederlands dat gebruikt wordt in Vlaanderen en in Nederland. stereotypen herkennen en onderscheiden van de werkelijkheid. grappen herkennen en op een gepaste manier gebruiken. signaalwoorden herkennen en gebruiken. een ander einde schrijven bij een kortfilm. de woorden uit de woordenlijst gebruiken. mijn mening geven over een boek op verschillende manieren (geschreven, gesproken, met beelden). bijvoeglijke naamwoorden herkennen en gebruiken.
Colofon
Auteur Eva Sarens Eerste editie ISBN 978 90 4865 272 3 - KB D/2026/0147/016 Bestelnummer 90 850 0202 (module 3 van 6) NUR 117 - Thema YPCA Verantwoordelijke uitgever die Keure, Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 - © Copyright by die Keure, Brugge
Foto’s Adobe Stock Bij de totstandkoming van dit lesmateriaal is gebruikgemaakt van generatieve AI-tools ter ondersteuning van redactie en formulering. Alle inhoud is redactioneel gecontroleerd en gevalideerd. Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. De uitgever heeft naar best vermogen getracht de publicatierechten volgens de wettelijke bepalingen te regelen. Zij die niettemin menen nog aanspraken te kunnen doen gelden, kunnen dat aan de uitgever kenbaar maken.
Die Keure wil het milieu beschermen. Daarom kiezen wij bewust voor papier dat het keurmerk van de Forest Stewardship Council® (FSC®) draagt. Dit product is gemaakt van materiaal afkomstig uit goed beheerde, FSC®-gecertificeerde bossen en andere gecontroleerde bronnen.