Matenti Mona
1 2 3 4 5 6 7
Blok
Blok
Blok
Blok
Blok
Handleiding
Blok
Blok
Blok 1
Blok 2
Blok 3
Blok 4
Blok 5
Blok 6
Thema 1
De school Leerinhoud Matti
Mona
Les 1
- De leerlingen voelen zich veilig. - De leerlingen herkennen, begrijpen en verwoorden de begrippen correct. - De leerlingen gebruiken de woorden in een standaardzin.
- De leerlingen voelen zich veilig. - De leerlingen herkennen, begrijpen en verwoorden de begrippen correct. - De leerlingen verwoorden in woorden of zinnen wat er in een ruimte gebeurt. - De leerlingen gebruiken de begrippen in een goede zin.
Les 2
- De leerlingen voelen zich veilig. - De leerlingen herkennen, begrijpen en verwoorden de begrippen correct. - De leerlingen gebruiken de woorden in een standaardzin. - De leerlingen kunnen tellen tot 20.
- De leerlingen herkennen, begrijpen en verwoorden de begrippen correct. - De leerlingen verwoorden in woorden of zinnen wat er in een ruimte gebeurt. - De leerlingen gebruiken de begrippen in een goede zin. - De leerlingen gebruiken de woorden in een standaardvraag.
Les 3
- De leerlingen herkennen, begrijpen en verwoorden de begrippen correct. - De leerlingen gebruiken de woorden in een standaardzin. - De leerlingen luisteren aandachtig naar het verhaal. - De leerlingen begrijpen het verhaal.
- De leerlingen herkennen, begrijpen en verwoorden de begrippen correct. - De leerlingen gebruiken de begrippen in een goede zin. - De leerlingen kopiëren of noteren alle begrippen correct. - De leerlingen lezen een verhaal correct luidop. - De leerlingen begrijpen een gelezen verhaal. - De leerlingen zoeken de gepaste afbeelding bij een zin.
Les 4
- De leerlingen oefenen de woordenschat en zinnen tijdens een creatieve opdracht.
- De leerlingen oefenen de woordenschat en zinnen tijdens een creatieve opdracht.
Doelen
4
Blok 7
Blok 1
Blok 2
Blok 3
Blok 4
Blok 5
Blok 6
Blok 7
Mona
Matti Woordenschat en zinnen Les 1
Dat/dit is … - de klas - de school - de schoolpoort - de trap - het bureau - de keuken - de eetzaal - de turnzaal - de speelplaats - het toilet - de gang - de kapstok
Dat/dit is … - de drinkfontein - het voetbalveld - het klimrek - de glijbaan - de fietsenstalling - het berghok - de leuning - het afdak - het dierenhok Ik hang mijn jas aan de kapstok. Ik drink van de drinkfontein. Ik klim op het klimrek. Ik glijd van de glijbaan. Ik wacht aan de schoolpoort. Ik eet in de eetzaal. Ik turn in de turnzaal. Ik mag niet in de keuken. Ik speel op de speelplaats. groot - klein
Les 2
Waar is/ligt …? Wie heeft …? Ik heb … Het is …
Ik heb … Jij hebt … Hij/zij heeft …
Les 3
getallen tot 20
Inoefenen aangebrachte woordenschat en zinnen
Les 4
Inoefenen aangebrachte woordenschat en zinnen
Inoefenen aangebrachte woordenschat en zinnen
5
Blok 1
Blok 2
Blok 3
Blok 4
Blok 5
Blok 6
Blok 7
Les 1
Aanbrengen van de woordenschat Materiaal
Fototoestel, tablet of smartphone
Lesverloop
Leerlingen van beide niveaus kunnen samenzitten. Tijdens de les breng je de leerinhouden voor beide groepen tegelijkertijd en door elkaar aan. Richt je expliciet tot de leerlingen voor wie de leerstof bedoeld is. Dat kan zonder duidelijk onderscheid te maken tussen de leerlingen.
Matti Maak samen met de leerlingen een wandeling door de school. Benoem de verschillende ruimtes en voorwerpen. Laat de leerlingen telkens samen of individueel herhalen in een zin. ‘Dit is …’ Fotografeer de in te oefenen voorwerpen of ruimten. Vertel in eenvoudige zinnen en met de nodige gebaren wat er in de verschillende ruimtes gebeurt. Ga bijvoorbeeld naar het bureau van de directeur en laat hen kennismaken. Zeg: ‘Dit is de directeur. Dit is het bureau van de directeur. De directeur werkt in het bureau.’ Laat de leerlingen deze zinnen herhalen. De kinderen zullen misschien niet alles begrijpen wat je zegt, maar dat is geen probleem. De eerste doelstelling in deze les is ‘zich veilig voelen’. Toon ook wat er achter de deur van het berghok schuilgaat, waar de kelder is … Maak de leerlingen duidelijk dat het niet de bedoeling is dat ze zich op deze plaatsen begeven. Verduidelijk de schoolafspraken op dezelfde manier. Laat de leerlingen bijvoorbeeld plaatsnemen op een stip en zeg: ‘Iedereen op een stip’ of ‘Sta in een rij!’ Vertel hen hoe ze zich moeten gedragen in een rij en doe alles voor. Verduidelijk bijvoorbeeld dat ze stil moet zijn in de gangen, hoe ze wel of niet van de trap moeten komen, toon dat ze wel of niet over die lijn mogen. Neem de nodige tijd om alle schoolafspraken uit te leggen, te demonstreren, te verwoorden en in te oefenen met de kinderen. Ga tijdens de wandeling ook dieper in op algemeen aanvaarde afspraken of gebruiken. Overloop stap voor stap hoe je het toilet bezoekt, hoe je afval sorteert …
6
Blok 1
Blok 2
Blok 3
Blok 4
Blok 5
Blok 6
Blok 7
Mona Oefen op dezelfde manier als bij niveau 1 (Matti). Terwijl je rondwandelt, laat je de Mona-groep aan het woord. Zij leiden hun klasgenoten rond en verwoorden alles wat ze al kunnen benoemen. Verdiep de leerstof door synoniemen aan te bieden. De kinderen zullen zelf vragen stellen waar je kan op ingaan. Begrens de leerstof dus niet met de vooropgestelde woordenschat maar vul aan met die nieuwe woorden waar de leerlingen naar vragen (bv. de spiegel, doorspoelen). Laat de leerlingen tijdens de wandeling ook stilstaan bij de begrippen ‘groot’ en ‘klein’. ‘De zaal is groot. Is er nog een zaal? Het hok is klein. Wat is nog klein?’ De uitleg die je geeft over schoolafspraken en andere regels zullen voor deze kinderen een herhaling zijn, maar tijdens de rondleiding wordt alles toch nog eens hernomen en/of aangevuld. Laat de Mona-groep zelf zoveel mogelijk verwoorden voor de Matti-groep.
7
Blok 1
Blok 2
Blok 3
Blok 4
Blok 5
Blok 6
Blok 7
Les 2
Inoefenen van de woordenschat in zinnen Materiaal
- Werkboek, p. x en x en knipblad 1 - Woordkaarten - Foto’s van alle voorwerpen en ruimten op school (zie les 1)
Lesverloop
De leerlingen van de verschillende niveaus kunnen opnieuw samenzitten. Neem je tijd om de begrippen in te oefenen. Herhaal deze les op verschillende manieren en laat de inhoud ook aan bod komen in andere lessen. Varieer en herhaal zolang er behoefte aan is.
Matti Oefen de begrippen in aan de hand van de foto’s. Leg alle foto’s open op tafel. Stel telkens dezelfde vraag: ‘Waar ligt de … ?’ Leerlingen wijzen de afbeeldingen aan en verwoorden telkens opnieuw: ‘Dit is de…’ Als de juiste afbeelding aangewezen wordt, herhaal je nog eens met alle leerlingen samen. De leerling die de voorwerpen als eerste kan aanwijzen, mag de afbeelding bijhouden. Als alle afbeeldingen uitgedeeld zijn, tel je telkens samen met de leerlingen het aantal verzamelde foto’s. Doe dit klassikaal bij alle leerlingen afzonderlijk. Op deze manier herhaal je ook de getallen. Vraag de leerlingen: ‘Wat heb jij?’ De leerlingen overlopen alle voorwerpen die ze verzamelden. Laat hen dit telkens een zin vormen: ‘Ik heb …, … en …’ Verzamel de afbeeldingen opnieuw door telkens de vraag ‘Waar is … ?’ te stellen. Herhaal deze oefening regelmatig. Leg de afbeeldingen weer op de tafel. Beschrijf kort een afbeelding. Zeg: ‘Ik zoek de zaal waar je eet.’ Ga verder met de beschrijving tot iemand de afbeelding aanwijst. ‘Over de middag eet je daar je boterhammen op aan een tafel. Er staan veel stoelen. Het is een grote zaal.’ De leerling die de beschrijving herkent, neemt de afbeelding en zegt : ‘Het is de eetzaal.’ Bespreek de afbeelding kort samen. Herhaal de beschrijving en wijs aan of leg wat meer uit. Oefening 1 Herhaal de woordenschat aan de hand van de plattegrond van de school. Geef de kinderen de opdracht: ‘Zoek de … op knipblad 1. Knip de afbeelding uit en kleef op de juiste plaats op de plattegrond.’
8
Blok 1
Blok 2
Blok 3
Blok 4
Blok 5
Blok 6
Blok 7
Mona Herhaal de oefeningen van niveau 1 (Matti). Sommige kinderen zullen er behoefte aan hebben om alle oefeningen te herhalen, omdat ze woordenschat vergeten zijn. Wie de begrippen wel nog kent, oefent de nieuwe begrippen in per twee of in een kleine groep. Ze doen dit op dezelfde manier als bij niveau 1. - afbeeldingen herkennen - afbeeldingen benoemen in een ingeoefende zin - afbeeldingen herkennen door middel van een beschrijving - afbeeldingen beschrijven Tijdens de herhaling nemen de leerlingen nu zelf de leiding. Geef het voorbeeld, zeg de juiste vragen en zinnen voor en laat de leerlingen in kleine groepjes werken. Wissel af, opdat alle leerlingen de leiding eens moeten nemen. Deze oefening doe je wanneer alle leerlingen één of meerdere kaarten in handen hebben. Zeg: ‘Wie heeft het klimrek?’ De leerling antwoordt: ‘Ik heb het klimrek.’ Herhaal daarna expliciet herhaalt je de leerling aanwijst: ‘Jij hebt het klimrek.’ Doe dit zo tot alle leerlingen eens aan bod komen. Laat de leerlingen eventueel verwoorden welke afbeeldingen hun klasgenoten in handen hebben: ‘Jij hebt …’ Deze oefening kun je verder uitbreiden met: ‘Hij/zij heeft …’
Oefening 1 Herhaal de woordenschat aan de hand van de plattegrond van de school. Geef de kinderen de opdracht: ‘Zoek de … op knipblad 1. Knip de afbeelding uit en kleef op de juiste plaats op de plattegrond.’
9
Blok 1
Blok 2
Blok 3
Blok 4
Blok 5
Blok 6
Blok 7
Les 3
Inoefenen en verankeren van de woordenschat in zinnen Materiaal
- Werkboek, p. x - x en knipblad 2 en 3 - Beeldwoordenboek - Woordkaarten - Verhaalplaten - Oefenaanbod op Kabas - Schaar - Lijm
Lesverloop
De leerlingen van de verschillende niveaus kunnen opnieuw samenzitten. Laat de Mona-groep de oefeningen van de vorige les herhalen en de leiding nemen. De Matti-groep luistert eerst naar het verhaal. Tijdens deze oefenfase zijn de beide groepen aan het werk. Je geeft hen om de beurt opdrachten of laat de Mona-groep de andere groep begeleiden.
Matti Herhaal alle begrippen aan de hand van de woordkaarten. Leg ze open op tafel. Benoem eerst de voorwerpen of plaatsen en laat de leerlingen de juiste kaart aanwijzen. Wijs daarna een kaart aan en laat de leerlingen de voorwerpen en plaatsen correct benoemen. Vertel de leerlingen het verhaal aan de hand van de verhaalplaten. Stop bij elke plaat om die samen met de leerlingen te bespreken. Oefening 2 Luister en zoek de juiste afbeelding. Knip de afbeelding uit knipblad 2 en kleef in de voorziene ruimte. Bv. Zoek de turnzaal. Knip de afbeelding van de turnzaal uit en kleef in het eerste vakje. Oefen de woordenschat verder in met behulp van het beeldwoordenboek.
10
Blok 2
Blok 1
Blok 3
Blok 4
Blok 5
Blok 6
Blok 7
Mona Herhaal enkele opdrachten van les 2 als instap.
Oefening 3 Kopieer de begrippen bij de juiste afbeelding. Oefening 4 Laat de leerlingen het verhaal van Mona luidop lezen. Corrigeer indien nodig de uitspraak. De leerlingen lezen de tekst opnieuw en kleven de juiste afbeelding bij de tekst. Oefen de woordenschat verder in met behulp van het beeldwoordenboek.
11
Blok 1
Blok 2
Blok 3
Blok 4
Blok 5
Blok 6
Blok 7
Les 4
Creatieve opdracht Materiaal
Werkboek Kopieerblad 3: Versje
Lesverloop
Beide niveaugroepen kunnen samenzitten tijdens het aanbrengen van het versje. In deze fase zijn er veel kansen om te differentiëren. Bij het herhalen van het versje kan je de leerlingen opsplitsen per niveau of kan de Mona-groep de andere groep helpen. Het versje kan je op verschillende momenten herhalen. Bijvoorbeeld als bewegingstussendoortje, tijdens een wachtmoment …
Versje aanleren
Stap 1 - Kennismaken met het versje Verstop het versje in een doos om zo nieuwsgierigheid op te wekken. Haal het versje uit de doos en lees het meerdere keren hardop en ritmisch voor. Stap 2 - Woordenschat benoemen Vraag welke woorden de leerlingen herkennen. Hierbij kan je vragen of de leerlingen de woorden kunnen aanwijzen of uitbeelden. Herhaal de woorden nog eens in een zin als de leerlingen de woorden herkennen. Zo komt het versje al meerdere keren spontaan aan bod. Maak op het bord twee lijsten: de gekende en onbekende woorden. Stap 3 – Visualiseer het versje Projecteer het versje. De leerlingen benoemen de afbeeldingen (= de woordenschat) in het versje. Lees het versje samen hardop. Je kan het versje op verschillende manieren herhalen. Bijvoorbeeld klappend, stampend, op verschillende toonhoogten, met verschillende emoties … Leg nadruk bij de woorden waar een afbeelding bij staat. Vraag of er andere zaken opvallen in het gedicht. Elke zin eindigt met een rijmwoord. Stap 4 - Versje automatiseren Als het versje meerdere keren aan bod gekomen is, kan je er op verschillende manieren mee aan de slag gaan. Dit kan zowel in groepjes als klassikaal. Enkele ideeën - Zeg het versje bewust op met fouten. Wie vindt de fout? - Werk in duo’s. De leerlingen zeggen om de beurt een zin uit het versje op. - Het versje in verschillende emoties opzeggen. - Het versje uitbeelden. - Het versje luid/stil opzeggen. - …
Matti Lees het versje. De leerlingen vullen telkens het woord bij de afbeelding aan. Laat de Matti-groep samenwerken met Mona-groep. Bij de eerste groep vestig je aandacht op het benoemen van de woordenschat en minder op de zinsbouw.
12
Blok 1
Blok 2
Blok 3
Blok 4
Blok 5
Blok 6
Blok 7
Mona Laat de leerlingen in groepjes aan de slag te gaan. Ze gaan op zoek naar een expressieve manier om het versje op te zeggen. Welk groepje wil dit tonen aan de klasgroep? Lukt het de leerlingen om het versje langer te maken? Geef het versje met gaten op papier wie kan het ontbrekende woord aanvullen?
13
Blok 1
Blok 2
Blok 3
Blok 4
Blok 5
Blok 6
Blok 7
Verhaal Matti Hallo, dit is de school. Kom maar mee door de schoolpoort. Ik speel op de speelplaats.
Als de bel rinkelt, ga ik naar de klas.
Ik loop door de gang.
De eerste deur is van de turnzaal.
De volgende deur is van de eetzaal.
Naast de eetzaal is nog een deur. Dat is de keuken.
Hier is een trap. Bovenaan de trap is het bureau van de directeur.
DIRECTEUR
Hier is het toilet.
Hier is mijn klas.
Ik hang mijn jas aan de kapstok.
14
KLAS3
Blok 1
Blok 2
Blok 3
Blok 4
Blok 5
Blok 6
Blok 7
Mona Hallo, ken je me nog? Ik ben Mona en dit is mijn school.
‘s Morgens fiets ik samen met mijn vrienden door de schoolpoort. We parkeren onze fiets in de fietsenbergplaats.
Dan spelen we op de speelplaats. Op de speelplaats is een groot voetbalveld. Soms spelen we op het klimrek en soms op de glijbaan. Als we dorst hebben, drinken we aan de drinkfontein.
Op de speelplaats staan verschillende vuilnisbakken voor het afval. We hebben ook dieren in het dierenhok.
REST
GFT
PMD
PAPIER
Als het regent, moeten we onder het afdak spelen.
Kom, we moeten naar de klas.
Naast mijn klas is een klein berghok.
KLAS6
KLAS6
15