b de gen afsch d het land het k zer de m sje het pr de l dster de
Ik onthoud de woorden met ei. De andere woorden schrijf ik met ij.
Vul aan met het juiste ei-woord.
aardbei allebei We eten graag een . leider sein De geeft het met een vlag.
eikel eik De is de vrucht van de . eigen eiland Die man heeft een
keizer paleis De woont in een . afscheid geheim Het is nu nog een groot .
Kijk. Bedek. Schrijf het woord op.
klei de treinen de geiten de weide de
aardbei de zeilt hij
treintje het zei hij
reis ik mei de maand
meid de keizer de plein het afscheid het eieren de allebei
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
Vul de zin aan met de juiste vorm van het woord.
aardbei Ik lust wel een bakje .
geit De herder loopt achter zijn kudde .
klei Ik vind het leuk om met te boetseren.
trein Mijn broer bouwt zelf een uit blokken.
zeilen De man alleen op zee.
plein Op het grote staat de kermis.
reis Mijn ouders maken graag verre .
eikel Onder die eik liggen wel heel veel .
Fout? Ik schrijf het woord juist.
Vul aan met ij. Schrijf het ij-woord over.
zer het w s
b bel de l f het ongel k gel k
ontb t het sch f de schilder het v ver de sp ker de tap t het w d bew s het
boerder de st f
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
Markeer ei of ij. Schrijf het woord over.
begrijp ik gordijn het treintje het grijs
bijt hij spijt ik heb boerderij de gelijk ik op terwijl bekijkt hij
meisje het bijten ze ijsje het ijzer het vijver de tapijt het
Fout? Ik schrijf het woord juist.
Vul aan met ei of ij. Schrijf de woorden op de juiste plaats in de zin.
ken boerder
Er staan twee grote bij de .
aardb en ontb t
Hmm, lekkere bij het !
kon nen w land
Het zit vol
tr n zer r dt
De over sporen van
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
Zet een streepje tussen de woorden. Schrijf ze daarna over.
e i k e l s g r i j z e z w i j g t v i j v e r s de zij de
e i e r e n s c h i l d e r i j t i j d t a p i j t de het de het
s p i j k e r s t e r w i j l g e l i j k g e h e i m de het
v r i j d a g d i j k e n p a l e i s e i l a n d de het het
Fout? Ik schrijf het woord juist.
Markeer ei of ij. Dek het woord af. Schrijf het op. geheim het tapijt het leider de ijzer het schijf de paleis het weide de kleine ontbijt het eiland het boerderij de keizer de treinen de rijst de ongelijk afscheid het
Vorm de ei- en ij-woorden. Schrijf ze op.
2 ei ij
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
b de l m de kels de pr s de pal s het w zer de g tjes de r st de afsch d het vr dag
k zer de w n de m sje het t ger de kl de sch f de h de de p len de
Fout? Ik schrijf het woord juist.
Kijk naar de woorden. Markeer ei en ij. Dek af. Schrijf alle woorden op. de blije meid
glijden over het ijs geitjes in de wei een eitje bij het ontbijt een eiland in de vijver bijen op de heide een sein krijgen pijlen wijzen opzij
Vervang door ei of ij. Schrijf de samenstelling op.
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
er + schaal = de tand + p n = de dicht + b =
buur + m sje = het
r s + tas = de
start + s n = het
schat + r k = wed + str d = de
kleur + kr t = het
stoom + tr n = de
v f + tien = geh m + schrift = het
z l + boot = de gras + pl n = het w n + glas = het
Fout? Ik schrijf het woord juist.
roer + = het
Luister goed. Schrijf de woorden en zinnen juist.
Voeg het stukje toe. Schrijf het woord in de juiste vorm.