Skip to main content

Labo Spelling 3 - Werkboek T2 (selectie) - inkijk

Page 1


schrijf onthoudwoorden met ei.

Vul aan met ei. Schrijf het ei-woord over.

aardb de allerl alleb kel de geh m het

l der de pal s het

s n het

b de gen afsch d het land het k zer de m sje het pr de l dster de

Ik onthoud de woorden met ei. De andere woorden schrijf ik met ij.

Vul aan met het juiste ei-woord.

aardbei allebei We eten graag een . leider sein De geeft het met een vlag.

eikel eik De is de vrucht van de . eigen eiland Die man heeft een

keizer paleis De woont in een . afscheid geheim Het is nu nog een groot .

Kijk. Bedek. Schrijf het woord op.

klei de treinen de geiten de weide de

aardbei de zeilt hij

treintje het zei hij

reis ik mei de maand

meid de keizer de plein het afscheid het eieren de allebei

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Vul de zin aan met de juiste vorm van het woord.

aardbei Ik lust wel een bakje .

geit De herder loopt achter zijn kudde .

klei Ik vind het leuk om met te boetseren.

trein Mijn broer bouwt zelf een uit blokken.

zeilen De man alleen op zee.

plein Op het grote staat de kermis.

reis Mijn ouders maken graag verre .

eikel Onder die eik liggen wel heel veel .

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Vul aan met ij. Schrijf het ij-woord over.

zer het w s

b bel de l f het ongel k gel k

ontb t het sch f de schilder het v ver de sp ker de tap t het w d bew s het

boerder de st f

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Markeer ei of ij. Schrijf het woord over.

begrijp ik gordijn het treintje het grijs

bijt hij spijt ik heb boerderij de gelijk ik op terwijl bekijkt hij

meisje het bijten ze ijsje het ijzer het vijver de tapijt het

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Vul aan met ei of ij. Schrijf de woorden op de juiste plaats in de zin.

ken boerder

Er staan twee grote bij de .

aardb en ontb t

Hmm, lekkere bij het !

kon nen w land

Het zit vol

tr n zer r dt

De over sporen van

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Zet een streepje tussen de woorden. Schrijf ze daarna over.

e i k e l s g r i j z e z w i j g t v i j v e r s de zij de

e i e r e n s c h i l d e r i j t i j d t a p i j t de het de het

s p i j k e r s t e r w i j l g e l i j k g e h e i m de het

v r i j d a g d i j k e n p a l e i s e i l a n d de het het

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Markeer ei of ij. Dek het woord af. Schrijf het op. geheim het tapijt het leider de ijzer het schijf de paleis het weide de kleine ontbijt het eiland het boerderij de keizer de treinen de rijst de ongelijk afscheid het

Vorm de ei- en ij-woorden. Schrijf ze op.

2 ei ij

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

b de l m de kels de pr s de pal s het w zer de g tjes de r st de afsch d het vr dag

k zer de w n de m sje het t ger de kl de sch f de h de de p len de

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Kijk naar de woorden. Markeer ei en ij. Dek af. Schrijf alle woorden op. de blije meid

glijden over het ijs geitjes in de wei een eitje bij het ontbijt een eiland in de vijver bijen op de heide een sein krijgen pijlen wijzen opzij

Vervang door ei of ij. Schrijf de samenstelling op.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

er + schaal = de tand + p n = de dicht + b =

buur + m sje = het

r s + tas = de

start + s n = het

schat + r k = wed + str d = de

kleur + kr t = het

stoom + tr n = de

v f + tien = geh m + schrift = het

z l + boot = de gras + pl n = het w n + glas = het

Fout? Ik schrijf het woord juist.

roer + = het

Luister goed. Schrijf de woorden en zinnen juist.

Voeg het stukje toe. Schrijf het woord in de juiste vorm.

pijl + en de + tje het

kijk + t jij + en we

trein + tje het + en de

eind + e het + je het

sein + t hij

knijp + t je

bijt + en ze

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Schrijf bij elk nummer het juiste woord.

voorbij – rijst – opzij – keizer – prei – rij

De (1) eet graag (2) met (3).

Ga (4)! Ik wil hier (5) in de (6).

schilderij – kijk – trein – weiland – rijdt – tijger

De (1) (2) langs het (3).

Ik (4) naar de (5) op dat (6).

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Schrijf de woorden uit het rooster in de juiste kolom.

Kijk van links naar rechts.

kwijtmeisjetwee engelijzereinde heideopzijkraai eeuwtapijteikel ei ij andere

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Ik schrijf onthoudwoorden met au of ou.

Vul het woord aan op de juiste plaats.

augustus – kauw – rauw – wenkbrauw – klauw – kauwt – grauw de maand de zwarte vlees een dunne

een scherpe De hond grijs of

30-31

bout – juffrouw – kabouter – mevrouw – nou – schouder – vouw – wou een ijzeren de in de tuin

De wuift. meneer en Kijk ! je hand op mijn een plooi of een ik

Ik onthoud de woorden met au en auw. De andere woorden schrijf ik met ou en ouw

Vul aan met au of ou. Schrijf het woord op.

gustus juffr w de k w de kl w de b t de sch der de kab ter de v w de mevr w de n

r w wenkbr w de k wt hij h ik

Fout? Ik schrijf het woord juist.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Markeer au en ou. Dek af. Schrijf het woord op.

blauwe kousen de auto de gebouw het

wenkbrauw de schouder de juffrouw de gouden

kauw de pauw de klauw de houten

fouten de kabouter de

Ik hou van jou.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Vul de woorden aan op de juiste plaats in de zin.

mouwen – vouwen – paus

Er zitten veel in de van de

auto – blauwe – nauwe

De rijdt door de straat.

flauw – rauw – sausje

Dat is te op vlees.

juffrouw – koud – kousen

De heeft het zonder

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Vul aan met au of ou. Dek de woorden af. Schrijf ze op de juiste plaats in de zin.

mevr w k wt b t

De hond op de die hij kreeg van de .

h ten geb w kab ter

Er staat een voor het de g den p s

De _____________________ draagt een ring.

z t s s fl we

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Doe jij nog wat bij die ?

Vorm de afleiding. Schrijf ze op.

koud + e hout + en goud + en

flauw + e grauw + e nauw + e

fout + e oud + e stout + e

kauw + en de + tje het

wenkbrauw + en de + tje het

gebouw + en de + tje het

kous + en de + je het

schouder + s de + tje het

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Vorm de samenstellingen. Schrijf ze op.

goud + vis de

hout + hakker de bouw + doos de

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

reken + fout de

groot + ouders de auto + bus de touw + ladder de rauw + kost de

buur + vrouw de

kauw + gom de ijs + koud

klim + touw het

bleek + blauw

auto + gordel de zout + vat het

Vul aan met au, ou, ei of ij. Schrijf het woord op.

= au = ou = ei = ij

landje = het

saus + lepel de

r weg = de

buur vr w = de g dvis = de

ontb t = het

roer = het

rekenf t = de

alt d =

erdopje = het

kaass s = de

kiesp n = de

ruimter s = de

tobus = de b wwerf = de

zeez t = het

speelpl n = het

kleurkr t = het

mevr w = de

wedstr d = de kab termuts = de

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Labo Spelling 3 - Werkboek T2 (selectie) - inkijk by die Keure - Issuu