Skip to main content

Labo Spelling 3 - Scheurblok T1 - Spoor 2 en 3 - inkijk

Page 1


Kijk. Zeg hardop. Bedek. Schrijf het woord op. puist de

spier de spoor het

storm de

knop de

prent de

kraan de broers de

tram de krent de

streep de

kwal de

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

herfst de

graan het

zweep de scherm het

schelp de plant de

strik de

schram de

Schrijf de t-vorm van het woord op.

ik durf hij

ik buig jij

ik wens ze

ik proef jij

ik fiets ze

ik spreek jij

ik schijn het

Fout? Ik schrijf het woord juist.

ik schrijf jij

ik rem hij

ik schuil jij

ik kleef het

ik blaas ze

ik schilder hij

ik graaf je

Kijk. Zeg hardop. Bedek. Schrijf de woorden op de juiste plaats in de zin.

spring balk Ik over de

schrijf schrift Ik net in mijn

schrikt flits De poes van de . wesp proeft pruim De van de . graag droog fruit Wij eten

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Vorm de juiste samenstellingen. Schrijf ze op.

bal – steen – pen – bak

de

de vis – zak – net – mes

het

het

hoek – pak – drie – zwem

de

het huis – plak – dier – boek

het

het

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Zet een streepje tussen de woorden. Schrijf ze op.

k l e u r w e n s d o r p w o r s t

de de het de

s t r o o p p r u i k h a l s l a m p de de de de

k e r s s p i e r m u t s n i e t s de de de

s p o o k j u i s t z w e e t m a r k t

het het de

Lees en zeg hardop. Dek af en schrijf op.

de zalm zwemt de wesp zoemt de gans vliegt het schip vaart het beest slaapt de lamp schijnt de stok breekt de stier brult de stoel kraakt

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Lees van rechts naar links. Zet een streepje tussen de woorden. Schrijf ze op.

r o o p s t s i u j m r o t s s n i r p

de de het

t r a t s t s f r e h t r o p s s e e l v

het de de de

p o h c s t o l s k o l k s n e m

de de

s n a d t m i l k t p r e w t k i r h c s

hij jij

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

het de

zij ik

Haal de woorden uit de ketting. Schrijf ze op.

Lees van links naar rechts. De laatste letter is de eerste van het volgende woord.

s p r u i t r a m a a r t r a a g de de

b a a r s l o e p r u i k r e e f t

de de de de

s p o n s t r a k s c h u i m a r k t

de het de

s c h r o e f l i t s t r u i k r u k

de de de de

s c h r i f t r a a n i e t s s t a r t

het de de 1 2

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Lees van rechts naar links. Schrijf het woord op. al

eewt

eez de

eink de eid olv de

Vorm het woord. Schrijf het op.

eens de

eird eef de orts het

alv de oz

eom un ueb als de

eok de eem

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Schrijf de zin over. Vul de letters onder de vlek aan. Kies uit: ee, oe, eu, ui, a, o en u.

G je m naar de z ?

Dr komt n tw .

2

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

T , d d tr n aan!

Ik heb een sn in mijn kn . Wat b !

Schrijf de woorden die rijmen bij elkaar.

snee – trui – zo – vla – slee – ma – bui – stro

fa / / do / /

lui / / nee / /

mee – vlo – vee – ho – zie – moe – drie – toe

koe / / do / /

wie / / ree / /

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Vorm het woord met ng of nk. Schrijf het op.

1 = ng 2 = nk

a1el = de

sli1er = de

li2s =

ste1el = de

jo1en = de

ho1er = de

a2er = het

ri2elt = het

2

do2er =

pla2en = de

za1er = de

wi2el = de

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

beha1 = het

kli2er = de

verla1 = ik

beda2 = ik

Kijk. Bedek. Vul aan.

tankt De man de auto vol. hang op Ik de kaart

springt De steen op en neer over het drinken We aan de frisse bron.

strenge Dat is een agent. geschenken Onder de boom liggen veel . stengels Die bloemen hebben dikke . ankers Het zeeschip heeft twee grote . donkere Ik loop niet graag door die straat.

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Naam: Klas: Nummer:

Vorm het woord. Schrijf het op. Lees van onder naar boven. m ass ss lnanrrlrrnen

1 de

2 de 3

4 de 5 de 6 de

de

de

Vul aan met het woord in de juiste vorm. zing De vogel . tong lange

eng een film slank de vrouw vinger tien slinger mooie plank een stapel winkel leuke vang De vissers . verlang Mijn zus . rinkel De bel . zinken De boot .

Fout? Ik schrijf het woord juist.

schrijf afspraakwoorden met ng en nk.

Vul aan met ng of nk. Dek af. Vul het woord aan in de zin.

sla en De hebben een eigen zaal in de zoo.

va st De vissers zijn blij met hun . dra en Daar verkopen ze frisse .

kla en Dat zijn mooie

za er De speelt op zijn gitaar.

pi en We hebben twee

e el Dat is het beeld van een

Wat zit er achter de vlek: ng of nk? Vul aan.

Ik heb a 1 st voor de a 2 el van een bij of een wesp. 1 =

De aa is een kli 1 er die je la 2 uitspreekt.

Mij ma heeft twee ri 1 en aan haar vi 2 er.

Een be 1 el is een jo 2 en die niet zo fli 3 is. 1

Kies vier woorden en schrijf ze over.

Fout? Ik schrijf het woord juist.

met ng en nk.

Voeg het achtervoegsel toe. Schrijf de afleiding op. de angel + s de + tje het de plank + en de + je het de tang + en de + etje het

flink + e + er de stengel + s de + tje het de bank + en de + je het

ik bedank + t hij + en we ik spring + t zij + en wij

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Vul het ng- of nk-woord verder aan. Schrijf het daarna over.

De sl verlicht de kerstboom. de

Mama t de auto vol. ze

Mij papa d graag een kopje koffie. hij

Wij hebben geen st juf.

Nee, niet mijn rechtse maar mijn l voet!

Ik wil je heel erg bed

In die straat kun je leuk wi

Een rot ei kan heel hard st .

De vissen sp uit het water.

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Naam: Klas: Nummer:

schrijf afspraakwoorden met ng en nk.

Vul aan met ng (= 1) of nk (= 2). Vul het woord aan in de zin.

gezo1en Dat was mooi !

verdri2t Pas op dat je niet !

ta1etje Geef je mij dat eens?

gesche2je Ik ben blij met dit .

be1eltje Mijn broer is een echt

gedro2en Ik heb veel water

sli1ert Er hier veel afval rond.

nade2en Mag ik nog even ?

Voeg het achtervoegsel toe. Schrijf de afleiding op.

ring + en de + etje het

vonk + en de + je het

drank + en de + je het

flink + e + er

jong + er + ste

rinkel + t het + en ze

zing + t hij + en ze

stink + t het + en ze 1 2

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Naam: Klas: Nummer: 11

Omcirkel de woorden met ng en nk. Dek af. Schrijf de zin op.

De slinger hangt in een kring.

De plank van de bank hangt los.

Het anker zinkt langzaam in zee.

Daar is de ingang van de bloemenwinkel.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Vul het ng- of nk-woord verder aan. Schrijf het daarna over.

Daar is de uitg van de zaal. de

Ik kreeg een leuk gesch . het

Wil jij dat daar opha ?

Ik hoor de bel ri .

Ik ga mee met mama wi

De jo spelen met de bal. de Ai, ik deed mijn vi pijn. de

De zon gaat onder, het wordt do

Ons nieuwe poesje is nog j

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Schrijf de woorden in het juiste vak.

loeit De koe . 1 2

fraai – foei – hooi – nooit – gloeit – saai – plooi – kraai – draai – loeit – strooi – waait – gooit –bloeit – moeite

woorden als haai

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

woorden als kooi woorden als boei

Kijk. Bedek. Vul het woord aan.

draait Het wiel . groeit De plant . dooit Het . waait Het .

lawaai Wat een ! boeien rode zwaaien We stoeien De poezen nooit Dat ! vloeit Het water

sproeit De boer naait De vrouw

saai Dat is ! kooi een grote dooier een gele

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Naam: Klas: Nummer:

Vorm de woorden. Schrijf ze op. = aai = ooi = oei

n t =

h en = de

pl t = het

kr en = de

handb = de

grasm er = de

r spaan = de

h koorts = de

k en = de

t er =

bl t = het

w t = het

Vul de woorden aan met aai, ooi of oei. Schrijf de zin over.

De kr dr t rond de b .

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Als je spr t, gr en de groenten.

De boer m t het h voor zijn k en.

Wat maakt die grasm er veel law !

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Vorm het woord. Schrijf het op.

fraai + e + ste

kooi + en de + tje het

nieuw + s het + e

plooi + en de + tje het

kieuw + en de + tje het

meeuw + tje het

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

+ en de

leeuw + tje het + in de

Vorm het woord. Schrijf het op.

aai + t hij + en we

gooi + t je + en ze

besproei + t ze + en we

geeuw + t hij + en ze

duw + t je + en wij

strooi + t hij + en ze

groei + t je + en jullie

sneeuw + t het + en

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Naam: Klas: Nummer:

met aai, ooi, oei, eeuw, ieuw en uw.

Vul het woord aan met aai, ooi, oei, eeuw, ieuw of uw. Schrijf het nog eens over.

Wat niet oud is, is n

geen enkele maal of n

heel hard roepen of sch

Mijn rode wangen gl . de koning van de dieren of de l

De vis ademt met k .

100 jaar of een

wild spelen of st

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Welk woord met aai, ooi, oei, eeuw, ieuw of uw zoeken we? Schrijf het op.

Je krijgt telkens de beginletter.

1 Ik drijf in het water. (b)

3 Wauw zo knap, zo ! (m)

7 Ik zit binnen in een ei. (d)

9 een vogel in een (k)

9 de 10 de 1 2

2 niet leuk, niet spannend (s)

4 Wat je nog niet wist of had, is (n)

5 een vogel aan de kust (m) 6 niet mals, maar … (t)

8 droog gras (h)

10 een grote zeevis (h)

1 de 2

3 4

5 de 6

7 de 8 het

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Naam: Klas: Nummer:

Markeer waar er een hoofdletter moet. Zet een streepje waar er een leesteken moet. Schrijf de zin over met hoofdletters en leestekens.

in de zoo van antwerpen zie je leeuwen haaien en slangen

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

op kerstmis gaan wij naar plopsaland in de panne

stop daarmee dat vind ik niet fijn

valt pasen dit jaar ook op een zondag in april

Zet eerst een streepje tussen de woorden.

Schrijf daarna de zin over met hoofdletters en leestekens. b

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Schrijf de zinnen over met hoofdletters en leestekens. ken jij bednet bednet helpt kinderen die lange tijd niet naar de klas kunnen matis siebe en lina volgen zo les online knap van bednet 1 2

Schrijf de zinnen over met hoofdletters en leestekens. de huismus de pimpelmees en de vink zien we het vaakst in de tuinen in vlaanderen hoe weten we dat wel elk jaar organiseert natuurpunt het grote vogeltelweekend ook babette telt vogels in haar tuin goed gedaan babette welke vogel zag jij het vaakst

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Labo Spelling 3 - Scheurblok T1 - Spoor 2 en 3 - inkijk by die Keure - Issuu