ucatieve uitgaven
BIEB
Fanastasio Noëlla Elpers
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 6
8
Fanastasio
Rolverdeling • Fanastasio: nar en speelkameraad van Karel. • Karel: hier 12 jaar, wordt later Keizer Karel V. (1500 - 1558) Hij wordt aan het Hof van Mechelen opgeleid door zijn tante Margaretha van Oostenrijk. • Isabella: jongere zus van Karel. • Willem de Croy, heer van Chièvres: strenge leermeester van Karel. Spreekt met Frans accent. • Johanna de Waanzinnige: moeder van Karel en Isabella. Het stuk is geïnspireerd op het schilderij KAREL V ALS KIND (1879) van Jan Beers.
1
Scène 1: Fanastasio (Fan.), Karel, Willem de Croy (Croy)
Op de scène staan een troon en een speelgoedkoffer zonder slot. Fanastasio is op een lachwekkende manier als Oosterse piraat verkleed. Karel ziet eruit zoals op het schilderij van Jan Beers. Fanastasio en Karel komen vechtend op met een houten zwaard. Karel Kom hier, mislukte piraat! Je laatste uur heeft geslagen! (F. wijkt achteruit en springt op de troon) Karel En kom met je vuile voeten van mijn troon af! Fan.
Daagt u mij uit, prins Karel? Ik zal u in prinsheerlijke mootjes hakken, hapklare brokken voor de haaien!
Karel Kom daarvan af! Dat is MIJN troon! (trekt aan de benen van F.) Fan.
Laat mij los! Ik ben kapitein Fanastasio, de schrik van de zeven zeeën. Landrotten zoals jij maken me misselijk! (F. trapt K. weg: die tuimelt om en F. poseert fier op de troon) Ik ben een vrijbuiter1. Geld of roem interesseren me niet. Mijn schat is de wijde zee.
Karel Wat sta je daar te bazelen? Fan.
2
(houdt een hand boven zijn ogen en schreeuwt als een meeuw) Pieuw, pieuw! Ik hoor alleen de meeuwen schreeuwen …
Karel (dreinerig2) Kom onmiddellijk van mijn troon af of ik roep monsieur de Croy. Dan zal je wel anders piepen. Fan.
De Croy, de Croy … Elke keer als je verliest, roep je om die heer van Chièvres, dat misbaksel.
Karel (dreigend) Hoe durf je zo te praten over mijn leermeester? (F. en K. beginnen een luidruchtig gevecht op en rond de troon) Fan.
Wat leert hij u? Hoe je moet opzitten en pootjes geven? Pak aan, melkmuil!
Ondertussen komt er een in het zwart geklede gestalte op. Willem de Croy kijkt afkeurend toe. Karel Hoe durf je, ik ben een PRINS! Fan.
(zwaait met zijn zwaard om zijn woorden kracht bij te zetten) Koning, keizer, admiraal, kakken moeten we allemaal! (F. stapt met spitse voeten, imiteert het Franse accent van Croy) Mon petit prince, luister! Die Fánástasió is een crapuul. Daar mag je mee spelen, ’t is een gezelschapsheer voor iets, maar je moet niet naar zijn zotsklap luisteren. Snel! Zeg je lesje nog eens op!
Croy
(treedt naar voor) Sapristi, Fánástasió! Maak je mij belachelijk? (spreekt met een Franse ‘g’ en ‘k’) Wat was dat voor lawaai?
3
4
Fan.
(schrikt even) Ik bracht zijne majesteit enkele hoogstandjes bij van de gevechtskunst. Later moet hij toch roem oogsten op het slagveld?
Croy
Tsss, wat een kinderachtige vertoning! (met een strenge blik op K.) Moet er hier niet gestudeerd worden of gaat dat ook ‘al spelenderwijs’? (met minachting tegen F.) Een gezelschapsheer wordt verondersteld zijne majesteit op te fleuren en niet af te leiden van zijn studies, begrepen Fánástasió?
Fan.
Oui, oui, monsieur de Croy, heer van Chièvres. Je suis foetsie! (gaat af, met een spottende, overdreven hoffelijke buiging)
Croy
(vals bezorgd) U mag zich niet te zeer vermoeien, majesteit. Heeft u deze morgen uw levertraan3 al genomen?
Karel (timide4) Dat ben ik vergeten. Croy
Dacht ik wel. (Neemt een flesje en een lepel uit zijn zak en laat K. een lepel slikken)
Karel (slikt tegen zijn zin) Bwàààhk! Croy
Tut, tut! Niet pruttelen, ’t is voor uw bestwil! (steekt fles en lepel weg) Wat de gevechtskunst betreft, zou ik die halve nar niet als voorbeeld nemen, majesteit. Als u de vijand zo tegemoet treedt, zullen ze u uitlachen. Een leider moet het hoofd koel houden en zich met waardigheid bewegen. (wijst naar het zwaardje van K.) Stop dat prutsding weg! Gaat u zitten en ik laat u zien hoe een echte ridder zijn degen hanteert.
5
Karel bergt zijn zwaard op in de koffer en gaat zitten. De Croy schikt zijn kleren en trekt zijn degen. Clavecimbelmuziek weerklinkt. De Croy beweegt met puntig opgeheven voeten en houdt één hand op de rug. Karel kijkt verveeld toe. Croy
(danst potsierlijk 5) Vecht als een leeuw, met gratie6 en behendigheid!
Karel steunt met zijn kin in zijn hand en lijkt bijna in slaap te vallen. Het valt de Croy plots op. De muziek stopt en de Croy stopt met bewegen. Croy
Heeft u geen interesse, majesteit? Wilt u niet weten hoe een echte degen in de hand ligt? (geeft zijn degen aan K. Die is onder de indruk. C. neemt het wapen onmiddellijk weer af)
Croy
Goed, ik heb nieuws voor u. Ik heb bij uw tante Margaretha een goed woordje gedaan. Volgende week krijgt u schermlessen van een specialist, niet van een zotskap zoals die Fánástasió!
Karel Wààw, schermlessen! Als mama terugkomt uit Spanje zal ze het prachtig vinden dat ik goed kan vechten. Croy
(stuurs7) Mama blijft nog lang weg. Ze heeft nog heel wat zaken af te handelen in Spanje sinds de dood van uw vader.
Karel (hoopvol) Die kan ze vanuit Vlaanderen toch ook regelen?
6
Croy
In het belang van het land is het noodzakelijk dat uw moeder de koningin, Johanna van Castilië, in Spanje blijft.
Karel (triest) Zie ik haar dan nooit meer terug? Croy
(vals) Tuurlijk wel! En ondertussen leiden uw tante en ik u op tot staatshoofd. (gaat achter de troon staan en kronkelt als een slang) Als God het wil wordt u immers koning van een groot rijk. Ik zie het al voor me: u wordt heerser van een land, zo groot dat de zon er nooit ondergaat.
Karel Wàààw! Croy
(verleidelijk) U zult trouwen met een mooie, maar vooral rijke vrouw. En u zult alles kunnen bestellen wat u wil: verse oesters, forel uit een bergbeek, billen van de kikker …
Karel Mmm, een patrijsje, gesmoord in eigen vet … Croy
(klapt in zijn handen) Genoeg gedroomd nu! Als huistaak leert u de stamboom van uw edele familie uit het hoofd, beginnend vanaf het jaar 1300! (overhandigt een perkament)
Karel (kreunt) Daar ben ik een week mee bezig!
7
Croy
Tut, tut! Het pad van roem en glorie is niet bezaaid met rozen, majesteit. De tijd die u verknoeid hebt met die Fánástasió zult u moeten inhalen! (K. kreunt opnieuw) Oui, oui, soms moet ik onverbiddelijk zijn. (buigt) Uw nederige dienaar wenst u veel studiegenot.
De Croy af. Het licht gaat uit.
Scène 2: Karel, Johanna (Joh.), Fanastasio
Blauwwit licht. Karel staart naar het perkament. Karel Ik leer mijn stamboom van voren naar achteren, dat is gemakkelijker … Ik ben Karel, geboren in Gent in het jaar 1500. Ik ben de oudste zoon van hertog Filips de Schone. Mijn vader is dood … Mijn oudere zus heet Eleanore. Mijn broer Ferdinand is drie jaar jonger dan ik, hij woont bij mijn grootvader in Spanje. Mijn zussen Isabella en Maria wonen bij mijn tante, net als ik. Mijn jongste zus heet Catharina. Die heb ik nog nooit gezien: ze woont bij onze moeder in Spanje. Mijn moeder wordt ‘Johanna de Waanzinnige’ genoemd’ … Waarom? Dat weet ik niet …
8
Karel staart droevig voor zich uit, legt zijn hoofd op de leuning en dommelt in. Het licht verzwakt. Een schim met spierwit gezicht treedt naar voren met een kandelaar in de hand, spookachtig koorgezang weerklinkt. Johanna de Waanzinnige draagt rouwkleren. Joh.
(zingt het volgende liedje) Vraag mij niet waarom ik klaag. Je vraagt toch ook niet aan de wind waarom hij in de takken huilt? Je vraagt niet aan de droeve uil waarom hij jammert in het bos. Jaji! Ik voel mij leeggeroofd. Ik ben een verlaten burcht. Mijn hart is diepbedroefd. Een verwelkt blad valt op mijn pad. De regen plenst en de wind die waait. Niemand die mij nog troosten kan. Mijn droeve ziel is geheel alleen. Vraag mij dus niet waarom ik klaag. Jaji! Mijn gouden hertog, waarom liet je mij alleen? Mijn hart is diepbedroefd.
De schim verdwijnt en Karel schrikt wakker, hij kijkt zijn verdwijnende moeder na.
9
Karel (Smekend) Moeder? Mama? (staat op en loopt in de richting van de verdwenen schim) Ben je terug uit Spanje? Kom terug!
De speelgoedkoffer – binnenin verlicht – gaat open op een kier. Karel kijkt de schim nog steeds na en merkt het niet. Fanastasio springt plots als een duivel uit een doosje. Karel kijkt om. Fan.
Ta-tààààà!
Karel Och, ben jij het maar … Fan.
Wat bent u blij mij te zien, ik ben ontroerd.
Karel sloft naar de troon. Fanastasio kruipt rond de troon, op zoek naar iets. Karel (geïrriteerd) Wat doe je nu? Fan.
10
Ik zoek een ventieltje, sire, zodat ik u weer wat levenslust kan inblazen.
Karel (sarcastisch) Ha-ha-ha. Fan.
(bestudeert het gezicht van K.) Oei, oei!
Karel (nors) Wat is er? Fan.
Als dat zo voortgaat, kunt u op 18-jarige leeftijd enkel nog zure pruimen gaan verkopen op de markt van Brussel.
Karel Hansworst … Hou een ander voor de gek. Fan.
(zit bezorgd op zijn knieën voor K.) Wat is er aan de hand, sire? Waarom bent u zo triest?
Karel Ik moet mijn stamboom kunnen opdreunen en ik vind geschiedenis zo vervelend … Fan.
Uw stamboom? Maar die is toch interessant? Wist u dat mijn oervader koning David is?
Karel David van het Oude Testament? Dat is onmogelijk! Die heeft Goliath de reus gedood. Fan.
Toch is het zo, ik ben zo sterk dat ik een reus kan doden! (toont zijn armspieren)
Karel Wat een magere armpjes. Maak dat je grootje wijs, Fanastasio! Fan.
(laat zijn spieren rollen) Aha, maar wie is mijn grootje? Familiegeschiedenis leeft, want de gevolgen draag je in je bloed. Wat maakte Karel de Grote groot en wat maakte Filips de Goede goed?
11
Karel Pfff, je klinkt helemaal zoals de Croy, die vindt dat ook machtig interessant. Maar mijn hoofd is te klein voor die lange stamboom. Fan.
Ik kom als geroepen! Met een eenvoudig hinkelspel is dat probleem zo van de baan.
Fanastasio tekent razendsnel een hinkelspel. Karel Hinkelen … Dat is echt iets voor meisjes. Fan.
12
(1e sprong met 1 voet) U bent de zoon van Filips de Schone, Hertog van Bourgondië. (2e sprong met 1 voet) Hij erfde Vlaanderen van uw grootmoeder Maria van Bourgondië. (3e sprong met 2 voeten, 1 in elk vak) Uw vader is dood, dus u erft Vlaanderen! (4e sprong met 1 voet) Filips trouwde met Johanna van Castilië: uw moeder. Resultaat: (5e sprong met 2 voeten tegelijk in de ‘hemel’) Later erft u Castilië! (draait om met 2 voeten tegelijk) Uw moeder is de dochter van Ferdinand van Aragon. Als hij sterft, erft u Aragon. Castilië + Aragon is?
Karel (heeft er plezier in gekregen) Spanje! Olé! (Flamencomuziek: F. en K. doen al dansend een stierengevecht na) Fan.
Spanje is de poort naar de Nieuwe Wereld: de Spaanse vloot voert bergen goud naar …
Karel Mijn schatkist! Fan.
Maar dat is niet alles. (sprong terug met 1 voet) Uw andere grootvader, Maximiliaan van Oostenrijk, is de Keizer van het Heilig Roomse Rijk. (sprong terug met 2 voeten, 1 in elk vak) Als hij sterft …
Karel Erf ik Oostenrijk, Hongarije en Tirol! (Tirolermuziek: K. en F. doen een billenkletsersdansje) Dan ben ik koning, keizer! (K. maakt het hinkelspel af: 2 sprongen op 1 voet) Fan.
Ho ho, niet te snel. Fransje van Frankrijk zal ook keizer willen worden. Wie het meeste geld biedt, wint de keizerkroon! (F. fluit en danst de French cancan 8)
Karel (kijkt sceptisch9 toe) Je springt rond als een dolle kikker! Fan.
(zingt en danst nu ‘de zevensprong10’) Wie zegt dat ik niet dansen kan, kan dansen als een edelman, en dat is één, en dat is twee …
Karel (met de handen in de zij) Wacht tot ik dansles heb gekregen, dan dans ik als een koning!
13
Fan.
(stopt en kijkt verschrikt) Oei, oei!
Karel (trots) En ik krijg ook schermlessen! Fan.
Dat heb ik u toch geleerd?
Karel (ijdel) Ik ben geen zotskap, Fanastasio, ik ben de kroonprins. Fan.
Als het nu al naar uw hoofd stijgt, wat gaat dat later dan wel worden?
Karel (trots tegen het publiek) Later … Dan vecht ik tegen de koning van Frankrijk … (achter de rug van K. probeert F. de troon uit) Ik zal het land terugwinnen dat de Fransozen van mij gestolen hebben en zoek mij een rijke vrouw. Als ze maar geen scheve tanden heeft, daar baal ik van. (F. vouwt zijn armen achter zijn hoofd, zijn benen bengelen over de zijleuning). Mijn nichtje uit Portugal, die zie ik wel zitten. Die is mooi én rijk! (F. hangt achterover met zijn benen over de achterleuning. K. reageert verontwaardigd:) Fanastasio! Ga van mijn troon af! (F. sukkelt onhandig van de troon) Karel (verwijtend) Jij maakt overal een spelletje van! Besef je niet dat er een grote taak op mij wacht? Fan.
14
(kribbig) Zeg droogstoppel, er mag toch nog gelachen worden?
Scène 3: Karel, Fanastasio en Isabella (Isa.), Karel (Er wordt geklopt. K. tegen F.) Ga eens kijken wie er is. Fan.
(gaat kijken aan de ‘deur’) Er is niemand.
Weer geklop. Lichten dimmen. De speelgoedkoffer gaat open, toverachtig licht schijnt uit de koffer. Een muziekdoosmelodietje weerklinkt. Een meisje (Isabella) danst als een ballerina op de muziek. De muziek stopt en de spots gaan weer aan. Isa.
(buigt)
Karel Isabella? Hoe kom jij in mijn koffer terecht? Fan.
(helpt Isabella galant uit de koffer en buigt diep) Hooggeboren jonkvrouw! U bent een bloem in de woestijn.
Karel Slijmbal! Isa.
(giechelt) Och Fanastasio, je overdrijft!
Fan.
Helemaal niet, de lelies van het veld verbleken bij uw schoonheid.
15
Karel (spottend) En? Waaraan verdienen wij de eer? Isa.
(lonkt als een samenzweerder naar F.) Zouden we hem dat wel vertellen, Fanastasio? Mijn broertje is niet ingewijd.
Karel (kregelig11) ‘Ingewijd’? Hoe bedoel je? Isa.
(plagerig) Dát moet Fanastasio zelf uitleggen, maar of hij het wil, is een andere zaak.
Fan.
(kijkt naar het boze gezicht van K. en komt snel tot een besluit) Kom, kom, Isabella, laten we maar niet langer met uw broer zijn prinselijke voeten spelen. Sire, het betreft een paar goocheltoeren, aardigheidjes die eigenlijk simpel zijn, maar die gewone stervelingen met verstomming slaan.
Isa.
(opgewonden) Fanastasio kan toveren!
Karel Ja, ja, en ik kan vliegen … Isa.
Maar hij kan het echt! Hij heeft me een paar trucs geleerd. Hoe denk je anders dat ik in die koffer beland ben?
Karel Je bent er vast in gekropen toen we even niet keken. Daar is geen kunst aan. Isa.
Mijn grote broer is jaloers …
Karel (nadrukkelijk) Ik ben niet jaloers! Isa.
16
Toch wel.
Karel Toch niet. Isa.
Welles.
Karel Nietes! Fan.
Komaan, geen ruzie maken. Ik zal hem eens een straf staaltje vertellen. (maakt het zich gemakkelijk op de troon)
Karel KOM VAN MIJN TROON AF! Fan.
(onverstoord) U zei dat u kon vliegen, sire? Wel, ik heb écht gevlogen. Op een keer maakte ik een bergtocht in de Kaukasus. (beklimt de leuning van de troon) Op een bergtop vond ik een adelaarsnest met daarin een kuiken en twee eieren die op uitkomen stonden. In de verte zag ik de moeder. (wijst) Haar vleugels waren zó breed.
Karel (zuchtend) Lap, hij is weer vertrokken … Fan.
Ik kroop onder een eierdop. (hurkt op de troon) Zo was ik veilig. Maar wat ik niet voorzien had: moeder adelaar begon haar nest uit te broeden. Warm dat ik het kreeg! Ik zou gestikt zijn van de hitte, maar in uren van nood krijg ik vaak schitterende ideeën.
Karel Ja, ja …
17
Fan.
18
Ik prikte met mijn degen voorzichtig in de buik van de adelaar. Ze veerde op alsof ze door een wesp gestoken was. Ze keek stomverbaasd toen ze dit kuiken zag met een eierdop als hoofddeksel. Ik verspilde geen ogenblik en keek diep in haar vervaarlijke ogen. Ik hypnotiseerde haar zoals ik dat destijds met fakir El Cobra deed. (hypnotiseert Isabella die gewillig meedoet) De arend werd zo tam als een soepkip. Ik klom op haar rug en zij vloog met mij over de bergtoppen. Ze zette me netjes af in het dal. Ik knipte met mijn vingers en ze keerde als een brave kloek terug naar haar jongen.
Karel Mooi verhaaltje, zo kan ik er ook één vertellen … Isa.
Wat Fanastasio zegt, is echt waar!
Fan.
(nederig) Sire, als de tijd rijp is, zal ik een demonstratie geven van mijn kunnen …
Karel (spottend) Dat wil ik weleens zien … Isa.
(heftig) Wacht maar! Je zult het wel zien ook! En als je niet gelooft dat Fanastasio kan toveren, ben je niet klaar om ingewijd te worden in de toverkunst.
Fan.
(bescheiden) Och, het gebeurt wel vaker dat mensen mij voor een fantast12 houden. Maar ik vind het wel spijtig dat u mij niet gelooft, sire.
Isa.
Kijk nu, je hebt Fanastasio verdriet gedaan!
Karel (uit de hoogte) Een toekomstige koning is verplicht om niet alles wat hem verteld wordt klakkeloos aan te nemen. Isa.
Dikke nek!
Karel Stomme trien!
Karel en Isabella vliegen elkaar in de haren en Fanastasio komt tussenbeide maar kan ze niet doen ophouden.
19
Scène 4: Karel, Fanastasio, Isabella en de Croy
De Croy verschijnt op het toneel. Fanastasio ziet hem en wil in de koffer springen. De Croy merkt hem op als hij met één voet in de koffer staat.
20
Croy
Maar enfin! Is ’t gedaan? Jullie zijn precies ‘stratiers’, straathonden! Wat een gedrag voor een prins en een prinses! (F. verdwijnt in de koffer maar C. gooit het deksel open) Eruit, gij! Ik heb een hartig woordje met u te spreken! (F. komt uit de koffer. C. grijpt hem bij de kraag en sleurt hem opzij van de scène, sist:) Ik kan niet dulden dat u de opvoeding van de majesteit nog langer in het gedrang brengt. Als dit zo voortgaat, ben ik verplicht om u van het hof te laten verwijderen! En hoe komt het dat gij door die koffer kunt verdwijnen? (C. schudt F. dooreen) Dat ruikt naar toverkunst en ketterij!
Fan.
Ketterij? Ik ben zo onschuldig als een engel, en dat kan niet van iedereen gezegd worden, is het niet, monsieur de Croy?
Croy
Wat beweert u? Duivel!
Fan.
Ik ben een spiegel. Je ziet in mij wat je zelf bent.
Fanastasio doet nu exact na wat de Croy doet, maakt dezelfde bewegingen en spreekt tegelijkertijd dezelfde woorden uit. Dit maakt de Croy woedend. Fan. + (geven elkaar een duw) Addergebroed! Croy (richten zich tot het publiek en wijzen naar elkaar) Hij is een verachtelijk schepsel van Moeder Natuur! (staan tegenover elkaar) Hou op met mij na te doen, Satan! Ik geef het op … Fan.
(triomfantelijk) Geef je het op?
Croy
(klopt op zijn hart) ’t Is slecht voor mijn tikker. Maak dat je wegkomt!
Fan.
(wandelt bedaard 13 weg) Uw wil geschiede op aarde … maar niet in de hemel!
Croy
(roept hem na) Duivelsjong! Het loopt de spuigaten uit met die belachelijke kerel! (draait zich om naar K. en I.) En wat moet dit voorstellen, Isabella? Je tante Margaretha laat je zoeken. Ik heb gehoord dat je een knoeiboel gemaakt hebt van je borduurwerk. Neem eens een voorbeeld aan je zus Eleanora: haar werk is zo verfijnd! (I. trekt een gezicht naar het publiek terwijl K. vol leedvermaak toekijkt) Je teveel aan levenslust moet dringend gesnoeid worden. (wuift haar weg als een vlieg) Ga nu maar!
Isa.
(maakt een buiging) Uw wil geschiede.
21
Croy
(roept terwijl I. afgaat) En aap die Fánástasió niet na! Hij is geen goed voorbeeld. (tegen Karel) Ook niet voor u, majesteit! Hoe zit het met uw huistaak? Wie was uw betovergrootvader langs vaderszijde?
Karel (triomfantelijk) Filips de Goede! Hij heeft samen met zijn zoon, Karel de Stoute, het Bourgondische Rijk uitgebreid … En dat hebben de Fransen van ons afgenomen! Croy
(stijfjes) Niet te hard van stapel lopen, jongeman. U moet studeren tot u ook uw bet-overover-betoverovergrootvader kent …
Karel Wie was dat dan wel? Croy
Euh, dat is wat ú moet leren! Heeft u trouwens uw levertraan al genomen?
Karel Dat ben ik vergeten.
De Croy neemt fles en lepel en laat Karel slikken. Karel (slikt met tegenzin) Bwààààk! Croy
Tut, tut! Niet pruttelen, ’t is voor uw bestwil! (C. steekt fles en lepel weg en K. zakt lusteloos onderuit op zijn troon)
Karel Ik wil dat mama terugkomt! Croy
22
Mama, mama, dat kan niet, uw mama is ziek, zwaar ziek.
Karel Hoezo? Ik dacht dat ze voor staatszaken in Spanje was? Croy
(vals bezorgd) Ik wilde u niet ongerust maken, majesteit, u heeft veel aan uw hoofd. Het zit zo: na de dood van uw vader is uw moeder een beetje … vreemd geworden. De geneesheren denken dat ze ‘maanziek’ is.
Karel (bezorgd) Is dat dodelijk? Croy
Mais non, ze slaapt overdag in een donkere kamer en ’s nachts staart ze als een kat naar de maan. U begrijpt dat dát niet gezond is.
Karel Als iemand zo doet, is die dan waanzinnig? Croy
Och, de mensen zeggen zoveel ... Ze is in ieder geval niet in staat om te regeren. Maar maakt u zich geen zorgen, u hebt het toch goed hier? Rust nu maar een beetje. Morgen moet u weer fit zijn om te studeren. (met een buiging af) Bonsoir!
Karel (staart droevig voor zich uit) Waarom noemen ze mijn moeder ‘Johanna de Waanzinnige?’ (licht gaat langzaam uit)
23
Scène 5: Karel, Fanastasio
Gongslag. Blauwig licht. Fanastasio op: hij draagt een blauwe mantel met sterren en een dik boek onder zijn arm. Hij trekt een koord voort. Karel (schrikt op uit zijn gepeins. Kregelig) In wie ben je nu weer verkleed, Fanastasio? Fan.
(ernstig) Dit is niet om te spelen, sire.
Karel Wat is dat voor een boek? Fan.
24
Het is het boek van Simon de tovenaar, een uiterst zeldzaam exemplaar dat ik in Venetië wist te bemachtigen …
Fanastasio trekt aan het touw: er verschijnt een tafel op wieltjes met daarop een ketel, potjes en flesjes. Hij legt het boek op de tafel. Fan.
Ik ga u inwijden in de wetenschap van de alchemie, sire. Als die droge plant van een de Croy binnenkomt, zijn we zogezegd met een experiment bezig …
Karel Wat gaan we doen? Fan.
We gaan een tonicum hypnoticum fortissimo brouwen …
Karel (verbluft) Een wat? Fan.
Waarheidsserum. Daarmee komt u alles te weten wat u maar wilt. (opent het boek en volgt met zijn vinger) Men neme een lepel zwart maanzaad … (schept een lepel maanzaad uit een potje in de ketel, leest) Een halve liter kippenbloed. (F. neemt een kolf met rode vloeistof en giet die in de pot)
Karel Bah! Wat wordt dat voor iets …
25
Fan.
(zonder op te kijken) Gelieve de magische cirkel niet te doorbreken. (noemt telkens iets op en doet het in de pot) Een extract14 van salamanderstaarten … Een snufje heksenkruid … Een deciliter dauwdruppels. Een dozijn rattentongen. De poten van een zwarte weduwe: een spin om rekening mee te houden! Een mespuntje nachtschade. Een haarspriet met wortel van een adellijk persoon. (F. gaat naar de troon en trekt een haar uit bij K.)
Karel Aùùùw! Gaat het zo’n beetje? Fan.
Heel goed, dank u, sire! Nu moet u mij helpen! U moet met mij rond de ketel dansen. (F. zet de ketel op de grond en pakt K. bij de hand. Die danst onwillig, maar gaandeweg enthousiaster) Zonnen, manen en planeten. Bij de ringen van Saturnus, de hoed van Merlijn, de sluier van Morgane le Fay. Sam Ha, Shibhetta, Adonai!
Karel (staan even stil, samen:) Sam Ha, Shibhetta, + Fan. Adonai! (dansen daarna weer voort) Fan.
Bij de demon Astaroth, de drietand van Trithemius, het boek van Zohar en Simon de tovenaar!
Karel (enthousiast) Hekse-petek-solfer-stek! Fan.
26
Sulfur! Furfur! Malkuth! Met donderstenen is het al goed. Tetragrammaton … Sabaoth … Abreq Adâbra! (gooit de armen omhoog)
Fan. + (samen: handen omhoog) Abra-ca-da-bra! Karel Abra-ca-da-bra! Abra-ca-da-bra! (donder en bliksem: K. kijkt verschrikt rond) Fan.
(ruikt aan het brouwsel, zwijmelt) Van de geur alleen al zie ik sterretjes. (proeft en rolt met de ogen) Geen klein bier15 … (smekt, huivert bij de nasmaak) Eerder kattenpis. (F. kijkt dwaas, waggelt en buigt houterig, spreekt monotoon:) Heeft u mij geroepen, meester? Kan ik u van dienst zijn?
Karel Fanastasio! Fan.
(buigt) Heeft u mij geroepen, meester? Kan ik u van dienst zijn?
Karel Ik kan hem beter een opdracht geven om te zien of de toverdrank werkt … (flapt eruit) Doe een spin na! Fan.
Dééé spin. Drie-maal-draait-zij-rond-het-gaatje-ende-derde-maal-erin. Dééé spin … (F. herhaalt die woorden alsmaar sneller en draait rond als een tol, zijn stem klinkt hoger en hoger. K. tracht hem te stoppen. F. valt op zijn achterwerk)
Karel Fanastasio! Fan.
(wrijft versuft over zijn hoofd) Heeft u mij geroepen, sire? Kan ik u van dienst zijn?
27
Karel O nee! Fan.
(grijpt naar zijn hoofd) Mijn hoofd ontploft. Wat is er gebeurd?
Karel Die toverdrank werkt! Fan.
Echt? Straf spul, zeg! (staat op)
Karel Fanastasio, je bent geniaal! Heb je die toverdrank voor mij gebrouwen? Fan.
28
Inderdaad (vult een fles met de drank). Ziehier, sire, een fles van dit machtige elixir. Ik vertrouw erop dat u dit enkel zult gebruiken in geval van nood.
Karel (pakt de fles aan) Je bent een vreemde kerel, Fanastasio. Je zit vol apenstreken en nu lijk je opeens een echte tovenaar.
Er schijnt even een fel licht op Fanastasio. Hij lacht geheimzinnig en uit de boxen klinkt zijn stem: ‘Doorheen sterrenstof ben ik naar u toe gevlogen …’ Karel Wat zei je? Fan.
Niks, maar door die toverdrank kan je ook gedachten lezen.
Karel Handig …
Fanastasio geeft hem de fles toverdrank en begint alles op te ruimen. Karel gaat op de troon zitten. Karel Dank u … Blijf toch, Fanastasio ik voel me zo eenzaam. Als je dat eens kon wegtoveren. Fan.
U mist uw moeder …
Karel De Croy zegt dat het nog lang kan duren voor ze terugkomt. (tilt de fles op) Maar nu zal ik eindelijk de waarheid uit hem krijgen. Fan.
Misschien doet u dat beter niet, sire. Wat niet weet niet deert … (duwt het karretje voor zich uit) Zo, ik ben weg! (F. gaat af)
Karel zit op de troon, diep in gedachten. Licht uit.
29
Scène 6: Karel, Isabella, Willem de Croy
Het licht gaat weer aan. Karel ijsbeert. Isabella komt op met een fles wijn en twee glazen. Isa.
Kijk eens, heb ik uit de wijnkelder gepikt!
Karel Geef hier! Ik verwacht monsieur de Croy elk moment! (K. pakt de fles. I. houdt de glazen vast. K. vult ze deels, vult dan de glazen bij met de toverdrank en verstopt de fles toverdrank) Isa.
Mag ik eens proeven van de toverdrank?
Karel Ben je gek? Van de geur alleen al zie je sterretjes. Vooruit, op onze plaats! (K. pakt een glas en zet zich op de troon)
30
Isa.
(I. neemt plaats bij de voeten van K. ook met glas. Ze fluistert:) Hij komt eraan …
Croy
(komt op) Ah, bonjour mes enfants! (merkt de drank op) Tss, tss! Wat wordt er gedronken?
Karel Een onderdaan heeft mij een fles van de beste Romagna-wijn toegezonden. Isa.
Hele goede … (doet alsof ze wil drinken)
Croy
Prinses! Die wijn is veel te straf voor u!
Isa.
(pruilerig) Wie zegt dat?
Karel Monsieur de Croy weet het best wat goed voor ons is, Isabella. (tegen C.) Wilt u eens proeven? (C. steekt gretig zijn hand uit en K. reikt hem zijn glas aan) Croy
(walst de vloeistof rond, snuift) Een pittig boeket. (proeft, met grote ogen) Bijzondere afdronk. (drinkt gulzig) Merkwaardig … (drinkt het glas leeg en huivert) Wat een vreemde nasmaak … Die kan ik niet thuisbrengen. (duizelt en kijkt dwaas, buigt houterig voor K.) Heeft u mij geroepen, meester? Kan ik u van dienst zijn? Heeft u mij geroepen, meester? Kan ik u van dienst zijn … (blijft die woorden herhalen)
Isa.
Karel, het is gelukt. Wat nu? (I. wil ervandoor gaan, maar K. houdt haar tegen bij haar jurk)
Karel Kalm blijven. Ik heb alles onder controle. (tegen C.) Zit! (C. gaat op de grond zitten) Op de troon, sufferd! (C. gaat op de troon zitten) Nu wordt het menens, vriend! (I. en K. gaan elk aan één kant van de troon staan) Monsieur de Croy, ik vraag u de waarheid te spreken en niets dan de waarheid! 31
Croy
Zo helpe mij God.
Isa.
Wij willen eindelijk weten wat er met onze moeder aan de hand is!
Croy
(met een kwaadaardige grijns) Zij is gaga, kierewiet! Zij staat aan de kant van de nacht en het kwaad.
Karel Wat bedoelt u daarmee? Wat doet ze dan?
32
Croy
Staatsgeheim, staatsgeheim, staatsgeheim …
Isa.
STOP! Dit loopt mis … Wat doen we nu, Karel?
Karel (doet de bezwerende gebaren van F. na) Ik ben uw meester … Wat is er met onze moeder aan de hand? Croy
Uw moeder was stapelzot op uw vader. L’amour fou! (zwijgt)
Karel Ga verder! Croy
(met leedvermaak) Uw moeder betrapte uw vader toen hij een kamermeisje zoende. Haar naam was Maaike. Johanna ging Maaike te lijf met een schaar, zo jaloers was ze! Ze raasde als een duivelin en het volk begon haar ‘de waanzinnige’ te noemen.
Isa.
Dat is niet eerlijk! Ze was gewoon verdrietig.
Karel Ga door! Croy
Een tijd later vertrokken uw ouders naar Spanje. Johanna zou gekroond worden tot koningin van Castilië. (sist hatelijk) Die gekkin kan niet eens voor zichzelf zorgen. Ze is onhandelbaar.
Isa.
(fel) Dat is gelogen! We willen alleen de waarheid horen! Ga verder!
Croy
Filips werd ziek en stierf. Uw moeder was zo van streek dat ze niet meer wilde eten of bewegen. Ze verblijft in een donkere kamer. (zwijgt even) Haar gedrag is macaber16 en goddeloos. Ze brengt schande over het land!
33
Karel Leugenaar! We willen alleen de waarheid horen! Wanneer komt ze terug? Croy
(star) Staatsgeheim!
Isa.
Misschien houden ze mama wel gevangen … (C. grijnst gemeen als hij dat hoort)
Karel Ik ben uw meester! Wie houdt mijn moeder, Johanna van Castilië, gevangen in Spanje? (C. staart en perst zijn lippen op elkaar. K. schudt hem door elkaar) Vooruit! Spreek! Croy
(met moeite) Haar vader, Ferdinand van Aragon, houdt haar sinds twee jaar gevangen in de duistere burcht van Tordesillas.
Isa.
(huilt) Arme mama!
Croy
(bits en genadeloos) Dat ze daar maar blijft! Haar zottigheid zou uw goede naam besmeuren!
Karel (duwt C. tegen zijn schouder) Stop met die valse beschuldigingen!
34
Croy
(wrijft over zijn gezicht, wordt wakker) Dat is … straf spul zeg, die Romagna-wijn.
Isa.
Oh nee, hij is wakker! (I. vlucht weg)
Croy
(kijkt I. na) Wat is er met haar aan de hand? En wat doe ik op uw troon, majesteit? Onvergefelijk. (staat wankelend op en grijpt naar zijn hoofd) Oooh, dat was geen gewone wijn. Het was een aanslag op uw leven!
Karel Misschien zat er te veel alcohol in? Croy
Er zat meer in dan dat! Dit is een complot. Ik zal te weten komen van wie u die wijn hebt gekregen! (neemt de fles en de glazen mee)
Karel (verschrikt) Ik smeek u, doet u geen moeite! Croy
Zo, zo … En waarom niet als ik vragen mag?
Karel Het was toch geen vergif? Croy
Daar ben ik niet zeker van … Ik ben sterk. Iemand met een zwak gestel17 zoals u had er veel erger aan toe kunnen zijn. Ik zal te weten komen wie de dader is. (C. af)
Karel (verslagen) Fanastasio heeft met vuur gespeeld en ik heb meegedaan. Wat een ellende … Mijn moeder kán toch niet gek zijn? Ze is ziek en helemaal alleen … Wat kan ik voor haar doen? Mijn tante zal me vast niet naar Spanje laten gaan … (zit in gedachten verzonken op de troon)
35
Scène 7: Karel, Isabella, Fanastasio, de Croy
Isabella sleept Fanastasio de scène op, hij pruttelt tegen. Fan.
Ho, ho, dartel veulentje, vergeet niet dat je een versleten kar voorttrekt.
Isa.
Karel, doe iets! Ik kwam de Croy tegen. Hij is razend. Als hij te weten komt wat Fanastasio gedaan heeft, ziet het er slecht uit. Je weet hoe jouw leermeester over tovenarij denkt. Mama zit opgesloten, maar Fanastasio kan nog vluchten. Naar mij wil hij niet luisteren.
Karel (somber) Isabella heeft gelijk. Het zou beter zijn dat je verdwijnt, Fanastasio. (bitter) Met dat duivels brouwsel heb je mij trouwens geen dienst bewezen. Nu weet ik wat de mensen zullen zeggen als ik tot koning gekroond wordt. Ze zullen zeggen dat mijn moeder gek is … Isa.
Druiloor! Doe liever iets om hem te helpen!
Karel (haalt de schouders op) Je kan beter weggaan, Fanastasio. Als de Croy te weten komt dat jij dat waarheidsserum gebrouwen hebt, zet hij je op de brandstapel. Isa.
36
(hartstochtelijk) Nee! Niet weggaan, Fanastasio. Je bent onze vriend. De enige die het leven hier aan het hof dragelijk maakt. Laat hem niet weggaan, Karel!
Karel Ik denk dat het voor iedereen het beste is dat hij gaat, Isabella. Ik heb trouwens geen tijd meer voor spelletjes. Nu mijn moeder ziek is, moet ik mij concentreren op staatszaken. Isa.
Lafaard! Ik haat je!
Fan.
Lieve Isabella, je moet niet zo hard zijn voor je broer. Kijk eens naar hem: heb toch medelijden. Hij is nog maar twaalf en hij zit al als een oud ventje op de troon …
Isa.
Dat kan me niks schelen! Als hij je wegstuurt, spreek ik nooit meer tegen hem.
Karel Je ziet de ernst van de situatie niet in, hè? Ik stuur Fanastasio weg voor zijn eigen veiligheid. En laat me nu even alleen met mijn gezelschapsheer. Fan.
Ga nu maar, mijn engeltje. Ik zal er altijd voor je zijn als je aan mij denkt. (F. maakt een buiging en zoent de hand van I.)
Isa.
(snikt en pruilt) Dat is toch niet hetzelfde … (I. gaat af, kijkt nog eens om en wuift naar F.)
Fan.
(wuift haar na) Als het echt uw wil is, sire, is het nu tijd om op te krassen!
Karel (verwijtend) Hoe kun je zo zorgeloos afscheid nemen. De Croy heeft de pest aan je, je bent in groot gevaar, Fanastasio. En ik zal je nooit meer terugzien …
37
Fan.
Ook voor jou ben ik er als je aan me denkt …
Karel Zonder je zotte streken zal het hier niet uit te houden zijn … Als ik koning ben, zal ik je gratie verlenen18.
De Croy komt ongemerkt op … Fan.
(opent de koffer en staat er met één been in) Vaarwel, sire, in gedachten ben ik altijd bij u!
Karel Tot ziens dan, Fanastasio? (F. verdwijnt)
38
Croy
(komt aangestormd als het deksel dichtgaat. Hij rukt aan het deksel, gebruikt armen en benen, maar krijgt het niet open) Mais sapristi! Was dat niet dat crapuul van een Fánástasió? Beseft u wel, majesteit, dat hij uw leven in gevaar heeft gebracht met die zogenaamde wijn? (woest) En waarom gaat die koffer niet open? Er is toch geen slot?
Karel Die koffer kan niet op slot. Croy
(stampvoet) En toch is hij dicht! Die zotskap is mij weer ontglipt! (beent weg) Wacht maar tot ik hem in handen krijg … Op de brandstapel zal hij niet zo veel praatjes hebben!
Karel (staat op als C. weg is, gaat naar de koffer en opent hem. K. steekt zijn hoofd in de koffer, roept:) Fanastasio? FANASTASIO! (echo)
Karel sloft naar zijn troon en gaat zitten zoals op het schilderij. Hij ziet er somber uit. De scène wordt langzaam donker. Het deksel van de koffer gaat even open en er schijnt wat licht uit. Hetzelfde muziekdoosmelodietje, zoals eerder bij Isabella, weerklinkt.
39
Woorduitleg 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18
40
vrijbuiter = avonturier dreinerig = vervelend, zeurderig levertraan = vloeibare, vette olie, uit de lever van verschillende kabeljauwachtige vissoorten, gebruikt als vitaminerijk voedsel en geneesmiddel timide = verlegen potsierlijk = lachwekkend gratie = elegantie stuurs = onvriendelijk French cancan = dans die oorspronkelijk uit Algerije komt maar populair werd in Frankrijk sceptisch = als je niet alles gelooft wat je wordt verteld de zevensprong = oude volksdans kregelig = humeurig, prikkelbaar fantast = iemand die veel verzint omdat hij zodanig veel fantasie heeft bedaard = kalm extract = vloeistof waarin kruiden, planten of andere stoffen zijn opgelost dat is geen klein bier = dat is niet niks macaber = griezelig gestel = hoe je lichaam in elkaar zit en werkt gratie verlenen = iemand genade schenken
De jonge Karel heeft een grote verantwoordelijkheid vanop de troon. Dat is allesbehalve makkelijk, want zijn moeder verblijft in een ver land. Gelukkig is er de gekke Fanastasio! Maar zijn zotte streken zijn niet naar de zin van de norse leermeester de Croy …
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 6. ISBN 978 90 486 2537 6 Bestelnummer 60 1021 597 KB D/2016/0147/106 NUR 191 Illustraties: Sanne Vanderkrieken Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 625376
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.