Skip to main content

Verrekijkerbieb - 6e leerjaar - N2 - Griezeldag!

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Griezeldag! Frank Pollet

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 6

8


Griezeldag!

1


1 Maarten Smith, zo heet ik. Niet meteen een Vlaamse of Nederlandse familienaam. Dat is de schuld van mijn papa, natuurlijk. En van mijn mama, want zij moest zo nodig haar man aan de overkant van het kanaal gaan zoeken. Mijn oma en opa vonden het eerst geen goed idee dat Eric Smith hun schoonzoon zou worden. Stel je voor, een Engelsman, van ver over ’t water. Maar Eric viel in de smaak. Hij mocht zelfs met mama trouwen wanneer hij Nederlands kende. Niemand heeft ooit sneller Nederlands geleerd dan mijn papa. Er kwamen drie kinderen: Mary-Ann, Lionel en ik. Wij heten dus allemaal Smith. Met th achteraan, en dat spreek je dus uit met je tong tussen je tanden. Niemand doet dat, dus heet ik ‘smit,’ maar ook ‘smid,’ als je verstaat wat ik bedoel. Mijn klasgenoten noemen me gelukkig gewoon Maarten. Maar onze meester, die zelf van Nederlandse afkomst is, noemt me altijd ‘Maajten Smif’. Tja, zelf heet hij Harrie Prijs. Ook niet meteen een naam om vrolijk over naar huis te schrijven1. Ik vind onze meester een vreemde kwiet. Een beetje een engerd, zelfs. Hij kan je minuten aan een stuk door zitten aanstaren met een angstaanjagende blik. Tenminste, dat vind ik.

2


Maar ik heb niemand van mijn klasgenoten daar al iets over horen zeggen. En ik heb er met hen ook nog nooit over gesproken. Maar voor meester Harrie ben ik altijd een beetje op mijn hoede. Vraag me niet waarom. Ik heb gewoon steeds het gevoel dat de man iets verbergt. Hij geeft wel goed les en kan vertellen als geen ander. En dat weet hij zelf ook wel. Zijn favorieten zijn van die vreselijke verhalen waar de rillingen van over je rug lopen. Je ziet hem zo genieten als de meisjes (en ook wel enkele jongens) hem smeken om op te houden met vertellen. De muren van alle klaslokalen waarin ik al heb gezeten (en dat zijn er wel al wat, want na de kleuterklas heb ik al vier leerjaren achter de rug) waren in lichte kleuren geschilderd. Maar alle muren van meester Harries klas zijn blauw. Donkerblauw. Je wordt al depressief wanneer je een blik in het lokaal werpt. En wij moeten hier dag in dag uit zeven uren per dag (op woensdagmiddag na, natuurlijk) in doorbrengen. Ik vind ook dat het er altijd koud lijkt. Terwijl het er niet koud is, want de thermometer wijst steevast 21 graden aan. En toch lijkt het er koud. We hebben ook al een keertje een rat in onze klas gevonden. Dood. Gelukkig maar.

3


‘Wellicht vergiftigd,’ zei onze meester toen hij de rat grondig had onderzocht. Je had onze meester bezig moeten zien. Hij leek het heel leuk te vinden, hij blééf de rat maar om- en omdraaien. Brr… Afijn, genoeg gezeurd. Meester Harrie heeft iets nieuws bedacht: een heuse griezeldag. Die geldt alleen voor onze klas. We moeten die dag allemaal een griezelverhaal meebrengen en dat voorlezen. Het wordt dus een hele dag luisteren naar angstaanjagende ellende. Om zijn bedoelingen kracht bij te zetten, deed meester Harrie in de klas plotseling alle lichten uit. Hij sloop naar zijn bureau, ging zitten, haalde een zaklamp tevoorschijn en scheen ermee langs onderen op zijn gezicht. Toen zei hij traag en met snijdende stem: ‘Hahaha, jullie weten het nog niet, mijn hobby is jagen op spoken. Hahaha, ze zijn er nog, en vééééél, hahaha. Er zitten er hier vijftien voor mijn neus, hahaha!’ Als hij zoveel lawaai maakt, noemen we hem meester Herrie. Ik hou niet van griezelverhalen. Ik haat griezelverhalen. Griezelverhalen zijn stom en eng. En griezelig, natuurlijk. Maar ja, als de meester het eist, én er staan punten op het voorlezen, dan heb je weinig keus.

4


Dus heb ik hier al de hele avond in boeken zitten bladeren. Eerst die van mezelf, maar daar was ik snel mee klaar (want ik héb geen griezelboeken, natuurlijk). Toen zocht ik in het boekenrek van mijn broer Lionel. Eén titel sprong meteen in het oog: ‘Onopgelost en Waargebeurd’. Toen ik erin bladerde, duurde het niet lang of ik las: ‘Dit verhaal gaat niet zomaar over een pastorie2, maar over de pastorie van Borley, en dat is heel andere koek. Het gebouw stond immers bekend als het meest door spoken bezochte huis van Engeland.’ Ik dacht: ik zoek niet verder. Ik dacht ook nog: Lionel zal het boek vast niet missen. Dus nam ik het mee naar mijn kamer en begon te lezen.

5


2 In 1862 werd de pastorie van Borley gebouwd op de plaats waar vroeger een middeleeuws klooster had gestaan. Dominee Henry Dwason Ellis Bull ging er met zijn vrouw en 14 kinderen wonen. Het huis had achttien kamers, er was geen gas en elektriciteit. Het gezin moest het huis verlichten met kaarsen en olielampen. Romantisch? Niet echt, want kort nadat de familie Bull er haar intrek genomen had, begonnen er onverklaarbare dingen te gebeuren. ’s Nachts echoden voetstappen door het gebouw. Ook kloppende geluiden en gefluister waren geregeld te horen. Op een ochtend werd een van de dochters gillend wakker. Het leek wel of iemand haar een oorvijg3 had gegeven. Haar wang deed vreselijk pijn. Maar er was niemand in de kamer. Een andere dochter zag naast haar bed de duistere gestalte van een oude man die een hoge hoed droeg. En een van de vrienden van de familie zag meermaals een jonge non in de tuin wandelen … Volgens spokenjagers had die non alles te maken met het Benedictijnerklooster dat rond 1362 op de plek stond waar nu de pastorij gevestigd was. In dat klooster had een monnik een relatie gehad met een non uit een nabijgelegen klooster. Toen hun geheim bekend raakte, doodde men de monnik en de non. Een mysterieus verhaal, waarvan men echter in 1938 ontdekte dat het niet op feiten bleek te berusten, maar wellicht verzonnen was door de kinderen van dominee Bull.

6


Toch bleek het niet echt leuk wonen in en om de pastorie. De bewoners merkten meermaals vreemde verschijnselen op. Zo beweerde een aantal mensen dat ze een spookkoets hadden gezien, bereden door twee mannen zonder hoofd. Kortom, hoe Henry Bull en zijn gezin het in die pastorie uithielden, begreep niemand, maar bijna dertig jaar lang, tot zijn dood in 1892, bleef de dominee in de pastorie wonen. Hij stierf er in zijn slaapkamer, de zogenaamde Blauwe Kamer. Die bevond zich aan de zijde van het huis waar de non in de tuin verschenen was. De vrouw van de dominee stierf niet veel later. In dezelfde Blauwe Kamer …

7


3 Pft, wat een eng verhaal, dacht ik. Meteen legde ik het boek weg. Wie wil nu zoiets lezen? Erger nog: wie wilde zoiets schrijven? En nog erger: het was echt gebeurd. Ik voelde de rillingen als een koude wind langs mijn schouderbladen passeren. Als ik er nog maar aan dacht een koets te zien rijden met twee mannen zonder hoofd, kreeg ik het al moeilijk. Had ik niet beter een ander verhaal gekozen? Maar ja, het moest sowieso een griezelverhaal zijn, dus misschien waren andere griezelverhalen nog veel erger. Ik besloot om door te lezen.

8


4 Harry Bull, een van de zonen van de dominee, betrok diezelfde pastorie in 1892 en verbleef er zowat vijfendertig jaar. Hoewel er nu een ander gezin woonde en andere vrienden op visite kwamen, bleven dezelfde vreemde verschijnselen opduiken: in de struiken was nu en dan de man zonder hoofd te zien. Elke morgen stond eenzelfde deur open die ’s avonds was afgesloten. Vier zusters van Harry Bull zagen op hetzelfde moment een jonge non die verdween zonder een spoor na te laten. Op 9 juni 1928 stierf Harry Bull. In de Blauwe Kamer … Doordat de onverklaarbare fenomenen in de hele streek bekend geworden waren, stond na de dood van Harry de pastorie een tijdje leeg. Een dozijn geestelijken4 kreeg de vraag in de pastorie van Borley te gaan wonen. Ze weigerden allemaal. Uiteindelijk verhuisden dominee Guy Eric Smith en zijn vrouw naar het huis.

9


5 Ik wist niet waar ik het had. Mijn hart klopte in mijn keel. Eric Smith. De naam van mijn papa. Oké, de Eric Smith in het verhaal leefde dan wel in het begin van de 20e eeuw, maar toch. Het is even schrikken als je in zo’n eng spookverhaal plotseling de naam van je eigen papa ziet opduiken. Ik mocht er niet aan denken dat ik straks misschien mijn eigen naam in dit ongetwijfeld vreselijke verhaal zou tegenkomen. Stond mijn naam in deze ellende? Er was maar één manier om dat te weten te komen: doorlezen!

10


6 Doordat het gezin Smith jarenlang in India had gewoond en niet op de hoogte was van het nieuws uit de streek, was het zich van geen kwaad bewust. Maar het duurde niet lang of de vreemde, soms angstaanjagende verschijnselen vonden weer plaats. Zonder verklaarbare reden verscheen plotseling het woord Roma onder een schilderij waarop twee mensen stonden afgebeeld. Eric en zijn vrouw hoorden ’s nachts geklop in hun slaapkamer. Maar er bleek niemand in de buurt. Ze besloten de nacht in een andere slaapkamer door te brengen. Maar naar welke kamer ze ook verhuisden, de geluiden verhuisden mee. Belgerinkel begon en hield op zonder aanwijsbare oorzaak of reden. Dienstbellen rinkelden, hoewel ze waren afgesloten. Sleutels verdwenen. En verschenen weer in andere sleutelgaten. Soms bleken deuren die niemand had afgesloten, toch op slot. Sommige sleutels doken nooit meer op. Op een dag vond mevrouw Smith in een bibliotheekkast van de pastorie een pakje ter grootte van een kleine voetbal. Iets was verpakt in verscheidene laagjes papier.

11


Toen mevrouw Smith het laatste papier weghaalde, stond ze met een menselijke schedel in haar handen. Het doodshoofd werd onderzocht, maar dat onderzoek leverde geen informatie op. De dominee begroef de schedel dan maar op het kerkhof. Na anderhalf jaar onverklaarbare ellende in de pastorie van Borley hield mevrouw Smith het niet meer uit. Ze lichtte de pers in. De krant The Daily Mirror stuurde op 10 juni 1929 een journalist. De man was erg enthousiast en schreef een hele serie artikelen over de geheimzinnigheden in de pastorie van Borley.

12


7 Hoorde ik daar iets ritselen? Ach nee, ik had een boek in mijn handen, en papier durft al eens ritselen, natuurlijk. Sloeg er een deur dicht? Dat kon. Mary-Ann was nooit zachtjes met de deuren. Voor alle geluiden die ik opving, vond ik best wel een verklaring. Maar ik hoorde er meer dan tijdens avonden dat ik geen griezelverhaal las. Ik besloot dat het beter was om de volgende dag verder te lezen. Wanneer ik nu verder las, zou ik slecht slapen. Of zelfs helemaal niet. Zo goed kende ik mezelf wel. In bed kon ik niet anders dan aan die pastorie van Borley denken. Waarom had ik een verhaal gekozen waarin uitgerekend ene Eric Smith opdook? Ik durfde het mijn papa niet vertellen uit schrik dat hij (en mijn broer en mijn zus en mijn mama …) me zou uitlachen. Er viel ook wel wat te lachen, natuurlijk, want op zich was het wel een grappig toeval. Maar het verhaal was niet verzonnen. Tenminste, dat bleek duidelijk uit alle jaartallen en details.

13


Ik was voor de zekerste zekerheid Borley eens gaan opzoeken op Wikipedia, en ja hoor, het was een plaats in het graafschap5 Essex. ‘Berucht vanwege Borley Rectory, het griezeligste huis van Engeland’. Zo stond het in de vrije encyclopedie … Ik wilde best wel weten hoe het Eric Smith en zijn vrouw verder vergaan was. Mijn verstand vertelde me dat ik nu moest slapen...

14


8 De roep van mevrouw Smith om gespecialiseerde hulp in de krant leidde tot een hele rist6 bezoeken van geïnteresseerden. Een van hen was Harry Price, spokenjager en oprichter van het Britse Laboratorium voor Onderzoek naar Paranormale Verschijnselen. Op 12 juni 1929 stapte de man de pastorie binnen en prompt traden er nieuwe fenomenen op zoals het gooien van stenen, van een vaas en andere voorwerpen. Maar zodra Harry Price de pastorie verlaten had, hielden deze nieuwe verschijnselen op. De ‘oude’ verschijnselen stopten niet. Mevrouw Smiths kaptafelspiegel blééf klapperen elke keer wanneer ze hem naderde. Op een avond, toen er niemand thuis was en de pastorie gesloten, scheen er plots een helder licht in een van de vele kamers … Op een dag hoorde het echtpaar Smith een klap en luid gerinkel in de hal. Toen Eric en zijn vrouw een kijkje gingen nemen, vonden ze de scherven van een grote vaas, die de hele tijd in de Blauwe Kamer had gestaan … Op 14 juli 1929 verhuisde het echtpaar Smith naar een ander huis in de buurt, maar Eric bleef zijn religieuze werk in het dorp uitvoeren. In augustus 1930, verhuisde het koppel naar Norfolk, zo’n dertig kilometer verderop. De mysterieuze fenomenen hadden te veel van hen geëist.

15


9 Had ik dit gedroomd. Of gelezen? Het was nacht. Mijn nachtlampje was blijven branden en het boek ‘Onopgelost en Waargebeurd’ lag open op de grond. Ik zweette en voelde dat mijn hart met mij op de loop ging. Toch grabbelde ik het boek vast. Had ik gedroomd dat de spokenjager in het verhaal Harry Price heette? Harry Price. Gatver, Harrie Prijs … Ik voelde het bloed uit mijn gezicht wegtrekken. Wat was er aan de hand met mij? Of met het verhaal? Bestond zoveel toeval? Of was ik iets op het spoor? Het mocht dan wel drie uur ’s nachts zijn, ik besloot moedig te zijn. Ik wilde hoe dan ook weten hoe de vork in de steel zat, en las verder …

16


10 Op 16 oktober 1930 gingen Lionel Algernon Foyster, zijn vrouw Marianne en hun geadopteerd dochtertje van tweeënhalf, Adelaide, op de pastorij wonen. Lekker ruim, met zijn drietjes in een huis met achttien kamers. Ook zij waren zich aanvankelijk van geen kwaad bewust, want het echtpaar had enkele jaren in Canada gewoond en kende de geschiedenis van het gebouw niet. Minder dan een week na de verhuizing naar de pastorie van Borley hoorde mevrouw Foyster, toen ze in haar slaapkamer was, voetstappen die haar achtervolgden. Toen ze achteromkeek, zag ze een man verschijnen. Even later verdween de verschijning. Toen mevrouw Foyster jaren later een foto van de eerste bewoner van de pastorie, Harry Bull, te zien kreeg, was ze er zeker van dat zij deze man – die op dat moment al bijna veertig jaar dood was – in de slaapkamer had gezien. Een stem riep Mariannes naam en een onzichtbare kracht probeerde de vrouw vast te grijpen. Op een raadselachtige wijze verscheen een zijden zakje vol lavendel op een schoorsteenmantel in het huis.

17


De volgende dag zat het in een jaszak van meneer Foyster, om na enkele maanden op even onverklaarbare wijze uit het huis te verdwijnen. Toen mevrouw Foyster op een dag haar handen waste en daartoe haar polshorloge en armband op het aanrecht had gelegd, vond ze enkel haar horloge terug. Haar armband werd nooit teruggevonden. Op de muren en op stukjes papier verschenen inderhaast7 neergekrabbelde boodschappen. Veel opschriften op de muren waren onleesbaar, maar een ervan was duidelijk: ‘Marianne, haal hulp.’ Deze geschreven boodschappen werden zorgvuldig gefotografeerd en bestudeerd. Opvallend was dat de plaatsen waarop de teksten verschenen, zich altijd erg dicht bij de grond bevonden. Een gewone mens had deze teksten nooit zo laag op de muren gekrabbeld. Sommige boodschappen waren onleesbaar, andere leken nonsens.

18


Maar geregeld waren de woorden leesbaar en kon men boodschappen ontcijferen als: ‘Ik begrijp het nog steeds niet, vertel me meer’ en ‘licht missen gebeden’ De meeste boodschappen leken in grote haast geschreven. Alsof iemand snel nog iets kwijt wilde voor hij of zij betrapt zou worden. Soms leken de teksten inderdaad onderbroken …

19


11 Een druppel zweet viel op de pagina. Ik nam mijn zakdoek en veegde ermee over mijn voorhoofd. Gatver! Nu werd het helemaal fraai. In het verhaal stond dat ene Lionel Algernon Foyster en zijn vrouw Marianne in de pastorie gingen wonen. Lionel en Marianne. Mijn broer heet Lionel. Mijn zus heet Mary-Ann. Toeval, natuurlijk. Grappig, gewoon. Of niet? Ik wist niet waar ik het had. Zou ik wel verder lezen? Wie weet, wat er nog allemaal in dit rotverhaal voorkwam. En vooral: had het iets te betekenen?

20


12 In 1931 bezocht Edwin Whitehouse, die later Benedictijner monnik zou worden, met zijn oom en tante de pastorie van Borley. Toen dit gezelschap ter plekke was, vloog zonder enige aanwijsbare oorzaak een plint in een ongebruikte kamer in brand. Toen men de vlammen bluste, viel er een vuursteen ter grootte van een ei op de grond. Later, toen de dominee in zijn kamer een duivelbezwering hield – een ritueel dat verricht wordt om de duivel of boze geesten af te weren – werden hij en zijn tante getroffen door vallende stenen. In 1935, na vijf jaar leven in een gigantisch huis met bijna dagelijks bizarre verschijnselen, was de gezondheid van meneer Foyster er zo zwaar op achteruitgegaan dat hij besloot dat het beter was om er weg te gaan. In oktober 1935 sloten het gezin de deur van de pastorie van Borley definitief achter zich. Niet veel later stierf Lionel Foyster. De kerkelijke overheden besloten dat de pastorie definitief gesloten moest worden. De parochies kregen nu een nieuwe dominee die zijn taken vanuit een pastorie in Liston verrichtte.

21


De pastorie van Borley bleef twee jaar lang leegstaan. Geen mens zette er een voet binnen. Geen mens was geïnteresseerd om dit bizarre bouwwerk te kopen. Maar in mei 1937 huurde spokenjager Harry Price de pastorie en de gronden voor 12 maanden. Hij wilde het hele gebouw grondig onderzoeken en plaatste op 25 mei 1937 een advertentie in de kwaliteitskrant The Times waarin hij mensen met voldoende vrije tijd en moed, intelligentie en kritisch vermogen, vroeg om samen een ploeg waarnemers te vormen. Harry Price wilde voor eens en altijd te weten komen wat er precies aan de hand was met die zonderlinge pastorie.

22


13 Moest ik dit morgen voorlezen tijdens de griezeldag? Om een of andere reden leek het mij plotseling geen goed idee. Maar wat moest ik dan? Ik had geen zin om verder te lezen. Maar toch wilde ik weten hoe het afliep. Misschien moest ik de rest van het verhaal gewoon voorlezen, en zelf mee ontdekken hoe het einde van deze vreselijke geschiedenis in elkaar zat. Misschien vond meester Prijs het wel te lang en zei hij al na een paar pagina’s dat ik beter zou ophouden. In zekere zin hoopte ik het. Iets zei me dat ik een gevaarlijke vertelling gekozen had. Ik besloot niet meer verder te lezen. Morgen zouden we dan wel zien wat meester Harrie ervan vond. ‘Tijd brengt raad,’ zei mijn papa altijd. En dus …

23


14 Uit honderden kandidaten selecteerde Price de achtenveertig meest intelligente en betrouwbare mannen en vrouwen. De meesten waren studenten die tijdens weekends op de pastorie verbleven. Zij rapporteerden in de loop van het jaar vreemde, griezelige, soms ronduit angstaanjagende fenomenen in het huis. Opvallend was hoe dan ook de uitgesproken droefgeestige sfeer én de intense koude, hoewel het zomer was. In de notities van de onderzoekers staat een interessante beschrijving van het fijne sfeertje daar: koude stilte. ‘Haha, die handige Harry Price toch,’ lachte de meester overdreven luid. Niet voor niets noemden we hem weleens meester Herrie. Het volgende moment klonk een harde bons. Iedereen schrok. Vergiste ik me, of zag ik de meester glimlachen. Veel tijd om erover na te denken, had ik niet, want nu sloeg ergens een deur keihard dicht. En ditmaal kon het niet mijn zus geweest zijn. ‘Maajten Smif, zou je niet verder lezen, jongen?’ vroeg de meester op een lijzige8 toon. ‘Ik vind het wel een mooi verhaal, over die Blauwe Kamer en zo … Hoe kon je zo weten dat ik een fan ben van de pastorie van Borley?’

24


Ik slikte. De meester kénde het verhaal. Dat wist ik niet, kon ik niet weten; ik had er spijt van dat ik het wist. Maar ik kon niet meer terug, ik moést verder voorlezen. ‘Smif, die Blauwe Kamer, dat moet toch een fantastische ruimte geweest zijn. Jammer dat ik ze nooit kunnen bezoeken heb.’ Ik liet mijn ogen langs de muren van de klas glijden. De Blauwe Kamer, onze meester vond het wow, ik begreep nu waarom hij de klasmuren in deze kleur had geschilderd. Hoorde ik daar geritsel? Nee, toch niet wéér een rat in de klas. Tuurlijk niet. Het was geen geritsel, het leek wel … geknetter. Als van een vuur. Ik keek rond. Niks verdachts te zien. Natuurlijk niet. Ik had een veel te grote fantasie. Hoewel. Zag ik daar Wally en Nasira met gefronste wenkbrauwen zitten rondkijken? De meester zei dat ik verder moest lezen. Ik las:

25


15 Voor het onderzoek van Harry Price werd de pastorie van Borley volledig afgesloten en van de zolder tot de kelder uitgekamd, zodat men er zeker van kon zijn dat geen flauwe grappenmakers zich binnen in het huis bevonden. Ook de grote, overwoekerde tuin van de pastorie werd onderzocht. Onder rottende planken vond men het graf van een van de katten van de familie Bull. Op zich was dit geen verrassende of vreemde ontdekking. De familie Bull had katten gehouden om de talloze muizen die de grote pastorie bevolkten, te verjagen. Maar toen de onderzoekers een paar dagen later op dezelfde plek in de verwilderde tuin passeerden, vonden ze tot hun grote verbazing een diepe put van anderhalve meter diameter. Was iemand van de dorpelingen op die plek zo’n grote put komen graven? En zo ja, waarom? Naast de logische en normale geluiden die je in zo’n huis altijd wel kunt horen – muizen en krakende planken, bijvoorbeeld – signaleerden de onderzoekers een aantal ronduit onverklaarbare geluiden. Stemmen, voetstappen … Ik stopte met lezen, spitste de oren. Voetstappen, ik hoorde voetstappen. Ik hoorde wat ik aan het lezen was. Maar ik maande mezelf aan flink te zijn en door te lezen. Op dat moment zei Maaike achter mij: ‘Meester, ik heb plotseling vreselijke buikpijn. Echt heel erge buikpijn. Alsof iemand naalden in mijn buik steekt …’ Meester Harrie knikte en fluisterde: ‘Nog even en het zal wel overgaan …’ Met een hoofdknik maakte hij me duidelijk dat ik door moest lezen. 26


Op een dag overkwam een van de vrouwelijke onderzoekers wel iets héél akeligs. Ze bevond zich in de Blauwe Kamer en voelde zich ineens ontzettend slecht. Ze kon zich niet meer bewegen en leed intense pijn. Het was alsof er met naalden in haar hand werd geprikt. De vrouw schreeuwde om hulp. Toen ze even later weer kon bewegen, duurde het niet lang of ze voelde weer pijn, zij het ditmaal minder erg. Ik voelde dat ik weer zweette, net als vorige nacht. Ik hoorde dat ik niet meer aan het voorlezen was. Het leek alsof alles buiten mij om gebeurde.

27


16 Een maand later logeerden er ook onderzoekers uit het Britse leger in de pastorie van Borley. Toen een aanwezige onderzoekster de plaats naderde, waar voordien een andere vrouw helse pijnen had geleden, voelde ook zij dezelfde pijn. In de kamer werd de plek op de vloer met een merkteken aangeduid. Enige tijd later verdween een lege asbak uit de keuken spoorloos. Enkele dagen later vond men hem terug in de Blauwe Kamer. Exact op de gemarkeerde plek, alsof hij daar met een grote nauwkeurigheid was neergezet. Alsof er een betekenis achter zat. Niet veel later ontdekte men dat de plaats waar de asbak was geland ook de plek bleek te zijn waar mevrouw Smith had horen fluisteren én waar mevrouw Foyster een klap in haar gezicht had gekregen … Een andere onderzoeker hoorde op een nacht om 12.50 u. luid belgerinkel weerklinken. De bel? Wat kon dat gerinkel anders zijn dan de schoolbel. Maar toch niet op dit moment, dacht ik. Meester Harry glimlachte.

28


Hij nam zijn gsm van tussen de stapels papieren, tikte een paar keer en het gerinkel hield op. Ik had het moeten weten, dacht ik, de schoolbel klinkt anders. Enkele aanwezige onderzoekers trokken op verkenning in het grote donkere gebouw en ontdekten dat het gerinkel uit de Blauwe Kamer afkomstig was. Later bleek dat, toen het belgerinkel begonnen was, beneden een aantal boeken van een kast waren gevallen. Ik keek om. Naar de boekenkast. Ze stond er nog. Miranda kuchte nerveus, ze verschoof haar stoel. Niemand van de onderzoekers was op dat moment in de kamers waar de boeken naar beneden donderden, en het hele gebouw was verzegeld. Wie of wat was dan de oorzaak van deze gebeurtenis? Hoorde ik daar weer geknetter? Geknetter, dat is toch … Brand? Ik snoof. Maar meer dan de zweetgeur die Ben altijd meedroeg, viel er niet te ruiken.

29


Op een nacht werden twee onderzoekers gewekt door het geluid van verschuivende zetels. Het geluid kwam uit de Blauwe Kamer. Het geschuif werd gevolgd door een verschrikkelijke knal. Het luidste geluid in de hele onderzoeksperiode. Dat geknetter … Op een andere dag werd een van de onderzoekers in een kamer opgesloten terwijl er niemand in de buurt was. Hij had een klik gehoord, waarna hij de deur van de kamer niet meer kon openen … Het geknetter werd luider. Tijdens experimenten met een oude planchette, een soort plank die gebruikt werd om met geesten in contact te komen, verschenen diverse, duidelijk geschreven, boodschappen op het bord. Eén ervan was afkomstig van een geest die zichzelf voorstelde als Sunex Amures. Hij voorspelde dat de pastorie van Borley op 27 maart 1938 door een brand vernietigd zou worden. En dat men in het puin de beenderen van een persoon zou terugvinden. ‘Brand!’ Ik riep het. Iedereen veerde op. Al mijn klasgenoten wilden naar buiten lopen. Maar de meester riep: ‘Stooooop! Iedereen blijft zitten! Wat is dat nu, zeg?!’

30


Toen wende hij zich tot mij met een blik die weinig goeds deed vermoeden: ‘Maajten Smith, ik heb je gevraagd om voor te lezen, niet om paniek te zaaien. Lees voort!’ Heel precies 11 maanden later, op 27 februari 1939, was de nieuwe eigenaar van de pastorie, kapitein W.H. Gregson, in de hal dozen aan het uitpakken. Hij stootte per ongeluk een olielamp om. Het vuur verspreidde zich razendsnel en het huis raakte zwaar beschadigd. De verzekeringsmaatschappij onderzocht de zaak en concludeerde dat Gregson de brand opzettelijk had aangestoken. De schoolbel rinkelde. Rinkelde. Rinkelde. Driemaal, dat betekende dus … brandalarm!

31


Woorduitleg 1 het is niet om over naar huis te schrijven = het is niet erg bijzonder 2 pastorie = woning van een pastoor 3 oorvijg = slag om de oren 4 geestelijke = iemand die in dienst is van de kerk 5 graafschap = gebied van een graaf 6 rist = grote hoeveelheid 7 inderhaast = in haast 8 lijzig = saai, zeurderig

32


Maarten Smith heeft een bloedhekel aan griezelverhalen. Toch moet hij een eng verhaal voorlezen op griezeldag. Wanneer hij een mysterieus boek ontdekt, gebeuren er vreemde dingen.

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 6. ISBN 978 90 486 2537 6 Bestelnummer 60 1021 597 KB D/2016/0147/106 NUR 191 Illustraties: Maarten Zerelik Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 625376

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - 6e leerjaar - N2 - Griezeldag! by die Keure - Issuu