ucatieve uitgaven
BIEB
Groeten aan Peter Koen D'haene
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 6
7
Groeten aan Peter
1
Hoofdstuk 1 - Zoektocht Stiene houdt de foto nog eens in de richting van de bibliotheek. Ze ziet zichzelf weerspiegeld in de ramen. In de bibliotheek lopen mensen kriskras tussen de rekken. De boekenkasten zijn laag en Stiene kan dwars door het gebouw de andere kant van het park zien. Maar ze mag zich niet laten afleiden. Ze speurt voor de zoveelste keer de omgeving af. Hier ergens moet de enveloppe met de waardebon zijn verborgen. Het leek nog zo makkelijk. Het pad door het park naar de bib en dan de bank op het grasveldje. Nu zoekt ze hier al een kwartier. ‘Ook op zoek?’ Stiene schrikt. Enkele meters achter haar is een oudere man aan het speuren. ‘Euhm … Ja. Ik ben hier al een tijdje. Er is echt niets te vinden. En toch moet de enveloppe hier ergens zijn verstopt!’ De man lacht even. ‘Tja, het gaat erom als eerste de winnende enveloppe beet te hebben. Niet wie er als eerste in de buurt komt. Het moet toch wel een beetje spannend zijn, anders heeft niemand er iets aan.’ Zonder nog aandacht aan Stiene te besteden, gaat de man weer op zoek. Hij houdt zijn hoofd dicht tegen de grond en stapt met kleine pasjes over het gras.
2
Dit is echt niet eerlijk, vindt Stiene. Ze was met veel voorsprong als allereerste op de juiste plaats, dus heeft zij toch recht op de prijs? Ze ziet de man ineens in de richting van de zitbank lopen. Hij zal toch niet ...? Ze zocht daar ook een hele tijd. Tussen de spleten van de zitting en aan de achterkant van de leuning. Haar hart staat haast stil als in de verte drie jongens met het wedstrijdblad en de zoekfoto in de hand komen aanlopen. Ze kan wel huilen nu. De jongens stormen in de richting van het bloemenperkje in de buurt. Ze kijkt nog even naar de foto. Het perkje staat niet op de foto, dus daar kan de enveloppe toch niet zijn verstopt? Toch zet ze het paniekerig op een lopen. Je weet maar nooit. ‘Auw …!’ In haar haast struikelt Stiene onhandig over een steen. Ze strompelt even maar valt dan languit in het gras. Ze kijkt naar haar broek. Er zit een ferme scheur in, ma zal weer zeuren straks. Ook dat nog! Ze kijkt naar de steen die over het gras is geschoven. Die had ze niet eerder opgemerkt. Pas nu ziet ze een losse graszode op haar schoen. Die lag gewoon over de steen heen. Dan voelt ze haar hart bonken. In een flits weet ze het. Ze schuift de steen nog wat verder en grabbelt dan glunderend naar de vochtige enveloppe in een kleine kuil.
3
4
Hij is dicht, maar op de briefomslag staat het mooie logo van de wielerwedstrijd Gent-Wevelgem. Ze neemt de enveloppe beet en houdt hem in de hoogte. ‘Gevonden!’ roept ze luid naar de man bij de bank. Hij kijkt haar richting uit. Lachend komt hij op haar afgestapt. ‘Knap,’ zegt hij. ‘Ben jij dit jaar mooi de vip1 van de koers. Een meisje dan nog! Hou je van wielrennen?’ zegt hij idioot. Stiene kijkt hem zuur aan. ‘Natuurlijk hou ik van wielrennen. Waarom vraag je dat? Alsof ik zou deelnemen aan deze zoekwedstrijd als ik niet van de koers houd?’ De man schiet in de lach. ‘Sorry, hoor!’ zegt hij guitig. ‘Ik dacht alleen … Ah, het doet er niet toe. Natuurlijk kunnen ook meisjes van wielersport houden. Je boft …’ Stiene glundert. ‘Als je dat maar weet … Ik kijk er erg naar uit. Een hele dag vip in de koers en de wedstrijd volgen achteraan op de motor! Mijn pa zal stikjaloers zijn!’ ‘Is dat zo?’ zegt de man met knipperende ogen. ‘Wees maar zeker. Hij is ook op zoek naar de enveloppe nu. Hij dacht die te vinden op het sportterrein van de school. Ik herkende meteen de bibliotheek op de foto, maar ik zei het hem lekker niet.’ ‘Haha, groot gelijk!’ Stiene neemt haar smartphone uit haar achterzak. Ze zal pa snel eens bellen. ‘Wie is je favoriete renner?’ vraagt de man.
5
Stiene vindt het een rare vraag. ‘Vroeger was dat Tom Boonen, maar nu supporter ik voor Peter Sagan. Ik vind hem zo grappig! En de beste van allemaal …’ ‘Misschien wel,’ aarzelt de man. ‘Maar schrijf onze Belgische wielrenners maar niet te snel af, hoor. Tom Boonen won al drie keer in de Vanackerestraat. En vergeet Greg van Avermaet niet. Hij heeft Peter Sagan al enkele keren in de luren gelegd.’ ‘Dat is zo,’ zegt Stiene. ‘Maar meestal is Peter de beste toch, niet?’ De man glimlacht. ‘Je hebt gelijk. Ik laat je dan maar. Veel plezier op de motor. En doe de groeten aan Peter Sagan, als je hem ziet!’ ‘Ik hoop dat ik hem kan zien. Misschien vraag ik wel een handtekening dan. Als ik durf …’ De man kijkt met gefronste blik in haar ogen. ‘Jij bang? Ik geloof er niks van. En al helemaal niet van Peter Sagan!’ Stiene lacht nog eens. ‘Bye!’ zegt ze dan, terwijl ze op haar smartphone het nummer van haar vader tikt.
6
Hoofdstuk 2 - Bij de burgemeester Haar knieën knikken als Stiene op de houten bank aan de deur van het kabinet van de burgemeester wacht. Ze legt onwennig haar handen op de vuile vlekken op haar broek en schaamt zich voor het ongepaste shirt dat ze draagt. Ze was bij oom Henk aan het werk. Mortel maken voor de garage die hij aan het bouwen is. Na wielrennen is klussen haar grootste hobby. Ze vindt het zalig dat oom Henk haar vroeg om hem te helpen. Drie schoppen zand en een schop cement in de draaiende mortelmolen kletsen. Als de bak vol zit, legt ze de molen stil, plaatst de kruiwagen voor de opening en draait aan de hendel. Ze draait de hendel weer naar boven van zodra de kruiwagen halfvol is. Meer mortel kan ze niet vervoeren. ‘Niet erg, dan loop je gewoon dubbel zoveel heen en weer,’ lachte oom als ze met haar kruiwagen bij hem kwam. Ze vond het helemaal niet erg om zich uit te sloven. Als ze om tien uur maar even mocht ophouden om in het loket van het gemeentehuis haar vipticket af te halen. Dat mocht enkel vandaag, stond er op de bon in de briefomslag. En dus ging ze met een broek vol modder en natte plekken naar het gemeentehuis. Tot overmaat van ramp kreeg ze het ticket niet zomaar aan het loket. De vriendelijke mijnheer aan de balie zei dat de burgemeester op haar wachtte in zijn kantoor.
7
‘Moet dat echt?’ zei Stiene nog. ‘Waarom kan jij mij dat ticket niet gewoon geven? Ik heb nog veel werk bij oom Henk!’ Het hielp niet. De man en zijn vrouwelijke collega aan het bureau moesten hard lachen. ‘Ach, maak je geen zorgen, meisje. De burgemeester is een vriendelijke man. En hij zal het helemaal niet erg vinden dat je voor hem niet je mooiste pak hebt aangetrokken!’ Het kabinet van de burgemeester bevindt zich in een kasteel aan de overkant van de parkeerplaats. Er is een mooie brede trap en overal zijn burelen met grote houten deuren. Stiene kijkt naar de drukte van voorbijlopende bedienden en werkmannen. Ze is toch wel wat nerveus nu. Als de burgemeester maar niet te veel vervelende vragen stelt. Ineens gaat de deur open. Een man met een jeansbroek en een geruit hemd kijkt in de gang. ‘Ben jij Stiene?’ zegt hij. ‘Ja,’ zegt ze. ‘Ik heb een afspraak met de burgemeester. Ik moet bij hem langskomen om het vipticket van de koers af te halen. Van Gent-Wevelgem …’ prevelt ze. De man lacht. ‘Dat weet ik,’ zegt hij. ‘Kom maar binnen.’
8
9
Stiene haast zich achter de man aan. Ze kijkt in het kabinet. Zo statig en zo chic allemaal! Ze bekijkt de hoge ramen, de grote houten stoelen, de robuuste tafel … De man die haar binnenliet, rommelt achter haar in een hoge kast. Er zit niemand achter de tafel. Waar zou de burgemeester zijn? Ze hoopt maar dat ze niet te lang op de belangrijke man moet wachten. Oom Henk heeft haar nodig! ‘Ga maar zitten, hoor,’ zegt de man vriendelijk. Stienes mond valt open. De man met het geruite hemd komt vanachter haar en gaat prompt op de hoge stoel achter de tafel zitten. Hij steekt zijn hand naar haar uit. ‘Goedemorgen,’ zegt hij dan. ‘Ik ben de burgemeester van Wevelgem. Maar zeg maar gewoon Jan, hoor!’ Stiene moet even slikken. ‘Euhm, oké. Dag Jan …’ De burgemeester leest nog eens wat er staat geschreven op het document dat hij in zijn hand houdt. ‘Zo,’ zegt hij. ‘Jij vond dus als eerste de waardebon voor het vipticket. Goed gedaan, hoor! Het is de eerste keer dat de winnaar nog zo jong is. En dan nog een meisje!’ Stiene zucht. Ook hij weer! Dat doet er toch niet toe? ‘Waarom zouden meisjes niet van de koers …’ De burgemeester laat haar niet uitspreken. ‘Ik snap het,’ lacht hij. ‘Natuurlijk kunnen meisjes ook van koers houden. En ik ben daar heel blij om. Hoe meer supporters voor de koers, hoe beter.’ Hij kijkt Stiene even aan. Ze schuift onwennig op haar stoel.
10
‘Ga je vaak naar de koers kijken?’ vraagt hij dan. ‘Ja, hoor,’ vertelt ze. ‘Samen met mijn pa. Zijn vriend woont in Kuurne, vlak bij de aankomst van de wedstrijd KuurneBrussel-Kuurne. We gaan elk jaar bij hem thuis kijken. En de vrijdag voor Gent-Wevelgem gaan we naar de aankomst van de E3-prijs in Harelbeke. Ook daar wonen vrienden van pa en ma …’ ‘Ja, er zijn wel wat wedstrijden in onze streek. Maar, die van ons is de mooiste, hoor!’ zegt de burgemeester trots. ‘Weet je dat Gent-Wevelgem al meer dan 80 jaar bestaat? Na de Ronde van Vlaanderen is het de mooiste koers in Vlaanderen en de enige wielerklassieker die over de Kemmelberg rijdt.’ ‘Weet ik,’ zegt Stiene stoer. ‘Vorig jaar gingen we kijken naar de passage op de Kemmelberg. Op de kasseien!’ ‘Mooi,’ zegt de burgemeester. ‘Maar dit jaar wordt het voor jou wel heel bijzonder. Kijk …’ Hij buigt over zijn bureau om samen met Stiene naar het document in zijn hand te kijken. ‘Met dit ticket mag je die zondag gratis met de trein naar Deinze. In eerste klasse! Op de trein zal Rudy je vergezellen. Rudy is een echte koersfanaat2. Hij weet alles over de koers. Hij zal je alles vertellen wat je wil weten. In Deinze zal hij met je naar de startplaats van de renners gaan.’ Hij wacht even. ‘Zeg, je weet toch dat de startplaats van de wedstrijd niet in Gent, maar in Deinze is …?’ Stiene zucht. ‘Zeg! Wie weet dat nu niet?’
11
De burgemeester lacht even, maar gaat dan verder. ‘In Deinze zal Guy je opwachten. Bij hem kan je dan achterop de motor, van de start tot aan de aankomst. Na de wedstrijd kan je dan met hem naar de grote vipreceptie in de feestzaal.’ Hij kijkt haar even aan. ‘Begrijp je alles? Kijk, in de enveloppe zit nog een brief met alle uitleg. Toon die maar eens aan je ma of pa, dan kunnen zij …’ Stiene neemt het papier uit zijn hand. ‘Ik lees het zelf wel, hoor!’ De burgemeester kijkt haar wat verbouwereerd3 aan. ‘Oké, dat is goed!’ lacht hij dan. Verstrooid grabbelt hij ineens in de bovenste lade van zijn bureau. Hij haalt er een kartonnen kaart uit. Bovenop staat het logo van de gemeente Wevelgem. Een gouden berg in een blauwe lucht. ‘Zeg Stiene, mag ik jou iets vragen?’ zegt hij wat bedeesd. ‘Dat mag!’ ‘Wel … Misschien zal je voor of na de wedstrijd Peter Sagan zien. De wereldkampioen, je herkent hem wel aan de regenboogkleuren op zijn trui.’ ‘Zeg, doe nu eens normaal …’ ‘Ha, oké, sorry …’ mummelt de burgemeester. ‘Wil je hem vragen of hij zijn handtekening op deze kaart van het gemeentebestuur wil plaatsen?’ Stiene grijpt de kaart vast. ‘Geen probleem, je kan op me rekenen!’ zegt ze. ‘Doe je hem ook de groeten van me?’ ‘Dat doe ik!’ zegt Stiene. ‘Bye, burgemeester Jan!’
12
13
Hoofdstuk 3 - Weet je wat een waaier is? Stiene is trots als ze zich neervlijt op de mooie treinbanken in eerste klasse. Ze reist vaak met de trein, maar in deze deftige wagons komt ze normaal niet. Gelukkig heeft ze vandaag haar broek met vuile vlekken niet aan. Rudy is een minzame man. Als hij haar groette, deed hij erg onwennig. Maar na een tijdje begon hij te vertellen. De burgemeester had echt gelijk: die man weet gewoon alles over de koers! ‘Weet je dat de aankomst van Gent-Wevelgem van 1947 tot 1959 op het vliegveld was?’ zegt hij als de trein een hele tijd naast de landingsbaan van de luchthaven van Wevelgem blijft rijden. ‘Rik Van Looy en Briek Schotte wonnen hier de wedstrijd.’ Neen, dat wist Stiene niet. Je mag haar alles vragen over de koersen van nu, maar hoe het vroeger was, dat weet ze niet. ‘Briek Schotte ken je toch, hé? IJzeren Briek noemden ze hem. Hij is een van de grootse Belgische renners ooit. Net als Gaston Rebry. Die wielrenner uit Wevelgem won drie keer Parijs-Roubaix4. Zijn supporters wilden hem ook eens een koers in eigen gemeente zien winnen. Daarom richtten ze Gent-Wevelgem op.’ Rudy kijkt haar even afwachtend aan. ‘Dat is wel bijzonder, hé?’ zegt hij. ‘Bwa …’
14
‘Haha,’ lacht Rudy. Stiene ziet dat hij twijfelt. Hij blijft even stil. Pas als de trein het station van Kortrijk uitrijdt, komt hij weer dichter bij haar om haar iets te vertellen. ‘Er zijn vijf renners die al drie keer Gent-Wevelgem hebben gewonnen. Robert Van Eenaeme, Rik Van Looy, Eddy Merckx, Mario Cipollini en Tom Boonen. Zij zijn de recordhouders.’ Hij wacht even en hoopt dat Stiene iets zal zeggen. ‘Wacht maar …’ zegt ze. Ze ziet Rudy met grote ogen naar haar kijken. ‘Wat bedoel je?’ ‘Wacht maar, nog even en ze zijn hun record kwijt. Peter Sagan zal minstens vijf keer winnen. Daar ben ik heel zeker van!’ Rudy lacht. ‘Je zou weleens gelijk kunnen hebben. Hij won de wedstrijd al eens in 2013. Misschien wint hij vandaag wel. Maar hij is nog lang niet klaar met Tom Boonen, hoor. Die is de beste als ze in waaiers gaan rijden.’ Nu schrikt Stiene op. Dat heeft ze nog niet gehoord. ‘In wat gaan ze rijden …?’ ‘In waaiers. In de open vlakte van De Moeren, de streek rond Veurne, is het altijd beuken tegen de wind. Dan gaan de Belgische renners om beurt vooroprijden en lossen elkaar snel af. Zo ontstaan kleine groepjes. De buitenlandse renners zijn hier niet mee vertrouwd en verspillen veel krachten.’ ‘Ik snap het,’ zegt Stiene.
15
Rudy zegt weer even niks meer. Maar even later zit hij haar weer allerlei weetjes en bijzonderheden over de wielersport te vertellen. Over Freddy Maertens, Francesco Moser en Bernard Hinault bijvoorbeeld. En over winnaars met rare namen. Henk Lubberpudding, Thor Hutspot en Djamel Abdoujapardon. Of zoiets. Al snel rijden ze het station van Deinze binnen. Als de trein traag langs het perron schuift, richt Rudy zich plots nerveus op. Hij drukt zijn gezicht tegen het venster om beter te kijken. ‘Kijk, zie je die man met die blauwe tas? Dat is Roger De Vlaeminck! Hij won heel veel klassiekers, maar kon nooit winnen in Gent-Wevelgem. Hij was maar liefst vier keer tweede en ook nog eens derde. Formidabele coureur was dat!’ zegt Rudy enthousiast. ‘Die ken ik ook wel,’ zegt Stiene. ‘Mijn moeder moet er niks van weten. Ze zapt hem altijd weg als hij op televisie komt.’ Rudy gaat niet op haar opmerking in. ‘Genoeg gepalaverd over de koers van vroeger,’ zegt hij dan. ‘Tijd voor de wedstrijd van vandaag. Guy zal op je wachten aan de inkomdeur van het station. Je boft wel dat je met hem mee mag, hoor! Hij is een van de beste volgers op de motor.’ Dat had haar vader ook al gezegd. Dat hij al vele jaren meerijdt als motorrijder in de Ronde van Frankrijk en dat de beste persfotografen bij hem op de motor zitten. Omdat hij de behendigste rijder en de grootste waaghals is. En omdat hij de beste plekjes weet waar fotografen de mooiste foto’s kunnen maken.
16
17
Stiene kijkt achterom. Rudy staat al te praten met een andere koersfanaat. Ze hebben het over Frank Vandenbroucke. Die renner van het liedje van Wannes Cappelle, weet ze. Ineens klinkt het lied in haar hoofd. ‘Kom maar were, ‘k ga der staan. Kom maar were, ‘k ga der staan’. Haar vader zingt het zo vaak in huis. Frank Vandenbroucke won in 1998 Gent-Wevelgem. Dat hoeft Rudy haar niet te vertellen. Ineens staat hij weer naast haar. Hij wijst naar een man naast de inkomdeur van het station. Een man met een dik zwart motorpak en een helm in de hand. ‘Kijk, daar heb je Guy. Ga maar naar hem toe.’ Rudy zwaait naar Guy, die cool zijn duim in de hoogte steekt. ‘Veel plezier, Stiene. Zeg, als je Peter Sagan ziet, doe je hem de groeten van me?’ ‘Natuurlijk doe ik dat,’ zegt ze. ‘Dag Rudy!’
18
Hoofdstuk 4 - Achterop de motor ‘Ben je klaar?’ zegt Guy. Zijn stem klinkt duidelijk in Stienes oortje. ‘Ja, hoor,’ roept ze veel te luid. Alsof ze over het geluid van de volgwagens6 en motoren heen moet schreeuwen. Maar ze heeft het oortje en microfoontje natuurlijk niet voor niets gekregen. Tot hiertoe bleef Guy helemaal achteraan rijden. Ze vertrokken pas nadat de renners al zeker tien minuten onderweg waren. Stiene bleef al die tijd onwennig rond Guy drentelen in het zware motorpak. Gelukkig was het net wat te ruim voor haar en zat het niet te strak. ‘Normaal gezien rijd ik helemaal vooraan in de koers,’ zei Guy. ‘Ik moet dan een van de officiële persfotografen de kans geven foto’s te maken van de renners in de kop van de wedstrijd. Zeker op het einde, als ze de aankomst naderen, is dat heel spannend. Dan moet ik me een weg banen tussen toeterende sportdirecteurs en wedstrijdcommissarissen5. De vorige maanden zijn veel ongelukken gebeurd omdat motoren de renners hinderden. Ik pas wel op, hoor. Maar ik volg al twintig jaar de koers, ik weet een beetje hoe het moet ondertussen!’ lacht hij. Stiene zag zijn pretoogjes. Hij houdt vast heel veel van zijn werk. ‘Vandaag heb ik eigenlijk vrijaf,’ zei hij nog. ‘Maar ze vroegen me om een vip rond te voeren. Dat ben jij dus!’ Stiene glunderde. Ook omdat hij geen opmerkingen maakte omdat ze nog zo jong en een meisje is.
19
Ineens begint de motor veel harder te rijden. Zonder nadenken grijpt ze Guy stevig vast. Ze houdt haar handen gespannen om zijn middel. Hij mindert meteen vaart. ‘Je bent toch niet bang?’ klinkt het in haar oortje. ‘Nee, hoor!’ roept ze stoer. Ze is het wel een beetje, maar geen haar op haar hoofd dat eraan denkt dat toe te geven. Ze klemt haar armen nog wat steviger rond zijn leren motorpak. ‘Geef maar gas!’ roept ze. Ze zoeven de kleurrijke wedstrijdwagens voorbij. Stiene probeert alle reclameslogans en namen van sponsors te lezen. Er zijn niet zoveel Nederlandstalige opschriften te lezen. Ze herkent Franse, Duitse en Engelse woorden. Maar ook talen die ze niet snapt. Spaans of Italiaans bijvoorbeeld. En woorden die ze niet eens kan uitspreken; Pools, Deens of Russisch, denkt ze. Of Slovaaks, uit het land van Peter Sagan. Nu en dan toetert Guy als hij een andere motor voorbijsteekt. Enkele keren vertraagt hij ook en blijft een tijdje naast een andere motorrijder rijden. Ze wisselen even een blik of steken hun duim uit. Maar al snel scheurt hij weer over de weg.
20
21
Hij vertraagt als ze de eerste renners voorbijsteken. Ze ziet renners die aan de volgwagen hangen terwijl een technieker uit het raam hangt en sleutelt aan een wiel of ketting. Hier en daar is een renner aan het open raam in gesprek met zijn sportdirecteur. Enkele renners staan aan de kant te prutsen aan hun fiets. Opeens rijdt Guy weer heel traag. Stiene kijkt wat er voor hem te zien is. Ze zijn bij de achterkant van het wielerpeloton gekomen. Stiene geniet van het zicht op de renners in hun kleurrijke pakjes. Wat zien ze er klein en mager uit! Op televisie lijken ze veel groter en krachtiger. Gespierder ook, al weet ze dat het gezichtsbedrog is. Als ze naar de kuiten van de renners kijkt, ziet ze alleen gespannen spieren. ‘Welke renner wil je zien?’ vraagt Guy. ‘Peter Sagan!’ roept ze zonder twijfelen in haar microfoontje. Guy lacht. ‘Ik dacht het wel! Iedereen wil met Sagan op de foto. Ik probeer hem te vinden in het peloton. Met zijn wereldkampioenentrui is hij makkelijk te herkennen. Knijp maar in mijn zij als je hem ziet, dan probeer ik wat trager te rijden of dichter bij hem te komen.’ Hoe fantastisch is dit nu. Guy gaat heel behoedzaam aan de linkerkant rijden, net iets sneller dan de renners. Ze krijgt de kans om alle renners aandachtig te bekijken. Maar met die fietshelmen en zonnebrillen is het moeilijk om gezichten te herkennen.
22
‘Kijk, net voor ons rijdt Tom Boonen! Ik ga er eens naast rijden, goed?’ ‘Ja, hoor!’ zegt Stiene. Ze spreekt veel stiller nu. Ze is bang om de renners te storen, al is dat natuurlijk een gek idee. Geen renner die opkijkt als zij voorbijkomen. Voor hen is Stiene natuurlijk geen vip. Guy rijdt nu heel voorzichtig naast het peloton. Stiene kijkt naar rechts, pal in het gezicht van Tom Boonen. ‘Je ziet hem toch, hé?’ klinkt de stem van Guy. ‘Ja hoor!’ Terwijl ze het zegt, kijkt de wielrenner net even naast zich, recht in haar ogen. Niet wegkijken nu, denkt ze. Blijven kijken. Maar dan dwalen de ogen van Tom Boonen weer weg. Hij grijpt naar zijn drinkbus en laat zich afzakken in de groep renners. Guy rijdt weer verder tot aan de kop van het peloton. Stiene ziet ineens de kampioen van België. Ze heeft geen idee meer hoe hij heet. Het was een onverwachte winnaar, maar ze kan zich zijn naam niet meer herinneren. Hij rijdt naast de kampioen van Nederland. Die kent ze wel: Niki Terpstra. Guy blijft een hele tijd aan de linkerkant van het peloton rijden om haar de kans te geven de renners te bekijken. Stiene geniet ervan. Het is alsof ze zelf wielrenner is nu. ‘We gaan nu Greg van Avermaet voorbijsteken,’ roept hij ineens. Stiene richt zich op. Ja, ze herkent de Belgische toprenner. Hij rijdt bij enkele renners van zijn ploeg. Philippe Gilbert is een van zijn ploegmakkers, maar ze weet niet of hij het is die naast Greg rijdt.
23
‘Van Avermaet is mijn favoriet!’ roept Guy in haar oortje. ‘Het zal niet lang meer duren of hij wint een heel grote koers. Of een belangrijk kampioenschap!’ Ze steken nog meer bekende renners voorbij. Stiene herkent geen van hen, het gaat allemaal veel te vlug en ze krijgt niet de kans om haar lijstje met rugnummers te raadplegen. Maar gelukkig herkent Guy veel renners zomaar. Fabian Cancellara. Sep Vanmarcke. Jurgen Roelandts. Maar als ze een hele tijd later door de wedstrijddirecteur worden aangemaand om niet langer naast het peloton te rijden, schiet Guy als een pijl vooruit. Ze hebben Peter Sagan nog steeds niet gezien als ze een heel eind voor de renners over de kasseien van de Kemmelberg dokkeren. Vanaf de heuvelzone krijgen ze niet meer de kans om zich bij de renners te voegen. ‘Het wordt veel te hectisch7 en gevaarlijk nu,’ zegt Guy. ‘In de finale van zo’n wedstrijd is er geen plaats meer voor meisjes op een motor. Zelfs al zijn ze vip,’ lacht hij. ‘Hou je vast,’ zegt hij dan. Hij geeft ineens veel meer gas en in geen tijd razen ze in een rotvaart richting Wevelgem. Stiene vindt het jammer, maar ze snapt het wel. Ze wil er niet aan denken dat door hun fout een renner tegen de vlakte gaat of dat er door haar een valpartij in het peloton zou zijn.
24
Peter Sagan zien ze rond vijf uur voor het eerst. Op het grote televisiescherm in de Vanackerestraat. Hij steekt zijn arm in de hoogte en laat trots zijn regenboogtrui zien als hij als eerste van een groep van vier renners over de aankomststreep raast. Stienes hart slaat wild van opwinding en ontroering als ze de beelden ziet. ‘Ik ga met je mee tot aan de feestzaal,’ zegt Guy als ze even later allebei in hun gewone outfit weer bij de motor staan. Ze konden zich omkleden in een kleedkamer van de sporthal. Het doet raar Guy als een gewoon mens en niet als een motorrijder te zien. Hij ziet er ook heel gewoon uit. Hij draagt een losse trui en een verkleurde jeansbroek. Maar zijn speelse lach en knipperende ogen zijn niet verdwenen. ‘Oké,’ zegt Stiene alleen. Ze kijkt om zich heen en hoopt vrienden van haar te herkennen in de mensenzee op straat. Maar ze herkent niemand tussen het volk en de talen die ze hoort. Feestzaal Corita is vlakbij. Stiene kwam hier vroeger weleens op de parkeerplaats spelen, maar ze kwam niet eerder in de zaal. ‘Hier mag je binnengaan. Toon maar je armbandje aan die man aan de deur en vraag gewoon naar mijnheer Rik. Die zal hier voor je zorgen. Goed?’ ‘Tuurlijk, geen probleem,’ zegt Stiene. ‘En doe je hem de groeten van me?’ Stiene aarzelt.
25
26
‘Wie moet ik de groeten doen?’ zegt ze. ‘Peter Sagan?’ Guy schiet in de lach. ‘Neen, niet Peter Sagan. Ik weet niet eens of hij hier nu al is. Die staat nu vast de journalisten van de kranten en de televisie te woord. En hij moet nog op het podium natuurlijk.’ Stiene vindt het jammer dat ze er niet kon bij zijn toen de eerste drie wielrenners op het ereschavot gingen staan. Maar je kan nu eenmaal niet overal tegelijk zijn, ook al ben je vip. ‘Doe de groeten aan Rik!’ zegt Guy nog. Hij geeft haar geen hand, maar stoot even in haar zij en stapt dan snel de andere kant op. Overal roepen mensen naar hem. Leuke man, vindt Stiene.
27
Hoofdstuk 5 - Rik Ook Rik is een aardige en leuke man. Hij schudt haar vriendelijk de hand. ‘Ik ben trots om met jou op stap te mogen gaan,’ grapjast hij. ‘Kom maar mee!’ Stiene werpt een blik in de grote feestzaal. Die staat vol mooi versierde receptietafels en het ruikt er heel lekker. Warme toastjes, denkt ze. Ze is er gek op. Mooi uitgedoste obers doorkruisen de zaal met flessen champagne en kannen vruchtensap. Anderen hebben serveerborden met schuimende glazen blond bier mee. Veel volk is er nog niet, maar achter haar komen heel wat mensen binnen. Rik duwt de deur van een klein lokaaltje open, maakt een buiging en nodigt haar met gestrekte arm uit om het lokaaltje binnen te gaan. ‘Na u, edele juffrouw Stiene!’ Hij kijkt haar ernstig en tegelijk lachend aan. Wat is hij een grappige man! Meer mensen zijn er niet in de ruimte. Stiene gaat aan een kleine tafel tegenover Rik zitten. ‘Weet je wie ik ben?’ zegt hij. ‘Euhm … ik heb daar eigenlijk geen idee van …’ zegt ze eerlijk. ‘Maar ik denk dat jij een journalist bent. Schrijf je niet over de wielersport in de krant?’ ‘Aha, dan weet je toch al iets!’ zegt hij. ‘Ja, dat was vroeger ook echt mijn beroep. Sportjournalist. Maar later schreef ik boeken over wielrenners. Over Eddy Merckx, die ken je wel, hé.
28
Maar ook over Patrick Sercu, Freddy Maertens en Johan Museeuw. Ik schreef ook een boek over Gent-Wevelgem, want ik ben in deze gemeente geboren. Later werkte ik in Oudenaarde. Ik was er directeur van een museum over de Ronde van Vlaanderen.’ Hij stopt ineens. ‘Genoeg over mezelf nu! Vertel eens wat jij allemaal deed vandaag.’ Gretig vertelt Stiene over haar kennismaking met Rudy en haar avonturen achterop de motor van Guy. ‘Het was al een spannende dag voor jou,’ zegt Rik. ‘Maar nu word je pas echt vip. In deze feestzaal komen alleen heel belangrijke mensen. Fabrieksdirecteurs en bedrijfsleiders die heel veel geld geven aan de wielersport. Sponsors, je kent het woord wel. Maar ook politici, journalisten, managers, belangrijke ambtenaren, organisatoren van andere wedstrijden in binnen- en buitenland, vroegere winnaars en wielerkampioenen. Weet je wat? Loop hier maar wat rond. Proef van de lekkere hapjes en drink een glaasje champagne. Of mag dat nog niet?’ ‘Neen, hoor,’ zegt Stiene. ‘Dat doe ik echt niet. Ik drink wel vruchtensap of frisdrank. Of hebben ze dat hier niet?’ ‘Jawel, hoor,’ zegt Rik snel. ‘Kijk maar rond. En binnen een halfuurtje kom je terug naar dit lokaaltje. Ik zal je hier opwachten. Goed?’
29
Stiene kijkt zich de ogen uit tussen al deze belangrijke mensen. Ze zijn allemaal erg deftig gekleed. Ook de vrouwen zien er schitterend uit met sierlijke kapsels, bijzondere kledij en blinkende sieraden. In geen tijd loopt de zaal helemaal vol. Stiene neemt een drankje en mist geen enkel hapje. Ze weet niet wat ze allemaal eet, maar lekker is het wel. Soms kijkt een ober haar een beetje verbaasd aan. Kinderen zijn hier niet en al zeker niet op hun eentje. Dan haast ze zich om hen haar viparmband te tonen. Ze lachen haar altijd vriendelijk toe. In de zaal heerst opgewonden gefluister. Nu en dan klinkt luid gelach en enkele keren haasten mensen zich naar een bepaalde plaats. Waarschijnlijk omdat daar een belangrijke of bekende gast is opgedoken. Kijk, daar heb je burgemeester Jan! Deze keer heeft hij geen jeansbroek aan, maar een deftig kostuum. Stiene kan zich maar net inhouden om niet eens naar hem te zwaaien. Dan kijkt ze verder de zaal rond. Zou Peter Sagan hier ook zijn? Stiene vindt het eigenlijk erg vervelend in deze zaal. De hapjes zijn wel heerlijk, maar ze heeft niemand om tegen te praten. En al die deftige mensen … Ze houdt er niet veel van. Gelukkig is een halfuurtje snel om. Ze haast zich naar het lokaaltje en is blij dat ze Rik bij de deur ziet. ‘Ik heb voor jou nog een verrassing in petto,’ zegt hij. ‘Kom, we moeten snel weg, veel tijd is er niet!’ Hij haast zich tussen de mensenmassa in de brede gang. Stiene heeft moeite om hem te volgen naar de uitgang.
30
Hoofdstuk 6 - Eindelijk! Even later staan ze samen aan de deur van een klein lokaal aan de aankomststreep van de wedstrijd. Daarstraks liepen ze haastig tussen honderden mensen die op de terrasjes van de herbergen napraatten over de wedstrijd. Sommigen van hen hadden wel drie glazen bier in de hand! Maar hier is het stil. De deur van het lokaal is gesloten, maar Rik klopt even op het raam. Al snel opent iemand de deur. Een man met een bril schudt Rik de hand maar legt snel zijn vinger op zijn lippen. ‘Ze zijn nog bezig. La Gazetta dello Sport! Maar het zal zo afgelopen zijn,’ fluistert hij. Rik gaat binnen. Dan reikt de man ook Stiene de hand. ‘Dag Stiene! Ik ben Luc. Was het een een leuke dag?’ ‘Ja, hoor,’ zegt ze stilletjes. Ze gaat met ingehouden adem het lokaaltje binnen. Er zitten verder alleen nog twee mannen aan een klein tafeltje in het lokaal. Stiene schrikt zich ineens een hoedje. ‘Maar … Daar zit Peter Sagan! Echt?’ Luc lacht. ‘Jazeker! Hij is in gesprek met een journalist van de Gazetta, de belangrijkste Italiaanse sportkrant. Maar het zal zo afgelopen zijn.’ Op hetzelfde moment staan ze op. Peter schudt de man de hand en gaat weer zitten.
31
De journalist neemt zijn tas en gaat haastig naar buiten. Hij kijkt maar even op. Erg vriendelijk lijkt hij niet. ‘Ciao!’ roept Rik. De Italiaanse journalist kijkt verrast op. ‘Ciao!’ zegt hij dan nors. Rik moet erom lachen. Luc klopt even op Stienes schouders. ‘Kom maar mee,’ zegt hij. Hij gaat naar de tafel van Peter Sagan. ‘Peter, this is Stiene. She was the vip of the race today.’ Peter veert op en kijkt haar lachend aan. ‘Hello Stiene! So nice to meet you!’ ‘Euhm… Ik ook,’ zegt ze stuntelig. Luc steekt een dik boek in de handen van de kampioen. ‘Could you sign it for her?’ ‘With pleasure,’ zegt hij. Hij slaat de kaft open en krabbelt iets in het boek. Dan geeft hij het aan Stiene. ‘It’s all yours,’ glundert hij. Ze kijkt naar de foto op de kaft. Ze herkent de Vanackerestraat met Tom Boonen die zegevierend over de aankomststreep rijdt. Dan ziet ze de namen van de schrijvers. Hé, hoe leuk! Het boek is geschreven door Rik en Rudy. Ook de naam van de derde schrijver kent ze. Hij is een kinderboekenschrijver. Enkele jaren geleden was hij bij haar in de klas bij juffrouw Tamara. Dan kijkt ze snel wat Peter heeft geschreven. ‘Greetings to Stiene. With all my love!’
32
Ze krijgt rode wangen als ze het leest. Ze slaat haar gezicht op. Peter schiet in de lach. ‘You happy?’ ‘Yes!’ Hij geeft haar nog een schouderklopje. Dan kijkt hij naar Rik. ‘We have to go?’ ‘Yes …’ En daar verdwijnt haar grote idool uit het lokaal. Ongetwijfeld is hij op weg naar alweer een andere persbabbel. Of misschien moet hij een interview geven voor de televisie?
33
Hoofdstuk 7 - De Tuba Aan de bar van het kleine café De Tuba bladert Stiene trots in het boek dat ze van Luc kreeg. Ze herkent veel namen van renners waarover Rudy haar deze morgen gesproken heeft. Ineens neemt pa het boek uit haar handen. ‘Kijk maar eens,’ zegt hij aan zijn vrienden. Die hebben allemaal een geel petje aan. Het zijn de ‘Parijs-Roubaixvrienden’. Je ziet ze elk jaar bij de aankomst en ze zijn allemaal fan van Tom Boonen. Ze kijken in het boek en naar de handtekening van Stiene. ‘Als die Peter Sagan van jou ooit eens Parijs-Roubaix wint, wil ik ook zo’n handtekening,’ zegt de man met het woordje ‘voorzitter’ op zijn pet. ‘Als hij wint, àls hij wint …’ buldert een andere man. ‘Onze Tom won die koers maar liefst vier keer. Sagan reikt nog niet tot zijn enkels!’ De anderen schieten in de lach. ‘Oh ja,’ zegt Stiene ineens. ‘Pa, ik moest je de groeten doen!’ Het is ineens stil. ‘De groeten van Peter Sagan? Aan mij?’ zegt pa verwonderd. Ineens wordt het heel stil. Ook de ‘ParjisRoubaix-vrienden’ kijken haar nu met open mond aan. Nu schiet Stiene in de lach.
34
35
‘Maar neen, niet van Peter Sagan! Van Luc, de mijnheer van de koers!’ ‘Haha,’ lacht pa. ‘Dat is ook goed, hoor. Kom Stiene, we zijn weg. Ik heb zin in een braadworst en straks gaan de eetkraampjes dicht.’ De ‘Parijs-Roubaix-vrienden’ kijken al niet meer op en bestellen nog een glas bier bij barman Bart. Stiene loopt achter haar vader aan. Maar een braadworst zal ze niet meer eten, daarvoor heeft ze tijdens de vipreceptie net te veel hapjes genomen. Met dank aan Peter Sagan.
36
Nawoord Gent-Wevelgem is na de Ronde van Vlaanderen de belangrijkste wielerwedstrijd in Vlaanderen. De wedstrijd werd voor het eerst gereden in 1934. De grootste wielerkampioenen stonden als overwinnaar op het podium. Sinds vele jaren start de wedstrijd in Deinze. Het parcours leidt door de Noord-Franse en West-Vlaamse heuvelstreek, onder meer over de lastige Kemmelberg. De aankomst ligt in de beroemde Vanackerestraat in het centrum van de gemeente Wevelgem. Daar staat ook het wielermonument Via Vanackere. In 2016 kwam de Slovaakse toprenner Peter Sagan voor de tweede keer als overwinnaar over de streep. Hij droeg toen de regenboogtrui omdat hij in 2015 wereldkampioen was geworden. Ook in 2016 werd hij wereldkampioen. Peter Sagan is heel populair omdat hij niet alleen een heel goede wielrenner is maar bovendien ook nog een heel grappige en vriendelijke man.
37
Woorduitleg 1 vip = afkorting voor very important person, wat ‘erg belangrijk persoon’ betekent. Dit woord wordt gebruikt om beroemdheden en erg belangrijke mensen aan te duiden. 2 koersfanaat = iemand die erg veel van de wielersport houdt en er ook heel veel over weet. 3 verbouwereerd = beduusd, heel erg verbaasd 4 Parijs-Roubaix = na de Ronde van Frankrijk de belangrijkste wielerwedstrijd in Frankrijk. Roger De Vlaeminck en Tom Boonen wonnen de koers elk vier keer en worden ‘Monsieur Parijs-Roubaix’ genoemd. 5 wedstrijdcommissaris = iemand die in naam van de organisatie een taak vervult tijdens een wedstrijd. 6 volgwagen = wagen van een ploegbestuurder, verzorger of wedstrijdcommissaris die achter de renners rijdt. 7 hectisch = heel druk en rommelig
38
Personen Jan Seynhaeve is sinds 2004 burgemeester van Wevelgem. Koersfanaat Rudy Neve schreef boeken en artikelen over Gent-Wevelgem en de wielersport. Guy De Vuyst is al vele jaren motorrijder voor internationale persfotografen in alle grote wielerwedstrijden. Rik Vanwalleghem was sportjournalist en directeur van het Centrum Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde. Hij schreef vele boeken over wielrenners en de wielersport, o.m. Gent-Wevelgem 75 (samen met Rudy Neve en Koen D’haene). Luc Gheysens is al 35 jaar lang de voorzitter van ‘Het Vliegend Wiel’, de organisator van Gent-Wevelgem. Wannes Cappelle is een Vlaamse zanger en muzikant. Zijn groep heet ‘Het Zesde Metaal’. Zijn liedje Ploegsteert gaat over de wielrenner Frank Vandenbroucke. Parijs-Roubaix-vrienden: een groep wielerliefhebbers uit Wevelgem. Ze kamperen elk jaar langs het parcours van de Franse wielerwedstrijd en supporteren aan de aankomst van Gent-Wevelgem. Ze zijn herkenbaar aan hun gele petjes.
39
40
Stiene houdt heel veel van de wielersport. Haar grote idool is de Slovaakse wielrenner Peter Sagan. Ze wint een zoekwedstrijd en mag de hele dag mee als vip tijdens de wielerwedstrijd Gent-Wevelgem. Ze maakt kennis met belangrijke personen die haar alles over de koers vertellen. Maar zal ze er ook in slagen om haar grote idool te ontmoeten?
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 6. ISBN 978 90 486 2537 6 Bestelnummer 60 1021 597 KB D/2016/0147/106 NUR 191 Illustraties: Kris Seynhaeve Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 625376
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.