Skip to main content

Verrekijkerbieb - 6e leerjaar - N1 - Wat een juweel!

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Wat een juweel! Tine Mortier

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 6

6


Wat een juweel!

1


2


Verboden terrein In dit boek laat ik je kennismaken met een juwelier. En eerlijk: dat was makkelijk zat voor mij. Ik ben namelijk getrouwd met een man die juwelen maakt. Dat maakt van mij een ontzettende gelukzak: ik zal lekker nooit zonder mooie spullen komen te zitten. Nu zou je denken dat ik door mijn man wel ongeveer alles van juwelen afweet. Wel, euh … eigenlijk niet. Het zit zo: ik kom helemaal nooit in de werkplaats van mijn man. Dat vindt hij namelijk niet zo leuk. Hij is ervan overtuigd dat ik overal in zou neuzen en dat hij dan zijn spullen niet meer terug zou vinden. Daarom is zijn atelier voor mij verboden terrein. Phuh. Alsof ik zo’n nieuwsgierig aagje1 ben. Ik zou me heus wel kunnen inhouden! Maar vandaag was het dan toch zover. Ik mocht eindelijk op bezoek bij mijn eigenste juwelier. En niet zomaar in zijn winkel. Neen: voor dit boek liet hij mij binnen in zijn atelier. Zonder mopperen zelfs. En ik mocht overal rondneuzen! Natuurlijk heb ik daar een klein beetje misbruik van gemaakt. Ik keek in alle kasten, trok alle lades open, bladerde door zijn mappen met ontwerpen en vroeg hem de pieren uit zijn neus2. Niet omdat ik nieuwsgierig ben, hoor. Want dat ben ik dus helemaal niet! Maar omdat het moest. Voor dit boek. Voor jullie dus  Je leest er alles over in dit interview.

3


Van leerling tot meester

© Kris Vandamme

Dag René. Laten we starten bij het begin. Waar en wanneer heb je juwelen leren maken? René: Ik leerde het vak in Zuid-Amerika. In Ecuador, om precies te zijn, want daar kom ik vandaan. Maar dat verliep niet op dezelfde manier waarop mensen hier juwelier worden. Hier kun je naar een school gaan waar je het vak leert en dan krijg je een diploma. In Ecuador niet. Daar gaat het helemaal anders, want er is geen officiële school voor juweliers. Je wordt het in de eerste plaats door je vrienden. Zo ging het voor mij in elk geval.

Hoe bedoel je, door je vrienden? René: In de stad waar ik woonde, was er een park waar elke dag jonge mensen hun zelfgemaakte juwelen kwamen verkopen aan toeristen. Ik was erg onder de indruk van de dingen die zij maakten en raakte met hen bevriend. Ze leerden mij hoe ze te werk gingen en hoe ik eenvoudige juweeltjes kon maken. Zodra ik de basis onder de knie had, kocht ik mijn eigen materiaal en ging ik ook aan de slag. Enkele maanden later had ik mijn eigen verkoopplekje in het park, met oorringen en halskettingen en enkelbandjes. De zaken gingen meteen vrij goed. Waren jullie dan geen concurrenten3 van elkaar? René: Een beetje wel, maar dat vonden we niet erg. Er waren toeristen genoeg, zodat we allemaal onze boterham konden verdienen. We leerden elkaar zelfs nieuwe technieken voor juwelen. Al hielden we onze speciaalste trucjes natuurlijk voor onszelf. Je kunt nu eenmaal niet alles weggeven!

4


Heb je – behalve van je vrienden – ook nog elders dingen geleerd? René: Absoluut. Een goede juwelier is nooit klaar met studeren. Ik ben een tijdje in een juwelenatelier in Chordeleg gaan werken. Chordeleg is een dorp dat bekendstaat voor zijn superfijne juwelen in zilverdraad, zoals op de foto hieronder. Daar heb ik twee jaar gewerkt als leerjongen, als helper dus. Dat betekent dat je wel iets betaald krijgt, maar nog geen volledig loon, omdat je nog in opleiding bent. Na een paar jaar heb je alles geleerd, en dan mag je jezelf ‘meester’ noemen. Maar dat is niet alles. Toen ik in België kwam wonen, ontdekte ik dat ik een diploma nodig had om hier als juwelier te kunnen werken. En ook al had ik in Ecuador alles al geleerd, ik had geen officieel papier met een stempel waarop stond dat ik juwelier was. Daarom heb ik hier opnieuw gestudeerd, ook al kon ik sommige dingen zelfs beter dan de leraar. Maar dat is niet erg: nu ben ik meester-juwelier in Ecuador én in België. En toen was je klaar? René: Zoals ik al zei: een goede juwelier is nooit klaar. Er zijn altijd wel dingen die je nog kunt leren. Zo heb ik nog extra lessen gevolgd om edelstenen te zetten, om juwelen te restaureren en om de verloren-was-techniek4 onder de knie te krijgen. Maar daar vertel ik straks nog meer over.

5


Tangen, hamers, vijlen en nog veel meer Ik zie ongelofelijk veel spullen in je atelier, van klein materiaal tot grote, zware stukken. Heeft een juwelier echt al dit gereedschap nodig om te kunnen werken? René: Nee hoor. Toch niet meteen om te starten. Sommige dingen zijn voor gevorderden, of voor als je heel speciale juwelen wilt maken, of grote stukken. Maar je kunt beginnen met het basismateriaal. Kun je opsommen wat je nodig hebt om te starten? René: Laten we beginnen met de werkbank. Eigenlijk kun je als juwelier ook aan een gewone tafel werken, maar dan moet je wel opletten dat je het blad niet beschadigt. Een werkbank heeft een stevig blad dat tegen een stootje kan, en waaraan je makkelijk kunt zagen en vijlen. Daarnaast is er het kleine materiaal: verschillende tangen, vijlen en hamers, een zaag en schuurpapier van verschillende dikte.

6


Het klinkt een beetje alsof we in het atelier van een timmerman zitten, in plaats van een juwelier. René: Haha. We gebruiken inderdaad wel dezelfde spullen, maar die van een juwelier zijn meestal toch een stuk fijner. Je kunt ze eerder vergelijken met die van een tandarts. Bij ons gaat het ook om precisie. Aan je werkbank staat een grote fles. Is dat gas? René: Ja. Ik heb zelfs twee van die flessen: eentje met gas en eentje met zuurstof. Die gebruik ik om zilver of goud te smelten. En ook om te solderen. Dat is wanneer je twee stukken metaal aan elkaar vastzet. Daar heb je gas en zuurstof voor nodig. En vuur.

7


Is dat niet gevaarlijk? Het ziet eruit alsof het zou kunnen ontploffen! René: Je moet natuurlijk wel een beetje voorzichtig zijn. Zoals altijd wanneer je met vuur werkt. En er altijd op letten dat de flessen goed dichtgedraaid zijn wanneer je klaar bent. Daarnaast moet je er ook steeds voor zorgen dat je materiaal perfect in orde is en oude spullen op tijd vervangen. Dan is er geen enkel gevaar. Kan je nog iets meer vertellen over de grote machines? René: Natuurlijk. De polijstmachine gebruik ik om juwelen te polijsten of op te blinken wanneer ze klaar zijn. Ik doe polijstvet op het juweel en hou het tegen dat draaiende wiel, waar een soort borstel op zit. Dan wordt het blinkend schoon.

8


De walsmachines zijn een verhaal apart. Die dienen om een blok zilver of goud om te zetten in plaat of draad. Dat is behoorlijk veel werk, en ook best lastig. Je begint met een klompje edelmetaal5 dat je in de wals steekt. Dat haal je dan zo vaak door, tot je een perfect platte plaat hebt. Of een draad, afhankelijk van wat je nodig hebt. Bovendien kun je ronde draad trekken, of driehoekige of vierkante. Je kunt dus met alle diktes en vormen spelen. Je kunt draad en platen ook gereed kopen, maar dat is een stuk duurder. En met die wals is het bovendien ook mogelijk om alle stukjes te gebruiken die anders nergens meer voor dienen. Het afval van andere juwelen, zeg maar. Dat is dubbele winst!

9


Edele metalen en minder edele metalen Wat is het belangrijkste materiaal waarmee een juwelier werkt? René: Eerst en vooral het metaal. Dat is echt de basis. De meeste juweliers werken met edelmetaal. Bij dat woord denken de mensen meteen aan goud en zilver. Maar het is niet zo simpel. Goud is een edelmetaal, want het roest of verkleurt nooit, en zilver is een iets minder edel metaal. Zilver kan namelijk zwart worden na een tijdje. Maar roesten doet het niet, én je kunt het heel makkelijk weer opblinken met een doekje. Ook binnen de groep van goud en zilver zijn er nog erg veel verschillen. Dat heeft te maken met de samenstelling van de metalen. Hoezo, samenstelling? Zit er dan nog iets anders bij dat goud en zilver? René: Ja hoor. Puur goud en puur zilver zijn veel te zacht om juwelen mee te maken. Als je daarin een ring zou maken, zou die veel te makkelijk plooien en dus heel snel stukgaan. Daarom worden er andere metalen aan toegevoegd. Dat is dan een legering. Bij het zilver dat we gebruiken voor juwelen zit een klein beetje koper: 7,5 %. De rest is puur zilver. We noemen dat zilver 925 of sterlingzilver. Soms wordt er ook zilver gebruikt met nog meer koper erbij, maar dat zou ik niet aanraden. Je juweel wordt dan heel snel zwart. Bovendien zit in dat soort zilver ook vaak nikkel, en veel mensen zijn daar allergisch voor.

10


Bij het goud dat voor juwelen gebruikt wordt, zit er meestal zelfs nog meer ander materiaal. Zuiver goud noemen we 24-karaatsgoud, en dat is echt veel te zacht. De meeste juwelen bestaan uit 75 % goud en 25 % zilver en koper. Dat is dan 18-karaatsgoud. Bij 14-karaatsgoud zit er nog minder goud in, maar net iets meer dan de helft. Daardoor wordt het juweel een stuk goedkoper. Zijn er nog andere edelmetalen die gebruikt worden voor juwelen? René: Natuurlijk. De echte edelmetalen zijn witgoud, geelgoud en platina. Daarna komt het zilver, dat dus al een klein beetje minder edel is, en nog een stapje lager staat koper, want dat kan op den duur groen worden. Voor écht goedkope juwelen wordt weleens alpaca gebruikt. Dat is een mengeling van vooral koper, met zink en nikkel erbij. Het wordt ook wel armeluiszilver6 genoemd, omdat het een stuk minder duur is. Tijdens de opleiding voor goudsmid wordt vaak met dit materiaal gewerkt. Soms durven mensen hun kopers weleens bedriegen. Dan leggen ze een heel fijn laagje zilver op het alpaca en verkopen ze het als echt zilver. Na een tijdje slijt het laagje weg en zie je dat je bedrogen bent. Je kunt dus beter altijd maar bij een juwelier gaan die je vertrouwt.

11


Schatkist! Dit vind ik het leukste aan je atelier: al die edelstenen en parels. Het lijkt wel een piratenschat! René: Daar lijkt het inderdaad op. Al zal het volgens mij toch net iets minder waard zijn dan een echte schat. Ik voel me in ieder geval niet zo rijk als een piraat. En ik heb gelukkig ook geen houten been, of een haak in plaats van een hand. Stel je voor. Dat zou moeilijk werken zijn als juwelier! Welke verschillende soorten gebruik je zoal? René: In de eerste plaats de echte edelstenen. Dat zijn zeldzame, mooie stenen met een speciale glans. Ze zijn meestal ook erg hard, waardoor ze niet makkelijk krassen krijgen. De bekendste edelsteen is natuurlijk de diamant, maar er bestaan nog een heleboel andere soorten, zoals de paarse amethist en de goudgele amber die je hierboven ziet.

12


Of lapis lazuli, smaragd, citrien en onyx. Er zijn ontelbaar veel soorten edelstenen. En ook natuurlijke kristallen zijn populair voor juwelen. Daarnaast gebruik ik ook graag glazen parels. Die vind je in alle kleuren, vormen en grootte. Daardoor heb je erg veel keuze. En bovendien zijn ze een stuk goedkoper dan edelstenen, waardoor meer mensen ze kunnen kopen. Gebruik je ook echte parels? René: Ja, maar niet zo vaak als edelstenen of glazen parels. Ik vind ze heel mooi, maar ze zijn ook erg teer. Zo kun je een parel erg beschadigen door contact met parfum, haarlak of andere producten. En vuile juwelen kun je nog opblinken, maar als een parel eenmaal beschadigd is, krijg je dat nooit meer goed.

13


Van idee tot juweel Waar haal jij je ideeën voor de juwelen? René: Een beetje overal. Alles wat je om je heen ziet, kan het begin zijn van een juweel. Ik kijk erg graag naar de natuur. Bloemen en andere planten zijn eigenlijk ook een soort juwelen. Ze vormen dan ook een erg goede bron van inspiratie. Maar ik kan ook ideeën halen uit gebouwen of kunstwerken of foto’s in tijdschriften. Een juwelier moet – net als andere kunstenaars of mensen die creatief bezig zijn7 – altijd zijn ogen goed openhouden.

14


Dus: je hebt een idee. Mooi zo. En wat gebeurt daarna? Want zo’n juweel maakt zichzelf natuurlijk niet. René: Inderdaad niet. Helaas, zou ik zeggen. Het zou mij heel wat werk besparen. Want er zijn heel wat verschillende stappen die je moet doorlopen voor je een afgewerkt stuk hebt. Wat is het allereerste wat je doet? René: Meestal maak ik eerst een schets van hoe het juweel moet worden. Dat doe ik voor mezelf, om te zien of alles klopt. En ook voor de klanten, natuurlijk. Soms vinden ze het meteen goed – dat is het makkelijkste. Maar soms willen ze het juweel liever groter of kleiner, of met een andere kleur stenen of een andere afwerking. Dat kan ik dan aanpassen zonder echt te moeten herbeginnen. Maar ik maak niet altijd een schets. Af en toe is het idee in mijn hoofd zo helder, dat ik dat niet nodig vind. Dan ga ik op zoek naar alle materialen en ik begin gewoon. Wat zijn de belangrijkste stappen? René: Eerst ga ik plaat of draad maken in de juiste dikte en lengte. Daarna moet ik de afzonderlijke stukken zagen en vijlen en ze aan elkaar solderen. Als dat klaar is, komt het zetten van de stenen of de parels als afwerking. Dat is het. Wow. Je doet het allemaal wel erg simpel klinken! René: (lacht) Echt simpel is het natuurlijk niet. Maar als je dit werk al zo lang doet als ik, wordt het steeds eenvoudiger. Vergelijk het met voetballen, of gitaar spelen of tekenen: hoe vaker je oefent, hoe beter het gaat. Ik heb jaren kunnen oefenen. Je kunt dus wel zeggen dat juwelen echt geen geheimen meer hebben voor mij!

15


Een techniek uit de prehistorie Sommige juwelen worden niet gezaagd en gesoldeerd, maar gegoten. Waar komt die techniek vandaan? René: Die techniek noemen we de verloren-was-techniek en het is de oudste die er bestaat. Zelfs in de prehistorie deden mensen dat al. Ze konden niet lezen of schrijven, maar maakten wel prachtige juwelen. Vooral de Inca’s8 in Peru in Zuid-Amerika waren er experten in. Het zal dus geen toeval zijn dat ik ook graag zo werk. Mijn voorouders zijn uit Peru afkomstig, en er stroomt blijkbaar nog steeds een beetje Incabloed door mijn aderen.  Kun je ons even uitleggen hoe het werkt? René: Het is eigenlijk heel simpel. Eerst maak je het juweel in was, want dat is zacht en makkelijk te bewerken. Veel makkelijker dan metaal of edelmetaal! Daarna maak je een moule: dat is een vorm in gips rond je wassen juweel. Als je de moule daarna opwarmt in een oven, smelt het was en loopt het weg. Dan heb je in het gips een lege holte met de vorm van het juweel. En daarin wordt het zilver of het goud gegoten.

16


Op die manier krijg je precies hetzelfde juweel als je model in was. Tot in de allerkleinste details. Hoe haal je het juweel dan uit de moule? René: Door het gips te breken. Dat betekent dat je elke keer maar één stuk kunt maken met je gipsen vorm. Als je een moule wilt die je kunt hergebruiken, moet je ze in een ander materiaal maken. In silicone9, bijvoorbeeld. Die kun je opensnijden om het juweel eruit te halen, en dan weer dichtmaken voor een volgend stuk. Het lijkt mij een heel werk. René: Dat is het ook. Maar het loont de moeite. Want met was kun je dingen maken die anders onmogelijk zijn. Kijk maar naar de foto hierboven. Allemaal Incagoud, met de hand gemaakt in de verloren-was-techniek. Zijn er nog andere voordelen aan deze techniek? René: Absoluut. Omdat het materiaal zo zacht is, kun je er makkelijk structuur in aanbrengen. Je kunt erin krassen of er iets tegenaan drukken zodat het was die structuur overneemt. Als je bijvoorbeeld een stukje jute10 hard tegen het was aandrukt, zul je de vorm van de draadjes in het juweel kunnen zien.

17


Oud, maar niet versleten Doe je ook nog iets anders dan juwelen ontwerpen en maken? René: Ja, ik doe ook aan restauratie: herstellen van oude juwelen. Vaak moeten die stukken gewoon eens gepoetst worden of moeten de stenen weer vastgezet worden. Maar soms vragen mensen ook om een juweel aan te passen naar een nieuwe maat, of met een stevigere sluiting, of willen ze dat ik van een oorring een broche maak of zo. Alles kan. Restauratie is een heel precies werkje. Mensen zijn erg op hun oude juwelen gesteld. Niet alleen omdat ze veel waard zijn, maar omdat ze al lang in de familie zijn. Dan hebben ze een ring die ze geërfd hebben van hun grootmoeder, dus willen ze natuurlijk niet dat die stukgaat of verslijt. Daar zorg ik voor.

18


Maak je soms ook eens iets nieuws van oude juwelen? René: Dat gebeurt heel vaak. Soms krijgen mensen oude juwelen wanneer iemand in de familie sterft. Vaak zijn dat stukken die nu niet meer in de mode zijn en die er een beetje ouderwets uit zien. Maar toch willen ze die juwelen niet verkopen, omdat ze een aandenken zijn. Dan vragen ze mij om er iets nieuws mee te maken. Hoe gaat dat dan? René: Eerst maak ik een ontwerp en dat toon ik aan de klant. Ik bereken hoeveel goud of zilver ik nodig zal hebben. Als de klant zegt dat het goed is, ga ik aan de slag. Ik smelt de juwelen die nodig zijn en maak iets nieuws. Vaak gebruik ik daarbij ook de edelstenen uit de oude juwelen. Dat geeft een extra goed gevoel aan het juweel, want dan weten de mensen dat ze dezelfde stenen dragen als diegene van wie ze ze kregen. Mooi toch?

19


Over hondenhaar, duivelstekens en hertenschedels Je maakt vaak juwelen in opdracht van klanten. Krijg je soms vreemde verzoeken? René: Oh ja! Erg vreemde verzoeken zelfs. Er zijn weinig vragen waarmee je mij nog echt kunt verrassen. Toen ik pas begonnen was, maakte ik voor een man een ring op bestelling. Daar moest een duivelsteken op komen, en dat moest zwartgeblakerd11 zijn. En een vriend van mij wilde een stretch-oorring12 , die meer dan een vinger dik moest zijn. Volgens mij zou er zelfs een wortel in het gat van zijn oor passen. Maar het raarste was wel het houdertje voor hondenhaar. Hondenhaar? Hoezo? René: Op een dag kwam er een dame langs die een ketting wou met een houdertje eraan dat open en dicht kon. Dat moest dienen om het haar van haar dode hond in te steken. Het was de eerste keer dat ik zoiets maakte voor een overleden huisdier. Maar ik had wel al eens eerder iets soortgelijks gemaakt: toen wilde iemand een juweel waarin ze de as van haar overleden zus kon bewaren. Op die manier zou ze altijd heel dicht bij haar blijven. Dat is een mooi, maar ook een beetje een triest verhaal. Gebeurt dat vaker? René: Mensen kopen vaak juwelen voor een speciale gebeurtenis. Helaas is dat soms ook iets heel verdrietigs. Zo heb ik ooit een armbandje gemaakt voor een moeder die kanker had. In de armband stonden de namen van haar kinderen en dat zou ze aanhouden na haar dood. Een paar weken later is ze gestorven. Ze werd begraven met het armbandje.

20


Maak je soms ook juwelen voor jezelf? René: Zelden. Bij mijn werk is het niet verstandig om veel juwelen te dragen. Ik zou te makkelijk aan een machine kunnen haperen. Maar wanneer ik naar een feest ga, zorg ik wel voor een mooie ring of een opvallende dasspeld. Het meest bijzondere juweel dat ik voor mezelf heb gemaakt, kan ik niet eens dragen: dat maakte ik met haar uit de staart van mijn twee paarden. Omdat ik te weinig tijd voor ze had, moest ik ze verkopen. Het juweel was heel mooi, maar veel te groot om te dragen. Het staat op een opvallend plekje in ons huis, als aandenken. En dan is er ook nog de ketting met de hertenschedel: ook al zo’n aandenken. Je ziet: aan vreemde dingen geen gebrek. Dank je wel, René, voor dit interview. Ik kom zeker nog eens langs als ik een nieuw juweel nodig heb. Maar dan liefst eentje zonder schedels of paardenhaar!

21


22


Wist je dat …  sommige mensen allergisch zijn aan juwelen? Ocharme. Al zijn ze eigenlijk niet allergisch aan de juwelen zelf, maar aan sommige dingen die erin zitten. Zo werd zilver vroeger vaak gemaakt met nikkel erin, en veel mensen kunnen daar niet tegen. Ze krijgen dan rode vlekken op hun huid, of eczeem. Soms wordt nog steeds nikkel gebruikt, ook al mag dat niet meer.  er vroeger cadmium werd verwerkt in juwelen? Dat is een grijs-zilver metaal dat giftig is en kanker kan veroorzaken. Sinds 2011 mag dat niet meer. Gelukkig maar!  dat iedere erkende juwelenmaker een meesterstempel heeft? Dat is een piepkleine stempel die uniek is voor elke juwelier en die in elk juweel van edelmetaal gezet wordt, als bescherming van de klant: zo kun je altijd weten door wie je juweel gemaakt werd.  dat goud niet alleen gebruikt wordt voor juwelen, maar ook als belegging? Mensen kopen dus goud met hun spaargeld, omdat dat later meer waard zal zijn dan nu.  Alle culturen ter wereld juwelen maken en dragen? Zelfs in stammen die nog op een erg primitieve manier leven. Juwelen zijn dus iets van alle tijden en van overal.

23


Woorduitleg 1

nieuwsgierig aagje = iemand die ontzettend nieuwsgierig is en absoluut alles wil weten 2 iemand de pieren uit de neus vragen = iemand alle mogelijke vragen stellen die je maar kunt bedenken 3 concurrent = iemand die beter probeert te zijn in iets dan iemand anders 4 was = een vetachtige stof die erg kneedbaar is. Wordt gebruikt voor kaarsen 5 edelmetaal = metaal dat niet roest, bijvoorbeeld goud of zilver 6 armeluiszilver = zilver voor armelui, voor arme mensen dus 7 creatief bezig zijn = iets nieuws bedenken of maken, of iets vernieuwends uitvinden 8 Inca’s = volk dat in de 15e eeuw in Peru leefde en een hoge beschaving kende 9 silicone = rubberachtige stof die vaak gebruikt wordt voor keukenspullen 10 jute = geweven, ruwe stof van plantenvezels 11 geblakerd = verbrand aan de oppervlakte 12 stretch-oorring = ringetje dat door een gaatje in je oor gaat. Het is de bedoeling dat je telkens een groter ringetje gebruikt, zodat het gat in je oor stretcht, of openrekt.

24


25


Maak kennis met juwelier René. Ik mocht overal in zijn atelier rondneuzen! Ik keek in alle kasten, trok alle lades open, bladerde door zijn mappen met ontwerpen en vroeg hem de pieren uit zijn neus over zijn beroep. Je leest er alles over in dit boek.

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 6. ISBN 978 90 486 2537 6 Bestelnummer 60 1021 597 KB D/2016/0147/106 NUR 191 Foto’s: Tine Mortier Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 625376

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - 6e leerjaar - N1 - Wat een juweel! by die Keure - Issuu