Skip to main content

Verrekijkerbieb - 6e leerjaar - N3 - Gekke gewoontes

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Gekke gewoontes Anna Coudenys

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 6

4


Gekke gewoontes Over billendouches, geroosterde tarantula’s, stofvodbaby’s en nog veel meer …

1


Boterhammetjes met mes en vork Waarom ik een boekje over gekke gewoontes wilde schrijven? Dat komt omdat ik in Nederland af en toe samen met vriendelijke dames en heren zit te eten in een grote zaal. Zij eten boterhammetjes met mes en vork. Een enkel sneetje leggen ze netjes op hun bord. Ze doen er een plakje kaas op, een schijfje tomaat en misschien wat komkommer. Dan snijden ze er kleine vierkantjes van die ze op hun vork prikken. Een boterham met choco krijgt exact dezelfde behandeling. Eerst vond ik dat heel gek. Ik bleef mijn boterham dubbelvouwen en met mijn hand in mijn mond stoppen. ‘Jij komt zeker uit België,’ merkten ze dan op. Na een tijdje vond ik het ook leuk om met mes en vork het sneetje brood te verorberen. Heel netjes, je krijgt er geen vieze vingers van, en je doet lekker lang over een enkele boterham. ‘Doen jullie dat altijd zo?’ ‘Oh, meestal wel,’ antwoordde Hennie die graag veel pindakaas op haar boterhammetje plakte. ‘Maar waarom toch?’ ‘Dat hoort zo. Dan blijven je vingers schoon. Maar soms durven we thuis ook weleens een boterham met onze vingers eten. Als het snel moet gaan, bijvoorbeeld. Dat noemen we ‘een boterham uit het vuistje’, ook best lekker! Waarom vraag je dat? Vind jij dat vreemd? Wij zijn dat zo gewoon hoor!’

2


Gewoon anders Eh, waarom vraag ik dat? Omdat ik het normaal anders doe. En ik boterham met mes en vork eten stiekem een beetje onnozel vond. En als ik uit Nederland weer thuiskwam, maakte ik er weleens grapjes over. Maar eigenlijk … eigenlijk is het ook heel normaal als je het altijd doet. Zo is het met veel dingen: vissenogen eten, drie keer per dag douchen, enzovoort. Dus, voor ik je vertel hoe vissenogen smaken, moet ik erbij zeggen dat dingen die voor jou gek klinken, voor iemand anders heel gewoon kunnen zijn. Dat wat jij gewoon bent niet beter of slechter is dan wat een ander gewoon is. Het is gewoon anders. Een beetje gek misschien, maar eigenlijk alleen maar anders. Tot je er zelf aan gewoon bent, en dan is het gewoon en niet anders meer. Soms gaat het om heel simpele gewoontes. Moet jij je schoenen uitdoen van je mama als je het huis binnenkomt? En als er iemand op bezoek komt, krijgt die dan ook slofjes aan? Misschien bij jou thuis niet, maar bij je vriendje of vriendinnetje wel. Toen ik kind was, liep ik thuis altijd op blote voeten rond. Sokken droeg ik enkel als het echt moest. Hoe dat komt? In heel het huis lag tapijt en het was er altijd erg warm. Mijn ouders en mijn zusjes hadden lang in Afrika gewoond, zie je. En daar konden ze sokken missen als kiespijn. Dus zorgden we ervoor dat het binnenshuis altijd warm genoeg was om op blote voeten te lopen. Heel gewoon voor ons, net zoals onze pratende papegaai die in zijn grote kooi ’s morgens vroeg ‘opstaan!’ riep.

3


Gewoontes kunnen verschillen van gezin tot gezin, maar verschillen nog veel meer als je naar een ander land reist. Hoe verder, hoe vreemder, lijkt het wel. Aan de andere kant: voor sommige gewoontes is echt wel een goede reden, en als je dat weet dan zijn ze niet zo vreemd meer. Samen met jou wil ik graag naar vreemde gewoontes op zoek gaan in dit boekje. Veel van de informatie vond ik door blogs1 te lezen en filmpjes te bekijken op het internet, maar ik babbelde ook met Belgen die in het buitenland wonen of gewoond hebben. En met buitenlanders die België een gek land vinden. Kom je mee op ontdekkingsreis?

Haka: samen sterk Zullen we dan maar helemaal aan de andere kant van de wereld beginnen? Iets wat ik heel indrukwekkend vind, is de haka. Als je de haka voor het eerst ziet, geloof je je ogen niet (dus snel even een filmpje opzoeken op YouTube voor je verder leest). Het is een traditionele dans waarmee de oorspronkelijke inwoners van Nieuw-Zeeland, de Maori, hun goden aanriepen vlak voor een belangrijke gebeurtenis. Een oorlog, bijvoorbeeld, maar gelukkig is dat nu niet meer nodig. Toch blijft de haka ook vandaag nog heel populair. De haka is er voor alle gelegenheden: een sportwedstrijd, een huwelijksfeest of een begrafenis. Niet alleen mannen, maar ook vrouwen en kinderen, studenten, politiemensen … doen een haka. Het meest bekend is de haka die de rugbyteams doen vlak voor een wedstrijd.

4


5


Zo’n Haka ziet er indrukwekkend uit. Rollende ogen, tong uit de mond, springen, vuisten maken, hard schreeuwen … Ik ben zeker dat de tegenstanders toch wel even in de haren krabben. ‘Jullie krijgen ons niet klein,’ schijnt die haka te zeggen, ‘pas maar op of we eten je op!’ Toch gaat een haka niet over vechten en oorlog voeren, maar over samen sterk zijn en kracht putten uit het samenzijn, ook bij vreselijke gebeurtenissen. Als ik de Nieuw-Zeelanders bezig zie, dan wil ik stiekem meedoen. Ik kan me voorstellen dat je je goed voelt als je samen de haka doet. Dat je dan niet meer bang bent van die ene pestkop op school. Misschien kun je met je klas je eigen haka bedenken? Wie weet hoe fijn je je dan voelt.

Tai chi We blijven dansen, en deze keer een dans die ik zelf een beetje ken. Tai chi wordt ook weleens schaduwboksen genoemd. Het is een ochtendgymnastiek die heel populair is bij de Chinezen. Omdat ze in een drukke stad zoals Beijing thuis weinig plaats hebben, beoefenen ze tai chi in een parkje, of zelfs gewoon op de stoep. Niemand kijkt er raar van op, van al die traag bewegende mensen. Want dat is wel de bedoeling, dat je die bewegingen rustig doet, zodat je zelf ook tot rust komt. Er zijn tientallen manieren om tai chi te doen, en ontelbare scholen waar je tai chi kunt leren. Er bestaat een lange oefening van 108 bewegingen en daar ben je toch wel een uurtje mee zoet. De korte oefening heeft 24 bewegingen, dus die kan je ’s morgens onderweg naar school doen.

6


Daardoor gaat je energie lekker stromen en voel je je goed in je vel, ook al regent het of heb je straks examens. Zo’n ochtendgymnastiek ziet er rustig uit, maar vergis je niet: tai chi is ontstaan uit verschillende Chinese gevechtssporten. Als je de tai chi-bewegingen snel uitvoert, kun je er een aanvaller mee vloeren2 !

7


Vissenogen, njam! Van al dat bewegen krijg je serieuze honger, en nu we toch in China zijn, is het tijd voor een exotisch vitaminerijk hapje dat je hier in België moeilijk kunt vinden. In een Chinese krant vond ik een lang artikel over vissenogen. ‘Nee, het is niet waar dat je door vissenogen te eten beter zal kunnen zien’. Dat vertelde de journalist aan zijn lezers. Sommige kinderen geloven zelfs dat ze dankzij vissenogen beter onder water zullen kunnen kijken. Mevrouw Saito vertelt op haar blog dat haar gezin thuis heel arm was, en als er al eens een vis op tafel kwam, moesten ze de ogen verdelen: elk om beurt een oog! Dan was het feest. Het lekkerste vindt ze de buitenkant van het oog. Dat heeft een geleiachtige structuur en smaakt heerlijk. Andere Chinezen vinden ook het harde stukje van het oog heel smakelijk. Meneer Wong zegt: ‘Je moet het hele oog in je mond nemen, en er dan langzaam op zuigen. Dan komt er een knapperig hard stukje dat je kapot kunt bijten. Een echte delicatesse3 !’ Als je op bezoek gaat bij een Chinese familie, is het een hele eer om vissenogen in je eetkommetje te krijgen. Daar kun je geen neen tegen zeggen.

Geroosterde tarantula of levende maden? Waar gaan we naartoe voor het hoofdgerecht? Het is moeilijk kiezen. Wat doe jij als je op reis gaat naar een ander land? Speel je op veilig en kies je iets wat je al kent, of ga je nieuwe dingen uitproberen?

8


Misschien moet je het volgende gerechtje maar eens proeven met je ogen dicht. Je pakt het hapje best bij het middenstukje vast, want het heeft acht dunne uitsteeksels die gemakkelijk afbreken. Het is zo groot als je hand, en knapperig geroosterd, besprenkeld met kruiden en olie. Levend is het een beestje dat ik persoonlijk niet zo graag zou tegenkomen, maar de Cambodjanen maken er een sport van om ze te vangen en te roosteren: tarantula’s. Je weet wel, van die griezelig grote, giftige spinnen! Geroosterd zijn ze niet giftig meer, dat is toch een troost. Mag er voor jou wat beweging in zitten? Dan kies je best voor de Witchetty Grub. Die naam geven ze in Australië aan dikke witte mades. Je grabbelt er eentje uit het zand en steekt hem zo in je mond. Vroeger werd dit voedsel enkel gegeten door de Aboriginals, de oorspronkelijke inwoners van het land. Steeds meer mensen vinden rauw, vers voedsel het gezondst van al, en dus is de Witchetty Grub erg populair aan het worden. Kenners zeggen dat het rauwe beestje een beetje naar amandelen smaakt en een heerlijk vloeibaar binnenste heeft. Verser kan al niet. Maar je hebt ze ook al in blik in de supermarkt, naast de tomatensoep.

Honger is de beste saus Over rare eetgewoontes valt bijzonder veel te zeggen. Wat me opvalt, is dat zulke eetgewoontes vaak ontstaan omdat het niet anders kan: wie weinig heeft om te eten, kan niet echt kieskeurig zijn. Zo las ik dat geroosterde tarantula’s in Cambodja populair zijn geworden toen er een grote hongersnood was. En die Australische Aboriginals, ja, die hadden ook niet veel keuze. Als je dat beseft, vind je ook vissenogen eten niet zo’n raar idee meer.

9


En dan komt het konijnendessertje Wees maar niet bang, we maken het niet te eng. We blijven zelfs in Europa deze keer. Onze vrienden André en Grietje verhuisden vijf jaar geleden naar Zuid-Frankrijk. Groot was hun verbazing toen ze ontdekten dat de Fransen daarginds pas sla begonnen te eten na het hoofdgerecht. Dus eerst je biefstukfriet, en als die helemaal op is, zet men de kom sla op tafel. En daarna de kaasschotel, liefst vol soorten met schimmelige korstjes. De korstjes moet je ook opeten natuurlijk! André, die heeft nog altijd liefst een ijsje achteraf. En de Franse vrienden? Die kijken niet op een dessertje meer of minder en smikkelen lustig een frisco mee. Leven als God in Frankrijk, noemen ze dat.

In Amerika wel … Zo, genoeg gesmikkeld. Of toch niet? Ik wil nog iets over enkele eet- en drinkgewoontes in Amerika vertellen. Daar woont mijn nichtje Anja, die met Jeff getrouwd is. ‘In Amerika is het niet de gewoonte om je mes in je hand te houden als je eet,’ vertelt ze. ‘Wat je doet is: je snijdt je eten eerst in kleine stukjes terwijl je de vork in je linkerhand houdt en het mes in je rechterhand, en daarna leg je je mes neer en neem je de vork in je rechterhand. Je prikt de stukjes op je vork. Dat je je vork de hele maaltijd in je linker- en je mes in je rechterhand blijft houden, vinden ze ongelooflijk vreemd.’ Jeff heeft lang in Europa gewoond en eet nu ook met mes en vork. Zijn familieleden vinden dat bijzonder grappig. Jeff vindt het dan weer heel normaal dat je in al je drankjes ijsblokjes doet. ‘Koude drankjes moeten koud zijn, en niet lauw,’ vindt hij. Dat het buiten vriest, verandert daar niets aan.

10


‘Wat ik wel sympathiek vind, is dat je vaak maar één frisdrankje of koffie moet betalen en daarna zoveel je wil gratis mag bijvullen,’ weet Anja nog. ‘Maar waarom kopen zo veel mensen dan toch nog het grootste formaat glas of beker?’ Jeff kijkt verbaasd. Daar heeft hij nog nooit bij stilgestaan.

… maar niet in Rusland In Rusland komt op oudejaarsnacht Vadertje Vorst op bezoek, Ded Moroz. Hij brengt net als Sinterklaas of de Kerstman geschenkjes voor de kinderen mee. Je ziet grote standbeelden van hem buiten in de vrieskou staan, breed glimlachend met dikke buik en witte baard. En naast hem op een bankje zitten twee warm geklede dames met bontmutsen op. Ze babbelen en lachen en … eten een ijsje. Een hoorntje, jawel. Hoe koud het is? Als je niet oplet, vriezen je vingers en je neus eraf. Het was het allereerste wat mij opviel toen ik op reis was in Rusland: mensen met bontmutsen die aan ijskarretjes staan aan te schuiven voor een ijsje. Uit de podcast4 van Marc, een Amerikaan die in Rusland woont, leer ik dan weer dat Russen in tegenstelling tot Amerikanen nooit ijsblokjes in hun drankjes doen, en al helemaal niet van koude dranken houden. Waarom dat zo is, én ze toch ijsjes bij min 20 graden Celsius smikkelen, daar kent hij ook het antwoord niet op.

11


Misschien omdat ijsjes dan niet kunnen smelten en je er dus extra lang van genieten kunt? Zelf heb ik zo’n buiten-ijsje nooit durven proberen. Bang dat mijn tong er zou afvriezen!

12


Toiletpret Tja, dat moest er wel van komen, na al dat smullen is er geen ontsnappen meer aan. Op reis naar Frankrijk kom je ze al tegen, de hurktoiletten. Het is dolle pret geblazen als je zusje op haar (gelukkig blote) voeten plast en ze daarna onder de kraan moet wassen. Hurktoiletten zijn heel gewoon in veel landen: mensen daarginds vinden ze hygiënischer dan toiletten met bril die je met de blote billen van duizenden andere mensen moet delen. Daar is wel iets van aan natuurlijk. Je vindt ze ook in China … maar daar zijn er vaak geen deuren of muurtjes rond de toiletten, hoogstens een houten wandje waar je onderdoor kan kijken omdat je op je hurken zit. Juist, dan maar met dichtgeknepen ogen en vingers in je oren het hurktoilet op. Toiletpapier of niet? Daar kunnen we ook over ruziën. Gea vertelt op haar blog over haar bezoek bij een Japanse familie, en hoe ze aan het toiletbezoek een natte (maar propere) rug overhield. In de toiletruimte (eerst toiletslofjes aantrekken voor je binnenstapt) stond namelijk een gloednieuw zittoilet met een digitaal bedieningspaneeltje. Terwijl ze op de bril zat, werden haar billen verwarmd. Ze kon ook doorspoelgeluiden laten afspelen om haar eigen toiletgeluiden te verbergen. Maar vooral: er waren twee verschillende soorten billensproeiers die ervoor zorgden dat toiletpapier overbodig was, en daarna kon ze haar billetjes lekker laten drogen met een haardroger-voorbillen. Het ging echter een beetje fout omdat ze niet helemaal correct op het toilet zat en de sproeier dus ook haar rug helemaal nat maakte. En zo ver reikte de Japanse billendroger niet.

13


Mensen die een billendouche gewoon zijn, vinden mensen die toiletpapier gebruiken viezeriken. Toiletten met billendouches worden nu ook vaker in Europa verkocht. Men noemt ze hier douchetoiletten. Ben jij er al een tegengekomen?

Schoenen af, alsjeblieft! We blijven in Japan, een heel interessant land met veel bijzondere gewoontes, te veel om op te noemen. Ik vertelde je daarnet al over de toiletslofjes die voor je klaarstaan in de badkamer. Soms staan er ook slofjes klaar aan de voordeur, maar zelfs als er geen klaarstaan, moet je je schoenen uitdoen zodra je een Japans huis binnenkomt. Dus denk eraan: geen stinksokken met gaten aandoen en je voeten goed wassen! Dat heeft natuurlijk weer alles met hygiëne te maken, en wel hierom: Japanse huizen zijn klein, hebben vaak een houten vloer en de mensen zitten vaak op de grond. Een woonkamer dient ’s nachts dikwijls ook als slaapkamer en je slaapt dan op een matrasje op de grond. Niet meer dan normaal dat je het dan een beetje netjes wil houden. In veel andere landen is het ook de gewoonte om je schoenen uit te doen als je een huis binnenkomt: bijvoorbeeld in landen waar de wegen in slechte staat zijn of landen waar het de gewoonte is mooie handgeweven tapijten op de vloer te leggen. In Amerika zijn er wetenschappelijke studies gedaan die bewijzen dat schoenen enorm veel viezigheid en bacteriën binnenbrengen in huis, zelfs al zien ze er schoon uit.

14


Gewoon je voeten vegen helpt daar niet tegen. Vertel dat misschien maar best niet aan je mama!

De stofvodbaby Nog meer Japan, en nog meer hygiëne. Het begon als een grap van een Japans reclamebureau: een advertentie met daarin een baby’tje met een fikse stofvod aan zijn kruippakje vastgemaakt. Je zet het ukje op de vloer, en zoef! Het kruipt vrolijk in het rond en maakt tegelijk schoon, want al het stof blijft aan zijn pakje hangen! Wat denk je daarvan? Heel wat ouders in Japan vonden het geen grap maar wel een geniale uitvinding. Ze wilden meteen dat stofvodpakje echt kopen. En ook in Amerika vonden sommige ouders het een goed idee. Het gevolg is dat je zo’n speciaal kruippakje via het internet over de hele wereld kunt kopen. Zo wordt het straks de gewoonte om baby’s met een stofvod aan te laten rondkruipen, en vinden mensen het heel raar als je dat niet doet. Logisch toch, een stofvodbaby? Of zijn baby’s toch niet gemaakt om het stof af te doen? Hoe zit dat ook alweer?

15


De gezichtsbikini Nog zo’n recent raar bedenksel dat op weg is om een gewoonte te worden, is de gezichtsbikini. Als je in China gaat zwemmen, dan kom je ze tegen: de dames – en hier en daar ook een meneer – met een gezichtsmaskertje op. Ze zien er carnavalachtig uit, in een doodnormaal badpak maar met zo’n gezichtsbadmuts in alle kleurtjes van de regenboog. Er is gelukkig wel plaats voor je ogen en je mond, anders zou het erg moeilijk zwemmen worden. In het Engels worden ze ‘facekini’s’ genoemd, en ze zijn zo populair in China dat het lijkt alsof ze altijd al bestaan hebben. Vooral lijkt het alsof je als deftige Chinees echt niet meer zonder kan. Ik stel me deze conversatie voor op het strand: ‘Wat, jij draagt geen facekini?’ ‘Eh nee, dat plakt zo tegen mijn gezicht en ik krijg er jeuk van.’ ‘Het is wel heel onfatsoenlijk om zonder facekini te zwemmen, hoor! Nu kan iedereen je echte gezicht zien! Dat wil je toch niet?’ ‘Oei, sorry! Ik zet snel een maskertje op.’ Voor de Chinese dames die in 2012 voor het eerst met een gezichtsmasker op het strand verschenen, betekende het dat ze zich niet meer met dikke lagen crème moesten insmeren om niet bruin te worden. Want dat wil niemand in China. Wie bruin is, is arm, want die heeft op het veld moeten werken. Dat was vroeger in Europa trouwens ook zo: toen liepen de adellijke dames met een parapluutje rond om zich tegen de zon te beschermen. Alleen witte mensen waren mooi en rijk.

16


Wij vinden een bruin kleurtje tegenwoordig wel gezond, maar de Chinezen zijn daar niet mee akkoord. Zij zien er liefst zo bleek mogelijk uit. Van te veel zon kun je bovendien extra rimpels en huidkanker krijgen. En ja hoor, zo’n gezichtsbikini is via het internet over de hele wereld te koop, ook in kinderformaat. Je hebt er met de afbeelding van een tijger- of haaienkop, en zelfs met het hoofd van Spiderman.

17


En dan nu: in bad met jou! Nee, nee, absoluut niet in het bad. Uit het bad! Je gaat je toch niet wassen in het bad zeker, wat een vies idee. Daar moeten we straks nog allemaal in. Water is kostbaar, dus ga nou maar eerst op dat krukje zitten, giet een emmer water over je hoofd, zeep je in, spoel je af met nog een emmertje water, en pas als je helemaal brandschoon bent, mag je het bad in. Dat grote bad zit boordevol met lekker heet water (als je de eerste bent tenminste), tot aan je kin. Zo gaat het er bijvoorbeeld aan toe in Turkije, en dat heb ik zelf ondervonden op vakantie bij een Turks gezin. Ook in Japan is er een gelijkaardig badritueel. Daar moet je eerst onder de douche, maar het komt steeds op hetzelfde neer: was je niet in het bad zelf, dat is ten strengste verboden. Waarom je dan uiteindelijk nog in het bad stapt als je toch al gewassen bent? Om te ontspannen natuurlijk. Niets zo rustgevend na een lange dag werken of studeren als een tijdje sudderen in het bad. Maar opgelet, te lang kan ook weer niet, want straks komt de rest van de familie nog aan de beurt.

18


19


Drie keer per dag ‘Hoeveel keer per dag gaan jullie in België onder de douche? Hoeveel keer per dag poets jij je tanden?’ Dat vraagt een bezorgde Braziliaanse dame aan Beatrijs die al meer dan tien jaar in Brazilië woont. Zelf is de Braziliaanse mevrouw nu voor de derde keer in de douche geweest omdat ze nog naar een feestje gaat. Als ze vanavond thuiskomt, doucht ze nog eens. Op het feest ruikt het naar zeep en parfum. Iedereen is kraaknetjes. Elke dag. Natuurlijk kan het erg heet zijn in Brazilië, maar is drie keer douchen niet erg veel? ‘Nee hoor,’ vertelt Beatrijs. ‘Dat komt ook omdat je vaak lange afstanden moet afleggen in een subtropisch klimaat. Dan is zo’n douche heel verfrissend. Je vrienden vinden het niet meer dan normaal dat je bij hen ook een douche neemt als je op bezoek komt, zeker als je een lange, stoffige tocht achter de rug hebt.’ ‘Brazilianen poetsen ook voortdurend hun tanden,’ zegt Beatrijs. Ook minstens drie keer per dag, natuurlijk. Op school voorziet de juf zelfs tijd voor de leerlingen om hun tanden te poetsen na het middagmaal. De meeste Brazilianen hebben dan ook een tandenpoets-setje bij zich, zodat ze overal en altijd kunnen beginnen poetsen. Ook flossen doen ze dolgraag. Mooie tanden zijn belangrijk voor Brazilianen. Tja, je kunt ze geen ongelijk geven!

Wijzen met je lippen De Ier Benny heeft de hele wereld rondgereisd en vertelt dat het in de Filipijnen heel onbeleefd is om met je vinger naar iets te wijzen. Hoe je dan wel naar iets kunt wijzen? Simpelweg met je lippen.

20


Benny doet het voor in een grappig filmpje: je draait je hoofd in de richting van het ding of de persoon die je wil aanwijzen en maakt dan een zoenbeweging met je mond. Hij vertelt dat het heel belangrijk is om te weten welke gebaren de gewoonte zijn in een ander land. En dat bedenk ik erbij: je kunt best ook weten welke gebaren je beter niet maakt, ook al zijn die voor jou heel gewoon. Kris Rugsaken maakte een studie over lichaamstaal en vertelt dat je in Nieuw-Zeeland maar beter niet je duim en wijsvinger als een ringetje omhoog steekt om te zeggen dat alles OK is, want dat gebaar is een regelrechte belediging. Hetzelfde geldt voor Australië: dat vinden ze daar echt niet kunnen. Wat een wespennest!

21


Kussen, knuffelen of how-do-you-do? Nu we het over lichaamstaal hebben, zijn we pas goed vertrokken voor een rondje ‘hoe moet het nou?’ Mag ik je een hand geven? Moet ik een buiging maken? Een kus? Twee of drie? Misschien zelfs een omhelzing, ook al heb ik je nog nooit ontmoet? Ik vroeg aan Jeff, de Amerikaanse man van mijn nichtje Anja, wat hij nu zelf vreemd vond aan de Belgische gewoontes. ‘Dat jullie mekaar drie kussen geven,’ zei hij. En Anja, die vindt het dan weer te gek dat Amerikanen elkaar vaak een knuffel geven als begroeting. Een ‘hug’, heet dat daar. Zelf geef ik liefst enkel een knuffel of een zoen aan mensen die ik al ken. En jij? Fransen, die zoenen altijd, of ze je nu kennen of niet. En ze beginnen met de verkeerde wang, de linker. Dat kan weleens voor verwarring of zelfs een botsing zorgen. Bovendien zijn het maar twee zoenen en geen drie. Een speciale vorm van baby’s en kleine kinderen begroeten, ontdekte ik toen er een vriendelijke Iraanse mevrouw op bezoek was in België. Mijn jongste dochter Tine, was toen pas een jaar of drie. Bij elk bezoek kneep die mevrouw in haar wang. Tine vond dat maar niets: ‘Waarom knijpt ze zo hard?’ Maar blijkbaar was het gewoon een manier om te tonen dat ze Tine een schattige kleuter vond. Simon komt uit Engeland, en hij vindt dat hele zoen- en knuffelgedoe maar niets. Het liefst houdt hij het bij een stevige handdruk en een ‘how-do-you-do’ (‘hoe gaat het met je?’)

22


Er zijn heel wat landen waar men het liever afstandelijk houdt. Japan is daar een typisch voorbeeld van: daar buigen mensen nog steeds naar elkaar als begroeting. En ja hoor, de Eskimo’s doen neusje-neusje tegen elkaar bij wijze van groet. Maar zij niet alleen: ook de Nieuw-Zeelandse Maori’s – je weet wel, die van de haka waarmee ik dit verhaal ben begonnen – doen neusje-neusje.

Burp, pfrr, kraash! Eens een flinke boer laten: dat kan deugd doen. We doen het allemaal, maar wel alleen bij mensen die we heel goed kennen, en dan nog verontschuldigen we ons. Zo hoort dat in België. Zijn er landen waar je echt verplicht bent om te boeren in plaats van te zeggen ‘mmm, dat was echt lekker’? Wel, als je een zootje van je eten wil maken om daarna eens goed te boeren, dan ben je blijkbaar het best af in China. Daar wil zo’n boertje inderdaad zeggen dat het je gesmaakt heeft. Je laat bovendien best nog wat in je bord liggen, liefst een prakje5 dat je goed dooreengeroerd hebt. Dat wil dan zeggen: ‘Nu heb ik meer dan genoeg gegeten. Ik kan niet meer!’ Slurpen moet in China en Japan. Het is een teken dat je het eten lekker vindt. Maar in Japan mag je dan weer niet hardop boeren. Dus het is opletten geblazen, en eerst goed om je heen kijken (en luisteren!) wat de anderen doen. Tot voor kort was het ook een Chinese gewoonte om eens goed te rochelen en dan te spuwen op straat. In veel Chinese steden is dat nu verboden. Gelukkig maar!

23


Over verboden gesproken: weet je dat je in Singapore – het kleinste land in Zuidoost-Azië – geen kauwgum op de grond mag gooien? Je krijgt meteen een fikse boete. Sterker nog, in heel het land mag zelfs geen kauwgum verkocht worden! Kauwgum vervuilt de straten en is heel moeilijk te verwijderen. Kauwgum is ook gevaarlijk, jawel! Je kunt er zelfs treinen mee saboteren door zo’n stukje kauwgum op een strategische plaats vast te plakken (nee, ik vertel je niet waar en hoe). Dat gebeurde vroeger weleens in Singapore. En een windje maken, hoe zit het daarmee? Nee, ik heb het hele internet afgezocht en geen enkel bewijs gevonden dat er één land in de wereld bestaat waar het een gewoonte is om gezellig samen luide winden te maken. Als jij zo’n land kent, laat het me gerust weten.

24


Oh, er is er nog ééntje, een lekker (!) vieze gewoonte die we allemaal kennen: neuspeuteren! Mensen die het toch doen, doen het in het geniep, als ze alleen zijn, of denken dat ze alleen zijn. Je moet maar eens in de achteruitkijkspiegel van de auto kijken als het verkeer stilstaat. De chauffeur die achter jullie alleen in de auto zit … juist! Voor de fanatieke neuspeuteraars: er is één land waar het vaak in het publiek gebeurt en niemand ervan opkijkt! India! Allen daarheen! Of toch niet? In een poging om hun landgenoten die gewoonte af te leren, hebben Indiase wetenschappers aangetoond dat neuspeuteraars veel meer gevaarlijke bacteriën in hun neus hebben dan mensen die hun neus met rust laten. De bacteriën van je handen komen immers via je neus in je lichaam terecht, logisch toch?

Tanden op het dak! Je zou van minder met tanden beginnen gooien! Alle gekheid op een stokje: hier in België kennen we de tandenfee. Die lieve fee komt immers onze melktandjes van onder ons hoofdkussen halen als we slapen en geeft er een muntstukje voor in de plaats. Dat helpt om minder pijn te voelen bij zo’n vervelende tandenwissel. Maar de tandenfee komt niet in alle landen op bezoek. In Griekenland, Turkije en Cyprus gaat het er anders aan toe. Een kind dat zijn of haar melktandje kwijt is, gooit dat op het dak van het huis en doet een wens. En als je in een appartementsgebouw woont, hoe krijg je die tand dan op het dak? Wedden dat deze gewoonte al eeuwen bestaat? Toen waren huizen immers kleiner en hadden ze vaak maar een enkele verdieping.

25


Bloemetjes in Bali Nog een eeuwenoude gewoonte vinden we op het Indonesische eiland Bali. ‘Overal waren er schaaltjes en vaasjes met bloemetjes,’ vertelt mijn oudste dochter Kaatje enthousiast als ze terugkomt van haar reis. ‘Gewoon, zomaar, op straat, op muurtjes, tegen hekjes … En elke dag zetten de mensen nieuwe bloemstukjes neer.’ Zo’n gewoonte is er natuurlijk niet zomaar, dus ben ik even gaan opzoeken waarom mensen overal die kleine bloemstukjes neerzetten. Ik kwam terecht op de blog van wereldreizigster Shannon. Zij legt uit dat de godsdienst in Bali het hindoeïsme is. De kleine bloemstukjes zijn bedoeld als offer aan de hindoegoden. Zo zijn de goden gelukkig, en brengen ze geluk aan de mensen. Zeker is alvast dat al die mooie bloemstukjes de voorbijgangers ook gelukkig stemmen, en dat is toch al heel wat.

26


Beleefd in Groot-Brittannië Nog een mooie, maar heel andere gewoonte vinden we in Groot-Brittannië. Daar vinden mensen het heel normaal dat ze netjes in de rij gaan staan als ze moeten wachten. En met netjes bedoel ik echt netjes, geen slordig hoopje mensen, nee, men staat in een rechte lijn braaf naast of achter elkaar. Drummen of iemand voorbijsteken gebeurt nooit. Dat geeft een rustig en fijn gevoel als je samen met veel mensen op hetzelfde wacht. Jozefien, de echtgenote van onze Britse vriend Simon, vertelt me dat hij altijd zo superbeleefd is. ‘Als iemand per ongeluk tegen hem aanbotst, dan is hij het die zich verontschuldigt: ‘I’m sorry!’ Als ik hem vraag waarom hij zegt dat het hem spijt als hij er niets aan kan doen, dan antwoordt hij dat hij dat zo gewoon is.’ Is jou dat ook al opgevallen bij Britse mensen? Misschien denk je nu aan de Britse hooligans die soms de boel op stelten zetten tijdens grote wedstrijden in het buitenland? Tja, dat is een ander paar mouwen. Het zou kunnen dat die hooligans in het buitenland het beest uithangen precies omdat ze thuis altijd beleefd moeten zijn. Wat denk jij?

27


Ernstig in Rusland Hoe weet je of iemand vriendelijk is? Een stomme vraag, zal je denken. Omdat die persoon naar je glimlacht, natuurlijk! Zo natuurlijk is dat niet. In Rusland bijvoorbeeld ligt dat erg moeilijk. Zelf ben ik in Rusland veel vriendelijke mensen tegengekomen, maar tot ze je beter leren kennen, glimlachen ze niet. Niet in de winkel (waarom kijkt die verkoopster zo boos?), niet in het restaurant (amai, die kelner werkt hier precies tegen zijn zin!), en al zeker niet op straat. Trevor, die al heel lang in Rusland woont, vertelt op zijn blog dat er zelfs een Russisch spreekwoord is: ‘Wie zomaar glimlacht, is een idioot.’ Dus glimlach enkel als je een hele goede reden hebt en hou voor de rest je gezichtsspieren strak. Dat betekent niet dat je niet vriendelijk of behulpzaam bent, nee, je bent gewoon in Rusland.

Dank je wel, dank je wel! Voor we onze wereldreis beëindigen, keren we nog een keertje terug naar Japan. Zo zag ik een filmpje op het internet over de eetgewoontes van Japanse schoolkinderen. Die proppen niet gauw een boterham naar binnen tijdens de middagpauze om daarna snel buiten te gaan ravotten, nee: samen eten is daar deel van het lessenpakket. Jawel, je hoort het goed: het is eigenlijk een vak, net zoals rekenen of turnen. Niet alleen gaat het er heel hygiënisch aan toe, met mondmaskertjes, schortjes en haarkapjes, maar wat vooral opvalt, is hoe vaak iedereen dank je wel zegt, met een buiging erbij. En daarna tandenpoetsen, zodat je tanden blijven blinken als je de volgende keer dank je wel zegt. Beter een keer te veel dan te weinig. Ook eens proberen?

28


29


Allemaal anders Misschien vinden we de gewoontes in een ander land maar niks, maar dan kunnen we bedenken dat die mensen uit andere landen onze gewoontes misschien ook maar niks vinden. Zo vond ik een blog van de Australiër Neil die schrijft dat België het raarste land van de wereld is. En waarom? Omdat we bijvoorbeeld de gewoonte hebben overal frietjes bij te eten. Zelfs bij mosselen! En we mayonaise op die frietjes doen in plaats van ketchup. Zo zijn er nog talloze voorbeelden te vinden. Dat we het heel normaal vinden dat kinderen Frans en Nederlands tegelijk leren op de lagere school, en nog wat Engels erbovenop. Of dat we films ondertitelen in plaats van ze in onze eigen taal te dubben6. Of dat we alle plaatsen die op meer dan 30 kilometer afstand liggen ‘ver’ vinden. Of dat bijna alle winkels rond 18 u. sluiten en nooit open zijn op zondag … of … of … Als er me één ding duidelijk geworden is, dan is het wel dat we allemaal andere gewoontes hebben, en dat zoiets ontzettend boeiend is. Ook al snappen we niet altijd waarom ze het in een ander land anders doen. Maar vaak ook wel, met een beetje moeite. En met datzelfde beetje moeite kunnen we ook elkaar aanvaarden en respecteren. Dat wou ik er nog even bij zeggen, voor je zelf op zoek trekt naar nog veel meer rare gewoontes. Wie weet wat je nog allemaal ontdekt! Veel plezier ermee, maar vergeet niet: oordeel niet te snel! En, dank je wel, dank je wel, dank je wel voor het lezen, dank je helemaal wel, wel, wel!

30


31


Woorduitleg 1 2 3 4

blog = soort dagboek dat iemand bijhoudt op een website iemand vloeren = iemand op de grond krijgen delicatesse = iets dat erg lekker is door een fijne smaak podcast = digitale radio-uitzending die je bijvoorbeeld kunt beluisteren op je mp3-speler 5 prakje = hoeveelheid fijngemaakt gemengd eten 6 dubben = wanneer een film in een vreemde taal wordt aangepast zodat je je eigen taal kunt horen

32


Weet je wat de haka is of hoe vissenogen smaken? Duik dan snel in dit boekje en je komt het te weten. Gekke gewoontes vind je overal in de hele wereld. Achter een vreemde gewoonte gaat vaak een goede reden schuil, en wat voor jou gek lijkt, is voor iemand anders misschien heel gewoon. Of omgekeerd. Dus, lezen maar!

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 6. ISBN 978 90 486 2537 6 Bestelnummer 60 1021 597 KB D/2016/0147/106 NUR 191 Illustraties: Aaron Van Lierde Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 625376

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - 6e leerjaar - N3 - Gekke gewoontes by die Keure - Issuu