Skip to main content

Verrekijkerbieb - 6e leerjaar - N1 - Melkmuil

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Melkmuil Joke Guns

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 6

4


Melkmuil Of hoe Pelle boer Gerard een lesje leert

1


1 Al zolang Pelle het zich kan herinneren, loopt hij de lange weg naar school langs de boerderij van boer Gerard alleen. Het lijkt wel of de weg in de loop der jaren wat korter is geworden. Of misschien ligt het gewoon aan het feit dat Pelle ondertussen stevig gegroeid is. Dankbaar kijkt hij naar zijn lange benen die maken dat hij de laatste tijd onderweg ongestraft kan treuzelen zonder te laat op school te komen. Het uur van vertrek is al die jaren al hetzelfde geweest. Stipt zeven uur dirigeert papa Anton hem het huis uit. ‘Ik heb een heleboel te doen, Pelle Karamelle,’ zei hij vroeger toen Pelle nog een kleine jongen was. Dan pakte hij de schooltas van zijn zoon uit de hoek onder de kapstok. Hij stopte er een papieren zak vol boterhammen in en heel af en toe ook een grote, blozende appel. ‘Altijd rechtdoor, niet treuzelen bij de boerderij van gekke Gerard, nooit antwoorden, wat hij ook vraagt. Hup, ga nu maar.’ ‘Gekke Gerard?’ had Pelle de eerste dag, met een voet in de keuken en een voet op het tuinpad, nieuwsgierig gevraagd. Zijn vader had wat ongemakkelijk geglimlacht. ‘Dat had ik niet mogen zeggen, vergeet het maar snel,’ had hij gemompeld. Toen had hij de keukendeur dichtgedaan. Een nieuw portret stond te wachten om geschilderd te worden.

2


Daar stond Pelle dan. Op zijn rug hing een veel te grote schooltas. Voor hem lag de lange, kaarsrechte weg naar school. Geen kruispunten, geen gevaarlijke oversteekplaatsen, alleen uitgestrekte velden. En de boerderij van gekke Gerard. Want vergeten wat zijn vader die eerste dag gezegd had, deed hij natuurlijk nooit.

3


Tijd om een praatje te maken met wie hij toevallig tegenkwam, had hij die eerste jaren niet. De weg was lang en de schoolmeester was ontzettend streng voor laatkomers. Daarom rende hij elke dag van huis naar school. Hij rende over de smalle aarden weg tussen de velden. Hij rende langs de grote herenboerderij van boer Gerard. In het voetgangerstunneltje vlak bij zijn school rende hij zelfs nog sneller. De ondergrondse duisternis werd door slechts twee smoezelige1 lantaarns verlicht. Zelfs bij helder weer voelde hij zich bang en verlaten in die tunnel. De laatste tijd is zelfs de tunnel korter geworden, en zijn angst kleiner. Groter worden heeft zo zijn voordelen.

4


2 De klok slaat zeven uur. Het is een grote, bruine hangklok met een koperkleurige slinger. Pelle staat op en werpt een blik op zijn vader die geconcentreerd staat te schilderen. ‘Dag pap,’ zegt hij zacht. Hij wacht niet op een antwoord. Wanneer zijn vader net aan een nieuw doek begonnen is, hoort of ziet hij niets anders dan zijn eigen werk. Zo is het altijd al geweest. Pelle is het niet anders gewend. De boterhammen die nu in zijn boekentas zitten, heeft hij zelf gesmeerd. Twee met aardbeienjam en twee met jonge kaas. De fruitschaal is leeg. Pelle haalt zijn schouders op. Hij pikt straks wel weer een appel uit een van de fruitbomen van de boerderij. Hij werpt een laatste blik op de klok en ziet dat het al vijf over zeven is. Langer mag hij niet treuzelen. Het regent niet hard maar wel veel. Pelles kleren zijn binnen de kortste keren zo nat dat ze tegen zijn vel plakken. Hij foetert zachtjes wanneer hij merkt dat zijn linkersok in zijn schoen sopt. Als papa dat schilderij verkocht krijgt, moet hij toch echt nieuwe schoenen voor hem kopen. Bij de boerderij van boer Gerard blijft hij staan. Hij kijkt snel om zich heen en wipt dan over het houten hek. In minder dan vijf seconden heeft hij zich aan de onderste tak van een appelboom omhooggetrokken.

5


Met een hand houdt hij zich vast, met de andere hand propt hij een paar appels in zijn doorweekte rugzak. Gelukkig heeft hij thuis een stuk plastic om zijn schoolboeken gewikkeld. Die blijven wel droog. Plots hoort Pelle gehijg en gesteun. Boer Gerard! Met een sprong belandt Pelle weer op de grond. Hij schat zijn kansen in. De boer is oud, minstens zo oud als Pelles vader. Pelle is jong en snel. Hij is al vaker uit de boomgaard gevlucht. Zorgeloos rent hij in de richting van het hek. Hij is er bijna. Dan glijden zijn schoenen weg over het gras dat door de regen spekglad is geworden. Hij klapt met zijn linkeroor tegen het hek en blijft vervolgens versuft op de grond liggen. ‘Nu heb ik je, melkmuil!’ brult boer Gerard uitzinnig2 van woede. Hij grijpt Pelle bij zijn nekvel en slaat hem waar hij hem maar raken kan. ‘Net je vader!’ gilt hij. ‘Je vader neemt ook gewoon wat hij te pakken krijgt. De vuile dief! Weet je eigenlijk wel wie hij is? Weet je hoe hij aan al zijn bezit komt?’ Pelle denkt terug aan die allereerste schooldag. Nooit antwoorden, wat hij ook vraagt, dat heeft zijn vader toen gezegd. Hij rukt zich los, springt over het hek en rent. Pas op school merkt hij dat hij zijn rugzak niet bij zich heeft.

6


7


8


3 Zuchtend schrijft Pelle zijn strafwerk in de nablijfklas. Tien vellen heeft hij al volgeschreven. Hij moet er nog vier, en dat allemaal omdat hij zonder schoolboeken op school is aangekomen. Hij voelt aan zijn pijnlijke oor. Er zit geronnen3 bloed op. Dat zal hij straks aan zijn vader moeten uitleggen. In de rij achter hem zit Mariella, het slimste meisje van zijn klas. Ze huilt onafgebroken. Voor haar is het de eerste keer dat ze moet nablijven. Twee velletjes moet ze schrijven, maar ze heeft nog geen letter op papier gezet. ‘Ik snap er niets van,’ snikt ze opstandig. ‘Ik heb niets verkeerd gedaan.’ Pelle grinnikt: ‘Je hebt de meester uitgelegd wat hij verkeerd deed met dat vraagstuk van wiskunde.’ ‘Precies,’ snuft ze. ‘Hij deed het verkeerd, niet ik! Waarom ben ik dan degene die moet nablijven?’ Pelle draait zich nu helemaal om zodat hij Mariella aan kan kijken. ‘Volwassenen krijgen graag gelijk, ook als ze ongelijk hebben,’ legt hij haar geduldig uit. Ze schudt opstandig haar krullen heen en weer. ‘Sommige volwassenen,’ vult Pelle aan. ‘Mijn vader is anders.’ ‘Mijn ouders ook!’ zegt Mariella nu boos, maar huilen doet ze niet langer. Ze drukt haar pen op het papier en vraagt dan aarzelend terwijl ze naar Pelles oor wijst: ‘Wie had gelijk, jij of degene die je geslagen heeft?’

9


Voor Pelle weet wat hem overkomt, heeft hij haar alles verteld. Hij vertelt dat hij alleen zijn vader heeft, en soms dat niet eens. Als papa aan het schilderen is, is Pelle helemaal alleen, al zit hij bij zijn vader in het atelier. ‘Papa is een groot kunstenaar!’ zegt hij trots. ‘Kinderen van kunstenaars zijn vaak alleen, zo gaat dat.’ Hij vertelt over de gaten in zijn schoenen, over de gestolen appels en over de rammeling van boer Gerard. ‘Hij schreeuwde dat ik een melkmuil ben!’ zegt hij beledigd. ‘En nu moet ik papa straks uitleggen wat er met mijn schoolboeken gebeurd is,’ eindigt hij met een zucht. Mariella kijkt hem ademloos aan: ‘Jij durft. Je klimt zomaar over het hek van de herenboerderij. Appels stelen van zo’n enge man, ook al is het je eigen oom, dat is gewoon gevaarlijk.’ Pelles mond valt open van verbazing. ‘Is gekke Gerard jouw oom?’ roept hij. Hij ziet plots een nieuwe kans om zijn boeken terug te krijgen. Mariella helpt hem vast. Dan ziet hij hoe ze verwoed4 het hoofd schudt. ‘Hij is mijn oom niet, Pelle! Hij is jouw oom. Wist je dat dan niet?’ Traag draait Pelle zich weer naar voren. Zonder nog iets te zeggen, maakt hij zijn strafwerk af. Thuis zal hij straks niet de enige zijn die iets heeft uit te leggen.

10


11


4 Pelle staat met gebalde vuisten en een bleek gezicht in de deuropening van het atelier. Zijn vader staat trillend voor hem. Op het schilderij waaraan hij aan het werken was, zit nu een vreemde, groene veeg die er niet hoort te zitten. ‘Wie heeft je dat verteld?’ hijgt papa verontwaardigd. ‘Wat maakt het uit!’ zegt Pelle een stuk rustiger dan hij zich voelt. ‘De vraag is of het waar is. Is gekke Gerard mijn oom?’ Hij hoeft niet op een antwoord te wachten. Het gezicht van zijn vader spreekt boekdelen. ‘Wat heb je van hem gestolen?’ gaat Pelle genadeloos verder. ‘Gestolen?’ stottert papa. Pelle wijst naar zijn oor: ‘Hij heeft me heus niet alleen voor die appels geslagen! Hij zei dat ik je moest vragen hoe je aan al je bezit komt! Hij zei dat ik een melkmuil ben!’ Dat scheldwoord maakt Pelle weer woest. Papa laat zich met een plof op het krukje bij de schildersezel vallen. Het blijft een hele poos stil. Dan zegt hij zacht: ‘Ik heb nooit iets gestolen, maar Gerard ziet dat anders.’ ‘Leg het me uit,’ eist Pelle.

12


13


‘Gerard en ik werden tegelijkertijd geboren. Nu ja, niet helemaal precies op hetzelfde moment, natuurlijk. Hij kwam eerst, twintig seconden later kwam ik. We zijn een tweeling. Maar al heel snel werd duidelijk dat we erg verschillend waren. Ik ben altijd al een dromer geweest. Gerard was zelfs als kind al een zakenman. Waar ik de koeien in de wei schilderde, rekende Gerard uit hoeveel hun melk zou opbrengen. Toen we twintig waren, verongelukten onze ouders. Gerard en ik verwerkten dat elk op onze eigen manier. Ik schilderde het portret van onze ouders dat nu in onze woonkamer hangt. Gerard nam het beheer van de boerderij over. We deden allebei wat we konden.’ ‘Wat gebeurde er toen?’ vraagt Pelle die zich in een spannend verhaal waant. ‘Toen leerden we je moeder kennen,’ zegt papa. Hij glimlacht verlegen. ‘Plots werd Gerard ook een dromer. Hij droomde van een toekomst met haar. Hij rekende haar voor hoe mooi haar toekomst kon zijn als ze met hem zou trouwen. Ik schilderde haar portret.’ Pelle slikt en slikt en slikt. Zijn moeder. Papa heeft het over zijn moeder. Hij heeft haar nooit gekend. Hij weet niet eens hoe ze eruitzag. En nu zegt papa dat hij een portret van haar geschilderd heeft! ‘Jouw moeder koos voor mij, Pelle. Dat heeft Gerard nooit kunnen verkroppen. Hij schreeuwde dat ik een melkmuil was, hij was de oudste, hij zorgde voor de boerderij. Hij verborg het schilderij.’

14


‘En mijn moeder?’ Pelle vraagt het met een snik in zijn stem. ‘Je moeder was de mooiste en de liefste. Ze kreeg jou en we voelden ons rijk, ook al kreeg ik in die tijd geen enkel schilderij verkocht.’ ‘En toen?’ ‘Toen ging ze dood,’ zucht papa. ‘Gerard zegt dat ik haar liefde gestolen heb.’ Pelle denkt diep na en zegt dan verbaasd: ‘Maar de liefde kun je toch niet stelen? Die krijg je gewoon.’

15


5 De avond valt. Er is erwtensoep. Pelle piekert en zucht diep. Morgen moet hij weer naar school. Zijn schooltas ligt nog steeds in de boomgaard van gekke Gerard. Oom Gerard, denkt hij, terwijl er een vreemde rilling over zijn rug glijdt. Hij lepelt zijn bord leeg en kijkt af en toe bezorgd naar zijn vader. Papas stilte klinkt nu niet als inspiratie. Zijn zwijgen zit vol gemis. Hij mist zijn vrouw, net zoals Pelle ook de moeder mist die hij nooit gekend heeft. Maar onder dat verdriet zit nog meer verborgen. Papa mist Gerard. Pelle weet het plots zeker.

16


Zonder iets te zeggen, staat hij op. Hij gaat naar de woonkamer en haalt het schilderij van zijn grootouders van de muur. Dan loopt hij naar buiten en doet zacht de deur achter zich dicht. Zijn vader merkt het niet. In de schemering loopt Pelle langs de akkers. Bij het hek van de herenboerderij van boer Gerard blijft hij staan. Hij tuurt naar de plek waar zijn boekentas gevallen moet zijn. Niets! Eerst wil hij over het hek wippen, zoals hij al vaker gedaan heeft. Dan bedenkt hij zich. Hij is niet van plan om een appel te pikken. Vanavond belt hij bij de voordeur aan. Hij kiest met knikkende knieën voor de brede oprijlaan.

17


18


Wel honderd meter lang is de weg naar de herenboerderij. De blaadjes van de bomen aan weerszijden van de laan ritselen bemoedigend. Nog voor hij aangebeld heeft, zwaait de deur open. ‘Wat moet je, melkmuil? Durf je wel? Je hier te vertonen nadat …’ Dan zwijgt de man die voor Pelle staat verbluft. ‘Is dat, zijn dat …’ stamelt hij. Pelle knikt. ‘We dachten dat je hen wel zou missen,’ zegt hij tegen zijn oom die hem bleek aanstaart. Gerard pakt het schilderij aan. Ontroerd kijkt hij naar zijn ouders. Heel lang blijft het stil. Pelle wipt van zijn ene voet op de andere. Gerard schraapt zijn keel en vraagt dan: ‘En nu wil jij dus …’

19


‘Heel graag,’ lacht Pelle opgelucht. ‘Wacht hier!’ zegt Gerard streng. Een paar minuten later komt hij terug met een klein schilderij. Zonder iets te zeggen duwt hij het in de handen van de jongen. ‘Je moeder!’ zegt hij stug. Dat had Pelle niet verwacht. Ontroerd kijkt hij in de ogen van zijn moeder. Hij ziet meteen dat hij haar trekken heeft. Plots hoort Pelle gehaaste voetstappen achter zich. Hij draait zich om en staat oog in oog met zijn vader.

20


‘Dus hier ben je!’ hijgt hij. ‘Hier ben ik,’ antwoordt Pelle. ‘Ik heb het schilderij van oma en opa meegenomen voor … voor oom Gerard.’ De twee broers staan even als kemphanen5 tegenover elkaar. Pelle stampvoet van ongeduld: ‘Geef nu maar gewoon toe dat jullie elkaar missen.’ Verbaasd kijken de mannen de jongen aan. Dan zetten ze een stapje dichter naar elkaar. Gerard grijnst: ‘Je bent er ook niet jonger op geworden!’ ‘Heb je je eigen hoofd al eens in de spiegel gezien?’ bromt Anton.

21


22


Het ijs is gebroken6, de deur van de boerderij gaat open. Die avond wordt het laat, heel laat. Er wordt gepraat, gelachen en gehuild. ‘Ik heb de liefde echt niet gestolen,’ zegt Anton stil. ‘Nee,’ schudt Gerard verlegen het hoofd, ‘maar je zoon heeft jou wel teruggebracht.’ Wat later nemen ze afscheid. ‘Zal ik wat appels voor je halen?’ plaagt Gerard zijn neef. ‘Dan hoef je niet meer over het hek te klimmen.’ Pelle bloost: ‘Mag ik dan nu eindelijk mijn boekentas terug?’ Als ze al bijna thuis zijn, horen ze in de maanverlichte nacht nog steeds de galmende lach van Gerard weerklinken.

23


Woorduitleg 1 2 3 4 5 6

24

smoezelig = een beetje vuil uitzinnig = dol en dwaas, alsof je je verstand kwijt bent geronnen = dik geworden verwoed = hevig, fel kemphanen = ruziemakers het ijs is gebroken = het wordt gezellig na een moeilijk begin


Pelle neemt iedere dag dezelfde weg naar school. Onderweg passeert hij langs boer Gerard. Stiekem plukt hij een appel en dan gaat het fout. Uiteindelijk lijken Pelle en de boer meer op elkaar dan ze denken.

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 6. ISBN 978 90 486 2537 6 Bestelnummer 60 1021 597 KB D/2016/0147/106 NUR 191 Illustraties: Yoeri Slegers Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 625376

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - 6e leerjaar - N1 - Melkmuil by die Keure - Issuu