ucatieve uitgaven
BIEB
De heksenput Kristien Dieltiens
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 6
2
De heksenput
1
2
De geschiedenis van de heks in Vlaanderen Het woord heks kennen we allemaal. We zijn er in onze kindertijd mee opgegroeid. Denk maar aan de heks uit het sprookje van Hans en Grietje. Daar zien we een toverkol met akelige ogen, een haakneus en een kin om u tegen te zeggen. Bij het woord ‘heks’ denken we spontaan aan een oude, lelijke vrouw die mens en dier betovert, toverdranken brouwt in haar heksenketel en kinderen lokt. Het is een begrip dat naar sprookjes, sagen1 en mythes2 verwijst. Maar toch hebben heksen echt bestaan. Tenminste: men geloofde vroeger dat heksen echt bestonden. Vaak waren het verarmde en oudere vrouwen die werden beschuldigd van hekserij. Ze konden zich niet verweren tegen de beschuldiging. In de geschiedenis zijn slechts een handvol mannen ook veroordeeld als heks. De verhalen over heksen zijn al eeuwenoud. Bij de Grieken, de Romeinen en in de tijd van de druïden3 geloofde men in hekserij. Maar ook in andere werelddelen zoals Mexico, Noord-Amerika, Australië, Azië en de Arabische landen werd er geloofd dat heksen bestonden. In sommige, meer primitieve landen en bij stammen gelooft men nu nog steeds in heksen. Tovenaars en duiveluitdrijvers moeten door middel van dans, rituelen en kruiden de demonen verdrijven uit het lichaam van een beschuldigde. De heksen in Vlaanderen leefden vooral tijdens de renaissance, tussen de 16e en 17e eeuw.
3
Volgens het volksgeloof is een heks iemand, meestal een vrouw, die in contact staat met de duivel. Daardoor is zij in staat mensen en dieren te betoveren en hun schade te berokkenen. ‘Ze bezit het boze oog,’ was toen de uitdrukking om iemand te beschuldigen van hekserij. Soms konden ze ook genezen. Vaak waren het vrouwen die veel kennis hadden over geneeskrachtige planten, bloemen en kruiden. Ze waren veel meer in staat om kwaaltjes te genezen dan de dokters van die tijd. Die dokters waren soms echte kwakzalvers4. Ondertussen weten we dat vele planten, bloemen en onkruid goed zijn voor de mens en kwaaltjes kunnen genezen. Bijvoorbeeld als je geprikt bent door de brandnetel, pluk je het best het blaadje van de hondsdraf of weegbree. Vaak groeit het vlak naast de brandnetel. Het sap van het gekneusde blaadje doet op een wonderlijke manier onmiddellijk het pijnlijke jeuken stoppen. Bij de apotheker kun je zalf van de calendula kopen. Die zalf is gemaakt van goudsbloemen en verzacht het jeuken. Aan sommige namen kunnen we nog herkennen waarvoor bloemen en planten in die tijd gebruikt werden.
Hondsdraf
4
Calendula
Boerenwormkruid werd gebruikt voor wie last had van aarswormpjes, lintwormen en andere parasieten, en ook tegen hoofdluizen was een extract van deze bloem doeltreffend. Hoewel de brandnetel bekend staat om zijn prikkende werking, heeft hij dit effect niet als hij is blootgesteld aan warmte door koken of bij bereiding tot thee. De netel wordt gebruikt bij huidaandoeningen, zoals eczeem en aanverwante allergieën en bevat veel vitamine C en ijzer.
Boerenwormkruid
Brandnetel
5
Vlierbessen worden al eeuwenlang gebruikt om wonden mee te behandelen. De gepureerde bessen worden op de wond aangebracht. Wanneer je ze eet, kun je ziekten als verkoudheid en griep bestrijden. Zowel de bloemetjes als de vruchtjes helpen mee om keelontstekingen te genezen. Kamillebloemetjes hebben een aangename geur en oefenen een reinigende en kalmerende invloed uit op het maagdarmstelsel, in feite op alle organen die met slijmvliezen bekleed zijn. Kamille is een van de veiligste kruiden en is goed voor onrustige kinderen. De bloemen kunnen gebruikt worden tegen spanningen en onrust.
Vlierbessen
Kamillebloemetjes
De vervolging van vermeende heksen begon pas in de 14e eeuw. In Europa ontstonden vanaf de vroege 15e eeuw nieuwe wetten om iemand als heks te beschuldigen. Vrouwen werden nu niet alleen meer vervolgd vanwege hun boze oog maar ook omdat ze handelingen hadden gedaan die erop wezen dat ze hulp kregen van de duivel. Het geloof dat heksen leden waren van een geheime duivelse sekte5 leverde de basis om tot grootschalige heksenvervolgingen over te gaan.
6
Men geloofde dat heksen bij volle maan naar nachtelijke bijeenkomsten vlogen waar andere heksen ook waren. Om te vliegen, gebruikten ze een bezem. Een bijeenkomst heette een heksensabbat. Tijdens zo’n nacht geloofde men dat de heksen van de duivel een poeder kregen waarmee ze mens en dier konden betoveren. Welke gaven werden hen toegeschreven? • geneeskundige krachten • voorspellingen • magische krachten • de mogelijkheid om zich in een dier of een ander levend wezen te veranderen. Van een zwarte kat dacht men dat het een heks kon zijn. • de mogelijkheid om zich snel te verplaatsen Daarnaast gebruikten heksen enkele attributen6 , zoals een zwarte kat, een bezem en een ketel om toverdranken in te brouwen.
7
Waren de mensen in die tijd dan zo dom? Geloofden ze dat er vrouwen waren die een heel dorp konden betoveren? Dat die vrouwen een verbond hadden gesloten met de duivel? Geloof en bijgeloof is van alle tijden. Wie bang was voor ‘boze krachten’ in zijn huis, begroef gewoon een zakje zout onder de drempel of hing een hoefijzer boven de deur. Nu nog steeds durven sommige mensen niet onder een ladder door te lopen en op vrijdag de dertiende plannen ze geen uitstapjes. En soms doen we dingen waarvan we zelfs niet weten dat ze met bijgeloof te maken hebben, bv. een kerstboom in huis zetten, suikerbonen geven bij de geboorte van een kindje en nog veel meer. Hoe meer onwetendheid er was, hoe vaker mensen op zoek gingen naar bovennatuurlijke verklaringen en hulpmiddelen. Ook in onze tijd zie je hoe mensen hun toevlucht nemen tot vreemde praktijken als de klassieke geneeskunde niet meer helpt. Of als de problemen waar ze mee worstelen hen boven het hoofd groeien. Nog steeds gaan mensen naar waarzeggers of helderzienden. In de 16e en 17e eeuw waren de mensen dus net zo bijgelovig als in de eeuwen daarvoor of daarna. Door de komst van de Spanjaarden in ons land was er veel verwoest: huizen en kerken, veemarkten en textielwerkplaatsen, akkers en boerderijen. Er was hongersnood en ziekte. Ook voor de Kerk waren het moeilijke tijden.
8
Iedereen wilde rust. En dus moest er streng opgetreden worden tegen iedereen die de rust verstoorde: tegen ketters (de ongelovigen), maar ook tegen heksen. De paus van die tijd (Paus Innocentius VIII) gaf de opdracht om de hekserij zonder pardon uit te roeien. Voor alle tegenslagen bij de mens, moest er iemand de dupe zijn. Toch was heksenvervolging meestal geen wilde jacht van woedende dorpelingen die zich op een arme vrouw wilden wreken. De rechtbank met rechters bestond al. Een heksenproces begon altijd met een aangifte. Meestal dienden enkele buren klacht in tegen een vrouw, waarover in het dorp geruchten van hekserij de ronde deden. De aanklacht bestond erin dat de vrouw bijvoorbeeld een koe van de buren ziek had gemaakt. Of dat ze een onweer had afgeroepen zodat de schuur van een naburige boerderij was afgebrand. Als de beschuldigde vrouw de naam had een heks te zijn, werd ze aangehouden voor verder onderzoek. Dan wachtte haar de moeilijke opdracht om zich van alle blaam7 te zuiveren.
9
De slachtoffers De meeste heksen waren arme en oudere vrouwen die vaak alleenstaand waren. Zonder de bescherming van een man waren ze een gemakkelijk doelwit. Daarbij werden de heksen gedwongen om de namen van andere deelnemers te noemen die ook naar de heksensabbat gingen. Andere vrouwen uit dezelfde familie werden snel ook verdacht. Als je moeder als heks was veroordeeld, kon je als dochter maar beter naar een andere streek verhuizen! De enkele mannen en kinderen die op beschuldiging van hekserij voor de rechtbank kwamen, waren allemaal familieleden van reeds veroordeelde heksen.
Gedwongen bekentenis Men luisterde ook naar de getuigen: iedereen kwam aan bod en mocht zijn zegje doen. Een buur kwam vertellen dat de vrouw een pad als huisdier had: dat was hoogst verdacht! Een vriendin daarentegen beweerde dat ze nooit iets abnormaals had opgemerkt en dat de vrouw al haar gebeden kende. Ondertussen zat de beklaagde in ellendige omstandigheden in de gevangenis. Vaak met een loodzware ijzeren halsband rond de nek. Er werd een officiële beschuldiging opgesteld en een advocaat kreeg als taak de heks te verdedigen. Maar een heks kon niet ter dood veroordeeld worden als ze niet zelf haar schuld bekende. Dus werd er meestal overgegaan tot een onderzoek met foltering.
10
Het godsoordeel Als de vrouw bleef ontkennen, werd er overgegaan tot het oordeel van God. Hij moest beslissen of iemand een heks was of niet. Daarvoor werd de waterproef ingesteld. Het idee was dat God onschuldige mensen zou willen beschermen tegen pijn. Bij de waterproef werd de vrouw in het water van een rivier ondergedompeld. Een onschuldige zou direct zinken; wie bleef drijven was behekst. Men dacht immers dat heksen lichter dan water waren en zouden blijven drijven. De vrouw werd wel vastgemaakt aan een touw zodat zij nog uit het water getrokken kon worden, maar soms kwam het toch voor dat mensen hierbij verdronken. Als ze verdronken, was hun onschuld bewezen en mochten ze christelijk begraven worden op het kerkhof. Soms bleef de vrouw nog even drijven door de luchtbellen in de kleding. Dan werd ze uit het water getrokken en naar de brandstapel gebracht. Haar schuld was immers bewezen.
11
Als er geen rivier in de buurt was, koos men voor de vuurproef. De vuurproef hield in dat de vrouw over gloeiende kolen moest lopen, of een gloeiend heet voorwerp vast moest pakken. Hierdoor zou ze brandwonden oplopen en haar schuld of onschuld werd bepaald door de genezing daarvan. Na enkele dagen werd de huid van de beklaagde gecontroleerd. De huid moest gaaf zijn om te slagen voor de proef. Het is niet vreemd dat uiteraard niemand ooit geslaagd is voor de vuurproef. Ook werden de vrouwen ‘gewogen’. Als ze te weinig woog, was ze vast en zeker een heks. De uitdrukking ‘iemand te licht bevinden’ maakt duidelijk dat we iemand niet goed genoeg vinden. Dat is een overblijfsel uit ons heksenverleden. In de praktijk gebeurde het niet vaak dat een heks haar onschuld kon bewijzen. Als ze hier toch in slaagde, werd ze vrijgelaten of verbannen. In alle andere gevallen volgde de doodstraf. In onze streken werden heksen meestal verbrand. Een heksenverbranding trok altijd veel volk: het was een echte attractie voor groot en klein. Het kreeg zelfs de sfeer van een heuse kermis.
12
De duivel De angst voor heksen had te maken met de angst die de mensen hadden voor de macht van de duivel. Men meende dat heksen verleid werden door de duivel. Hij had de gestalte van een knappe man in het zwart gekleed. Of hij had de vorm van een dier zoals een pad. Ze sloten een verbond met de duivel: in ruil voor hun geloof in God kregen ze de toverkunst van hem. Voortaan waren ze in staat andere mensen met toverkunsten schade te berokkenen. Ze konden bijvoorbeeld door de lucht vliegen.
13
Einde van de heksenvervolging In 1684 vond in Sinaai (Oost-Vlaanderen) het laatste Vlaamse heksenproces plaats. De beklaagde, Martha van Wetteren, werd ter dood veroordeeld, maar het vonnis werd niet uitgevoerd. Nog enkele bekende heksen zijn Jeanne Panne (Nieuwpoort, veroordeeld in 1650) en Cathelyne Strubbe (Hondschote, veroordeeld in 1660).
Een waargebeurd verhaal
(Tanneke Sconyncx, veroordeeld in 1603) De heksenput Tanneke was een mooie, jonge vrouw. Samen met haar ouders woonde ze in een hoeve in Tielt. Iedereen kende haar als een lieve behulpzame vrouw die heel goed kon opschieten met alle mensen. Niet alleen mensen; ze was ook goed voor de dieren. En dat was niet zo vanzelfsprekend in die tijd. Ze behandelde de dieren met zachtheid in plaats van met geweld. Zo zou ze het nooit in haar hoofd halen om een koppige ezel met een stok te slaan. Nee, ze aaide het dier op zijn rug en fluisterde in zijn oren. Heel wat jonge mannen hadden een oogje op Tanneke. Vaak vond ze ’s morgens een ruiker veldbloemen voor haar deur. Of werd ze door een moedige aanbidder uitgenodigd om samen naar de kermis te gaan.
14
Maar Tanneke wees iedereen af. ‘Ik zal het direct voelen, als de ware voor me staat,’ zei ze meer dan eens. ‘Ik zal een boodschap krijgen, die me duidelijk maakt met wie ik moet trouwen.’ Dat vonden de meeste mannen maar niets. Boodschappen krijgen? Onzin! Dat vond de baljuw8 ook. Hubrecht Meganck was een verre neef van Tanneke en slechts enkele jaren ouder dan zij. Hij vond haar de mooiste vrouw ter wereld. Hubrecht zat ‘goed in de was’, wat wilde zeggen dat hij rijk en welstellend was. Hij woonde in een groot herenhuis in Tielt en hij bezat vele landbouwgronden die hij verhuurde voor een goede prijs. Hij had ook veel macht. Als er een misdadiger voor de rechter werd gesleept, was hij het die het op een akkoordje gooide. Hij liet de misdadiger een grote som geld betalen in ruil voor diens vrijheid en het verlaten van de streek. Zo is iedereen tevreden, dacht Hubrecht. De stad werd verlost van de misdadiger, hijzelf verdiende er zijn rijkdom mee, en de boef was gelukkig dat hij weer op vrije voeten was. Zo kon je zeggen dat Hubrecht slapend rijk werd.
15
Hubrecht nodigde Tanneke verschillende keren uit in zijn huis, maar verder dan een beleefd praatje kwam het niet. Ze had geen enkele interesse in hem. En dat maakte hem vreselijk jaloers. Het idee dat iemand anders met Tanneke zou trouwen, maakte hem woedend. En toen gebeurde het. Op een mooie lentedag liep Tanneke over de veldweg die leidde naar de kerk. Ze was erg bijgelovig, net als zoveel andere mensen in die tijd. Tanneke zou nooit onder een ladder doorlopen, op een vrijdag de dertiende zou ze nooit brood bakken en als ze per vergissing zout morste, dan strooide ze enkele korrels over haar linkerschouder. Op haar weg naar de kerk gebeurden er drie dingen. Zo vond ze midden op de weg een hoefijzer. Hoefijzers brengen geluk als je ze boven de deur hangt, wist ze. Ze passeerde een lindeboom en net op dat ogenblik kwamen er drie lieveheersbeestjes op haar hand zitten. Verheugd stapte ze verder en vlak bij de kerk ontmoette ze Thomas Vandermeulen, een sterke boerenzoon. Ze keken elkaar aan en op dat ogenblik vlogen er drie zwaluwen boven hun hoofd. Tanneke wist genoeg. Hier stond de man met wie ze zou trouwen. Ze bleven in elkaars ogen kijken en de vonk sloeg over. Ze werden verliefd, ze trouwden en iedere dag werd hun liefde sterker. Op enkele jaren tijd kreeg ze vier kinderen. Het waren prachtige kinderen, net als hun moeder die alleen maar mooier werd met de jaren. De baljuw bleef knarsetandend achter. Hij was gewend zijn zin te krijgen en dit gelukkige huwelijk zinde hem niet. Ook de andere mannen in de streek voelden zich door haar afgewezen.
16
Jaren gingen voorbij. Thomas en Tanneke werkten op de boerderij en ze werden bijgestaan door hun vier kinderen. Ze kenden geen tegenslag, hun oogsten waren rijk en hun dieren waren gezond, net als de kinderen. Maar de nijd en jaloezie bleef als een donkere wolk boven hen hangen. Op een dag was het kwaad geschied. In de streek brak er een pokkenepidemie uit. Vele kinderen stierven aan de ziekte of hielden er littekens van over. Maar niet de vier kinderen van Tanneke. Als iemand haar vroeg hoe dit kwam, zei ze: ‘Mijn kinderen zijn alle vier op een zondag geboren. Ze zingen hun gebed voor het ontbijt. Ze eten iedere ochtend een pannenkoek en ieder jaar weer maken de zwaluwen hun nest onder ons dak.’ Zoveel geluk in één gezin stichtte nog meer kwaad bloed. Het geroddel werd sterker en niemand weet wie het woord ‘hekserij’ voor de eerste keer in de mond nam. Het geroddel bereikte ook de baljuw. Hij liet een plakkaat ophangen waarop stond vermeld dat iedereen zijn klachten bij hem kon uitbrengen. Vele mensen kwamen en al vlug was er een hele waslijst tegen Tanneke en haar dochter. Tegen Thomas en de drie zonen werden er geen klachten geuit. Tanneke wist ervan. Om zichzelf en haar dochter te beschermen liep ze naar de pastoor. ‘Eerwaarde,’ zei ze. ‘U kent alles van de hemel en de hel. U weet het verschil tussen engelen en duivels, tussen heiligen en misdadigers. Kunt u bevestigen dat mijn dochter en ik geen heksen zijn?’
17
De pastoor ging ten rade bij de bisschop. Hij kreeg als opdracht om Tanneke en haar dochter te onderzoeken op heksenvlekken. In de sacristie9 moesten Tanneke en haar dochter poedelnaakt voor de pastoor verschijnen. Hij onderzocht ieder plekje op hun lichaam. De dochter had nergens een heksenvlek, maar Tanneke had op haar rechterschouder een kleine moedervlek, niet groter dan een boon. De pastoor stak er een naald in en Tanneke schreeuwde het uit. De pijn was het bewijs dat het een gewone moedervlek was en geen heksenvlek. De pastoor bracht het goede nieuws naar de baljuw, maar die liet het er niet bij. De lijst met klachten was nog verder aangegroeid: 1 Tanneke had de buren geholpen toen een koe moest kalveren. Zowel de koe als het kalf waren overleden. 2 Als alle kinderen de pokken of de mazelen kregen, bleven haar kinderen ervan bespaard. 3 Ze was met haar dochter gezien op het kerkhof met drie zwarte katten die haar volgden. Dat gebeurde op de woensdag voor Pasen, de dag dat Jezus werd verraden door Judas. Die nacht hadden ze ook aan een heksensabbat deelgenomen. De vrouw van de koster had gezien hoe twee vrouwen met hun bezem in de lucht vlogen. Even later zag ze hen omringd door andere vliegende vrouwen. Ze had dit goed kunnen zien omdat het net volle maan was. Het was het bewijs dat Tanneke een pact had gesloten met de duivel.
18
Ook had Tanneke een toverpoeder waarmee ze een paard ziek had gemaakt. Tanneke stuurde hagel, storm en onweer naar de andere akkers en weilanden. Zijzelf bleef bespaard. Haar oogst was altijd gelukt.
Ze maakte mensen en dieren onvruchtbaar. Tanneke en haar dochter gaven kinderen die ze ontvoerden aan de duivel of ze doodden hen. Die getuigenis kwam van de buurvrouw die jaloers was dat haar man stiekem verliefd keek naar Tanneke.
19
Ze gooiden kinderen die bij hun ouders vandaan liepen ongezien in het water. Ze voorspelden de toekomst met de hulp van de duivel. Ze konden dingen zien die verderop gebeurden. Ze konden iemand verliefd doen worden. … Toen de baljuw het vernam, liet hij moeder en dochter ophalen. Op kerstavond 1602 werd Tanneke opgesloten in de gevangenis van Tielt. Hij zorgde ervoor dat ze het goed hadden, want hij was nog altijd verlekkerd op haar. Hij bezocht haar in de gevangenis en probeerde haar met zoete praatjes te verleiden. Maar Tanneke ging niet in op de avances10 van de baljuw. Ze bleef trouw aan haar lieve man Thomas. Ze ontkende alle beschuldigingen. En ze verklaarde aan de rechter dat de baljuw wraak wilde omdat ze hem had afgewezen. Ze vertelde ook dat hij uit was op haar hoeve en haar bezittingen. In de Hallentoren van Tielt werd Tanneke nog maar eens onderzocht op duivelstekens. Ook al had de pastoor verklaard dat ze alleen maar een onschuldige moedervlek had op haar rechterschouder. Ze werd er gefolterd door de Gentse beul Baudewijn Waelspeck. Hij bracht ’s nachts littekens aan. De volgende dag werden ze aangewezen als bewijs: de duivelstekens.
20
Ondanks haar enorme weerstand kon Tanneke niet anders dan bekennen om van de folteringen af te geraken. Toen ze voor de rechter stond, trok ze haar bekentenis weer in en verklaarde dat ze had bekend omdat ze de hevige pijnen niet meer aankon. Toen werd ze opnieuw gefolterd. De marteling duurde van 23 mei tot 2 juni 1603. Tijdens de laatste foltering, die vier dagen en nachten had geduurd, bezweek Tanneke. Salomon Marcx, een chirurgijn11 uit Tielt, verklaarde dat Tanneke niet gestorven was aan haar verwondingen. Het was de schuld van de duivel. De baljuw prees zich gelukkig en hij verrijkte zich met een deel van haar bezittingen.
21
Omdat ze geen vergiffenis had gevraagd voor haar zonden werd Tanneke in ongewijde grond begraven in haar geboorteplaats Gottem. Het was dicht bij een vijver die nog altijd de heksenput wordt genoemd.
22
Woorduitleg 1
sage = kortere vertelling dan een sprookje, behandelt een bepaalde vorm van volksgeloof 2 mythe = verhaal met een heilzame werking dat een diepe waarheid over het menselijk bestaan uitdrukt 3 druïden = priesters bij de oude Kelten 4 kwakzalvers = mensen die bedrieglijke, geneeskundige praktijken uitvoeren 5 sekte = een gesloten (vaak religieuze) gemeenschap met eigen wetten en gewoontes 6 attributen = bepaalde voorwerpen die nodig zijn om bepaalde handelingen uit te voeren 7 blaam = smet, schuld, bezoedeling 8 baljuw = een landvoogd, een rechter, iemand die de belastingen ontving 9 sacristie = aparte ruimte waar de priester zijn kostbare gewaden en de kelk bewaart. 10 avances = pogingen om iemand te verleiden 11 chirurgijn = dokter van die tijd
23
Als je het woord ‘heks’ hoort, denk je dan ook aan een lelijke oude vrouw met een haakneus en een pukkel? Denk dan nog maar eens, want niet alle heksen zijn lelijk. Ontdek de geschiedenis van de heksen in Vlaanderen en lees het waargebeurde verhaal van Tanneke.
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 6. ISBN 978 90 486 2537 6 Bestelnummer 60 1021 597 KB D/2016/0147/106 NUR 191 Illustraties: Kristien Dieltiens Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 625376
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.