ucatieve uitgaven
BIEB
Maak dat de kat wijs! Donna Van Riet
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 5
8
Maak dat de kat wijs!
1
De kat Het was lente toen het gebeurde. Ik herinner me nog goed de eerste keer dat ik hem zag. Oma en ik hoorden gekrabbel aan de achterdeur. Een grijs katje zat op de vensterbank en drukte zijn snuit tegen de ruit. Het was alsof hij iets of iemand zocht. Zijn ogen – doordringend, aandachtig en blauw – speurden de keuken af. Waar ik stond, bleven ze staren. Ik kreeg het gekke idee dit katje al eerder gezien te hebben. Er was iets vertrouwds aan. Iets herkenbaars. Toen we de achterdeur openden, liep hij meteen door naar de living. Hij sprong in de zetel, waar opa een maand eerder nog had gezeten. Alsof hij wist dat die plek vrij was. Even later, besefte ik waarom hij me zo bekend voorkwam. Die ogen. Die kende ik mijn hele leven al. Het waren de ogen van de man in de foto op de kast. Buiten het tikken van de grote staande klok was het muisstil in de kamer. Oma en ik keken naar het katje in opa’s zetel. We keken en zwegen. Minutenlang. Kon het zijn dat … Was het mogelijk dat … Uiteindelijk was het oma die als eerste sprak. ‘Roger,’ zei ze. Opa’s naam had nooit eerder zo zacht geklonken. Fluweelzacht zelfs, bijna zo donzig als een poezenvacht. De kat keek op, liep naar oma toe en streek langs haar been. Oma bukte zich en aaide het beestje teder. ‘Ik zal je lievelingseten klaarmaken,’ fluisterde ze hem toe. 2
Toen liep ze naar de keuken en zette een pan op het vuur. Ik wist meteen wat we zouden eten die avond. Stoofvlees met frieten. Al had ik wel mijn bedenkingen of dat zo geschikt was als kattenvoer. Mochten we nog twijfels hebben gehad, dan liet de kat die snel verdwijnen. Om klokslag half 7 ging hij weer in zijn zetel zitten en begon onophoudelijk te miauwen. Tot oma de televisie aanzette en Krabbels begon. Het was opa’s lievelingsprogramma. Altijd al geweest. We keken met zijn drietjes. Af en toe gleed mijn blik naar opa’s zetel. Naar die blauwe kijkers1, die aan het televisietoestel zaten gelijmd. Bij elk mopje van presentator Bert Blokken zag je zijn ogen twinkelen. En oma en ik, wij twinkelden mee.
3
Miauw, miauw Het was zalig om opa weer bij ons te hebben. Ook al was hij een dier. Hij was een hele lieve kat. Hoewel hij zeker niet vies was van een portie kattenkwaad2. Maar dat was eigenlijk altijd al zo geweest. ‘Regels Toon,’ had opa telkens tegen me gezegd, ‘die zijn er om naar je hand te zetten.’ Wisten wij veel dat hij dit levensmotto zo zou doortrekken. Opa had altijd al een zwak gehad voor katten. Maar oma had er nooit een in huis willen halen. ‘Ik ken dat,’ had oma nog gezegd. ‘Jij hebt er de vriendschap van en ik de last. Of wie zal de kattenbak steeds moeten verversen?’ Ik herinner me de blik op oma’s gezicht nog precies, toen ze voor de eerste keer zijn kattenbak ververste. Vooral de pretoogjes van opa, die vergeet ik nooit meer. Niet dat oma ermee inzat om voor opa te zorgen nu hij kat was. Integendeel! Niets was haar te veel. Ze overspoelde hem met kattenspeeltjes, liep steeds weer naar de achterdeur om mijnheer binnen of buiten te laten. Ze poetste zelfs zijn tanden. Al kreeg ik de indruk dat hij dat liever achterwege zou hebben gelaten. Opa mocht aan tafel gewoon mee-eten. Hij zat nog steeds op zijn zelfde plek als vroeger. Heel af en toe schonk oma hem zelfs een biertje in. Dan viel hij tijdens Krabbels meestal als een blok in slaap. Ik geloof echt niet dat bier zo geschikt is voor katten.
4
Opa was uiteraard een heel intelligent beest. Niet zoals andere katten die de hele dag liggen niksen. Neen, hij was het soort kat dat ingewikkelde puzzels oploste. Dat de ijskast zonder enig probleem open kreeg. Dat naar huis kwam met de kaketoe van de buren (het geschreeuw van die vogel irriteerde hem al jaren). Oma en ik brachten de kaketoe meteen weer naar huis. Levend en wel. Hoe opa die vogel te pakken kreeg, was een raadsel. De vogelkooi bleek een beveiligde gevangenis. Opa kon ook op eender welke vraag antwoorden. Eén keer miauwen was ja, twee keer miauwen betekende nee. ‘Heb je zin in stoofvlees met frieten?’ Miauw. ‘Wil je alsjeblieft de vogel van de buren met rust laten?’ Miauw, miauw.
5
Getikt Hoewel oma en ik volledig overtuigd waren dat deze katachtige vriend opa was, waren mijn ouders dat niet. Zelfs papa, opa’s eigen zoon, weigerde te geloven dat opa was teruggekeerd als kat. ‘Jullie lijken wel getikt!’ riep hij toen we hem het nieuws vertelden. ‘Dat Toon zoiets gelooft, dat kan ik nog begrijpen. Maar jij, moeder? Jij zou toch echt slimmer moeten zijn.’ Het was triest dat papa niet zag dat zijn vader vlak voor zijn neus zat. Opa deed tal van pogingen om te tonen wie hij was. Niets werkte. Het werkte niet toen hij zich te pletter miauwde bij een foto van hem en papa. Het werkte niet toen hij een flesje van zijn lievelingsbier van het aanrecht stootte. En het werkte ook niet toen hij met de kaketoe van de buren kwam aanlopen. Daarom probeerden oma en ik hem te overtuigen. Maar papa wilde gewoon niet luisteren. Hij werd zelfs boos. Hoe meer wij aandrongen, hoe bozer hij werd. Hij werd op een bepaald moment zó boos, dat hij me verbood nog bij oma en opa op bezoek te gaan. Wat tot een megagrote ruzie leidde. Want ik was echt dol op mijn oma en opa. En stiekem vond ik opa als kat nóg leuker. Hij kroop bij me op schoot. We speelden samen. En waar ik ook ging, opa volgde. Hij wachtte mij op woensdagmiddag zelfs op aan de schoolpoort. Dan liepen we samen naar huis. Dan aten we stoofvlees met frieten, keken we naar Krabbels en brachten we de kaketoe van de buren weer terug thuis. Maar daar dreigde dus een eind aan te komen.
6
‘Mijn moeder is seniel3 aan het worden,’ zei papa tegen mama. Ik wist niet wat dat woord ‘seniel’ betekende. Maar ik vermoedde dat het niets positiefs was. ‘Ik geloof dat de dood van Roger je moeder heeft gekraakt,’ antwoordde mama. ‘Je hoort dat wel vaker. Oudere mensen zijn niet meer zo bestand tegen dat soort ongeluk.’ ‘Dat ik na mijn vader nu ook nog mijn moeder ga verliezen,’ mopperde papa. ‘Misschien moeten we haar eens door een dokter laten onderzoeken.’ ‘Ja Jo,’ zei mama. ‘Ik denk inderdaad dat je moeder hulp nodig heeft.’ Hoorde ik dit goed? Dachten mijn ouders nu dat oma gek was geworden? ‘Oma is niet gek!’ brulde ik. ‘Die kat ís opa! En als je de moeite zou nemen om naar hem te kijken, dan zou je het zien.’ Hierna mocht ik een week niet bij oma en opa op bezoek.
7
Iets vreselijks Tijdens die week gebeurde er iets vreselijks. Ik was in mijn kamer mijn huiswerk aan het maken toen ik plots een luid gemiauw hoorde. Het was een hels gejammer dat door merg en been ging. Instinctief4 wist ik dat er iets mis was. Ik schoot naar het raam en keek naar beneden. Het was opa. Hij miauwde alsof zijn leven ervan afhing. Ik rende meteen de trap af. Op zo’n moment heb je spijt dat je in een flatgebouw woont. Gelukkig wonen wij maar op de tweede verdieping en niet op de vijfde of op de vijftiende. Toen ik beneden kwam, zag ik dat opa kleddernat was. Ook al had het niet geregend. Zodra de kat me zag, zette hij het op een lopen. Ik aarzelde geen moment en volgde hem. Opa rende zo snel, dat ik nauwelijks kon volgen. Hij rende naar huis. Daar kroop hij meteen door het kattenluikje in de achterdeur naar binnen. Ik opende de deur en volgde hem. Tot aan de trap. Daar lag oma op de grond, kreunend van de pijn. Ze mompelde onverstaanbaar en zei dan zachtjes: ‘Uitgegleden.’ Op de derde traptrede zag ik een kattenspeeltje liggen. Ik was zo erg geschrokken, dat ik niet wist wat te doen. Het was opa die me naar de telefoon leidde en met zijn snoet de nummers aanduidde. ‘Dienst spoed, kan ik u helpen?’ klonk een vrouwenstem. ‘H…allo?’ stotterde ik. ‘M… mij… mijn o… oma is gev… vallen.’ ‘Vanwaar bel jij nu?’ vroeg de stem vriendelijk. ‘Ik … eh … Ik weet het niet. Ik ben bij o… oma en o…’ 8
9
Ondertussen had opa een nog ongeopende brief van het aanrecht gehaald. Daar stond het adres van oma en opa op. Ik las het voor. ‘De ambulance is onderweg,’ zei de dame dan. ‘Probeer kalm te blijven. Ze zijn er zo.’ Ik wilde weer naar oma toe, maar opa miauwde tot ik weer naar de telefoon ging. ‘M… moet ik nog iemand bellen?’ vroeg ik. Miauw. ‘Wie dan?’ Toen liep hij naar de foto van hem en papa op de kast. Maar ook het nummer van papa kende ik niet uit het hoofd. En in mijn haast was ik mijn gsm thuis vergeten. Opa toonde een sneltoets op het telefoontoestel. Dat bleek papa’s nummer te zijn. ‘Met Jo Soetens.’ Bij het horen van papa’s stem brak mijn grote-jongenshuilen-niet-schild in duizenden stukjes. ‘Paaaaa… paaaa…’ jankte ik. ‘Oooom… Ooooma is…’ Verder kwam ik niet. Maar dat hoefde niet. Papa begreep dat er iets was gebeurd. ‘Ik kom eraan jongen,’ hoorde ik papa zeggen. Daarna haakte hij in.
10
11
Waarom je kaketoes met rust moet laten De ambulance was er snel. De buren kwamen nieuwsgierig buiten piepen om te zien wat er gaande was. Nadat ze oma zagen die werd buitengedragen, vroegen ze wat er was gebeurd. ‘Oh!’ antwoordde de buurman nadat ik hem over de val vertelde. ‘Ik denk dat uw kat mij kwam halen. Maar ik dacht dat hij weer achter onze kaketoe aanzat. Dus ik vrees dat ik een emmer water over hem heb gekiept. Sorry daarvoor.’ Dat verklaarde waarom opa zo nat was geweest. ‘Wat een slim beest!’ voegde de buurman er nog aan toe. Ik luisterde amper. Ik wou met de ambulance mee. Maar papa was er nog niet. De ziekenwagen was nog maar net vertrokken of papa kwam met gierende banden aangereden. Hij deed me teken om in te stappen. ‘Die kat blijft hier!’ zei papa streng toen ik het portier voor opa openhield. Ik wist dat papa niet te overtuigen was. Dus ik liet opa daar achter. Helemaal alleen.
12
Een heup kan niet in het gips In het ziekenhuis duurde het een eeuwigheid vooraleer we nieuws kregen over oma. Het was al donker buiten toen de dokter ons uiteindelijk vertelde dat oma’s heup gebroken was. De dokter zei dat oma moest worden geopereerd. Zo snel mogelijk. ‘Zo’n operatie is niet zonder risico,’ hoorde ik de dokter zeggen. ‘Zowel tijdens als achteraf.’ ‘Het komt toch wel goed met oma?’ vroeg ik. ‘Ja jongen, alles komt goed,’ zei de dokter. ‘Waarom moet oma worden geopereerd? Waarom kan je haar heup niet in het gips leggen?’ ‘Wanneer je een arm of been breekt, dan leggen we dat in het gips. Maar een heup kan je niet in het gips leggen, jongen,’ legde de dokter uit. ‘Ga jij alvast even bij je oma langs.’ De dokter maakte een gebaar naar een verpleegster, die me meteen naar de kamer van oma loodste. Toen ik omkeek, zag ik de dokter tegen mijn ouders praten. Het gezicht van papa zei genoeg. Dit gesprek mocht ik niet horen. En ik wist waarom.
13
Geslaagd De volgende dag werd oma geopereerd. Het leek uren te duren. Papa ijsbeerde de gang door. Van de stoel waar ik zat tot aan de grote klapdeur en weer terug. Dat deed hij net zo lang tot de deur openzwaaide en de dokter tevoorschijn kwam. ‘De operatie is geslaagd,’ zei de dokter. Het waren verlossende woorden. Papa was zo blij dat hij me in zijn armen nam en de lucht in katapulteerde. Toch schrok ik toen ik oma zag. De operatie mocht dan wel ‘geslaagd’ zijn, ze zag er een hoopje ellende uit. ‘Het betert wel, Toontje,’ zei papa. ‘Oma moet weer op krachten komen.’
14
Honger ’s Avonds aan tafel schepte ik twee keer bij. Ik leek reuzehonger te hebben. Maar dat was niet zo. De extra portie verdween in een zakje onder tafel. Het was voor opa. Het viel niet op. Mama en papa hadden het te druk met praten. Over oma. Over de operatie. En over het huis van oma. ‘We kunnen dat huis het best te koop zetten,’ zei mama. Ik verslikte me bijna in een erwtje. Hoorde ik dit goed? Gingen ze het huis van oma en opa verkopen? Waar moest opa dan heen? ‘Is dat niet wat vroeg?’ reageerde papa. ‘Ze komt toch niet meer terug thuis.’ ‘Dat weet je niet,’ zei papa bits5. ‘Je hoorde wat de dokter zei, Jo.’ ‘Het was onwaarschijnlijk, niet onmogelijk!’ ‘Ik wil niet dat het huis van oma en opa wordt verkocht!’ riep ik. ‘Ben je nu blij?’ brulde papa terwijl hij boos in mama haar richting keek. ‘Nee, Toontje,’ troostte papa, ‘het huis wordt niet verkocht.’
15
Toen ik na school het eten van opa langsbracht, stond er een bordje in de voortuin: TE KOOP. Opa was zeer onrustig. En hoewel hij al meer dan twee dagen niets had gegeten, raakte hij het eten dat ik had meegebracht niet aan. Hij miauwde klagerig. Ik wist wel wat hij wou. Hij wou horen hoe het met oma ging. Ik vertelde hem niet dat oma’s heup was gebroken. Ook niet dat oma was geopereerd. Ik zei dat alles goed met haar ging. Dat ze zo weer thuis zou zijn. Ik loog.
16
Stilte Na mijn bezoek bij opa liep ik door naar het ziekenhuis. Ik wou oma zien. Misschien ging het ondertussen beter. Misschien was ze weer de oma van voorheen en kon ze toch terug naar huis. Waar opa al drie dagen op haar wachtte. Het ging niet goed met oma. Ze voelde zich slecht en had veel pijn. Dat zag ik aan haar flauwe glimlach, die zij speciaal voor mij forceerde. Oma lag verbonden aan allerlei draden en slangen. Ze leidden naar een apparaat dat piepte en naar een scherm waar piekjes op verschenen. ‘Waarvoor is dat?’ vroeg ik aan de verpleegster die oma’s onaangeroerde schotel kwam ophalen. ‘Dat is de hartmonitor, liefje,’ antwoordde de verpleegster. Ik wou nog wat vragen, maar ze was er al vandoor. Oma was ingedommeld. Ik kroop in de zetel naast haar bed en sloot mijn ogen. Ik werd wakker van aanhoudend gepiep. Een hoog gillend geluid. Mijn ogen schoten open. Het was donker in de kamer, op de lichtjes van de toestellen na. Die knipperden. Rood. Op het scherm zag ik geen piekjes meer, maar een lange platte streep.
17
Achter de deur hoorde ik voetstappen. Ze renden. De deur vloog open en het licht stroomde binnen. Twee verpleegsters haastten zich naar het bed waar oma lag. ‘Geen hartslag!’ De verpleegsters werkten snel. De ene had het kleed van oma opengescheurd en plaatste een soort mondstuk over oma’s mond. De ander pakte een apparaat waaraan twee gedraaide draden zaten met twee vreemde tuigen. Het leken twee kleine strijkijzers. De verpleegster plaatste ze boven de borst van oma. ‘Klaar? Los!’ Bam! Ik zag hoe het lichaam van oma omhoog schokte. De hoofden van de verpleegster gingen simultaan6 naar de monitor. Daar gleed nog steeds een horizontale streep over het scherm. Het onophoudend gekrijs van dat toestel kraste door mijn hoofd. Het leek alsof mijn brein elk moment ging ontploffen. ‘Nog steeds geen hartslag!’ Bam! Opnieuw ging oma even de lucht in. ‘Het heeft geen zin,’ zei een stem. ‘Het is voorbij.’
18
Een verpleegster zette het toestel uit, waarna het geloei plaats maakte voor een afschuwelijke stilte. Ik zat daar maar. De hele tijd had ik daar maar gezeten. Verdoofd. Verstijfd. Versteend.
19
Verstoppertje Het huis werd verkocht. Ik kon het niet tegenhouden. Ook al probeerde ik de kopers weg te jagen. Met verhaaltjes over kakkerlakkenplagen, ratten op zolder, oorverdovend gekrijs van de kaketoe van de buren (dit laatste was waar), enz. Opa bleef nog tot de allerlaatste dag in zijn huis wonen. De nieuwe eigenaars hebben hem letterlijk buitengezet. Toen stond hij op straat. Hoe ik ook smeekte, mijn ouders wilden geen kat op het appartement. Dan maar stiekem. Het was makkelijk. Opa wist precies wat hij moest doen. Wanneer mama en papa thuis waren, dook hij onder. Zodra ze het huis uit waren, kwam hij tevoorschijn. Alleen tijdens Krabbels had opa het moeilijk. Dan wou hij er het liefst bij komen zitten. Gezellig bij zijn zoon en kleinzoon in de zetel. Dat is net wat hij deed op een dag. Het was een bijzondere dag. Het was de dag dat papa zijn vader terugzag. Ik herinner me nog elk detail. Mama was uit eten met een vriendin. Papa en ik zaten in de zetel. Plots kwam opa naast papa zitten. Papa keek eerst boos mijn richting uit. Maar opa legde zijn poot op papa’s schoot en miauwde zijn naam. Het was niet haarfijn ‘Jo’, het klonk eerder als ‘Iiiioooo’, maar het werkte! Het werkte echt. Papa kreeg de tranen in zijn ogen. 20
‘Vader?’ Miauw. ‘Hij zegt ja,’ zei ik. ‘Is hij het echt?’ vroeg papa nog eens. ‘Ja, pap,’ antwoordde ik. ‘Hij is het echt.’ Nooit eerder zag ik mijn papa zo gelukkig. Nooit eerder zag ik een volwassen man zo innig met een kat knuffelen. En opa? Die genoot! Met volle teugen.
21
Het werd opnieuw lente Het was lente toen het gebeurde. Ik herinner me nog goed de eerste keer dat ik haar zag. Papa, opa en ik hoorden gekrabbel aan de deur van het balkon. Een grijs katje zat op de vensterbank en drukte haar snuit tegen de ruit. Het was alsof ze iets of iemand zocht. Haar ogen – doordringend, aandachtig en groen – speurden de kamer af. Waar ik stond, bleven ze staren. Ik kreeg het gekke idee dit katje al eerder gezien te hebben. Er was iets vertrouwds aan. Iets herkenbaars. ‘Oma!’
22
23
Woorduitleg 1 2 3 4 5 6
24
kijkers = ogen kattenkwaad = ondeugende streken seniel = afgetakeld zijn aan een oudere leeftijd instinctief = volgens je gevoel bits = scherp, onvriendelijk simultaan = op hetzelfde moment
Het was lente toen het gebeurde. Ik herinner me nog goed de eerste keer dat ik hem zag. Oma en ik hoorden gekrabbel aan de achterdeur. Een grijs katje zat op de vensterbank en drukte zijn snuit tegen de ruit. Het was alsof hij iets of iemand zocht. Zijn ogen – doordringend, aandachtig en blauw – speurden de keuken af. Waar ik stond, bleven ze staren. Ik kreeg het gekke idee dit katje al eerder gezien te hebben. Er was iets vertrouwds aan. Iets herkenbaars.
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 5. ISBN 978 90 486 2536 9 Bestelnummer 60 1021 497 KB D/2016/0147/105 NUR 191 Illustraties: Evelien Van Landeghem Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 625369
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.