ucatieve uitgaven
BIEB
Slang op zee Stijn Moekaars
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 5
7
Slang op zee
1
Naar de haven ‘Is het nog lang rijden, papa?’ zucht Dries. Papa blaast aan het stuur. ‘Dat heb je al minstens tien keer gevraagd.’ ‘Twintig keer!’ roept Maja die op de achterbank heen en weer wipt. ‘Rustig maar,’ sust mama. ‘We zijn er bijna. Daar, op het bordje staat drie kilometer.’ ‘Dan zijn we in de haven,’ lacht papa. ‘Is de haven ver, papa?’ wil Maja weten. ‘Nee, hoor,’ antwoordt hij. ‘Met de auto zijn we er zo.’
2
‘En te voet moet je nog heel ver stappen,’ bromt Dries. Hij kijkt op zijn tablet. Hij heeft de routeplanner geprogrammeerd1. ‘Drieduizend meter. Dat zijn voor jou zesduizend stappen.’ ‘Niet vervelend doen,’ zegt mama. ‘Maar ik moet dringend plassen,’ blaast de jongen. ‘Ik niet, ik niet,’ roept Maja, ‘ik ben nog geweest bij het tankstation.’ ‘Dat komt ervan als je te veel limonade drinkt onderweg,’ grinnikt papa. Mama kijkt papa boos aan. ‘Maar ik moet ook dringend,’ gromt ze. ‘Ik heb echt niet te veel limonade gedronken.’ ‘Een beetje te veel koffie misschien?’ Mama kijkt papa nog bozer aan. Vlug wijst papa naar de overkant van de straat. ‘Daar moeten we zijn,’ zegt hij. ‘Dat is de haven.’ ‘Ligt daar ons bootje?’ wil Maja weten. Papa schiet in de lach. ‘Bootje? Let jij maar eens op met welk bootje wij gaan varen.’ ‘Ik hoop dat er een toilet aan boord is,’ zegt Dries. Hij bijt op zijn lip en blaast nog een keer. ‘Eén toilet?’ vraagt papa, ‘er zijn misschien wel vijftig toiletten aan boord.’
3
‘Of honderd,’ roept Maja luid. ‘Met eentje ben ik al blij, hoor,’ zegt Dries. Hij zet de tablet uit en steekt het in zijn rugzak. Verveeld kijkt hij naar buiten. Hij heeft niet veel zin in de vakantie. Hij zou veel liever op de PlayStation spelen met zijn vrienden. Bij de slagboom van de parking blijft papa staan. Hij neemt een kaartje uit de automaat. De slagboom zwenkt langzaam omhoog. Papa rijdt naar binnen en parkeert de auto. Onmiddellijk staat er een jongen naast de voordeur. Hij heeft een klein rood petje op. Er staat een boot op geschilderd. Daaronder staat ‘Big Boot’ in zwarte letters. ‘Dag, dag, deze mooie dag,’ knikt hij. ‘Ik ben Rik en ik help jullie met de zware koffers.’ De jongen hupt zenuwachtig heen en weer. ‘Wat handig,’ zegt mama. ‘Volgens mij moet die ook naar het toilet,’ mompelt papa tussen zijn tanden. Dries grinnikt. De familie stapt uit en papa geeft Rik het reisdocument.
4
‘Helemaal in orde,’ knikt Rik. Dan duwt hij een handig karretje naar voren. ‘Zet alle koffers hier maar op. Dan breng ik jullie naar het kantoor van de grote boot. Hebben jullie zin in een keikoele vakantie?’ Maja knikt. ‘Superveel zin!’ roept ze. Rik geeft Maja een hand. ‘Sorry mevrouw,’ grapt hij, ‘ik heb je nog geen gedag gezegd. Ik ben Rik en dit kaartje is voor jou. Op de achterkant staat een grote R. De R van Rik.’ De jongen geeft Maja een kaartje met dezelfde boot op als op zijn pet. ‘Dank je wel,’ zegt Maja. ‘En hoe heet jij?’ wil Rik weten. ‘Ik ben Maja,’ zegt het meisje, ‘en ik hoef niet naar het toilet. Maar mijn broer wel. En mama ook. Het is wel dringend, denk ik.’ Rik kijkt bezorgd naar mama en Dries. ‘Dan moeten we opschieten.’ ‘Heel graag,’ zegt mama. ‘Wat staat er op je pet?’ wil Dries weten. Rik doet zijn pet af. ‘Big Boot,’ zegt hij trots. ‘Voor jou heb ik ook een kaartje.’ ‘Big?’ Dries kijkt verbaasd naar het kaartje. ‘Is er een klein varkentje aan boord?’
5
‘Nee, nee,’ lacht Rik. ‘Big is Engels. Het betekent ‘groot’. En ‘boot’ is gewoon boot. Grote boot.’ ‘Hoe groot is die boot?’ wil Maja weten. ‘Kom jij maar eens mee,’ zegt Rik geheimzinnig. ‘Dan laat ik je alles zien.’ Dan duwt de jongen de kar met de koffers in de richting van de kade. ‘Wat fijn dat die jongen ons zo helpt,’ zegt mama. ‘Pff,’ fluistert papa, ‘ik vind hem een heftig druktemakertje, hoor.’ ‘Heftig,’ knikt Dries en hupt ook heen en weer.
6
Iedereen aan boord Vliegensvlug duwt Rik de kar met koffers in de richting van de kade. Dan draait hij de hoek om en blijft plots staan. De jongen wijst in de richting van een gigantische boot. ‘Daar is hij dan,’ lacht hij. ‘Dames en heren, jongens en meisjes, hooggeëerd publiek: Dat is de Big Boot!’ ‘Wow,’ knikt Dries, ‘die boot is echt wel groot, zeg.’ Dan neemt hij zijn tablet en neemt een paar digitale foto’s. Maja springt op en neer. ‘Groot, nog groter,’ juicht ze. ‘Maar wij hebben de grootste boot van de hele oceaan!’ ‘Misschien niet van de hele oceaan,’ lacht Rik. Hij zwaait met zijn armen heen en weer. ‘Deze Big Boot is 180 meter lang en 28 meter hoog. Er zijn twee zwembaden aan boord en vijf restaurants. Je kan naar de bioscoop. Ze spelen er de nieuwste films. Je kan ook tennissen of naar de bowling.’ Papa knikt. ‘Wat vind je, mama? Is ons bootje groot genoeg?’ Mama glimlacht. ‘Dat vind ik wel. Maar wat ik veel leuker vind, is dat ik een hele week geen afwas hoef te doen.’
7
8
Dries telt de kleine ronde raampjes in de boot. ‘Gelukkig hoef je geen ramen te lappen, mama,’ zegt hij. ‘Daar ben ik heel blij om,’ antwoordt mama. ‘Volg mij maar,’ gaat Rik verder. ‘We gaan ons aanmelden bij de loopbrug.’ Bij de lange loopbrug blijft Rik staan. Hij wenkt enkele medewerkers. Die rennen de loopbrug af en nemen de koffers van de kar. ‘Naar de kajuiten zeven en acht,’ leest Rik van de grote brief. Dan geeft hij de brief aan de dame die onder een klein tentje staat. Ze glimlacht vriendelijk naar de familie. ‘Welkom familie Bos,’ zegt ze. ‘Welkom op onze Big Boot voor een onvergetelijke reis naar het warme zuiden.’ ‘Ik dacht dat het een koele reis was,’ grapt Dries tegen papa. Papa steekt zijn duim op en hupt op en neer. ‘Ja, keikoel, keikoel.’ ‘Ik heb mijn zwempak al aan,’ lacht Maja. ‘Papa moet alleen nog mijn zwemeend opblazen.’ Papa grijnst naar de dame onder de tent. ‘Nooit zwemmen zonder eend,’ grapt hij.
9
‘Een eend voor de familie Bos,’ grapt de dame terug. ‘Rik zal jullie de kajuiten wijzen waar jullie verblijven. Verder wens ik jullie een aangename reis.’ ‘Is er een toilet op onze kamer?’ wil Dries weten. ‘Natuurlijk,’ knikt de dame. Op dat moment stopt een kleine bestelwagen met piepende remmen naast de kade. Verschrikt kijkt papa achterom. ‘Wie komt daar zo bruusk aangereden?’ Een man in grijs werkpak stapt uit Hij kijkt naar de klapper2 in zijn hand en wijst naar de boot. ‘Moeten de slangen voor de tentoonstelling daar naartoe?’ roept hij van ver. ‘Slangen?’ schrikt mama. ‘Echte slangen aan boord?’ ‘Eindelijk zijn de handtassen er,’ bromt Rik. ‘Eh, ik bedoel, de land- en zeeslangen. Niet bang zijn, mevrouw,’ zegt hij dan snel, ‘die slangen zijn voor de bijzondere tentoonstelling op onze boot. De tentoonstelling heet: ‘Het leven zoals het is, in en naast de zee.’
10
‘Ik wil de slangen wel zien,’ roept Maja. ‘Brr,’ griezelt mama, ‘ik ben niet zo gek van slangen. Geef mij maar een tuinslang. Die zijn niet zo gevaarlijk.’ ‘Er komt ook een cameraploeg van de televisie,’ gaat Rik onverstoord verder. ‘Er zijn heel bijzondere zee- en landslangen bij. Zeer zeldzaam en bijzonder waardevol. Zéér waardevol.’ Dries kijkt Rik aan. Ik weet het niet, denkt hij, maar ik vind die Rik maar een vreemde snuiter. ‘Daar,’ wijst Rik naar de achterkant van de boot. ‘Daar moet je zijn,’ zegt hij tegen de chauffeur, ‘daar is de loopbrug voor de leveringen.’ ‘Bedankt voor de info,’ roept de man, springt weer in de bestelwagen en rijdt naar de achterkant van de boot.
11
12
‘Te gek,’ zegt papa. ‘Een tentoonstelling met echte slangen. Daar gaan we zeker een bezoekje brengen.’ ‘Dat moeten jullie doen,’ zegt Rik. ‘Ga vooral kijken naar de speciale slang Vipera Orlovi. Die is een klein fortuin waard. Ik hoop alleen maar dat hij niet zeeziek wordt.’ ‘Zeeziek?’ lacht papa, ‘hoe kan dat voor een zeeslang?’ ‘Het is een landslang,’ zegt Dries die de info al heeft opgezocht op zijn tablet. ‘Klasse van de reptielen, onderorde van de slangen, familie van de echte adders. Komen alleen voor in de westelijke Kaukasus.’ ‘En hier op de tentoonstelling,’ roept Maja. ‘Indrukwekkend,’ fluit papa tussen zijn tanden. ‘Kunnen we nu naar de kajuit?’ vraagt mama, ‘ik moet echt dringend.’ ‘Natuurlijk, mevrouw,’ zegt Rik snel. ‘Volgen maar. Dan kunnen we aan boord gaan.’ Even later duwt Rik de deur van de kajuit nummer zeven open. ‘Dit is jullie kamer tijdens de reis,’ zegt hij. ‘Er is een deur tussen deze kajuit en kamer acht hiernaast.’ Dries rent de kajuit binnen, trekt de tussendeur open en holt kamer nummer acht in. ‘Waar is het toilet?’ roept hij van ver.
13
14
‘Aan de overkant!’ roept Rik terug. Met een klap slaat de deur dicht. Dan wijst hij naar een andere deur. ‘En dit is de badkamer voor mijnheer en mevrouw,’ zegt Rik, ‘mét toilet.’ ‘Dank je wel,’ knikt mama en stapt snel naar binnen. ‘Dan wens ik jullie een keikoele reis,’ zegt Rik. Hij wrijft Maja over haar hoofd. ‘En voor jou een fijne duik in het verwarmde zwembad.’ ‘Met de zwemeend,’ zegt ze. Papa geeft Rik een geldbriefje. ‘Bedankt,’ zegt hij en stapt naar buiten. ‘Tot ziens,’ zwaait hij nog een keer. ‘Tot ziens,’ knikt papa. Met een klap doet hij de deur dicht. ‘Eindelijk een beetje rust,’ blaast hij. ‘Wat een zenuwachtige herriemaker.’
15
Naar de tentoonstelling ‘Is iedereen eindelijk klaar?’ vraagt papa. Hij ijsbeert door de kleine kajuit. Mama wrijft door haar lange haar. ‘Misschien moet ik toch een staart maken?’ zegt ze en kijkt vragend in de spiegel. ‘Ik vind het prima zo,’ zegt papa. ‘Ik vind mijn muts niet,’ zegt Maja. ‘Heb je al in je koffer gekeken?’ vraagt mama. Papa tikt ongeduldig met zijn vingers tegen de deur. ‘Nog iemand die iets zoekt?’ ‘Ja,’ knikt Dries, ‘ik zoek mijn tablet. Ik moet foto’s nemen voor mijn spreekbeurt.’ ‘Heb je al in je koffer gekeken?’ vraagt Maja. Papa schudt zijn hoofd. ‘Als ik hier nog lang sta, groei ik vast aan de vloer.’ ‘De tentoonstelling gaat niet van boord, hoor,’ zegt mama. ‘Kom, we gaan.’ De familie wandelt door de smalle gang van de boot. Bij de lift blijven ze staan. Met een schel belgeluid schuiven de twee deuren open. Een jongen met een rode pet lacht vriendelijk naar de familie. ‘Waar willen jullie graag naartoe?’ vraagt hij. ‘Naar de tentoonstelling,’ zegt papa.
16
‘Het leven zoals het is, in en naast de zee,’ zegt de jongen plechtig. ‘Van de zeeslangen,’ roept Maja ‘én de landslangen.’ ‘De tentoonstelling staat in de ‘Haaienzaal’ vertelt de liftjongen. ‘Dat is op de vierde verdieping. We zijn er zo.’ Dan duwt hij op knop nummer vier. De deuren schuiven dicht. Met een zoefgeluid schiet de lift omhoog. Dan schuiven de deuren weer open. ‘Vierde verdieping, ‘Haaienzaal’, slangententoonstelling,’ zegt de jongen. Hij wijst naar het einde van de gang. Maja huppelt al vooruit tot bij de ingang. Rond een glazen deur hangt een enorme opgezette3 slang. Uit zijn bek hangt een rode gespleten tong. Twee donkere ogen kijken de bezoekers streng aan. ‘Maar goed dat die slang namaak is,’ fluistert mama met gedempte stem. Dan stapt de familie de tentoonstelling binnen. Een mevrouw met een grote namaakboa om haar hals geeft de familie een toegangskaartje. ‘Aan het einde van de rondleiding mag je het kaartje in de bus stoppen. Zo doe je mee aan een gratis tombola.’
17
‘Leuk,’ zegt Maja, ‘ik wil wel iets winnen.’ ‘Wat kan je winnen? Een echte slang?’ vraagt papa en knipoogt naar de dame. De dame fronst haar wenkbrauwen. ‘Eh.. nee, dat niet. Wel een knuffelslang.’ ‘Dat is ook goed hoor,’ zegt papa. In de tentoonstelling is het heel warm en schemerdonker. Er brandt alleen licht in de glazen bakken van de slangen. Er klinkt een zacht gezoem door de zaal. ‘Kijk hier,’ zegt Maja, ‘in deze bak slaapt een lange slang op een grote tak.’ Ze tikt tegen het glas van de bak.
18
‘Niet doen,’ zegt mama streng. ‘Je mag de slang niet laten schrikken.’ ‘Wat is het hier warm, zeg,’ blaast papa. ‘Het lijkt wel een sauna.’ Hij trekt zijn jas vlug uit. ‘De slangen moeten zich thuis voelen,’ legt Dries uit. ‘Net zoals in het oerwoud of uit de bergen waar ze vandaan komen. Of uit de warme tropische zeeën.’ In het midden van de zaal staat een grote bak. Er staat een kaartje bij. Dries probeert de naam te lezen: ‘Vipera Orlovi, zeer zeldzaam. Troetelnaampje ‘Vip, de slang.’ ‘Dat is die bijzondere landslang,’ zegt de jongen. Vlug neemt hij zijn tablet en maakt enkele foto’s. Ook van de naam neemt hij een foto. ‘Wat een moeilijke naam,’ zegt Dries. ‘Vip, de slang? Ik vind het wel een grappige naam,’ lacht Maja. ‘Wist je dat ze van slangen soms handtassen maken?’ vraagt Dries met een brede grijns aan Maja. ‘Foei, Dries,’ zegt mama streng, ‘zoiets zeg je niet tegen je kleine zus.’
19
Dries haalt zijn schouders op. ‘De meester heeft het verteld,’ gaat hij verder. ‘We hebben een filmpje gezien op internet.’ ‘Je kleine zus hoeft zoiets niet te horen,’ gromt mama. Maja kijkt mama beteuterd aan. ‘Jammer genoeg is het wel waar,’ gaat papa verder. ‘Sommige mensen geven heel veel geld voor een handtas van slangenleer.’ ‘Wat erg,’ fluistert Maja. Ze gaat bij het raam staan. ‘Maar jij niet hoor, lieve Vip,’ sust ze. ‘Jij bent de liefste slang van allemaal. Jij mag lekker in je vel blijven zitten.’ De slang kijkt Maja met grote ogen aan. Zijn tong schiet in en uit zijn kleine bek. ‘Morgen kom ik je weer bezoeken,’ fluistert het meisje.
20
Waar is Vip? De volgende ochtend mogen Dries en Maja alleen naar de tentoonstelling. Mama en papa gaan samen tennissen. Ze moesten beloven om nergens aan te komen en zeker de slangen met rust te laten. ‘Natuurlijk, mama,’ had Maja gezegd. ‘Zeker weten, mam,’ had Dries aangevuld. ‘Dat beloven we.’ Bij de tentoonstelling is het een drukte van jewelste. Een rood-wit lint hangt in de deuropening. Voor de deur staat een strenge agent. Hij legt zijn armen gekruist op zijn dikke buik. Maja kijkt haar broer verbaasd aan. ‘Wat is hier aan de hand?’ vraagt ze. Dries stapt naar de agent. ‘Wij willen graag naar de tentoonstelling,’ zegt hij. ‘Niemand kan naar binnen, niemand mag naar buiten,’ zegt de agent kort. ‘Maar ik wil Vip de slang zien,’ zegt Maja sip. ‘Dat is onmogelijke voor vandaag,’ zegt de agent. ‘Er is een slang verdwenen, een zeer zeldzame slang.’ De agent zwaait met zijn dikke vinger in de lucht.
21
22
Maja kijkt Dries bang aan. ‘Toch niet Vip, de slang?’ ‘Hoe weet jij dat?’ vraagt de agent verbaasd aan het kleine meisje. ‘Weet jij meer van de verdwijning?’ Maja schudt snel van nee. ‘Wij zijn hier gisteren komen kijken, mijnheer de agent. Ik zou Vip nooit kwaad doen. Hij is de liefste slang die er is.’ ‘De duurste, bedoel je,’ bromt de agent. ‘Wij willen best mee zoeken,’ stelt Dries voor. ‘Samen vinden we hem zeker en vast.’ De agent kijkt met een vernietigende blik naar beneden. Dan trekt hij zijn neus op en blaast snoevend in de lucht. ‘De échte speurders zijn aan het werk, jongeman. Geen tijd voor pottenkijkers en nieuwsgierige neuzen. En op de plaats van de misdaad is er absoluut geen plek voor een mini-Sherlock Holmes en zijn hulpje. Jullie zouden er alleen maar voor de voeten lopen. Vooruit, wegwezen.’ De agent zwaait kort met zijn hand. Dan vraagt een mijnheer aan de agent of hij naar binnen mag.
23
De agent draait zich naar de man. ‘De tentoonstelling gaat pas weer open als de uiterst zeldzame slang is teruggevonden,’ bromt hij. ‘Ja maar …’ moppert de man tegen de agent. ‘Ik heb ...’ Op dat moment kruipt Maja snel onder het lint door. ‘Kom terug,’ fluistert Dries streng. Maja schudt van nee. Ze wijst naar binnen. ‘Ik wil weten waar Vip de slang is.’ Dries kijkt naar de agent. Die is nog druk bezig met de man. Dan glipt hij ook vliegensvlug onder het lint door. Samen rennen Dries en Maja in het halfduister tussen de glazen bakken. In het midden van de tentoonstelling blijven ze staan. Daar staat de grote bak van Vip, de slang. In de glazen wand zit een enorm gat.
24
‘Dat heeft de dief vast gedaan,’ zegt Dries. Op de grond liggen overal glasscherven verspreid. Vlug haalt hij de tablet uit zijn rugzak. ‘Ik maak nog wat foto’s van ‘the crime scene’, zegt hij. ‘De kraaim sien?’ lacht Maja, ‘Is dat ook een slangensoort?’ ‘Nee, nee,’ legt Dries uit. ‘Dat is de plek waar de dief heeft toegeslagen. Dat is Engels, crime scene.’ Maja kijkt in de glazen bak. ‘Vip zit niet meer in de kraaim sien,’ zegt ze sip. ‘Maar wie heeft hem meegenomen?’ ‘Dat wil ik ook weleens weten,’ zegt Dries. Hij kijkt onder de glazen bak. ‘Wat is dat?’ mompelt hij. Onder de bak steekt een puntje van een kaartje. Hij strekt zijn arm uit, zo ver hij kan. ‘Pff,’ blaast hij, ‘het lukt me niet. Maja, probeer jij eens. Jij bent kleiner.’ Maja kruipt helemaal onder de glazen bak. Ze rekt zich helemaal uit en graait naar het kleine kaartje. ‘Gelukt,’ hijgt ze.
25
‘Laat eens zien,’ zegt Dries. Het is een klein kaartje met Big Boot erop. Op de achterkant staat een grote R. ‘Dat kaartje komt mij bekend voor,’ mompelt de jongen. ‘Die R … dat is het kaartje van ...’ ‘Rik!’ zegt Maja. ‘Zou dat kunnen? Denk jij dat Rik ...’ Net op dat moment komt de dikke agent binnengelopen. ‘Waar zitten die twee deugnieten?’ horen de twee kinderen hem zeggen. ‘Je ziet hier geen hand voor ogen.’ Dries zet zijn vinger tegen zijn lippen. Maja knikt. De twee kinderen houden zich zo stil mogelijk onder de glazen bak. ‘Niets te zien,’ bromt de agent en holt weer verder. ‘Vooruit,’ zegt Dries, ‘we moeten hier weg.’ Maja knikt. ‘Wat gaan we doen?’ wil ze weten. ‘We moeten Rik vinden,’ zegt Dries. ‘Hij weet vast en zeker waar de slang is. Kom mee.’ Dan rennen Dries en Maja zo snel ze kunnen weer naar buiten.
26
Betrapt! Dries en Maja rennen door de grote hal met winkels. Ze kijken door de uitstalramen naar binnen. ‘Zie jij Rik?’ wil Maja weten. Dries schudt van nee. ‘Kom, verder zoeken.’ Bij een winkel met peperdure handtassen blijft Maja staan. Ze kijkt naar binnen. Daar staat Rik! Achter zijn rug houdt hij een grote zak. ‘Dries!’ roept Maja. ‘Hier! Hier staat Rik!’ Dries rent naar het winkelraam. Hij houdt zijn twee handen boven zijn ogen en gluurt naar binnen. ‘Dat is hem,’ zegt Dries. ‘Wat komt Rik hier doen?’ wil Maja weten. ‘Dit is ...’ ‘... een handtassenwinkel,’ fluistert Dries. ‘O nee, we moeten hem tegenhouden. Kom op!’ Samen rennen ze de winkel binnen. ‘Jij bent de dief!’ roept Dries. ‘De slangendief!’ roept Maja. ‘Jouw kaartje lag onder de slangenbak,’ gaat Dries verder. ‘Jij hebt de slang gestolen.’ Verschrikt kijkt Rik de twee kinderen aan. ‘Wat ... wie ... hoe ...’ stottert hij.
27
28
Ook de mijnheer van de winkel kijkt verschrikt. ‘Waarom roepen jullie zo in mijn winkel? Vooruit, naar buiten. Ga daar spelen, deugnieten.’ Net op dat moment komt de agent de winkel binnen. ‘Zo, daar zitten jullie,’ hijgt hij en wijst naar de twee kinderen. ‘Jullie dachten zomaar de tentoonstelling binnen te glippen. Dat kan niet. Mee komen met mij, vooruit. Leg alles maar eens haarfijn uit op het politiebureau.’ Dries wijst snel naar Rik. ‘Daar is de dief,’ zegt hij. ‘De dief van de slang,’ roept Maja. Rik schudt zijn hoofd. ‘Nee, nee, mijnheer de agent. Die kinderen zijn stiekem in de tentoonstelling geweest. Zij hebben Vip meegenomen.’ Nu kijkt de agent Rik streng aan. ‘Hoe weet jij dat die slang is verdwenen?’ Rik krijgt het plots warm. Zijn hoofd wordt helemaal rood, zo rood als zijn pet. ‘Ik ... eh ... de slang …’ stottert hij. ‘Zijn kaartje lag onder de slangenbak,’ zegt Dries.
29
‘Met de letter R erop,’ zegt Maja. ‘De R van Rik. Kijk maar.’ Maja geeft het kleine kaartje aan de agent. ‘Hier staat inderdaad een R op,’ mompelt de agent. ‘Dat is het kaartje van R ... Ronald,’ probeert Rik nog. Met grote stappen stapt de agent naar Rik. Snel doet hij de boeien om zijn handen. ‘En waar is de slang nu?’ vraagt de agent streng. De winkelier wijst onder het rek naar een zak. Die beweegt een beetje. ‘Volgens mij zit de slang daarin,’ zegt hij met een bange stem. ‘En ik wilde zo graag een handtas voor mijn vrouw haar verjaardag,’ moppert Rik. ‘Maar geen handtas van slangenvel,’ zegt Dries. ‘En zeker niet het vel van Vip,’ zegt Maja. ‘Vooruit, slangendief,’ bromt de agent. ‘Meekomen.’ ‘Vlug een foto, mijnheer de agent?’ vraagt Dries. ‘Voor mijn spreekbeurt.’ ‘Snel dan,’ knikt de agent. Trots houdt hij de zak op. ‘Dat gaan mijn vrienden te gek vinden,’ lacht Dries. ‘Dat wordt een topspreekbeurt!’
30
Maja steekt een duim op naar Dries. En met de boef en slang Vip stapt de agent kordaat de winkel uit. De volgende ochtend zit de familie aan het ontbijt. ‘Wat goed dat jullie de dief hebben gevonden,’ zegt papa. ‘En Vip zit weer in zijn bak,’ lacht Maja. Dan komen de kapitein en de agent bij de tafel staan. Ze hebben een groot pak bij. De kapitein geeft papa en mama een stevige handdruk. ‘Dat zijn werkelijk echte speurders,’ zegt hij. ‘Zij hebben onze duurste en meest zeldzame slang net op tijd kunnen redden uit de klauwen van de dief.’ Mama glundert, papa wrijft eens door zijn haar. ‘Dit is voor jullie,’ zegt de agent tegen Maja en Dries, ‘omdat jullie de dief hebben gevangen. En omdat de zeldzame slang weer terug is.’ Vlug maken ze het pakje open. In de doos zitten ... twee grote knuffelslangen. ‘Super,’ lacht Dries. ‘Dank je wel. Dat is leuk materiaal voor mijn spreekbeurt.’ ‘Een echte slang voor mij!’ roept Maja. ‘Hoera! Dan noem ik mijn knuffel Vip!’
31
Woorduitleg 1 programmeren = een computerprogramma op een bepaalde manier laten werken 2 klapper = opbergmap 3 een dier opzetten = de huid van een dood dier opvullen zodat het lijkt alsof het leeft
32
Dries en Maja gaan op reis met hun ouders. Niet zomaar een reis. Ze verplaatsen zich met een grote boot. Daar is ook een tentoonstelling met allerlei slangen. Paniek ontstaat wanneer een slang verdwijnt.
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 5. ISBN 978 90 486 2536 9 Bestelnummer 60 1021 497 KB D/2016/0147/105 NUR 191 Illustraties: Jan Heylen Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 625369
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.