Skip to main content

Verrekijkerbieb - 5e leerjaar - Kijker 5 - Thema 6 - N2 - Dromen zijn bedrog

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Dromen zijn bedrog? Moniek Vermeulen

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 5

5


Dromen zijn bedrog?

1


1 ‘PAS OP!’ Maurice schreeuwt de longen uit zijn lijf. Maar het is te laat. Een auto botst met volle vaart op Emmelien die met haar fiets de baan oversteekt. Een doffe knal en meteen daarna een felle kreet. Die gaat door merg en been. Maurice staart verschrikt voor zich uit. Midden op de baan ziet hij een hoopje mens. ‘Iedereen aan de kant,’ roept meester Peter. Hij smijt zijn fiets opzij en begint meteen te telefoneren. ‘Emmelien!’ gilt Maurice. Hij wil naar zijn klasgenote rennen, maar het gaat niet. Het lijkt wel of zijn voeten aan het asfalt van de rijweg vastplakken. Hoe meer hij probeert om zijn voeten te verplaatsen, hoe vaster ze lijken te zitten. ‘Emmelien!’ gilt hij nog een keer.

2


Maurice schrikt wakker. Hij baadt in het zweet. Zijn hart klopt in zijn keel. Oef, denkt hij dan, het was maar een droom. Hij draait zich op zijn zij, trekt het donsdeken tot over zijn oren en probeert weer in te slapen. Maar plots veert hij recht. ‘Oh, nee!’ schrikt hij. Morgen maken we een fietsuitstap met de klas. Stel je voor dat er gebeurt wat ik daarnet droomde! Dat Emmelien ... Niet dat hij Emmelien zo’n toffe vindt. Een pester, dat is ze. Maurice blijft het liefst heel erg uit haar buurt. Maar een ongeluk, dat wenst hij haar niet toe. Dan vermant hij zich. Het kan niet. Tuurlijk niet. Of wel? Hij denkt aan een tijdje geleden. Toen droomde hij dat oma stierf. Dat bleek echt maar een droom. Het vreemde was, dat oma de volgende dag ziek werd, en even in het ziekenhuis moest opgenomen worden. Het was gelukkig niets ernstigs. Maar toch ... En dan die keer dat hij droomde dat hij een kat kreeg. Dat wilde hij echt al heel lang. Maar papa was er niet voor te vinden. Enkele dagen na die droom zat er een katje aan de achterdeur. Niemand uit de buurt miste een poes. Het katje is nu papa’s lieveling ...

3


4


Maurices hart gaat weer heel snel tekeer. Er flitst van alles door zijn hoofd. Stel je voor dat zijn dromen ... Zouden ze hem iets duidelijk willen maken? Voorspellen ze wat er zal gebeuren? Nee, dat kan echt niet. Dromen zijn bedrog. ‘Maurice Vandamme, doe niet onnozel, sluit je ogen en slaap!’ gebiedt hij zichzelf. Maar het lukt niet. Wanneer mama hem een tijd later oproept, springt hij ogenblikkelijk zijn bed uit. ‘Jongen toch,’ sust mama, wanneer Maurice wat zit te sabbelen op zijn boterham. ‘Je hoeft je echt geen zorgen te maken om die fietsuitstap.’ ‘Maar dat met oma ... en de poes ...’ stamelt Maurice. Hij merkt dat mama haar wenkbrauwen fronst. Zou ze twijfelen? Dan lijkt het alsof mama zich herpakt. ‘Dat is louter toeval, jongen,’ zegt ze lief. ‘Eet je boterham en vertrek maar naar school, het wordt vast een fijne dag.’

5


2 ‘Rustig! Rustig!’ Meester Peter klapt in zijn handen. ‘De fietsuitstap is pas deze namiddag, hé, dametjes en heertjes. Nu moet er nog flink gewerkt worden. Hup! Hup! Hup! Iedereen klaar voor de rekenles? Lees maar de opdracht op bladzijde 18 van jullie boek.’ Maurice schuift zenuwachtig heen en weer op zijn stoel. Het woord ‘fietsuitstap’ bezorgde hem krampen in de maag. En in zijn darmen zit het ook niet pluis. Hij moet dringend naar het toilet, dat is duidelijk. En hij is nog maar geweest net voordat de bel ging. ‘Heeft er iemand nog een vraag bij de opdracht?’ vraagt meester Peter. ‘Maurice?’ ‘Mag ik naar het toilet, meester?’ ‘Maar Maurice,’ gniffelt meester Peter, ‘dat is wel de meest merkwaardige vraag die ik ooit kreeg over een rekenopdracht.’ De hele klas buldert van het lachen. ‘Waarom ging je niet naar het toilet voordat we de klas binnenkwamen?’ gaat meester Peter nu ernstig verder. ‘Dat deed ik,’ stamelt Maurice, ‘maar ik moet nog een keer.’

6


‘Voel je je wel goed,’ vraagt de meester bezorgd, ‘je ziet er maar wat pips en bleekjes uit.’ Maurice trekt zijn schouders op. ‘Hij is zenuwachtig,’ roept Wannes plots door de klas, ‘omdat...’ Maar een heel boze blik van Maurice legt hem het zwijgen op. Ga maar, gebaart meester Peter. Vlug stapt Maurice naar de deur. Voordat hij de klas uitstapt, kijkt hij nog streng in de ogen van Wannes. Ik wil niet dat je uitbazuint wat ik je deze morgen op de speelplaats vertelde, wil dat zeggen. Wannes knipoogt hem gemoedelijk1 toe. Toch is Maurice er niet helemaal gerust op. Wanneer hij de klas weer binnenkomt, is iedereen rustig aan het werk. ‘Gaat het?’ vraagt meester Peter bezorgd. Maurice knikt flauwtjes. Een beetje angstig kijkt hij rond. Oef, denkt hij. Niemand kijkt me aan, niemand lacht me uit. Wannes heeft gelukkig zijn mond gehouden. Met een zucht van opluchting gaat hij zitten en neemt zijn rekenboek. Hij doet alsof hij vlijtig werkt, maar zich echt concentreren lukt niet. Daarvoor doen zijn maag en zijn darmen nog te vervelend ...

7


3 Maurice ligt thuis op de sofa. Hij voelt zich belabberd. Na de speeltijd deze morgen belde meester Peter Maurices ma. ‘Het is beter dat je hem komt halen,’ hoorde Maurice hem zeggen. ‘Hij ziet er echt niet goed uit. Ik vind het niet verantwoord om hem mee te nemen op fietsuitstap.’ Opa kwam Maurice ophalen op school, want mama kon zich niet vrijmaken op haar werk. Hij wacht nu bij hem thuis, totdat ma er is. Ondertussen heeft ma al eens gebeld om te informeren hoe het met Maurice gaat. ‘Jongen, toch,’ zei ze, ‘meester Peter maakte zich echt wel veel zorgen om jou. Wat scheelt er toch? Speelt die droom je nog altijd parten? Weet je wat? Hou je maar rustig nu. Lees een boek. Of speel een spelletje met opa. Ik zorg dat ik vroeg thuis ben, vanavond. En dan praten we er verder over. Oké?’

8


Maurice begrijpt wel dat meester Peter zich zorgen maakte om hem. Hij voelde zich na de speeltijd echt wel heel erg slecht. Hoe kan het ook anders, na die rotopmerking van Emmelien. ‘Hé, dromertje,’ riep ze hem na, ‘ben je bang voor de fietsuitstap?’ En met een venijnige blik voegde ze er nog aan toe: ’Maak je om mij maar geen zorgen, ik sta mijn mannetje wel2. Loser!’ Maurice was compleet de kluts kwijt. Wannes had dus toch over hem geroddeld ... Maurice wordt wakker. Na het gesprek met mama en papa gisteravond, voelde hij zich meteen een stuk beter. Van de fietsuitstap op school heeft hij trouwens niets meer vernomen. Die zal dus goed verlopen zijn. Hij heeft heel lekker geslapen en heeft geen nare droom gehad. Straks mag hij naar de voetbaltraining. Hij heeft er zin in, zoals elke zaterdagvoormiddag trouwens. ‘Je maag en darmen zijn duidelijk weer tiptop in orde,’ lacht ma, wanneer Maurice even later het laatste kruimeltje van de derde boterham met kaas opsmikkelt. Maurice glimlacht en steekt zijn duim in de lucht. ‘Ik ben heel zeker nu: dromen zijn bedrog!’

9


‘Als je dat maar weet,’ lacht papa, ‘en gelukkig maar, want als ik bedenk welke enge dromen ik al gehad heb ... Ik mag er niet aan denken dat die zouden uitkomen. Alhoewel ...’ gaat hij heel ernstig verder, ‘één enge droom is toch ooit uitgekomen.’ Verschrikt kijkt Maurice hem aan. ‘Echt?!’ vraagt hij. ‘Ja hoor,’ zegt papa, en er verschijnt een grimas op zijn gezicht. ‘Ik droomde ooit dat ik met je ma zou trouwen ...’ ‘Wááát!’ buldert3 ma meteen en ze smijt de krant naar papa’s hoofd. ‘Hoe durf je ...’ Maurice geniet. Hij houdt van de momenten waarop mama en papa stoeien als kinderen. Maar plots wordt Maurice helemaal bleek. Hij staart naar een artikel in de krant ...

10


or een auto . tijdens fietsuitstap met de klas

Zennegem - Kind gegrepen do

iddag een meisje Op de Koutersebaan werd vrijdagnam Het slachtoffer van 11 aangereden door een wagen. haar klas, onder maakte samen met de kinderen van rkracht, een uitstap begeleiding van een agent en een lee met de fiets. t een te hoge De bestuurder van een wagen, die me , verloor de controle snelheid uit de andere richting kwam over het stuur en ging uit de bocht. kinderen geraakt. Als bij wonder werden er geen andere overgebracht naar Het meisje werd met verwondingen het ziekenhuis.

‘Kalm, Maurice,’ sust mama, ‘dit ongeluk heeft niets met je droom te maken. Het gebeurde in een andere gemeente, het was een andere klas die een uitstap maakte ...’ ‘Maar het is wél een ongeluk, tijdens een fietsuitstap met een klas én het is een meisje dat aangereden werd...!’ tiert Maurice. Hij is in alle staten.

11


‘Wat is dat toch met die dromen van mij! Ik kan maar beter nooit meer gaan slapen, dan ben ik er zeker van dat ik ook nooit meer droom!’ ‘Toe Maurice,’ zucht papa, ‘stop daarmee! Dit is echt wel heel toevallig hoor. Er gebeuren dagelijks ontelbaar veel ongelukken, op ontelbaar veel plaatsen. Man, man, man, wat is dat toch met jou! Denk maar vlug aan iets anders. Het is trouwens tijd om te vertrekken. Neem je sporttas, kijk of al je spullen erin zitten en dan ... de auto in.’ Vertwijfeld kijkt Maurice naar mama. ‘Je papa heeft gelijk,’ fluistert ze. ‘Dit is echt heel toevallig. Er gebeuren inderdaad dagelijks heel wat ongelukken. Maak je maar geen zorgen en geniet van de training straks.’ ‘Maar ...’ sputtert Maurice tegen. ‘Ik vrees ...’ ‘Je hoeft niets te vrezen,’ onderbreekt mama hem. Ze geeft Maurice vlug een knuffel en een zoen. En met een duwtje in de rug maant ze hem aan. ‘Vooruit met de geit! Je papa wacht. Doe de groetjes aan je trainer!’

12


4 ‘Goedemorgen Maurice, ben je genezen, jongen? Kijk eens goed naar mij! Zie ik eruit alsof ik verongelukt ben?’

13


Met een gemene grijns op haar gezicht begroet Emmelien Maurice. Die doet alsof hij haar niet hoort. Hij had wel verwacht dat ze hem zou jennen om wat vorige vrijdag gebeurde. Ze pest hem sowieso al dikwijls. ‘Klein duimpje, konijnenkop …’ zijn dingen die ze geregeld naar zijn hoofd slingert. Of ‘schijtluis,’ wanneer hij weer eens heel erg schrikt als de balken van het dak boven hun oude klaslokaal piepen en kraken. Maurice is maar wat blij dat ze volgende week verhuizen naar een spiksplinternieuw klaslokaal. Dan heeft die trut van een Emmelien toch al een reden minder om hem uit te lachen. Maar zelfs als hij uitblinkt in iets, moet hij het bekopen. ‘Onnozel zangertje!’ riep Emmelien onlangs nog, toen hij in de klas een grandioos applaus had gekregen omdat hij zo mooi gezongen had. Maurice plaatst zijn fiets in het fietsenrek en stapt verder de speelplaats op. Maar Emmelien laat het er niet bij. ‘Maurice, manneke pies!’ joelt ze achter Maurices rug. Een groepje kinderen in haar buurt lacht hard met haar mee. ‘Heb je vannacht weer gedroomd over mij? Wat is me nu overkomen? Ben ik vermoord? Vergiftigd? Of ontvoerd? Sukkel!’ Met haar wijsvinger tikt ze tegen haar voorhoofd.

14


15


‘De fietstocht was fantastisch cool!’ Maurice bijt zich op de tanden. Zwijg, gaat het door zijn hoofd. Zwijg, of het wordt alleen maar erger. Zonder om te kijken stapt hij naar de andere kant van de speelplaats. Daar staan nog kinderen van zijn klas. ‘Hoi, Maurice,’ lacht Wannes vriendelijk. ‘Genezen?’ Een boze blik van Maurice is het enige antwoord dat hij krijgt. ‘Maurice, scheelt er iets?’ ‘Of er iets schéélt?’ briest Maurice. ‘Dat je dat nog durft te vragen. Wie heeft er vorige vrijdag over mij geroddeld bij Emmelien? Wie? Jij! Jij was de enige die wist van mijn droom!’ Wannes’ gezicht kleurt rood. ‘Waarom mocht ik het niet vertellen aan Emmelien? Je droomde toch over haar. Ik dacht dat ze dat leuk zou vinden. Emmelien is toch lief.’ ‘Lief,’ brult Maurice, ‘lief? Dan ken jij een andere Emmelien dan ik. Tegen mij is ze nooit lief!’

16


‘Hè zeg! Sorry hoor! Ik had niet de bedoeling om je te kwetsen,’ reageert Wannes verontwaardigd. ‘Maar je deed het wél,’ sneert Maurice. ‘Had je wat beter nagedacht, dan ...’ ‘Wat dan? Wat dan? Was je dan wél mee geweest op fietsuitstap?’ Heel even opent Maurice zijn mond alsof hij fel wil reageren, maar hij zwijgt. Ja, wat dan? gaat er door zijn hoofd. ‘Ik weet het niet,’ zegt hij stil. ‘Ik was echt heel bang dat er iets zou gebeuren.’ ‘Maar er is niets gebeurd,’ lacht Wannes en hij geeft zijn vriend een klopje op zijn schouders. ‘Inderdaad,’ glimlacht Maurice. ‘Er is niets gebeurd. Hier niet ...’ ‘Wat bedoel je?’ vraagt Wannes verbaasd. ‘Kom,’ zegt Maurice en hij trekt Wannes mee bij zijn mouw. ‘Ik moet je iets vertellen. Iets dat ik las in de krant ...’ Wanneer ze met zijn tweeën in een hoekje van de speelplaats staan, diept Maurice een verfrommeld krantenknipsel uit zijn zak op. Hij duwt het onder Wannes’ neus. Die trekt grote ogen. ‘Wow!’ doet hij en hij fluit tussen zijn tanden. ‘Er is dus toch zo’n ongeluk gebeurd.’ Maurice knikt wat zenuwachtig. ‘Ma en pa zeggen dat het puur toeval is. Maar ik weet het zo niet. Wat denk jij?’

17


‘Man, man,’ doet Wannes opgewonden. ‘Eerst die droom over je oma, dan die over een kat, en nu dit ... Misschien bezit je toch wel voorspellende krachten.’ Maurice wriemelt wat met zijn vingers. ‘Vertel je ’t aan niemand?’ zegt hij dan en de toon waarop hij spreekt maakt heel erg duidelijk dat het meer een gebod4 is dan een vraag. ‘Ze zouden me nog meer uitlachen dan dat ze nu al doen.’ Wannes knikt. Hij steekt twee vingers in zijn mond en bijt erop. ‘Ik beloof het,’ zegt hij plechtig.

18


5 ’Maurice, word wakker!’ Mama schudt voorzichtig aan de arm van Maurice. Die draait en keert in zijn bed. Zijn wangen zijn nat. ‘Maurice!’ zegt mama nog een keer. Maurice opent zijn ogen. ‘Eh, eh, wat is er?’ Verdwaasd kijkt hij mama aan. ‘Je lag te roepen en te huilen,’ fluistert mama terwijl ze hem over zijn voorhoofd aait. ‘Had je weer een droom?’ Maurice sluit zijn ogen en zwijgt. ‘Het is niets,’ zegt hij dan. ‘Laat me maar.’ ‘Aan mij kan je het toch vertellen,’ zegt mama stil. Ze slaat het deken open en kruipt bij Maurice in bed. ‘Ik ... ik ...’ Maurice snikt het uit. ‘Ik droomde weer over Emmelien.’ ‘Jongen, toch,’ zegt mama lief. ‘Wat is dat toch met die Emmelien?’ ‘Ze was dood, mama, in mijn droom.’ De tranen lopen over Maurices wangen. ‘Ons oude klasgebouw stortte in, door de stormwind. En Emmelien lag onder het puin,’ schreit5 Maurice verder. ‘Ik wil dat niet, mama! Echt niet. Emmelien is een rotkind, maar ik wil haar niet dood.’ ‘Dat weet ik wel,’ reageert mama. ‘Weet je wat: ik ga weleens met meester Peter praten, over Emmelien. En die droom van daarnet, zet die maar vlug uit je hoofd. Dromen zijn niet echt, daar hadden we het al over, weet je nog?’

19


6 ‘Heeft iedereen genoeg spek gegeten, deze morgen?’ Meester peter heeft pretlichtjes in zijn ogen. ‘Ik wel hoor,’ gaat hij verder. ‘Ik sta er sterk op. En dat zal nodig zijn voor onze verhuizing. Al die banken en stoelen moeten naar ons nieuwe klaslokaal geraken. En er staat nog een hele stapel dozen te wachten om ook verhuisd te worden. En we hebben wind tegen!’ Hij spuwt zich in de handen en toont de spierballen in zijn bovenarmen. ‘Ach meester, die spiertjes van jou zijn niets vergeleken met die van mij!’ pocht Nadira. ‘Gelijk heb je,’ lacht meester Peter, ‘maar na jou ben ik de sterkste van de klas. Denk ik toch ...’ Voorzichtig kijkt hij om zich heen. Er komt geen reactie. Het enige geluid dat te horen is, is het gieren van de wind en het kraken van het oude dak boven hun hoofd. ‘Zie je wel,’ lacht meester Peter en hij geeft Nadira een schouderklopje. ‘Wij zijn de sterkste!’ ‘Oké,’ lacht Wannes. ‘Dan wachten wij in ons nieuwe lokaal en dan doen jullie het werk maar.’

20


Hij doet alsof hij de klas wil verlaten, maar meester Peter trekt hem aan zijn kraag terug. ‘Niets van,’ zegt hij gespeeld streng. ‘Iedereen helpt mee, ook diegenen met peperkoeken spiertjes.’ Deze keer komt er wel reactie. Iedereen joelt en tiert. En ogenblikkelijk schiet elk kind in actie. Wat denkt die meester wel! Peperkoeken spiertjes ...

21


Iedereen is meteen zo druk in de weer, dat niemand merkt dat Maurice heel stilletjes op zijn eentje in een hoek van de klas staat. Hij hoort het gejoel van zijn klasgenoten amper. Zijn hoofd zit vol wind, gekraak en gepiep ... ‘Hé, Maurice, help jij niet mee? Of is dit werkje te zwaar voor een baby als jij?’ Emmeliens stem klinkt boven het gejoel van de kinderen en het gefluit van de wind uit. Wannes, die vlak naast haar staat, stoot haar aan. ‘Stop daarmee, Emmelien. Laat Maurice met rust!’ Emmeliens ogen schieten vuur. ‘Ben jij zijn bewaarengel?’ schimpt6 ze. Wannes zegt niets terug. Maar zijn middelvinger die in de hoogte gaat, maakt duidelijk hoe hij over Emmeliens opmerking denkt. ‘Kom Maurice,’ wenkt hij snel, ‘help jij me even om mijn bank weg te dragen? Dan help ik daarna om die van jou te verhuizen.’

22


23


‘Pff!’ Maurice zucht wanneer ze de tafel van Wannes in het nieuwe klaslokaal neerzetten. Ook Wannes puft en blaast. ‘Verhuizen is één ding,’ zegt hij terwijl hij het zweet van zijn voorhoofd wrijft, ‘maar verhuizen met dit stormweer is toch nog andere koek.’ Wanneer hij merkt dat Maurice niet reageert, draait hij zich om. ‘Je bent zo stil. Is er iets?’ Maurice twijfelt. Hij opent zijn mond, maar sluit hem weer zonder iets te zeggen. ‘Is er iets?’ probeert Wannes nog eens. ‘Ik droomde weer,’ fluistert Maurice. Wannes schrikt op. ‘Wéér over iets naars?’ vraagt hij. Maurice knikt. ‘Wat droomde je dan?’ dringt Wannes aan. ‘Dat onze klas instortte,’ stamelt Maurice ‘en dat ... dat ... er iemand onder het puin lag.’ Wannes brengt zijn hand voor zijn mond. ‘Emmelien,’ vraagt hij, ‘was het Emmelien?’ Het hoofd van Maurice gaat op en neer. Eerst zegt Wannes niets. Dan schiet hij in de lach. ‘Kan geen kwaad,’ giert hij, ‘laat Emmelien maar eens in het stof bijten.’ ‘Maar ...’ Maurices stem klinkt hees. ‘Grapje,’ doet Wannes, ‘het is maar een grapje hoor! Wees gerust. Er gebeurt hier niets. Komaan, we gaan jouw bank halen!’

24


‘Fantastisch, meisjes en jongens! Het is ons gelukt. Jullie leken wel ervaren verhuizers. Ondanks de wind en de regen is al ons klasmateriaal netjes verhuisd.’ Meester Peter geeft een solo-applaus voor zijn leerlingen. ‘Welkom, trouwens in ons spiksplinternieuw klasje! Hier gaan we nog beter kunnen werken dan in het vorige. Alhoewel ik het kraken en piepen van ons oude klasje toch zal missen, denk ik.’ ‘Jij zal dat niet missen hè?’ Met een ruk draait Maurice zich om. Emmelien staat vlak achter hem. Ze praat dicht bij zijn oor, stil, zodat meester Peter haar niet hoort en luid genoeg zodat Maurice goed verstaat wat ze zegt. ‘Je zal wel wat minder naar het toilet moeten van de stress,’ gaat Emmelien verder, ‘dat zal ik dan wel erg missen.’ ‘Rotjong!’ snauwt Maurice. Hij geeft Emmelien een stomp in haar zij. Die begint meteen te huilen. ‘Hola, hola!’ roept meester Peter. ‘Wat is er aan de hand?’ ‘Hij deed me pijn!’ Emmelien wijst strak naar Maurice. ‘En zij lachte me uit!’ reageert Maurice meteen.

25


‘Ho, ho, ho!’ doet meester Peter. ‘Dit is niet het moment om te kibbelen. Jullie moeten genieten van ons nieuwe klaslokaal. Ruziemaken hoort daar niet bij. Geen kleutergedrag alstublieft.’ En voor meester Peter is de discussie hiermee gesloten.

26


7 ‘En nu zou ik willen dat jullie de stoelen en banken netjes schikken in de klas,’ zegt meester Peter. En dan kunnen jullie je persoonlijke spullen ook netjes opbergen. Ik zorg er dan wel voor dat het klassikaal materiaal een passend plaatsje krijgt in de kasten en op de rekken. Ik heb nog enkele dagen tijd, voor de inhuldiging van het nieuwe gebouw en de bijhorende festiviteiten. ‘Hup! Hup! Zet nog even door. Straks is het middag en deze namiddag is het algemene repetitie van de optredens voor het feestweekend. Er is dus nog heel wat werk aan de winkel.’ ‘Mogen we zelf kiezen hoe we de banken schikken, meester?’ Wannes kijkt meester Peter smekend aan. ‘Hé, toe ... ja ...’ vallen andere kinderen van de klas hem bij. ‘Vooruit maar,’ lacht meester Peter. ‘Ik ben in een supergoede bui, en het wordt feest en ... bepaal zelf maar of je de banken op rijen schikt, of in een kring.’ ‘Yeah!’ klinkt het door de klas. ‘En mogen we dan ook zelf bepalen naast wie we gaan zitten?’ Meester Peter knikt. ‘Vandaag mag er veel,’ lacht hij.

27


‘Maar op één voorwaarde: ik wil niet dat er ruzie ontstaat. Als ik dat merk, beslis ik over de schikking van de banken en duid ik zelf aan wie waar gaat zitten!’ Emmelien neemt meteen het woord: ‘Wie is voorstander voor een kring? En wie kiest voor rijen? Oké, het is duidelijk: het wordt een kring!’ In een wip zijn de banken en tafels geschikt.

28


Meester Peter kijkt met verstomming toe. ‘Het lijkt wel of jullie al op voorhand afspraken wie waar gaat zitten,’ grinnikt hij. Hier en daar wordt gegniffeld. ‘We kennen onze meester al vrij goed hoor,’ lacht Kato. ‘We wisten wel dat we zouden mogen kiezen ...’ ‘Oh nee!’ Emmelien springt op van haar stoel. ‘Meester! Ik vergat mijn tablet. Die ligt nog op de vensterbank in onze oude klas. Mag ik hem gaan halen?’ Maurice schrikt op. Hij voelt iets vreemds in zijn buik. Zijn maag en darmen doen weer raar. ‘Nee,’ zegt hij tegen Emmelien. ‘Je mag hem niet gaan halen.’ Emmelien lacht wat gemeen. ‘Sinds wanneer ben jij de meester?’ ‘Je mag echt niet gaan,’ zegt Maurice. Hij ziet heel bleek. ‘De storm ... het dak ...’ ‘Zeg!’ doet Emmelien. ‘Vertel me nu niet dat je weer een droom had, hé.’

29


Maurice knikt flauw. ‘Poeh!’ lacht Emmelien. ‘Wat ben jij toch een schijterd zeg! Er is vorige keer toch ook niets gebeurd. Ik ga mijn tablet halen. Ik ben geen baby hoor. Jij daarentegen ...’ ‘Maurice is een baby,’ joelt ze door het klaslokaal. Dan lijkt er iets te ontploffen bij Maurice. Ik ben geen baby, gaat er door zijn hoofd. En geen bangerd en geen broekschijter ... ‘Ik zal gaan! Ik haal je tablet!’ Maurice schrikt van zijn eigen woorden. ‘Wat?’ vraagt Emmelien. Ze trekt grote ogen. ‘Maar de wind... en het gekraak en het gepiep ...’ Emmelien grijnst vals. ‘Je was er altijd al bang voor ...’ ‘Ik zal je tablet gaan halen,’ zegt Maurice. ‘Je zult zien dat ik geen broekschijter ben!’

30


olgebouw - Jongen stort in door hevige windvlaag bedolven onder het puin.

Linterdom - Dak van oud scho

van het Gisteren rond 11.45 uur stortte het dak t gebouw stond er schoolgebouw van Linterdom in. He bij toeval had men al een tijd ietwat bouwvallig bij. Als nieuwbouw die net al het materiaal verhuisd naar de d wordt. Op één volgende zondag plechtig ingehuldig bevonden zich op na alle leerlingen en alle leerkrachten nieuwe gebouw. het moment van de instorting in het af. Hij was nog Voor één leerling liep het echter fout klasgenoot uit vlug een achtergebleven tablet van een hij het gebouw weer het oude gebouw gaan halen. Toen . De wind, die al de wilde verlaten, sloeg het noodlot toe een extra opstoot. hele voormiddag fel tekeerging, kreeg werd nog net Daardoor stortte het dak in. De jongen Alle leerlingen geraakt door een neervallende balk. vrij kalm bij het en leerkrachten van de school bleven let de jongen was gebeuren. Enkel het meisje wiens tab . Wellicht voelde zij gaan halen, begon hysterisch te huilen rd afgevoerd naar zich schuldig. De jongen in kwestie we dat de verwondingen het ziekenhuis. Daar stelde men vast na enkele dagen het al bij al meevallen. De jongeman zal ziekenhuis mogen verlaten.

31


Woorduitleg 1 gemoedelijk = gezellig en vriendelijk 2 je mannetje kunnen staan = voor jezelf kunnen opkomen 3 bulderen = op een luidruchtige manier spreken 4 gebod = bevel 5 schreien = huilen 6 schimpen = spotten met iemand

32


Maurice heeft nare dromen. Die maken hem bang. Ze lijken immers de toekomst te voorspellen. Bezit Maurice buitengewone krachten en worden zijn dromen werkelijkheid? Pestkop Emmelien lacht Maurice uit...

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 5. ISBN 978 90 486 2536 9 Bestelnummer 60 1021 497 KB D/2016/0147/105 NUR 191 Illustraties: Marieke Van Ditshuizen Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 625369

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - 5e leerjaar - Kijker 5 - Thema 6 - N2 - Dromen zijn bedrog by die Keure - Issuu