Skip to main content

Verrekijkerbieb - 5e leerjaar - Kijker 5 - Thema 3 - N1 - A B C Dino

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

A, B, C ... Dino! Inge Misschaert

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 5

5


A, B, C ... Dino!

1


Lang geleden ... Lang, heel lang geleden, werd de aarde bevolkt door heel andere wezens dan nu. De dieren die toen leefden, noemen we nu dinosauriërs of dinosaurussen. Sommigen zeggen ook weleens ‘dino’s’ want die andere twee termen zijn echt wel een mondje vol! Dinosauriërs zijn reptielen die ongeveer 160 miljoen jaar hebben geleefd. 65 miljoen jaar geleden zijn ze plots verdwenen. Er zijn heel wat soorten ontdekt, te veel om hier op te noemen. Maar in dit ABC vind je alles wat je wil weten over deze vreemde beesten. Je komt oog in oog te staan met feiten en weetjes en gelukkig niet met de beesten zelf. Voor je het weet, kun je jezelf een heuse dino-expert noemen!

2


3


Ankylosauriërs Dit is een groep van plantenetende dino’s. Ze leefden in het laat-krijt (zie p13) in Noord-Amerika, Azië, Europa en Australië. Het waren geen doetjes1: ze hadden een enorm zwaar pantser met platen, stekels en knobbels. Hun schedel was heel dik en aan de punt van hun staart zat een benige knots. Bacteriën Bacteriën zijn hele kleine organismen die een belangrijke rol spelen bij de afbraak van dode dieren en planten. Ze vormen een van de eerste levensvormen. Camouflage Camouflage is een manier om een voorwerp niet te doen opvallen. Denk maar aan legervoertuigen of legerspullen: die zijn vaak in groene en bruine kleuren. Zo vallen ze niet op in de natuur. Bij dieren komt camouflage veel voor: denk maar aan de kameleon. Dat diertje verandert immers van kleur naargelang de omgeving waarin het zich bevindt. Ook dino’s konden zich aanpassen aan hun omgeving. Hun huid was dezelfde kleur, om minder op te vallen en zo minder ten prooi te vallen aan aanvallers of vijanden.

4


Ceratopia Dit is een groep van plantenetende dino’s. Een voorbeeld is de triceratops. Ze hebben grote koppen, benige kragen en hoorns op hun kop. Ze trokken in kuddes over de vlaktes van Noord-Amerika en Azië. Deze dino’s behoorden tot een van de laatste generaties.

5


Wist je dat ... • ... het woord ‘fossiel’ afgeleid is van het Latijnse ‘fossilis’, wat ‘opgegraven’ betekent? Een fossiel is inderdaad iets dat begraven ligt en wat archeologen vaak bij toeval vinden of ontdekken. • ... fossielen bijna allemaal bestaan uit de hardere bestanddelen van de dieren? Dat komt doordat de zachte lichaamsdelen door de tijd vergaan en dus niet blijvend zijn. Vooral de botten en de tanden zijn hiervoor ideaal. • ... veel fossielen bestaan uit voetafdrukken van dinosaurussen? Uit deze historische overblijfselen kunnen wetenschappers heel wat belangrijke informatie halen. Ze achterhalen bijvoorbeeld hoe snel een dier kon lopen.

6


Coproliet Een coproliet is een versteend stukje van de uitwerpselen van een dino. Een stukje ... jawel, stront dus. Bah! Uit die uitwerpselen kunnen wetenschappers heel wat informatie halen. Zo weten ze bijvoorbeeld van welke planten zo’n dino leefde. Darmbeen In de bouw van een dino valt vooral het darmbeen op. Het is het belangrijkste bot van het bekken, want het ondersteunt de poten en is verbonden met de ruggengraat. Einde Het einde van de dinosaurussen wordt vaak gesitueerd rond het einde van de krijtperiode (ongeveer 65 miljoen jaar geleden). Een theorie dacht dat er een meteorietinslag was op aarde, waardoor alle leven vernietigd werd. Een andere theorie dacht dan weer dat het veel langzamer ging. Natuurrampen en het verschuiven van de aardkorst zouden ervoor gezorgd hebben dat ook het leven op aarde veranderde. Het kan ook zijn dat deze grote dieren zich niet snel genoeg aan het andere klimaat konden aanpassen en ze daardoor stierven.

7


Fossielen Een fossiel is een overblijfsel van een plant of een dier uit vroegere tijden door verstening of bijvoorbeeld door een afdruk in een steen. Ook hieruit halen wetenschappers en archeologen veel informatie over het verleden.

Gastrolieten Een gastroliet is een maagsteen. Dino’s slikten soms met opzet stenen door. Dat hielp hen bij het verteren van het voedsel in hun maag.

8


Wist je dat ... • ... de resten (fossielen dus) van dino’s al vroeg door oude beschavingen werden aangetroffen? Men verklaarde ze toen mythologisch als sporen van fabeldieren. • ... de fossielen van de protoceratops in Azië het vermoeden wekten dat er ooit griffioenen2 leefden? • ... het eerste fossiel van een dino beschreven werd door de Engelsman Robert Plot in 1676? Hij beweerde eerst dat het om een dijbeen van een olifant ging, maar later concludeerde hij dat het van een reus geweest moest zijn. • ... er in de 19e eeuw een arts in Engeland leefde, Gideon Mantell? Hij was zo bezeten van dinosaurusfossielen dat hij er heel zijn leven aan wijdde. Dat ging ten koste van zijn fortuin, huwelijk, werk en gezondheid, maar dat kon de man niet deren.

9


Hadrosauriërs Dit is een groep van plantenetende dino’s. Ze hadden een brede bek die een beetje doet denken aan de snavel van een eend. Ze hadden heel veel maaltanden en ook kammen op hun kop. Ichthyosauriërs Dit is een groep van zeeachtige dino’s. Het waren reptielen die in de zee leefden in dezelfde tijd als de dinosauriërs. Ze leken een beetje op dolfijnen en baarden ook hun jongen, net als zoogdieren.

10


Jura (zie ook mesozoïcum op p16) In het mesozoïcum is dit de middelste periode. De jura duurde van 208 tot 144 miljoen jaar geleden. Op dat moment was de aarde een uitermate geschikte plek voor de dino’s. Ze konden er dan ook goed aarden. Onder andere de sauropoden met hun lange nekken doken toen op. In de jura was het klimaat warm en vochtig. Er ontstonden onder meer grote wouden. Ook de eerste krokodillen kwamen in deze periode op. Jongen Na de paring legden de vrouwtjes eieren die ze nadien uitbroedden. Uiteraard waren hierin niet alle soorten gelijk. Sommige soorten broedden in groep, terwijl andere hun eieren bijna achteloos3 ergens achterlieten. Dino-eieren had je vroeger in alle maten en soorten. De vrouwtjes legden er vaak heel veel, soms wel vijftig! De schaal van de eieren was echter kwetsbaar, dus niet alle eieren kwamen uit.

11


Wist je dat ... • ... dezelfde Gideon Mantell een doorbraak bereikte met een tand die door zijn vrouw werd gevonden in 1821? Hij beschreef op grond daarvan de dino iguanodon. • ... de naam dino (of dinosauriër) afkomstig is van het Griekse ‘deinos’ wat geducht4 betekent en ‘sauria’, wat hagedis of reptiel betekent? Het woord werd bedacht door Richard Owen, een Engelse wetenschapper die fossielen bestudeerde. • ... in 1859 de bekende geleerde Charles Darwin zijn baanbrekende boek ‘De oorsprong van de soorten’ uitbracht? In hetzelfde jaar werd ook het meest complete fossiel gevonden van de compsognathus.

12


Krijt (zie ook mesozoïcum op p16) Dit is de derde periode van het mesozoïcum en meteen ook de laatste. In deze tijd ontstonden veel soorten dinosauriërs. Na deze periode stierven ze ook weer uit. Het krijt verloopt van 144 tot 65 miljoen jaar geleden. In de tropen5 bleef het warm, maar verder naar het noorden en zuiden werd het koeler. Daardoor ontstonden er weer nieuwe dino’s. Koudbloedig In de natuur heb je warmbloedige en koudbloedige dieren. Een voorbeeld van de laatste soort is een slang, of een hagedis. Deze dieren halen hun warmte niet uit zichzelf, maar uit hun omgeving, door in de zon te zitten. Dinosaurussen zijn niet helemaal warmbloedig, maar ook niet helemaal koudbloedig. Door hun bouw en ook het feit dat ze rechtop liepen en niet lagen, zoals een krokodil, zijn wetenschappers van mening dat ze meer lijken op warmbloedige dieren.

13


Lichaamsbouw Dino’s zijn vreemd gebouwd. Enerzijds waren het reptielen, maar ze stonden wel hoog op hun poten zoals zoogdieren. Doordat de poten onder hun lichaam vastzaten, konden ze stabiel en vaak ook heel snel lopen. Andere reptielen kropen maar heel langzaam vooruit. Er waren twee groepen van dino’s. De saurischia hadden hagedisheupen en waren zowel vleeseters als planteneters. Alle andere planteneters waren ornithischia met vogelheupen.

Saurischia

Ornithischia

14


Wist je dat ... • ... de tyrannosaurus een sterk lichaam van botten en spieren en zachte organen had? • ... de maag van de tyrannosaurus heel groot was, omdat hij grote happen nam en niet kauwde? Foei! • ... de staart van het dier diende om niet voorover te vallen, voor het evenwicht dus? Net als bij een kat, eigenlijk. • ... de ogen naar voren gericht waren, omdat de tyrannosaurus een echte jager was? Die zou je niet graag op je pad vinden!

15


Mosasauriërs Dit is een uitgestorven groep van zeehagedissen, die ook zeedraken werden genoemd. Ze leefden in het laat-krijt in de zee en aan de kust. Hun lichaam was dik en log en ze hadden flippers6. Mesozoïcum Dit is het tijdperk van de dinosauriërs. Het begon 245 miljoen jaar geleden, voordat de dinosauriërs zich ontwikkelden. Het eindigde 65 miljoen jaar geleden toen in korte tijd heel veel planten en dieren uitstierven. Deze periode bestaat uit het trias, de jura en het krijt. Nesten Het nest bestond uit zand en veel bladeren om de eieren warm te houden zodat ze uitkwamen. Het jong moest de schaal breken met zijn bek, net zoals nu nog bij kippen, ganzen en eenden het geval is. Het eerste voedsel dat de jongen kregen, was een mengsel van gekauwde bladeren van varens en coniferen7. De jongen konden immers zelf nog niet alles verteren.

16


Omnivoor Een omnivoor is een allesetend dier. Sommige dino’s waren omnivoren en aten zowel plantaardig als dierlijk voedsel. Ornithischia Dat waren de dino’s met vogelheupen. Hier wijst het schaambeen naar achteren en omlaag. Alle Ornithischia waren planteneters en geen omnivoren.

17


Wist je dat ... • ... in de Verenigde Staten twee rivalen op zoek gingen naar dinosaurussen? Edward Drinker Cope en Othniel Charles Marsh maakten er bijna een wedstrijdje van. In de geschiedenis staat hun ruzie bekend als de ‘bone wars’, de bottenoorlog dus. • ... Barnum Brown de Tyrannosaurus rex ontdekte? Hij was geen paleontoloog, maar een dinosaur hunter, een jager. Dat waren mannen die getraind werden om fossielen te vinden om later te verkopen.

18


Paleontoloog Een paleontoloog is een wetenschapper die oude levensvormen bestudeert. Hij focust vooral op de fossielen van planten en dieren en dus ook op dinosauriërs. Roofdier Een roofdier is een dier dat andere dieren eet. Veel van de dino’s zijn roofdieren. Onder andere de tyrannosaurus was een beruchte jager.

19


Trias Dit is de eerste periode in het mesozoïcum, van 245 tot 208 miljoen jaar geleden. Ongeveer halverwege deze periode verschenen de dinosauriërs op het toneel. Uitgestorven Sinds de laatste periode van het mesozoïcum, het krijt, zijn de dinosauriërs jammer genoeg uitgestorven. Waarschijnlijk heeft het te maken met een meteorietinslag, vermoeden wetenschappers. Vleeseters Sommige dino’s zijn echte vleeseters. Onder meer de tyrannosaurus is een echte carnivoor. Ook de allosaurus en de archaeopteryx zijn bijvoorbeeld vleeseters. Wervels De wervels zijn de botten van de ruggengraat, vanaf de schedel tot bij de staart. Zij beschermen het ruggenmerg en zorgen ervoor dat dieren (en wij ook!) rechtop kunnen staan.

20


Wist je dat ... • ... de argentinosaurus een van de grootste dinosaurussen was? Zijn staart was heel lang en ook zijn nek was lang. Soms wel 23 meter lang! • ... dat dicynodon tweehondentand betekent? Deze dino had enkel twee hoektanden. Daardoor was hij geen echte dino, maar een voorloper ervan. • ... er ook heel bekende dino’s zijn? Wat dacht je van Platvoet, het bekende dinootje, waar zo veel tekenfilms over gemaakt zijn?

21


Dinorecords Wist je dat dino’s ook echte recordhouders zijn? Ze hebben heuse kampioenschappen op hun naam staan. Lees hieronder maar in het lijstje! • De kleinste dinosauriër is de microraptor. Het dier was 76 cm lang en 25 cm hoog. • De langste dino was de seismosaurus. Hij was 45 meter lang! • De stegosaurus heeft dan weer de reputatie van de domste dino te zijn. Foei toch! • De argentinosaurus is dan weer de zwaarste. Misschien had hij iets te veel gegeten, want hij woog meer dan 17 Afrikaanse olifanten. • De velociraptor was de slimste dino. Hij was slimmer dan alle anderen, maar uiteraard niet slimmer dan de mens.

22


23


Woorduitleg 1 doetjes = zwakkelingen, sukkels 2 griffioen = mythologisch dier met het bovenlijf van een adelaar, de oren van een paard en het onderlijf van een leeuw 3 achteloos = zonder aandacht 4 geducht = gevreesd 5 tropen = gebied op aarde in de buurt van de evenaar, waar het altijd warm is 6 flippers = zwemvinnen 7 conifeer = boom met dunne puntige naalden

24


Weet je wat het trias is? Of de jura? Wil je weten waarom je met het krijt in dit boek niet kunt schrijven? En waarom er nu geen dino’s meer zijn? Wat was de zwaarste dino? Ontdek alles over dino’s, van A tot Z!

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 5. ISBN 978 90 486 2536 9 Bestelnummer 60 1021 497 KB D/2016/0147/105 NUR 191 Foto’s: Shutterstock Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 625369

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - 5e leerjaar - Kijker 5 - Thema 3 - N1 - A B C Dino by die Keure - Issuu