Skip to main content

Verrekijkerbieb - 5e leerjaar - Kijker 4 - Thema 7 - N3 - Brugge

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Brugge Katrien Vandewoude

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 5

4


Brugge

Misschien maak je ooit een citytrip1 naar Brugge. Met je ouders, grootouders, vrienden of met de klas. Want Brugge is een echte toeristische trekpleister2. Waarom is de uitstap zo de moeite waard? Voor de chocolade of de frietjes? Misschien wel. Zullen we die toch maar voor op het eind bewaren? Je wilt vast eerst een flinke wandeling door de stad maken. Een beer wordt je gids. Een teddybeer? Een ijsbeer? Een koalabeer? Een grizzlybeer? Nee, het Brugs Beertje. Hij was even buiten de stad om herinneringen op te halen aan zijn roots3. Maar voor dat verhaal moet je nog even wachten. Op weg naar zijn huis gidst het Brugs Beertje je door de stad. Je popelt wellicht van ongeduld om zijn verhalen te horen. Onderweg kun je hem vragen stellen. Voor je start, pak je wat historische bagage in. Een tijdslijn helpt je om niet te verdwalen in het verleden en met een plattegrond vind je vandaag de weg in de stad.

1


Brugge, een stad met een rijk verleden Deze titel klinkt plechtig. Elke stad, elk dorp heeft natuurlijk zijn geschiedenis. Toch heeft Brugge een pluspunt. Veel historische gebouwen bleven bewaard. Bovendien was Brugge in de middeleeuwen een van de belangrijkste en grootste steden van Noordwest-Europa. Redenen genoeg om de geschiedenis in te duiken. In de 3e eeuw komen de Gallo-Romeinen zich vestigen op de plaats die later het middeleeuwse Brugge wordt. Een interessante plek, want via een geul kunnen hun schepen gemakkelijk de zee bereiken. Maar honderd jaar later wordt de nederzetting4 door de Germanen verwoest. Van de 4e tot de 8e eeuw lijkt niemand er gewoond te hebben. In de 9e eeuw rijst er een burcht op. Brugge wordt een van de verdedigingssteden tegen de Vikingen. Kort na 850 duikt in een tekst voor de eerste maal de naam ‘Brugge’ op. In de 10e eeuw kiest Arnulf I, graaf van Vlaanderen, Brugge als machtsbasis. Van daaruit breidt hij het graafschap5 uit. Vanaf de 11e eeuw wordt het een internationale handelsplaats. Begin 12e eeuw krijgt de stad een eerste omwalling6. In 1134 woedt er een hevige storm die gepaard gaat met een grote overstroming. Maar voor Brugge is dat geen ramp. De oude vaargeul is door de storm verder uitgeschuurd tot een brede inham: het Zwin.

2


Schepen raken nog makkelijker tot bij de stad en Brugge trekt nog meer handelaars aan. Er is veel werkgelegenheid en iedereen wil er wonen. De stad wordt al snel te klein. Eind 13e eeuw wordt een tweede, ruimere omwalling gebouwd. Van de 13e tot de 15e eeuw kent Brugge zijn grootste bloei. In de loop van de 15e eeuw begint het minder goed te gaan met de handel. Toch blijft Brugge een roemrijke stad. Want de hertogen van Bourgondië komen er wonen. Ze spreiden graag hun pracht en praal tentoon. In de 16e eeuw wordt Antwerpen de belangrijkste handelsstad van Noordwest-Europa. Brugge wordt in de volgende eeuwen een stille stad. Er wonen zelfs minder mensen dan in de middeleeuwen. In de 19e eeuw komen dan weer meer mensen naar Brugge. Maar er is weinig industrie en er zijn veel werklozen en armen. In de tweede helft van de 19e eeuw wordt het spoorwegennet in Noordwest-Europa uitgebouwd. Meer mensen kunnen op reis gaan. De Bruggelingen beginnen hun stad als toeristische bezienswaardigheid te promoten. In de 20e eeuw wordt Brugge een moderne stad. Dankzij de haven van Zeebrugge is er weer toegang tot de zee. Nieuwe industrieën komen er zich vestigen. Ook met het toerisme verdient Brugge geld. Overal in de stad zijn hotels, restaurants en cafés. Winkeltjes met kant, bier en chocolade lokken vooral toeristen.

3


Tijdslijn 3e eeuw Gallo-Romeinse nederzetting

9e eeuw burcht tegen de Vikingen

11e eeuw internationale handelsplaats

13e eeuw • bouw belfort, stadshallen, Waterhalle (Markt) • stadsbestuur vergadert in stadshallen • brand belfort (1280) • conflict Franse koning en Vlaamse graaf • tweede omwalling (1297-1300)

15e eeuw glorietijd van de Bourgondische hertogen

18e eeuw • Frans bestuur (1795-1815) • veel kerken en kloosters gesloopt en onteigend

4

4e eeuw nederzetting verwoest door de Germanen

10e eeuw • centrum van het graafschap Vlaanderen • bouw burcht en Sint-Donaaskerk (Burg)

12e eeuw • moord op Karel de Goede (2 maart 1127) • eerste stadsbestuur (1127) • eerste omwalling (1127-1128)

14e eeuw • Guldensporenslag (1302) • Ambachten7 krijgen inspraak in het stadsbestuur • bouw stadhuis op de Burg • stadsbestuur vergadert in stadhuis

16e eeuw einde van de grote stad

19e eeuw ontdekking als toeristische bestemming


Een plan van Brugge Op dit kaartje zie je het ‘ei van Brugge’. Een ei, je hebt het goed gelezen: de plattegrond van de stad binnen de wallen is ovaal als een ei. Elke stop van de wandeling wordt met een cijfer aangeduid.

27 28

1

2 3

29

11 8 14 10 9 12 6 13 7 16 15 17 5 4 26 19 18 20 21 23

22

24

25

5


Brugge vanbuiten Het Brugs Beertje is klaar om te vertrekken. Jij ook? Start de wandeling aan de Smedenpoort (1). De Smedenpoort is met de Ezelpoort, de Gentpoort en de Kruispoort een van de vier bewaarde stadspoorten. Waarom moet je de stad binnen langs een poort? Brugge was in de middeleeuwen omwald. Aan weerskanten van de Smedenpoort zie je de resten van de tweede omwalling eind 13e eeuw. Vandaag zijn de wallen lieflijke plekken waar je aangenaam kunt wandelen. Maar in de middeleeuwen dienden ze vooral om de vijand buiten te houden. Op de wallen stonden houten en later stenen muren. Op regelmatige afstand rezen wachttorens op. Kanonnen en geweren waren nog niet uitgevonden, op die manier kon je de vesting alvast niet bestormen. Wie toch de gracht probeerde over te zwemmen, kreeg gegarandeerd een pijlenregen over zich heen. Elke avond gingen de stadspoorten dicht. Wie overdag de stad binnenkwam, werd gecontroleerd door de poortwachter. Had je koopwaar mee, dan moest je bovendien tol betalen. Het tolgeld, een soort belasting, kwam in de stadskas terecht. Kunnen we nu gewoon door de Smedenpoort lopen? Nee, daar rijden vandaag alleen fietsers en auto’s door. Wij gaan via een van de twee bruggetjes die de Smedenpoort omarmen. Zo kun je de poort aan de buitenkant bewonderen en kijken naar de eendjes in het water. Aan de andere kant van de poort hangt een schedel.

6


Een echte schedel? Vroeger wel. Ooit probeerde een verrader de vijand de stad in te smokkelen. Maar hij werd ontmaskerd en onthoofd. Zijn hoofd werd op een spies gestoken en boven de Smedenpoort gehangen. Later is zijn hoofd door een bronzen schedel vervangen. Loop door de Smedenstraat tot aan ’t Zand (2). Wat een groot plein! ‘t Zand is inderdaad een enorm plein. In de 12e eeuw kwamen er al burgers van de stad samen. In de 19e eeuw stond hier het station van Brugge. Een eeuw later werd het weer afgebroken. Vandaag wordt het plein gebruikt voor markten en evenementen.

7


Rechts staat een groot rood bakstenen gebouw dat er helemaal niet oud uitziet. Wat is dat? Dat is het Concertgebouw (3). Het werd gebouwd ter gelegenheid van de benoeming van Brugge tot culturele hoofdstad van Europa in 2002 en is een van de weinige monumentale moderne gebouwen in de stad. Vanop het dakterras heb je een mooi uitzicht over de stad. Loop de Zuidzandstraat in. Zie je de toren van de SintSalvatorskathedraal (4) al? Dit is de oudste parochiekerk van Brugge en dateert van de 9e eeuw. De kathedraal ligt lager dan de straat. Je moet met trapjes naar beneden. Bouwden ze vroeger kerken in een put? Nee. De straat ligt op een zandrug. Vandaar dat de kerk lager ligt. En er is nog meer. In de middeleeuwen werd het huisvuil niet opgehaald maar gewoon op straat gegooid. Koetsen en paarden reden eroverheen en walsten het plat. Met de jaren kwam de straat zo een pak hoger te liggen. Dan lopen we nu over een middeleeuwse vuilnisbelt? Eigenlijk wel. Gelukkig is het afval vergaan en de geur verdwenen. Intussen loopt de Zuidzandstraat over in de Steenstraat. Op het pleintje rechts staat het standbeeld van Simon Stevin (5).

8


Wat heeft die man gedaan om zo’n groot standbeeld te krijgen? Simon Stevin was een groot wetenschapper uit de 16e eeuw. Hij is geboren in Brugge en heeft er gewoond. Een weetje, vooral voor de wiskundeknobbels: hij bedacht het woord ‘wiskunde’. Loop door de drukke winkelstraat tot aan de markt. Daar staat alweer een toren! Welke kerk is dit? Dit is geen kerk maar het belfort (6). Rond het belfort liggen de stadshallen (7). In de 13e eeuw was Brugge een welvarende stad. Het stadsbestuur liet de stadshallen bouwen waar koopwaar kon worden opgeslagen en verkocht. Gelijk hadden ze ook een plek om hun vergaderingen te houden. Bij de hallen bouwden ze een toren: het belfort. Torens zijn een teken van macht. Hoog, hoger, om het hoogst. Kastelen hadden er al een en kerken ook. Nu was het de beurt aan de steden om hun macht en rijkdom te tonen door een belfort te bouwen. Belforten vind je onder andere ook in Gent, Ieper en Brussel.

9


Zo’n belfort was ook praktisch als uitkijktoren. Je kon al van ver de vijand zien aankomen of een brand opmerken. Bij gevaar werd de alarmklok geluid. Maar ook bij feesten galmden de klokken. In de 16e eeuw werd hier een beiaard8 geplaatst. In de middeleeuwen werd in het belfort het belastinggeld en het archief van de stad bewaard. In 1280 brandde het af. Veel waardevolle documenten zijn toen verloren gegaan. Later werd het belfort heropgebouwd. Als je veel adem hebt, kun je de 366 trappen van het belfort beklimmen. Boven wacht je een mooi uitzicht over de stad en het omliggende platteland. Onderweg krijg je meer uitleg over dit prachtige gebouw. Boven op het belfort kun je vast zien waar je woont, Brugs Beertje. Wil je nog niet naar huis? Nog niet. We blijven nog even op de markt. Die zag er niet altijd uit zoals nu. Om te weten hoe het vroeger was, heb je verbeelding nodig. Ga in het midden van het plein staan met het belfort aan je rechterhand. Voor je staat een rij statige gebouwen met uiterst links het Historium (8). Sluit je ogen en stel je voor: één groot langgerekt gebouw van twee verdiepingen met een enorm dak. Je ziet de middeleeuwse Waterhalle (9). Onder het gebouw door stroomde de Reie. Schepen voeren tot onder de Waterhalle en losten en laadden hun waren in een overdekte hal. Er was ook meteen opslagplaats. In de winkeltjes aan de kant van de markt werden de waren te koop aangeboden. Doe je ogen maar weer open. De Waterhalle staat er niet meer. Na 500 jaar dienst werd die in 1789 afgebroken. Brugge was toen al een tijd geen bloeiende handelsstad meer.

10


Brugge was in de middeleeuwen al een drukke stad. Maar de winkels zagen er vast anders uit. Wat werd er toen gekocht en verkocht? De winkels waren geen goed verwarmde ruimtes zoals nu. Het leven speelde zich vooral op straat af. De waren werden in kraampjes uitgestald zoals nu het nog op de markt gebeurt. Er werd voeding zoals wijn, vis, graan, olie en specerijen verkocht. Ook hout en ertsen, leder en pels maar vooral Vlaams laken. Vlaams laken? Hadden de Vlamingen van lakens een specialiteit gemaakt? Als je ‘laken’ hoort, denk je vast aan beddengoed. Maar het gaat hier om laken, een luxueuze wollen stof. Een echte hype in die tijd, vooral in het buitenland. Om dat laken te weven, werd wol uit Engeland ingevoerd. Wat stelt het standbeeld op de markt voor? Dat is het standbeeld van Jan Breydel en Pieter de Coninck (10), twee volkshelden. Jan Breydel was lid van het ambacht van de beenhouwers, Pieter de Coninck van dat van de wevers. Een ambacht, is dat geen beroep waarbij je vooral met je handen werkt? Nu heeft dat woord vooral die betekenis. Maar in de middeleeuwen was een ambacht ook een vereniging van mensen met hetzelfde beroep. Brugge had in de middeleeuwen talloze ambachten.

11


Zo had je bijvoorbeeld het ambacht van de bakkers, de brouwers, de kleermakers, de kousenmakers … Er zijn er te veel om op te noemen. Bijna iedereen werkte toen trouwens met zijn handen. Er waren nog geen machines zoals nu. Veel mensen waren lid van een ambacht. Maar de ambachten hadden niet veel te zeggen in het bestuur van de stad. Rijke handelaars waren er de baas. In de 13e eeuw kregen de Franse koning en de Vlaamse graaf ruzie. De Franse koning bemoeide zich te veel met de politiek in Vlaanderen en dat was niet naar de zin van de graaf. De Franse koning kreeg de steun van de rijke Brugse handelaars. Zij wilden hun macht in het stadsbestuur houden. De ambachten kozen de kant van de Vlaamse graaf. Jan Breydel en Pieter de Coninck waren hun aanvoerders. In 1302 raakte het Vlaamse leger slaags met het Franse ridderleger en de Vlamingen wonnen. De Guldensporenslag werd die veldslag later genoemd. Nadien kregen de ambachten meer inspraak in het stadsbestuur. Jan Breydel en Pieter de Coninck waren helden. In deze woelige periode werd de stad voor de tweede keer omwald. De eerste omwalling was veel te klein geworden voor een stad die uit haar voegen was gegroeid. Zagen die twee mannen er in het echt zo uit als het standbeeld? Dat weten we niet. Het standbeeld staat er pas sinds het einde van 19e eeuw. Toen waren die twee al lang dood.

12


Waarom werd het dan pas opgericht? Omdat in de 19e eeuw de belangstelling voor de geschiedenis van de middeleeuwen in Vlaanderen groeide. Toen werden ook op de plek van de afgebroken Waterhalle gebouwen opgericht in de stijl van gebouwen uit de middeleeuwen. Zo zie je maar, niet alles wat er oud uitziet, is echt oud. Loop door de Breidelstraat naar de Burg en duik nog dieper de Brugse geschiedenis in. Burg, hoor ik daar burcht in? Klopt! De Burg is de oudste kern van de stad. In de 10e eeuw bouwde de graaf van Vlaanderen hier een burcht en een kerk: de Sint-Donaaskerk (11). De kerk stond op het pleintje met de bomen rechtover het huidige stadhuis. In de 12e eeuw was de kerk het toneel van een vreselijke moord. We zijn er goed over ingelicht via een verslaggever uit de tijd.

13


In de vroege ochtend van 2 maart 1127 ging graaf Karel de Goede naar de kerk om te bidden. Graaf Karel was, zoals zijn naam het zegt, een goede graaf. Hij zorgde voor vrede, recht en orde en was bekommerd om de zwakken en de armen. Dat was niet naar de zin van zijn kanselier. De kanselier was het hoofd van de grafelijke ambtenaren. Hij wilde een staatsgreep plegen om het graafschap in handen te krijgen. Maar de graaf had hem door en probeerde de macht van de kanselier te breken. De kanselier was woedend en beraamde een aanslag. Toen de graaf op die bewuste ochtend van 2 maart vroom9 aan het bidden was, liet de kanselier hem door een handlanger neersteken. Het was crisis in Brugge! In geen tijd werd het nieuws door boodschappers over heel Europa verspreid. De graaf had geen opvolger en het graafschap en ook Brugge hadden geen bestuur. Het waren woelige tijden. Een groep burgers besloot dan maar zelf de stad te besturen. Toen de nieuwe graaf aantrad, stelden ze hun voorwaarden: ze wilden meer macht hebben in het bestuur van de stad. Zo kreeg Brugge in de 12e eeuw voor het eerst een echt stadsbestuur. Al die tijd was het gevoel van onveiligheid groot. Daarom legden de Bruggelingen in 1127-1128 met vereende krachten een eerste stadsomwalling aan. Wat een verhaal! Kan de plek waar de graaf is neergestoken bezocht worden? Nee, jammer genoeg niet. De Sint-Donaaskerk werd in 1799 afgebroken door de Fransen.

14


Wat deden de Fransen hier? Waarom braken zij die kerk af? Aan het eind van de 18e eeuw en aan het begin van de 19e eeuw heersten de Fransen over Vlaanderen. De Fransen hadden net de Franse Revolutie achter de rug. De Franse Revolutie was een opstand van het volk tegen de Franse koning, de edelen en de geestelijken. Alleen het volk moest belastingen betalen, de edelen en geestelijken niet. Dat pikten de burgers niet meer, vooral nu de koning veel geld nodig had om oorlog te voeren. De Franse Revolutie was vreselijk. De koning en veel edelen en geestelijken werden onthoofd. Kastelen, kloosters en kerken werden afgebroken. Zo verging het ook de Sint-Donaaskerk en andere Brugse kerken. Het afbraakmateriaal werd gebruikt om een legerkazerne te bouwen. In de Franse periode is veel waardevol erfgoed10 verwoest. Maar er is toch nog iets overgebleven van de kerk. Als je de grondvesten wil zien, moet je in het hotel op de Burg zijn. Cool! Is dat het stadhuis (12) aan de overkant? Je vertelde toch dat het stadsbestuur in de stadshallen vergaderde. In het begin wel, ja. Maar na de brand van het belfort in 1280 kwam het stadsbestuur in de oude grafelijke gevangenis op de burg samen. Intussen ging het steeds beter met Brugge. Eind 14e eeuw werd dit statige stadhuis gebouwd. Dit gebouw paste alleszins beter bij een rijke stad. Loop zeker even het stadhuis binnen. Op de eerste verdieping vind je de prachtig beschilderde Gotische Zaal. Tot vandaag vergadert hier het Brugse stadsbestuur. Een mooiere plek kun je je moeilijk indenken.

15


Wat gebeurt er in het gebouw rechts van het stadhuis? Dat is de Basiliek van het Heilig Bloed (13), een kerk. Eigenlijk staan hier twee kerken boven elkaar. Onderaan ligt de benedenkerk gebouwd in de 12e eeuw. De bovenkerk was eerst een kapel maar werd later uitgebouwd tot een kerk. Sinds de 13e eeuw wordt hier het Heilig Bloed van Christus bewaard. In de 12e eeuw bracht de graaf van Vlaanderen het mee uit het Heilig Land. Eén keer per jaar, op Hemelvaartsdag, wordt het Heilig Bloed in de Bloedprocessie door de straten van de stad gedragen. Loop gerust even de twee kerken binnen. Je merkt meteen het verschil in bouwstijl. Is het echt het bloed van Christus? Je gelooft dat of je gelooft het niet. Toch wil iedereen het zien en sommige mensen worden nu eenmaal rustig van het aanbidden van een relikwie11. Links van het stadhuis staat een gebouw met gouden beelden op het dak. Wat gebeurt daar? Dat is een oud gerechtsgebouw dat nu dienstdoet als stadsarchief (14). Zit het archief van de stad niet meer in het belfort? Allang niet meer. De stad doet haar financiële verrichtingen via de bank en het geld van de belastingen ligt niet meer in een schatkist. Loop door de Blinde-Ezelstraat tussen het stadsarchief en het stadhuis tot op de brug over het reitje.

16


Wat is een ‘reitje’? Alle Brugse kanaaltjes of grachten samen heten ‘de reitjes’, naar de Reie die onder de Waterhalle stroomde. De Reie loopt daar trouwens nog altijd, maar ondergronds. De reitjes zijn typisch voor Brugge en wereldberoemd. Toeristen maken er graag een boottochtje op. Gaan we naar links of naar rechts? Links ligt de Vismarkt (15), rechts het Huidenvettersplein (16). De Vismarkt. Woon jij hier niet in de buurt? Beren houden toch van vis? Verse vis lust ik wel, maar ik moet hem zelf kunnen vangen. Vis gaat al vlug stinken en vis verkopen gaat altijd gepaard met geurhinder. Vanwege de stank mocht vis niet op de markt in het centrum worden verkocht maar wel op de Vismarkt. In de 19e eeuw werd hier een mooie zuilengalerij gebouwd: dat is de Vismarkt zoals je die nu ziet. Hier ging enkel dure zeevis voor rijkelui over de toonbank. We laten de Vismarkt links liggen en gaan rechts naar het Huidenvettersplein.

17


‘Huidenvetter’, wat een mooi woord. Wat is dat? ‘Huidenvetter’ is een beroep. Met de leerlooiers bewerkten de huidenvetters dierenhuiden tot leer. De vellen van dode dieren met de stukken vlees er nog aan verspreidden een ondraaglijke stank. Huidenvetters en leerlooiers ontmoetten elkaar vroeger op het Huidenvettersplein. Maar dat mocht al snel niet meer want het stonk er te veel. Op het plein werd nadien nog een tijd goedkope zoetwatervis verkocht voor de mensen die niet veel geld hadden. Vandaag stellen kunstenaars hun werk op het pleintje tentoon. Kijk eens goed rond. Op het plein herinnert ons iets aan de vieze geurtjes. Op de hoek van een gebouw is het gezicht van een man gebeiteld. Vol walging haalt hij zijn neus op. Loop over het Huidenvettersplein tot aan de Rozenhoedkaai (17). Het loopt hier vol met toeristen. Wat zoeken die hier toch? Als je een camera hebt, haal die dan vooral hier boven. Dit is een van de meest gefotografeerde plekjes van Brugge. Maar in de middeleeuwen was het helemaal anders. De Rozenhoedkaai was de zouthaven. Een haven? Alleen voor zout te laden en te lossen? Zout gebruik je toch maar met hele kleine beetjes? Wij gebruiken inderdaad maar een snuifje zout, vooral voor de smaak. Maar vroeger waren er geen koelkasten. Om voedsel te bewaren werd het gezouten of gepekeld. Voedsel lang houdbaar maken was van levensbelang voor ogenblikken dat er minder eten was zoals in de winter. Zout was bij wijze van spreken goud waard in vroegere tijden. Een weetje: het Latijnse woord voor zout is ‘sal’. Zout werd lang geleden zelfs gebruikt om te betalen. Vandaar dat je ‘sal’ nog hoort in het woord ‘salaris’.

18


Sla rechtsaf en zet je weg langs de Dyver verder. Loop langs het Groeningemuseum (18) en sla even verder linksaf. Waarom staan al die mensen op dat bruggetje? Dat is het middeleeuwse Bonifaciusbruggetje. Als het kan, stop hier dan even. Het is een plekje om bij weg te dromen. Rechts staat het stadspaleis van de heren van Gruuthuse, dat nu het Gruuthusemuseum (19) is. In de zijgevel zit het kleinste venstertje van Brugge. Via dat raampje konden de heren van Gruuthuse in de gaten houden wie op hun aanlegsteiger aanmeerde.

19


Staat naast het Gruuthusepaleis alweer een kerk? Dat is de Onze-Lieve-Vrouwekerk (20). Met zijn toren van 122,3 m is de kerk het tweede hoogste bakstenen gebouw ter wereld. Het is niet te verwonderen dat we voor de zoveelste keer een kerk zien. In de middeleeuwen geloofde iedereen in God. Wilde je na je dood in de hemel komen, dan moest je zoveel mogelijk de kerkdiensten bijwonen. Vandaar de vele oude kerken in Brugge. Zie je dat tunneltje dat van de kerk naar het Gruuthusepaleis loopt? Dat is de bidkapel van het paleis. De heren en dames van Gruuthuse konden van daaruit de diensten in de kerk volgen zonder buiten te komen. Voor rijke mensen was je hemel verdienen net iets comfortabeler. Loop langs de kerk naar de Mariastraat. Pal voor ons staat het Sint-Janshospitaal (21). Het werd gesticht in de 12e eeuw en is een van de oudste hospitalen van West-Europa. Is dat nog altijd een hospitaal? Nee, nu is het een museum. Later vertel ik je er meer over. Sla linksaf en loop door de drukke Katelijnestraat. Een eindje verderop aan weerskanten van de straat zie je twee godshuizen (22): Rooms convent (1330) links en Spanoghe (1680) rechts.

20


Wat is in godsnaam een godshuis? Een godshuis is een soort woonerf, een groep huisjes rond een binnentuin. Vroeger woonden er arme, oude mensen. Was je in de middeleeuwen arm en oud, dan hing je af van de goedheid van anderen. Het geld om een godshuis te bouwen, kwam van milde giften van parochianen, ambachten en rijke weldoeners die daardoor in de hemel hoopten te komen. Loop gerust eens een godshuis binnen. Maar hou het wel rustig. De oude huisjes zijn mettertijd opgeknapt en er wonen nog altijd bejaarden. Sla rechtsaf de Stoofstraat (23) in. Dit is het smalste straatje van Brugge. Spreid je armen uit en je raakt beide zijden van de straat. Stoofstraat? Wat een grappige naam. Wat werd hier gestoofd? Appels, peren? Vroeger stond hier een ‘stove’. Dat is middeleeuws voor ‘badhuis’. Mensen hadden thuis geen badkamer en kwamen, als ze het konden betalen, hier om zich te wassen. Het water werd uiteraard lekker warm gemaakt. Loop over het Walplein en sla tweemaal na elkaar rechtsaf. Zie je de brug naar Het Prinselijk Begijnhof Ten Wijngaerde (24)?

21


Wat is een begijnhof? Een begijnhof is een ministad in de stad. Vroeger woonden er begijnen. Begijnen waren vrome vrouwen die samenleefden als in een klooster. Alleen waren hun leefregels minder streng. Het begijnhof was een veilige plaats. Het was ommuurd en ’s avonds gingen de poorten dicht. Alle begijnen zijn intussen overleden. In het Brugse begijnhof wonen vandaag zusters. Als je het wilt bezoeken, moet je wel op tijd zijn. Nog altijd sluiten de poorten ‘s avonds om 18u30. Vanop het bruggetje naar het begijnhof kun je het Minnewater (25), een langgerekt meertje, zien.

22


Minnewater, hoor ik daar het woord beminnen in? Die naam spreekt meteen tot de verbeelding. Maar waar die vandaan komt, is niet zeker. Van de middeleeuwse ‘minnen’ of watergeesten die hier rondwaarden? Of misschien van volgende legende? In de Romeinse tijd woonde hier een oude zeeman met zijn mooie dochter Minna. De zeeman had een geschikte bruidegom voor zijn dochter op het oog. Maar het meisje was verliefd op een jongen van een andere stam. Toen haar droomprins naar de oorlog was, wilde haar vader dat ze met zijn uitgekozen bruidegom trouwde. Minna weigerde en vluchtte het bos in. Na een tijd kwam haar geliefde terug. Hij zocht Minna overal en vond haar eindelijk aan de oever van een brede beek. Ze was helemaal uitgeput van het zwerven en het lange wachten en stierf in zijn armen. Minna’s geliefde bouwde een dam in de beek. In de droge bedding delfde hij haar graf. Daarna liet hij het water weer over haar laatste rustplaats heen stromen. Op de oever zette hij een steen waar hij ‘Minna Water‘ in beitelde. Wat een mooi verhaal. En een mooie plek. Wil je hier niet wonen? In het water vind je vast veel vis. Ik kom hier graag. Maar dit is niet mijn plek. Daarvoor moeten we weer de stad in. Heel de weg terug? Nee toch! We lopen maar een eindje terug. Tot op de markt. Hier zijn trouwens geen frietkramen te vinden. En we willen op het eind toch frietjes eten?

23


Brugge vanbinnen Tot nu toe hebben we vooral de buitenkant van de gebouwen gezien. Alleen in het belfort, het stadhuis en in de Basiliek van het Heilig Bloed heb je even een kijkje kunnen nemen. Maar ook vanbinnen is Brugge interessant. Daarnet vroeg je of je het Sint-Janshospitaal kon bezoeken. Kan dat? Het Sint-Janshospitaal vormt met het Memlingmuseum (21) één geheel en je kunt het bezoeken. In het Sint-Janshospitaal werden niet alleen zieken verzorgd, maar ook arme mensen en reizigers konden er terecht. Patiënten met besmettelijke ziekten kwamen er niet in. De verzorging gebeurde door zusters en broeders want In de middeleeuwen werkten er alleen maar geestelijken. De ziekenzorg stelde toen niet veel voor. Pas in de 16e eeuw waren er dokters in het hospitaal te vinden.

24


Het redden van de ziel was vroeger trouwens veel belangrijker dan het redden van het lichaam. Vandaar dat alle zieken vanuit hun bed de hospitaalkerk zagen. Zo konden ze elke dag de mis volgen. In het hospitaal was ook altijd een priester aanwezig. Als je veel pijn leed, werd je getroost met de belofte dat je dankzij dat lijden vast een mooi plekje in de hemel kreeg. In het Sint-Janshospitaal ontdek je hoe een middeleeuws ziekenhuis eruitzag. Je kunt ook een kijkje nemen in de apotheek. Het museum bezit ook een grote collectie schilderijen. Een van de beroemdste werken is het ‘Ursulaschrijn’ van de schilder Hans Memling (15e eeuw). Wat is een schrijn? Een schrijn is een kistje waar kostbare spullen in werden opgeborgen. Op de wanden van het Ursulaschrijn vertellen schilderijen het leven van de heilige Ursula. Dat museum lijkt interessant. Zijn er nog meer? De Onze-Lieve-Vrouwekerk (20) is ook een bezoek waard. Brugge was een geliefde verblijfplaats van vorsten. Eerst de graven van Vlaanderen en dan in de 15e eeuw de hertogen van Bourgondië. Het Prinsenhof, het Brugs stadpaleis waar ze af en toe een tijd kwamen logeren, bestaat niet meer. Maar in de Onze-Lieve-Vrouwekerk kun je de praalgraven van Karel de Stoute en zijn dochter Maria van Bourgondië bewonderen. In die graven liggen geen lichamen. Het lichaam van Maria van Bourgondië ligt onder de grond van de kerk. De kist kun je door een venstertje zien. Later werd ook het hart van Filips de Schone, haar zoon, erbij gezet. Het lichaam van Karel de Stoute heeft ooit in Brugge gelegen maar is verdwenen.

25


Kijk in de rondgang van het koor ook naar boven: je ziet de bidkapel van de heren van Gruuthuse. Komt in orde! Vertelde je niet dat het Gruuthusepaleis ook een museum is? Inderdaad, het Gruuthusemuseum (19) was vroeger het stadspaleis van de heren van Gruuthuse. ‘Gruuthuse’ betekent ‘huis van het gruut’. Gruut was een mengsel van gedroogde kruiden. In de middeleeuwen werd het gebruikt om bier te brouwen. De heren van Gruuthuse verkochten gruut en ze kregen bovendien het recht om als enige gruut te verkopen. Iedereen was dus verplicht om bij hen kopen. Zo werden ze steenrijk. In hun stadspaleis zie je voorwerpen en schilderijen die veel vertellen over het Brugge van vroeger. Herinner je nog de bidkapel tussen de Onze-Lieve-Vrouwekerk en het paleis van Gruuthuse? Loop er zeker eens binnen, kniel even neer en kijk de kerk in. Een ogenblik waan je je dame of heer van Gruuthuse. Spijtig dat de dag bijna om is. Er is veel te weinig tijd om alles te zien. Inderdaad. En vergeet vooral niet ook het Groeningemuseum (18), binnen te lopen. In de middeleeuwen was Brugge een heel aantrekkelijke plaats voor kunstenaars. Er woonden immers veel rijkelui die geld hadden om kunstwerken te betalen. Vaak lieten ze godsdienstige onderwerpen schilderen. Saai, denk je vast, maar weet je het nog: In de middeleeuwen geloofde iedereen in God en godsdienst beheerste het leven.

26


Maar rijke mensen gaven ook opdrachten om portretten van zichzelf en van hun familie te maken. Een aantal van die oude schilderijen kun je in het Groeningemuseum bewonderen. Maar ook moderne werken zijn aanwezig. Is het nog ver tot aan de markt? In Brugge is niets echt ver weg. Het ei, de middeleeuwse stad, is niet groot. Maar vroeger vonden de mensen het echt wel een grootstad. Op de markt kun je ook het Historium (8) bezoeken. In dat museum zijn oude Brugse plekjes nagebouwd. Met computerbeelden worden verdwenen gebouwen nagemaakt. Je maakt een wandeling door het Brugge van de middeleeuwen en je snuift letterlijk de geuren van het verleden. Dan hebben we alle musea wel gehad? Nee hoor, alleen diegene die we op onze wandeling zijn tegengekomen. Brugge heeft nog tal van musea zoals het Archeologiemuseum (26) waar je ziet wat er in Brugge zo allemaal is opgegraven en het Museum voor Volkskunde (27) dat een beeld geeft van hoe gewone mensen vroeger leefden.

27


28


Hebben we nu alles van Brugge gezien? Bijlange niet! We wandelden alleen door de middeleeuwse drukke kern. In het noordoosten van het ei is het veel rustiger. Dit deel wordt soms het ’stille Brugge’ genoemd. In de 19e eeuw woonden hier vooral arme mensen. Het ging er vaak nogal ruig aan toe. Maar nu is daar niets meer van te merken. Het ‘stille Brugge’ heeft een landelijk karakter, dat merk je onder andere aan de grote plekken groen en aan de molens op de oude stadswallen. Die molens kun je trouwens ook bezoeken. En er staan, hoe kan het anders, ook nog een aantal mooie oude kerken. Gaan we nu frietjes eten? Dat heb je echt verdiend. Op de markt staan twee vaste frietkramen. Als de grootste honger is gestild, heb je misschien nog zin om het Frietmuseum (28) te bezoeken. En niets in Brugge is zonder een verhaal. In de buurt waar nu het Frietmuseum ligt, was het in de middeleeuwen heel druk. Handelaars van overal waren er te vinden. Fransen, Engelsen, Noord-Duitsers en Italianen verbleven daar in herbergen of huurden of kochten in de buurt een huis. Al die handelaars van verschillende nationaliteiten betaalden met een andere munt. Voor de herberg van de familie Van der Beurse werden die munten gewisseld. Vandaar heette het plein ‘het Beursplein’. Het woord ‘beurs’ bestaat trouwens nog altijd en werd in veel talen overgenomen. Dat middeleeuwse ‘beursgebouw’ staat vlak naast het Frietmuseum. Zo, ik ben bijna thuis. Tijd om afscheid te nemen.

29


Maar niet voordat je je verhaal hebt verteld! Dat heb je in het begin beloofd. Daarvoor moeten we terug naar de 9e eeuw. Boudewijn I, de eerste graaf van Vlaanderen, had net Judith, de dochter van de koning van West-Francië12 , ontvoerd. Echt gebeurd! In die tijd ging het er immers nogal ruw aan toe. Maar wat nu volgt is een legende: Toen Boudewijn met Judith terugkeerde naar Vlaanderen werden ze in het bos aangevallen door een witte beer. Het was eigenlijk een bruine beer maar hij was wit door de sneeuw. Volgens de legende was de beer de oudste bewoner van Brugge. Wie zich buiten de stadskern waagde, liep gevaar om door dat dier gedood te worden. Maar graaf Boudewijn liet zich niet doen. Toen de beer op zijn achterste poten ging staan om aan te vallen, doorboorde de graaf het beest met een lans. Nadien kreeg de graaf pas zijn volle naam: Boudewijn I met de ijzeren arm. Hij schonk een beeldje van de beer aan de stad.

30


Ben je dan eigenlijk al lang dood? Eigenlijk wel. Maar het verhaal blijft springlevend. Het eerste beeldje is er niet meer. Later werd er nog een beeldje van mij gemaakt. Het staat in een nis op de hoek van de Poortersloge in de Academiestraat op een minuutje lopen van het Frietmuseum. De Poortersloge was in de 15e eeuw een chic clubhuis voor Brugse rijkelui. Het gebouw stond in een drukke buurt. Als je de Kraanrei doorloopt tot op het Kraanplein kom je op de plek waar ‘de kraan van Brugge’ stond. Daarmee werden goederen uit de schepen gelost en geladen. Het reitje of het kanaaltje waar de schepen op voeren, ligt nu ondergronds. Genoeg gepraat. Ik word weer van steen en zal voor altijd zwijgen. Maar als je straks het chocolademuseum ChocoStory (29) op de hoek van de nabijgelegen Wijnzakstraat hebt bezocht en van de heerlijke pralines snoept, laat je me dan eens ruiken? Ik blijf een beer, ik hou van zoet.

31


Woorduitleg 1 2 3 4 5 6

citytrip = korte trip of ontdekkingstocht in een stad trekpleister = plaats waar veel mensen komen roots = waar je vandaan komt nederzetting = woonplaats van een groep mensen graafschap = land van een graaf omwalling = bewaakt gebied om indringers buiten te houden 7 ambachten = groep mensen die een bepaald soort handwerk uitvoerden 8 beiaard = klokkenspel waarmee een melodie kan worden gespeeld 9 vroom = godsdienstig 10 erfgoed = dat wat mensen de moeite vinden om te bewaren om aan de volgende generaties door te geven. Dat kunnen voorwerpen, gebouwen maar ook verhalen zijn. 11 relikwie = heilig of waardevol overblijfsel 12 West-Francië = middeleeuwse naam van het gebied dat ongeveer overeenkomt met het huidige Frankrijk.

32


Misschien maak je ooit een citytrip naar Brugge. Waarom is de uitstap zo de moeite waard? Voor de chocolade of de frietjes? Misschien wel. Zullen we die toch maar voor op het eind bewaren? Je wilt vast eerst een flinke wandeling door de stad maken. Een beer wordt je gids. Op weg naar zijn huis gidst het Brugs Beertje je door de stad. Je popelt wellicht van ongeduld om zijn verhalen te horen. Onderweg kun je hem vragen stellen.

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 5. ISBN 978 90 486 2536 9 Bestelnummer 60 1021 497 KB D/2016/0147/105 NUR 191 Foto’s: Shutterstock Met dank aan de Erfgoedcel Brugge en in het bijzonder aan Ina Verrept. Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 625369

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - 5e leerjaar - Kijker 4 - Thema 7 - N3 - Brugge by die Keure - Issuu