Skip to main content

Verrekijkerbieb - 5e leerjaar - Kijker 4 - Thema 6 - N2 - Het dierenasiel

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Het dierenasiel Tine Mortier

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 5

4


Het dierenasiel

1


2


VOORWOORD Hou jij van dieren? Misschien heb jij thuis wel een hond of een kat. Of een konijn, een witte muis of nog iets anders. Je ziet dat beestje vast ontzettend graag, en je zorgt er ook echt goed voor. Dan heeft jouw huisdier geluk. En jij ook. Want kinderen die opgroeien met een huisdier hebben een stapje voor. Ze leren allerlei dingen sneller dan kinderen die er geen hebben. Zo zijn ze minder vaak eenzaam en hebben ze meer verantwoordelijkheid. Dat is omdat ze hun hond of kat moeten uitlaten en op tijd eten en drinken geven. Vaak zijn die kinderen ook gezonder, omdat ze veel tijd buiten doorbrengen met hun huisdier. Helaas heeft niet elk dier het geluk om bij iemand te wonen die het zo goed met hem meent. Je vindt het misschien moeilijk om te geloven, maar er bestaan mensen die hun beestjes verschrikkelijke dingen aandoen. Ze zorgen er helemaal niet voor, waardoor de dieren ziek worden, of zelfs gehandicapt. Of erger nog: sommige baasjes laten hun huisdier gewoon ergens achter. Ze zetten ze uit de auto of binden ze vast aan een boom! Gelukkig bestaat het dierenasiel. Dat vangt die arme dieren op en zorgt ervoor. En als het goed gaat, krijgen ze een nieuwe thuis. Waar iemand woont die wel van hen houdt en hen aandacht geeft. In dit boek neem ik je mee naar de wereld van het dierenasiel. Je komt er alles te weten over de opvang van achtergelaten of verwaarloosde dieren. En over de mensen die zich daar dag en nacht voor inzetten.

3


4


WAT IS EEN ASIEL? Een dierenasiel is een plek waar dieren opgevangen worden die nergens anders naartoe kunnen. Ze worden er verzorgd en krijgen eten, drinken en onderdak. Vaak moet er ook een dierenarts voor hen langskomen, omdat ze gekwetst zijn of ziek. De meeste dieren in het asiel werden door hun baasjes ergens achtergelaten of zijn verloren gelopen. Dieren die verloren gelopen zijn, kunnen tot twee weken daarna door hun baasje opgehaald worden. Als dat niet gebeurt, dan wordt het asiel eigenaar van het beestje. Maar soms zijn ze ook bij hun baasjes weggehaald, omdat die er niet goed voor zorgden. Dan had er bijvoorbeeld iemand naar de politie gebeld, omdat er een hond de hele dag aan een ketting lag zonder eten of drinken. De politie kan zo’n arm beest dan in beslag nemen. Dat wil zeggen dat ze het van de eigenaar afpakken en naar het asiel brengen. Er zijn ook mensen die hun huisdier zelf naar het asiel doen. Soms is dat omdat ze er niet (meer) voor kunnen zorgen, maar vaak ook omdat ze het niet meer willen. Ze hadden er domweg niet aan gedacht dat een huisdier zo veel werk zou zijn. Die mensen betalen een vergoeding aan het asiel om hun dier daar te laten. Maar! Je kunt niet zomaar beslissen om eventjes snel een dierenasiel op te richten. Daar zijn nogal wat regels voor. Ik som de belangrijkste even voor je op.

5


Eerst en vooral moet het gebouw waar je het asiel wilt oprichten aan een aantal dingen voldoen: • Het gebouw moet stevig en veilig zijn. • Er moet voldoende licht zijn en verse lucht, en de temperatuur moet aangepast zijn aan de dieren. • De vloer is makkelijk schoon te maken. • Er moet een plek zijn waar het eten van de dieren netjes geplaatst kan worden. Indien nodig, moet er ook een koelkast zijn om eten te bewaren. • Een groot asiel moet een aparte ruimte hebben om de dieren te wassen en te verzorgen. Daar moet stromend water zijn en ontsmettingsproducten. Daarnaast moet er ook een speciale ruimte zijn om dieren in quarantaine1 te plaatsen. En dat is nog niet alles! Er zijn ook verplichtingen in verband met het personeel, de voeding en de verzorging van de dieren: • Er moet genoeg personeel zijn, en die mensen moeten iets afweten van dierenverzorging. • De dieren moeten elke dag twee keer gecontroleerd worden, ook op dagen dat het asiel niet open is. • De dieren krijgen aangepaste voeding in propere bakjes en hebben altijd drinkbaar water. • Zieke dieren zitten apart. • De dieren worden verzorgd: hun nagels worden geknipt en hun vacht gekamd. • De ruimtes worden regelmatig schoongemaakt en ontsmet. • De dieren krijgen een deken, een mand of speelgoed, zodat ze zich beter op hun gemak voelen.

6


Er zijn 136 asielen in België die aan deze voorwaarden voldoen. Allemaal samen vangen ze elk jaar duizenden honden en katten op. Dat is ontzettend veel, toch? Duizenden dieren die hopen op een beter leven. Ongeveer de helft van alle dieren wordt later ook weer geadopteerd. Dat betekent dat het dierenasiel een nieuwe thuis voor hen vindt. Die dieren hebben geluk. Maar niet alle dieren vinden een nieuw baasje. In vele asielen wordt dan beslist om het dier te euthanaseren. Dat betekent dat het een spuitje krijgt en sterft. Dat is pijnloos, dus het dier zelf merkt daar niets van. Maar leuk is het natuurlijk niet.

7


Gelukkig gebeurt dat niet overal. Ik ging op bezoek in het Dierenasiel De Leiestreek in Zwevegem. Dat is dicht bij waar ik woon. Ik kom er elke week wel een paar keer langs op weg naar mijn werk, dus dat is lekker makkelijk. En bovendien is het een top-asiel! De dieren worden er supergoed verzorgd en je mag er altijd binnenspringen om ze te bezoeken of om vragen te stellen aan de vele vrijwilligers. En! In dit dierenasiel doen ze niet aan euthanasie. Geen enkel dier krijgt er een spuitje omdat het er al te lang zou zijn. De Leiestreek is daarmee een van de weinige organisaties die de dieren bijhoudt. Zo lang het dier geen nieuwe thuis heeft gevonden, mag het daar blijven. Natuurlijk kost dat veel geld. En bovendien neemt zo’n blijvertje ook een plaats in die niet door een ander dier ingenomen kan worden. Dat is meteen ook de reden waarom vele andere asielen hun dieren wel euthanaseren. Want asielen hebben nooit geld te veel. Ze krijgen namelijk geen geld van de regering en moeten dus alles zelf betalen. En dat kost heel wat. In De Leiestreek hebben ze per dag minstens 350,- euro nodig om alle dieren op te vangen. Want er moet voor ongeveer alles betaald worden: huur van het gebouw, telefoon, benzine, verwarming, verzekering, water, onderhoud, dierenarts … Dat geld krijgen ze van leden, vrijwilligers en sponsors. Ze hebben zelfs een programma opgestart voor de dieren die geen nieuwe thuis meer vinden: Steun een stakker. Mensen die daarvoor geld storten, zorgen ervoor dat dieren zonder kans op adoptie toch kunnen blijven. Is dat niet mooi?

8


9


© Dierenasiel Zwevegem

EEN INTERVIEW TUSSEN DE BEESTJES Op het internet kun je heel wat informatie vinden over dierenasielen. Maar het leukste is natuurlijk als je een expert de pieren uit de neus kunt vragen2. Daarom ging ik op bezoek bij Veerle, de verantwoordelijke van het Dierenasiel de Leiestreek.

10


Veerle heeft gestudeerd voor dierenartsassistente en ging al vanaf haar 17 jaar als vrijwilliger helpen in Zwevegem. In 1991 heeft ze het asiel uiteindelijk overgenomen. Als er iemand is die werkelijk álles weet over asielen, is zij het wel! Veerle vertelde mij alles wat ik wilde weten. En zelfs alles wat ik liever niet wilde weten. Want er zijn ook minder vrolijke verhalen aan een dierenasiel verbonden … Dag Veerle. Hoe lang bestaat jullie asiel al? Veerle: Ons asiel werd opgericht in 1979 en bestaat dus al bijna 40 jaar. Elk jaar vangen wij ongeveer 2000 dieren op. Vooral honden en katten. Waar komen al die dieren vandaan? Veerle: Elke dag worden er een viertal verloren dieren binnengebracht door de politie. Wij werken daarvoor samen met de gemeenten in de buurt. Er zijn natuurlijk ook baasjes die hun huisdier zelf bij ons achterlaten. Meestal is dat niet de schuld van het beestje, hoor. Mensen kopen een huisdier zonder daar goed over na te denken, en dan krijgen ze achteraf spijt. Daarnaast willen we ook de dieren helpen die wél een thuis hebben, maar die niet goed behandeld worden. Dan worden we opgeroepen om verwaarloosde dieren weg te halen bij hun baasjes. Of uit een kwekerij. Waarom halen jullie dieren weg uit kwekerijen? Veerle: We halen de dieren natuurlijk niet zomaar weg, want er zijn ook kwekers die goed voor hun dieren zorgen. Maar helaas lopen er vaak dingen fout. Vreselijk fout zelfs. Vooral bij broodfokkers.

11


Broodfokkers? Wat zijn dat? Veerle: Broodfokkers zijn mensen die alleen maar dieren kweken om er geld aan te verdienen. Een broodfokker houdt dan ook absoluut geen rekening met de dieren zelf. Vaak zitten die beestjes in de meest verschrikkelijke omstandigheden opgesloten, in vuile hokken of kelders die nooit schoongemaakt worden. Ze zien nauwelijks daglicht, krijgen weinig eten, mogen nooit gaan wandelen en worden vaak ook nog mishandeld. Er is niemand die ooit vriendelijk tegen hen is, laat staan dat ze ooit geaaid of geknuffeld worden. Ze hebben, kortom, een vreselijk leven! Die dieren – meestal honden – zijn dan ook vaak ongezond en kunnen zelfs gevaarlijk worden. Of ze zijn zodanig bang van mensen dat het moeilijk is om ze ooit nog te laten adopteren. Dat is vreselijk. Wat kunnen we daaraan doen? Veerle: Als je een huisdier wilt, moet je zeker niet naar een kweker gaan die verschillende nestjes puppy’s van verschillende rassen heeft. Meestal gaat het dan om een broodfokker. Ook een dierenwinkel is geen goed idee, want zij halen hun beestjes vaak bij broodfokkers. Of ze importeren ze uit andere landen en dat is soms nog erger. Dan hebben die veel te kleine hondjes een vreselijk lange weg moeten afleggen waarbij ze helemaal niet verzorgd worden. Je kunt dus het best naar een goede kweker gaan, waar je de ouders van de hondjes kunt zien. Of je komt naar het asiel, natuurlijk. Dat is de beste oplossing!

12


13


Worden alle dieren uiteindelijk geadopteerd? Veerle: Neen, helaas niet allemaal. Ongeveer een derde wordt weer opgehaald door de eigenaar. Dat zijn dan de dieren die verloren gelopen waren. Soms hebben ze een halsband aan, maar het beste is wanneer ze gechipt3 zijn. Dan hebben ze een soort piepklein plaatje in hun vel waarop hun gegevens staan. Met een scanner kunnen we dat lezen en op die manier vinden we makkelijk de baasjes terug. Voor de andere dieren proberen we zo snel mogelijk een nieuw gezin te vinden. Is dat gemakkelijk? Veerle: Soms wel, maar vaak ook niet. We zijn best wel een beetje kieskeurig en geven geen enkel dier zomaar met de eerste de beste mee. Wij vinden dat al onze beestjes recht hebben op een goede thuis, waar ze gelukkig oud kunnen worden.

14


Daarom kan het een tijdje duren voor we het juiste baasje gevonden hebben. Mensen kunnen niet bij ons langskomen en meteen een dier meenemen. Eerst moeten ze de formulieren invullen en dan hebben wij drie dagen de tijd om te kijken of het oké is. Dat is heel belangrijk! Elk dier moet een plek krijgen waar het past. Dat is het beste voor het dier, maar ook voor het baasje. Zeker wanneer het gaat om dieren die in het verleden al veel hebben meegemaakt! Krijgen jullie soms mensen over de vloer die daar niet mee akkoord gaan? Veerle: Ja hoor. Maar we trekken ons dat niet zo erg aan. Wij zijn geen winkel, hé? Wij zijn als asiel verantwoordelijk voor de dieren die hier verblijven. En we hebben ook al jaren ervaring, dus het gebeurt niet zo vaak dat we ons vergissen. Als mensen boos worden omdat ze een dier niet kunnen adopteren, betekent dat meestal dat het beestje daar toch niet goed op zijn plaats zou zitten.

15


Wat gebeurt er allemaal met een hond of een kat voor die geadopteerd kan worden? Veerle: Heel wat eigenlijk. Eerst en vooral komt er een dierenarts langs. Die zorgt dat alle dieren gevaccineerd, ontwormd, ontvlooid en gechipt zijn. Als ze oud genoeg zijn, zorgen we er ook voor dat ze geen jongen meer kunnen krijgen. Op die manier kunnen de baasjes niet ‘per ongeluk’ weer een nestje jongen krijgen, die dan weer bij ons terechtkomen. Oh, en de dieren krijgen ook een make-over. Wij hebben een paar vrijwillige hondentrimmers4 die de dieren weer netjes maken. Dat is soms ook echt nodig. Je wilt niet weten hoe sommige dieren eruitzien wanneer ze hier aankomen!

16


Dat is heel wat werk! Met hoeveel zijn jullie daarvoor? Veerle: Wij zijn met twee vaste medewerkers en een heleboel vrijwilligers. Daarnaast hebben we ook nog twee chauffeurs die dag en nacht klaar staan om dieren op te halen. En er zijn natuurlijk ook onze bezoekers. Zij komen regelmatig langs om een ommetje te maken met de honden of komen met de katten spelen. Zitten er alleen honden en katten in het asiel? Veerle: In het begin vingen we alleen honden en katten op. Maar nu nemen we al een paar jaar allerhande dieren in huis. Als we ze zelf niet kunnen houden, plaatsen we ze in een gespecialiseerd opvangcentrum. We hebben al allerlei vogels gehad, maar ook reptielen, zoals slangen, leguanen, kameleons en schildpadden. Af en toe hebben we zelfs landbouwdieren.

17


Doen jullie nog andere dingen, behalve voor de dieren zorgen en een nieuwe thuis voor hen zoeken? Veerle: Ja, natuurlijk. Een van onze belangrijkste taken is informatie geven aan de jeugd. Scholen en verenigingen kunnen daarvoor een afspraak maken. Dan komen ze het asiel bezoeken en leren ze hoe ze de dieren moeten verzorgen. Verder kunnen jongeren vanaf 16 jaar ook komen wandelen met de honden. Dat kan elke namiddag van 14u tot 17.30u, behalve op donderdag en zondag, want dan zijn we gesloten. Daarnaast hebben we nog een pleegouder-programma. Dat is voor dieren die speciale zorgen nodig hebben, zoals kleine puppy’s, kittens en oudere dieren. Zij worden door speciaal geselecteerde vrijwilligers meegenomen naar huis. Op die manier raken ze er sneller weer bovenop. Jullie hebben ook nu een kattenlounge! Veerle: Ja, we zijn daarmee gestart in juni 2015. Het zit eigenlijk zo: onze bezoekers kunnen met de honden gaan wandelen. Vaak hebben ze dan een band met dat beestje, en dus raakt het sneller geadopteerd. We wilden ook zoiets doen voor onze katten. Maar met een kat kun je moeilijk gaan wandelen … Dus maakten we de kattenlounge. Dat is een soort salon waar de mensen met de katten kunnen samenzitten. Ze wennen er aan elkaar en leren elkaar kennen. Het is er heel gezellig. Er komen ook veel kinderen naartoe, zoals Roxane op de foto hiernaast. En het werkt! Sinds de opening van de kattenlounge werden er al meer katten geadopteerd.

18


19


20


MICHAEL EN ZITA Michael is vrijwilliger in het asiel. Hij doet dit al ongeveer anderhalf jaar. Hij begon in het asiel te werken omdat hij ontzettend veel van honden houdt. En ook wel een beetje omdat hij zich anders thuis maar zat te vervelen. Dan kon hij maar beter de handen uit de mouwen steken en de dieren helpen. Toch? Zelf heeft Michael ook een hond. Het is een kruising tussen een Mechelse herder en een bordercollie. Dat zijn twee tamelijk grote hondenrassen en allebei erg druk. Hij is dus heel vaak met zijn hond bezig. Toch maakt hij ook nog tijd vrij om drie keer per week naar het asiel te gaan. Michael werkt het liefst met honden. Daar kan hij ook ontzettend goed mee om. Zelfs honden die niemand vertrouwen en naar iedereen blaffen, krijgt hij kalm. Hij lijkt wel een soort hondenfluisteraar. Het werk van Michael bestaat een beetje uit van alles: de hokken schoonmaken, de honden eten geven en helpen wanneer de wandelaars komen om een hond uit te laten. Het schoonmaken van de hokken is het grootste werk. Elk hok moet elke dag gepoetst worden. Daarvoor wordt de hond eerst naar buiten gebracht, naar de koer achteraan het asiel. Er mag maar één hond tegelijk op de koer, want anders zouden ze kunnen vechten. Elke dag zijn er een drietal mensen die komen helpen om schoon te maken. En dat is ook wel nodig. Er zijn 44 hondenhokken in het asiel, en ze zijn bijna altijd allemaal bezet.

21


Om op de foto te gaan, koos Michael Zita uit, een Mechelse herder. Zita is bijna een jaar oud en verblijft al enkele maanden in het asiel. Ze werd er achtergelaten door haar baasjes, omdat ze te wild is bij het spelen en af en toe durft te happen. Dat doet ze niet omdat ze stout is, maar omdat ze nog erg jong is en heel veel zin heeft om te spelen. Ze wordt dan een beetje té enthousiast. Zita is een heel lieve, maar een beetje wilde hond. Ze is op zoek naar een baasje dat veel ervaring heeft, zodat ze kan leren om iets rustiger te zijn.

22


THIBAUX EN MARGAUX, MOLLY EN POLLY Aan de ingang van het asiel ontmoet ik Thibaux en zijn zus Margaux. Ze hebben net een wandeling gemaakt met Molly en Polly, twee hondjes van 11 en 12 jaar oud. Het verhaal van Molly en Polly is erg triest. Iemand had een van de honden gezien in een verlaten tuin en vond dat het beestje er erg slecht uitzag. Hij meldde dat aan het asiel, en die lieten het weten aan de inspectiedienst. Ze dachten dat het maar om één hond ging, maar toen ze gingen kijken, vonden ze nog een tweede hond. Die had zich in de struiken verborgen.

23


De twee hondjes lagen aan een ketting en werden heel slecht verzorgd. Hun baasje was al twee jaar naar een rusthuis, en dus kregen ze eten van de zoon. Die bracht hen elke dag korrels en oud brood, maar hij verzorgde de dieren niet. Ze lagen en sliepen in hun eigen vuiligheid en hadden nog nooit in hun leven iets anders gekend dan de ketting waaraan ze lagen! In het asiel ging het al snel beter met de twee lieve dieren. Ze werden steeds minder mager en kregen een beetje meer vertrouwen. Molly en Polly leerden ook wandelen aan de leiband en kunnen nu al voorzichtig een kleine wandeling maken. Ze zijn op zoek naar een nieuwe thuis, maar ze moeten wel samenblijven. Maar niet alleen Molly en Polly hebben een bijzonder verhaal. Ook Thibaux heeft een en ander meegemaakt! Drie jaar geleden kreeg hij een ernstig ongeval op een skatebowl. Dat is een groot betonnen bouwwerk met veel hellingen, waarop je kunt skaten en fietsen en allerlei stunts uithalen. Reuzeleuk, maar wel heel gevaarlijk. Thibaux viel keihard op de betonnen vloer en brak een heleboel botten. Vooral in zijn gezicht. Daardoor kon hij wekenlang niets knabbelen en moest hij drinken met een rietje. Ook toen de ergste pijn een beetje weg was, mocht hij nog niet meteen weer gaan sporten. Dat zou nog maanden duren! En dat kriebelde, want Thibaux is erg sportief. Toen kwam zijn moeder met het idee om met honden uit het asiel te gaan wandelen. Dat doen ze nu dus al enkele jaren, en ze vinden het nog steeds fijn. Ook al mag Thibaux ondertussen alweer sporten, hij blijft een trouwe bezoeker van het asiel. En daar zijn de honden natuurlijk ontzettend blij mee.

24


25


DE HANDEN UIT DE MOUWEN! De dag begint vroeg in het asiel. Om 8 u. ’s morgens staan de vrijwilligers al paraat. Dat is ook nodig, want alle dieren zijn al klaarwakker. Ze hebben honger en dorst, en vaak is hun hok vuil. En ze hebben zin om iemand te zien, een knuffel te krijgen en een wandeling te maken. Elk hondenhok en kattenverblijf wordt schoongemaakt, en de dieren die verzorging nodig hebben, krijgen hun medicijnen. Het schoonmaken gebeurt erg grondig: met speciale zeep en ontsmettingsmiddel. Dat is heel belangrijk, want anders is er kans dat de dieren ziek worden. Of dat het ene zieke dier een ander besmet.

26


Op sommige dagen komt de dierenarts ook langs, en de hondentrimmer. Die laatste zorgt ervoor dat de honden netjes zijn. Ze krijgen een bad, de klitten5 worden uit hun vacht verwijderd en ze worden gekamd. Zijn het geen schatten allemaal? De dieren én de vrijwilligers? Want zíj zijn natuurlijk de echte helden van het asiel. Uit liefde voor de dieren offeren zij het grootste deel van hun vrije tijd op. En dat doen ze met plezier. Want in ruil daarvoor krijgen ze de allermooiste beloning: de liefde van de vele honden en katten die ze verzorgen.

27


ZIN OM OOK TE HELPEN? Wat denk je? Verdienen al deze lieverds niet de beste zorgen van de wereld? Dat vind ik ook. En ook jij kunt een handje toesteken. Dit is wat je kunt doen: • Geld storten. Daarmee kan het asiel de broodnodige spulletjes kopen. Misschien is je spaarpot al bijna leeg, maar wie weet kun je met vrienden en vriendinnen een keertje auto’s gaan wassen of zo? • Vrijwilliger worden. Dan kun je helpen met poetsen. En knuffelen, en wandelen. • Dekens en knuffels naar het asiel brengen. Misschien heb jij wel een dekentje liggen dat niemand meer gebruikt. Of knuffels waar je niet meer naar omkijkt. In het asiel kun je er ongetwijfeld een dier erg gelukkig mee maken! • Katten- en hondenvoer schenken. • Een spaarpotje op school zetten voor het asiel. Je ziet, er is heel wat mogelijk. Maar het begint natuurlijk allemaal met zelf goed voor je dier(en) zorgen. En het melden wanneer je ziet dat het ergens fout loopt. Als je merkt dat iemand niet goed voor zijn dieren zorgt, of ze mishandelt, dan kun je bellen naar de plaatselijke politie. Zij nemen dan contact op met het asiel, zodat de dieren kans krijgen op een mooier, beter leven.

28


29


30


WIST JE DAT … … een kat tot 7 keer haar eigen lengte kan springen? Als wij mensen dat zouden doen, dan sprongen we tot in de wolken. … je tot 6 kilo kunt vermageren door met je hond te gaan wandelen? Dan heb je geen streng dieet nodig en moet je niet naar de sportschool! … er hotels bestaan voor dieren? Dat zijn honden- en kattenpensions, en daar kun je je huisdier naartoe brengen als je op vakantie gaat. Zo hoef je niet bang te zijn dat er hen iets overkomt terwijl jij op reis bent. … katten hun nagels moeten kunnen verzorgen? Dat is de reden waarom ze vaak aan je meubels krabben. Of aan andere spullen waarvan je liever hebt dat ze eraf blijven. Je kunt dat oplossen door een krabpaal voor je kat te kopen. Zo blijven je spulletjes langer heel. … chocolade erg ongezond is voor honden en katten? Meer nog: cacao is giftig voor hen. Er zitten stoffen in die hun lichaam niet kan verwerken. Ze kunnen er erg ziek van worden en er soms zelfs van doodgaan. … dat je een kat beter geen melk kunt geven? Toch niet de gewone melk, die jij zelf drinkt. Ze kunnen dat namelijk niet goed verteren. Beter een schoteltje water dus!

31


WOORDUITLEG 1 quarantaine = wanneer dieren (en soms ook mensen) een bepaalde tijd apart gehouden worden van de rest, omdat er gevaar is op besmettelijke ziektes. 2 iemand de pieren uit de neus vragen = alles van iemand willen weten. 3 gechipt = van een chip voorzien. Een chip is een piepklein stukje computer, waarop allerlei informatie staat. 4 hondentrimmer = iemand die honden knipt en scheert 5 klitten = aan elkaar kleven

32


Helaas heeft niet elk dier het geluk om bij iemand te wonen die het zo goed met hem meent. Gelukkig bestaat het dierenasiel. Dat vangt die arme dieren op en zorgt ervoor. En als het goed gaat, krijgen ze een nieuwe thuis. In dit boek neem ik je mee naar de wereld van het dierenasiel. Je komt er alles te weten over de opvang van achtergelaten of verwaarloosde dieren. En over de mensen die zich daar dag en nacht voor inzetten.

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 5. ISBN 978 90 486 2536 9 Bestelnummer 60 1021 497 KB D/2016/0147/105 NUR 191 Foto’s: Tine Mortier, Dierenasiel Zwevegem Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 625369

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - 5e leerjaar - Kijker 4 - Thema 6 - N2 - Het dierenasiel by die Keure - Issuu