ucatieve uitgaven
BIEB
Roberto & Juliana Marijke Umans
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 5
4
Roberto & Juliana
Juliana likte haar poot en wierp een blik op haar spiegelbeeld. Haar ogen stonden droevig. Nog precies één week en haar lot zou worden ingelost. Een leven met George stond haar te wachten. Dik tegen haar zin. George kwam uit een goede klasse. Leefde in het Kasteel Van Schrauwenwijck als een koning in zijn rijk. Hij had alles waar een kat van kon dromen. Manden verse tonijn, makreel en sardienen, kaviaar, eendenborst. Krabpalen, muizen met afstandsbediening en aandacht. Veel aandacht. Zijn behoeften werden steeds onmiddellijk vervuld, zijn nagels gevijld, zijn uitwerpselen meteen na het lossen verwijderd … George had ogenschijnlijk niets te kort. Maar George was onuitstaanbaar. Met zijn gouden wil kreeg hij alles gedaan van Luppert en Mina. Neen, Luppert en Mina hadden geen kinderen. Ze hadden George. En geld. Veel geld.
1
Ook Juliana leefde rijkelijk. Haar voedster Anna bediende Juliana op haar wenken. Voor de buitenwereld zag het er prima uit. Voor Juliana iets minder. Ze miste warmte, liefde en vrijheid. Ze was niet gelukkig met het leven dat ze leidde, of met het leven dat voor haar geleid werd. Dagelijks werd Juliana uitgelaten, in de tuin van het paleis. Buiten de muren mocht ze niet komen. Buiten de muren was niet goed genoeg voor haar, volgens Mariano althans. Mariano was verbitterd. Jaren geleden bleek dat hij zijn geliefde, Annabelle, niet kon geven waar ze naar verlangde; een kind.
2
Om het verdriet van Annabelle te temperen, kocht Mariano haar een kat; Juliana. Juliana was rotverwend tijdens haar kittenjaren. Ze kreeg verstikkend veel aandacht van Annabelle, tot ook zij haar speeltje beu was en haar kinderwens niet met een kat kon sussen. Van de ene op de andere dag werd Juliana dan ook verstoten en aan de huismeid overgelaten. Anna deed wat ze kon om Juliana op te vangen, maar Juliana wilde zich geen tweede maal hechten aan een baasje dat haar van de ene op de andere dag zou kunnen droppen. Vandaar het gemis, vandaar de leegte, vandaar de tristesse1. Mariano en Luppert waren beste vrienden. Regelmatig wisselden ze hun ervaringen en gedachten uit bij een heerlijk glaasje. Tijdens een van deze beschonken avonden stelde Luppert voor om Juliana kittens2 te laten baren van zijn verwende George. Zo zou Annabelle zich kunnen ontfermen over een heel nest, en zou het verdriet van haar eigen ongeboren kind vast wegebben. Mariano stemde toe. Juliana en George zouden kinderen baren. Een nest vol kittens!
3
Toen bij een van de volgende bezoekjes van Luppert aan Mariano hij zijn dikke, zelfvoldane kater George meenam om aan Juliana voor te stellen, blies ze hem van zijn toren. Hij verbluft van haar schoonheid, zij vol afschuw voor zijn hebzucht. Hoewel Juliana dacht dat haar leegte niet leger dan leeg kon zijn, had ze sinds de ontmoeting met George een leegte die voelde als een gat in haar hart en een holte in haar buik. Een gat dat niet te dichten leek. Sinds die dag droomde Juliana. Niet van George maar wel van de liefde. Echte liefde. Liefde waarvan ze niet wist of die ook in het echte leven zou bestaan. Liefde die, voorlopig althans, enkel in haar dromen bestond.
4
Roberto Roberto was een kater. Hij leefde in vrijheid en vertoefde van dak tot dak. Hij had geen baasje en geen kasteel. Roberto was nu echt wat je een zwerfkat kon noemen. Hij viel in de smaak bij de vrouwtjes, en voelde zich best lekker in de rol van schone, gezellige, aantrekkelijke kater. Hij fladderde van de ene naar de andere kat. Fijn, maar rust had hij daarom nog niet. Hij bleef nooit lang op één plek. Samen met zijn neef Pedro en Juan doolde hij rond in verschillende straten. Niet iedereen hield van zijn zwervende bestaan. Soms werd dat duidelijk gemaakt door een emmer water, en in het slechtste geval door een val of vergif. Maar Roberto was slim en leefde al sinds kitten op straat, dus hij kende het leven en de gevaren van het straatleven door en door. Enkel de kastelen waren echt gevaarlijk. Daar gebruikten ze harde middelen, want de rijke klasse was ervan overtuigd dat beesten zoals Roberto ongedierte met zich meebrachten en ook ongeluk. Het was een onbesproken regel. Een kasteelmuur ging je niet over, tenzij je je leven op het spel wilde zetten.
5
Gerucht ‘Roberto, Roberto!’ totaal opgewonden praatten Juan en Pedro door elkaar. ‘Een feest, van de rijken,’ hijgde Pedro. ‘Het beste feestmaal, verse vis en vette muizen!’ raasde Juan tussendoor. ‘Allemaal voor Juliana!’ Stilte. Roberto wist wie Juliana was. Meerdere malen had hij staan gluren aan de kasteelmuur. Meerdere nachten had hij haar schoonheid bewonderd in het maanlicht. Maar nog nooit had hij de moed gevonden om haar écht aan te kijken. Nog nooit had hij zich kenbaar gemaakt. Hij bleef steeds in de schaduw van het licht, op veilige afstand. Juliana was mooi. Ze fonkelde en haar vacht was glimmend. Juliana was … ‘Waarom?’ vroeg Roberto. ‘Waarom feest voor haar?’ Juan en Pedro wisten van het feest en ook dat George er iets mee te maken had. Maar hoe de vork juist in de steel zat, wisten ze niet.
6
‘George,’ zei Roberto. Hij trok zijn snuit in een plooi en spuugde. George was gekend. Berucht3. De kater die geen enkele kat in de buurt kon luchten, en dat was wederzijds. Roberto voelde zich die avond ellendig. Wat het was, wist hij niet. Maar iets in hem zei dat George niet goed was voor Juliana, de kattin waarvan hij al jaren droomt. Dat belooft niet veel goeds. Somber dwaalde hij door de straten, en zonder nadenken leidde zijn tocht hem tot aan de kasteelmuur waarachter Juliana leefde.
7
Ontmoeting Via een grote, schaduwrijke boom klom hij tot aan het balkon van de achterzijde van het kasteel. Nog steeds op veilige afstand, tuurde hij naar Juliana. Zij zat daar, in al haar schoonheid haar pootjes te likken in de avondzon. Roberto begon spontaan te spinnen, geraakt door haar schoonheid en lieflijke bewegingen. Juliana keek op en spitste haar oren. Nog geen tel later, keken ze elkaar recht in de ogen. Juliana en Roberto. Roberto en Juliana. En of het vuurwerk was. Zonder één woord of één mauw te laten weerklinken, zaten ze daar onbewogen voor maar liefst acht minuten. ‘Juliana?’ Het was Anna die hen uit de betoverde blik haalde. ‘Binnen twintig minuten is het volk er en zal George je opwachten, kom je?’ Anna liet de balkondeur op een kier en ging in alle haast verder met de laatste voorbereidingen. Juliana liet haar kop hangen. Ze keek niet op naar Roberto maar bleef zitten.
8
Roberto zag hoe ze haar bloedmooie ogen sloot en neersloeg. ‘Juliana?’ vroeg hij. Als de bliksem keek ze op. ‘Mag ik?’ Roberto wees met zijn kop vooruit, richting balkon. Juliana lachte. ‘Ga je gang!’ Met één sprong stond Roberto aan haar zijde. Het gespin was haast oorverdovend. Hun kopjes vonden meteen de weg naar elkaar. Ze verstrengelden in elkaar en voelden een warme gloed die hen volledig vulde. Dit was liefde. Dit was puur, dit was zo schoon. Kon het maar blijven duren. Juliana en Roberto hoopten vurig.
9
Abrupt werd hun gevoel afgebroken, Anna weer. ‘Juliana maak nu d...’ Toen pas zag ze in welke situatie ze plots terechtgekomen was. ‘Wat doet die kat hier? Euh, kater?’ stamelde ze. ‘En hoe in godsnaam is die hier binnengeraakt?’ Anna keek iets aandachtiger. ‘Juliana, ’t is niet waar, hé! Dat is een zwerfkat! Zie je dat? Besef je dat? Juliana? Alles goed, meisje? Wat in hemelsnaam ben je van plan?’ Anna raasde aan één stuk door. Haar woordenstorm werd onderbroken door een luide kreet van Mariano. ‘Anna?’ Anna reageerde niet meteen. Ze keek naar Juliana en Roberto en zag meteen dat het menens was. ‘Anna? Waar in godsnaam is die kat? Juliana had hier al moeten zijn! Luppert en Mina staan voor de poort met George! ‘A-na?Juliana?’ Mariano verloor zijn geduld. Dat was duidelijk. ‘We komen era-aan!’ riep Anna terug.
10
‘Verstop je, onder mijn bed!’ gebood Juliana Roberto. ‘Ik kom terug.’ ‘Neen, Juliana, ik ga maar ik kom terug, dat beloof ik je. Voor zonsopgang kom ik je halen!’ Juliana lachte verlegen, Roberto likte haar vacht. Met opgeheven hoofd en haar staart recht de lucht in, volgde Juliana haar voedster trouw de trap af. Recht richting feest. Richting G e o r g e, de kater waarvan ze de naam niet over haar lippen kreeg.
11
Het feest Met veel tegenzin verscheen Juliana op het feest. Behalve George en Juliana, waren er nog een tiental katten uit de kastelen uitgenodigd. De baasjes verzamelden rond de toog, hun vrouwen aan het dessertbuffet en de katten her en der smikkend en smakkend van het heerlijkste maal in tijden. Juliana beet in de staart van een stukje makreel en nam het in haar muil mee. Ze wilde terugkeren naar haar kamer, in de hoop nog een glimp van Roberto op te vangen. Mariano stak daar een stokje voor. Beschonken stond hij tegen de deur van de feestzaal geleund. ‘Tss, jij dacht toch niet te ontsnappen, zeker?’ siste hij. Ongemerkt voor de feestgangers, greep hij haar snel bij haar nekvel en gaf een pijnlijke waarschuwing. Ze moest en zou met George en enkel met George kittens baren. Zelfs tegen haar zin. Verbeten4 ging Juliana tussen de genodigden staan. De geweldige kasteelkatten. Verwend en verwaand.
12
Gespreksstof was er genoeg. De vrouwen vertelden over te roze krabpalen of een hoogslaper met luchtverfrissers. De mannen vertelden over hun luie bestaan met een zelfbekritiserende lach over de jacht vroeger, als kleine kat in de grote kasteeltuin. Hun prooien werden op een gouden dienblad geserveerd, dood en koud. Net zoals ze zelf leefden. Juliana luisterde met een half oor. In haar gedachten zat ze bij Roberto. Haar Roberto.
13
Juliana en George: hun suite Van zodra iedereen zijn of haar buik had rondgegeten, tikte Mariano tegen zijn opgeheven glas. ‘Mag ik even jullie aandacht?’ kuchte hij. ‘Zoals u weet, zijn wij hier allen samen om Juliana en George samen te brengen!’ Er klonk geroezemoes5. Annabelle had een glimlach op haar gezicht die er leek ingebrand. Hij veranderde niet van vorm maar bleef in dezelfde hoek staan. Gemaakt vrolijk dus. Juliana voelde het stukje makreel weer naar boven komen. Ze kokhalsde6. ‘Zoals we al van ver kunnen zien, kunnen we spreken van liefde op het eerste gezicht,’ ging Mariano verder. Hij vertelde verder over ‘het vertrek’ dat hij had laten klaarmaken. Juliana en George zouden een tijdje samen in dat verblijf vertoeven, onder de leiding van voedster Anna.
14
‘Mag ik op deze mooie avond vragen, mijn allerbeste aanwezigen hier, om het glas te klinken op het kersverse koppel dat ongetwijfeld een heel nest kittens zal bezorgen …’ KNAL! Het geluid was sterker dan het klinken van een glas. Glasscherven vlogen in het rond en een hels gemiauw vulde de zaal. Wat er volgde, gebeurde snel. Een troep van wel vijfentwintig zwerfkatten sprongen tegen de benen van de mensen op. Hun scherpe nagels maakten diepe groeven in hun huid. De katten bliezen en gingen werkelijk als wilden tekeer. Roberto gaf de leiding snel over aan Juan, en hij rende op Juliana af. Anna stond tegen de muur genageld. Ze bekeek het schouwspel vanop afstand. Ze zag hoe Juliana straalde bij het zien van Roberto en twijfelde geen moment. Tussen het gevecht door liep ze naar de poort om die te openen. Voor Roberto en Juliana. Roberto en Juliana renden erdoor, zo snel ze konden. Juliana keek nog één keer achterom. Ze miauwde kort naar haar trouwe verzorgster Anna, als teken van dank.
15
Anna sloot haar ogen en lachte. ‘Veel geluk,’ wuifde ze hen achterna. Daarna stapte ze kordaat de kamer weer binnen. Ze nam Luppert en Mina bij hun kraag en wees hen de deur. Kater George, of wat ervan overbleef, was werkelijk het hardst toegetakeld van iedereen. Het leek wel een slagveld. De zwerfkatten hadden tussen het vechten door nog snel wat tussen hun kiezen gestoken. Ze waren gehavend7, maar niet zoveel meer dan tijdens hun dagelijkse straatleven. Ze deden het voor Roberto en voor zichzelf. Eindelijk een echt avontuur. En nu konden ze achter de hoge kasteelmuren een kijkje nemen … Annabelle, die overigens nog steeds in een soort roes vertoefde, barstte in huilen uit. De katten en hun baasjes liepen her en der ongeorganiseerd naar buiten. Chaos alom. Nu was het Anna die haar gezicht niet meer in de plooi kreeg. Ze had er plezier in. Wie had dat nu ooit verwacht? De snoodaards8.
16
Roberto en Juliana Roberto en Juliana bleven maar rennen. Door het korenveld, het bloemenveld, langs de kasteeldreef en over de brug aan het water. En daar namen ze voor het eerst sinds hun vlucht tijd. Tijd voor elkaar, tijd om te genieten, tijd om te voelen.
17
En of ze voelden! Alles tintelde, alles leefde, alles voelde warm aan. Het hart van Juliana was vervuld, gevuld, vol. Door liefde, echte liefde. Roberto wilde brullen als een leeuw, trots op zijn verovering, trots op zijn Juliana. Juliana kirde en uitdagend liep ze voor Roberto het maisveld tegemoet. ‘M-AUW!’ Haar gekir veranderde in een gil. Een roep die sneed door merg en been. Een ijzige kreet. Roberto ging naast haar staan en zag een poot en een stuk van haar buik vastgeklemd tussen een val. Een rattenklem.
18
19
Wat die val daar stond te doen, was een raadsel. Dat Juliana bloedde, was duidelijk. Roberto moest hulp halen, voor Juliana de dood tegemoet zou gaan. Roberto huilde, likte Juliana en probeerde de val te openen maar hij was machteloos. Terugrennen naar het kasteel zou te lang duren, dat haalde ze niet. Roberto moest wat anders verzinnen. Een stok! Hij zocht een stok en stak die tussen de klem en zijn kiezen, maar ook dat werkte niet. Hij jankte uit volle borst. Een huil die Juan en Pedro vast uit de verte konden herkennen. Het klopte. Juan en Pedro kwamen nog geen vijf minuten later aan bij hun trouwe neef en vriend. Juan met een gescheurd oog, Pedro met een gewonde poot. Kasteellittekens … De drie katers probeerden Juliana te bevrijden maar het was tevergeefs. Juliana werd zwakker met de minuut. Roberto vroeg Pedro en Juan om hulp. Ze moesten terugrennen naar het kasteel, en daar voor de kasteelmuur een stukje van het vlees nemen.
20
Al de zwerfkatten kenden het. Het vlees voor de kasteelmuur zat vol gif. Geen zwerfkat trapt erin, maar de kasteelheren bleven hun val telkens uitzetten in de hoop dat ze eens wat anders dan muizen en ratten uit de buurt zouden vangen. Juan en Pedro haasten zich naar de plek van het vergiftigde vlees. Roberto had het hen opgedragen om Juliana een zachtere dood te geven. Een halfuurtje later kwamen de vrienden terug met het stuk vlees in hun bek. Juliana lag levenloos in de armen van Roberto. Juan en Pedro lieten het stuk vlees achter en trokken zich terug, op vraag van Roberto, zodat hij alleen kon zijn met zijn ware liefde. Net wanneer zijn trouwe zwervers uit het oog waren, schrokte hij het volledig vergiftigde stuk vlees naar binnen. Volgegeten verstrengelde hij zich met Juliana en sloot zijn ogen.
21
Geschokt Uiteindelijk was het voedster Anna die hen vond. Een dag na de tragedie9 maakte ze een lange ochtendwandeling. En daar, op haar pad zag ze plots twee levenloze kattenlijfjes. Ze herkende hen vrijwel meteen. Ze bevrijdde Juliana uit de val en nam de twee katten mee in haar sjaal richting het kasteel. Daar legde ze de katten aan de voeten van Mariano en Annabelle. Annabelle huilde onophoudelijk en Mariano tikte zacht met zijn voet tegen Juliana om te kijken of ze wel dood was. In de tuin van het kasteel werden ze begraven. Juliana en Roberto, Roberto en Juliana. In eenzelfde graf onderaan de boom die uitgaf op het balkon waar die twee elkaar voor het eerst getroffen hadden. Er volgenden geen kittens. Geen nieuwe kat. Voedster Anna vertrok, op zoek naar ander werk.
22
Annabelle legde elke dag bloemen en verse vis aan de voet van hun graf. Hoe de vis dagelijks verdween, was haar een raadsel. Gelukkig wisten Juan en Pedro daar wel alles van.
23
Woorduitleg 1 2 3 4 5 6 7 8 9
24
tristesse = troosteloosheid kittens = kleine katjes berucht = bekend door iets vervelends of slechts verbeten = gespannen geroezemoes = het geluid van veel stemmen tegelijkertijd kokhalzen = op het punt staan te braken gehavend = flink toegetakeld snoodaards = slechte mensen tragedie = droevige gebeurtenis
Juliana voelt zich eenzaam achter de hoge muren van het kasteel. Totdat plots zwerfkat Roberto tevoorschijn komt. Ze worden tot over hun oren verliefd. Maar dan moet Juliana trouwen met de opschepperige George …
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 5. ISBN 978 90 486 2536 9 Bestelnummer 60 1021 497 KB D/2016/0147/105 NUR 191 Illustraties: Zjef Caers Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 625369
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.