Skip to main content

Verrekijkerbieb - 5e leerjaar - Kijker 2 - Thema 8 - N3 - Bioblij

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Bioblij Anna Coudenys

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 5

2


Bioblij

Op appelavontuur bij de bioboer Het is tijd voor de appeloogst op de bioboerderij van Danny. Daar krijgen we een rondleiding door de boomgaard en in de opslagruimtes. Danny vertelt honderduit over hoe je zonder pesticiden toch mooie, lekkere appels kunt kweken en waarom dat zo belangrijk is. We leren onder andere over boomontwikkelaars, hongerige lieveheersbeestjes, bewaarmethodes en bakpoeder in de bomen. Een appelavontuur om van te smullen!

1


Hoewel de zon pas aan de horizon is verschenen, is het een drukte van jewelste in de boomgaard van Danny Billens tijdens deze oktoberochtend. Tussen de rijen appelbomen zie ik de appelplukkers bezig. Op het platformpje boven op de tractor staan vier plukkers om de hoogst hangende appels te oogsten. Onderaan staan er nog eens vier die de onderste takken voor hun rekening nemen. Danny staat me op te wachten aan de grote hangar. ‘Goeiemorgen, je treft het, het is een prachtige ochtend!’

2


Een miljoen liter water Het eerste wat me opvalt is het geklater van water. Dan zie ik de constructie van stenen kanaaltjes waarin helder water stroomt. ‘Allemaal regenwater,’ zegt Danny. ‘Het komt van het dak van de hangar en we vangen het op in een ondergronds reservoir. Daar kan één miljoen liter in en dat regenwater komt goed van pas op het bedrijf.’ Een miljoen liter water, dat is al een groot zwembad: 50 meter lang, 10 meter breed en twee meter diep. ‘En wist je dat we ook een systeem hebben om dat water op te warmen?’ We gaan even de grote hangar binnen. Danny toont me een reusachtige koelruimte. Daar is het pas echt fris. ‘Om zo’n ruimte op een lage temperatuur te krijgen, moeten we heel veel warmte weghalen,’ legt hij uit. Die warmte willen we niet verloren laten gaan, dus gebruiken we die om het regenwater op te warmen. Met de warmte die we recupereren, kunnen we ons regenwater toch zo’n vier, vijf graden warmer maken. Met warmtepompen kunnen we die warmte dan weer gebruiken om te verwarmen.’ Je raadt het al, we zijn op bezoek in een bijzonder fruitbedrijf met heel veel aandacht voor het milieu. ‘Natuurlijk, want ik ben een bioboer,’ lacht Danny. ‘Al meer dan vijfentwintig jaar! Ik kweek kersen, appels en peren op biologische wijze.’

3


Zoveel lekkerder Hoe ben je ertoe gekomen om biologisch fruit te gaan kweken, Danny? ‘Het antwoord is heel eenvoudig: ik wilde niet met pesticiden werken. Mijn vader was een traditionele fruitkweker en gebruikte wel pesticiden, zoals iedereen deed toen ik kind was. Hij kweekte aardbeien en het gebeurde dan ook vaak dat ik hem hoorde verwittigen: ‘Pas op, nu mag je niet van de aardbeien eten!’ omdat hij met pesticiden gespoten had. Ik had al van jongs af aan het gevoel dat die pesticiden voor mijn vader dan wel onvermijdelijk leken, maar toch niet veel goeds betekenden voor de natuur. Zelf heb ik voor bakker gestudeerd, en het was niet mijn bedoeling om in zijn voetsporen te treden. Ik heb trouwens een hele tijd in een bakkerij gewerkt, maar eigenlijk was ik toch liever in de buitenlucht en in de natuur bezig dan een hele dag binnen te zitten. Toen er een stuk land naast het onze te koop stond, ben ik begonnen met laagstamfruit te kweken.’ Ik kijk naar de nette rijen laagstamfruitboompjes en zie dat de naam precies zegt wat ze zijn: fruit op een laag stammetje. Zo kun je ze gemakkelijk plukken zonder heel hoog op een ladder te moeten klimmen. De boompjes hebben ook niet veel plaats nodig. Een grote fruitboom, een hoogstam, heeft toch al gauw zo’n 100 vierkante meter plaats nodig, een laagstam is al met 3 vierkante meter tevreden. Dan kun je er natuurlijk heel wat meer planten!

4


Ben je meteen biologisch beginnen tuinieren? ‘Toch niet. Bijna dertig jaar geleden was biologisch tuinieren iets voor privétuintjes. Alle professionele kwekers gebruikten pesticiden en de boeren waren ervan overtuigd dat je ook niet zonder kon. Tegen beter weten in ben ik eerst even bespoten fruit beginnen kweken, net zoals iedereen. Na een half jaar had ik er genoeg van. Er was altijd wel iets waartegen je pesticiden moest spuiten. Het hield gewoon niet op. Toen heb ik besloten om helemaal biologisch te werken.’

Was het een moeilijke overstap? ‘Verschrikkelijk moeilijk. Iedereen verklaarde me gek. Maar ik ben ook bijzonder koppig: als iedereen zegt dat het niet kan, voel ik nog meer de drang om te bewijzen dat het mij wel zal lukken. Ik had een besluit genomen en daar hield ik me aan: geen pesticiden meer, punt en daarmee uit. Ik moest en zou eetbaar biologisch fruit telen en daar had ik alles voor over.

5


Gelukkig had ik meteen begrepen dat ik er moest voor zorgen om zelf mijn fruit te verwerken in bijvoorbeeld fruitsappen of bakkerijproducten. Zo kon ik lelijke appeltjes toch nog aan mezelf kwijt. En er lekker appelsap of appelflapjes van maken. Toen ik met bioappelsap begon, was appelsap nog helemaal niet zo populair. Mensen waren gewoon om een soort slap suikerwater met appelsmaak te drinken. Als experiment lieten we de klanten eerst proeven voor we ze vertelden wat het was. En als ze zeiden dat ze het lekker vonden, dan pas lieten we hen weten dat ze appelsap gedronken hadden. ‘Appelsap? Dat kan niet! Dit is veel lekkerder!’

Collina, Lena en de anderen Met de belofte dat ik straks ook een glaasje zelf geperst appelsap mag proeven, trekken we samen de boomgaard in. Ondertussen vertelt Danny honderduit over zijn geliefde appeltjes. ‘Iedereen denkt dat er slechts een paar soorten appels bestaan, maar er zijn er honderden en elk jaar komen er nog soorten bij, te veel om bij te houden. Er zijn mensen die er zelfs hun beroep van maken om nieuwe soorten te bedenken: boomontwikkelaars. Ze proberen nieuwe fruitsoorten te ontwikkelen die bestand zijn tegen ziektes en toch ook erg lekker smaken.’

6


Danny vertelt dat hij er zelf steeds voor zorgt dat er nieuwe soorten worden aangeplant. Experimenteren met nieuwe appelsoorten vindt hij heel boeiend. Er staan op dit moment dan ook niet minder dan 19 appelsoorten in zijn boomgaard. Daardoor kan hij drie maanden lang appels oogsten. Eind juli heeft hij al een zomerappeltje klaar dat de naam Collina draagt. ‘Zomerappeltjes kun je niet lang bewaren, die moet je meteen opeten, maar ze zijn wel erg lekker!’ In augustus is Lena aan de beurt, dat is een appel die een Tsjechische boomontwikkelaar heeft bedacht. ‘Mijn klanten zijn blij dat ze al in de zomer een vers appeltje kunnen proeven. Het zomerfruit zijn ze tegen dan een beetje beu, dus in juli krijg ik de eerste telefoontjes: Zijn je nieuwe appels er al?’ De drukste periode is nu begonnen: september en oktober. Dan komen eerst de herfstappels eraan. Na half september volgen de bewaarappels die je kunt kopen tot in de lente van volgend jaar. Dus dat wil zeggen dat er bijna het hele jaar door appels te krijgen zijn bij Danny.

7


Veel verschillende soorten appels kweken heeft nog een ander voordeel: ‘Als een bepaalde soort het een jaar wat minder doet, dan is dat helemaal zo erg niet, want we hebben soorten genoeg. Stel je voor dat je maar één soort teelt: als die dan mislukt, ben je gezien. Dat heb ik allemaal moeten leren met vallen en opstaan.’

Zoveel gezonder Toen je bijna dertig jaar geleden als biologisch kweker begon, stond je er in Vlaanderen helemaal alleen voor. Wie heeft je dan op weg kunnen helpen? ‘Gelukkig kwam ik in contact met een aantal biologische fruitkwekers uit Nederland en samen met hen heb ik de kneepjes van het vak geleerd. We zijn elkaar al die jaren blijven steunen. Ik was er van in het begin van overtuigd dat het me zou lukken om uiteindelijk een bioappel te kweken die je meteen aan de klant kan verkopen, dus heb ik volgehouden.

8


Ondertussen is er heel veel veranderd: biologische teelt is een echte wetenschap geworden en daarvan pluk ik nu letterlijk het resultaat.’

Zijn jouw appels beter dan de gewone appels? Als je een niet-biologische appel in de supermarkt koopt, dan kun je die perfect opeten zonder gevaar voor je leven, hoor! Appels uit de supermarkt worden grondig gecontroleerd en mogen nooit verkocht worden als ze te veel pesticiden bevatten. Maar: op een gewone appel vind je toch nog verschillende restanten van pesticiden. Hoewel de hoeveelheid pesticiden per appel nog binnen de norm valt die vastgelegd is door de Europese Unie, is dat toch nog heel wat vergif als je alles samentelt.’

Dus zo’n appel moet je grondig wassen? ‘Wat weinig mensen weten, is dat appels vaak al grondig gewassen worden voor ze bij de consument terechtkomen. Veel veilingen hebben namelijk een gigantische wasinstallatie waar het fruit verschillende keren grondig gespoeld wordt. Sinds men fruit vooraf grondig spoelt, zijn de appels in de winkel heel wat gezonder geworden. Je kunt je echter wel afvragen wat er met dat spoelwater gebeurt. Hopelijk wordt dat waswater ook weer gezuiverd voor het in de bodem verdwijnt.’

9


Maar? ‘Maar natuurlijk moet al dat gebruikte gif ook ergens naartoe. Het komt terecht in de bomen en de planten, en in de bodem van de boomgaard. Weet je dat het jaren duurt voor een boomgaard zich hersteld heeft van het gebruik van pesticiden? En sommige pesticiden verdwijnen misschien zelfs nooit helemaal uit de bodem.’

Een echte wetenschap Ondertussen zijn we bij het weerstation gearriveerd. Onder een afdakje staat een verzameling digitale meetapparatuur.

10


Danny vertelt me dat elk biobedrijf een eigen weerstation heeft, van waaruit informatie doorgegeven wordt aan een centrale computer. Zo’n weerstation meet natuurlijk de temperatuur en de regenval maar ook het bladnat. Dat is de hoeveelheid dauw (kleine waterdruppels) die er zich op een blad bevindt. Op basis van die gegevens kan men voorspellen welke ziektes op de planten afkomen. ‘Er zijn heel wat onderzoeksstations die zich heel specifiek bezighouden met het opsporen van mogelijke ziektes. Ik denk bijvoorbeeld aan schimmelziektes: als je schimmel op de bomen ziet, dan is het eigenlijk al te laat. In zo’n onderzoeksstation gaat men de lucht onderzoeken op sporen van schimmels. Als die sporen op bepaalde plaatsen in België of Nederland worden gevonden, worden wij ervan verwittigd: ‘Opgepast, bij de volgende regenval kunnen die bepaalde soort schimmels zich ontwikkelen.’ Zo zijn we op voorhand gewaarschuwd en kunnen we maatregelen treffen. Dan springen we op onze tractor om met het juiste product die schimmels tegen te gaan.’

Je laat de natuur niet gewoon zijn gang gaan? ‘Ik hoor het de mensen vaak zeggen: ‘Ja maar, die bioboer spuit ook van alles op zijn bomen!’ Dat klopt: we beschermen en voeden de bomen met natuurlijke middelen. Ik zie mezelf een beetje als een dirigent van de natuur: we houden de boomgaard in evenwicht met een aantal natuurlijke middeltjes.’

11


Welke middeltjes zijn dat? ‘Wel, als bakker ken ik een van die middelen maar al te goed. Dat is bicarbonaat, bakpoeder.’

Hetzelfde product dat jij ook als bakker gebruikt? ‘Exact hetzelfde. Bakpoeder dat ze ook in cakes doen, is bij ons het meest gebruikte product tegen ziektes. Ik had het daarnet al over schimmelziektes. Wel, bakpoeder helpt. Het werkt ook tegen regenvlekkenziekte: dat is een ongevaarlijke ziekte die in het najaar optreedt en waarbij appels die in de schaduw hangen, bij laaghangende zon grijze of zwarte streepjes op hun schil krijgen. Die streepjes kunnen geen kwaad, maar de appels zien er daardoor minder lekker uit.’

De zetmeeltest Wanneer weet je of een appel plukrijp is? Een simpele vraag? Helemaal niet! ‘Als je een volledig rijpe appel van de boom plukt,’ vertelt Danny, ‘dan kun je hem niet meer bewaren en moet je hem binnen een paar dagen opeten.’ Zelf houdt hij het meest van die echt rijpe appeltjes, want van te groene appels krijgt hij buikpijn. ‘Een appel die op de grond ligt, die durf ik wel op te eten want daarvan weet ik dat hij goed rijp is. Of soms zie ik een appel die aan de boom is blijven hangen maar al een maand geleden had moeten geplukt worden. Die appels smaken mij het best. Maar als je appels nog lange tijd wilt bewaren, pluk je hem het best als hij nog maar net rijp is.’

12


Erg praktisch lijkt het me niet om eerst in alle appels te bijten om te weten of ze rijp genoeg zijn, maar hoe doe je het dan wel? ‘Daar hebben we de zetmeeltest voor. Met zo’n zetmeeltest weet je meteen hoe rijp een appel is. We plukken enkele controle-appels en die snijden we middendoor, van links naar rechts. Dan gaan we de doorgesneden appel testen op zijn suikergehalte door een chemische reactie te veroorzaken waardoor de appel gaat verkleuren. Aan de hand van de kleur die de appel krijgt, zien we hoeveel suiker er in de appel zit. Is er net genoeg suiker, dan kunnen we beginnen plukken.’

13


En nog meer wetenschap Als je graag wetenschappelijk onderzoek wilt doen of met de natuur wilt bezig zijn, en er bovendien voor wilt zorgen dat mensen beter eten en minder verspillen, dan kun je nog veel nieuwe dingen ontdekken. Danny krijgt regelmatig studenten over de vloer die een kijkje komen nemen in zijn biobedrijf. Van een groep Waalse studenten vernam hij dat ze onderzoek aan het doen zijn hoe ze het afval van appels toch nog nuttig kunnen gebruiken. ‘De studenten ontdekten dat het pulp dat overblijft na het persen tot appelsap, nog perfect gebruikt kan worden om een appelgelei te maken. En wat nog straffer is: het afval kan ook nog eens opnieuw gebruikt worden als appelpoeder. Als je dat in cakes gebruikt, krijg je een heel lekkere appelsmaak en dat vindt de bakker in mij natuurlijk heel leuk. Zo zie je maar, er vallen altijd nieuwe ontdekkingen te doen.’

14


Balans in de biotuin Danny houdt heel veel van insecten. Hij zaait dan ook speciaal alle soorten bloemen tussen de fruitboompjes. Vooral bloemen met veel nectar genieten zijn voorkeur want die trekken immers niet alleen bijen en hommels aan die zorgen voor de bestuiving van het fruit, maar ook andere soorten boeiende insectjes, zoals zweefvliegjes en gaasvliegjes. En zelfs onkruid krijgt een plaats tussen de bomen. ‘We zorgen er wel voor dat alles zoveel mogelijk in balans blijft. Als er te veel van een bepaald soort insect aanwezig is, dan remmen we hun groei af, zonder ze te vernietigen. Door ze een beetje af te remmen, geef je hun natuurlijke vijanden een grotere kans hen te lijf te gaan. Je zou kunnen zeggen dat de goede en slechte insecten elkaar in balans houden. De insecten leven van elkaar, maar het is aan ons om een evenwicht te helpen creëren tussen de soorten. Soms kun je insecten met heel eenvoudige middeltjes in toom houden. De roze appelluis bijvoorbeeld, die verschijnt opeens op het toneel in het begin van het seizoen en plant zich heel snel voort. We kunnen die groei tegenhouden door de luizen met olie te bespuiten. Daar sterven ze niet van. Maar omdat ze zich minder snel voortplanten, krijgen hun natuurlijke vijanden meer kans. Zeg trouwens nooit zomaar ‘luis’ tegen een luis. De groene luis, geloof me of niet, die zien we zelfs met plezier komen.

15


Die beestjes doen heel weinig kwaad: ze knabbelen gewoon een beetje aan de topjes van de blaadjes en dankzij hen komen er dan weer andere insecten die veel nuttiger zijn. De jaren dat er minder groene bladluizen zijn, zijn we soms zelfs een beetje ongerust, omdat we weten dat hun natuurlijke vijanden dan ook durven weg te blijven. Dat zijn bijvoorbeeld de lieveheersbeestjes, die erg nuttig werk verrichten. Ook de larven van de zweef- en gaasvliegjes zijn erg nuttig. Dus zorgen we ervoor dat we ze te vriend houden.’ Ik leer van Danny dat zelfs de insecten die er het vriendelijkst uitzien, wel eens onverwacht uit de hoek kunnen komen. ‘Soms gebeurt het dat we tussen de bomen aan het werk zijn en opeens gebeten worden. Niet door een wesp, maar door een lieveheersbeestje of de larf van een gaasvlieg. Als ze niets meer te eten vinden, dan bijten ze gewoon waar ze kunnen. Dat doet niet echt pijn, maar het is toch even schrikken.’

Je eigen weg gaan Wat ik me stilaan afvraag: als pesticiden gebruiken zo ongezond is, waarom doen zo veel kwekers het dan nog? ‘Daar zijn verschillende redenen voor: men is het zo gewoon en weet niet hoe het anders kan. Of men is bang gemaakt door verkopers van pesticiden die voortdurend komen vertellen wat er allemaal fout kan lopen. Maar er zijn nog andere redenen: als landbouwer of fruitteler moet je grote investeringen doen. Kijk hier eens naar al die machines en gebouwen: die kosten veel geld.

16


Natuurlijk wil ik dat ik van mijn opbrengsten kan leven, dat ik mijn machines kan afbetalen, en op tijd nieuwe investeringen kan doen. Daarom kiezen sommige mensen het zekere van de traditionele kweekmethodes boven het onzekere van de biologische teelt. Daar komt nog eens bovenop: als je je producten gaat verkopen op de veiling, dan moeten ze aan strenge eisen voldoen. Een peer met een deuk erin of een kleine appel waar een insect aan geknabbeld heeft, die worden afgekeurd.’

17


Hoe verkoop jij dan je fruit? ‘Simpel: Ik verkoop ze gewoon zelf rechtstreeks aan mijn klanten. Iedereen weet ondertussen dat zo’n deukje of een plekje geen kwaad kan, integendeel: ze zijn het bewijs dat het echt wel om bio gaat. Het gebeurt zelfs dat ik geen appelen genoeg heb voor iedereen.’

Je zou toch wat meer bomen kunnen zetten zodat meer mensen je fruit kunnen kopen? ‘Misschien wel, maar dat wil ik niet. Ik wil genoeg kunnen produceren om er goed van te kunnen leven, maar ik wil ook gewoon goed kunnen leven zonder altijd maar een groter en groter bedrijf te hebben. Dan kun je misschien veel geld verdienen als het goed gaat, maar je kunt ook heel snel veel geld verliezen. Ik voel me beter met een kleinschalig bedrijf en ben tevreden met wat ik doe.’

18


Wat als je nu veel mest aan de bomen zou geven, zou je dan meer fruit kunnen kweken? ‘Je zou inderdaad onmiddellijk resultaat zien: de appels en peren zouden enorm beginnen groeien, maar tegelijk zou je ook veel schadelijke insecten aantrekken. Luizen zijn bijvoorbeeld dol op overbemeste bomen. Het resultaat van overdreven bemesting is dat je groeipieken krijgt, en dat is bovendien absoluut niet goed voor de bomen die dan snel uitgeput geraken. Ook het fruit wordt er niet beter op. Je hebt misschien al wel eens zo’n lekker uitziende peer opengesneden en ontdekt dat die er vanbinnen helemaal bruin en vies uitziet? Dat is het gevolg van te veel bemesting op korte tijd.’

Hagelknikkers in juni De zon staat nu al hoog boven de bomen. De plukkers hebben hun jassen en mutsen uitgetrokken. Tractoren rijden af en aan met volgeladen bakken appels. Toch maken die niet veel lawaai want ze zijn allemaal elektrisch aangedreven en werken op batterijen van zonne-energie. Zo kunnen we rustig ons babbeltje houden. Ook dat is bio.

Sta je na meer dan vijfentwintig jaar nog elke dag met plezier op? ‘Ja hoor. Het is heerlijk om zo dicht bij de natuur te leven en te werken, ook al gaat het soms wel eens heel erg fout, en kun je daar niets aan veranderen, want je blijft helemaal afhankelijk van het weer.

19


Ik herinner me bijvoorbeeld dat het eens in juni enorm is beginnen hagelen. De appeltjes waren al twee, drie centimeter groot en meer dan de helft was zwaar beschadigd. Toen zat er niets anders op dan met z’n allen de boomgaard in te trekken en alle kapotte appeltjes van de bomen te halen, zodat de appels die minder beschadigd waren nog zo goed mogelijk zouden kunnen groeien. Dat jaar hadden we dus appels met een deukje in, maar de klanten hadden daar veel begrip voor.’ Het veranderende klimaat is Danny zijn grootste zorg: ‘Ik merk elk jaar wel een of andere extreme situatie op. Het kan in de winter opeens veel te warm zijn, of veel te veel regenen in de lente.’

Meer dan vroeger? ‘Die indruk heb ik wel. Dat hoor je ook in de weerberichten. Elke maand wordt er wel ergens een warmte- of een droogterecord verbroken. Dan is het plots de natste dag sinds het begin van de waarnemingen. Ik merk ook dat de seizoenen in het algemeen zo’n veertien dagen vervroegd zijn. Het ergste zijn de onweersbuien die nu veel extremer zijn dan toen ik pas begon als fruitteler.’

20


Koud en zuurstofarm Na onze fikse wandeling staan we terug bij de grote hangar. De plukkers hebben flink hun best gedaan, dat zie ik aan de sorteerbakken die al vol appels liggen. Ze moeten meteen gesorteerd worden, in kisten gelegd, en in de koelruimtes gestockeerd worden. Daar zal Danny de rest van de dag mee bezig zijn. Met een kennersblik keurt hij de appels op de sorteertafels. ‘Die zien er eersteklas uit!’

21


De koelruimtes kunnen op verschillende temperaturen het fruit koel houden. In een koelcel kun je tot 40.000 kilo bewaren. Bovendien zijn ze zuurstofarm: dat wil zeggen dat bijna alle zuurstof uit de koelcellen gezogen wordt, zodra de deuren dichtgaan. Daardoor kan het fruit langer bewaren omdat het niet verder kan rijpen.

Kan ik in zo’n zuurstofarme koelcel eens een kijkje nemen? ‘Dat zou ik niet proberen als ik jou was! We houden de deuren op slot zodat er niemand per ongeluk kan binnenkomen. Mensen kunnen immers niet zonder zuurstof, dat weet je toch?’

Eh, ja, natuurlijk … Maar hoe moet het dan als je toch binnen moet, om er bijvoorbeeld fruit uit te halen? ‘Wel, dan zetten we eerst de deuren een tijdje open en zetten we de ventilatie aan om weer zuurstof binnen te laten. En dan pas gaan we zelf binnen.’ Danny legt me uit dat elke fruitsoort een eigen ideale temperatuur heeft om bewaard te worden. Die hangt af van het suikergehalte van het fruit. Peren moeten nog wat koeler bewaard worden dan appels want die bevatten nog meer suikers. Sommige peren worden zelfs onder vriestemperatuur bewaard! ‘Dus niet zomaar alles snel de koelruimte in, en daarmee afgelopen! Nee, ook het fruit goed bewaren is een kunst op zich.’

22


Iedereen bio En dan komt de beloning: we gaan buiten op het bankje zitten in het warme herfstzonnetje en Danny schenkt een glaasje appelsap in. Dat smaakt overheerlijk. Het is tijd voor de laatste vraagjes.

Is het moeilijk om bioboer te worden? ‘Dertig jaar geleden zou ik zeker ja hebben gezegd: toen was het erg moeilijk. Nu: niet meer. Daarom vind ik het ook belangrijk om dit aan jonge mensen te vertellen. We hebben veel bijgeleerd en er is veel steun vanuit de wetenschap. Je kunt nu op ecologische wijze aan land- en tuinbouw doen en er nog goed van leven ook.’ In 2015 werd Danny in het Europees Parlement uitgenodigd om er te gaan praten over biologisch telen. Daar heeft hij uitgelegd dat het perfect mogelijk is om een gezond bedrijf te hebben met gezonde producten. ‘We weten nu al heel goed dat pesticiden tientallen jaren lang in de bodem achterblijven en we moeten ons echt bewust zijn van het feit dat we op die manier de aarde vernielen. Gezond moet echt gezond zijn, voor iedereen: de mensen, de insecten, de planten, de bodem.’

23


Toch is Danny geen man van grote woorden: ‘Ik ben biologisch beginnen te werken omdat ik goed voor mezelf wilde zorgen. Ik voel me geen wereldverbeteraar hoor, nee, dit is gewoon wat ik doe. Net zoals jij schrijft.’ Boeken kun je niet eten. De blozende appel die ik bij het afscheid krijg, wel! Ik neem er meteen een flinke hap uit. Dat smaakt …

24


Hoewel de zon pas aan de horizon is verschenen, is het een drukte van jewelste in de boomgaard van bioboer Danny Billens. Neem je ook een kijkje?

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 5. ISBN 978 90 486 2536 9 Bestelnummer 60 1021 497 KB D/2016/0147/105 NUR 191 Foto’s: Danny Billens Bewerking foto’s: Aaron Van Lierde Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 625369

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - 5e leerjaar - Kijker 2 - Thema 8 - N3 - Bioblij by die Keure - Issuu