Skip to main content

Verrekijkerbieb - 5e leerjaar - Kijker 2 - Thema 7 - N3 - Friese paarden

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Friese paarden Tine Mortier

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 5

2


Friese paarden

1


Paardenmeisje Hei daar! Mijn naam is Zoë en ik ben twaalf jaar. Ik ben wat je noemt een ‘paardenmeisje’: ik ben namelijk stapelgek op paarden. Paarden zijn de meest fantastische dieren die er bestaan. Ze zijn lief, mooi en verstandig. En daarnaast zijn ze ook nog eens sterk en gevoelig, je kunt er heerlijk op rijden en ze begrijpen alles wat je tegen ze zegt. Geef toe, een mooier dier is er toch niet te vinden? Elk vrij moment probeer ik bij paarden door te brengen. Zelf hebben we helaas geen plaats om een paard bij ons thuis te houden. Onze tuin is ongeveer een zakdoek groot. Maar dat geeft niet. Mijn buren een stukje verderop in de straat hebben twee prachtige paarden en daar ga ik zoveel mogelijk naartoe. Mijn huiswerk heb ik altijd op een half uurtje af, zodat ik naar de paarden kan vertrekken. Ik help bij het voederen, ik kam ze en verzorg hun hoeven. En ik ga ook vaak rijden. Dat kan ik al goed. Ik volgde een paar jaar les op de manege1. Maar nu is dat niet meer nodig. Ik heb alles geleerd wat ik moest leren. Nu ga ik gewoon naar de boerderij, zadel mijn paard (het is niet echt het mijne, maar toch bijna!) en maak een ritje.

2


En ik heb geluk: de buren hebben Friese paarden! Van alle paarden vind ik die het mooist. Ze zijn gitzwart en hebben het liefste karakter dat er bestaat. En ze hebben ook nog eens een bijzondere geschiedenis. Over die Friese paarden wil ik jullie in dit boek graag het een en ander vertellen. Wedden dat je tegen het einde van dit boek even gek bent op Friezen als ik? Veel plezier ermee! © Nanne Nicolai

3


Fryslân en de Fryske Hynders Ja, je leest het goed. En neen, dat is geen Latijn. Het is Fries, een taal die in het noorden van Nederland gesproken wordt. En het betekent simpelweg: Friesland en de Friese paarden. Friese paarden komen uit Friesland. Dat is nogal logisch, nietwaar? Dus is het ook niet meer dan normaal dat ik je daar wat meer over vertel. Friesland (of officieel: Fryslân) is een provincie helemaal in het noorden van Nederland. Hier zo ongeveer:

4


In Friesland wordt niet alleen Nederlands gesproken, maar ook Fries (Frysk). Dat is een officiële landstaal die meer dan 1.500 jaar oud is. Van alle inwoners van de provincie spreekt 74% die taal, en er zijn ook nog een hoop dialecten. Het Fries lijkt wel wat op het Nederlands, maar makkelijk is het niet. Dat zie je al wanneer je naar de namen van sommige gemeenten kijkt. Of vind jij Smallingerland, Littenseradiel en Tytsjerksteradiel misschien niet moeilijk om uit te spreken? Echte tongbrekers zijn het! Als je niet oppast, ga je ervan spugen. Friesland is de grootste provincie van Nederland en volgens sommigen ook de mooiste. En dat zou wel eens waar kunnen zijn: het is een prachtige, groene provincie met hele mooie dorpen en steden.

5


Er zijn honderden kilometers waterwegen: stromen, rivieren, meren, beken, grachten en noem maar op. Op de meeste daarvan kan je varen. Met een sloep, een kano of een zeilbootje. Maar als je echt sportief wilt doen, dan ga je natuurlijk voor een waterfiets, voor waterskiën of voor kitesurfen. Je moet er best veel lef voor hebben en volgens mij ook erg sterke armen, maar het ziet er heel cool uit.

6


En dat is nog niet alles! Er zijn nog wel meer sporten die als typisch Fries beschouwd worden. Eerst en vooral is er het kaatsen, een spel tussen twee ploegen van drie spelers op een groot grasveld. De regels van het spel zijn tamelijk ingewikkeld en ik snap er eerlijk gezegd niks van. Maar volgens de Friezen is het simpel: je moet met je handpalm hard op de bal slaan, zodat de andere ploeg hem niet kan raken. Je zou het dus als een voorloper van tennis kunnen zien, maar dan een stukje moeilijker en zonder racket. Daarnaast is er ook het fierljeppen. Dat is polsstokverspringen, waarbij je met een lange stok zo ver mogelijk over een sloot moet springen. Het is dus niet hetzelfde als polsstok(hoog) springen! Want bij het fierljeppen mag je zo hoog mogelijk op je stok klimmen, en dat mag bij het gewone polsstokspringen niet. Vroeger was fierljeppen niet echt een sport, maar een vervoermiddel. De Friezen hadden die stokken gewoon nodig om ergens te raken, met al die sloten en grachten!

© Wikimedia Commons gemaakt door Theun onder licentie CC-BY-SA 3.0

7


Ook de bekendste schaatswedstrijd ter wereld, de Elfstedentocht, is van Friesland. Wanneer het heel hard vriest en alle waterwegen bevroren zijn, wordt de schaatstocht van 200 kilometer georganiseerd langs deze steden: Leeuwarden, Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindeloopen, Workum, Bolsward, Harlingen, Franeker en Dokkum. De laatste keer dat de wedstrijd kon doorgaan was in 1997. Want het is natuurlijk niet elke winter koud genoeg. En tot slot is er nog de paardensport. De mensen uit Friesland zijn heel trots op hun paarden – en terecht! Het zijn dan ook prachtige dieren, die zich heel goed lenen voor een mooie show. Zo worden ze gebruikt bij de inhuldiging van schaatskampioenen. De winnaars van de schaatswedstrijd in Heerenveen (een stad in het zuiden van Friesland) worden rondgereden in een arrenslee2 met Friese paarden ervoor. Dat is een hele eer.

8


© Nanne Nicolai

Een paard met geschiedenis Nu denk je misschien: ach. Waar maak je zo’n drukte om? Friezen zijn toch gewoon een paardenras als elk ander? Euh… Nee. Friezen zijn veel meer dan dat! Ze zijn het oudste ras van Nederland. Volgens sommige wetenschappers bestond het ras al 3.000 jaar geleden, hoewel het er toen nog niet helemaal hetzelfde uitzag als de Friezen die we nu kennen. Zoals ze er nu uitzien, bestaan de Friese paarden al van in de 13e eeuw, dus dat is al meer dan 800 jaar. Zelfs de Romeinen waren al dol op Friezen. Ze namen de paarden mee om te vechten op hun veldtochten tot in Engeland. Ook de ridders in de middeleeuwen gebruikten ze vaak als krijgspaard. Dat is omdat Friese paarden erg betrouwbaar zijn, goed opgeleid kunnen worden en zich niet zo snel bang laten maken.

9


Want geef toe: je wilt liever niet dat je paard er midden in de strijd vandoor gaat. Of toch niet zonder jou … Gelukkig voor de Friezen werden ze niet alleen als oorlogspaarden gebruikt. In het begin werden ze vooral als werkpaard gekweekt voor op de boerderij. Tijdens de week moesten ze zwaar werk doen, zoals de ploeg3 trekken op het land. Op zondag werden ze dan voor de koets gespannen en reden ze de familie naar de kerk. Op speciale gelegenheden en feesten gebeurt dat nog steeds in Friesland. Dan worden de paarden ingespannen en gaan ze een ritje maken met de ‘sjees’: een kar met een bak waarop één of twee mensen kunnen zitten. Meestal is de sjees erg mooi versierd met schilderijtjes en houtsnijwerk. Voor de wedstrijden of shows moeten de berijders ook speciale kleren aantrekken, net zoals vroeger. Dat is de Friese klederdracht. De mannen dragen een wit hemd met een zwart kostuum en een zwarte hoed. En de vrouwen kleden zich in een lange jurk met een witte kanten sjaal en een muts. Bovendien zijn Friese paarden heuse filmsterren! Zoek het maar eens op. Je kunt Friezen bewonderen in de films ‘Alexander’ (over Alexander de Grote), in ‘The Mask of Zorro’ en in ‘The Chronicles of Narnia’. In ‘Clash of the Titans’ spelen er zelfs twee Friezen mee: elk om beurt spelen ze Pegasus, een paard met vleugels.

10


Pure schoonheid Friese paarden zijn vooral bekend omdat ze ongelofelijk mooi zijn: glanzend zwart, groot en elegant. Zelfs wie niets van paarden afweet, ziet meteen dat dit een uitzonderlijk mooi dier is. Daarnaast hebben ze ook nog eens lange, golvende manen en soms is zelfs hun staart gekruld. Aan hun benen hebben ze een soort laarsjes: dat noemen we een vetlok. Als een Fries aan het draven gaat, dan wapperen zijn manen en zijn vetlok in de wind. Echte Friezen zijn volledig zwart, zonder tekeningetjes. Heel soms kan er een keertje een bruine Fries worden gevonden, maar dat is echt ontzettend zeldzaam. © Nanne Nicolai

11


© Nanne Nicolai

Friese paarden worden gemiddeld 1,55 meter tot 1,70 meter hoog. Dat is hun stokmaat: de afstand tussen de grond en de bovenste rand van de wervelkolom, bij de schouder. Paarden worden altijd gemeten op schofthoogte of schouderhoogte. De reden daarvoor is dat de schofthoogte makkelijker te meten is dan de hoogte van het hoofd. Nogal logisch: een paard staat toch niet altijd in dezelfde houding? Misschien heeft je paard net geen zin om op te kijken wanneer jij het wilt gaan meten. Dan heb je dus een probleem. Of je moet een wortel boven zijn hoofd houden. Dan lukt het misschien wel. (Wist je dat trouwens? Bij paarden zeggen we altijd ‘hoofd’ in plaats van ‘kop’. En ‘benen’ in plaats van ‘poten’ en ‘mond’ in plaats van ‘bek’. Dat is omdat een paard een edel dier is. En zeker een Fries paard! Want zeg nou zelf: zo’n schatje heeft toch zeker geen bek?) 12


En nog lief op de koop toe! Dat Friese paarden uitzonderlijk mooi zijn, is dus wel duidelijk. Maar dat is niet het enige! Ze hebben ook nog eens een fantastisch karakter. De paarden zijn vriendelijk, slim en erg sociaal. Ze zijn leergierig en trouw en bovendien werken ze graag. Daardoor zijn het prima paarden om te rijden: ze houden van gezelschap, leren graag iets nieuws en vinden het niet erg om met een mens op hun rug rond te lopen. Zelfs als die mens eigenlijk nog niet zo goed kan rijden. Je kunt Friese paarden daarom zonder problemen met kinderen laten omgaan. Ze zijn lief en betrouwbaar en ze hebben heel veel geduld. Dat is nodig als je nog maar pas leert rijden. Op de foto hieronder zie je het zoontje van de buren met Jana, de merrie. Jana is een absoluut schatje om te berijden. Soms laat ze het zelfs zonder zadel toe. Gewoon zo, met een dekentje op haar rug.

13


Jana staat samen met haar halfbroer Orlando in de wei. Ze hebben een stal waar ze vrij in en uit kunnen lopen en hebben alle plek die ze maar willen om te spelen of te draven. De paarden zijn ontzettend lief en luisteren erg goed. Als je ze roept of naar ze fluit, dan antwoorden ze meteen. Echt waar! Ze hinniken en komen aangelopen om te zien of je iets lekkers bij je hebt. Of gewoon om dag te zeggen en geaaid te worden. Ze zijn dol op knuffelen! De kinderen van de buren helpen ook met het verzorgen van de paarden. Ze vinden het leuk om ze te voeren, vooral in de winter, wanneer er geen gras te vinden is. Dan nemen ze wortels mee en stukjes appel. Ook de paarden vinden het prettig. Al moet je natuurlijk altijd een beetje opletten, want soms vinden ze je muts nog net iets lekkerder dan de wortel!

14


Wat staat er op het menu? In het wild is een paard ongeveer 15 uur per dag in de weer met rondzwerven en zoeken naar voedsel. Wilde paarden staan namelijk niet in een mooie weide vol lekker gras, maar lopen vrij door de natuur. Vaak leven ze in gebieden waar niet zo veel gras groeit en eten ze ook takken en struiken. De meeste paarden bij ons zijn natuurlijk niet wild. Ze leven in een weide en staan vaak op stal. Voor deze paarden is ruwvoer het belangrijkste onderdeel van hun menu. Dat bestaat uit gras of hooi. Daarnaast krijgen ze ook krachtvoer: mengvoer of brokken, waarin verschillende dingen verwerkt zitten, zoals zemelen4 en granen.

15


Daarnaast zijn paarden dol op groenten en fruit. Ze houden vooral van appels en wortels, liefst in grote brokken, zodat ze lekker kunnen kauwen. In de natuur eten ze ook gewoon onkruid, boombladeren en schors. Daarin zitten vitamines die ze nodig hebben. En bovendien vinden ze het ook lekker. Jij eet toch ook niet graag elke dag drie keer dezelfde boterham met hetzelfde beleg? Het is heel belangrijk dat het gras in de weide regelmatig onderhouden wordt en dat er geen giftige planten in staan. Dit zijn de planten die je zeker uit de buurt van paarden moet houden: • Eik • Varen • Jakobskruiskruid • Rododendron • Taxus • Klimop De buurman heeft mij alles over die planten geleerd. Ik help dan ook graag bij het controleren van de weide. Stel je voor dat een van de Friezen ziek zou worden. Ik mag er niet aan denken! Daarom checken we in de lente en de zomer minstens één keer per maand het terrein. Dan trekken we onze laarzen aan en lopen de hele weide af. En alle giftige en gevaarlijke planten gaan er onmiddellijk uit! Daarnaast mogen we zeker het drinken niet vergeten! Een paard heeft gemiddeld 25 tot 70 liter water nodig per dag. Dat haalt het voor een stuk uit de voeding, maar het heeft ook vers, fris water nodig.

16


De Friezen van de buren hebben daarvoor een oude badkuip, waar water uit een regenton in komt. Maar als het een lange tijd niet regent, dan moeten we sleuren: emmer voor emmer moet het water door de weide naar de badkuip gedragen worden. Pfffff. Zwaar hoor! Aan het einde van zo’n dag voelen mijn armen altijd tien centimeter langer dan normaal. Dan lijk ik wel een slingeraap.

Een dak boven je hoofd Mensen denken vaak dat een paard in de winter altijd op stal moet. Omdat het anders kou heeft. Of dat het een dekentje om moet zodra het begint te vriezen. Dat is helemaal niet zo. Paarden kunnen ontzettend goed tegen de kou. In de herfst krijgen ze een extra dikke vacht, zodat ze de hele winter lang lekker warm blijven. En in de lente valt al dat haar weer uit. Zo hebben ze het in de zomer koel. Ze hebben dus eigenlijk een soort van eigen airco-systeem. Is dat niet handig? Stel je voor dat mensen dat ook zouden hebben. Dan hadden we nooit een winterjas meer nodig! Er zijn ook goede redenen waarom een paard beter niet te vaak op stal staat. Ik som ze even voor je op: • Paarden houden heel erg van beweging en horen niet langer dan een uur lang stil te staan. In een stal is dat vaak een pak meer. • Paarden zijn sociale dieren. Ze hebben contact nodig met andere paarden en in een stal is dat niet altijd mogelijk.

17


• Paarden hebben geen dag- en nachtritme zoals wij. Zij slapen, eten én bewegen zowel overdag als ’s nachts. Als ze de hele nacht op stal staan, vinden ze dat best vervelend. En dan gaan ze soms dingen doen die je liever niet wilt, zoals luchtzuigen5 , kribbebijten6 of weven7. Dat noemen we een ‘stalgebrek’8. • Bovendien zoeken paarden in het wild ook geen nest of een grot om te slapen. Dat doen ze in de open vlakte. Een stal is dus eigenlijk iets tegennatuurlijks voor een paard. Wat paarden écht nodig hebben is geen stal, maar een goede beschutting. Zowel in de zomer als in de winter. Wanneer het warm is, moeten ze kunnen schuilen voor de zon en voor vervelende insecten. En wanneer het koud is, zoeken ze bescherming tegen regen en wind. In het wild maken ze daarvoor gebruik van bomen en struiken. Voor een paard dat in de weide staat, is het eigenlijk net hetzelfde. Het moet uit de zon en de regen kunnen schuilen en ook uit de wind. Daarom is een goede schuilstal een prima oplossing. Dat is een stal met een dak en twee of drie zijwanden. Niet helemaal gesloten dus, zodat de paarden er vrij in en uit kunnen lopen. Op die manier hebben ze nooit het gevoel dat ze opgesloten zijn.

18


Dressuur Dressuur? Ja. Vreemd woord, hé? Mij doet het denken aan een sausje voor bij de sla. (Dat heet dressing, dus het lijkt er wel een beetje op). Maar dat is het dus niet! Dressuur zou je kunnen omschrijven als een soort gymnastiek voor paarden. De dieren leren daarbij om een ruiter te dragen en gehoorzaam te zijn. Want dat gaat niet zomaar vanzelf. © Nanne Nicolai

19


Maar niet alleen het paard leert dressuur, ook de ruiter. Die moet leren om op het paard te zitten zonder het dier lastig te vallen of te storen in zijn bewegingen. Hij moet tegelijkertijd het paard kunnen leiden. Anders is het paard de baas, en niet de ruiter. En dat is uiteraard niet de bedoeling! Paarden zijn eigenlijk niet gebouwd om mensen te dragen. Meer nog: wilde paarden kun je niet berijden. Dat is omdat een paard een prooidier is. Andere dieren jagen erop, om ze op te eten. Heb je al eens gezien hoe een leeuw een zebra aanvalt? Dan snap je vast wel waarom een paard liever niet heeft dat er iemand op zijn rug gaat zitten. Als er een ander dier op je rug springt (tja, mensen zijn nu eenmaal ook dieren!) heeft het meestal niet zulke goede bedoelingen… Zowel het paard als de ruiter moeten dus leren om met elkaar om te gaan. En daar gaat het precies om bij de dressuur. Dressuur is dus de basis van de paardensport. Het is pas wanneer paard én ruiter dat onder de knie hebben, dat ze verder kunnen. Daar komt flink wat training bij kijken, en er bestaan dan ook heel wat wedstrijden voor. Die zijn erg mooi om naar te kijken. Friese paarden zijn erg geschikt voor dressuur, omdat ze zo nieuwsgierig zijn naar nieuwe dingen. En ze leren heel snel! Ze worden zelfs gebruikt als hogeschoolpaard in het circus en voor shows.

20


© Nanne Nicolai

21


Wist je dat … … paarden communiceren met hun gezicht, net als mensen? Je kunt dus aan de uitdrukking op hun gezicht zien of ze boos zijn of blij, bang of verdrietig. … Friese paarden de neiging hebben om te verdikken? Je kunt ze daarom beter in een kale wei zetten. Dat is beter voor hun lijn! … een paard in het wild ontzettend veel afstand aflegt? Het loopt per dag gemiddeld wel 16 tot 32 kilometer. Als ik dat zou doen, dan hing mijn tong tot op mijn knieën! … Friese paarden altijd zwart zijn, maar heel soms ook bruin? Ze kunnen namelijk verkleuren, wanneer ze hele dagen buiten zijn en veel zweten. … paarden alleen maar ademen door hun neus, en niet door hun mond? … Friese paarden zich ongeveer overal ter wereld thuis voelen? Ze kunnen bijna elk klimaat aan. … de voorste benen van een paard niet even lang zijn? Aan de ene kant zijn ze korter dan aan de andere kant. Je kunt zien welk been het kortste is door te kijken naar waar de manen vallen. Dat is de kant van het kortste voorbeen.

22


… Friese paarden tot de zwaarste paardensoorten behoren? Ze kunnen tot 900 kilo wegen! … paarden staand kunnen slapen? En ze vallen heus niet om! Dat is omdat ze de gewrichten van hun poten ‘op slot’ kunnen doen. © Nanne Nicolai

23


Woorduitleg 1 2 3 4 5

manege = school waar je kunt leren paardrijden arrenslee = door paarden voortgetrokken slee ploeg = landbouwwerktuig om de grond om te woelen zemelen = vliesjes om een graankorrel luchtzuigen = wanneer een paard zijn nekspieren opspant en lucht naar binnen zuigt 6 kribbebijten = wanneer een paard aan alle houten randen knaagt die het kan vinden 7 weven = wanneer een paard heen en weer wiegt, door afwisselend van zijn ene op zijn andere voorbeen te gaan staan. Het paard zwaait hierbij vaak ook zijn hoofd heen en weer. 8 stalgebrek = ook wel ‘stalondeugd’ genoemd. Maar het heeft niets te maken met ondeugend zijn! Een stalgebrek is het gedrag dat een paard vertoont wanneer het zich verveelt of last heeft van stress.

24


Van alle paarden vind ik Friese paarden het mooist. Ze zijn gitzwart en hebben het liefste karakter dat er bestaat. En ze hebben ook nog eens een bijzondere geschiedenis. Over hen wil ik jullie in dit boek graag het een en ander vertellen. Wedden dat je tegen het einde van dit boek even gek bent op Friezen als ik? Veel plezier ermee!

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 5. ISBN 978 90 486 2536 9 Bestelnummer 60 1021 497 KB D/2016/0147/105 NUR 191 Foto’s: Tine Mortier, Nanne Nicolai, Shutterstock Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 625369

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - 5e leerjaar - Kijker 2 - Thema 7 - N3 - Friese paarden by die Keure - Issuu