ucatieve uitgaven
BIEB
In de ruimte Joshua Kint
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 4
8
In de ruimte
Inleiding Heb je jezelf ooit al betrapt terwijl je naar de hemel aan het staren was op een heldere avond? Vol bewondering kijkend naar een lucht die als een donker laken over de wereld is gedekt? Ongetwijfeld wel! Want er is ontzettend veel om naar te kijken. Misschien merkte je al eens een vallende ster op? Of heel misschien zag je al eens het internationaal ruimtestation ISS passeren? En wie weet … kijkt er ergens heel ver hiervandaan iemand terug naar jou. Het heelal zit vol met verhalen. Verstopt in miljarden sterrenstelsels met elk miljoenen of miljarden sterren. Hoe groot het precies is? Dat kan niemand met zekerheid zeggen. Wat wel zeker is, is dat het heelal zich blijft uitbreiden. Zelfs terwijl je dit leest. Vergelijk het met een druppel water of inkt die je op een stuk keukenpapier laat vallen. Zoals je opmerkt, wordt de vlek groter en groter. Stel je nu voor dat het heelal die vlek is die eindeloos blijft uitbreiden. Dan heb je al een klein idee over hoe onmetelijk groot het wel is daarboven. Hoe ontstond het heelal precies? Misschien was er ook iemand die ergens een druppel of een vlek maakte waarvan wij nu allemaal deel uitmaken … Volgens wetenschappers begon het allemaal veertien miljard jaar geleden met de oerknal. 1
2
Het ontstaan De oerknal Zo’n 14 miljard jaar geleden zat het heelal in een heet en zwaar belletje dat duizenden keren kleiner was dan deze letter ‘o’. Plots ontplofte het. Het kleine belletje werd onmetelijk groot. Sindsdien bestaan tijd, ruimte en materie1. Net na de ontploffing was alles heel erg warm. Miljoenen jaren later koelde het af waardoor er sterren en sterrenstelsels ontstonden. Grappig om te weten is dat de oerknal geen enkel geluid maakte. Geluid ontstaat doordat trillingen ergens tegen botsen. Maar voor de oerknal was er nog helemaal niets waar die trillingen tegen konden botsen. Er was zelfs nog geen mens zoals jij of ik om door te vertellen dat die knal echt is gebeurd. Maar hoe weten we het dan? Alleszins niet met behulp van een teletijdmachine waarmee we door de tijd reizen zoals stripfiguren dat doen. Het enige bewijs dat wetenschappers hebben, is een zwakke gloed in de ruimte die ze kunnen onderzoeken met telescopen2. Vergelijk het heelal met een plas water waar je een steentje ingooit. Het steentje maakt rimpels in het water. Aan de hand van die rimpels kun je zien dat er iets is gebeurd. Het heelal heeft ook van die ‘rimpels’.
3
Leven op aarde Ongeveer 3800 miljoen jaar geleden begon het leven op aarde. De aarde is de enige planeet die we kennen waar we alles hebben om te kunnen leven. Maar hoe kwam dat leven er? 3800 miljoen jaar geleden regende het kometen en meteorieten op aarde. Onze planeet bestond toen vooral uit water. Vandaar dat wetenschappers denken dat het eerste leven onder water begon, met wat hulp van materiaal die door die kometen en meteorieten werden meegebracht. In de zee had je toen ook geen dodelijke gassen waardoor leven mogelijk werd.
4
Buitenaards leven Vroeg je je ooit al eens af of er ruimtewezens bestaan? Met ogen zo groot als tennisballen en vingers die lijken op frikandellen? Je fantaseerde er vast wel eens over. Het is nog niet bewezen dat er buitenaards leven is in ons heelal, maar die kans is zeker mogelijk. En misschien lijken die ‘ruimtewezens’ wel meer op jou en je klasgenoten dan je denkt. Onze planeet is de enige plaats in ons zonnestelsel waar grote oceanen voorkomen. Zonder water zou er geen leven mogelijk zijn op aarde. Ook de temperatuur is net goed om te overleven, omdat er net voldoende afstand is tussen onze planeet en de zon. Op Venus is het bijvoorbeeld veel te heet om te overleven. Mars staat dan weer verder van de zon, waardoor het er te koud is. Om leven te bespeuren, moeten wetenschappers dus op zoek gaan naar planeten met voldoende water en de juiste temperatuur. Ook gassen zoals zuurstof en methaan zijn belangrijke tekens. Want levende wezens produceren die gassen. Er wordt gedacht dat er vroeger leven was op Mars. De planeet was vroeger warmer en natter dan nu. Op foto’s is te zien dat er grote geulen zijn op Mars. Zoals droge rivierbeddingen. Misschien is er ooit leven op Mars geweest miljarden jaren geleden.
5
De Melkweg Het klinkt alsof het een attractie in een pretpark is, maar eigenlijk is de Melkweg het spiraalvormige sterrenstelsel waarin we leven. In een van die spiralen of armen ligt ons zonnestelsel met de planeet aarde, de zon en de andere planeten. Eens in de 200 miljoen jaar draait de Melkweg rond. Het bestaat uit stof, gas en minstens honderd miljard sterren! Door de grote hoeveelheid stof- en gaswolken, is het midden van de Melkweg heel moeilijk te zien. Volgens wetenschappers komt dat door een gigantisch zwart gat dat alles opslokt wat te dicht komt. Ons melkwegstelsel maakt deel uit van een supercluster waarin er nog meer dan 100.000 andere melkwegen zoals de onze zijn. Die cluster heet Laniakea, wat Hawaïaans is voor ‘immense hemel’. Begin je al duizelig te worden? Vergelijk dan de supercluster met een grote zolder waarin heel veel kasten (melkwegstelsels) staan. In die kasten zitten veel dozen (zonnestelsels). In die dozen zitten er ook nog eens heel wat kleinere potjes (planeten). Wij wonen in zo’n klein potje waarop een etiket met ‘aarde’ gekleefd is.
6
Ons zonnestelstel De zon Ons zonnestelsel telt acht planeten: Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. De zon telt niet mee, want die is geen planeet maar een ster. Dat komt omdat de zon een enorme bol superheet gas is. Mocht je de wens hebben om ooit op vakantie te gaan naar de zon, kun je die nu wel laten varen. In de kern van de zon bedraagt de temperatuur 15 miljoen graden Celsius. Net iets te heet onder de voeten, niet? De zon is de ster die het dichtst bij de aarde staat. Dankzij de zon hebben we licht en warmte. Maar ze straalt ook ultraviolet licht uit, wat ervoor kan zorgen dat je snel verbrandt als je je niet voldoende insmeert. Als je door je raam naar de opgaande zon kijkt ’s morgens, lijkt het wel alsof ze piepklein is. Dat lijkt alleen maar zo omdat de zon ongeveer 150 miljoen kilometer van de aarde ligt. De aarde past zelfs meer dan een miljoen keer in de zon! De rotsachtige (of aardse) planeten Mercurius, Venus, de aarde en Mars staan het dichtst bij de zon. Verder liggen de gasplaneten (of gasreuzen) Jupiter en Saturnus en nog verder vind je de ijsreuzen terug: Uranus en Neptunus. Ook zijn er nog veel kleinere dwergplaneten zoals Pluto.
7
De maan De maan is geen planeet en ook geen ster. Het draait al meer dan vier miljard jaar rond de aarde. Sommige wetenschappers denken dat de maan ooit een deel was van de aarde. Stel je voor! Dan konden we op vakantie naar de maan. De meeste wetenschappers zijn ervan overtuigd dat er ooit een botsing was tussen een zwervende planeet en de aarde. Daarbij zou er heel wat materiaal in de ruimte zijn gekomen, waaruit de maan is ontstaan. Wist je dat je trouwens niets hebt aan een kompas op de maan? Dat komt omdat er geen magnetisch veld is.
8
Mercurius De planeet die het dichtst bij de zon staat, is Mercurius. Daarom is het moeilijk om hem aan de hemel terug te vinden. Mercurius heeft een rotsachtig oppervlak en is achttien keer kleiner dan de aarde. De planeet lijkt sterk op de maan omdat de oppervlakte bezaaid is met inslagkraters. Er is geen water te vinden. Omdat Mercurius zo dicht bij de zon ligt, wordt het daar heel warm overdag met een temperatuur die kan stijgen tot 450 graden. ’s Nachts kan het heel koud worden, tot wel 180 graden onder nul. ‘Mercurius’ is genoemd naar de gevleugelde boodschapper van de Romeinse goden. Vier miljard jaar geleden was er een natuurramp. De planeet kwam in botsing met een meteoriet van wel 150 kilometer groot waardoor er een reusachtig gat ontstond.
MERCURIUS Afstand van de zon: 58.000.000 km Dagduur: 175,9 aarddagen Jaarduur: 88 aarddagen
0 ringen 0 manen
TYPE: AARDS
9
Venus Venus is ‘s nachts de meest heldere planeet na de maan. Dat komt omdat er veel bewolking is. Die bewolking kaatst veel van het zonlicht terug. Venus lijkt sterk op de aarde, omdat ze ongeveer even groot is en bestaat uit hetzelfde rotsmateriaal. Venus is zelfs nog heter dan Mercurius. Het kan er tot 465 graden Celsius worden. Daarmee is Venus de warmste planeet van ons zonnestelsel. Op de oppervlakte zijn er wel duizenden vulkanen te vinden. De naam ‘Venus’ is afkomstig van de Romeinse godin van de liefde. Als je verliefd bent, zegt men soms dat je ‘in vuur en vlam’ staat. Dat is zeker het geval bij deze planeet!
VENUS Afstand van de zon: 108.000.000 km Dagduur: 117 aarddagen Jaarduur: 225 aarddagen
0 ringen 0 manen
10
TYPE: AARDS
Aarde De meest wonderlijke planeet is misschien de planeet waarop jij je nu bevindt als je dit boekje leest. De aarde is de enige planeet met lucht, oceanen en leven. De oppervlakte van de aarde bestaat vooral uit water. Wel meer dan 70 procent! Er leven meer dan 7 miljard mensen op aarde. In het centrum van de aarde bedraagt de temperatuur 5.000 à 6.000 graden Celsius. Gelukkig worden we tegen die hitte beschermd door een dikke aardkorst. Voel je je trouwens niet duizelig? Want de aarde reist met 107.200 kilometer per uur door het heelal in een cirkelvormige baan rond de zon! Het duurt 365 dagen (een volledig jaar) voordat de aarde volledig om de zon is gedraaid. Op de aarde zijn er zeven werelddelen: Europa, Azië, Afrika, Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Antarctica en Oceanië.
AARDE Afstand van de zon: 150.000.000 km Dagduur: 24 aarduren Jaarduur: 365,2 aarddagen
0 ringen 1 maan
TYPE: AARDS
11
Mars Mars staat bekend als ‘de rode planeet’, omdat hij een oranje-rode kleur heeft. Dat komt omdat er heel wat rotsen op Mars roest bevatten, waardoor de planeet er roestkleurig uitziet. De Romeinen hebben de planeet naar hun oorlogsgod genoemd. Op het eerste gezicht zou je denken dat het lekker warm is op deze planeet. Mis! De gemiddelde temperatuur is er 63 graden Celsius onder nul. Net zoals de winters op Antarctica. De hoogste vulkaan van ons zonnestelsel bevindt zich op Mars en heet Olympus Mons. De vulkaan steekt wel 22 km boven de oppervlakte uit. Tegenwoordig is Mars droog en stoffig, maar wetenschappers hebben ontdekt dat er ooit water te vinden was. Ooit willen wetenschappers een basis op Mars oprichten, zodat mensen daar kunnen wonen.
MARS Afstand van de zon: 228.000.000 km Dagduur: 24,6 aarduren Jaarduur: 687 aarddagen
0 ringen 2 manen 12
TYPE: AARDS
Jupiter De allergrootste planeet van ons zonnestelsel is Jupiter. Het is zelfs groter en zwaarder dan alle andere planten samen! Het is er heel erg koud. Rond 145 graden Celsius onder nul. Benieuwd om Jupiter met je eigen ogen te zien? Dat kan. Om de dertien maanden komt hij dichter bij de aarde. ’s Nachts is Jupiter dan goed te zien. De planeet heeft geen vaste oppervlakte. Jupiter is een grote gasbal. Als je met een telescoop ernaar kijkt, zul je een grote rode vlek opmerken. Precies een oog! Op die plaats is er een enorme storm over een gebied groter dan de aarde. Dat duurt nu al langer dan driehonderd jaar. Soms klagen we als het hier twee minuten regent, gelukkig wonen we niet in die vlek! Jupiter is ook de planeet met de meeste manen. Er zijn er ondertussen 67 gekend.
JUPITER Afstand van de zon: 778.000.000 km Dagduur: 9,9 aarduren Jaarduur: 11,8 aardjaren
3 ringen 67 manen
TYPE: GASREUS
13
Saturnus Saturnus staat vooral bekend om zijn ringen. Die bestaan uit ijsklompjes, steentjes en stofdeeltjes. De planeet heeft een gelige kleur en bestaat volledig uit gas. Dacht je dat het bij ons aan de kust soms hard waaide? Dan moet je eens op vakantie naar Saturnus gaan, waar er winden met snelheden van 1800 kilometer per uur zijn. Saturnus heeft een maan die groter is dan de planeet Mercurius. Die maan heet Titan. Het is de enige in ons zonnestelsel met een atmosfeer3.
SATURNUS Afstand van de zon: 1.400.000.000 km Dagduur: 10,5 aarduren Jaarduur: 29,4 aardjaren
7 ringen 62 manen
14
TYPE: GASREUS
Uranus Uranus heeft de koudste atmosfeer van alle planeten in het zonnestelsel. Het is er bijna vier keer zo koud als op de Noordpool. De temperatuur kan er zakken tot 224 graden Celsius onder nul. In de planeet bevindt er zich een vaste kern van rots en ijs. De blauwe kleur van de planeet wordt veroorzaakt door methaangas4. Bij Uranus zijn er 27 vrij kleine manen gekend. De grootste twee heten Titania en Oberon. Samen met Neptunus bestaat de planeet uit andere gassen dan Jupiter en Saturnus. Daarom staan Uranus en Neptunus bekend als ijsreuzen.
URANUS Afstand van de zon: 2.900.000.000 km Dagduur: 17 aarduren Jaarduur: 84 aardjaren
13 ringen 27 manen
TYPE: IJSREUS
15
Neptunus Neptunus is een bijna identieke tweeling van Uranus en wordt ook een ijsreus genoemd. De planeet is 57 keer zo groot als de aarde. De krachtigste winden van heel het zonnestelsel waaien op Neptunus. Probeer je maar eens een windsnelheid van 2100 kilometer per uur voor te stellen. Dat is ongeveer zeven keer sneller dan een hogesnelheidstrein.
NEPTUNUS Afstand van de zon: 4.500.000.000 km Dagduur: 16 aarduren Jaarduur: 165 aarddagen
6 ringen 14 manen
16
TYPE: IJSREUS
Dwergplaneten Naast de eerder besproken planeten zijn er ook nog kleinere planeten of dwergplaneten. In 2006 maakten enkele sterrenkundigen afspraken rond de verschillen tussen een ‘gewone’ planeet en een dwergplaneet. Volgens wetenschappers moeten dwergplaneten ook een eigen baan rond de zon draaien. Ze moeten ook de vorm van een bol hebben, die ontstaan is door de eigen aantrekkingskracht. Een van de bekendste dwergplaneten is Pluto. Die planeet doet er 248 jaar over om rond de zon te draaien. Heel lang werd Pluto gezien als een volwaardige planeet. Maar sinds 2006 behoort Pluto ook tot het rijtje dwergplaneten. Andere dwergplaneten zijn onder andere Ceres en Eris.
PLUTO Afstand van de zon: 5.900.000.000 km Dagduur: 6,5 aarddagen Jaarduur: 248 aardjaren
0 ringen 5 manen
TYPE: DWERGPLANEET
17
Mars
Mercurius Aarde Venus
18
Pluto
Saturnus
Neptunus
Jupiter
Uranus
19
Ruimtereizigers Mensen kunnen niet vliegen maar ze kunnen wel in de ruimte geraken. Zo zette de Amerikaanse astronaut Neil Armstrong in 1969 als eerste mens voet op de maan. Dichter bij huis mocht de Belgische ruimtevaarder Dirk Frimout zich in 1992 de eerste Belg in de ruimte noemen. Wil je ook zoals Neil en Dirk ooit in de ruimte zweven, dan heb je heel wat doorzettingsvermogen nodig. Je begint niet zomaar van de ene dag op de andere. Voor je aan de opleiding kunt beginnen, is er heel veel studiewerk nodig. Je moet veel afweten van onder andere techniek en natuurwetenschappen. Er zijn veel astronauten die ooit als piloot begonnen. Je moet ook een talenknobbel hebben, want astronauten komen uit veel verschillende landen in Europa en moeten samenwerken met anderen uit de Verenigde Staten, Rusland en Japan. Daarom helpt het als je vlot Engels en Russisch kunt praten.
20
Zelf astronaut worden Voldoe je aan alle bovenstaande voorwaarden? Heb je nog steeds zin om zelf astronaut te worden? Dan kun je aan de voorbereidingen beginnen. Daar zijn heel veel uren training voor nodig. Eerst moet je beginnen met een basistraining van een jaar, waarin je van alles leert over ruimtetechnologie en -wetenschap en het effect van de ruimte op je lichaam. Ook moet je veel weten over de medische wereld. Als je in de ruimte ziek bent, kun je niet even snel naar de dokter om de hoek. Daarom moet je zelf voldoende kennis hebben. Daarna gaat het tweede jaar van de training in. Daar leren toekomstige astronauten meer over het internationale ruimtestation ISS. Het ruimtestation draait in een baan om de aarde met een gemiddelde snelheid van 27.700 kilometer per uur. Het wordt bemand door astronauten van verschillende landen die onderzoek uitvoeren. In 2002 verbleef er een Belg aan boord van het ISS: astronaut Frank De Winne. Misschien zag je zelf ooit al eens het ISS voorbijvliegen aan de sterrenhemel toen je laat mocht opblijven? Het is makkelijk vanaf de aarde te zien, want het vliegt amper 320 kilometer boven ons. Voor de astronauten aan hun eerste missie beginnen, moeten ze eerst via speciale vluchten leren wennen aan de gewichtloze toestand in de ruimte. Ze moeten de andere ruimtevaarders ook heel goed leren kennen. Astronauten moeten perfect kunnen samenwerken.
21
22
Wist je dat … • Laika de hond het eerste zoogdier was dat levend een baan rond de aarde maakte? Het dier ging in 1957 de ruimte in aan boord van de Spoetnik II. Hij stierf tijdens de vlucht. • de Rus Joeri Gagarin op 12 april 1961 de eerste mens in de ruimte werd? De vlucht maakt een baan rond de aarde en duurde 108 minuten van de lancering tot de landing. • als je met de auto naar de zon zou rijden, je er meer dan 170 jaar over zou doen met een snelheid van 100 km per uur? De zon ligt op ongeveer 150 miljoen km afstand van de aarde. • iemand die 60 kg weegt op aarde net geen 10 kg op de maan weegt? Omdat er weinig zwaartekracht is op de maan, is het alsof je er kunt zweven. Je zou ook heel ver en hoog kunnen springen.
23
Woorduitleg 1 materie = stof waaruit iets bestaat 2 telescoop = soort verrekijker waarmee je naar de sterren kunt kijken 3 atmosfeer = het gasvormige gedeelte rond een planeet 4 methaangas = brandbaar gas
24
Heb je jezelf ooit al betrapt terwijl je naar de hemel aan het staren was op een heldere avond? Vol bewondering kijkend naar een lucht die als een donker laken over de wereld is gedekt? Ongetwijfeld wel! Want er is ontzettend veel te zien in de ruimte.
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 4. ISBN 978 90 486 2283 2 Bestelnummer 60 1021 397 KB D/2015/0147/339 NUR 191 Foto’s: Shutterstock Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622832
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.