ucatieve uitgaven
BIEB
Wij kunnen dat zelf Ron Langenus
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 4
8
Wij kunnen dat zelf
1
Hoi! Wij zijn Kim en Kim. Tweelingen, dat had je zeker al geraden? Er zijn zeurpieten die zeggen: jullie zijn geen echte tweelingen. Jullie hebben verschillende papa’s en mama’s en een verschillende familienaam. Jullie zijn zelfs geen familie van elkaar. Dat zeggen ze dan. Nou, beste zeurpieten, wij hebben dezelfde voornaam, zijn op dezelfde dag geboren, wonen in hetzelfde huis, slapen in dezelfde kamer, zeggen tegen dezelfde mensen mama en papa en kunnen met twee touwtjespringen met één touw. En dus zijn wij tweelingen, want wij zeggen het zelf. Wij hopen dat jij geen zeurpiet bent, lezer. Als je het wel bent, dan mag je niet verder lezen en ga je maar samen met de andere zeurpieten de hele dag televisiekijken. Kim en ik zijn samen sinds de eerste kleuterklas. Daarvoor kenden we elkaar niet. Kim woonde bij haar mama en Kim bij haar mama en papa. O ja, wij schrijven dit boek samen om het jou makkelijk te maken. Anders zou je moeten lezen: ‘O-bla-die, O-bla-da,’ zei Kim. ‘Tutti Frutti,’ zei Kim.
2
Wie kan daar iets van verstaan? Kim 1 en Kim 2, daar doen wij ook niet aan. Wie is dan nummer één en wie is twee? Geen hond die het weet. Wij hebben geen hond, wel een kat. Ze heet Godzilla. Papa heeft die naam gekozen. Godzilla is ouder dan wij. Wij heten allebei Kim en daarmee basta. Tweelingen. Wij zijn gelijk. Wij praten altijd snel en door elkaar en voor elkaar en met elkaar en samen. Mama en papa zeggen dat ze er soms gek van worden, maar het is niet onze fout dat ze niet altijd gek zijn. Dat weet jij ook, want jij zit al in het vierde leerjaar. Gefeliciteerd! Met jou kunnen we goed praten. Wij praten samen tegen jou. Wij zijn het eens. Kim en ik zitten nu in de vierde klas, maar tussen de eerste kleuterklas en de vierde klas is er veel gebeurd. De mama van Kim, mijn mama dus, die wou toen ik geboren werd van geen papa weten. Ik kan dat allemaal zelf, zal ze wel gedacht hebben. Ik klaag niet hoor, ze is een prima mama, altijd geweest, dat vindt Kim ook. Mama heeft net zoveel gereedschap als papa en ze kan er flink veel lawaai mee maken. Dat gaat ons vandaag van pas komen. Het gereedschap bedoelen we, niet het lawaai, maar de schroevendraaiers, de hamers, de scharen, de boormachine, de koekjesdoos …
3
En ik, Kim, ik had een mama en een papa toen ik geboren werd, maar toen wij in de tweede kleuterklas zaten, is er iets gebeurd waar ik niet met iedereen over wil praten en toen waren alleen nog mijn papa en ik thuis. En Kim en haar mama, die waren er gelukkig ook, in hun huis dan. Mijn papa, onze papa nu, is een prima groot mens. Hij is niet stoer, maar hij is wel verlegen. Hij heeft een ijsberenpak. Mama kwam mij altijd afhalen van school en papa kwam mij altijd afhalen van school. Omdat Kim en ik beste vriendinnen voor altijd en altijd zijn, werden we tweelingen. Mama kwam ons vanaf dat we in het eerste leerjaar zaten soms beiden afhalen en anders kwam papa ons beiden afhalen. Wij speelden dan samen bij mama of papa thuis tot papa of mama Kim kwam afhalen. In het tweede leerjaar kookte mama of papa al eens voor vier en dan aten Kim en papa of mama mee. Begrijp je? Kun je ons volgen? Lees dat laatste anders nog eens, heel snel. Je moet snel leren lezen, want er zijn miljoenen boeken op de wereld. Je hebt het ene boek nog niet uit, of er heeft alweer een of andere schrijver een nieuw boek geschreven.
4
Wij wisten meteen wat we graag wilden. Nog voor mama en papa begrepen dat ze verliefd op elkaar moesten worden! Dat was wachten, meisjes en jongens. In de film gaat het véél rapper, neem dat van Kim en Kim aan. Grote mensen denken dat triest zijn en verliefd zijn iets voor grote mensen is, maar van houden van weten jullie en wij meer dan zij. Toen moesten we als huiswerk een tekening over Koning Winter maken. Kim en ik maakten samen een extra tekening en gaven die aan papa. Eindelijk trok hij zijn ijsberenpak aan. In de winter, in de sneeuw, ging hij bij de voordeur op één witte knie zitten en vroeg hij aan mama of ze met hem wilde trouwen. Als ze hun verhaal voor de honderdste keer vertellen nadat wij er voor de honderdste keer naar gevraagd hebben, doen wij telkens weer alsof wij nieuwsgierig zijn naar haar antwoord, want dat hebben ze allebei graag. Als je iemand een plezier kunt doen, moet je het niet laten, en zeker niet als het je ouders zijn. Of je kinderen. Wij wonen met vier samen nu, in een korte straat, in een niet zo groot huis met een niet zo heel grote tuin. ‘Jullie mogen ieder een eigen kamer,’ zeiden mama en papa.
5
‘Niks van,’ zeiden wij. ‘Wij willen samen op één kamer, en wij mogen zelf onze meubels kiezen en in elkaar zetten.’ ‘Maar jullie hebben ieder al een bed en een kast en een tafel en een stoel voor in jullie kamer! Het wordt veel te vol zo!’ ‘Wij hebben ab-so-luut nog een paar dingen nodig. Kleine dingen. Niet duur.’ ‘Wat dan wel?’ ‘Dat zullen we jullie tonen. Op de computer.’ ‘Bruin en wit? Dat gaat toch niet samen? Waarom drie tafeltjes? Wat gaan jullie doen met drie tafeltjes?’ Papa’s en mama’s zijn slim, maar voor sommige dingen zijn ze te oud om het te verstaan. Dat het om de wieltjes gaat bijvoorbeeld. Er gaan mooie wieltjes onder, daarom willen we dat witte tafeltje. Het gaat ons bij de bruine tafeltjes om de schilden en de surfboards en de skateboards. Dat begrijpt een kind. Ouders niet. We krijgen onze zin, zelfs zonder te huilen. Huilen kan altijd later nog, als het moet. ‘Het spijt me,’ zegt papa, ‘ijsberen kunnen niet helpen bij het ineenzetten van tafeltjes. Afbreken wel, ineenzetten niet. Ieder zijn ding.’
6
Wij hebben geen hulp nodig. Wij kunnen dat zelf. Even kijken wat we allemaal hebben. We hebben een groot, rechthoekig pak. Dat pakken we straks uit. Eerst gaan we de bruine tafeltjes in elkaar zetten. Twee tafelbladen en acht poten.
Vier poten per tafel is misschien een goed idee. Mama zegt dat we de poten goed moeten aanschroeven. Haha! Zij weet niet dat wij een beter idee hebben. Tape! Brede, doorschijnende plakband. Wij hebben een hele rol. Recht uit papa’s kast in het tuinhuis. Hij weet het nog niet, maar wij zijn heel blij met zijn geschenk. Tape is handiger om mee te werken dan spijkers en schroeven.
7
Zo! De bruine tafeltjes zijn al klaar. Even testen hoe sterk ze op hun poten staan. Probeer jij maar eerst, beste Kim. Neen, na u, mevrouw Kim. U bent te beleefd, mevrouw beste zus, na u. Nee, na u, schone jonkvrouw. Samen? Oké, goed. Kim op het hogere tafeltje en Kim op het lagere. Mmm, zit lekker zeg.
Oeps!
8
Ook oeps!
Tape is niet zo stevig als wij dachten, beste tweelingzus. Tape was geen goed idee. Alle plakgedoe verwijderen en in de prullenmand ermee. Nadenken! Twee tafelbladen en acht poten. Vier korte poten en vier lange poten.
In de onderkant van elk tafelblad zitten vier moeren. Aan het uiteinde van elke poot zit een schroef. Draaien maar. Het valt mee. Het gaat vlug. Eén houten schildpad is klaar.
9
We zetten ze op haar poten. Ziet er prima uit! Twee lange poten en twee korte poten. Onze schildpad droomt dat ze een paard is. Ze steigert1 voorzichtig. Een glas glijdt niet van haar rug, zie je dat?
Alle schildpadden kunnen hun poten intrekken. Dat kan de onze dus ook. We beginnen met één poot. Prachtig! Schildpad op drie poten met een vol glas op rug. Kunst!
10
Oeps! Nou ja, zelfs de beste schildpad struikelt wel eens.
De makkelijke tafeltjes zijn moeilijker om te maken dan we dachten. Misschien lijkt het witte tafeltje alleen maar moeilijker om in elkaar te zetten. Misschien is het zoals bij rekenen. Het lijkt moeilijk als je het niet kunt, maar het blijkt makkelijk als je het wel kunt. Laat ons het grote pak openen. Wij willen eindelijk eens wieltjes zien. We gaan het met onze handen doen. Messen en scharen hebben we niet nodig voor dit pak. Messen en scharen zijn gevaarlijk, als je er niet voorzichtig mee bent. Zoals krokodillen. Wij zijn heel goed in het uitpakken van dingen met onze handige handen. Cadeautjes bijvoorbeeld. Papa en mama zijn sterk in het inpakken van cadeautjes. Ieder zijn ding.
11
Er zit veel in het kartonnen pak: twee zijwanden, een bodemplaat, een bovenblad, acht houten pluggen2, zestien schroefjes, vier speciale schroeven, vier lange schroeven, vier mooie wieltjes, vier rare ronde dingetjes en een metalen slangetje dat een Egyptische dans uitvoert.
Papa zegt dat het slangetje een inbussleuteltje3 is. Sinds wanneer weten ijsberen zulke dingen? Niet elke ijsbeer is een wijsbeer. Trouwens, zouden er vierkante ijsschildpadden bestaan, en zouden die er dan zo uitzien? Zie je dat, papa? Mooi! Nu hebben jullie geen poten meer voor dat ene bruine tafeltje. Mis!
12
Nu komen de wieltjes en de tape! ‘Weer die tape? Jullie weten toch dat dat niet stevig genoeg is. Jullie lijken wel twee extra biggetjes. Een maakte een huisje van stro, een andere maakte een huisje van hout en de slimste maakte een huisje van steen. Hij plakte zijn stenen niet met tape aan elkaar vast,’ zegt papa. Weet je dat zeker? ‘Dat weet ik heel zeker, dames. Hij maakte alles stevig. Hij bouwde een huis zoals je een huis moet bouwen. En wat doen jullie? Fantasietjes! Wat gaan jullie doen als de boze wolf komt?’ Dan sturen wij onze ijsbeer op hem af, papa. Wij maken een skateboard dat een ijsbeer kan dragen. Kijk maar. Wieltjes plakken (vier keer). Zie je de onzichtbare tape?
Is dit een mooi skateboard of is dit een heel mooi skateboard?
13
Gaan we het buiten testen, papa? Nu? Papa? Beste papa van de straat? Please, please, please? Papa zegt dat ijsberen wel groot zijn, maar niet dom. Papa zegt dat we moeten stoppen met niet naar het plan te kijken. Het plan? Wat is het plan? Het plan is de handleiding. Wat is de handleiding? Dit is een pagina van de ene handleiding.
Dit zijn pagina’s van de andere handleiding.
14
Papa zegt dat we eindelijk ernstig aan de slag moeten. Het lijkt wel of we het niet kunnen volgens hem. Maar wij kunnen dat vanzelf, papa. Kijk goed, meneer beer. De schilden omgekeerd op het tapijt en hier een poot indraaien en ernaast een poot die even lang is en zo nog een poot daar en ten slotte de laatste lange poot en nog eens goed op het plan kijken. Vier grote poten samen onder het ene blad en vier korte poten samen onder het andere en omdraaien de hele handel.
15
‘Mooi,’ zegt papa. Mooi? Niet alleen mooi, ook handig. Meer dan mooi dus. Je kunt erop gaan zitten, als je wil. En je kunt er van alles op zetten. Zoals Godzilla bijvoorbeeld.
‘Prima!’ zegt papa. ‘De makkelijke tafeltjes zijn klaar. Zal ik helpen met het derde?’ Alsjeblieft niet, het is moeilijk genoeg zonder dat er een ijsbeer in de weg loopt. Kom straks maar eens kijken. ‘Doe ik,’ zegt hij. Wachten tot we roepen, hoor. Hij denkt dat wij het niet zelf kunnen, Kim. Ik denk ook dat hij dat denkt, Kim. Wij weten dat wij dat wel zelf kunnen. Weten is beter dan denken. Wij denken dat papa dat niet weet. Eerst leggen we het bovenblad van het witte tafeltje omgekeerd op het tapijt. 16
De onderkant van het bovenblad is niet wit, zie je dat, zus? Daar zie je niets van als het tafeltje in elkaar staat, zus. De onderkant van het onderblad is ook niet wit. Op de vier hoeken van de onderkant van het bovenblad zijn twee gaten. Ze zijn niet even groot. Er is telkens een gat voor een schroef en een gat voor een plug. Eerst schroeven we de vier speciale schroeven vast. Daarvoor gebruiken we een kruisschroevendraaier.
Het lukt prima. De schroeven gaan er niet helemaal in. Dat hoort zo, dat kun je zien op de handleiding. We proberen de pluggen erin te duwen met onze handen. Hoera! Het lukt niet! We hebben een hamer nodig. Joepie! Jabbadabbadoe! Hamers zijn leuk. Mama heeft er een heleboel.
17
Er is een knots van een hamer bij. Die is de baas over de andere hamers.
Hamers hebben een eentonig4 leven. Ze liggen zich bijna altijd op een donkere plaats te vervelen. Ze zijn het gelukkigst als ze op de koppen van spijkers mogen slaan. Spijkers vinden dat niet erg. Zolang je ze maar niet krom slaat. 18
Als je hamers opbergt, moet je ervoor zorgen dat ze zo liggen, dat ze met elkaar kunnen praten. Genoeg over hamers, we hebben er maar één nodig, één die niet te groot en niet te klein is. Zoals een bril voor de wc dus. Jij bent gek, zus. Dank je wel, zus, jij ook. Lekker meppen. Niet te hard en niet te zacht. Zoals papier voor … Ja, dat weten we nu wel, zus. We schuiven de zijwanden over de schroeven en de pluggen. Goed mikken, een beetje wriemelen, en klaar! Wriemelen is een van onze specialiteiten.
19
De zijwanden staan haaks op het bovenblad. Dat wil zeggen dat ze er loodrecht op staan, of dat ze er een rechte hoek mee maken. Jammer genoeg staan ze niet stevig. Ze wiebelen een beetje. Ze zijn niet stabiel. Wat nu? Op het plan kijken. Aha! Onder aan de zijwanden zitten ronde gaten. Je kunt er de speciale bovenkant, de kop, van elke speciale schroef in zien zitten.
20
We duwen in elk gat een rond dingetje. In het Engels heten ze cam lock nuts. En in het Nederlands? Godzilla mag het weten. Wij in ieder geval niet. Mama en papa ook niet. Als jouw juf of meester het wel weet, dan is het een hele slimme. Neem daar elke dag je zondagse hoed voor af, lezer. Laten we afspreken dat het spannootjes zijn, oké? Neen, niet de meesters en juffen, maar de ronde dingetjes. Je bent een grappige lezer, jij.
Spannootjes in de vier gaten en over de kop van de lange schroeven. Met de kruisschroevendraaier de nootjes naar rechts draaien tot ze muurvast zitten. Je kunt het niet zien, maar de spannootjes zijn zo gemaakt dat ze, als je ze naar rechts draait, de schroef en de bodemplaat naar boven trekken totdat alles stevig klem zit.
21
Misschien begrijp je het beter als we de zijplaat wegtoveren? Wie had gedacht dat zo’n plastic Harry Pottertoverstokje echt werkt! Je hebt het al kunnen zien. Voor de andere gaten in de bodemplaat zitten er twee pluggen in elk van de zijwanden. Die gaten zitten op precies de juiste plaats om netjes over de uitstekende delen van de pluggen te passen. Stevig is anders, maar nu komen de vier grote schroeven en het in-bus-sleu-tel-tje.
22
We draaien aan het sleuteltje tot de schroeven helemaal in het hout verdwijnen en je alleen nog hun platte bovenkant ziet. Handig, zo’n sleuteltje, en precies op onze maat gemaakt. Nu zit de bodemplaat stevig vast aan de zijwanden. We hebben een schroevendraaier nodig voor de wieltjes. Elk wieltje komt met vier schroefjes in de bodemplaat vast te zitten. Zestien schroefjes. Dat zijn heel veel schroefjes, vooral als je ze zelf moet inschroeven en vastschroeven. Te veel schroeven. Idee, zus? Idee! Papa heeft voor zijn verjaardag van zijn grote broer een elektrische schroevendraaier gekregen. Mogen we die gebruiken?
23
‘Hebben jullie mijn elektrische schroevendraaier nodig voor amper zestien kleine schroefjes?’ vraagt papa. ‘Zo’n ding bestond vroeger niet. Jullie hebben het zo makkelijk. Alle gaten en gaatjes zijn al geboord, de juiste schroeven en schroefjes en pluggen zitten in een zakje, al wat je moet weten staat op een keurig plan … Als ik vroeger een kastje wou hebben, dan moest ik met mijn papa een kastanjeboom vangen om hout aan te vragen.’ ‘Een boom vangen om hout aan te vragen, papa?’ ‘Een tamme kastanje is een vriendelijke boom.’
24
‘Maar een wilde niet,’ liegt mama. ‘Die loopt hard weg voor tweelingen die zijn hout willen en als hij geen kant meer op kan, bekogelt hij jullie met zijn stekelige borstels.’ Liegen is lelijk, zegt mama vaak, behalve als ik het doe. Want ik doe het om de wereld voor iedereen mooier te maken. ‘Bolsters,’ zegt papa. ‘Dat zei ik toch,’ zegt mama. ‘Botsers.’ Ja hoor, daar gaan we weer. Ze beginnen te lachen, dachten we het niet? Kim en Kim dachten het wel. Mama en papa maken graag grapjes die niet grappig zijn. Als wij niet meelachen, dan lachen zij harder. Als wij wel meelachen trouwens ook. Het maakt niet uit wat wij doen, zij hebben pret voor vier. Ach ja, soms moet je geduld hebben met je ouders. Wij vinden het eerlijk gezegd heel leuk als ze samen lachen, maar dat laten we niet merken. Dan houden ze nooit meer op, je weet hoe grote mensen kunnen zijn. Als meneer en mevrouw uitgelachen zijn, kunnen we de zestien schroefjes niet meer vinden. Wat nu? ‘Het mysterie van de zestien schroefjes,’ zegt papa met een rare stem. ‘Niet opnieuw beginnen lachen,’ zeggen wij. ‘Geheimzinnige verdwijning van …’ begint mama.
25
Papa verbergt zijn mond achter zijn hand. Maar dan gebeurt er iets grappigs! ‘Au!’ roept hij luid. ‘Bravo, je hebt ze gevonden, schat!’ zegt mama. Ze heeft gelijk.
De schroefjes zijn ondergedoken in het tapijt. Gelukkig hebben ijsberen grote voeten, anders hadden we nog lang kunnen zoeken. Wij lachen. Papa niet. We mogen de elektrische schroevendraaier niet gebruiken. Flauw.
26
We gebruiken een gewone kruisschroevendraaier. Je moet hem verticaal, rechtop dus, houden en dan maar draaien. Het laatste stukje doen we samen met vier handen aan het heft5 van de schroevendraaier. We draaien het eerste schroefje goed vast. Daarna vallen we doodmoe neer op het tapijt en blazen we uit. Zestien schroefjes, zestien keer uitblazen. Het is veel werk. Hoe meer schroefjes we erin draaien, hoe beter we in het schroeven en vallen en uitblazen worden.
27
Je mag komen kijken! Papa loopt mank. Hij hinkt een beetje. Hij wil dat wij bezorgd doen over zijn achterpoot. Doen we lekker niet. Wij vinden die wieltjes zo mooi. Misschien laten we het tafeltje wel zo staan. Papa kijkt maar raar. Goed hoor, we draaien het tafeltje wel om.
28
‘Veel beter,’ zegt papa. ‘Nu hebben jullie drie tafeltjes. Maar we hebben maar één kat.’ Niet erg, want we hebben ons spel nog. Als jullie het niet kennen, dan hebben jullie geluk dat wij het wel kennen.’ Kennen en kunnen. De naam van ons spel zeggen we niet. Het is een spel met een bord en zestien witte stukken en zestien zwarte stukken. Mama heeft het ons geleerd. Zij speelt het soms met papa, en ze wint bijna altijd. Dat komt doordat meisjes slimmer zijn dan jongens, dat weet iedereen. Oké, misschien niet iedereen, maar wij wel. Het spel is al duizenden jaren oud. Geen wonder dat er geen batterijen aan te pas komen! Iedereen zegt dat het een eerlijk spel is, waarbij je niet vals kunt spelen, maar dat klopt niet. 29
Dit spel is niet eerlijk. Zwart speelt tegen wit. Wit mag beginnen. Altijd! Dat is niet eerlijk. Daar kan zwart niets tegen doen. Zwart kan ten hoogste even veel zetten doen als wit. Nooit één meer, terwijl wit de helft van de tijd één zet meer heeft gezet. Al duizenden jaren heeft niemand hier wat aan gedaan. Geen enkele koning, geen enkele president en geen enkele professor heeft er wat aan gedaan. Ze hadden het te druk met zich druk te maken. Tot wij de oplossing vonden! De persoon die met zwart speelt, moet hoger mogen zitten. Dan ziet hij of zij de witte paarden en lopers en torens en andere stukken van verder aan komen draven.
30
Omdat wit mag beginnen, krijgt zwart een beter overzicht over het spel en is alles weer eerlijk. En als je na het beëindigen van een partij van kleur verwisselt? Degene die met wit speelde, moet met zwart en degene die zwart had, krijgt nu wit? Dat is een raar idee, papa. Voor de spelers wordt het dan eerlijk, maar die arme zwarte stukken blijven in het nadeel. Papa begrijpt ons niet.
‘Het is jullie gelukt,’ zegt mama. ‘Knap hoor. Wat zeg jij, papa?’ ‘Ik wist dat ze het voor elkaar zouden krijgen,’ liegt papa. De wereld is mooi. Mama en papa zijn mooi. We hebben ze nodig om dingen zelf te kunnen. ‘Natuurlijk hebben we het voor elkaar gekregen,’ zeggen wij. ‘Wij doen alles voor elkaar. En voor jullie.’ En voor jullie.
31
Woorduitleg 1 steigeren = op de achterste benen staan (vooral bij paarden) 2 plug = voorwerp waarmee je een boorgat opvult voor je er een schroef indraait 3 inbussleutel = soort schroevendraaiertje met een L-vorm 4 eentonig = saai, zonder afwisseling 5 heft = handvat
32
Hoi! Wij zijn Kim en Kim! Wij hebben geen hulp nodig om meubels in elkaar te knutselen. Wij kunnen dat zelf. Even kijken wat we allemaal hebben … Help je mee?
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 4. ISBN 978 90 486 2283 2 Bestelnummer 60 1021 397 KB D/2015/0147/339 NUR 191 Foto’s: Ron Langenus Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622832
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.