ucatieve uitgaven
BIEB
Ontvoerd! Alice Van De Geest
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 4
6
Ontvoerd!
Hoofdstuk 1 Aminata staart uit het raam van haar klas en zucht. Waarom zit ze binnen? Buiten is de lucht strakblauw en door de open ramen hoor je de vogels fluiten. Binnen is het warm, veel te warm voor schattend rekenen. Trouwens, wat is er eigenlijk mis met precies uitrekenen? Haar hoofd leunt op haar handen terwijl ze naar de sommen in haar boek kijkt. Ze is nog niet eens op de helft, ze pakt haar pen weer op en kijkt voor de vierde keer naar dezelfde som. Hoeveel is 1293 gedeeld door 13? Plotseling voelt ze een hand op haar schouder, ze kijkt op.
1
Het is de meester. Hij heeft een opgevouwen papiertje in zijn hand. ‘Volgens mij probeert Darius je aandacht te trekken,’ zegt hij, terwijl hij haar het papiertje geeft. ‘Waar ben je met je gedachten? Laat me raden, ergens buiten met een ijsje en heel ver bij een rekenboek vandaan.’ De hele klas begint te lachen, Aminata lacht mee. ‘Klopt, mees, ik was even bang dat ik zou gaan smelten en dat hier straks alleen een plasje Aminata zou liggen,’ antwoordt ze. Ze kijkt om de meester heen naar Darius die aan de andere kant van de klas zit. Hij heeft een rood hoofd. De meester lacht. ‘Lees snel het briefje even en probeer je dan toch nog even te concentreren op je sommen. Het duurt niet lang meer voor de bel gaat.’ Aminata opent het briefje. Vanmiddag naar het spookhuis of de boomhut? staat er. Ze denkt even na. De boomhut staat bij haar in de tuin. Het is er lekker koel omdat het helemaal verstopt zit tussen de bladeren. Het spookhuis is een vervallen huis naast hun huis, het staat al leeg sinds de vorige eigenaar, oude Boudewijn, is overleden. De buurtkinderen durven er niet te komen, ze zeggen dat de geest van oude Boudewijn er nog rondwaart. Aminata en Darius geloven niet in die onzin, ze hebben een geheime plek in de kelder van het huis.
2
Daar is het ook lekker koel, maar het ruikt er wel een beetje muf. Ze draait zich om naar Darius en haalt haar schouders op als ze ziet dat Darius kijkt. De meester kijkt haar streng aan. Niet veel later gaat eindelijk de bel. Samen met Darius loopt ze naar huis. ‘Waarom stuurde je me een briefje? We gaan toch altijd naar de boomhut of het spookhuis?’ Darius haalt zijn schouders op. ‘Ik verveelde me, ik had die sommen al uren af.’ ‘Nerd! Ik snap echt niets van die sommen. Keersommen of breuken zijn nog leuker. Jij bent echt een rekenwonder!’ Darius maakt een buiging, ‘thank you very much!’ Aminata geeft hem een zet, ‘doe niet zo raar, man. Wat doen we? De boomhut of het spookhuis?’ ‘Laten we naar het spookhuis gaan, in de kelder is het koeler en we hebben gisteren de hele middag in de boomhut gespeeld.’ Aminata knikt. ‘Gaan we bij jou een ijsje halen of bij mij?’ ‘Waarom gaan we niet eerst bij mij een ijsje halen en daarna eentje bij jou?’ Aminata lacht. ‘Goed plan!’
3
Hoofdstuk 2 Darius laat een luide boer. ‘Tjonge, dat laatste ijsje was net even te veel.’ ‘Bah! Doe niet zo smerig, dat stinkt.’ Aminata knijpt haar neus dicht, ‘wie eet er dan ook vier ijsjes!’ ‘Sorry, ze zijn ook zo lekker en zo groot waren ze toch niet,’ verontschuldigt Darius zich. Ze lopen door de tuin van Aminata naar het spookhuis. De tuinen worden van elkaar gescheiden door een groot houten hek. Achter in de tuin zit een plank los. Als ze die aan de kant schuiven, kunnen ze er precies door. Toen oude Boudewijn nog leefde, haalden ze op die manier hun bal terug. De eerste keer hadden ze het netjes gevraagd. Hij had de bal voor hun neus lekgeprikt, sindsdien vroegen ze het niet meer. De tuin is helemaal overwoekerd en een perfecte plek om je te verstoppen. Maar de beste plek is toch wel de kelder. Door een klein open raampje kruipen ze naar binnen. ‘Zullen we verstoppertje spelen?’ stelt Darius voor. Aminata knikt. ‘Jij gaat je verstoppen en ik tel tot honderd. Doen we het hele huis of alleen de kelder?’
4
‘Alleen de kelder. Ik heb de vorige keer een nieuw plekje ontdekt, ik ben benieuwd hoe lang het duurt voor je me gevonden hebt,’ grijnst Darius. Aminata draait zich om naar het raam en begint te tellen, Darius sluipt er vandoor. Stiekem draait Aminata zich om, maar Darius kent haar langer dan vandaag. ‘Niet spieken!’ Snel draait ze zich weer om en telt verder: ‘97, 98, 99, 100, wie niet weg is, is gezien, ik kom.’ Ze draait zich om en begint Darius te zoeken, maar dat valt niet mee. Na een paar minuten heeft ze alle bekende plekjes gehad. Ze zoekt verder. Er is één gedeelte van de kelder waar ze eigenlijk nooit komen, het is er donkerder en het ruikt er nog muffer. Net als Aminata daar loopt, hoort ze boven de voordeur opengaan. Ze schrikt vreselijk. Wie kan dat zijn? Stil blijft ze luisteren. Ze hoort twee paar voetstappen. Ze hoort gemorrel aan de kelderdeur, oh nee! Ze moet zich verstoppen, ze mogen haar hier niet vinden. Aminata kijkt om zich heen en ziet een kast waarvan de deur een klein stukje openstaat. Ze doet de deur verder open en wil erin klimmen, maar er zit al iemand in. ‘Ik dacht dat je me nooit zou vinden!’
5
‘Ssssssttttt!’ Aminata houdt haar hand voor de mond van Darius, gaat naast hem zitten in de kast en doet de deur weer dicht, net op tijd. De kelderdeur gaat open. ‘Ik dacht toch echt dat ik iets hoorde, Suzanna,’ zegt een mannenstem. ‘Ach, dat zal wel een rat geweest zijn,’ antwoordt een vrouwenstem. De man loopt de trap af, Aminata en Darius houden hun adem in. De man vloekt, hij is ergens tegenaan gelopen. Plotseling baadt de hele kelder in het licht. ‘Zocht je dit soms?’ vraagt Suzanna liefjes. Aminata en Darius kunnen de man nu zien, hij ziet er best oud uit, ouder dan hun vaders. En hij heeft een snor, eigenlijk ziet hij er best aardig uit. ‘Ik denk dat de kelder de beste plek is om het pak te verstoppen,’ zegt Suzanna. ‘Mijn opa verstopte hier ook altijd van alles. Als je de dozen zou uitzoeken, kom je nog heel wat illegale dingen tegen, denk ik.’ Pieter-Jan kijkt verlekkerd rond alsof hij het liefst meteen zou willen beginnen. ‘Maar dat doen we dus niet, PieterJan.’ Hij kijkt teleurgesteld. ‘Achter in de kelder aan de rechterkant is een kamer, daar kunnen we het pak prima stallen. Dat ligt aan de achterkant van het huis, dat merkt niemand. En kom nu naar boven, ik heb geen zin om nog een minuut langer in dit mistroostige huis te blijven.
6
We komen terug zodra we het pak hebben en dan kun je rustig de kelder doorzoeken.’ Pieter-Jan zucht en klimt de trap weer op, het is duidelijk wie de baas is. Als hij boven is, doet Suzanna het licht uit en de deur dicht. Aminata en Darius zuchten opgelucht. Ze doen de kast pas open als ze boven de voordeur dicht horen gaan. ‘Poeh! Dat scheelde echt helemaal niets,’ zucht Aminata. ‘Wat voor een pak zouden ze bedoelen?’ vraagt Darius. Aminata haalt haar schouders op. ‘Geen idee, maar laten we hier maar snel weggaan, die Suzanna is volgens mij de kleindochter van oude Boudewijn en ze klonk niet aardig. Stel dat ze terugkomen en ons vinden.’ Ze rilt. Ze lopen terug naar het raampje en klimmen weer naar buiten. ‘De boomhut dan maar?’ stelt Aminata voor. Darius knikt.
7
Hoofdstuk 3 Sinds hun ontmoeting met Pieter-Jan en Suzanna een week geleden, zijn ze niet meer in het spookhuis geweest. Ze verdelen hun tijd nu tussen de boomhut, hun slaapkamers en de ijskast. Het is de afgelopen week alleen maar warmer geworden. Nog een week en dan begint de zomervakantie. Ze zitten nu in de boomhut te verzinnen wat ze allemaal gaan doen in de zomervakantie. Darius ligt op zijn rug, zijn benen bungelen over het randje van de boomhut. Aminata heeft een verrekijker in haar handen en bespioneert de overbuurvrouw, die toevallig ook de moeder van Darius is. ‘Je moeder stapt nu in de auto om boodschappen te gaan doen.’
8
‘Fijn! Ik hoop dat ze de ijsjes niet vergeet, die zijn bijna op.’ Aminata spioneert verder. Er rijdt een busje de straat in. Ze houdt haar adem in als ze ziet wie er achter het stuur zit. ‘Darius, ze zijn er weer!’ ‘Wie zijn er weer?’ Hij blijft loom liggen met zijn handen onder zijn hoofd. ‘Die Pieter-Jan en Suzanna, de kleindochter van oude Boudewijn.’ Darius schiet overeind. ‘Laat eens zien!’ Hij pakt de verrekijker uit Aminata’s handen terwijl het touw van de verrekijker nog om haar nek zit. Ze valt bijna en haalt het touw van haar nek af. ‘Pas even op, mafkees,’ reageert ze boos. Het busje is ondertussen gestopt voor het spookhuis. Pieter-Jan doet de achterkant open en pakt een grote doos. Hij loopt ermee naar de voordeur. Suzanna doet hetzelfde en loopt achter hem aan. ‘Volgens mij zijn ze van plan om te blijven,’ fluistert Darius. ‘Ze hebben allemaal boodschappen bij zich.’ Aminata pakt de verrekijker weer van Darius af. De voordeur staat open en er is niemand te zien. Even later komen ze ruziemakend weer naar buiten. ‘Jammer dat we niet kunnen horen waar ze ruzie over hebben,’ fluistert Aminata.
9
Deze keer sjouwen ze samen een matras naar binnen. ‘Volgens mij blijven ze slapen. Dat kan nog gezellig worden, het is een eenpersoonsmatras,’ grinnikt Aminata. Pieter-Jan en Suzanna lopen nog een aantal keer heen en weer. Als laatste pakken ze samen een groot en zwaar pak op. Pieter-Jan laat het bijna vallen, wat hem een uitbrander oplevert van Suzanna. Hij kan niet veel goed doen in haar ogen, Aminata snapt niet dat hij dat allemaal pikt. ‘Wacht eens,’ Aminata probeert haar verrekijker beter in te stellen. ‘Er steekt iets uit het pak! Volgens mij is het een schoen.’ Darius trekt de verrekijker uit de handen van Aminata. Hij knikt. ‘Het is inderdaad een schoen en volgens mij beweegt hij.’
10
Hoofdstuk 4 Aminata en Darius kijken elkaar geschokt aan. Wat of wie zit er in dat pak? Aminata vindt als eerste haar stem terug. ‘We moeten de politie bellen.’ Darius schudt zijn hoofd. ‘Nee! We weten toch helemaal niet zeker wat er in het pak zit. We moeten op onderzoek uit.’ ‘Is dat niet veel te gevaarlijk, stel dat ze ons zien? Ik vind die Suzanna niet bepaald aardig.’ Aminata twijfelt. ‘Wij kennen de omgeving beter dan zij, dus als ze ons zien, ontsnappen we zo.’ Ze zien Suzanna het busje in de garage rijden. Als ze de deuren van de garage sluit, kijkt ze om zich heen alsof ze er zeker van wil zijn dat niemand haar ziet. Aminata en Darius duiken de boomhut in zodat Suzanna hen niet kan zien. Langzaam loopt Suzanna naar binnen. Ze kijkt nog één keer achterom voor ze de voordeur dicht doet. Aminata en Darius klimmen langs de touwladder naar beneden. Ze sluipen naar de achterkant van de tuin. Voorzichtig schuiven ze de plank aan de kant en kruipen door het gat naar de tuin van oude Boudewijn. Daar blijven ze even zitten.
11
‘Ik ga eerst,’ zegt Darius, ‘als de kust veilig is, dan kom jij achter me aan. Mochten ze me pakken, dan moet je de politie bellen.’ Aminata knikt. Darius sluipt van struik naar struik, tot hij bij het huis is. Dan wenkt hij Aminata. Darius kijkt door het kelderraampje naar binnen. Hij ziet Pieter-Jan die druk bezig is met het openen van dozen. Hij houdt zijn vinger op zijn lippen en wijst naar een ander kelderraampje een stuk verderop. Aminata knikt. Samen sluipen ze naar dat kelderraampje. Het glas is smerig, maar ze kunnen wel naar binnen kijken. Het licht is aan en in de hoek ligt een matras op de grond. Op de matras ligt een meisje, ze ziet er net zo oud uit als Darius en Aminata. Darius klopt op het raam. Als het meisje Darius en Aminata ziet, staat ze op en loopt naar het kelderraampje. Ze opent het raampje en kijkt hen wantrouwig aan. ‘Wie zijn jullie? Horen jullie bij die verschrikkelijke mensen die me ontvoerd hebben?’ ‘Ik heet Aminata en hij heet Darius, ik woon in het huis hiernaast. We zagen dat er iemand naar binnen gedragen werd door Pieter-Jan en Suzanna, ben jij dat? Hoe heet jij?’ antwoordt Aminata. ‘Ik heet Mimouna. Kennen jullie die mensen?’
12
‘Nee, niet echt. We hebben ze vorige week voor het eerst gezien,’ antwoordt Aminata. ‘Ze hebben me ontvoerd! Ik was vanmiddag onderweg naar huis toen ze me opeens in hun busje trokken. Voordat ik kon schreeuwen, hadden ze plakband over mijn mond geplakt en me geblinddoekt.’ ‘Waarom hebben ze je ontvoerd?’ vraagt Darius. ‘Mijn moeder komt uit een hele rijke Indiase familie, dus ik denk dat ze geld willen.’ Mimouna kijkt heel somber. ‘Mijn moeder zal zo ongerust zijn. Waar ben ik hier eigenlijk?’ ‘Je bent in Bekelaere, waar kom jij vandaan?’ vraagt Darius. ‘Ik kom uit Antwerpen, daar woon ik samen met mijn moeder en mijn oma. Oh, wat zal mijn oma ongerust zijn, zij past altijd op mij na schooltijd.’ Mimouna begint nog harder te huilen. ‘Wij gaan je helpen ontsnappen!’ Aminata weet het zeker. ‘Maar zijn jullie dan niet bang dat ze jullie pakken?’ ‘Natuurlijk wel, maar we kunnen jou hier toch niet opgesloten laten zitten,’ zegt Darius. ‘Maar hoe dan? Hebben jullie de sleutel?’ ‘Nee, dat niet,’ antwoordt hij, ‘maar we hebben wel dit.’ Hij houdt zijn zakmes omhoog. ‘Het huis is heel erg oud, het hout van dit kelderraampje is helemaal verrot.
13
Met dit zakmes kunnen we de tralies eruit krijgen, thuis heb ik er nog eentje en Aminata …’ Voordat hij verder kan gaan, houdt Mimouna haar vinger voor haar lippen. Ze loopt snel weer naar het bed en gaat erop liggen. Ze ligt nog maar net als de deur opengaat en Pieter-Jan binnenkomt.
Hoofdstuk 5 ‘Met wie was jij aan het praten?’ ‘Met niemand,’ zegt Mimouna snel. Pieter-Jan kijkt haar wantrouwend aan. ‘Ik hoorde je toch echt praten.’ Mimouna schudt haar hoofd en Pieter-Jan haalt zijn schouders op. ‘Ach, het is gewoon een oud huis, dat zal het zijn.’ Pieter-Jan heeft een krant in zijn hand. Ze kijkt hem vragend aan. Pieter-Jan gebaart dat ze de krant voor zich moet houden. ‘Dit is een krant van vandaag, dan kan je moeder zien dat je nog leeft.’ Hij haalt een mobieltje tevoorschijn. ‘Kijk maar lekker zielig, dat helpt! Dan ben je hier sneller weg.’
14
Pieter-Jan houdt het mobieltje voor zich. Mimouna zet een pruillipje op en Pieter-Jan maakt een foto. Pieter-Jan stopt zijn mobieltje in zijn zak, loopt de kamer uit en doe de deur op slot. Zodra ze zeker weet dat Pieter-Jan weg is, loopt ze weer naar het kleine raampje. ‘Aminata, jij houdt Pieter-Jan en Suzanna in de gaten,’ vervolgt Darius. Vervolgens geeft hij zijn zakmes aan Mimouna. ‘Ik wil hem wel graag terug als je ontsnapt bent,’ zegt hij met een grijns, ‘ik ga thuis de andere halen.’ Mimouna begint meteen met snijden. Aminata sluipt naar het kelderraampje waar ze de laatste keer Pieter-Jan gezien hadden. Het is enorm rommelig in de kelder. PieterJan heeft allerlei dozen overhoop gehaald zonder ze weer op te ruimen. Ze blijft even naar Pieter-Jan kijken, dan sluipt ze verder. Ze is benieuwd wat Suzanna aan het doen is. Aminata vindt haar in de keuken aan de tafel met een laptop voor zich. Op het beeldscherm ziet Aminata de foto van Mimouna met de krant. ‘Pieter-Jan, ben je nu klaar met het overhoop halen van al die dozen?’ schreeuwt Suzanna. Aminata hoort niet wat Pieter-Jan antwoordt. Niet veel later komt hij de keuken in met een ontzettend lang geweer. Hij richt op het raam. Aminata duikt naar beneden.
15
Ze hoort Pieter-Jan lachen. ‘Die opa van jou was een grote boef, weet je wat daar allemaal ligt …’ Suzanna reageert chagrijnig. ‘Daarvoor zijn we niet hier, Pieter-Jan, er zijn belangrijkere zaken. Ik heb net een mail gestuurd naar de moeder van het meisje. Als het goed is, dan kunnen we vanavond het losgeld incasseren.’ ‘En dan kunnen we daarna het meisje vrijlaten. Ik vind het helemaal niets dat ze beneden gevangen zit,’ zegt PieterJan. Hij legt het geweer op de keukentafel. ‘Dat weet ik nog niet, ze heeft wel onze gezichten gezien.’ Pieter-Jan ziet er verbijsterd uit, ‘wat ga je dan met haar doen? Laat je haar gewoon gevangen zitten?’ ‘Misschien.’ Suzanna pakt het geweer op en aait het liefkozend en doet dan alsof ze schiet. ‘Ik heb vaker met dit bijltje gehakt.’ Aminata struikelt naar achteren als ze de gemene lach van Suzanna hoort. Ze rent terug naar de anderen. Hijgend en met tranen in haar ogen komt ze bij Darius aan. ‘Ze gaan haar doodschieten!’ Darius draait zich om. ‘Ze gaan wat?’ ‘Ze gaan Mimouna doodschieten! Suzanna zei dat ze vaker met dit bijltje gehakt heeft en ze heeft een geweer.’ Mimouna schrikt vreselijk.
16
Hoofdstuk 6 ‘We moeten opschieten! Hoe eerder je bevrijd bent, hoe beter,’ zegt Darius strijdvaardig. ‘Kun je er al door?’ vraagt Aminata. ‘Bijna, nog eentje of nog beter twee tralies eruit en dan lukt het.’ Darius begint te wrikken aan de tralie waar Mimouna mee bezig is. ‘We hebben geen tijd te verliezen,’ zegt hij terwijl hij blijft wrikken. ‘Gelukt!’ triomfantelijk houdt Darius de tralie in zijn handen. Hij gooit hem naast zich neer en gaat staan. ‘We proberen het eerst zo, als het niet lukt, dan halen we er nog een tralie uit.’ Mimouna steekt haar armen omhoog en Aminata en Darius trekken allebei. Haar hoofd en haar armen zijn al buiten, maar dan blijft ze hangen. Ze kan met geen mogelijkheid verder.
17
Mimouna begint te protesteren. ‘Voorzichtig, het doet pijn, ik zit vast, mijn jurk blijft haken.’ Ze maakt haar jurk snel los en steekt dan haar handen weer omhoog. ‘Snel, ik hoor wat. We proberen het nog een keer.’ Ze pakken haar handen weer vast en trekken. Deze keer blijft ze niet haken. Zodra Mimouna vrij is, zigzaggen ze tussen de struiken door naar de boomhut. Ze klimmen naar boven en trekken de touwladder omhoog. Net op tijd. Ze horen Suzanna vloeken. Even later komt ze naar buiten rennen met het geweer in haar handen. Ze rent om het huis heen. Pieter-Jan rent achter haar aan. Lijkt het maar zo, of glimlacht hij? Suzanna en Pieter-Jan doorzoeken de hele tuin, maar vinden niets, alleen een kapotte plank achter in de tuin. Al die tijd blijven de kinderen doodstil zitten. Als na vijf minuten Suzanna en Pieter-Jan naar binnen gaan, breekt er een lach op hun gezichten door. Aminata en Darius geven elkaar een high five. ‘Yes, het is gelukt!’ Maar wat nu? Mimouna mag dan wel bevrijd zijn, ze is nog niet thuis. En wat als Suzanna ontdekt waar Mimouna verstopt zit? ‘We moeten nu de politie bellen.’ Darius geeft het mobieltje dat in de boomhut ligt, aan Mimouna. ‘Ik denk dat jij beter belt, jou geloven ze zeker.’
18
‘Kan ze niet beter gewoon haar moeder bellen?’ vraagt Aminata. ‘Zeker weten dat daar politie is.’ ‘Ik wil mijn moeder bellen,’ besluit Mimouna, ‘die is ontzettend ongerust. Ik wil dat ze weet dat ik veilig ben.’ Dat snappen Aminata en Darius. Mimouna tikt het nummer in en houdt het mobieltje tegen haar oor. Het duurt even voordat er opgenomen wordt. ‘Mama, met mij, met Mimouna. Ja, alles is goed met mij, ik ben ontsnapt. Ik ben in Bekelaere … Ik heb hulp gehad van Aminata en Darius, die wonen naast de ontvoerders … Nee, de ontvoerders kunnen ons niet meer pakken, denk ik, we zitten in een boomhut. Nee, ze weten niet waar we zijn, maar ik ben bang dat ze ons vinden.’ Mimouna knikt. ‘Oké!’ Ze geeft de telefoon aan Aminata, ‘Mijn moeder vraagt of jij de politie kunt uitleggen hoe ze hier moeten komen?’ Aminata pakt de telefoon en vertelt waar ze woont. Ze knikt nog een paar keer terwijl ze luistert en hangt daarna op. ‘Ze komen eraan! Wij moeten hier blijven en vooral niet proberen om Pieter-Jan en Suzanna tegen te houden,’ vertelt ze de anderen.
19
Hoofdstuk 7 ‘Ik heb ontzettend veel dorst gekregen,’ zegt Darius. ‘Volgens mij kun je best wel limonade gaan halen, zolang Mimouna hier maar blijft. Suzanna weet toch niet dat wij Mimouna geholpen hebben met ontsnappen,’ zegt Aminata. ‘Wij zijn gewoon kinderen die hier aan het spelen zijn. Neem ook iets voor ons mee. Ik heb ook dorst. En jij, Mimouna?’ Mimouna knikt. Darius klimt uit de hut en loopt naar de overkant van de straat. Zijn moeder is nog niet thuis. Even later komt hij terug met een fles limonade, drie bekers en een zak chips. Mimouna en Aminata zien hoe hij terugloopt naar de boomhut. Maar ze zien ook Suzanna, die achter de garage vandaan komt. Ze is blijkbaar nog steeds op zoek naar Mimouna. Darius heeft niets in de gaten, hij loopt te neuriën.
20
In de boomhut houden Mimouna en Aminata hun adem in. Suzanna ziet Darius en loopt op hem af. ‘Jongetje, wacht eens even, mag ik je wat vragen?’ Darius schrikt. Een beetje bibberend knikt hij. ‘Heb je misschien mijn dochter gezien? Ze is ongeveer even oud als jij.’ Darius schudt zijn hoofd. ‘Nee, niemand gezien.’ Hij wil doorlopen, maar hij wordt tegengehouden door Suzanna. ‘Waar ga je eigenlijk heen met die chips en die limonade?’ Darius trekt zich los. ‘Dat gaat je niets aan, ik weet niet waar je dochter is.’ Suzanna trekt de glazen uit zijn handen. ‘Drie bekers, eentje voor jou en eentje voor dat vriendinnetje van je. Ik heb jullie heus wel rond zien hangen hoor. En voor wie is dat derde bekertje?’ Ze pakt Darius bij zijn schouder vast. ‘Laat me los, ik heb je niets gedaan. Ik weet niet waar Mimouna is.’ Darius laat alles wat hij in zijn handen heeft vallen en probeert zich los te trekken. ‘Hoe weet je dan dat ze Mimouna heet?’ ze sleurt Darius met zich mee richting het spookhuis. In de boomhut slaat Mimouna haar hand voor haar mond. ‘Wat moeten we nu doen?’ Beneden zien ze dat Pieter-Jan naar buiten komt. ‘Wat doe je met die jongen?’ horen ze hem vragen.
21
‘Dit rotjong weet waar Mimouna is,’ antwoordt Suzanna. ‘En wat wil je nu met hem doen?’ vraagt Pieter-Jan. ‘Hem net zo lang pijn doen tot hij me vertelt waar ze is.’ Suzanna knijpt extra hard in de arm van Darius. Darius is doodsbang maar ook boos. ‘Stop! Je doet me pijn, jullie zijn gemeen. Wacht maar tot de politie hier is, dan gaan jullie voor altijd naar de gevangenis.’ Pieter-Jan pakt met twee handen het T-shirt van Darius vast en trekt hem heel dicht naar zich toe. ‘Zeg op, hebben jullie de politie gebeld?’ Darius knikt bang, ‘ze kunnen elk moment hier zijn.’ Pieter-Jan draait zich om naar Suzanna. ‘We moeten vertrekken! Laat de jongen gaan.’ Suzanna duwt Darius het busje in. ‘Hij gaat mee! Het is zijn schuld dat alles verkeerd gelopen is. Ik pak de spullen, jij rijdt de bus voor.’ Ze gooit een sleutelbos naar Pieter-Jan. Hij vangt ze en stapt in de bus. In de boomhut zitten Aminata en Mimouna doodstil. ‘We moeten Darius helpen. Straks vermoorden ze hem nog.’ Aminata zegt wat ze allebei denken. ‘Maar wat kunnen we doen?’
22
Pieter-Jan parkeert het busje voor het huis en stapt uit. Hij loopt naar de achterkant en maakt de klep los. Zonder verder iets te zeggen loopt hij naar binnen. Aminata en Mimouna kijken elkaar verbaasd aan, waarom doet hij dat? Zou Darius het doorhebben? Lang hoeven ze niet te wachten. Darius klimt naar buiten en rent als een gek naar de boomhut. Snel laten ze de touwladder zakken en klimt hij naar boven. Eenmaal boven vallen ze elkaar in de armen. De touwladder trekken ze snel weer omhoog. Nu zijn ze allemaal veilig. Een paar minuten later komen Suzanna en Pieter-Jan weer naar buiten, als Suzanna ziet dat Darius ontsnapt is, begint ze weer te vloeken. Ze smijt de tassen in de bus, stapt in en start de motor. Pieter-Jan springt naast haar in de bus. Maar erg ver komen ze niet. Aan het einde van de straat worden ze klemgereden door een politieauto.
23
Ze gooien de portieren open en zetten het op een lopen, maar ze worden getackeld door twee politieagenten. Suzanna en Pieter-Jan worden geboeid in de politieauto geduwd. Er komen meer auto’s aangereden die voor het spookhuis en voor het huis van Aminata stoppen. Uit een van de auto’s komt een vrouw die precies op Mimouna lijkt. Als Mimouna haar ziet, gilt ze. ‘Mama!’ Mimouna klimt naar beneden en springt in haar armen. Aminata en Darius klimmen ook naar beneden en lopen naar Mimouna en haar moeder toe. Ze krijgen allebei een dikke knuffel van haar. ‘Hoe kan ik jullie bedanken? Jullie hebben met gevaar voor eigen leven Mimouna gered.’ ‘Ik wil wel even zeggen dat Suzanna de grootste boef is,’ zegt Aminata. ‘Suzanna wilde Mimouna doodschieten, maar Pieter-Jan heeft Darius geholpen te ontsnappen.’ Mimouna en Darius knikken. Er komt een agent bij hen staan. ‘Hebben jullie Mimouna helemaal alleen gered?’ vraagt hij. ‘Dat vind ik heel dapper van jullie!’ Darius en Mimouna staan te glimmen van trots, wat een avontuur! En de zomervakantie is nog niet eens begonnen.
24
Darius en Aminata spelen verstoppertje in de kelder van een leegstaand huis. Totdat ze plots stemmen horen. Voordat ze het goed en wel beseffen, bevinden ze zich midden in een avontuur waarbij ze een meisje uit de klauwen van haar ontvoerders moeten redden.
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 4. ISBN 978 90 486 2283 2 Bestelnummer 60 1021 397 KB D/2015/0147/339 NUR 191 Illustraties: Wanda Korosec Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622832
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.