Skip to main content

Verrekijkerbieb 4e leerjaar - Kijker 6 - N2 – Abracadabra

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Abracadabra Katrien Vervaele

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 4

6


Abracadabra

Het begon allemaal met Frans. Wij dachten echt dat hij een tovenaar was. We geloofden dat de trucjes die hij vertoonde, toverij waren. Meestal zag je het niet aan hem dat hij kon toveren, je kon het alleen maar vermoeden. Maar als hij zich kleedde in een zwarte cape, gevoerd met rode zijde en zijn hoge hoed opzette, dan voelde je het al komen. Alle kinderen, maar ook ik, stonden in opperste bewondering. Geen één die eraan dacht om de zaak in twijfel te trekken. Frans was een tovenaar! Daarom draag ik ook dit boekje op aan hem.

1


Maar tovenaars hebben niet altijd het eeuwige leven. Tenzij ze Merlijn heten. Tovenaar Merlijn werd oud geboren en werd jonger met de jaren. Zijn leven verliep gewoon achterstevoren! Hoe dat precies in zijn werk ging, mag je niet vragen. Er is geen zinnig mens op de hele wereld die dat kan verklaren. Frans was echter niet zo’n tovenaar als Merlijn. Het eeuwige leven had hij niet. Dat begrepen de kinderen toen hij ziek werd en op een dag stierf. Wat toverij betreft, liet hij alleen een toverstokje, een zwarte cape en een hoge hoed achter. En in zijn immense boekenkast ook boeken over goochelen.

Goochelboek voor iedereen door Han de Lange en anderen is een van die boeken. Een oud boek: dat zie je aan de prenten en aan de gele kleur van de bladeren. Het is gedrukt in 1942. De toverkunstjes die erin staan zijn van naaldje tot draadje uitgelegd. Ik probeer sommige dingen uit, maar het lukt me allemaal niet. Ofwel begrijp ik de truc niet, ofwel ben ik niet handig genoeg. In de voetsporen van Frans treden, is een immense opgave …

2


Ik probeer me dus wat bij te schaven! Om te beginnen verslind ik de boeken van Harry Potter en probeer ik alle toverspreuken uit. Maar al gauw weet ik dat het allemaal niet werkt. ‘Expulso’ doet geen voorwerpen ontploffen. ‘Locomotor’ doet geen voorwerpen zweven. ‘Lapifors’ tovert geen konijn tevoorschijn en al helemaal niet uit een hoge hoed. Daarna probeer ik iets met een brouwsel dat ik stook in een grote koperen ketel. Het recept komt uit een oud heksenboek. Wat er allemaal in zit, kan ik helaas niet vertellen. Dat is geheim. Heksengeheim. Niet voor jonge oortjes bestemd. Ook de grot van tovenaar Merlijn stapte ik binnen, in de hoop een antwoord te vinden. Dat is een grot in Engeland waar de zee bij vloed naar binnen spoelt. Ik raapte er witte keien en hoopte dat die me op weg konden zetten. Maar tevergeefs! Ondertussen heb ik wel iets begrepen. Frans was helemaal geen tovenaar. Hij was niet iemand met speciale krachten. Hij kon geen zaken doen verdwijnen of zaken tevoorschijn halen uit het niets. Frans was geen tovenaar …

3


Hij was gewoon een goochelaar! Niet meer, maar zeker ook niet minder! Goochelen kan iedereen leren. Je hebt er echt geen speciale gaven voor nodig. Maar toch is het niet zo simpel! Op een dag probeer ik het. Ik kleed me in een cape, verzamel een set kleurige satijnen doeken, draag rinkelende armbanden en hang een geheimzinnig juweel aan een ketting om mijn hals. In mijn hand heb ik een toverstokje. Ik sluit de gordijnen, voor de mysterieuze sfeer. Ik ontsteek wat kaarsen en brand wierook voor de geheimzinnigheid. En de muziek die ik laat horen, klinkt als een bron die door duistere spelonken sijpelt. Ik heb het me wel wat gemakkelijk gemaakt! In een speelgoedzaak kocht ik allerlei doosjes met prullen om een goochelact in elkaar te steken.

4


Maar toch is het niet zo simpel! De trucs met kaarten, ringen, touwen, doeken, balletjes, muntstukken … Je moet toch wat handig zijn en vingervlug. En oefenen, veel oefenen! Ik krijg applaus van de kinderen, maar lauwtjes. Mijn opvoering haalt bijlange niet het niveau van wat Frans uit zijn hoed toverde. Het ergste was dat sommige kinderen al trucs kennen waarmee ze mij de loef afsteken! Er is er zelfs iemand bij die me overtroeft met kaartentrucs! Een van mijn trucs mislukte ook grandioos. Ik deed dan maar dat het de bedoeling was en maakte er een grapje van. Maar ik kreeg ze wel niet aan het lachen met mijn mislukte truc! Komisch goochelen is trouwens een heel aparte tak van de goochelkunst. De goochelaar doet dan net of zijn trucs mislukken. De goochelaar is dus ook een clown, wat een hele kunst is. Zoiets moet je zelf niet proberen, want dan ga je af als een gieter!

5


Bekende goochelaars en hun trucs Tommy Cooper was een Engelse goochelaar die heel goed was in komisch goochelen. Hij droeg altijd een rode fez. Dat is een Turks hoofddeksel. Al zijn acts gingen gepaard met heel veel grappen. Hij was een zeer bedreven goochelaar, maar hij liet speciaal heel veel acts mislukken. Voor de grap. En tot groot plezier van het publiek. Zijn grappen waren eigenlijk heel erg flauw, maar door zijn manier van brengen waren ze grappig. Onderdeel van de grap was dat hij er zelf het hardst mee lachte. Tragisch is wel wat er gebeurde tijdens zijn laatste optreden. Hij kreeg een hartaanval en stierf op het podium voor het oog van duizenden kijkers. Iedereen lachte omdat ze dachten dat het ook een grap was en dat het bij de show hoorde. Alleen zijn zoon zag dat er iets heel ergs aan de hand was. Tommy Cooper werd nog met spoed naar een ziekenhuis gebracht, maar overleed.

6


Meestal gaat het er tijdens een goochelact eerder heel serieus aan toe. Want het moet net echt lijken. De goochelaar brengt zijn truc op zo’n manier dat de toeschouwers bijna niet kunnen geloven wat ze zien. Hij wil ons keer voor keer verrassen. Hij wil ook dat we geloven in iets wat eigenlijk niet kan. De meest bekende en wellicht meest vertoonde illusie is de vrouw die in een hokje gaat liggen en in tweeën wordt gezaagd.

Een ander voorbeeld van zo’ illusie is een stunt van Jan Bardi, een bekende goochelaar die vaak optrad op televisie. Voor deze stunt ging hij naar Egypte. Hij liet er zich opsluiten in een sarcofaag in de koningskamer van de piramide van Cheops. Hij liet alle in- en uitgangen afzetten met bewakers, maar toch ontsnapte hij naar een kist een heel eind verderop in de woestijn.

7


Houdini was een van de meest bekende goochelaars. Hij werd ook de boeienkoning genoemd want hij kon zich uit alle mogelijke boeien en kettingen bevrijden. Hij kon telkens ontsnappen omdat hij veel kennis had van sloten. Hij gebruikte daarvoor vernuftig verstopte sleuteltjes, ijzeren pinnetjes en andere hulpmiddelen. Zo nam hij regelmatig ook de uitdaging aan om zich door de politie te laten boeien. Een keer had een politieagent een loden bolletje in de handboeien laten vallen, zodat het niet meer open kon. Die keer hebben ze de boeien moeten doorzagen. Vanaf die keer liet Houdini zich enkel nog vastketenen wanneer er was gecontroleerd dat het slot met een sleutel kon geopend worden. De ontsnapping uit een dwangbuis was een andere truc van Houdini. Een dwangbuis is een soort hemd in linnen waarbij de armen met een touw op de rug worden gebonden. Dat werd vroeger gebruikt om mensen in bedwang te houden. Houdini kon zich telkens bevrijden uit die dwangbuis omdat hij zijn beide schouders tijdelijk uit de kom kon halen. Toen het publiek na een tijd niet meer zo onder de indruk was van de ontsnapping uit de dwangbuis, maakte hij de act nog moeilijker. Hij deed de truc terwijl hij ondersteboven hing. En nog moeilijker werd het toen hij zich ondersteboven aan een takelkraan in een grote kist met water liet zakken. Telkens opnieuw kon de man zichzelf bevrijden. Na zijn dood is hij blijven leven als een legende.

8


Criss Angel is een moderne stuntman. Criss komt van Christopher en angel betekent ‘engel’. Maar evengoed had hij zichzelf Criss Devil kunnen noemen: devil betekent ‘duivel’. Want zijn optredens zijn vaak erg luguber. Zo laat hij een vrouw in tweeën trekken en laat hij zichzelf vastpinnen op een hek. Hij gaat ook liggen in glas en laat een stoomwals over zich heen rijden. Hij loopt op blote voeten over lange, rechtopstaande schroevendraaiers. Hij verandert een meisje van acht in een twintigjarige vrouw. En de toeschouwers weten niet wat ze kunnen geloven …

David Blaine begon als simpele goochelaar die de voorbijgangers vermaakte met kaarttrucs. Dat wordt ook wel ‘street magic’ genoemd: magie op straat. Daarna begon hij met stunts die steeds spectaculairder werden. Deze hebben eigenlijk niets meer met goochelen te maken, het zijn bovenmenselijk moeilijke stunts, vaak met gevaar voor zijn eigen leven.

9


Zijn eerste stunt was dat hij levend begraven werd. Op zijn ‘doodskist’ lag nog een andere kist, gevuld met water. Zo konden de voorbijgangers hem zien liggen, 24 uur per dag. Zo bleef hij zeven dagen onder de grond. Zijn tweede stunt noemde hij frozen in time: bevroren in de tijd. Hij stapte in een kast van ijs, een soort ijscocon dus, en bleef daar 61 uur, 40 minuten en 15 seconden. Erna werd hij meteen naar het ziekenhuis gebracht omdat het helemaal niet goed met hem ging! Zijn volgende stunt heette Vertigo: hoogtevrees. Een kraan tilde hem op en zette hem op een 27 meter hoge pilaar. Die had een diameter van slechts 56 centimeter. Hij bleef er 34 uur staan, zonder drinken, zonder eten en zonder iets om op te leunen. Hij liet zich ook eens onderdompelen in een grote bol gevuld met water. Zeven dagen en zeven nachten lang! Toen hij uit de tank werd gehaald, waren zijn handen en voeten er bijna afgeweekt.

10


Zelf aan de slag? Nu heb je wel zin om zelf aan de slag te gaan, niet? Er bestaan boeken met goocheltrucs, maar je kunt ook heel wat op het internet vinden. Ook hier kun je er een aantal vinden. Probeer ze eens uit! Als je een truc wilt leren, is het heel belangrijk om die goed in te oefenen. En zelfs al denk je dat je hem goed kent, dan oefen je hem best nog een paar keer. En opnieuw en opnieuw tot je de truc volledig in de vingers hebt. Doe hem dan ook een paar keer voor de spiegel. Pas als je het gevoel hebben dat de truc ‘zit,’ dan toon je hem aan het publiek. Nu ja, publiek … in eerste instantie is dat aan je kleine zus of aan een tante of aan je grootvader. Wanneer je weet dat je de truc feilloos kunt uitvoeren, dan kun je hem al eens aan een vriend laten zien. Of waarom niet op je verjaardagsfeest? Je kunt er ook een hele show van maken. Dan trek je een lange zwarte mantel aan. Je kunt die eventueel versieren met zilveren sterren. Je zet een hoge hoed op. Een zwarte punthoed is nog beter. Een wit hemd met een rood sjaaltje doet het ook altijd goed. Altijd handig is een hemd of broek met zakken waar je gemakkelijk iets in kunt laten verdwijnen.

11


Voor je staat een tafeltje bedekt met een kleed dat tot op de grond reikt. Daar zet je al je goochelmateriaal op. Als je doekjes gebruikt, kies dan voor kleurige, fijne stofjes. Dat oogt mooier dan een witte gesteven zakdoek. Je hebt ook een toverstok. Die is zo’n dertig centimeter lang, zwart geschilderd met aan de uiteinden een centimetertje wit.

Er zijn nog een aantal zaken waar je rekening moet mee houden: Je staat altijd met je hoofd naar je publiek gekeerd. Je dimt de lampen, trekt eventueel de gordijnen dicht. Laat wat kaarsen branden op de achtergrond. Er moet wel voldoende licht op je handen schijnen. De meeste trucs toon je maar één keer. De kans bestaat namelijk dat de toeschouwer nu heel goed kijkt en zo de truc doorheeft. Je zegt nooit op voorhand wat je gaat doet. Je keuvelt rustig en probeert zo de toeschouwers af te leiden. Je legt NOOIT uit hoe je een truc hebt uitgevoerd. Als er een van je trucs mislukt, dan zullen de toeschouwers beginnen lachen. Erg is dat niet. Als ze maar niet allemaal mislukken!

12


Toverspreuken O ja: vergeet ook niet je toverspreuk! Die spreek je op het gepaste moment uit. Die dient vooral om de aandacht van de toeschouwers af te leiden. Je kunt zelf zo’n spreuk fantaseren, maar je kunt ook een spreuk nemen die al eeuwenlang in gebruik is: abracadabra, hocus pocus pats, simsalabim … Wat is de oorsprong van die spreuken? Abracadabra: deze spreuk bestaat al zo’n 2000 jaar. Het was een spreuk waarvan men dacht dat het genezende kracht had. Vaak werd het op deze manier geschreven: telkens met één letter weg:

Hocus pocus (pats) is wellicht een nepwoord en komt uit de mis die vroeger in het Latijn werd gedaan. Het is wellicht afgeleid van de woorden die de priester sprak op het moment dat hij de hostie toonde: ‘Hoc est corpus’. Dat betekent: dit is mijn lichaam. Het is het moment in de mis dat de hostie het lichaam van Christus wordt. Onder ons gezegd en gezwegen: dat heeft toch ook iets van een toveract?

13


Simsalabim: deze uitdrukking ontstond waarschijnlijk in de late middeleeuwen. Toen waren er steeds meer contacten met moslims. Toen hadden de geleerden in de Arabische wereld heel wat voorsprong op de geleerden van onze streken en daarom werden ze soms als tovenaars afgebeeld. De spreuk simsalabim zou afgeleid zijn van wat de moslims vaak gebruiken: Bismi’llah ir-Rahman ir-Rahiem: In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle. En nu de trucs …

De lucifer die niet wil breken De goochelaar wikkelt een lucifer in een zakdoek of in een ander doekje. De toeschouwers mogen voelen aan het doekje. Ze voelen de lucifer. De goochelaar vraagt aan een van de toeschouwers om de lucifer te breken. De goochelaar vraagt aan iemand om te controleren of de lucifer echt wel gebroken is. Dan opent de goochelaar de zakdoek. En daar ligt de lucifer. Onbeschadigd, helemaal niet in tweeën gebroken! Benodigdheden: (zak)doek met ruime zoom (buitenrand), doosje lucifers Hoe doe je het? In de zoom heb je vooraf lucifer A verstopt of genaaid. Je hebt een tweede lucifer (B) die je toont aan het publiek. Die leg je zichtbaar in de doek en je wikkelt hem erin. Diegene die de lucifer moet breken, krijgt de lucifer in de zoom aangeboden (lucifer A). Wikkel je de doek weer open, dan is lucifer B natuurlijk nog heel.

14


Ezeltje rek je, ezeltje strek je De goochelaar toont een lege krant. Voor- en achterkant. Hij maakt er een toeter mee. Laat er een toeschouwer wat peper en zout in strooien. De goochelaar schudt met de krant en er rolt een geldstuk uit. Benodigdheden: krant, lijm, geldstuk Hoe doe je het? Uit de tekst van een andere krant snij je een klein rechthoekje met tekst, een tekstkolom dus. Plak die heel precies op de tekstkolom van de krant, maar laat de bovenkant open. Zo maak je een ‘tasje’ of open vakje. Daar stop je een geldstuk in. Bij het omkeren van de krant die je tot toeter rolde, rolt het geldstuk tevoorschijn.

15


Zo laat je geld verschijnen en weer verdwijnen Op de tafel staat een leeg glas met de open kant naar onder. De goochelaar legt er een doek overheen. Hij tilt het glas met het doek op en opeens ligt er een geldstuk op tafel. De goochelaar zet het glas weer terug, neemt de doek weg en … het geldstuk is verdwenen. De goochelaar schudt nog even met de doek. Daar zit het dus niet. Maar waar is het wel? Benodigdheden: glas, twee vellen wit papier en een schaar, doek, geldstuk Hoe doe je het? Je knipt een stuk papier dat precies zo groot is als de opening van het glas. Je lijmt het vast aan het glas. Van hetzelfde soort papier ligt een blad op tafel met daarop het geldstuk. Je legt eerst een doek over het glas (om het geheimzinnig te maken). Je haalt het doek en het glas weg en op tafel ligt het geldstuk. Zet je het glas terug, dan is het geldstuk weer weg.

16


Waar is het geld? De goochelaar wikkelt een geldstuk in een doek. Hij laat de toeschouwers voelen aan de doek. Ze voelen het muntstuk zitten. De goochelaar slaat de doek uit. Het geldstuk is verdwenen! Benodigdheden: doek, naald en draad, 2 zelfde muntstukken Hoe doe je het? Een geldstuk naai je voordien in de zoom van de doek. Het andere toon je en wikkel je in de doek. In werkelijkheid hou je die in je hand. Je schudt de doek uit: het geldstuk is verdwenen.

17


Geld uit de lucht plukken De goochelaar legt tien muntstukjes op de kaft van een boek. Of hij laat dat een toeschouwer doen. Een toeschouwer telt de muntjes na. De goochelaar schudt de muntjes in de handen van een toeschouwer. De goochelaar spreekt een toverspreuk uit en maakt bewegingen alsof hij muntjes uit de lucht plukt. Nu blijkt dat er geen tien muntjes in de handen zitten, maar wel dertien. Benodigdheden: 13 muntstukjes (best kleine koperen centjes), boek met slappe kaft Hoe doe je het? In het boek met de slappe kaft verstop je voordien drie muntjes. Je laat een toeschouwer tien muntstukjes op de kaft van het boek leggen. Iemand houdt de handen open en je schudt de muntjes in zijn handen. Maar niet alleen de muntjes van op het boek, ook de muntjes van onder de kaft glijden in zijn handen. Je vraagt hem om zijn handen te sluiten en dicht te houden. Je maakt drie keer een beweging alsof je een muntje uit de lucht plukt. Dan vraag je hoeveel muntjes er in de handen zitten. Tien? Nee, het zijn er dertien!

18


Een betoverd touw De goochelaar vraagt aan twee personen om een touw aan de uiteinden vast te houden. Dan neemt hij het touw, knipt hem door, laat hem los en … de draad is weer heel. Benodigdheden: stuk dun touw van ongeveer 1 meter, schaar Hoe doe je het? Vooraf knip je van het touw zo’n 7 centimeter af. Dat eindje hou je in je linkerhand verborgen. Je pakt het lange touw vast met je linkerhand en haalt met je rechterhand een lusje van het kleine eindje touw dat in je linkerhand verborgen zit. Je knipt de lus door of laat dat doen. Je wrijft dan je handen over mekaar, roept een toverspreuk. Ondertussen moffel je het kleine doorgesneden stukje touw weg. Ben je klaar met wrijven, dan haal je je handen van het touw. Het touw is heel gebleven!

19


Het oog van de sleutel De goochelaar laat een touw van 1 meter lang aan zijn polsen binden. Hij neemt een (ouderwetse) sleutel, keert zich om en … de sleutel hangt aan het touwtje. Benodigdheden: een ouderwetse sleutel met een grote opening, een soepel touw van 1 meter lang Hoe doe je het? 1 Maak lus A 2 Steek lus A door de sleutel 3 Trek lus A over de rechterhand 4 Lus A door de polslus B schuiven en over de hand terugschuiven 5 De sleutel is aan het touwtje geknoopt (deze truc oefen je best op voorhand heel goed in!)

20


Gedachten lezen Op de tafel liggen tien verschillende geldstukken. De goochelaar keert zich om en vraagt dat een van de toeschouwers een geldstuk wegneemt. De goochelaar vraagt aan die persoon om heel hard aan dat geldstuk te denken. De goochelaar neemt de tijd, vraagt dan om de munt terug te leggen. Pas dan draait de goochelaar zich weer om en hij kan meteen de munt aanwijzen. Benodigheden: 10 muntstukken. Hoe doe je het? Als je een munt een minuut of twee in je handen houdt, dan warmt het geldstuk op en is het bijgevolg warmer dan de andere. Je bevoelt de muntstukken met je vingertoppen en één zal warmer zijn dan de andere.

21


De elleboog en het muntje De goochelaar heeft een geldstuk in de hand. Hij wrijft het fijn op zijn elleboog. Het geldstuk is verdwenen. Benodigdheden: muntstuk Hoe doe je het? Je neemt het geldstuk in de rechterhand en wrijft het over je linkerelleboog. Je doet alsof de truc niet lukt en laat het geldstuk op de grond vallen. Je bukt je om het op te rapen, maar pakt het op met je linkerhand in plaats van met je rechter. Je moffelt het geldstuk snel weg in een zakje van je hemd of jas. Je gaat verder met wrijven en na een minuut haal je je hand weg en … het geldstuk is verdwenen.

22


De vier bandieten De goochelaar laat de vier boeren uit het kaartspel zien. Hij noemt ze de vier bandieten. ‘Ze komen na een roofoverval thuis,’ vertelt de goochelaar. ‘De eerste bandiet gaat zijn inbrekersmateriaal in de kelder leggen,’ zegt de goochelaar en hij verstopt deze kaart helemaal onderaan de set kaarten. ‘De tweede gaat zich verkleden in de slaapkamer.’ De goochelaar stopt deze kaart ergens in het midden van de stapel kaarten. ‘De derde heeft honger en loopt naar de keuken.’ Deze kaart wordt ook ergens in het midden van de stapel kaarten gestopt. ‘De vierde gaat naar het dak om een oogje in het zeil te houden.’ Deze kaart wordt bovenop de stapel gelegd. ‘Deze bandiet ziet vanop het dak dat de politie komt. Ze zullen het huis doorzoeken. Hij roept Politie! Politie!’ ‘De andere drie haasten zich vanuit de kelder, de slaapkamer en de keuken en rennen naar het dak vanwaar ze op een volgend dak springen om zo te kunnen ontkomen.’ De goochelaar pakt nu de vier bovenste kaarten van de stapel en toont ze. Warempel, het zijn de vier bandieten!

23


Benodigdheden: set kaarten Hoe doe je het? Je toont de vier boeren (de ‘bandieten’) maar je houdt drie andere kaarten onder de onderste boer verstopt. Voor je je verhaal gaat vertellen, leg je de zeven kaarten op het stapeltje kaarten, met de rug naar boven. De drie bovenste zijn dus de andere, valse kaarten. Als je de bandieten naar de kelder, de slaapkamer en de keuken zendt, zijn het de valse kaarten die je tussen de andere stopt. Zo liggen op het einde de vier bandieten (de boeren) bovenaan.

24


Dit is een boekje over goochelen en over beroemde goochelaars. Maar ook met vingervlugge tips en voorbeelden van trucs om zelf aan de slag te gaan. Verras jezelf én je vrienden!

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 4. ISBN 978 90 486 2283 2 Bestelnummer 60 1021 397 KB D/2015/0147/339 NUR 191 Foto’s: Katrien Vervaele & Shutterstock Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622832

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb 4e leerjaar - Kijker 6 - N2 – Abracadabra by die Keure - Issuu