ucatieve uitgaven
BIEB
Steenruis Joshua Kint
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 4
5
Steenruis
1
1 Het nummer van het beest ‘Jimi, Jimi, Jimi!’ Duizenden handen klappen in elkaar. Honderden kelen schreeuwen zich schor. Tientallen flitsen verlichten de duisternis. Eén droom gaat in vervulling. ‘Jimi, Jimi, Jimi! Ken jij het verschil tussen een slaapkamer en een klaslokaal?’ Jimi opent zijn ogen. Hij kijkt recht in het roodgekleurde gezicht van meester Dirk. Uit zijn mondhoek hangt een draad speeksel naar beneden. De ruimte vult zich met gegiechel. ‘Ehh …’ kreunt Jimi, ‘mijn mama brengt me soms ontbijt op bed in mijn slaapkamer. Voor mij een gekookt eitje graag, meester.’ Het gegiechel in de klas verandert in geschater. Met een zucht neemt meester Dirk de rode pen uit zijn borstzak. Hij tekent een eivorm op Jimi’s blad. Daarna volgt een schuine streep. En daarna het cijfer tien. ‘Dit eitje kun je krijgen als je niet gauw aan je spreekbeurt begint. De les wiskunde is voorbij.’ Jimi zucht. Beelden van zijn vader spoken door zijn hoofd. Op deze dag was het een jaar geleden dat hij zijn vader verloor. De naam van de ziekte herinnert hij zich niet meer. Hoe je monsters ook benoemt, het blijven monsters. 2
3
4
Een maand geleden mocht Jimi tien kaarsen uitblazen. Nog zoiets geks. Want waarom de moeite doen om kaarsjes aan te steken als je ze daarna toch meteen weer uitblaast? Waarom zou je opstaan als je ’s avonds toch weer moet slapen? Het zijn vragen die deze ochtend in zijn hersenpan1 aan het ronddwalen zijn. Vragen die luider om aandacht schreeuwen dan de stem van meester Dirk. Luider dan de regendruppels die tegen het raam te pletter vallen. Een maand geleden kwam Jimi thuis en vond hij een bestofte tas op zijn bed. Het leek wel een gigantische tennisraket. Mam legde haar hand op zijn schouder en kneep erin. Ze wees naar een briefje dat aan de rits hing.
Denk niet dat ik je heb verlaten of dat de wereld vol zit met gevaren. Laat ze maar praten en antwoord met deze zes snaren. Gelukkige 10e verjaardag! Pap. Sinds die dag is Jimi de trotse eigenaar van iets waarvoor de liefde van zijn vader bijna groter was dan die voor zijn moeder. Bijna.
5
In de tas zat een robijnrood stuk tuig2 met drie draaiknopjes aan de zijkant. Iets wat meer herrie kan maken dan buurman Frans, nadat hij op café was geweest. Het was een elektrische gitaar! ‘Wel, Jimi? Zul je de puike spreekbeurt van Elke over haar hangoorkonijn evenaren3? Of die van Darius over zijn Perzische kat?’ Hier en daar lijkt de klas wel een dierentuin. ‘Nog beter, meester. Ik heb geen dier meegebracht, maar een echt beest!’ Onmiddellijk ontstaat er gefluister in de klas. De kat van Darius miauwt voorzichtjes mee. Jimi schuift zijn stoel achteruit. Uit zijn tas tovert hij zijn elektrische gitaar tevoorschijn. Met een kabeltje verbindt hij het instrument met de versterker die vooraan in de klas staat. Daardoor kan iedereen de gitaar beter horen. Het lijkt een beetje op een grote vierkante radio met al die knopjes. Jimi schraapt zijn keel, terwijl hij zijn loszittende broek naar omhoog hijst. Hij draait een knopje op de versterker helemaal naar rechts. Licht gezoem is hoorbaar. ‘Ik hoop dat jullie klaar zijn voor deze luisterbeurt,’ kondigt hij al grijnzend aan.
6
En net voordat het vingertje van meester Dirk de lucht ingaat, schiet de vinger van Jimi over de snaren. De versterker spuugt allerlei heftige klanken uit. Wat daarna gebeurt, kan worden beschreven als pure chaos. Bilal slikt bijna zijn gom in. Lies doet haar konijn na en trekt haar oren naar beneden. Het haarstukje van de meester vliegt van zijn hoofd. Ondertussen blijft Jimi allerlei muzieknoten spelen. Hij glijdt door de klas op zijn knieën. Net voor de kat van Darius komt hij tot stilstand. Op de kop van het beestje prijkt meesters haarstukje. ‘Mine! Kom hier!’ fluistert Darius snel. Daarna volgt volledige stilte. Vooraan staat een kale, razende meester met de versterkerkabel in zijn hand. Zijn hoofd lijkt op een knalrode biljartbal.
7
Enkele uren later zitten Jimi en zijn mama aan de keukentafel te eten. ‘Weet je, je vader gebruikte zijn muziek om mensen dichter bij elkaar te brengen …’ Jimi prikt met zijn vork in een stuk aardappel. ‘… Niet om mensen het haar van hun hoofd te spelen,’ gaat mam verder. ‘Hmmm …’ ‘Weet je wat jij mist, Jimi? Iemand die je discipline4 aanleert. Iemand die je steunt en je vertrouwen geeft. Maar ook iemand die je blijft inspireren zodat je beter wordt.’ Discipline. Steun en vertrouwen. Inspiratie. Wat kan mij het schelen, denkt Jimi. Mokkend rent hij het huis uit om een eindje te wandelen. Dan ziet hij het. De affiche waarop hij al zolang wacht. Er staat in grote letters: ‘Wedstrijd voor de beste band ter wereld’. Onmiddellijk keert hij terug naar huis. Net voor hij in slaap valt, weet hij het zeker. Hij moet de beste muziekband ter wereld oprichten. Al is het het laatste wat hij doet.
8
9
10
2 De dekselmepper Zaterdagochtend. De favoriete dag van Jimi. Dan kan hij lekker lang uitslapen. Ochtenden zijn nooit echt zijn ding geweest. Vandaar dat hij ze het liefst van al overslaat. Geen ochtendhumeur. Geen schoolbel die zijn dag aan flarden rinkelt. Geen lawaai …
Ting klang badtsjoem bam! Jimi springt recht uit zijn bed. ‘Wat in hemelsnaam krijgen we …’ Het gekletter lijkt van buiten te komen. Vijf minuten later staat Jimi in zijn pantoffels op straat. Met veel moeite veegt hij de slaap uit zijn ogen. Enkele huizen verderop zit een jongen met twee pollepels op een stel omgekeerde potten, pannen en emmers te kloppen. Het geluid weergalmt door de hele straat. ‘Hé, jij! Heeft je moeder die potten niet nodig om in te koken?’ vraagt Jimi, terwijl hij dichterbij komt. ‘Dat denk je maar, jong geweld!’ roept de pollepelklopper boven het lawaai uit. ‘Mijn moeder is blij dat ik niet langer om een drumstel zeur.’ 11
‘Maar dat is toch geen drumstel?’ vraagt Jimi zich luidop af. ‘Met een beetje fantasie en goeie wil wel. Goeie muziekinstrumenten maken nog geen goeie muziek. Uit deze potten en pannen tover ik betere klanken dan uit het duurste drumstel.’ Arme kerel, dacht Jimi, die heeft duidelijk zelf een aantal slagen van die pollepel op zijn kop gehad. Toch heeft hij ergens gelijk. Talent kun je niet kopen. ‘De naam is Charlie,’ stelt de jongen zichzelf voor. ‘Professioneel pannenpercussionist5 en dekselmepper.’ ‘Hoe ben je zo goed geworden?’ vraagt Jimi. ‘Ik heb één toverwoord voor je, jong geweld, en dat is discipline. Wees niet te snel tevreden. Volg altijd je eigen ritme.’ Discipline! Net wat ik nodig heb, denkt Jimi. ‘Luister, Charlie, als jij mij discipline aanleert, dan zorg ik voor een podium waarop je je talent kunt tonen.’ Charlie en Jimi bezegelen6 de deal met een stevige hi-five. ‘Samen vormen we de beste band ooit!’ Dagenlang oefenen de twee in Jimi’s garage. Ze oefenen totdat de pannen bijna van het dak donderen. Toch ontbreekt er iets …
12
3 Het afvalmonster ‘Pas op, jong geweld!’ Met de lenigheid van een sierduiker ontwijkt Jimi een roestige kookpot. Het ding mist hem op een haar na. De pot rolt van de afvalberg af. Een beetje boven Jimi duikt Charlie in allerlei afval. Totdat hij triomfantelijk een nieuwe pot in de lucht steekt. ‘Ik heb het!’ joelt Charlie. ‘Net het juiste klingelklangelgeluid dat ik zoek.’ Opeens begint de afvalberg te trillen. Enkele kapotte spullen glijden naar beneden. Jimi en Charlie zakken met de afvallawine mee naar beneden. Het containerpark ligt er verlaten bij. Op één trillende container na. ‘Zie je nu wat er van komt,’ sist Jimi. ‘Je had die pot nooit mogen wegnemen. Het afvalmonster is wakker geworden. En zo te horen heeft het veel honger.’ De grond davert opnieuw. Voorzichtig wagen de twee zich tot bij de trillende container. Gewapend met een kapotte paraplu en een pollepel, naderen ze het daverende ding. Daar kijken ze recht in twee kastanjebruine ogen van een wezen met twee nekken. Een mensennek en een gitaarnek. Het is … een meisje op een basgitaar. 13
‘Niet slecht voor een afvalmonster,’ fluit Jimi. Met haar vingertoppen plukt het meisje stevig aan de snaren van haar gitaar. ‘Hé, broekventjes! Kan een mens niet rustig repeteren in een container?’ vraagt ze. ‘Hoezo, rustig? Mijn tanden trillen bijna uit mijn mond. Wat doe jij hier trouwens?’ vraagt Charlie. ‘Mijn vader is opzichter van het containerpark. Hier kan ik in alle rust oefenen,’ antwoordt het meisje. ‘… En in alle rust stinken,’ mompelde Jimi, ‘wat een plaats om te oefenen.’ Het meisje rent op Jimi af. Met de kracht van een opgejaagde buffel grijpt ze hem bij zijn keel. ‘Je bent ver van huis, knul. Niemand kan je hier horen roepen,’ sist ze. ‘Hé! Chill eens jullie twee,’ sust7 Charlie, terwijl hij de twee ruziemakers van elkaar wegduwt. Het meisje ploft zich neer in een kapotte zitstoel in een hoek van een container. Opnieuw begint ze te spelen. Ritmisch getril klinkt opnieuw. Alsof er honderd tanks komen aangereden. Charlie begint plots mee te kloppen met het ritme. Zijn pollepel davert mee op het metaal van de kookpot. Ik wist dat hij gek was, maar nu is hij helemaal de pedalen kwijt8, denkt Jimi. Maar … wacht eens …
14
15
De combinatie van het geklop en het getril klinkt helemaal niet slecht. Nadat de laatste klank wegsterft, klapt Jimi in zijn handen. Ook het meisje is plots veel rustiger. Ze zakt neer in de stoel en veegt het zweet van haar bovenlip. ‘Niet slecht voor twee afvaljagers,’ fluit zij op haar beurt. ‘Mijn naam is Tina. Sorry van daarnet. Ik ben nogal wantrouwig. Daarom ben ik hier. Weg van alle pestkoppen.’ ‘Je kunt hier toch niet eeuwig alleen blijven, Tina?’ merkt Charlie op. ‘Mijn gedrum klinkt trouwens veel beter met jouw basgeluid erbij. Net zoals onze instrumenten moeten we elkaar steunen! Jimi en ik kunnen niet alleen de beste band worden. Daarvoor hebben we jouw hulp nodig.’ ‘Goed dan,’ zegt Tina. ‘Op één voorwaarde.’ Jimi en Charlie kijken elkaar aan. ‘Het is MEVROUW afvalmonster voor jullie.’ Dagenlang oefent het drietal in Jimi’s garage. Ze oefenen totdat de pannen bijna van het dak donderen. Toch ontbreekt er iets …
16
4 Wit konijn 7 uur ’s ochtends. Het licht van de zon jaagt de duisternis weg. Een konijntje huppelt op het ritme van kwetterende vogels langs verschillende voortuintjes. In de straat van Jimi lijkt alles er vredig bij te liggen. Enkelen wagen zich in hun kamerjas tot aan de brievenbus, om daarna snel terug naar de beschutting van hun warme huizen te hollen. Zelfs de wind heeft geen zin om te waaien. Slechts op één garage heeft de stilte geen greep. ‘Eén, twee, drie, vier!’ Charlie mept met zichtbare trots op zijn eerste echte drumstel. Enkele zweetdruppels sijpelen op zijn cymbalen. Tina’s vingers rennen langs de snaren op de lange nek van de basgitaar. Jimi speelt als een volleerde rockgitarist een solo alsof hij op een festivalpodium staat. ‘Stop. Stop. STOP!’ schreeuwt Jimi boven het kabaal. Hij laat zijn gitaar nonchalant9 langs zijn lichaam hangen. ‘We zijn niet slecht bezig. Maar er ontbreekt nog iets.’ Hij schopt tegen de garagepoort. ‘Rustig, jong geweld,’ sust Charlie. ‘Ik weet wat er ontbreekt,’ zegt Tina. ‘Een kalmere gitarist!’ 17
Met vuur in de ogen draait Jimi zijn hoofd naar Tina. Even wil hij iets zeggen, maar de woorden blijven in zijn keel steken. ‘We zijn goed, maar nog niet goed genoeg,’ beslist hij na een korte stilte. ‘Weet je wat rockgroepen zoals De Kwelende Konijnen of De Zeurende Zwerfkatten hebben dat wij niet hebben?’ ‘Een belachelijke bandnaam?’ vraagt Charlie. ‘Lang vettig haar en zweterige oksels?’ probeert Tina. ‘Nee, uilskuikens, een zanger of zangeres!’ antwoordt Jimi. De drie kijken elkaar aan en knikken. Wie zal een wit konijn uit zijn hoed toveren? ‘Laten we naar het jeugdhuis gaan om eens goed na te denken,’ stelt Jimi voor. In het jeugdhuis zit het drietal aan een ronde, houten tafel. Charlie tokkelt met zijn vingers tegen zijn glas. Even verderop staat een klein podium waarop een forse kerel met een veel te spannende glitterjas probeert te zingen. Bij iedere heupbeweging die hij maakt, dreigt er een knoop uit zijn broek te worden gekatapulteerd.
� Want ik heb de swing, baby. Luister maar hoe ik zing, baby. Wat ben jij toch een lekker ding, baby. 18
19
Tina stopt haar vingers in haar oren. ‘365 dagen in een jaar, en wij komen hier net op de dag van een zangwedstrijd,’ zegt ze. ‘Zoiets onnozels gebeurt alleen in leesboekjes,’ zucht Jimi. Ondertussen staat een roodharige vrouw op het podium. ‘Mijn naam is Marijke Mopperkont. Als ik zing, houdt iedereen zijn mond!’ gilt ze met een hoog stemmetje. Ze zwaait wild in het rond met een deegrol. Bij iedere zin die ze zingt, flapperen haar neusvleugels.
� Is je kamer al kraaknet? Eet je spruiten dan maar op! Is ‘t nu gedaan met al die pret? Wat ik zing, dat is geen mop. Staan de vuilnisbakken buiten? Anders kun je naar je eten fluiten! Na de zoveelste schertsvertoning10 besluit het drietal dat het welletjes is geweest. Enkele lege zakjes chips en leeggedronken glazen blijven achter. Net als Jimi de deurknop naar rechts draait en de eerste buitenlucht zijn gezicht afkoelt, hoort hij het. Een stem waardoor hij alle idiote vertoningen van deze middag in één klap vergeet. Een dromerige stem die hem doet zweven op een wolk van suikerspin. 20
Hij sluit de deur en draait zich om. Ogen groener dan zonverlicht gras op een hete zomerdag kijken hem aan vanop het podium.
� Komt er geen rock meer uit je snaren? Laat alle hoop niet meteen varen! Sla je al eens uit de maat? Word dan niet te snel kwaad! Gaat de grond onder je voeten soms trillen? Begin dan niet meteen te gillen! Is het licht van je fantasie uitgedoofd? Voed je hoofd!
21
Met open mond staren Jimi, Charlie en Tina naar het meisje op het podium. Wanneer de laatste klanken wegsterven in het ondertussen leeggelopen jeugdhuis, klapt het drietal met veel geweld in hun handen. ‘Dat was geweldig! Ik heb me nog nooit zo levendig gevoeld!’ juicht Jimi. Het meisje bloost. ‘E …Ech … Echt?’ stamelt ze. ‘Echter dan een maan om middernacht,’ vult Charlie aan. ‘Dat is heel erg lief van jullie. Mijn naam is Roos. Ik zing al heel mijn leven. Van op de speelplaats tot onder de douche tot … in een leeggelopen jeugdhuis. Ik durf niet zo goed te zingen voor veel mensen. Misschien denken ze dat …’ ‘… je niet goed genoeg bent,’ glimlacht Tina. De twee meisjes kijken elkaar begripvol aan. ‘Weet je, ik dacht hetzelfde. Tot ik deze twee mafketels tegenkwam. Samen zijn we op weg om de beste band ter wereld te worden. Het enige wat we nog missen is een stem zoals de jouwe.’ Tina steekt haar hand uit. Jimi en Charlie leggen hun handen op de hare. ‘Wat denk je van een optreden voor een echt publiek?’ vraagt Jimi. Roos sleept even met haar voet langs de vloer.
22
Dan kijkt ze vastberaden op en legt haar hand op de andere drie. ‘De beste band ter wereld!’ Dagenlang oefent het viertal in Jimi’s garage. Ze oefenen totdat de pannen bijna van het dak donderen. Zo goed klonken ze nog nooit. De wedstrijd is over enkele dagen. Niets kan hen nu nog tegenhouden. Of wel?
23
5 De (h)echte band Daar zitten ze dan. Knus op elkaar gepropt. Achteraan in de bestelwagen van Tina’s vader, op weg om de beste band ter wereld te worden. De gammele11 vierwieler piept en kraakt bij iedere verkeersdrempel. Uit de radio klinkt een zachte stem die de stilte opvult. Achter de bestelwagen volgen de andere families. Dit is het moment waarop ze hebben gewacht. Deze avond zullen ze de sterren van de hemel rocken. Jimi denkt aan zijn vader. Aan zijn eenzaamheid. Daarna bekijkt hij zijn drie nieuwe vrienden. Hij lacht stilletjes in zichzelf. Niet te luid, want dat is niet stoer. Charlie ligt met zijn hoofd op Tina’s schouder te snurken. Kalm zoals altijd. Zijn drumstokjes stevig in zijn handen geklemd. Dit was … niet afgesproken, denkt Tina, terwijl ze Charlies hoofd voorzichtig probeert weg te duwen. Ze observeert12 haar vaders ogen in de autospiegel. Zou zij hem trots maken vanavond?
24
25
Roos neuriet zachtjes mee met de radio. Kalm als een slapende vulkaan. Binnen wacht de lava om uit te barsten. ‘We zijn er,’ vertelt Tina’s vader na wat een eeuwigheid lijkt. De bestelwagen stopt voor een grote poort. Daarop hangt een grote affiche. Dezelfde waarmee het allemaal begon. Iedereen stapt uit. Vanachter de poort verlichten schijnwerpers de pikdonkere hemel. Het luide gejuich van de mensenmassa erachter is hoorbaar. Samen met mysterieuze ronkende geluiden. Jimi bonkt met zijn vuist op de poort. Een luikje gaat open waarin een ruw gezicht verschijnt. ‘Wat moeten jullie, snotneuzen?’ ‘Ehh … W-w-wij …,’ stottert Jimi nerveus, ‘… wij zijn hier om de beste band ter wereld te worden!’ De man wrijft in zijn ogen en bekijkt het gezelschap met hun instrumenten. Daarna barst hij in lachen uit. Het luik gaat dicht en de zware poort opent langzaam met een piepend geluid. Wat Jimi door het groter wordende spleetje van de poort ziet, overtreft zijn stoutste verwachtingen. Verschrikt kijkt iedereen elkaar aan. Wie had dit durven te denken?
26
27
Achter de poort ligt een terrein bezaaid met aarde, zand en steentjes. Aan elke kant van het terrein staat een rij stoer uitziende mannen en vrouwen te juichen. Net voor Jimi’s neus vlamt een zware motor voorbij. Hij hoort de man net nog roepen: ‘Kijk uit je doppen, knul!’ In het midden van het terrein staat een rij kolossale13 monstertrucks. Dat zijn stuntauto’s van wel drie meter hoog met enorme banden.
28
Af en toe verschijnen er vlammen uit de voertuigen. Het gezicht van Jimi gloeit ervan. Rond de monstertrucks rijden er allerlei motoren. De man aan de poort veegt de laatste tranen uit zijn ogen van het lachen. ‘Ik haat het om jullie slecht nieuws te brengen,’ grinnikt hij, ‘maar hier zijn we op zoek naar een ander soort band.’ Jimi voelt de moed als lood in zijn schoenen zinken14. Auto- en motorbanden. Niet te geloven.
29
Hij laat zijn schouders hangen en draait zich naar de rest. ‘Sorry,’ mompelt hij. ‘Ik denk dat ik me vergist heb. Hier eindigen we, nog voordat we begonnen zijn.’ Even blijft het stil. ‘Wacht eens, luitjes,’ spreekt de man. ‘Misschien heb ik een idee. Wat is de naam van jullie band?’ Tina slaat haar hand tegen haar voorhoofd. ‘Een naam! Dat we daar niet aan gedacht hebben!’ Jimi schopt tegen enkele steentjes. ‘Ho, jong geweld!’ zegt Charlie. ‘We kunnen nu toch niet opgeven. Naam of niet, dit is het moment waarop we hebben gewacht. Het doet er toch niet toe waar of voor wie we optreden, juist? Als we maar optreden! Ik geloof mijn vermoeide ogen niet. Hoe kunnen we opgeven, voordat we zijn begonnen? Het gaat niet om publiek, beroemdheid of de beste worden. We moeten doen wat we graag doen. Jimi en Tina, speel de ziel uit jullie gitaar. Ik zal beuken op mijn drums, zodat zelfs de motoren niet meer hoorbaar zijn. En jij, Roos, jij moet je stem laten ruisen. Laat woorden ruisen over dit terrein van aarde en steen.’
30
6 Voor zij die rocken ... ‘Dames en heren. Zijn jullie nog wakker?’ De menigte schreeuwt hun kelen schor. ‘Terwijl we wachten op het resultaat van de beste band, stel ik jullie graag een ander soort band voor. Graag jullie applaus voor … STEENRUIS!’ Een nieuwe monstertruck rijdt het terrein op. In de laadbak van het voertuig bespeelt de band hun instrumenten zoals ze nog nooit hebben gedaan. Het voertuig rijdt langzaam rondjes op het terrein. Na een halfuurtje sluit Jimi het optreden af met een geweldige gitaarsolo. Hij kijkt naar de mensenmassa. Zijn moeder glimt van trots. Heel even lijkt het zelfs alsof hij zijn vader ziet staan.
‘Jimi, Jimi, Jimi!’ Duizenden handen klappen in elkaar. Honderden kelen schreeuwen zich schor. Tientallen flitsen verlichten de duisternis. Eén droom gaat in vervulling.
31
Woorduitleg 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14
32
hersenpan = bovenste deel van je hoofd, waar je verstand zit tuig = materiaal, instrument evenaren = ergens even goed in zijn als iemand of iets discipline = gehoorzaamheid, de regels kunnen volgen percussionist = drummer bezegelen = iets bevestigen en nog eens duidelijk maken sussen = kalmeren de pedalen kwijt zijn = niet meer weten wat te doen nonchalant = slordig, zonder op te letten schertsvertoning = mislukt optreden gammel = niet stevig observeren = goed kijken kolossaal = heel erg groot iets als lood in je schoenen voelen zinken = heel erg ontgoocheld of teleurgesteld zijn
In zijn jonge leven heeft Jimi niet veel vrienden. Zijn gitaar is zijn enige trouwe metgezel. Totdat Jimi het op een dag te bont maakt in de klas. Hij beseft dat er iets ontbreekt om een goeie muzikant te worden. Daarom vertrekt hij op een muzikaal avontuur. Overtuigd om de wedstrijd voor de beste band ter wereld te winnen.
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 4. ISBN 978 90 486 2283 2 Bestelnummer 60 1021 397 KB D/2015/0147/339 NUR 191 Illustraties: Vera Smeulders Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622832
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.