Skip to main content

Verrekijkerbieb 4e leerjaar - Kijker 5 - N3 – Slootgids

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Slootgids Katrien Rotsaert

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 4

5


Slootgids

1


1 Hoe moet je deze gids gebruiken? Sloten zijn door de mens gegraven waterlopen. Als het veel regent, kan het water via de sloten gecontroleerd weglopen naar de kanalen. Bij het oplijsten van de ‘slootdieren’ uit deze gids maakten we een selectie. Dat betekent dat wij de meest voorkomende en speciale dieren uit Vlaanderen hier bespreken. Onze slootgids ziet er dus waarschijnlijk anders uit dan een slootgids uit IJsland. Heb je een diertje gezien in de buurt van een sloot? Zoek naar de foto in de slootgids die overeenstemt met jouw dier. Probeer het dier zeker niet vast te nemen. De schubben en haren van kleine dieren zijn zo gevoelig dat we ze met onze vingers stuk kunnen wrijven.

2


2 Zoogdieren Bosspitsmuis Grootte: 5,5 - 9 cm (lijf), 3,2 - 5,6 cm (lengte staart) Uitzicht: De bosspitsmuis heeft een donkerbruine vacht en een lichtbruine buik. Leefwijze: Deze muizen eten vooral insecten, spinnen en wormen. Ze worden 5 tot 15 gram zwaar en moeten elke dag hun eigen gewicht aan voedsel opnemen. Weetje: De bosspitsmuis leeft tussen de 12 en de 18 maanden. Zijn grootste vijand is de kat.

3


3 Vogels Om aan te tonen hoe groot vogels zijn, spreken wij hieronder over lengte: dat is het aantal centimeter tussen kop en staart. Bij uitgestrekte vleugels kun je ook de spanwijdte van een vogel bepalen. Dat is de afstand tussen de uiterste punten van de vleugels.

4


3.1 Houtduif Grootte: 38-43 cm (lengte), 68-77 cm (spanwijdte) Uitzicht: De houtduif is overwegend grijs, met een witte vlek in de hals en op de vleugels. Hij is groot, zwaar en heeft een lange staart. Leefwijze: Houtduiven broeden in bossen en in het struikgewas. Ze leven van plantaardig materiaal zoals eikels, beukennootjes, zaden, bladeren en vruchten. Weetje: Deze duif is de meest voorkomende wilde duif.

5


3.2 Wilde eend Grootte: 50-60 cm (lengte), 81-95 cm (spanwijdte) Uitzicht: Het verenkleed van de woerd, de mannetjeseend, ziet er afhankelijk van de periode van het jaar anders uit. In het voorjaar heeft de woerd een groene kop, een grijs verenkleed en een zwarte korte staart. De snavel is dan geelgroen en heeft een witte rand. In het begin van de zomer krijgt de woerd een bruinachtig verenkleed. Daardoor is hij moeilijker van het vrouwtje te onderscheiden. Zij is namelijk bruin gevlekt en heeft een bruinachtige snavel met een geeloranje rand. De kop en de rug van de woerd zijn wel donkerder bruin en de bovenste veren blijven grijs. Leefwijze: De wilde eend broedt in parkvijvers, onder struiken … Ze eet voornamelijk plantendelen. Weetje: Bij wilde eenden komt het vaak voor dat het nest meer dan een kilometer van water verwijderd ligt. Zij nemen bijvoorbeeld ook verlaten nesten van andere vogels in.

6


3.3 Ganzen In de maanden september en oktober trekken grote groepen ganzen naar andere streken om daar te overwinteren. Ganzen zijn echte grazers, ze overleven op plantaardig materiaal zoals gras en waterplanten. Daarnaast zijn het echte watervogels. 3.3.1 Grauwe gans Grootte: 74 - 84 cm (lengte), 149 - 168 cm (spanwijdte) Uitzicht: De grauwe gans heeft bruingrijze brede veren, roze poten en een roze snavel. Leefwijze: Ze broedt in IJsland, op de kust van Scandinavië en op de Britse eilanden. Het duurt 29 dagen voor de ganzenkuikens het leven zien. De grauwe gans overwintert in het Middellandse Zeegebied. Weetje: Een koppel grauwe ganzen blijft altijd bij elkaar. Als één van beide ganzen sterft, blijft de ander alleen.

7


3.3.2 Brandgans Grootte: 58 - 70 cm (lengte), 120 - 142 cm (spanwijdte) Uitzicht: De brandgans heeft een witte kop en is ook onderaan volledig wit gekleurd. Dat vormt een groot contrast met de rest van zijn lijf. Hij heeft namelijk een zwarte snavel, hals en borst. Het verenkleed is lichtgrijs. Leefwijze: Ze broedt in noordelijke streken. Na 26 dagen worden de eieren uitgebroed. Deze ganzen trekken ’s winters naar West-Europese gebieden. Weetje: Brandganzen maken hun nest vaak tientallen meters boven het wateroppervlak. Aangezien meeuwen verzot zijn op ganzeneieren én ganzenkuikens, kan het vrouwtje het nest niet verlaten. Rond het nest liggen dan ook superveel uitwerpselen.

8


3.4 Waterhoen Grootte: 27 - 31 cm Uitzicht: De waterhoen is een donkere vogel met lange, groene poten en lange tenen. Het verenkleed is donkergrijs, de snavel rood met een gele punt. Leefwijze: Ze broedt aan meren, vijvers en rivieren. Het duurt 22 dagen voor de kuikens uit het ei komen. Weetje: Waterhoenders hebben een eerste nest in de maanden april en mei.

Daarna volgt meestal nog een nest in juni of juli. De kuikens uit het aprilnest helpen de jongen van het juninest mee verzorgen.

9


3.5 Meerkoet Grootte: 36 - 42 cm Uitzicht: De meerkoet is volledig zwart, alleen de witte snavel verraadt waar hij zich bevindt. Leefwijze: De dieren leven in meren, kanalen, sloten, vijvers … Ze overleven op groene plantendelen en zaden van waterplanten. Rond half augustus verzamelen alle meerkoeten om later in oktober naar warmere gebieden te trekken. Weetje: De ouders maken een nest van waterplanten, gras … aan de rand van het water. De eerste kuikens worden door het mannetje naar het water gebracht, terwijl het wijfje de rest van de eieren blijft uitbroeden.

10


3.6 Aalscholver Grootte: 77 - 94 cm (lengte), 121 - 149 cm (spanwijdte) Uitzicht: De aalscholver heeft een zwart verenkleed en valt op door zijn groene ogen. Op de kop, nek en aan de zijkant heeft deze vogel ook enkele witte vlekken. Leefwijze: Aalscholvers wonen langs rivieren, meren, kusten … waar veel vis te vinden is. Per dag schrokken ze zo’n kilogram vis naar binnen! Na de maaltijd zie je ze vaak met uitgespreide vleugels stilzitten om de vleugels te laten drogen. Ze maken een nest van takken, riet en gras. Na 29 dagen broeden, zien de kleintjes het levenslicht. Weetje: Doordat aalscholvers op hoge bomen samentroepen, gaan de bomen soms kapot door de overdaad aan uitwerpselen.

11


3.7 Blauwe reiger Grootte: 84 – 102 cm (lengte), 155 - 175 cm (spanwijdte)

Uitzicht: De blauwe reiger heeft bovenaan grijze veren en is onderaan volledig wit. Op de kop zien we wat meer kleur: gele ogen, een oranje snavel en ook een zwarte streep. Leefwijze: Reigers voeden zich met vissen, amfibieën, veldmuizen, kleine vogeltjes … Daarom vinden we ze ook vaak bij plassen en sloten terug. Vaak zitten ze aan de waterkant om een toekomstige prooi in de gaten te houden. De dieren bouwen hun nest hoog in de boom. Na 28 dagen komen de kleine reigers uit het ei. De ouders voederen hun kleintjes door opgebraakt voedsel in de bekjes te spuwen.

12


4 Amfibieën 4.1 Bruine kikker Grootte: tot 9,5 cm Uitzicht: Kikkers hebben een gladde, vochtige huid. Die kan geel, roze, grijs … zijn met zwarte of roodbruine plekken. Leefwijze: De bruine kikker houdt een winterslaap tot in februari. Vanaf maart paren de kikkers: het vrouwtje legt 4000 eitjes. Die eitjes zinken eerst om daarna naar boven te drijven en in grote aantallen kikkerdril te vormen. De kikkerdril evolueert verder naar kikkervisjes. Ze voeden zich met algen en ontwikkelen steeds meer en meer. Na 12 weken zijn de kikkervisjes ten slotte echte kikkers geworden! Weetje: Kikkers zijn geliefd bij tuinliefhebbers, omdat ze slakken eten.

13


4.2 Gewone pad Grootte: tot 10 cm Uitzicht: Een paddenhuid is bruin en bestaat uit wratten. Op de kop staan twee horizontale spleetoogjes waarachter klieren zitten die giftige stoffen kunnen afscheiden. Leefwijze: Padden eten kevers, wormen … Net zoals de bruine kikker, doen padden een winterslaap. Vanaf april leggen ze hun eitjes tussen waterplanten. Weetje: In een omgeving (dierentuin, huis …) waar geen gevaar dreigt, kan een pad met gemak 50 jaar oud worden.

14


4.3 Kleine watersalamander Grootte: tot 11 cm Uitzicht: De salamander is bovenaan bruin met zwarte vlekken en onderaan feloranje. Enkel het mannetje heeft een golvende kam over zijn lichaam. Leefwijze: Het vrouwtje verstopt 300 eitjes in de bladeren van waterplanten. Vanaf augustus vinden we salamanders terug onder houtstapels, stenen … De mannetjes raken dan ook hun kam kwijt.

15


5 Insecten 5.1 Vuurjuffer Grootte: De vuurjuffer is de grootste waterjuffer die we in tuinen terugvinden. Leefwijze: In de maanden april tot augustus is de vuurjuffer actief in de buurt van vijvers en water. Ze laat haar eitjes achter op waterplanten.

5.2 Lantaarntje Uitzicht: Het mannetje heeft een helderblauwe staart. Het vrouwtje is lichter van kleur en valt daardoor iets minder op. Leefwijze: Het vrouwtje verbergt haar eitjes op bladeren die op het water drijven.

16


5.3 Azuurwaterjuffer Uitzicht: De mannelijke azuurwaterjuffer heeft een U-vormige tekening op zijn lijfje. Het vrouwtje is zwart en groen gekleurd.

5.4 Watersnuffel Uitzicht: Het lijf van de watersnuffel bestaat uit blauwe strepen in de borststreek. Bij het mannetje zien we een paddenstoelvormige zwarte vlek op het achterlijf. Het vrouwtje is iets donkerder van kleur en ziet er blauw en wat groenachtig uit.

17


5.5 Blauwe glazenmaker Uitzicht: Deze glazenmaker is niet mensenschuw: in haar zoektocht naar mogelijke plekjes om eitjes te leggen, gaat ze op kleding zitten en vliegt ze in de buurt van vijvers rond. De eitjes worden in oktober gelegd en de larven komen pas in maart uit. Het duurt dan nog eens 9 maanden voor de larven uit het water komen en een libel worden. Het mannetje valt op door zijn mooie kleuren: zijn lijf is blauw, zwart en groen. Het vrouwtje is groen en donkerbruin.

18


5.6 Bruine glazenmaker Uitzicht: De bruine glazenmaker is makkelijk te herkennen aan zijn oranjegele vleugels. Net zoals de larven van de blauwe glazenmaker, duurt het lang voor de larven van de bruine glazenmaker libel worden: wel twee tot vier jaar!

19


5.7 Paardenbijter Uitzicht: De paardenbijter is een iets kleinere libel die supersnel rond bomen en struiken vliegt. De mannelijke paardenbijter is donkerbruin en blauw. Het vrouwtje is bruinachtig en heeft gele achtervlekken. Beide geslachten hebben een driehoekje op het achterlijf.

20


5.8 Bruinrode heidelibel Uitzicht: Zoals bij de andere libellen duurt het even voor de larve een libel wordt: één jaar. De jonge heidelibellen zijn geelbruin en groeien uit tot groene vrouwtjes of oranjerode mannetjes. Deze libel is bij mooi weer tot eind november te zien.

21


5.9 Grote keizerlibel De keizerlibel is de grootste libel. Het mannetje is hemelsblauw en heeft een zwart achterlijfje, het vrouwtje is groen. De larven komen na drie weken uit en volgroeien na twee jaar.

22


5.10 Platbuik Jonge platbuikjes zijn olijfgeel, om later groenachtig (vrouwtje) of blauwgrijs (mannetje) te worden. Langs de zijkanten van hun lijfjes hebben ze gele vlekken en langs hun achterlijf zwarte vlekken.

23


5.11 Schaatsenrijder De schaatsenrijder heeft zijn naam niet gestolen. Hij schaatst over vijvers. Met zijn voorpoten grijpt hij prooien en snoert ze vast met zijn middelste poten om ze vervolgens op te eten.

24


Heb je een diertje gezien in de buurt van een sloot? Zoek naar de foto in de slootgids die overeenstemt met jouw dier. De dieren van de sloot hebben weldra geen geheimen meer voor jou!

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 4. ISBN 978 90 486 2283 2 Bestelnummer 60 1021 397 KB D/2015/0147/339 NUR 191 Foto’s: Shutterstock Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622832

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook