Skip to main content

Verrekijkerbieb 4e leerjaar - Kijker 5 - N1 – Frotje

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Frotje Noëlla Elpers

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 4

5


Frotje

Wat voorafging ... Ken je Pluk uit Kijker 1 nog? Pluk is het circushondje dat verloren liep in een groot bos. Minneke en Dirk hebben het poedeltje gevonden en verzorgd, maar wat moeten zij aanvangen met zo’n juffershondje? Ze hebben affiches en flyers opgehangen en rondgedeeld, maar niemand komt opdagen om het hondje op te halen. Het circus is immers ver weg … Pluk denkt nog vaak aan haar baasje Rosalie, maar Minneke en Dirk zijn lief voor haar. Met Pol de kater klikt het ook, al is hij wel een slijmbal … Pluk moet niets hebben van zijn geflikflooi1! Na maanden is Pluk nog steeds bij Minneke en Dirk die in een woonwagen in het bos wonen. Uiteindelijk beslissen ze dan maar om het hondje te houden. Pluk is tenslotte slim en charmant. Maar het hondje heeft nog steeds geen naam: Minneke en Dirk weten immers niet hoe Pluk heet. En Pluk luistert niet naar de namen die ze haar proberen te geven. Daarom noemen ze haar ‘het beestje’. Dat vindt Pluk wel oké, ze heeft beslist dat ze op een dag haar naam zelf wel zal kiezen …

1


Blauwkousjes ‘Het is fantastisch lenteweer, ik ga vandaag een flinke wandeling maken met het beestje,’ zegt Dirk. ‘Ik blijf thuis,’ zegt Minneke, ‘het is fantastisch weer om de grote schoonmaak te doen.’ ‘Ik ga mee, ik ga mee!’ blaft Pluk als ze ziet dat Dirk zijn wandelstok pakt. Ze springt op vier poten tegelijk omhoog, alsof ze voetjes met springveren heeft. Pol ligt in het zonnetje op de vensterbank te soezen en opent verstoord één oog. ‘Pol!’ zegt Dirk en zijn stem klinkt streng. ‘Van de vogeltjes afblijven, hoor je me?’ Pol is plots klaarwakker. Hij strekt zijn voorpoten, gaat overeind zitten en kijkt naar een van de tien nestkastjes die buiten aan de bomen hangen. In al die nestjes groeien vogelkuikens, lekkere hapjes die op een dag zo in zijn muil kunnen vliegen. ‘Mauw-wauw!’ miauwt hij. ‘Waag het niet, Pol!’ sakkert Dirk. Dirk is een man die van vogels houdt en van alle andere dieren in het bos: van de hazelwormen die op zwarte slangetjes lijken, van kikkers, salamanders, relmuizen en woelmuizen. Dirk houdt niet van Pol, tenminste, toch niet als die kater uit is op kikkers en vogels.

2


Dirk en Pluk lopen door het beukenbos waarvan de stammen op de zuilen van een kathedraal lijken. Dirk glimlacht in zichzelf, hij is in een opperbest humeur: de vogeltjes fluiten en de bosanemonen hebben plaatsgemaakt voor de blauwkousjes. Jij weet waarschijnlijk niet wat een blauwkous is? Dat is een ongehuwde, slimme juffrouw die de hele tijd met haar neus in de boeken zit. Maar in dit geval bedoel ik die juffrouw natuurlijk niet! Blauwkousje: zo wordt de boshyacint ook wel genoemd …

3


In het bos waar Minneke en Dirk wonen, bloeien die blauwkousjes met duizenden en duizenden onder de hoge beukenbomen. In april vormen de paarsblauwe klokjesbloemen een prachtig tapijt. In mei worden de lege plekken ingenomen door meiklokjes die zo bedwelmend geuren dat je er soms het hoofd bij verliest. Pluk heeft het naar haar zin, net zoals Dirk. Ze hapt naar een zoemende hommel: niet om ze echt te pakken te krijgen, maar gewoon voor de sport. ‘Koekoek, koekoek, koekoek,’ klinkt het plots. ‘Hoor eens, beestje,’ zegt Dirk en hij blijft staan. ‘De koekoek roept! Het is de eerste keer dat ik hem hoor dit jaar: dan mogen we een wens doen.’ Pluk heeft hem niet verstaan, ze is nog druk in de weer met bijen happen. Als ze Dirk wel had verstaan, zou ze dan gewenst hebben om weer bij haar vorige baasje Rosalie te zijn, denk je? Misschien wel, misschien niet, wie zal het zeggen? Pluk vindt het heerlijk in het bos en ze wordt behoorlijk verwend door Dirk en Minneke. Ze doet alleen nog circuskunstjes als ze dat zelf wil. Wil je weten wat Dirk wenst? Dirk wenst dat het bos voor eeuwig mag blijven zoals het nu is: puur en ongeschonden.

4


Dit is nog een van de weinige plekken in België waar je water zo van de bron kunt drinken zonder er ziek van te worden, denkt Dirk tevreden. Er zit geen greintje vuil in de grond! Dirk en Pluk wandelen naar de ruïne van de ververij. Daar zijn grote waterkuilen en rond deze tijd van het jaar zitten die vol watersalamandertjes. Dirk blijft in het water staren tot Pluk bijna dol wordt van ongeduld. Ze rent een eind het bos in en komt dan weer terug om Dirk op te pikken. ‘Kom nu eindelijk mee!’ blaft ze. Pluk loopt nog tien keer over en weer, maar Dirk staat bij het water en tuurt naar de salamanders tot hij bijna wortel schiet.

Bomen met kruisen Eindelijk komt Dirk in beweging! Ze zetten de terugtocht in langs een ander pad. Pluk rent vrolijk voor Dirk uit. Ze is al een heel eind weg als ze merkt dat Dirk haar niet volgt. Pluk keert om en vindt haar nieuwe baasje bij een boom. Hij staart naar de stam, schuift zijn hoed wat naar achteren en krabt eens in zijn haar. Nu tast hij met zijn vingers de boomstam af en kijkt omhoog. De hele terugweg glimlacht Dirk niet één keer meer, hij kijkt naar alle bomen langs het wandelpad.

5


Pluk jankt, ze voelt wel dat er iets aan de hand is, maar ze weet niet wat. Tot overmaat van ramp schuiven er donkere wolken voor de zon: er is een lenteonweer op komst. Dirk en Pluk zijn terug in de woonwagen voor de eerste dikke regendruppels vallen. Binnen is het ook onweer, Minneke is in alle staten! ‘Kijk eens wat die stoute Pol gedaan heeft!’ zegt ze. In de palm van haar hand ligt een vogeltje, het is een koolmeesje en het is dood. ‘Verdorie,’ vloekt Dirk. ‘Heeft die sloeber de vader van een nestje gepakt?! Nu heeft de moeder geen keus: ze zal haar nest in de steek moeten laten. Alleen kan ze al die kuikens niet grootbrengen. Waar is die verdomde kater?’

6


‘Ik heb hem buitengelaten,’ zegt Minneke, ‘ik ben bang dat je hem zult straffen, Dirk.’ ‘Je weet toch dat ik dat nooit zou doen, Minneke? Ik doe geen enkel dier kwaad, zelfs die schurk van een Pol niet.’ Buiten kraakt de donder en de bliksem flikkert voor de ramen van de woonwagen. Pluk jankt, ze is bang van onweer. Pol is ook bang, hij krabt aan de deur. ‘Laat Pol binnen!’ blaft Pluk. ‘Nee, beestje,’ zegt Dirk, ‘die moordenaar mag vannacht buiten slapen!’ Pol blijft aan de deur krabben en jammeren. Na tien minuten doet Dirk de deur zelf open. ‘Waag het niet nog een keer om een vogel te vangen, Pol!’ bromt hij. ‘Dan stuur ik je persoonlijk naar de kattenhemel, dat beloof ik je!’ Pol verstopt zich achter de houtkachel die lustig snort, terwijl buiten het onweer door de bomen raast. Minneke en Dirk zitten ook bij de kachel, Pluk ligt op Minnekes schoot. Het hondje zucht en voelt zich een beetje triest, waarom weet ze niet. Misschien omdat Dirk zich droevig voelt? Pluk heeft een soort ingebouwde antenne die perfect de stemming van haar baasjes aanvoelt. ‘Wat is er, Dirk, je bent zo stil?’ zegt Minneke. ‘Ik heb daarstraks aan de westkant van het bos iets vreemds gezien wat mij zorgen baart,’ zegt Dirk.

7


‘Wat dan?’ ‘Er zijn witte kruisen op de bomen getekend.’ ‘Misschien zijn die bomen ziek,’ zegt Minneke. ‘De boswachter markeert soms zieke bomen voor de houthakkers. Het omhakken van zieke bomen moet wel gebeuren. En soms is het goed om open ruimte te scheppen in een bos, dan kan de zon beter doordringen.’ Dirk schudt zijn hoofd. ‘Het waren geen zieke bomen. Het waren gezonde beuken en de gemarkeerde bomen stonden allemaal langs de kant van het pad. Het is alsof ze van plan zijn om het pad te verbreden. Maar dat is toch onzin? Het is breed genoeg voor de wandelaars!’ ‘Voor wandelaars wel,’ zegt Minneke, ‘maar niet voor auto’s …’ ‘Het zou toch misdadig zijn om een weg door het bos te trekken?’ zegt Dirk. ‘Bovendien is het bos beschermd gebied, het mag gewoonweg niet!’ Minneke fronst haar voorhoofd, ze krijgt drie verticale rimpels boven haar neus: die krijgt ze als ze diep nadenkt. ‘Ik ga het onderzoeken,’ zegt ze. Dirk weet dat ze dat zal doen. Minneke kan zich ontpoppen tot een detective als ze dat wil. Als zij zich ergens in vastbijt, lost ze niet meer, dan komt de waarheid vroeg of laat aan het licht.

8


De vuilnisbaron Het waait stevig en het lijkt wel herfst in plaats van lente. Het is stil in de woonwagen, er klinkt geen zachte muziek zoals gewoonlijk. Het enige geluid wat te horen valt, is het geknaag van Pluk: ze knabbelt op een botje dat Minneke haar gegeven heeft voor ze vertrok. Af en toe kijkt het hondje op naar Dirk die in zijn zetel zit. Dirk is niet in zijn gewone doen. Hij leest niet, hij schrijft niet: hij piekert en kijkt op bij elk geluid. Dat doet Pluk ook. Ze wachten allebei op Minneke. En dan komt ze plots met een windvlaag binnengewaaid. Minneke is buiten adem en begint al te praten voor ze haar jas heeft uitgedaan. ‘Ik heb navraag gedaan en ik weet hoe de vork in de steel zit!’ zegt ze. Dirk gaat op het puntje van de zetel zitten. ‘Roland Torf heeft een nieuw terrein aangekocht aan de westkant van het bos!’ ‘Torf!’ blaft Pluk opgewonden. ‘Torf, Torf!’ ‘Roland Torf … De vuilnisbaron?’ zegt Dirk. ‘Torf!’ blaft Pluk. ‘Zwijg nu toch, beestje,’ zegt Minneke, ‘ik wil iets vertellen aan Dirk. De vuilnisbaron, die bedoel ik!’ ‘Hij heeft al een stort, een eind verderop aan de oostkant van het bos,’ zegt Dirk. ‘Wat heeft dat met die gemarkeerde bomen te maken?’

9


‘Hij wil een verbindingsweg aanleggen tussen die twee terreinen!’ zegt Minneke. ‘Binnen het jaar ploegen hier vuilniswagens dwars door het bos.’ ‘Dat is toch misdadig?’ zegt Dirk. ‘Het bos is een natuurgebied.’ ‘Roland Torf heeft veel geld,’ zegt Minneke, ‘en met veel geld kun je kopen wat niet te koop is.’ ‘Torf, Torf!’ blaft Pluk. ‘Wat heeft het beestje toch?’ zegt Minneke. ‘Waarom blaft ze elke keer als wij die naam uitspreken?’

10


‘Misschien heeft ze nu al een hekel aan die man,’ zegt Dirk, ‘net zoals wij. Een verbindingsweg tussen twee stortplaatsen, verdorie! Hoeveel bomen moeten daar voor wijken, hoeveel dieren en planten moeten eraan geloven? En het grondwater wordt natuurlijk ook vervuild! En dat allemaal omdat één man nog meer geld wil verdienen!’ ‘We kunnen twee dingen doen,’ zegt Minneke. ‘We kunnen hier blijven zitten en niets voeren …’ ‘Dat is geen optie2,’ zegt Dirk, ‘wat is de tweede mogelijkheid?’ ‘We kunnen actie ondernemen tegen Torf!’ ‘Torf, Torf!’ blaft Pluk. ‘Ja, dat lijkt mij het beste,’ zegt Dirk. ‘Maar hoe beginnen we daar aan?’ ‘Laat mij mijn gang maar gaan,’ zegt Minneke en ze klapt haar laptop open. Dirk zucht. Als Minneke gaat surfen op het internet, lijkt het wel alsof ze uit zijn leven verdwijnt. Dan staart ze soms een hele nacht als gehypnotiseerd naar het scherm van haar computer. Maar in dit geval durft hij niet te protesteren. Minneke slaapt niet, ze surft de hele nacht op het internet. Soms staat Pluk op en gaat zij even naar haar toe.

11


Pluk ligt in haar mand en ook Dirk ligt in de mand die mensen een bed noemen. Hij ligt te ronken. ‘Ga slapen,’ jankt Pluk. ‘Nee, beestje,’ zegt Minneke, ‘ik ga niet slapen tot ik ik genoeg mensen gevonden heb die onze actie tegen de vuilnisbaron willen ondersteunen!’ De volgende ochtend heeft Minneke donkere kringen onder haar ogen. ‘Je hebt geen oog dichtgedaan!’ zegt Dirk. ‘De hele nacht achter je computer zitten, is niet goed voor je gezondheid, Minneke.’ ‘Het was nodig,’ zegt Minneke. ‘Ik heb alle mogelijkheden onderzocht en contacten gelegd met allerlei mensen.’ 12


‘En al die mensen waren ’s nachts nog op?’ ‘Je zou ervan schrikken hoeveel mensen er ’s nachts achter hun computer zitten, Dirk.’ ‘Tsss,’ zegt Dirk. ‘De mensen hebben slechte gewoontes tegenwoordig.’ ‘Jij bent een dinosaurus,’ zegt Minneke. ‘Je leeft nog in het tijdperk dat computers niet bestonden. Een computer is voor jou een veredelde typemachine.’ ‘En zo wil ik het houden ook,’ bromt Dirk. ‘Maar in dit huishouden moet toch iemand de boel in beweging zetten? Als ik niet op het internet gekeken had, zou er niets gebeuren en kan Roland Torf gewoon zijn gang gaan.’ ‘Torf, Torf!’ blaft Pluk. ‘Zwijg, beestje,’ zegt Dirk en tegen Minneke zegt hij: ‘Dat is waar, Minneke. Wat heb je gevonden?’ ‘Ik heb contact gelegd met milieuactivisten3, met bosbezetters en met schrijvers en muzikanten die begaan zijn met de natuur. Ik heb een datum geprikt en een meeting4 georganiseerd op 1 mei. Ik heb de tekst voor een petitie5 gemaakt en die rondgestuurd naar al mijn contactadressen met de vraag om die petitie te ondertekenen en door te sturen.’ Dirk krabt eens in zijn haar en zegt niets. Zo veel werk op één nacht, denkt hij, dat is toch niet te geloven? Door haar grote wilskracht lijkt het wel alsof Minneke kan toveren.

13


De zilveren maanpoedel Op de open plek in het bos waar de woonwagen staat, laat Minneke op 30 april een grote, blauw-wit gestreepte tent opzetten. Pluk is door het dolle heen. Ze huppelt achter de mannen aan die met de tent in de weer zijn en als die overeind staat, stapt ze fier rond onder de tenthemel. Ze loopt met gestrekte pootjes alsof ze in een parade marcheert. ‘Kijk eens, dat is zeker een circushondje,’ zegt een van de mannen. ‘Dat denken wij ook,’ zegt Dirk, die naar al die drukte staat te kijken.

14


Hij is geen man van de daad, maar een man van het woord. Vertellen kan hij als geen ander en dat zal hij ook doen op 1 mei. Caroline, een vriendin van Minneke, parkeert haar caravan op het terrein bij de woonwagen. Die caravan is als eet- en drinkkraampje ingericht. Zij zal lekkere hapjes serveren aan de gasten. Een aantal mannen uit het dorp timmert een klein podium van houten paletten. Daar zal Dirk zijn speech houden, daar zullen verschillende schrijvers en dichters een verhaal of een gedicht voorlezen en zullen er muzikanten optreden: het wordt een echte happening6! Op de ochtend van 1 mei zitten Dirk en Minneke al vroeg aan het ontbijt. ‘Was het wel een goed idee om deze datum uit te kiezen?’ vraagt Dirk. ‘Waarom niet? Iedereen heeft een vrije dag op 1 mei, het is het Feest van de Arbeid.’ ‘Ik hoop dat de mensen de weg naar deze plek kunnen vinden.’ ‘We wonen aan de rand van het bos, vlak bij het dorp,’ zegt Minneke nuchter. ‘Zo moeilijk is het niet om ons te vinden.’ En inderdaad, om één uur in de namiddag arriveren de eerste gasten.

15


Ze bestellen een hapje en een drankje bij het eetstalletje van Caroline en installeren zich op de banken aan de lange tafels. Minneke heeft vlaggetjes en lampions opgehangen en op de tafels staan vaasjes met meiklokjes. Pluk voelt zich goed. De tent, al die mensen, de geuren, de vrolijke muziek van de muzikanten op het podium: alles doet haar denken aan het circus waartoe ze ooit behoorde. Ze gaat van de ene tafel naar de andere om de mensen te begroeten. Ze danst als ze een koekje krijgt en loopt op haar achterpoten voor een plakje worst. Oh, wat is het heerlijk om een circushond te zijn! Iedereen kijkt naar haar, iedereen heeft iets aardigs over haar te vertellen en alle kinderen zijn dol op haar!

16


Om twee uur zit de tent stampvol. Dirk staat er een beetje zenuwachtig naar te kijken. Waar heeft Minneke toch zo snel al dat volk vandaan gehaald? Zullen al die mensen die bomen wel zo belangrijk vinden? Wat te doen als zijn speech niet aanslaat? Om vijf over twee beklimt Dirk het podium. Hij tikt eens op de micro. Dirk spreekt niet graag in dat ding, hij is het gewend om verhalen te vertellen tijdens een wandeling of in een huiskamer. Dirk kijkt rond. Al die mensen staren hem vol verwachting aan. Hij klopt met zijn hand op zijn been en Pluk zet haar voorpootjes tegen zijn knie. ‘Zullen we eens iets vertellen aan de mensen over Roland Torf, beestje?’ zegt Dirk. ‘Torf, Torf!’ blaft Pluk. ‘Maar eerst zal de zilveren maanpoedel een liedje zingen!’ Dirk pakt een koperen fluitje uit zijn zak. Het is een Iers fluitje en het klinkt hoog en fijn. Pluk springt op een krukje, steekt haar snuit omhoog en zingt: ‘Hooouw-wooouw-wooouw!’ Als het liedje uit is, klapt het publiek enthousiast. Dat geluid kent Pluk nog: ze loopt als een paardje op haar achterpoten en trappelt met haar voorpoten, net zoals ze dat vroeger in het circus deed. Dat doet ze, tot Dirk met zijn hand op de zitting van het krukje klopt. Dan springt ze op het krukje en kijkt trouw op naar Dirk die achter de micro gaat staan.

17


De speech van Dirk Dirk schuift zijn hoed naar achteren en krabt in zijn haar. ‘Amai,’ zegt hij, ‘ik ben blij dat jullie met zo veel volk naar deze verre uithoek van het land gekomen zijn … Heb je al gezien hoe prachtig het bos erbij staat? Hoe het zonlicht gefilterd wordt door het loof van de bomen? De meiklokjes bloeien en in de beekjes stroomt helder water uit de bron in het bos. Hier vind je nog zeldzame dieren die bijna nergens anders in België meer voorkomen.

18


De hazelworm, de relmuis en de springmuis: ze leven hier ongestoord. In dit bos zijn de oerkrachten nog aan het werk. Als je straks een keer naar buiten gaat, moet je opletten dat je niet op het verdwaalkruid trapt, want op de eerste dag van mei is het bijzonder krachtig. Als je dan op dat kruid trapt, is het alsof de tijd stilstaat en dwaal je urenlang door het bos dat op slag een magische plek wordt. Ik kan het weten want ik heb het al een keer meegemaakt op de eerste dag van mei … Maar nu verdwaal ik in mijn woorden … Ik wil jullie vandaag iets heel anders vertellen. Ik wil iets zeggen over de diersoort die mens heet. De mens is een gulzigaard. We willen allemaal veel en meer en het liefst onmiddellijk. Op die manier putten wij onze planeet uit. De fabrieken moeten blijven produceren7 en als er sprake is van vervuiling door de auto, gaan we naar het autosalon en kopen we nog een auto bij! Wat wij ook produceren, is afval: zakken vol, bergen hoog! Een van die vuilnisbelten kun je hier vlakbij bewonderen, de ratten zijn er koning. Het is een hels landschap dat door bulldozers gevormd wordt. Vuilniswagens rijden af en aan, volgeladen met alles wat wij mensen weggooien. De eigenaar van die vuilnisbelt is de vuilnisbaron Roland Torf …’ ‘Torf, Torf!’ blaft Puk.

19


‘En hij is daar stinkend rijk van geworden,’ zo gaat Dirk onverstoord verder. ‘Zo rijk dat hij nu een ander terrein heeft gekocht aan de westelijke kant van het bos.’ Dirk wijst met zijn stok naar het westen en laat een stilte vallen. Dan gaat hij weer verder, op sluwe toon: ‘En zou het niet handig zijn als hij met zijn vrachtwagens in een rechte lijn van het ene terrein naar het andere kon rijden? Die weg loopt dan wel dwars door het bos en daar moeten een hoop oude beuken voor wijken, maar ja: het zou toch een hele vooruitgang betekenen? Wie maalt er nu om de biotoop van een paar zeldzame dieren? Wie geeft er iets om een boompje meer of minder? Zo redeneert die vuilnisbaron en hij zou gelijk krijgen, als wij niet protesteren! De eerste bomen liggen ondertussen al omver. Ik kan jullie verzekeren: het is om te schreien. Een omgehakte boom in de bloei van zijn leven is als een open wonde in het bos … Mogen we dat laten gebeuren? Wij moeten, hier en nu, beseffen dat wij geen eigenaar en meester zijn van de aarde! Wij mogen de aarde niet kaalvreten en leegplunderen! Als we dat blijven doen, wordt de aarde nog zieker dan ze al is: doodziek wordt ze! Daarom wil ik jullie vandaag, samen met Minneke, vragen om in actie te komen tegen de vuilnisbaron. Wij trekken ten strijde tegen Roland Torf!’ roept Dirk en hij steekt zijn stok omhoog.

20


‘Torf, Torf!’ blaft Puk. Het is doodstil in de tent. Dirk kijkt naar al die verschrikte gezichten. Ik heb te heftig gesproken, denkt hij … Dan fluit er iemand keihard op zijn vingers. ‘Bravo!’ roept iemand anders en er barst een geweldig applaus los. Dirk staat te beven op zijn benen. Hij wankelt en gaat op het krukje van Pluk zitten. Het hondje springt op zijn schoot en likt zijn gezicht. De rest van de namiddag is een wonder. Schrijvers spreken mooie woorden. Dichters zeggen verzen op en muzikanten spelen muziek tot laat in de avond.

21


De lampionnen branden en op de dansvloer zwiert een bont gezelschap. Een punker rockt met een oudere dame. Een bekend acteur praat met een milieuactiviste, een oude man met een lange baard zwaait met een piratenvlag, een fijne juffrouw praat met een hippie en een journalist kijkt rond, stelt vragen en schrijft een stukje voor de krant. Moe maar tevreden ligt Pluk die avond in haar mandje. Dirk en Minneke liggen nog lang in hun eigen mand na te praten. Pluk weet niet waar ze het over hebben, maar hun stemmen klinken strijdlustig.

Flor en Frot Flor heeft een enorme vetkuif en draagt een lederen jekker, een jeans en puntige laarzen. Hij is de woordvoerder van de bosbezetters. Niet het ‘hoofd’, want bosbezetters hebben geen hoofdman. Iedereen heeft evenveel recht van spreken, elke stem telt. Flor is er goed in om al die verschillende meningen in één mening samen te vatten. Hij kan luisteren en is ontzettend slim. Hij ziet eruit als een rockmuzikant en is zo arm als een kerkrat8. Geld en bezittingen interesseren hem niet. Hij is een strijder die wil strijden voor een rechtvaardige en milieuvriendelijke wereld.

22


Hij leeft voor die idealen9, maar aan zijn vetkuif en zijn puntlaarzen mag je niet raken. Hij is namelijk een fan van de jonge Elvis Presley en hij lijkt nog op hem ook! Alle meisjes vallen in katzwijm voor Flor. Met zijn zwoele stem kan hij een steen doen smelten. Flor zit bij Dirk en Minneke aan tafel in de woonwagen. Minneke kijkt hem vol aanbidding aan. Pluk snuffelt aan zijn laarzen: die ruiken zó interessant. Dirk bekijkt het met verbazing. Het vrouwvolk in zijn woonwagen is als een baksteen gevallen voor Flor. ‘We zullen onmiddellijk actie ondernemen!’ zegt Flor. ‘Morgen komen we met een twintigtal bosbezetters. Kun je ons tonen waar de bomen met witte kruisen staan, Dirk?’ ‘Natuurlijk,’ zegt Dirk. ‘Ik zal je de bomen laten zien die door Roland Torf gemarkeerd zijn.’ ‘Torf, Torf!’ blaft Pluk. ‘Wat heeft die hond toch?’ zegt Minneke. ‘Elke keer als die naam valt, blaft ze!’ Flor kijkt naar Pluk die op haar kontje voor hem zit. ‘Roland Torf?’ zegt hij. ‘Torf, Torf!’ blaft Pluk en ze knuppelt met haar staart op de grond. ‘Roland?’ zegt Flor.

23


Pluk gaat op haar buik liggen met haar snuit op haar voorpootjes en zucht diep. ‘Torf?’ zegt Flor. Pluk veert op en blaft blij: ‘Torf, Torf!’ ‘Dit is toch die hond zonder naam die jullie gevonden hebben in het bos?’ zegt Flor. Minneke knikt. ‘Dan is het toch duidelijk? Die hond heeft zelf haar naam gekozen!’ ‘Torf!?’ zegt Dirk verbluft. ‘Wel almachtig!’ ‘Torf, Torf!’ blaft Pluk en ze kwispelt met haar staartje. ‘We kunnen haar toch niet Torfje noemen?’ zegt Minneke sip. Pluk springt tegen haar been op en blaft: ‘Torf, Torf!’

24


‘Die naam wil ik helemaal niet voor het beestje …’ Flor glimlacht en aait Pluk stevig over haar rug. ‘Weet je welk woord ze in mijn dorp gebruiken als we ‘aaien’ bedoelen? Frotten …’ ‘Torf, Torf!’ blaft Pluk. Flor voegt de daad bij het woord en aait haar nog een keer over haar rug. ‘Waarom noemen jullie haar niet Frotje?’ ‘Torf, Torf!’ blaft Pluk. ‘Zie je wel?’ zegt Flor. ‘Als je de letters gewoon omdraait, merkt ze het verschil niet.’ ‘Frotje!’ zegt Minneke opgelucht. Pluk rent als een haas rond de tafel, haar oren flapperen ervan. ‘Torf, Torf!’ blaft ze opgewonden. ‘Zullen we je voortaan maar Frotje noemen, beestje?’ glimlacht Dirk. ‘Ja, ja!’ blaft Pluk. Eindelijk, denkt ze, wat heeft het lang geduurd voor jullie dat begrepen! Frotje springt op de schoot van Flor en likt uit dankbaarheid zijn gezicht. Die jongen is niet gewoon slim, hij is geniaal!

25


De bosbezetting De eerste bomen aan de westkant van het bos liggen al omver. Het is werkelijk een triest gezicht. De bosbezetters hebben hun intrek genomen in de bomen dicht bij die slapende reuzen. Met ophaalbare touwladders klimmen ze hun boom in of uit. Met touwen hebben ze een netwerk gebouwd tussen de beuken en zo gaan ze bij elkaar op bezoek. Soms zitten ze met z’n vieren te kaarten in één boom, of ze kwetteren gezellig als mussen vanuit de ene boom naar de andere. Ze slapen in hangmatten onder een zeil en komen enkel naar beneden om een vuurtje te maken als ze eten willen koken. Daarna klimmen ze weer in hun boom om het op te eten. De meesten zijn jonge mensen zoals Flor, maar ze lijken natuurlijk niet allemaal op Elvis Presley. Er zijn meisjes bij met dreadlocks10 of met een korte kuif. Er zijn jongens met een paardenstaart of met een doodgewoon kapsel. Sommigen zijn al wat ouder, maar de oudste is de man met de piratenvlag en de lange baard. Zijn naam is Ernest, maar iedereen noemt hem Nest, dat past beter bij een man die in een boom woont. Nest kan liedjes spelen op zijn mondharmonica. Argeloze wandelaars die niets over de bosbezetting weten, worden soms verrast door een vrolijk deuntje dat uit de bomen langs het wandelpad opklinkt.

26


De bosbezetters spreken de geheimtaal van de vogels. Elk vogelgeluid betekent iets anders, maar het belangrijkste is het geluid van een uil. Gelukkig hoor je dat oehoe-geroep niet vaak. Het betekent GEVAAR en het wordt enkel gebruikt als Roland Torf op komst is. Voor de houthakkers die op de ochtend van elke werkdag aankomen met hun bijlen om de bomen om te hakken, gebruiken ze het gesnater van een eend. Het maakt de houthakkers woest. Ze staan onder de bomen te tieren en met hun bijlen te zwaaien, terwijl boven hun hoofd het gesnater van wel twintig eenden klinkt. Frotje, Minneke en Dirk gaan elke dag wel een paar keer op bezoek bij de bosbezetters.

27


Als Frotje komt, hoor je een vinkenslag. Dat betekent: ‘Frotje is daar!’ Iedereen is dol op dat hondje … Op een ochtend arriveren Dirk, Minneke en Frotje nog vroeger dan de houthakkers. Dirk is totaal overstuur. Hij roept al van ver en zo luid dat iedereen het kan horen: ‘Torf is aan de oostkant begonnen met bomen om te hakken! Hij heeft al een bulldozer ingezet om het pad breder te maken!’ De bosbezetters gebruiken hun touwladders niet eens! Ze laten zich aan een touw naar beneden vallen en in een mum van tijd staan ze rond Dirk. ‘Wat nu gezongen?’ zegt Dirk. ‘Oehoe! Oehoe!’ roept Nest. ‘Oehoe, oehoe, oehoe!’ roepen nu ook alle andere bosbezetters. Het klinkt als een strijdkreet door het bos … Met Flor voorop gaan ze spoorslags11 naar de oostkant. Roland Torf ziet hen al van ver komen. Het is een klein, dik ventje, maar hij zwaait met een grote vuist. Het zweet parelt op zijn voorhoofd. ‘Ik zal jullie mores leren12!’ schreeuwt hij. Hij stormt op Flor af die de stoet van bosbezetters leidt. ‘Wat is er klein ventje?’ zegt Flor.

28


Dat was niet zo slim van onze geniale Flor. Hij krijgt een vuistslag tegen zijn kaak en valt op de grond. Dan steekt Torf zijn arm omhoog. ‘Bulldozééér!’ brult hij. De bulldozer komt rillend in beweging … Dan davert hij op de bosbezetters af en op Dirk en Minneke die Frotje in haar armen klemt. Flor ligt nog steeds op de grond en nu volgen alle bosbewoners, Dirk, Minneke en Frot zijn voorbeeld: ze gaan op de grond liggen. Minneke houdt de grommende Frot tegen de grond gedrukt. De bulldozer komt dichterbij … Niemand merkt op dat er een busje van de nieuwsdienst is gestopt. Een man komt op het tumult13 af met een camera op zijn schouder. Hij loopt recht naar Roland Torf! En wat doet die vuilnisbaron? Met een zwaai slaat hij de camera uit de handen van de cameraman! Torf staat te vloeken en te tieren. ‘Ik zal me niet laten doen door dat stelletje smeerlappen en nietsnutten!’ roept hij. De geluidsman die achter de cameraman aankomt, neemt stiekem zijn geschreeuw op. De bulldozer komt nog steeds dichterbij … Hij wacht op een bevel van Torf, maar het vuilnisbaronnetje ontploft bijna van woede.

29


Hij ziet niets meer, alles wordt rood voor zijn ogen, zo kwaad is Roland Torf. De man die de bulldozer bestuurt, neemt dan maar zelf een beslissing. Hij stopt.

30


Die avond zitten alle bosbewoners, Dirk, Minneke en Frot in het dorpscafé naar de televisie te kijken. Roland Torf, de bosbezetters, de bulldozer en de gevelde bomen: ze komen allemaal in beeld. ‘Hoe wist je toch dat Torf van plan was om de bomen aan de oostelijke kant te vellen, Minneke?’ vraagt Dirk na de nieuwsuitzending. Minneke giechelt. ‘Torf zit op Facebook,’ zegt ze. ‘Hij had een foto van een bulldozer en een gevelde boom gepost. Ik herkende de oostkant van het bos. Toen ik dat zag, heb ik de pers onmiddellijk verwittigd.’ ‘Minneke, je bent geniaal! Speciaal voor jou, Dirk en Frotje zal ik nu een lied van Elvis zingen over Roland Torf!’ zegt Flor.

‘Je bent niets anders dan een grote hond … die de hele tijd jankt! Je bent niet anders dan een grote hond … en je bent geen vriend van mij-ij!’ Flor knipoogt naar Minneke en zij knippert verlegen met haar ogen. Dirk moet erom lachen. En Frotje? Die zingt niet mee dit keer. Ze likt het zoveelste restje bier op en voelt zich duizelig worden van geluk.

31


Woordenlijst 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

32

flikflooien = overdreven vleien optie = mogelijkheid milieuactivist = lid van een actiegroep die opkomt voor een beter leefmilieu meeting = bijeenkomst petitie = papier met een officieel verzoek happening = gebeurtenis, activiteit produceren = voortbrengen, vervaardigen zo arm als een kerkrat = heel erg arm zijn idealen = wat je erg graag wilt bereiken dreadlocks = gedraaide vlechten van kroeshaar spoorslags = met grote haast iemand mores leren = op een harde manier straffen tumult = lawaai


Dirk en Minneke leven rustig in het bos met hun hondje Pluk. Hun luilekkerleven wordt plots bruut verstoord wanneer er plannen zijn om veel bomen te kappen. Maar dat laten Dirk, Minneke en Pluk niet zomaar gebeuren.

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 4. ISBN 978 90 486 2283 2 Bestelnummer 60 1021 397 KB D/2015/0147/339 NUR 191 Illustraties: Sanne Vanderkrieken Met dank aan Edith Brouckaert en Don Fabulist. Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622832

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb 4e leerjaar - Kijker 5 - N1 – Frotje by die Keure - Issuu