Skip to main content

Verrekijkerbieb 4e leerjaar - Kijker 4 - N2 – De laatste trein

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

De laatste trein Maaike Monkerhey

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 4

4


De laatste trein

1


4 september 1944 - 00.03 u. Het was een koele nacht. Af en toe schoven wolken voor de volle maan. Onder een pikzwarte sterrenhemel gleed een grote zware locomotief door de vlakke polders1. Een eindeloos lange rij wagons lichtte spookachtig op in het kille maanlicht. De trein naderde Diksmuide. Daar doemde het donkere, rijzige silhouet2 van de IJzertoren al op. ‘Geen oorlog meer’ kon je op de zijgevels lezen. Vier keer. In vier verschillende talen. Helaas was dat niet duidelijk genoeg geweest. Er was toch weer oorlog gekomen. Vier jaar al. Al vier lange jaren waren de Duitsers de baas in ons land. Niemand was nog vrij. Iedereen moest leven volgens hun strenge wetten. De Duitse bezetter3 was hard en wreed voor wie die wetten durfde te overtreden. Iedereen hoopte maar dat de bevrijders4 nu snel zouden komen. De berichten op de radio klonken in elk geval hoopvol. Britten, Polen, Amerikanen en Canadezen zouden Brussel al bevrijd hebben! Maar Brussel lag ver van hier. Voorlopig bleven de Duitsers de baas in Diksmuide. De locomotief tufte steeds langzamer over de sporen en denderde over de IJzerbrug. Plots sloegen de remmen dicht. Het luide geknars van metaal op metaal sneed de stilte in stukken. Meteen daarna klonk zacht gemompel vanuit enkele wagons. Bleke, magere mannen kropen voorzichtig overeind. Ze waren uitgeput en ziek. Al twee dagen zaten ze opgesloten in deze trein. Zonder drinken. Zonder eten. Zonder toilet. Ze waren op weg naar een werkkamp5 in Duitsland.

2


Daar zouden ze zeker sterven. Het leven in de kampen was een hel waar niemand levend uit geraakte. De trein stond bijna stil. Opeens zette een van de gevangenen zijn schouder tegen de schuifdeur van de wagon. Hij duwde uit alle macht. Het slot waaraan hij nu al meer dan twee uren prutste, klikte open. Nog even keek de man achterom. Hij glimlachte naar de verbaasde gezichten van zijn medegevangenen. Dan sprong hij uit de stapvoets rijdende trein. Maar zijn geluk duurde niet lang. Een Duitse bewaker langs de spoorlijn merkte de vluchtende gevangene op. Hij nam zijn revolver, richtte en schoot. Twee keer. Het eerste schot raakte de gevangene in de borst. De man was op slag dood. Hij viel met een smak tussen de sporen. Het tweede schot wekte Achiel Boone uit een diepe droom. Hij wreef met zijn linkerhand de slaap uit zijn ogen, krabde in zijn baard en ging rechtop zitten …

3


4


4 september 1944 - 00.19 u. Nelly had een nare droom. Ze woelde en keerde in haar te kleine bed. Het was drukkend warm in haar kamertje. Ze baadde in het zweet, stampte in het niets en graaide in het rond. Haar vingers raakten vast in de gaatjes van de gehaakte sprei6 die half op de grond was gegleden. Eindelijk schoot Nelly wakker. Haar hart bonkte in haar keel. Ze staarde een tijdje in het duister naar het plafond. Nelly had weer over papa gedroomd. Twee jaar geleden pakten de Duitsers hem op en zetten hem op een trein naar een werkkamp. Ze was toen net acht. Al die tijd hadden zij, mama en haar zes jaar oudere broer Vic niets meer van hem gehoord. Nelly had weken gehuild. Van verdriet. Maar ook van woede. Het leek erop dat mama en Vic het niet zo erg vonden dat papa er niet meer was. Mama deed verder in het huishouden en nam haar taken voor het Rode Kruis weer op. Vic fietste elke dag naar zijn vriend Marcel in Zarren. Daar speelden ze vrolijk op de boerderij en zwierven ze door de bossen. Over papa werd thuis steeds minder gesproken! Nelly begreep er niets van. ‘Hard werken helpt om de gedachten te verzetten,’ had mama eens gezegd. Nelly had toen in een boze bui geroepen dat zij papa het meeste miste. ‘Je broer Vic en ikzelf hebben ook heel veel verdriet, net als jij. Maar het helpt ons niets vooruit als we in een hoekje zitten te snotteren.’ Mama had met haar rug naar Nelly toe gestaan en de ui op de snijplank in kleine stukjes gehakt. Daarna had ze luidruchtig haar neus gesnoten. Even dacht Nelly dat ze huilde.

5


Maar toen had mama zich omgedraaid en de stukjes ui in de ketel met kokend water gezwierd. ‘Zo, die zullen me geen traanogen meer bezorgen,’ had ze tevreden gezegd. Ze was naar buiten gegaan om het koertje te vegen. Vanaf die dag sprak Nelly nog zelden over papa. Alleen de dromen bleven steeds terugkomen. Zoals vannacht. Ze droomde dat papa in een donker hok opgesloten zat en dat …. ‘Niet meer aan denken, Nelly!’ zei ze hardop. Ze draaide zich op haar buik en strekte zich zo breed en zo lang mogelijk uit. Haar handen bengelden bijna tot op de grond. Ze streek haar lange krullen uit haar zweterige nek. Nelly dacht terug aan de vorige avond. Ze liet haar hand over de gehaakte sprei glijden. Mama, Vic en zijzelf waren, zoals elke zondagnamiddag, via het steegje naar het huis van nonkel Achiel gegaan. Hij was de oudere broer van papa en was getrouwd met tante Angèle. Die bezoekjes op zondag waren altijd heel gezellig, maar ook heel erg spannend. Nonkel Achiel verstopte al jaren een radio achter een losse plank in een keukenkast. Daarmee luisterde hij elke avond naar Radio Londen. Hij volgde alle berichten over de bevrijders. Hij wist waar en wanneer de Duitsers zwaar op hun kop hadden gekregen. Juist daarom was het verboden om naar die zender te luisteren. De bezetter wilde niet dat wij iets over hun verliezen te weten kwamen. Op zondagavond ging nonkel Achiel samen met mama en Vic aan de keukentafel zitten. De radio tussen hen in. Samen luisterden ze dan naar het gekraak en gepiep dat uit het toestel kwam. Heel af en toe kon je er woorden, of zelfs een hele zin in herkennen. Nelly vond er niets aan. Tante evenmin. Ze bleven met z’n tweetjes gezellig in de woonkamer zitten. Daar leerde tante haar haken7.

6


Haakgaren8 was gerantsoeneerd. Dat wilde zeggen dat je er heel weinig van kon vinden. Het was ook peperduur. Net zoals ondergoed en zeep. Of boter, koffie, suiker en chocolade. Maar elke week toverde tante wel een paar nieuwe kleurrijke bollen garen tevoorschijn. ‘Voor jou en voor je mama,’ fluisterde ze dan. Hoewel mama eigenlijk nooit haakte, leek ze er elke keer wel blij mee. Nelly draaide zich op haar zij, rolde zich in een bolletje en trok een hoek van de gehaakte bedsprei over zich heen. Ze speelde met de franjes9 die langs de rand hingen en probeerde weer in te slapen.

7


4 september 1944 - 01.02 u. Beneden sloeg de staande klok in de woonkamer één keer. Nelly was nog steeds klaarwakker. Het was aardedonker in haar kamer. Dat kwam door het afgeplakte raam. Bevel van de Duitsers. Geen streepje licht mocht naar buiten. Vic had, voor hij het karton tegen het raam plakte, er eerst een heleboel gekke mannetjes op getekend. Ze stonden onnozel te dansen, of keken scheel en staken hun tong uit. Elk figuurtje leek op die vreselijke Adolf Hitler. Hij was het die zo’n vier jaar geleden deze oorlog in Europa begon. Die mannetjes hadden hetzelfde haar en hetzelfde pikzwarte snorretje. Haar broer was wel zo slim geweest om de figuurtjes niet te groot te tekenen. Vanaf de straat beneden waren ze eigenlijk niet te herkennen. Maar goed ook. De dag dat een Duitse soldaat in de gaten kreeg dat ze bij hen thuis spotten met Hitler, vreesde Nelly het ergste. Het was best mogelijk dat je door zo’n grapje op één of andere trein naar een werkkamp werd gezet. Net zoals papa. Eigenlijk wist Nelly niet waarom papa was meegenomen. Mama wist het wel, natuurlijk. En Vic ook, dacht ze. Maar de kans dat die twee haar iets zouden vertellen, was wel heel erg klein. Zij bleef het jongere zusje dat niets mocht weten, en vooral niets mocht vragen. Maar volgende week werd ze tien! Dan was ze toch geen klein kind meer! Het was zo oneerlijk! Nelly voelde zich er weer boos om worden. ‘Wat Vic doet, kan ik ook!’ zei ze halfluid en stak nijdig haar tong uit in het duister.

8


Ze stapte uit bed en schuifelde op de tast naar haar schrijftafel bij het raam. De plankenvloer kraakte lichtjes bij elke stap. Door de spleetjes tussen het karton en het raamkozijn10 kon Nelly zien dat het volle maan was. Net wat ik nodig heb, dacht ze tevreden. Met de toppen van haar vingers voelde ze langs de randen van het karton. Voorzichtig peuterde ze een hoekje los en trok eraan. Een bundeltje maanlicht viel op de vloer. Dan trok Nelly met één ruk het karton volledig los en legde het op haar schrijftafel. Nu zag ze genoeg om zachtjes de bovenste lade open te schuiven en er een stompje potlood uit te vissen. Ze legde het naast het karton op de tafel. Nelly duwde haar neus tegen het koele glas. Ze keek omhoog, naar de reusachtig grote volle maan.

9


10


‘Mmmm…,’ droomde ze hardop. ‘Net een grote, bleke pannenkoek!’ Het water kwam haar in de mond. Het was jaren geleden dat ze pannenkoeken had gegeten. Echte pannenkoeken. Met een kop echte koffie. Pikzwart. Zo zwart als de hemel waartegen de pannenkoek nu hing. ‘Stop ermee, Nelly,’ zei ze tegen zichzelf. Haar vingers speelden met het stukje potlood. Even twijfelde Nelly nog, maar dan tekende ze een groot, rond gezicht met een zwart vierkant snorretje onder de neus. ‘Alle Duitsers zijn stom!’ schreef ze er in koeien van letters onder. Vic zou nogal opkijken als hij dit morgen achter haar raam zag hangen! Dit was wat anders dan die miezerige kleine tekeningetjes van hem! Akkoord, de kans dat een Duitse soldaat dit zag, was wel een flink stuk kleiner dan bij het raam van Vic aan de straatkant. Haar venster gaf uit op het koertje. Dat was zo hoog ommuurd dat je vanaf de straat bijna niets van de achtergevel zag. Maar het was het idee dat telde, vond Nelly. Overtuigd van zichzelf ging ze met het karton tegen de vensterbank staan. Haar blik dwaalde naar beneden, over de schaduwen van het koertje en de muur achteraan. In het midden zat een grote, donkere rechthoek. Dat was de houten deur die uitkomt op het steegje. Langs dat kronkelende straatje geraakte je meteen bij de achterkant van een twintigtal huizen tussen de Bortierlaan, waar Nelly woonde, en de Vredestraat. Voor zover ze zich kon herinneren, had ze nog nooit een Duitser in het steegje gezien. Die wisten waarschijnlijk niet eens dat het bestond! Nelly grinnikte. Die Duitsers waren inderdaad heel stom! Haar blik dwaalde verder naar de plek naast de deur, waar Vic zijn fiets altijd zette omdat … ‘Hé?!’ mompelde Nelly halfluid. ‘Waar is die fiets naartoe?’

11


Ze boog voorover om beter te kunnen kijken en duwde haar neus helemaal plat tegen het glas. Maar tegen de muur was niets te zien dat op een fiets leek. Vreemd. Had Vic hem tegen de zijmuur gezet? In die donkere hoek waar vroeger het konijnenhok stond? Dat kon. Of Vic reed er nu nog ergens mee rond. Nelly grinnikte. Dat kon niet. Mocht ook niet. De stad liep vol met boze Duitsers die ’s avonds niemand meer op straat wilden zien na tien uur. Nelly nam het karton en zette het weer voor haar raam. Meteen was het een stuk donkerder in haar kamertje. Voorzichtig duwde ze de zijranden vast. Nu nog de bovenkant … Hé!? Zag ze dat goed? Daar bewoog iets op het koertje! Een donkere schaduw schoof over de muur! Daar was iemand! Nelly voelde haar hart kloppen tot in haar keel. Haar knieën trilden. Gespannen tuurde ze over de rand van het karton. Heel duidelijk hoorde ze de deur met een zachte klik in het slot vallen. Geschuifel van voeten. Ik moet mama en Vic waarschuwen, dacht ze. Maar haar benen voelden loodzwaar. Als versteend bleef ze bij het raam staan en hield haar adem in. Dan hoorde Nelly een bekend geluid. Het geluid van een fiets die tegen een muur werd gezet. Vic! Ze ontspande en liet haar adem in één keer ontsnappen. Natuurlijk! Het was die verdomde broer van haar! Waar kwam die in godsnaam vandaan? Het was midden in de nacht! Hier wilde ze het fijne van weten. Stilletjes stapte Nelly de gang op. Achter de deur tegenover haar klonk zacht gesnurk. Mooi. Mama was dus nog in dromenland. Het ideale moment om Vic eens aan de tand te voelen, dacht ze. Op de toppen van haar tenen sloop ze de trap af. Ze spitste haar oren, maar het bleef muisstil in huis.

12


Toen Nelly in de keuken kwam, hoorde ze zacht getik tegen vensterglas. Gooide Vic daar steentjes tegen haar slaapkamerraam? Of tegen dat van mama? Toen begreep Nelly het. Vic had natuurlijk zijn sleutel niet bij zich! Hoe dom! Maar mama nu wakker maken, was nog dommer! Vlug schoot ze door de kleine keuken naar de achterdeur. ‘Stil maar, ik kom eraan!’ riep ze halfluid en morrelde aan de sleutel. Die knelde zoals gewoonlijk. Nelly moest al haar kracht in haar vingers bundelen om er beweging in te krijgen. Buiten bleef het stil. Nelly grinnikte. Ze zag Vics verbaasde gezicht al voor zich! Eindelijk draaide de sleutel om in het slot. Oef! ‘Kom binnen, grote broer van me, wat een geluk dat ik …’ Verder kwam Nelly niet.

13


De schrik sloeg haar om het hart! Voor haar stond een donkere figuur die zeker vier koppen groter was dan Vic, en dubbel zo breed! Hij droeg een wijde, donkere kapmantel waardoor ze zijn gezicht niet kon zien. Nelly wilde gillen maar haar stem liet haar in de steek. Die deur moest weer dicht! besefte ze. Vlug! Ze gooide zich met haar volle gewicht op de deurkruk. Maar de vreemdeling was sneller. Hij strekte zijn arm naar haar uit! Een hand zo groot als een kolenschop graaide boven haar hoofd! In paniek beukte Nelly keihard met haar schouder tegen de deur aan. Het geluid van krakend bot deed haar opschrikken. De vingers van de indringer zaten klem! Nelly bleef uit volle macht duwen! Ze hijgde van angst en inspanning! Achter de deur klonk zacht gekerm. Daarna een luide vloek. Nelly versteende. Ze loste haar greep op de deurkruk. De hand verdween bliksemsnel. Die stem! Maar dat … O nee! Voorzichtig trok ze de deur wat open en stak haar hoofd naar buiten. De man had ondertussen zijn kap naar achteren geschoven. ‘Nonkel Achiel?’ vroeg Nelly stomverbaasd. Ze keek recht in het ronde baardgezicht van haar oom. ‘Dag Nelly,’ bromde nonkel Achiel. Met een scheve grijns wreef hij over de kneukels van zijn linkerhand. ‘Het ... het spijt me, ik dacht ... ik wist niet dat …’ stamelde Nelly met trillende stem. Nonkel Achiel legde een vinger op zijn lippen. Zijn helderblauwe ogen keken haar strak maar vriendelijk aan. ‘Ik leg het je zo meteen wel uit,’ zei hij zacht. ‘Eerst nog even wachten op je bro…’ Op dat moment draaide de deur naar het steegje piepend open. Vic stapte uit het duister tevoorschijn. Hij duwde zijn fiets voor zich uit. De schaduwen tekenden zich scherp af in het kille licht van de maan. Vic zette zijn fiets tegen de zijmuur van het koertje.

14


Pas toen hij zich omdraaide en op nonkel Achiel afstapte, merkte hij Nelly op. Zijn mond zakte open. Nelly slikte. Haar keel voelde kurkdroog. Nonkel Achiel legde een arm om Vics schouder. ‘Ik geloof dat we jouw zus wat uit te leggen hebben,’ fluisterde hij en duwde hen dan allebei zachtjes naar binnen.

15


16


4 september 1944 - 02.26 u. Nelly’s hoofd tolde. Het bleef een tijdje stil aan de keukentafel. De brandende kaarsstompjes waren met de helft gekrompen. Haar oom had meer dan een half uur aan een stuk zitten praten. Over de Witte Brigade, de geheime groep waarvan hij en tante Angèle lid waren. Over hun verzet tegen de Duitse vijand. Over hoe ze zichzelf de ‘Witten’ noemden. Over tante Angèle, die het nieuws van Radio Londen op briefjes schreef en die in de bollen haakgaren verstopte. Over mama, die de bollen meenam naar het bureau van het Rode Kruis. Over de geheime drukkerij in de kelder van het gebouw, waar het nieuws in een krantje werd gedrukt. Over hoe gevaarlijk dat allemaal wel was. Al die tijd had Nelly geen woord gezegd. Nonkel Achiel vertelde ook over zichzelf en Vic. Hoe ze ’s nachts rondzwierven met zakken springstof om bruggen of spoorlijnen op te blazen. Op die manier geraakten treinen vol oorlogsmateriaal niet op tijd in Duitsland. De vijand werd er gek van! Nelly glimlachte. Net goed. ‘In Zarren heeft Vic vannacht, samen met nog enkele ‘Witten’, het spoorwegbruggetje over de Zarrenbeek opgeblazen,’ zei nonkel Achiel plots. Hij keek Vic doordringend aan. ‘Misschien vertel jij je zus nu beter met wie je nog samen werkt, Vic …’ Haar broer had geknikt en was zijn verhaal begonnen.

17


4 september 1944 - 02.41 u. Wankelend stond Nelly op. Ze zag lijkbleek. Haar trillende handen zochten steun tegen het aanrecht. Vics woorden dreunden steeds sneller en luider door haar hoofd. ‘Springstof … spoorlijn … ontploffing … Zarren … papa … bij de ‘Witten’ … papa leeft … ondergedoken … op boerderij … PAPA …!! Toen werd het zwart voor haar ogen. In haar val veegde Nelly een stapel borden van het aanrecht. Ze vielen kletterend op de grond. In de slaapkamer boven de keuken schrok mama wakker. Halsoverkop stommelde ze de trap af.

4 september 1944 - 02.52 u. ‘Nelly! ... Nel-ly!! ...’ Mama’s stem galmde door haar hoofd. Ze voelde een koele hand onder haar kin. Plets! Een vochtige doek in haar gezicht. ‘Huh!?’ schrok Nelly en opende haar ogen. Mama’s gezicht was vlakbij. ‘Oef,’ zuchtte ze. ‘Je bent terug! Kom aan tafel zitten, meid. Drink wat.’ Nelly greep mama’s arm en hees zich omhoog. Ze plofte neer op een keukenstoel en dronk een flinke teug van het glas water dat Vic haar gaf. Beetje bij beetje kwam het hele verhaal van nonkel Achiel en Vic terug. Nelly keek de tafel rond. Drie paar ogen hielden haar gespannen in de gaten. Toen verbrak mama de stilte. ‘Het spijt ons verschrikkelijk dat we al die tijd tegen jou hebben gezwegen, Nelly. We hadden je zo graag verteld dat papa veilig verstopt zat, dat hij niet …’ Haar stem trilde. ‘Je moet weten … je moet begrijpen dat …’ Mama’s handen knepen de vochtige doek bijna tot moes. Haar ogen vulden zich met tranen. ‘Het is goed, mama,’ fluisterde Nelly. ‘Ik begrijp het. Ik was te klein en het gevaar om ontdekt te worden was voor papa en jullie te groot.’ 18


‘Juist,’ bromde nonkel Achiel zacht. ‘Helemaal juist. Maar nu ben je oud genoeg.’ Hij knipoogde naar haar. ‘Ik kon je vannacht geen smoesjes meer wijsmaken. Je had me trouwens goed te pakken daar …’ Hij knikte even met zijn hoofd in de richting van de deur. Nelly lachte verlegen. ‘Je vader zal trots zijn als hij het hoort …’ Ze voelde haar hart gloeien van blijdschap en trots.

19


20


4 september 1944 - 03.22 u. ‘Dus die trein vervoert naast oorlogsmateriaal ook nog gevangenen?’ vroeg mama en ze zette een nieuwe kaarsstomp op tafel. ‘Dat moet ik aan het Rode Kruis melden,’ merkte ze op. ‘Inderdaad,’ antwoordde nonkel Achiel. ‘En daarom ben ik langsgekomen. Wij van de Witte Brigade hadden al een vermoeden. Maar nu zijn we zeker. Rond middernacht heb ik geweerschoten gehoord bij het station. Een van die arme sukkelaars is neergeknald toen hij uit een wagon sprong.’ Nelly slikte en sloeg haar ogen neer. ‘De stakker …,’ zuchtte mama. Ze greep naar het luciferdoosje en streek een stekje aan. De lont van het stompje kaars vatte meteen vlam. Het flikkerende licht liet schaduwen op de muren dansen. ‘Er zitten zeker nog bijna driehonderd van zijn makkers op de trein,’ ging nonkel Achiel verder. ‘Ze zijn op weg naar Duitsland. In het gevangenenkamp van Neuengamme worden ze waarschijnlijk meteen vermoord. De Duitsers voelen dat ze aan het verliezen zijn. Toch willen ze hun wrede plannen tot het einde uitvoeren.’ ‘De trein zal in elk geval niet uit Diksmuide vertrekken voor de brug in Zarren hersteld is,’ merkte Vic op. ‘In die tijd moet het Rode Kruis er alvast in slagen voedsel, medicijnen en water tot bij de gevangenen te brengen. Dat moeten de Duitsers wel toelaten.’ Mama knikte. ‘Jammer dat we niet meer voor hen kunnen doen,’ zuchtte Vic. Het bleef even stil aan de keukentafel. Dan richtte Nelly haar hoofd op. In haar ogen blonk het licht van de kaarsvlammen. ‘We kunnen wel meer doen,’ zei ze zacht.

21


4 september 1944 - 14.22 u. De zon stond hoog aan de hemel. Met een hand boven haar ogen tuurde Nelly naar het stationsgebouw in de verte. Achter haar stond de voordeur wijd open. De vlag van het Rode Kruis wapperde uit het raam van Vics kamer. Op de stoep stonden lange tafels met brood en kannen water. Het nieuws van de stilstaande trein met gevangenen was als een lopend vuurtje rondgegaan. De Bortierlaan zag zwart van het volk. ‘Daar komen ze!’ riep iemand. Nelly zag de stoet naderen. Mama en de burgemeester liepen voorop. Achter hen strompelden tientallen vermoeide en broodmagere gevangenen. Ze zagen er vreselijk uit! Gewapende soldaten hielden hen nauwlettend in het oog. Er was met de Duitsers een duidelijke afspraak gemaakt: de gevangenen mochten eten en drinken krijgen van het Rode Kruis. Daarna zouden ze te voet naar Brugge vertrekken. Een andere trein stond daar voor hen klaar. Nelly sprong zenuwachtig van de ene voet op de andere. Als het plan maar werkte … De eerste gevangenen drumden bijeen voor de tafels. Er werd geduwd en getrokken. Nelly deed haar best om iedereen van brood en water te voorzien. Ondertussen mengden zich heel wat Diksmuidenaars tussen de gevangenen. In een mum van tijd veranderde de lange stoet in een krioelende massa. ‘Platz machen!’ tierden de Duitsers luidkeels. ‘Platz machen!’ Maar hun bevelen haalden niets uit. Nu of nooit, dacht Nelly. Ze greep de handen van twee gevangenen beet en leidde hen naar de openstaande voordeur. Binnen nam Vic het van haar over. Even later strompelden de eerste gevangenen door het steegje achter de huizen. Vanuit de vele openstaande deuren en poortjes wenkten bewoners hen naar binnen.

22


Koertjes, kelders en zolders vulden zich in een mum van tijd met ontsnapte gevangenen. De arme stakkers wisten niet wat hen overkwam. In de Bortierlaan begrepen de Duitsers wel goed wat er gebeurde. Tegenover deze dappere Diksmuidenaars konden ze niets beginnen! Ze gooiden hun wapens op de grond en zetten het op een lopen. Naar Brugge. Alleen.

23


Woorduitleg 1 polder = stuk land dat door een dijk wordt beschermd tegen omringend water 2 silhouet = zichtbare omtrek van een persoon of ding 3 bezetter = de vijand die een land heeft bezet 4 bevrijder = redder 5 werkkamp = kamp waar gestraften of gevangenen verplicht moeten werken 6 sprei = sierdeken voor op bed 7 haken = iets maken met een grote naald en een draad 8 haakgaren = draad om mee te haken 9 franjes = versiering van afhangende draden 10 raamkozijn = omlijsting aan een raam

24


September 1944. De Tweede Wereldoorlog loopt op zijn einde. Nelly Boone, een meisje van tien, woont met haar mama en broer Vic vlak bij het station van Diksmuide. In de nacht van 3 op 4 september houdt een trein halt op de sporen. In de wagons zitten honderden gevangenen. Ze zijn op weg naar Duitsland. Naar de hel. Niemand kan nog iets voor hen doen … Of wel?

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 4. ISBN 978 90 486 2283 2 Bestelnummer 60 1021 397 KB D/2015/0147/339 NUR 191 Illustraties: Vero Beauprez Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622832

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb 4e leerjaar - Kijker 4 - N2 – De laatste trein by die Keure - Issuu