Skip to main content

Verrekijkerbieb 4e leerjaar - Kijker 3 - N3 – Seppe en het beest

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Seppe en het beest Tine Mortier

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 4

3


Seppe en het beest

1


2


Seppe had altijd van vreemde dieren gehouden. Niet van honden, katten, konijnen of hamsters. Die vond hij flauw. Huisdieren voor watjes! Seppe hield van andere beesten. Beesten die net iets gevaarlijker waren, of specialer of gewoon een beetje vies. Het begon al toen hij nog een peuter was. Zodra hij kon kruipen, verzamelde Seppe wormen, kevers en ander ongedierte1. Hij stopte ze in doosjes en potjes die hij door het hele huis liet slingeren. Er lagen bokalen met spinnen in de woonkamer, luciferdoosjes met kevers in de keuken en een aquarium vol bromvliegen in de badkamer. Zijn moeder werd er stapelgek van. Voor zijn achtste verjaardag wilde ze Seppe een huisdier cadeau doen. Ze hoopte om zo van de insecten en vieze beesten af te raken. ‘Wat dacht je van een puppy?’ vroeg ze op een morgen. Het was de week voor zijn verjaardag. ‘Zo eentje met grote ogen en lange oren.’ Ze had in de dierenwinkel een prachtige hond gezien. Een gele labrador. Maar Seppe schudde vastberaden zijn hoofd. ‘Ik denk er niet aan,’ zei hij.

3


‘Een poesje dan?’ probeerde zijn moeder. Hij schudde weer. ‘Een konijntje? Of een hamster, zoals je kleine zus?’ Maar wat ze ook voorstelde, Seppe wilde er niets van weten. Katten of honden vond hij te gewoon. Die zag je overal, op elke hoek van de straat en in elke tuin. Daar was helemaal niets speciaals aan! En konijnen of hamsters kon de grootste dommerik kweken. Kijk maar naar het buurmeisje: zelfs zij had een tamme witte rat. En iedereen wist dat zij toch echt niet de slimste was thuis. Ooit had ze een hele maand haar krullen niet willen wassen, nadat Seppe haar had wijsgemaakt dat je haar zomaar kon gaan uitvallen van te veel shampoo en warm water. Neen dus. Dat soort beesten wilde Seppe niet in huis. Hij wou iets anders. Iets groters. Mooier. Gevaarlijker. ‘Ik wil een koningscobra,’ zei hij zonder aarzelen. Zijn moeder hapte naar adem. Ze stond op, streek haar rok glad en kneep haar ogen tot spleetjes.

4


5


6


‘Geen sprake van,’ zei ze toen. ‘Een slang is en blijft een wild beest. En wilde beesten zijn niet te vertrouwen. Levensgevaarlijk! Weet je wel wat voor vreselijke dingen er kunnen gebeuren met een slang in huis?’ Seppe haalde zijn schouders op. Hij had er nog niet over nagedacht. Het kon hem eigenlijk ook niet veel schelen. Maar zijn moeder hield niet op. ‘Op een keer vergeet je dat beest te voeren,’ riep ze uit. ‘En dan krijgt het honger en breekt het uit en vreet het ons allemaal op met huid en haar.’ Maar Seppe luisterde niet naar wat zijn moeder zei. Hij klaagde en zeurde en jankte tot ze uiteindelijk toegaf. Voor zijn achtste verjaardag kreeg hij een koningscobra. Seppe was in de wolken. Elke dag voerde hij zijn slang diepgevroren muisjes uit een plastic zakje en maakte nauwgezet de kooi schoon. Hij nam de cobra op zijn schoot en aaide haar over haar gladde, koude schubben terwijl hij naar de televisie keek. Hij legde haar aan zijn voeten, waar ze rustig lag te slapen terwijl hij zijn huiswerk maakte en liet haar elke dag een kwartiertje uit in de tuin. Hij vond het heerlijk.

7


Maar na enkele weken verslapte de aandacht van Seppe. Zo fantastisch was de koningscobra nu ook weer niet. In elk geval een stuk minder fantastisch dan hij had gedacht. Het grootste deel van de tijd lag dat beest maar wat te slapen en te suffen2. Soms deed ze zelfs de hele dag haar ogen niet open. En kunstjes kon je zo’n slang ook al niet leren. Ze vertikte3 het om rechtop te gaan zitten als hij haar koekjes voerde en kwam niet eens opdagen wanneer hij haar riep. Wat een lui beest! Dus op een dag haalde Seppe de slang niet meer uit de kooi om haar te knuffelen. Hij liet haar niet meer uit in de tuin en vergat af en toe zelfs om haar eten te geven. Ook de kooi schoonmaken was een karweitje dat hem flink begon tegen te staan. Elke dag was veel te veel. Eén keer per week het stro verversen was best genoeg. Toch? Op een kwaaie morgen vergat Seppe om de kooi op slot te doen. Sinds die dag kwam en ging de koningscobra wanneer ze er zin in had.

8


9


10


Seppe vond het allemaal best. Het was een pak minder werk nu hij niet meer elke dag de kooi moest poetsen. Bovendien leek het wel alsof de slang minder honger had dan voordien. Dat scheelde een hoop geld, want diepgevroren muisjes waren behoorlijk duur! Vijf dagen later was de kat van de buren opeens verdwenen. De arme buurvrouw was er het hart van in4. Ze maakte posters met foto’s van haar huisdier en hing ze op in de straat. Ze zocht de hele buurt af en zette elke ochtend en avond een bordje eten aan de achterdeur, maar niets hielp. Het bordje was elke keer leeg, maar de kat kwam niet terug. Nog een week later waren ook de konijntjes van papa en de hamster van zus spoorloos verdwenen. Seppe twijfelde. Hij begon stilaan onraad te ruiken5. Misschien had zijn koningscobra wel iets met de verdwenen dieren te maken. Slangen houden nu eenmaal van een lekkere ronde hamster of een paar malse konijntjes. Maar hij zei niets. Ach. Wie gaf er nou wat om de kat van de buurvrouw of die andere saaie huisdieren?

11


12


Ondertussen groeide de koningscobra razend snel. Ze was al drie meter lang en er leek elke dag nog een stukje bij te komen. Ze kronkelde vrolijk en vrij door het hele huis en de hele tuin. Ze werd zo lang, dat je soms het puntje van haar staart op het terras van de keuken zag, terwijl haar hoofd al door de woonkamer snuffelde. Ze kroop over en onder de kasten, de zetels en de koelkast. Niets was nog veilig. Ze at koekjes, kattenvoer en restjes spaghetti. Alles wat ook maar een beetje eetbaar was, verdween in de maag van de slang. Wanneer ze naar buiten wou, duwde ze een raam of een deur open en verdween. Seppe was bijzonder in zijn nopjes6. Hij had het allerbeste huisdier ooit: speciaal, een tikje gevaarlijk en helemaal niet veel werk. Hij hoefde zijn slang zelfs niet meer te voeren. Ze zorgde zelf wel dat ze aan eten kwam. Maar het sprookje bleef niet duren. Toen de cobra op een dag Seppes zusje wou te pakken nemen, was de maat vol7. Seppes moeder werd dol. Ze schreeuwde en gilde en tierde, minutenlang.

13


Toen ze uitgeschreeuwd was, belde ze naar de dierentuin. Een half uur later stopte er een wit bestelbusje voor de deur. Er stapten drie mannen uit die de koningscobra kwamen halen. Ze moesten de hulp van de buren inroepen om het enorme beest te kunnen vangen. Seppe was in alle staten. ‘Ik wil mijn cobra terug,’ krijste hij. Zijn moeder hapte naar adem. Ze stond op, streek haar rok glad en kneep haar ogen tot spleetjes. ‘Geen sprake van,’ zei ze. ‘Dat rotbeest heeft op een haar na je zusje opgevreten. Hier komt geen slang meer binnen.’ Seppe klaagde en zeurde en jankte, maar zijn moeder gaf niet toe. Woedend liep hij het huis uit. Wat kon hem dat zusje schelen! Mokkend liep hij naar het bos.

14


15


16


Seppe schopte tegen elke boom die hij tegenkwam, keilde8 kastanjes naar de eekhoorns en spuugde op paddenstoelen. Het luchtte hem maar een klein beetje op. Na een paar minuten was hij het beu. Zijn voet deed pijn van al dat schoppen en hij liet zich zakken op het mos. Terwijl hij bedacht hoe hij het zijn zusje betaald kon zetten, viel zijn oog op een raar, rond ding een eindje verderop. Het was een ei! Het vreemde ei zat verstopt tussen de struiken en een dode boomstronk, en het was bedekt met rottende bladeren. Seppe kroop dichterbij en veegde de bladeren weg. Dit was ongetwijfeld het meest bijzondere ei dat hij ooit had gezien! Het was groen met grijze spikkels en groter dan een flinke voetbal. En in de herfst dan nog, wanneer geen enkele vogel nog een nest maakte of eieren legde! En zeker niet zo groot als dit. Even keek Seppe om zich heen. Nergens was een beest te bespeuren van wie dit ei kon zijn. ‘Mooi zo,’ grijnsde hij. ‘Dan is het van mij.’ Hij nam het ei in zijn armen.

17


18


Wat was dat ding zwaar! Seppe lachte hardop. Hier zat vast een reuzenslang in, die zijn zusje in één hap kon oppeuzelen. Hij kon haast niet wachten tot het ei zou uitkomen. Seppe sleurde het grote ei naar huis en sloop ermee naar de zolder. Hij maakte een soort nest met een kartonnen doos met stro erin en legde het ei daar voorzichtig op. Hij was in de wolken. Elke dag ging Seppe naar zijn ei kijken en zorgde ervoor dat het warm bleef. Het duurde eindeloos. Dag na dag na dag bleef hij geduldig wachten. Na precies zesenzestig dagen kwam er een barst in het ei. Dertien dagen later nog een. En nog een en nog een. En toen was het plots zo ver. Het ei kwam uit. Maar het jong dat tevoorschijn kwam, was helemaal geen slang! Zodra Seppe het eerste geschubde pootje zag, wist hij dat hij een drakenei had gevonden en uitgebroed. Het draakje was groen met grijze stippen en er kwamen vlammetjes uit haar neusgaten wanneer ze niesde. Seppe was dolgelukkig met zijn nieuwe huisdier. Dit was duizend keer beter dan een koningscobra!

19


20


Seppe hield zijn drakenjong goed verborgen. Anders zou zijn moeder vast weer de dierentuin bellen! Het draakje bleef op zolder. Seppe bracht haar elke dag vers vlees, groente en fruit, en maakte het nest schoon. Het kostte hem bloed, zweet en tranen, maar het lukte: zijn huisdier groeide als een kool9. Of neen, het groeide als een draak. Het bleef maar groeien, tot het nog nauwelijks op de zolder paste. Het kleine draakje werd al snel een reusachtige draak en at zo veel dat Seppe elke dag vier keer naar de zolder moest. Telkens sleurde hij een kist vol eten mee. Op een dag had de draak net twee manden vol kool en tien kilo biefstuk naar binnen gewerkt. ‘Heeft het gesmaakt?’ vroeg Seppe. Hij aaide de draak over haar dikke buik. De draak knikte. ‘Maar ik heb nog zo’n honger,’ zei ze klagend. ‘Ik wil een toetje.’ Ze keek verlekkerd door het zolderraam naar de koeien in de wei achter het huis. Seppe dacht aan zijn zusje. Hij wilde het haar nog steeds betaald zetten van zijn koningscobra. ‘Morgen breng ik je wat lekkers,’ zei hij. ‘Nog even wachten.’

21


Maar de draak had geen zin om te wachten. Ze likte haar lippen en blies rook door haar beide neusgaten. ‘Ik dacht het niet,’ zei ze. Haar kaken gingen wijd open. Hap. Daar ging Seppe. Het kraakte een beetje. Toen liet de draak een knoert van een boer.

22


23


Woorduitleg 1 2 3 4 5 6 7 8 9

24

ongedierte = kleine, lastige beestjes suffen = sloom en onoplettend zijn vertikken = iets niet willen doen het hart van in zijn = heel teleurgesteld zijn onraad ruiken = weten dat er iets niet klopt in je nopjes zijn = vrolijk zijn de maat is vol = het is genoeg geweest keilen = gooien groeien als kool = heel snel groeien


Seppe had altijd van vreemde dieren gehouden. Het begon met wormen, kevers en ander ongedierte. Tot op zijn achtste verjaardag. Toen kreeg Seppe een slang. Dat ging niet helemaal goed. Toch kon het nog erger. Want op een dag vond Seppe een heel bijzonder ei.

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 4. ISBN 978 90 486 2283 2 Bestelnummer 60 1021 397 KB D/2015/0147/339 NUR 191 Illustraties: Vera Smeulders Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622832

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb 4e leerjaar - Kijker 3 - N3 – Seppe en het beest by die Keure - Issuu