Skip to main content

Verrekijkerbieb 4e leerjaar - Kijker 3 - N2 – Ezels

Page 1

ucatieve uitgaven

Ezels.

BIEB

Gewoon buitengewoon! Frank Pollet

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 4

3


Ezels. Gewoon buitengewoon!

1


Tien redenen om géén ezel te kopen Mensen vinden ezeltjes vaak leuk en schattig. Jonge gasten zoals jullie zeuren mama en papa de oren van het hoofd, en ja hoor, het lukt: er komt een ezeltje. Zo’n lief knuffeldier. Hopelijk zelfs twee, want een ezel houdt van gezelschap. Maar … Niet zelden denken mensen na een tijdje dat ezeltjes toch niet helemaal zijn wat ze ervan verwacht hebben. En dan? Dan moeten die ezeltjes maar weg. Terwijl de dieren zich inmiddels aan jou hebben gehecht … De ezeltjes verschijnen dan in een advertentie: ‘Gratis ezeltjes’. En dan vallen zulke dieren wel eens in handen van mensen met verkeerde bedoelingen. In het beste geval verhuizen de ezels naar een ezelopvangcentrum. Toen ik weer een keer op de site van de Ezelvrienden surfte, sprong mij een pagina bijzonder in het oog: ‘Tien redenen om geen ezel te kopen.’ Je mag het dan wel vreemd vinden dit nu te lezen op de eerste pagina’s van een boekje over ezels. Maar toch, als je echt een ezel wilt kopen, denk dan zeker heel grondig na over het volgende:

1 Er zijn de vaste kosten … Vaak kun je een ezel voor een prikje kopen. Je moet dan voor een weide (huurgeld) en een schuilstal (bouwkost, onderhoud) zorgen. En er zijn de kosten die dagelijks, wekelijks, maandelijks, jaarlijks … terugkeren: hooi, stro, dierenarts (inentingen, onderzoeken …), hoefsmid …

2


2 Er zijn ook de onvoorziene kosten … Een ezel kan ziek worden en moet misschien een dringende operatie ondergaan. Is jouw spaarvarkentje daartegen bestand?

3 Je kunt niet meer zomaar op reis gaan! Als je een fervent reiziger bent, dan koop je maar beter geen ezel. Een kanarie, een hond of een kat kun je vrij makkelijk een tijdje bij vrienden onderbrengen. Maar een ezel? Da’s niet zo evident!

4 Je hebt er elke dag werk mee! Een ezel stopt niet met eten, drinken en zich te ontlasten als het zondag is, als je ziek bent of als het stenen uit de grond vriest. Elke dag moet je je ezel voederen, de stallen schoonmaken, met drinkwater sleuren … Vind je het een mooi vooruitzicht dat jàààrenlang te moeten doen?

Wanneer je ezels houdt, is ezelbolletjes scheppen dagelijkse kost. Bij mooi weer is dat niet zo erg. Maar wanneer het stront regent …

3


5 En er is de stront. Véél stront! Een ezel produceert dagelijks meer dan een emmer stront. Als je die bolletjes vies vindt, is knoopwerk zoals macramé een betere bezigheid voor je. Heb je er trouwens al eens bij stilgestaan of je een bestemming weet waar je uiteindelijk met al die mest naartoe kunt?

6 Soms valt het woord overlast … Je kunt je buren maar beter te vriend houden. Als je buurman nu al beweert last te hebben van jouw stille kuchje op jouw eigen terras, dan kun je maar beter geen ezel in zijn buurt plaatsen, want vroeg of laat balkt zo’n dier (’s morgens vroeg of ’s avonds laat, bijvoorbeeld) en dat is meer dan een kilometer ver te horen. Wedden dat je buurman bij jou zal komen aankloppen? In het slechtste geval spant hij een proces tegen je aan.

7 … om over kwetsuren nog te zwijgen … Wie ezels heeft, zal vroeg of laat zwaar werk moeten doen. Heb je een zwakke rug? Macramé is en blijft de perfecte hobby! Hoe lief ezels ook zijn, ze kijken niet altijd even goed uit. Een duw hier, een trap daar, en voor je het weet, bezorgt zo’n ezeltje, zich van geen kwaad bewust, jou een gebroken teen of een blauwe bil.

4


8 Er zijn bovendien wel eens vernielingen … Als jij niks omhanden hebt, dan verveel je je. En dan steek je wel eens kattenkwaad uit. Toch? Bij ezels is het niet anders. Die gaan dan overal aan bijten: het weidehek, de stal, zelfs tuinmeubels worden dan ‘deskundig’ onder tanden genomen. Voortdurende herstellingswerken aan hok en omheining kondigen zich nu al aan, en je hebt nog niet eens een ezel …

9 Je kunt toch heel goed tegen stress? Ben je zelf een stresskonijn, dan is het houden van ezels een lastige bezigheid. ‘Voor ieder mooi moment dat je beleeft bij je ezels krijg je evenveel stressdagen ‘cadeau’, lees ik op de site van de Ezelvrienden. Je zenuwen worden geregeld op de proef gesteld door ontsnapte ezels, manke ezels, zieke ezels, problemen met het hooi …

10 En je moet echt wel samen blijven! Stel je voor dat je mama en papa het niet meer met elkaar kunnen vinden. Wat wordt dan, na de scheiding, de nieuwe situatie? Voor jou? En voor de ezeltjes? Als je, nadat je dit gelezen hebt, nog altijd vindt dat ezels écht iets voor jou zijn, dan kun je overwegen er een te kopen. Nee, niet één! Ik wil je echt aanraden om er meteen twéé te kopen! Ezels hebben voortdurend gezelschap van soortgenoten nodig. Een goede raad: ga eerst een paar keren op bezoek bij een opvangcentrum voor ezels. Misschien staan er daar wel een paar ezeltjes op jou te wachten …

5


Ezels hebben gezelschap van soortgenoten nodig. Van links naar rechts: Henri, Frank en Victor.

In het ezelasiel Anegria hopen heel wat mishandelde, verwaarloosde … ezeltjes dat ze op een dag oog in oog staan met een nieuw - ditmaal vriendelijk - baasje.

6


Allemaal goed en wel, maar wat is een ezel? Nu nog steeds lopen er mensen los, die denken dat een ezel een soort minderwaardig paard is. Niets is minder waar. Een ezel is gewoon een heel ander dier dan een paard. (Is zelfs véééééél slimmer!!) Een opvallend verschil tussen ezel en paard is het relatief grote hoofd van de ezel. En natuurlijk de opvallend grote en beweeglijke oren. Een ezel heeft een kortbehaarde staart én heeft enkel aan de binnenzijde van zijn voorbenen zwilwratten; een paard heeft die bij alle vier de benen. Zwilwratten zijn onbehaarde, hoornachtige stukjes huid, waarvan de functie helemaal niet bekend is. Hoewel ezels robuuste dieren zijn, spreken mensen vaak over ‘ezeltjes’. Ezels maken een vertederende indruk, wellicht zitten het grote hoofd en de lange oren daar voor iets tussen. Ook hun wat hulpeloze blik maakt mensen vaak week. Ezels hebben vrijwel altijd staande manen, bij paarden zijn die meestal hangend. De hoefvorm bij ezels is smaller en de voeten staan steiler. Ezels hebben vijf lendenwervels, eentje minder dan paarden. Vandaar dat de rug van een ezel in verhouding korter is dan die van een paard. De periode waarin een ezelin zwanger is (1 jaar), duurt een maand langer dan die van een paard. Een van de meest opvallende verschillen is het stemgeluid: paarden hinniken, ezels balken. En dat geluid is kilometers ver hoorbaar. Je buren (en de rest van de straat) zullen het geweten hebben!

7


Rassen en soorten Het aantal soorten ezels is heel beperkt. Eigenlijk is er slechts één soort, namelijk de Equus africanus. Wel zijn er twee ondersoorten, die afkomstig zijn uit Nubië en Somalië en dus Nubische en Somalische ezels genoemd worden. De Nubische ezel is roodachtig tot bruingrijs. Het dier heeft een kruis op de rug. Dat kruis bestaat uit een overlangse streep over de schouders en een lange streep over het midden van de rug. Nubische ezels hebben een schofthoogte (afstand van de grond tot de schouder, wanneer het dier in rust staat) van pakweg 115 cm. De Somalische ezel is lichtgrijs en heeft een witte buik. De onderbenen zijn vaak zebra-achtig gestreept. De dieren zijn ook vrij groot (zo’n 140 cm schofthoogte) en hebben geen kruis op de rug. Een aparte categorie vormen de muilezels en de muildieren. Een muildier is een kruising tussen een paardenmerrie en een ezelshengst. Een muilezel is het jong van een ezelin en een paardenhengst. Mag ik even iets moeilijks aanbieden? Een soort bestaat uit verschillende rassen. En die rassen ontstaan doordat men in een bepaald gebied steeds met dezelfde dieren kweekt. Vroeger bleef men ook steeds binnen dezelfde gebieden die door natuurlijke grenzen (zoals bergen en rivieren) waren gescheiden, waardoor de rassen heel duidelijk van elkaar te onderscheiden waren. Tegenwoordig is dat natuurlijk veel minder het geval.

8


Kenners delen de ezels doorgaans in naar hun grootte. De schofthoogte bepaalt grotendeels het ras. Al is het niet altijd even duidelijk. Maar uiteindelijk is dat van geen belang wanneer je graag ezels wilt. ‘Voor de ware liefhebber is de gewone ezel buitengewoon,’ schreef het Nederlandse echtpaar Naaktgeboren – Schutters in hun boek ‘De ezel’. En zij kunnen het weten. Het koppel heeft vier ezels, waarvan er wel eens één plotseling zomaar in de keuken opduikt.

Ezels zijn er in alle kleuren en groottes …

9


Dus toch een ezel kopen? ‘Lievelingsdieren voor het leven,’ noemt iemand zijn ezels. En bioloog C. Naaktgeboren waarschuwt: ‘Wie een ezel aanschaft, dient te bedenken dat hij mogelijk een beslissing voor zijn hele verdere leven neemt.’ Ezels kunnen immers tot 40 jaar oud worden! Het is dus noodzakelijk héél goed na te denken of je echt wel een ezel wilt, en of je er vele jaren voor wilt blijven zorgen. Een ezeltje bij anderen in de weide zien stoeien, is fijn, maar bij min tien de stront van zo’n ezeltje opkuisen is dat ietsje minder. Waar koop je een ezel? Niet op een dierenmarkt en ook niet via een zoekertjessite op het internet. Je weet immers nooit of er met de ezel niet iets ernstigs aan de hand is. Je kunt natuurlijk een ezel kopen bij een fokker, maar een veel beter idee is om een ezel in een asiel te halen. Je bent er dan absoluut zeker van welk dier er op je weide staat. Want ezelopvangcentra hebben zonder meer het beste voor met die dieren en zullen je enkel correct adviseren. Bij asielen is er geen sprake van verkoop in de strikte zin van het woord, maar van doorplaatsing. Dat betekent dat jij wel het baasje van de ezel wordt en dat de ezel op jouw weide zal lopen, maar dat het asiel eigenaar van het dier blijft. Zo ben jij er zeker van dat er op jouw weide een flinke ezel rondloopt die in orde is met de nodige chip en papieren, die gezond is (ontwormd, gevaccineerd, hoefjes en tanden verzorgd) en normaal sociaal ezelgedrag vertoont.

10


Ezelbolletjes kun je het makkelijkst met een mestvork opscheppen.

11


Een weide en een stal Twee ezeltjes hebben een weide van pakweg 1200 vierkante meter nodig. Het is logisch dat je de weide van een omheining voorziet. Dat kan met hout zijn of met schrikdraad of weidelint (elektrisch lint). Prikkeldraad is volstrekt uit den boze, want daaraan kunnen ezels zich lelijk verwonden. Houd er bij houten afrasteringen rekening mee dat ezels graag overal hun tanden in zetten! Ezels houden absoluut niet van water of regen. Zij beslissen graag zelf wanneer ze buitenlopen of binnenblijven. Dus heb je een stal nodig met een ruime opening, waarlangs je twee ezels kunnen passeren. Dat kan nuttig zijn wanneer ze door iets opgeschrikt worden en allebei tegelijkertijd naar buiten willen spurten. Je ezeltjes hebben een droge stal nodig die voldoende ruimte biedt om allebei tegelijk te gaan liggen. 3 op 4 meter is ideaal.

Victor en Henri in hun schuilstal. Elly en Alice zijn hun fijne buren.

12


Vaak wordt een ruwe betonnen vloer aangeraden. Ook betonklinkers of stoeptegels zijn prima, vooral doordat in de voegen de ezelplas kan weglopen. Ideaal zijn speciale (maar dure) rubbermatten die goed isoleren. Een ezel kan erg oud worden en is op lange termijn beter af met een minder koude vloer om op te liggen. De wanden van je ezelstal kunnen uit beton, steen of hout bestaan. Belangrijk is dat er geen ruwe of scherpe uitsteeksels zijn. Ezels staan immers graag tegen een wand te leunen en te schuren. Uiteraard moeten ezels ook eten en drinken. Zorg dus voor een ruif (voederrek) die je zeker niet te hoog hangt. Zo komt het stof van stro en hooi niet in de ogen en in de luchtwegen van je ezels terecht. Dat laatste kan immers tot longproblemen leiden. Ook een gewone eetbak (uit kunststof) is erg praktisch wanneer je je ezels paarden-dieet-muesli of stukken wortel te eten geeft. Twee eetbakken, voor elke ezel één, is nog beter. Ze vechten onderling wel uit wie uit welke bak zal eten. Wat drinken betreft, is zuiver water in een emmer prima. Als je er zeker van wilt zijn dat je ezels hem niet omstoten, kun je de emmer in het midden van een oude autoband zetten. In de winter kun je dan de randen van de autoband met stro opvullen. Dat isoleert en zorgt ervoor dat het water niet zo snel zal bevriezen. Ook metselaarskuipen zijn zeer geschikt als drinkbak. Als je ezels ze omstoten, kun je de kuip zwaarder maken door stoeptegels op de bodem te leggen. Wanneer je waterleiding in de ezelstal kunt installeren, kun je een automatische drinkbak bevestigen. Zo’n drinkbak heeft een staafventiel die de ezels met hun neus induwen waardoor er water in het reservoir loopt.

13


Het neusje van de zalm (of beter: van de ezel) is de verwarmbare automatische drinkbak. Daarin zit een zogenaamd (elektrisch) warmtelint dat je op koude dagen kunt opzetten, waardoor het drinkwater niet bevriest. Zo beschikken je ezels dag en nacht over drinkwater, en hoef jij niet voortdurend met je haardroger de drinkbak te gaan ontdooien. Let er wel op dat je ezels niet bij de waterleiding of de elektrische kabels kunnen. Hun nieuwsgierige aard zou je ezels (en jou!) wel eens met grote gevolgen kunnen opzadelen. Heel fijn voor de ezels is een eigen terras. Nee, je hoeft er absoluut geen tuinstoelen en parasols te plaatsen, maar een eenvoudige betonnen ‘uitloop’, een terrasje (gemaakt van eenvoudige betonplaten, bijvoorbeeld), zorgt ervoor dat je ezels bij regenweer niet voortdurend in de modder moeten ploeteren als ze eens buiten willen staan tussen twee plensbuien door.

14


Eten ezels friet met mayonaise? Nee, niet echt. Of beter: echt niet. Ezels hebben dagelijks een portie hooi en stro nodig. En gras, natuurlijk. Maar dat kan niet het hele jaar door. Als je je ezels voortdurend op de weide laat lopen, zal die herschapen worden in een modderpoel zonder één grassprietje. Te veel gras is, zeker in het voorjaar, ongezond. Doseren is de boodschap. De verre voorouders van je ezels moesten met weinig eten overleven. Je geeft een ezel dus makkelijker te veel dan te weinig eten. Ezels zijn zoals wij: ze snoepen graag. Als je hun voortdurend snoep geeft, worden ze te dik. Net zoals wij dus. Naast gras, hooi en stro eten ezels graag (af en toe een handjevol) granen, en wortelen.

Wedstrijdje: om het eerst bij de wortelen!

15


Groeien er wilgenbomen in je buurt? Snijd dan geregeld wat takjes af, want ezels zijn verzot op wilgenblaadjes en -takken. Als de takken dun zijn, eten ze die helemaal op. Dikkere takken pellen ze geduldig af en de pel eten ze met veel smaak op. Een ezel is geen kip. Je moet echt goed uitkijken wat je een ezel voert. Geen gras wanneer je het gazon hebt gemaaid! (Ook niet aan kippen geven, trouwens!) Opletten met planten en hagen (taxus en liguster zijn ronduit gevaarlijk!) Bij twijfel: opzoeken! Of gewoon: niet aan je ezel geven.

16


Vergeet niet een liksteen (voor paarden, niet voor andere dieren!) bij je ezeltjes te plaatsen. Een liksteen is een massief blok zout dat wordt gebruikt om je dier in zijn behoefte aan mineralen (voedingszouten) te voorzien. Een ezel bepaalt zelf of hij extra zouten nodig heeft. Als hij het nodig vindt, zal hij zelf aan de steen beginnen te likken. Voeder je ezels steeds op min of meer dezelfde tijdstippen. Na een tijdje zullen de dieren zelf al klaar gaan staan. Netjes op tijd, alsof ze een horloge dragen. Wanneer je zelf de tijd uit het oog verloren bent, zullen je ezels je er wel op attent maken dat het etenstijd is!

17


Ezels gaan zo nu en dan likken aan een liksteen. ‘Als de steen niet in de houder zit, verstop ik hem, zodat mijn baasje tussen het stro kan gaan zoeken!’

18


Hoef je naar een weide niet om te kijken? Toch wel! Een weide heeft echt wel onderhoud nodig! Controleer geregeld of er nog elektriciteit op je weidelint zit (niet aan voelen, dat valt tegen! Er bestaan speciale meettoestelletjes om zoiets te testen!) Kijk of je palen niet beginnen te rotten en of alles wat vast moet zitten ook echt vast zit! Als je weide niet groot is (en eigenlijk ook als je weide wél erg groot is), haal dan elke dag (jawel!) de mest weg. Op plaatsen waar de ezel zijn bolletjes laat vallen, verdwijnt na een tijdje het gras. Veel uitwerpselen op de weide betekent ook een grote kans op wormen en die leggen eitjes die de ezel dan weer binnenkrijgt. En dat is niet goed voor de gezondheid. Ezelbolletjes kun je weghalen met een gewone schop. Een echte (liefst onbreekbare) mestvork maakt dat klusje makkelijker.

19


Moet een ezel naar de dokter? Nee, de dokter komt wel naar de ezel. Normaal gezien worden ezels eenmaal per jaar ingeënt tegen ziektes zoals griep en tetanus. Tweemaal per jaar moet je je ezels ook ontwormen. Dat is een klusje dat je zelf kunt doen, want ontwormingsmiddel is een pasta die in een soort buisje (een injectiespuit zonder naald) zit. Je laat de dierenarts bepalen hoeveel je ezels moeten krijgen. Dan duw je het buisje opzij in de mond, tussen snijtanden en kiezen. Daar zit een soort ‘gat’ waardoor je de pasta in de mond kunt duwen. Wanneer dat niet makkelijk lukt, kun je de pasta op een boterham smeren, die dichtvouwen en aan je ezels voeren. Twee, drie, vier keer per jaar worden ezels bekapt. Anders gezegd: dan moet de hoefkapper komen om de hoeven van je ezels te verzorgen.

De hoefkapper vindt het erg fijn dat Henri zijn benen zomaar opheft. Zo kunnen de hoefjes makkelijk bekapt worden.

20


Leer je ezels om hun benen op te heffen. Neem voorzichtig een voor een hun onderbenen in je handen en til ze rustig op. Niet bruut of bruusk te werk gaan, want dan vinden je ezels het niet leuk en gaan ze lopen. Of erger: ze beginnen met hun achterbenen te slaan. En dat kan hard aankomen! Dat moet je dus voorkomen. Ook als je ezels het niet willen, dan moet je hen rustig en zachtjes dwingen. Jij bent de baas, zij moeten hun benen (leren) op te heffen. Sla je ezels niet als ze het niet meteen willen doen, maar moedig hen aan. Beloon hen met een (paarden)snoepje of een stukje wortel onmiddellijk nadat ze het goed hebben gedaan. De hoefkapper zal héél tevreden zijn wanneer je ezels hun benen makkelijk opheffen. En ook voor jou is het noodzakelijk, want een keer per week moet je de hoeven van je ezeltjes uitkrabben. Zo’n hoef is een vergaarbakje van uitwerpselen, steentjes en andere zaken die er niet in hoeven te zitten. Bovendien is het regelmatig onderhouden van de hoeven zeer goed voor de vriendschap tussen jou en je ezels. Voor het onderhoud van de hoeven koop je het best een speciale hoevenkrabber. Net voor de winter begint de vacht van je ezels te groeien. Die dikkere, langere vacht heet wintervacht. Natuurlijk dient die dikke vacht als bescherming tegen de koude.

21


In het late voorjaar heeft een ezel geen dikke vacht nodig en begint hij te ruien. Als je dan je ezels streelt, trek je moeiteloos heel wat haartjes mee. Dat is het sein dat je je ezels moet borstelen.

Na de winter is het borstelen geblazen, zodat de wintervacht netjes plaatsmaakt voor een glanzende zomervacht. Bij de ezels, natuurlijk.

Misschien vinden je ezels dat in het begin niet zo fijn. Sommige ezels zetten het zelfs op een lopen als ze zo’n borstel zien. Maar je moet ervoor zorgen dat je ezels zich laten borstelen. Na enkele malen vinden ze het vast heel fijn. Geef ze gerust een wortel of een snoepje na elke borstelbeurt. Je zult merken dat na een aantal weken borstelen je ezels een mooie glanzende zomervacht krijgen.

22


Tips − Een ezel is niet koppig, maar voorzichtig. Als een ezel een plas ziet, zal hij wellicht blijven staan. Ezels houden niet van water. Bovendien weet een ezel niet hoe diep zo’n plas is, dus houdt hij halt. Het heeft geen enkele zin een ezel te slaan om hem door die plas te laten stappen. Moedig hem vriendelijk aan en probeer hem langs de plas te laten wandelen. Of probeer hem toch door de plas te laten stappen. Als hij eenmaal weet dat het geen kwaad kan, onthoudt hij dat gegarandeerd en zal het een volgende keer makkelijker gaan. − Als je met een ezel gaat wandelen en je hebt hem aan een touw, wikkel dat touw dan niet om je hand. Als het dier schrikt en wegloopt, kan dat touw je hand erg verwonden. − Ezels zien niet wat er nét voor hun neus gebeurt. Ook wat er pal achter hen gebeurt, zien ze niet. Als je een ezel nadert, doe dat dan zijdelings en spreek tegen hem. Zo verklein je de kans dat hij schrikt. Want als een ezel schrikt, slaat hij wel eens met zijn achterbeen. Als je dan op de verkeerde plek staat, zal je het geweten hebben! − Zorg er alsjeblieft voor dat je ezels zich niet voortplanten. Zo’n klein ezeltje mag dan mega-schattig zijn, er lopen al veel meer ezels rond dan eigenaars die er goed voor kunnen of willen zorgen.

23


Ezelasielen in Vlaanderen en Nederland Anegria vzw, gevestigd in Sint-Gillis-Waas, is een ezelasiel waar verwaarloosde, mishandelde en thuisloze ezeltjes terechtkunnen voor verzorging en verblijf. Een deel van de opgevangen ezels wordt doorgeplaatst. Iedere eerste zaterdag van de maand kun je vanaf 14 uur terecht op hun opendeurdag. Van april tot en met oktober openen zij ook elke derde zondag van de maand hun deuren. En die van de ezels, natuurlijk. Anegria vzw werkt nauw samen met de Nederlandse Ezelshoeve in Baarle-Nassau. Ook zij willen verwaarloosde, mishandelde, zieke, oude, ezels uit Nederland en België een veilige en liefdevolle toekomst bieden en als het kan, voor hen een nieuwe thuis vinden. Beide organisaties geven aan (toekomstige) ezeleigenaren alle info over de aanschaf en de verzorging van ezels.

Anegria, een aantal ezels uit de vaste kudde

24


Ezels zijn koppig en dom?? Vergeet het! Frank Pollet, de schrijver van dit boekje, heeft zelf twee ezels: Victor en Henri. Hij weet wel beter! Ezels zijn gewoon buitengewoon!

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 4. ISBN 978 90 486 2283 2 Bestelnummer 60 1021 397 KB D/2015/0147/339 NUR 191 Foto’s: Frank Pollet Met dank aan Kristel Cromheeke, Jacqueline van den Berg en Hanna Schelfaut. Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622832

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb 4e leerjaar - Kijker 3 - N2 – Ezels by die Keure - Issuu