Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 8 - Thema 9 - N3 - Van snot tot prot

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Van snot tot prot Marijke Umans

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 3

8


Van snot tot prot

1


Eén snoepje kan geen kwaad Ik zie ze liggen aan de kassa, ik zie ze liggen in het rek al die kleurtjes vragen aandacht en dat maakt me super – gek! Blauwe bollen, rode slierten, met of zonder prik, grote hartjes, neuzen, smurfen. Een grote zak, dat wil ik. Heerlijk roos met witte snoepjes, groen en geel en zoute drop. Zwarte veters, zure beertjes, een reep met crème erbovenop. Kersen, gom en suikerspin, doosje vol met prik. Lolly’s, letters, toverbal, een zak propvol, dat wil ik.

2


Geef me zoetstof, geef me suiker, zakken chips en chocola, liters cola en ook ice-tea. – Eén snoepje, mag ik dat, pa? – ‘Neen dat kan niet, nu niet doorgaan,’ zegt m’n vader heel kordaat. ‘Nu niet snoepen we gaan eten, leg dat terug of ik word kwaad.’ Heel mijn zak zit vol met dropjes, kauwgom roos achter mijn oor. Die bewaar ik voor wat later, straks is die net zo lekker als ervoor! Iedereen altijd maar klagen, ‘t is niet goed, ‘t is superslecht. Je krijgt afbrokkelende tanden en gaatjes veel, dat is echt.

3


En weet toch al die suikers, daar sla je zo van tilt. Ze hitsen je op, maken je crazy, echt wel super-superwild!

Geef me zoetstof, geef me suiker, zakken chips in overdaad, laat me smullen, laat me proeven. Snoep is mijn beste kameraad.

4


Olé olé teevee Ik word wakker in de ochtend vroeg, rek me uit en geef een geeuw. Ongewassen met pyjama aan, begeef ik mij naar teevee. Ik hang, ik lig, ik zet me neer, met cornflakes in mijn mond. Ik verorber1 zo een tekenfilm, en alles wat er op de beeldbuis komt.

Ik zap, ik zap, ik zap snel van hier naar daar, ik zap, ik zap, ik zap alle beelden na elkaar. Ik kijk, ik kijk, ik kijk naar alles wat beweegt, ik kijk, ik kijk, ik kijk naar alles wat de teevee mij geeft.

5


6


Geen tijd meer snel die kleren aan, naar school toe heel de dag. Om ‘s middags even thuis te zijn, een boterham met teevee als ‘t even mag. Na schooltijd ren ik snel naar huis, eerst huiswerk, best veel. Een koek, een snoep, een stukje fruit, veel honger, ik kijk scheel. Dan van een uur of zes, terug achter de teevee. Zo veel te zien, zo veel te zien, dat valt wel heel goed mee. Naar bed toe wel genoeg gezapt, gekeken naar teevee. Voordat ik echt wel slapen kan, wil ik nog een verhaal of twee.

7


Kermis in de stad Een draaimolen, een oliebol iedereen gaat uit de bol! Een spiegeltent, een springkasteel … Ik weet niet wat te kiezen – er is zo veel. Een frietkot en een ballenkraam, aan ’t spookhuis in de rij gaan staan. Eendjes vissen – knuffelbeer. De kermis, de kermis – hij staat er weer. Een schietkraam en ook botsauto’s, een kleine man met trukendoos. Een rups op hol, een schip heel groot, een suikerspin en appels rood. Marionetten dansen in de maat, een man met trommel slaat kordaat. De fanfare loopt voorbij, allemaal keurig, allemaal keurig in de rij.

8


’t Is kermis, ’t is kermis, ’t is kermis in de stad! Reizen met het reuzenrad. ’t Is kermis, ’t is kermis, ’t is kermis in de stad! Kopje over, gillen – draaien, helemaal zat!

9


Later als ik groot ben Later als ik groot ben word ik buschauffeur, dan open ik bij elke halte de deur. Voor mensen groot en klein, buschauffeur zou heerlijk zijn. Misschien word ik wel brandweerman, red ik mensen waar ik kan. Water spuiten op het vuur, brandweerman is avontuur! Buschauffeur of brandweerman, ik wil, ik word, ik droom ervan om te worden wat ik echt goed kan. ’t Zou ook best eens kunnen zijn, dat ik dokter word, zo fijn. Spuitjes geven, kijken in de mond, ik maak de zieken weer gezond!

10


11


Als ik nu eens les ga geven, aan kinderen van een jaar of zeven. Leren schrijven, leren lezen, sommen geven – om het even. Juf, meester of een arts. Ik wil, ik word, dat weet ik vast, wat het beste bij me past!

12


Dat mag! Ik mag springen, lopen, keren, mij amuseren waar ik wil. Geef me tijd en geef me ruimte want ik sta niet graag stil. Ik wil zingen, stoeien, spelen op één been of op mijn kop. Want spelen – ja spelen, daar heb ik recht op

Ben je zwart, rood, blank of bruin ben je een meisje of een jongen of staat je hoofd een beetje schuin? Spreek je Frans, Engels, Russisch of Chinees? Elk recht voor elk kind, Nederlands of Portugees.

13


Als ik iets wil zeggen over de politiek2 of ben ik het niet eens met jou en geef ik graag kritiek. Dan mag ik toch wel praten, zeggen wat ik vind. Dan mag ik vrijuit spreken, dat is een recht voor ieder kind.

Ben je zwart, rood, blank of bruin ben je een meisje of een jongen of staat je hoofd een beetje schuin? spreek je Frans, Engels, Russisch of Chinees? Elk recht voor elk kind, Nederlands of Portugees. Elke dag naar school gaan lijkt op het eerste gezicht een vrije keus, geen recht, wel een regelrechte plicht.

14


Leren lezen, leren schrijven geeft een rijkdom mee om te kiezen wat je wilt. Dat vindt iedereen oké.

Ben je zwart, rood, blank of bruin ben je een meisje of een jongen of staat je hoofd een beetje schuin? Spreek je Frans, Engels, Russisch of Chinees? Elk recht voor elk kind, Nederlands of Portugees.

15


Taterwater Het is verboden ongevraagd te praten in de klas, opletten en zwijgen, anders riskeer je straf te krijgen. Er gaat geen dag voorbij volledig woordenvrij. Ik praat meer dan ik wil, mijn mond staat zelden stil. Woorden ploffen uit mijn mond zonder stil te staan wat daarvan komt. Ik zeg alles wat ik denk, is dat een godsgeschenk3?

Ik ben een tetter en ik ben een tater, een echte taterwater. Ik kletter en ik klater, ik bewaar geen woord voor later. Ik ben een babbelkous, een babbelaar, een ratel en een wauwelaar,

16


een kletser en een prater. Ik kakel en ik snater. Hangt er een haartje uit je neus, Ik vertel het jou heel serieus. Of ruikt je adem niet zo fris, Ik zeg het je zoals het is. Als ik niet goed oplet, dan is dat niet met opzet. Dan vertel je vast een saai verhaal of zit mijn hoofd al vol met taal.

Ik ben een tetter en ik ben een tater, een echte taterwater. Ik kletter en ik klater, ik bewaar geen woord voor later. Ik ben een babbelkous een babbelaar, een ratel en een wauwelaar, een kletser en een prater. Ik snetter en ik snater.

17


18


Ik zeg waaraan ik denk, ook al past dat niet altijd. Ik klets, ik praat, ik babbel soms alleen maar voor de gezelligheid. En als je zegt: je bent een klaterende waterval, dan zeg ik jou: DAT WIST IK ZELF OOK AL!

Ik ben een tetter en ik ben een tater, een echte taterwater. Ik kletter en ik klater, ik bewaar geen woord voor later. Ik ben een babbelkous een babbelaar, een ratel en een wauwelaar, een kletser en een prater. Ik snetter en ik snater.

19


Van snot tot prot Er staat water in mijn mond. Ik heb honger, zo gezond. Hoor je ’t knorren van mijn maag? Van luid naar stil, van hoog naar laag. Er zit een kriebel in mijn neus, het maakt me bloednerveus. Ik hap naar adem en ik slik. HATSCHIE – sorry dat was ik.

Van snot tot prot tot knorre-knorrepot. Van vlinders in mijn buik tot kriebels aan mijn teen. Van bloed als ik val tot tranen als ik ween.

20


Het tintelt in mijn buik, rode rozen die ik ruik. Ik zie niets meer om mij heen. Ik val op jou, en jou alleen. Wat doet die wrat daar op mijn teen? Ik wil ze weg en nu meteen. Het is echt geen gezicht. Ik hou mijn schoenen lekker dicht.

Van snot tot prot tot knorre-knorrepot. Van vlinders in mijn buik tot kriebels aan mijn teen. Van bloed als ik val tot tranen als ik ween. Weet jij waarom ik droom? Eng, plezierig of gewoon, in kleuren of zwart-wit. Kan jij me zeggen hoe dat zit?

21


22


Hoe gaat dat met mijn nieren, zijn dat mijn plasspieren? Weet jij hoe dat juist gaat? Geef jij me lichaamsraad?

Van snot tot prot tot knorre-knorrepot. Van vlinders in mijn buik tot kriebels aan mijn teen. Van bloed als ik val tot tranen als ik ween.

23


Bij de buren In de wei van de buren staat een koe, die koe die doet – BOEBOE. Ze heeft een uier roze en zwaar, vol met melk dat is waar. Ze graast en herkauwt, zorgt voor pap – bij havermout.

Yoghurt, vla, vanille-ijs, pudding, room, kaas als spijs 4, chocolade- en karnemelk. De witte motor van de koe is goed voor elk. Met de boer van de buren is wat loos, hij kijkt altijd zo boos. Zijn gezicht hangt op de grond, hij blaft vaak als een hond. De boer lijkt sip en ontevree, hij zit vast in de puree.

24


Yoghurt, vla, vanille-ijs, pudding, room, kaas als spijs, chocolade- en karnemelk. De witte motor van de koe is goed voor elk. De vrouw van de buren draagt een pruik, een schort vol bloemen om haar buik. Ze heeft een hart zo supergroot, bakt heerlijk krentenbrood. Ze heeft elke dag de hik, is superlief maar wel wat dik.

Yoghurt, vla, vanille-ijs, pudding, room, kaas als spijs, chocolade- en karnemelk. De witte motor van de koe is goed voor elk.

25


De poes van de buren is oké, ze kijkt dagelijks mee naar de teevee. Dat doet ze door het raam dat steeds blijft openstaan. Ze volgt series en het journaal, vind jij dat echt normaal? Bij de koe van de buren komt een stier, een groot en machtig dier met een ring door zijn neus. Hij kijkt haar aan – zo amoureus5. Hij is verliefd, dat zie je zo, en geeft een kalfje cadeau … In de wei van de buren daar staan koeien, ze grazen en ze loeien. Ze geven melk, best wel veel, steeds hetzelfde ritueel. De boer die is tevree met al de producten van zijn vee.

26


27


Tandarts Ik zit, ik wacht … ongedurig6. De tijd kruipt voorbij. Een voetstap-stil-de deur gaat open, wow, het is aan mij! de zetel – how – die gaat naar boven terwijl ik lig, dat vind ik fijn. Een wit short en witte slippers, mijn tandarts kan zo sexy zijn. Een bezoekje aan de tandarts vind ik geweldig en ook fijn. Wel stijve kaken en getintel van die prik tegen de pijn. Een bril zo groot, met gouden randjes. Twee spiegels waar ik in kan zien hoeveel gaatjes in mijn tanden. Ik hoop een stuk of tien.

28


Ik wil een spleet tussen mijn tanden. Ze hoeft niet groot te zijn, om een beugel te kunnen dragen. Dat staat zo cool, dat staat zo fijn. Een bezoekje aan de tandarts is geweldig en ook fijn. Wel stijve kaken en getintel van die prik tegen de pijn. Een bezoekje aan de tandarts is een regelrecht festijn. Door al die gaatjes op te vullen heb je nooit meer tandpijn.

Ze boren hier, ze slijpen daar. Veel speeksel ginder dus zuigen maar. Al die slurfjes en machines en die foto’s van je mond helpen gaatjes weer te dichten, maken tanden weer gezond.

29


Een bezoekje aan de tandarts is geweldig en ook fijn. Wel stijve kaken en getintel van die prik tegen de pijn. Een bezoekje aan de tandarts is een regelrecht festijn. Door al die gaatjes op te vullen heb je nooit meer tandpijn.

30


31


Woorduitleg 1 verorberen = iets met veel smaak opeten 2 politiek = alles wat te maken heeft met het besturen en de leiding van een land, provincie stad of dorp. 3 godsgeschenk = iets waar je heel blij mee bent 4 spijs = voedsel 5 amoureus = verliefd 6 ongedurig = voortdurend bewegend en nerveus

32


Weet jij waarom ik droom? Eng, plezierig of gewoon, in kleuren of zwart-wit. Kan jij me zeggen hoe dat zit?

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Illustraties: Marijke Umans Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622825

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 8 - Thema 9 - N3 - Van snot tot prot by die Keure - Issuu