Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 8 - Thema 7 - N3 - Schilderen ... een feest!

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Schilderen ... een feest! Sandrine Lambert

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 3

8


Schilderen … een feest! Inhoudstafel - Wat is er nu zo leuk aan schilderen?

p. 2

- Wat heb je nodig als je gaat schilderen?

p. 3

• Penselen

• Schilderdoek

• Papier

• Verf

- Voorbeelden

• Een abstract schilderij

• Een portret

• Een landschap

• Een vogel

• Een stilleven

p. 9

- Andere leuke techniekjes

• Monotype

• Spiegeldruk

• Witte kaars of wasco

- Je schilderijen tentoonstellen

p. 19

p. 24

1


Wat is er nu zo leuk aan schilderen? Schilderen is leuk! Maar niet voor iedereen. Heel wat kinderen, maar ook volwassenen, hebben schrik om te tekenen en te schilderen. Ze hebben schrik om fouten te maken. Misschien heb jij dat ook wel? In ieder geval is dat een beetje raar. Want wat kan er misgaan? Stel dat je tekening grandioos mislukt, wel dan gooi je hem toch gewoon weg. Klaar! Ben je onzeker over je schilderij? Toon het dan alleen aan een aardige vriend. Schilderde je iets waarvan je denkt dat je het misschien niet hoorde te schilderen? Dan zit je op de goede weg. Want het punt is nu net: er is niets dat niet hoort in een schilderij. Je bent helemaal vrij! Het schilderij is helemaal van jou. Je mag het aan iedereen tonen of helemaal voor jezelf houden. Met alleen maar een potlood en een blad papier kan je een wereld opbouwen. Een wereld vol bizarre wezens. Of één waarin alles mooier is dan in werkelijkheid. Maak je ook nog gebruik van verf en kleur, dan zijn de mogelijkheden eindeloos. Makkelijker gezegd dan gedaan? Dan is dit boek (en wat materiaal natuurlijk) alles wat je nodig hebt om eraan te beginnen. Veel succes!

2


Wat heb je nodig als je gaat schilderen? Eigenlijk heb je niet veel nodig: papier, verf en penseel … Een minimum aan materiaal is genoeg om van start te gaan. Maar als je met slecht materiaal werkt, zal je snel vastlopen. Schilderen met goed materiaal helpt je. Als je voelt dat je het graag doet, koop dan wat meer, beetje bij beetje (of vraag het aan je ouders). Schildermateriaal hoeft echt niet duur te zijn, dus maak je geen zorgen. Hierbij een lijstje van materialen. Daarmee zal je gemakkelijker mooie schilderijen kunnen maken. PENSELEN Ik begin met de penselen omdat die ook het belangrijkste zijn. Het is veel eenvoudiger om te schilderen met goede penselen dan met slechte. Als je penselen kiest, kies dan niet de goedkoopste. De duurste hoeven nu ook weer niet, neem gewoon iets ertussenin. Laat penselen nooit in het water staan. Want dan komt de lijm los en zo verliezen ze haartjes. Spoel ze goed uit nadat je ze gebruikt hebt. Kies voor verschillende penselen, zowel dunne als dikke.

3


PAPIER Schilderen doe je niet op dun papier, want dat gaat golven. Tekenen kan op kladpapier waarvan de achterkant al gebruikt werd. Maar als je gaat schilderen, mag je dat papier wegleggen. (Geef het maar aan je kleine broer of zus.) Het best koop je een tekenblok met een iets zwaarder papier. 250 g / m² is prima (dat staat erop vermeld). Maar het mag ook zwaarder zijn. Papier kan glad zijn of korrelig. Heel glad papier is meestal minder geschikt om op te schilderen. Maar eigenlijk probeer je vooraf het best eens uit. Kies gewoon wat jij het fijnste vindt om op te werken. SCHILDERDOEK Vroeger was schilderdoek duur en ook best exclusief. Schilders maakten hun doek vaak zelf. Hiervoor timmerden ze een houten kader, ze spanden er een doek over en dit werd met een product bewerkt. Maar nu kan je goedkope schilderdoeken vinden in de hobbywinkel. Probeer het zeker eens! Want met een schilderij op doek maak je vast meer indruk. Het kan ook leuk zijn om cadeau te geven.

4


VERF Waarschijnlijk heb je wel verf. Op school wordt er meestal plakkaatverf of waterverf gebruikt. Het voordeel van deze verfsoorten is dat ze makkelijk afwasbaar zijn. Er is niets mis met deze verf, maar echte schilders gebruiken ook vaak acryl, olieverf of aquarel.

Aquarel lijkt op waterverf maar de kleuren zijn veel mooier. Een schilderij in aquarel spreekt meer aan dan eentje in waterverf. Aquarel is wel veel duurder, dat is een nadeel. Maar je kan beginnen met enkele kleuren. Met rood, geel, blauw, wit en zwart kan je alle kleuren mengen.

5


Meng rood en geel en je krijgt oranje. Geel met blauw wordt groen. Rood en wit is roze. Zwart en wit is grijs. Rood en blauw is paars. En bruin? Dat is rood en zwart!

Acrylverf is niet duur, het is zelfs echt goedkoop. Je kan het in grote tubes kopen, of in kleinere. Behalve in de hobbywinkel vind je het vaak ook bij de drogist. Soms zelfs in de supermarkt!

6


Acryl is een fantastische verfsoort. Je kan het dik gebruiken, of héél dun. Je kan er afdrukken mee maken of andere delen mee overschilderen. Wel droogt het snel uit. Daarom is het niet zo’n goed idee om kleine tubetjes te kopen. Deze zullen snel uitgedroogd zijn. Dat de verf snel droogt is een voordeel en een nadeel. Soms is het leuk dat je nog lang in de natte verf kan wrijven. Maar meestal is het eigenlijk best leuk als de verf snel droog is. Acryl zal ook niet snel barsten, waardoor je dikke lagen kan schilderen. Alleen voordelen dus? Het nadeel van acryl is dat vlekken op je kleren er niet meer uitgaan. (Daarom wordt het zelden op school gebruikt.) Draag dus zeker een schort als je met acryl schildert! Met olieverf schilderen is een beetje anders dan de meeste andere verfsoorten. Je kan het namelijk niet met water verdunnen. Daarvoor heb je terpentijn of terpentijnolie nodig. Het is ongezond om de lucht hiervan in te ademen. Daarom wacht je misschien beter nog even met het maken van een olieverfschilderij. Met olieverf kan je moeilijk op papier schilderen. Op karton met een beschermlaag of op schilderdoek lukt het wel. Met olieverf kan je wel prachtige schilderijen maken.

7


Een ander materiaal waar je heel leuk mee kan schilderen is ecoline. Dat is eigenlijk geen verf maar inkt. Het is niet zwart, zoals Oost-Indische inkt, maar je vindt het in alle kleuren. Ecoline is erg vloeibaar en de kleuren zijn echt levendig. Verdunnen met water is mogelijk. Een belangrijk nadeel van deze inktsoort is dat ze niet ‘lichtecht’ is. Je tekening kan dus gaan verbleken door de zon. En dan is er nog pastelkrijt. Dit is natuurlijk ook geen verf. Maar het is wel een materiaal waarmee je grote vlakken vlot kan opvullen. Er zijn twee grote groepen pastelkrijt: droge pastels en oliepastels. Droge pastels doen denken aan gekleurd bord- of stoepkrijt. Maar de kleuren zijn veel feller en er zijn oneindig veel kleuren van. Oliepastels doen een beetje aan wascokrijtjes denken. Maar ook hier zijn de kleuren veel feller en de krijtjes zijn vetter. Soms kan je twee verfsoorten samen gebruiken in één schilderij. Dit geeft vaak een heel mooi effect. Je kan bijvoorbeeld oliepastels samen gaan gebruiken met aquarelverf, of olieverf met acryl. Je mag gerust experimenteren!

8


Voorbeelden EEN ABSTRACT SCHILDERIJ Een abstract schilderij is een schilderij waarop je niet meteen iets herkent. Je wil geen mens weergeven of geen dier, je wil geen landschap tonen … Maar misschien wel een gevoel. Een gevoel is niet iets wat een bepaalde vorm heeft. Toch kan je het wel schilderen. Zo’n schilderij noemen we dan eigenlijk

abstract. Heel belangrijk bij zo’n abstract schilderij is de compositie. De compositie is de manier waarop alles geordend is. Die bepaalt ook vaak of mensen graag naar je schilderij kijken. En of ze er lang naar blijven kijken of niet. Enkele tips: -

Stop er één element in dat meer opvalt dan de rest. Het kan groter zijn, of juist kleiner. Een speciale vorm hebben of een kleur die eruit springt … zolang het maar opvalt.

-

Rond of naast dat element kan je dan andere dingen tekenen.

9


Bijvoorbeeld:

Hier valt de grote cirkel op. Daarrond werden driehoeken getekend.

10


Als je een abstract schilderij maakt, zijn de kleuren erg belangrijk. Kies ze nauwkeurig uit. Hier zorgen de kleuren ervoor dat het werk niet helemaal abstract is. Want door de kleuren lijkt het ook een beetje op een landschap. Als je schildert is het vaak mooier als je met de achtergrond begint. Zo komt de rest daarna iets beter uit.

Schilder daarna de voorgrond in.

11


Gebruik je fantasie om het verder af te werken. Met wat vlakken en vormen kan je al een schilderij maken. Probeer het eens, het is echt heel gemakkelijk! EEN LANDSCHAP Naar buiten trekken om een landschap te schilderen is fantastisch! Maar gewoon een landschap verzinnen kan ook heel fijn zijn. Hier gaan we een fantasielandschap schilderen. Eerst maken we een schets in potlood.

12


Het meest opvallende in een landschap is de horizonlijn. Begin daarmee. Daarna kan je wolken tekenen boven de horizon. Een wegje onder de horizon (als je dat wilt).

13


En bloemen, bomen, huizen … Gebruik je fantasie, maar vergeet niet dat alles wat verderaf staat er kleiner uitziet. Dit noemen we perspectief.

Voor dit schilderij gebruikte ik waterverf. Maar in jouw werk mag jij kiezen. Het is jouw schilderij, jij bent de baas! EEN STILLEVEN Een stilleven saai …? Dat dacht je maar! Het schilderen van een stilleven geeft je juist tal van mogelijkheden. Want je schildert iets wat netjes geordend is en niet beweegt. Je kan echt helemaal kiezen wat je schildert. Je kan het uit het hoofd schilderen of echt een stilleven opbouwen. Als je geen inspiratie hebt, kan je spulletjes uit de kast halen.

14


Je kan het stilleven schilderen zoals het is, of je kan vormen veranderen. Bijvoorbeeld een hoekig stilleven, waarbij je nergens ronde vormen tekent. Of je kan de kleuren veranderen … Alles kan, alles mag! En wedden dat je veel complimenten krijgt?

Hier werden andere kleuren gebruikt. Dat geeft een gek effect, maar alles mag in de kunst!

Hier schilderden we hoekige citroenen. 15


EEN PORTRET

Teken een ovaal. Schets er heel licht een kruis door. Verdeel de liggende lijn in vijf gelijke delen. Verdeel de onderste helft van de rechtopstaande lijn in drie delen. Nu zie je waar de ogen, de neus en de mond komen. Schets de ogen, de neus en de mond.

Teken ook de oren. De bovenkant van de oren komt tot aan de wenkbrauwen, de onderkant tot aan de onderkant van de neus. Je kan nu ook de hals tekenen. Teken het haar. Werk af zoals jij het mooi vindt!

16


EEN VOGEL Een vogel is een licht en sierlijk diertje. Het mooiste is dan ook om het heel lichtjes te schilderen.

Dit schilderijtje doet wat Oosters aan. Denk maar aan de kalenders die je soms krijgt in een Chinees restaurant. In het Oosten schilderen ze met heel bijzondere inktsoorten. Hier werd gewoon waterverf gebruikt. Om zo’n vogel te schilderen heb je een doosje waterverf nodig. En ook twee penselen: een dik en een dun.

17


Schilder eerst het kopje, een beetje zoals op het voorbeeld hier. Een oogje moet je niet schilderen. Vogeloogjes zijn zo klein dat ze er te groot uitzien wanneer je ze schildert. Neem dan je dikke penseel en schilder de borst. Daarna komen de vleugeltjes. En om af te werken kan je met je fijne penseel de pootjes schilderen. Voeg nog wat kleine versieringen toe zoals je zelf wil.

18


Andere leuke techniekjes MONOTYPE Monotype is eigenlijk niet schilderen maar drukken. Toch wordt het pas echt leuk als je er ook bij schildert. Veel heb je er niet voor nodig: een leuke prent, papier, verf, penselen, water en een plastic mapje.

Leg het plastic mapje op de tekening en schilder de omtreklijnen over. Daarna druk je die af op een blad.

19


Echt leuk wordt het pas wanneer je je afdruk ook mooi inkleurt.

20


SPIEGELDRUK Heel simpel maar ook heel knap! Neem een blad. Vouw het in twee. Schilder aan één kant de helft van een portret en vouw dicht. Wrijf goed en doe nu open!

Dit wordt mooier wanneer je het afwerkt met verf, stiften, kleurtjes …

21


WITTE KAARS OF WASCO Eenvoudig maar geheimzinnig … Teken iets met een kaars of een wit wascokrijtje op een wit blad. Je ziet niet wat je doet, dus dat is spannend. Als je je onzichtbare tekening daarna overschildert met waterverf, komt je geheime tekening tevoorschijn.

22


Ook hier kan je altijd gaan bijwerken met verf, potloden, wasco …

Als het er maar gek uitziet!

23


Je schilderijen tentoonstellen Wil je je schilderijen tentoonstellen in een echte kunstgalerij? Daar mag je zeker al van dromen, want dat is vast voor later! Maar waarom zou je je schilderijen niet thuis al tentoonstellen? In je kamer, in de woonkamer of de hal, of samen met je vrienden op school? Zoek naar oude kaders of maak ze zelf. Of hang de schilderijen met duimspijkers op. (Vraag wel eerst even of dat mag.) Als het schilderij mooi is, ziet het er altijd goed uit! Durf tonen wat je maakt, want je mag er trots op zijn! Niet iedereen is een kunstenaar, maar … jij nu wel!

24


25


Leren schilderen is niet altijd gemakkelijk. Dat komt omdat volwassenen het je niet altijd willen leren. Ze houden niet van de troep. Mooie kleuren vinden ze eng. En … meestal kunnen ze het zelf niet. Gelukkig kan je ook veel leren uit een boek!

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Foto’s: Sandrine Lambert Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622825

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 8 - Thema 7 - N3 - Schilderen ... een feest! by die Keure - Issuu