Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 8 - Thema 5 - N2 - Phasmidabel

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Phasmidabel Donna Van Riet

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 3

8


Phasmidabel

1


1 Mama is dol op drop. Haar tanden niet. Die zaten vol gaatjes. Gelukkig heeft de tandarts die weer opgevuld. Nu mag mama geen drop meer eten. Zoethout mag wel. Dat smaakt een beetje zoals drop. En het is niet slecht voor de tanden. Het is best gek, dat zoethout. Het lijkt alsof mama op een stokje sabbelt1. ‘Ook een stukje, Hanne?’ vraagt mama. Ik schud mijn hoofd. Geef mij maar drop, denk ik. De gaatjes in mijn tanden vult de tandarts later toch op. ‘Ik wil een hond,’ zeg ik. Mama neemt het houtje uit haar mond. ‘Dat gaat niet,’ zegt mama. ‘Wij mogen hier geen honden houden.’ ‘Waarom niet?’ ‘Omdat dat niet mag in een flatgebouw.’ ‘En een kat?’ vraag ik. ‘Ook niet.’ ‘En een cavia?’ Mama schudt haar hoofd. Ik zucht.

2


3


4


‘Iedereen van mijn klas heeft een huisdier,’ zeg ik triest. Dat is niet waar. Pieter heeft ook geen huisdier. En Eva ook niet. Maar dat zeg ik niet. ‘Waarom wil jij plots een beest in huis?’ vraagt mama. ‘Voor mijn spreekbeurt.’ ‘Die kun je toch doen over de vissen van opa,’ zegt mama. ‘Vissen zijn saai! Die zwemmen alleen maar rondjes. En bovendien kan ik die niet meenemen naar school.’ ‘Een hond of een kat toch ook niet?’ ‘Welles!’ roep ik. ‘De juf zei dat iedereen zijn huisdier mag meebrengen naar de klas.’ ‘Dan neem jij een vis mee in een kleine kom,’ zegt mama. ‘Dat gaat niet. De juf heeft gezegd dat het je eigen huisdier moet zijn. En ik wil ook geen vis meenemen. Vissen zijn stom!’ Mama stopt het houtje weer in haar mond. Ik kan het wel vergeten. Ik krijg geen cavia, geen kat en ook geen hond.

5


2 ‘Mag ik buiten spelen?’ vraag ik. Mama knikt. Ik loop via de trap naar beneden. In de inkomhal kom ik Tim tegen. Wanneer hij me ziet, vraagt hij of ik zin heb om te fietsen. Ik schud het hoofd. ‘Rolschaatsen?’ vraagt Tim. Opnieuw schud ik mijn hoofd. Eigenlijk heb ik zin in niets. Ik ben boos. Boos op mama. Omdat ik geen huisdier krijg. Zelfs geen kleintje. ‘Wat heeft jou gebeten?’ vraagt Tim. ‘Alvast geen huisdier,’ zeg ik sip. Tim kijkt een beetje dwaas. Zo kijkt hij altijd wanneer hij geen flauw idee heeft wat ik bedoel. ‘Ik wil een hond of een kat,’ zeg ik. ‘Maar dat mag niet, zegt mama.’ ‘Nee,’ zegt Tim. ‘Honden of katten mag je niet houden in een flatgebouw.’ ‘Niets mag je hier houden!’ ‘Toch wel,’ zegt Tim raadselachtig. ‘Wat dan wel?’ vraag ik nieuwsgierig.

6


‘Mijn grote broer Wout heeft huisdieren. Meerdere zelfs.’ ‘Meerdere?’ Tim knikt fier. Alsof het zijn huisdieren zijn waarover hij vertelt. ‘Vertel op, welke huisdieren heeft jouw broer?’ ‘Coole beestjes,’ antwoordt Tim. ‘Je kunt ze op je hand laten lopen. Voelt kriebelig aan.’ ‘Bijten ze?’ ‘Nee hoor!’ ‘Zijn ze lief?’ ‘Heel lief.’ ‘Kun je ze aaien?’ ‘Als je het zachtjes doet wel.’ ‘Mag ik ze eens zien?’ ‘Dat moet ik eerst aan mijn grote broer vragen,’ zegt Tim. ‘Vraag het dan,’ zeg ik ongeduldig.

7


8


3 Even later staan we in de kamer van Wout. We staren in een grote glazen bak. ‘Een aquarium zonder water!’ floep ik eruit. ‘Dit is geen aquarium, dit is een terrarium2,’ lacht Tim. ‘Ik zie alleen maar takken en bladeren,’ zeg ik. ‘Dat lijkt alleen maar zo,’ zegt Wout geheimzinnig. ‘Kijk dichter! Kijk beter!’ Ik zit nu bijna met mijn neus tegen het glas. ‘Houden jullie me voor de gek?’ vraag ik stekelig3. Wout en Tim zuchten hoorbaar. Pas wanneer Tim er eentje aanduidt, merk ik dat het takje leeft. ‘Wat is dat?’ roep ik uit. ‘Een wandelende tak,’ antwoordt Tim. Ik kijk naar het wezentje dat tegen het blad kleeft. Het lijkt een takje, maar het heeft zes dunne pootjes en twee schattige voelsprieten. ‘Betoverde takken?’ denk ik hardop. ‘Betoverd?! Haha! Nee. Het zijn gewone beestjes hoor,’ lacht Wout.

9


‘Gewoon?! Ik wist niet dat zoiets bestond! Ik vind ze helemaal niet gewoon.’ Wout glundert. Hij is fier op zijn rare huisdiertjes. ‘Z… zijn ze niet giftig?’ vraag ik. ‘Nee.’ ‘Kun je ze pakken?’ vraag ik. ‘Tuurlijk,’ zegt Wout. ‘Ze bijten niet. Je moet alleen voorzichtig met ze zijn. Ik wil niet dat hun poten afbreken.’ ‘Nee, natuurlijk niet. Ik zal héél voorzichtig zijn!’ ‘Oké dan,’ zegt Wout en hij opent het deksel van het terrarium. Hij houdt zijn ene hand voor het insect en geeft het met zijn andere hand een licht duwtje. Zo wandelt het beestje vanzelf op zijn hand. Dan laat hij het op de mijne kruipen. Het voelt kriebelig aan. Leuk! Dit wil ik ook, denk ik. Hierover wil ik mijn spreekbeurt houden. ‘Krijg ik er een paar?’ vraag ik. ‘Krijgen? Kopen, ja! Ze kosten twee euro per stuk,’ antwoordt Wout. ‘Maar ik heb geen geld,’ stamel ik sip.

10


‘Geen geld, geen beestjes,’ zegt Wout streng. Hij laat de wandelende tak weer op zijn hand kruipen en plaatst hem terug. Ik zet mijn allerschattigste blik op. Blijkbaar werkt die alleen bij mama. Want Wout sluit het terrarium en jaagt ons zijn kamer uit. ‘Tim, kun jij niet …’ ‘Sorry, Hanne,’ zegt hij. ‘Dat terrarium van mijn broer is heilig. Wie daar aankomt, moet het bekopen met zijn leven.’ Ik zucht. Ik zal en moet wandelende takken hebben. Alleen weet ik nog niet hoe.

11


12


4 Zodra ik weer thuis ben, leeg ik mijn spaarpot. Jammer genoeg zitten er slechts enkele kleine munten in. Amper genoeg voor één klein wandelend takje. Ik kijk naar de nieuwe vulpen die ik voor mijn verjaardag van oma heb gekregen. Ze was peperduur. Ik grijp de pen en snel ermee naar beneden. Met bonzend hart bel ik aan bij Tim en Wout. ‘Geld gevonden?’ vraagt Wout wanneer hij de deur opent. ‘Iets veel beters,’ probeer ik. ‘Beter? Wat is er nu beter dan geld?’ bromt Wout. Ik steek de vulpen in de lucht. Wouts ogen tasten het voorwerp streng af. ‘Wat moet ik met zo’n meisjespen?’ ‘Cadeau voor je vriendin?’ stel ik voor. Goal! Wout lijkt misschien heel stoer, maar voor zijn liefje doet hij echt alles. ‘Geef hier,’ zegt hij terwijl hij ze uit mijn handen neemt. ‘Mag ik er tien?’ Wout bekijkt de pen en aarzelt. ‘Vijf volwassenen en vijf nimfen,’ zegt hij even later.

13


‘Nimfen?’ vraag ik. ‘Zo noemen de jonge takjes.’ ‘Oh, zo schattig!’ ‘Akkoord voor vijf kleintjes en vijf grote?’ ‘Akkoord!’ Ik ren naar boven en haal de grootste schoenendoos die ik kan vinden. Met een schaar prik ik er kleine luchtgaatjes in. Dan ga ik weer naar beneden en haal mijn huisdieren op. ‘Ze zijn dol op klimop,’ zegt Wout. ‘Daar kun je makkelijk aan raken, want dat groeit hier overal. Af en toe mag je die een klein beetje nat maken. Zeker geen kommetje met water zetten om te drinken. Als ze daarin terechtkomen, kunnen ze verdrinken. Die doos is een tijdelijke oplossing, mag ik toch hopen?’ ‘Eh, ja,’ lieg ik. Geld voor een terrarium heb ik niet en ik ben niet van plan mama over mijn beestjes te vertellen. Mama heeft een hekel aan alles wat kruipt. Wanneer ik thuiskom, zet ik de doos met mijn takjes onder mijn bed. Daar staat ze veilig. En lekker dicht bij me.

14


5 De deurbel gaat. Het is opa. Hij heeft een kommetje bij. Er zwemt een oranje vis in. Mijn ogen schieten naar mama. Ze heeft achter mijn rug beslist dat mijn spreekbeurt over vissen zal gaan. Opa zet de kom op tafel. Af en toe borrelt er een luchtbelletje op. Zijn buikvin beweegt en zijn strontjes warrelen4 in het rond. Verder beweegt hij niet. Daar is amper plaats voor. De bek van de vis gaat open en toe, alsof hij ons verwijt dat het kommetje te krap is. Ondertussen is opa vurig over zijn vissen aan het praten. Hij gaat er zo in op, dat hij niet eens merkt dat ik niet luister. Het is niet de eerste keer dat ik dit hoor. Opa is zo dol op die beesten, dat hij er niet over kan zwijgen. Het is een vast onderwerp op elk familiefeest. ‘Opa, heb jij ergens nog een oud aquarium?’ Opa kijkt glunderend mijn richting uit. Hij denkt natuurlijk dat ik plots ook zin heb om vissen te houden. Maar in feite is het voor mijn takjes. Zo’n oud aquarium kan prima dienstdoen als terrarium.

15


‘Ja, kindje,’ zegt opa vrolijk, ‘ik moet op zolder wel nog ergens een oud aquarium hebben liggen.’ ‘Oh, opa, mag ik die hebben?’ ‘Natuurlijk, schat. Ik breng hem volgende week langs.’ Ik ga naar mijn kamer. Zonder vis. Vissen zijn stom!

6 Op mijn bank staat een kommetje met de vis en een schoenendoos. ‘Hanne,’ zegt de juf, ‘jouw beurt.’ Ik laat de vis staan, pak de schoenendoos en ga vooraan staan. 16


‘Je vergeet je huisdier,’ zegt de juf. ‘Nee hoor, die vis wou even op uitstap. Mijn huisdieren zitten hierin.’ Ik wijs naar de doos met kleine gaatjes. Alle leerlingen houden gespannen hun adem in. Ze zijn allemaal bijzonder benieuwd wat er in mijn doos zit. Voorzichtig schuif ik het deksel een beetje opzij en vis er Mega Takkie uit. Hij is mijn grootste tak. Trots toon ik hem aan de klas. ‘Mijn spreekbeurt gaat over wandelende takken. Hun Latijnse benaming is ‘Phasmida’. Dat komt van het woord ‘Phasma’. ‘Phasma’ betekent spook. Dat komt omdat deze beestjes vooral ’s nachts tot leven komen. En omdat ze kunnen ‘verdwijnen’ dankzij hun uitstekende camouflage5. Ze lijken zó erg op takjes, dat ze in de natuur bijna niet opvallen. Wandelende takken zijn de grootste insecten ter wereld. Ze kunnen wel 55 centimeter lang worden. Het zijn hele leuke huisdieren. Ze maken geen lawaai. Je hoeft ze niet uit te laten. Ze laten ook geen haren achter. Bovendien eten ze klimop. Wat je zowat overal kan vinden. Lekker zuinig dus! Ze ruiken ook niet vies. Ze laten geen vieze drolletjes achter. En zoals je ziet, kun je hen over je hand laten lopen. Ze bijten niet. Het kriebelt alleen maar.’

17


Ondertussen is Mega Takkie langs mijn mouw naar boven gekropen. Alle ogen volgen hem nauwlettend. Sommige leerlingen doen de vis na op mijn bank. Hap! Hap! Hap! Ik geniet. Deze spreekbeurt is veel leuker dan die over katten of honden. Vooral cooler dan die over vissen. Wanneer ik terug thuiskom, haast ik me naar mijn kamer. Ik zet de doos weer onder mijn bed. Mama roept me. ‘Hoe was je spreekbeurt, lieverd?’ vraagt ze. ‘Heel goed! Ik kreeg een acht op tien,’ zeg ik fier, terwijl ik de vis op tafel zet. ‘Zeg nou nog eens dat vissen stom zijn,’ zegt mama. Ik kijk naar de vis. Hap! Hap! Hap! Dan breng ik mijn vinger naar mijn mond. Mondje toe, denk ik. Dit blijft ons geheimpje.

18


7 Zoals elke dag ren ik, zodra ik thuiskom, meteen naar mijn kamer. Ik laat me op mijn knieën vallen. Mijn handen zoeken de doos onder mijn bed. Ze zoeken mijn geliefde takjes. Niets! Mijn hoofd duikt naar beneden. Dan slaat mijn hart een klopje over. Niets! De doos is weg! Paniekerig kruip ik onder het bed. Ik tast de hele vloer af. Niets!

19


Plots ruik ik het. Het ruikt hier fris. Het ruikt hier poetsmiddelfris. Mama heeft gepoetst. Ze heeft de doos gevonden. Ik durf niet verder denken. Ik spring recht en loop naar de keuken. ’Mama, waar zijn die … eh, takjes vanonder mijn bed?’ vraag ik zo kalm mogelijk. ‘Die heb ik in de vuilnisbak gedaan,’ zegt mama. ‘Had je die nog nodig voor een knutselwerkje of zo?’ ‘Ja,’ roep ik boos, ‘die takjes waren héél belangrijk!’ Wanhopig kijk ik in de vuilnisbak. Buiten wat klimop vind ik geen spoor meer van mijn schatjes. Zelfs Mega Takkie is weg. Tranen springen in mijn ogen. Ze zijn weg! Ontsnapt. Ik begin nerveus de kamer rond te speuren. Ik zoek op de grond. Op de meubels. Op de stoelen. Ik zoek zelfs in de gordijnen. Maar ze zijn spoorloos. Verdwenen.

20


21


8 We kijken televisie. Of beter gezegd, mama kijkt televisie. Ik kijk naar overal, behalve naar wat er op het scherm gebeurt. Het wordt langzaam donker. Straks worden mijn takjes actief. Dan komen ze allemaal tevoorschijn. Dat hoop ik tenminste. De ogen van mama kleven aan het scherm. Haar handen grabbelen naar de zoethoutjes op tafel. Plots bevriest mijn blik. Wat ze vastgrijpt is geen zoethout! Het is … Mega Takkie! ‘Mama! Neeeeeeeee!’

22


23


Woorduitleg 1 2 3 4 5

24

sabbelen = ergens aan likken of zuigen terrarium = bak om reptielen of insecten te houden stekelig = iets een beetje boos zeggen warrelen = door elkaar bewegen camouflage = wanneer iets zo op elkaar lijkt, dat het bijna niet opvalt


Hanne wil graag een huisdier. Maar dat mag niet in een flatgebouw. Of toch?

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Illustraties: Rosemarie De Vos Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622825

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 8 - Thema 5 - N2 - Phasmidabel by die Keure - Issuu