ucatieve uitgaven
De Orde van Merg en Been
BIEB
Joshua Kint
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 3
8
De Orde van Merg en Been
Mijn ouders zijn abnormaal normaal. Niets aan hen is spannend. Het leven van twee twijfelende slakken die bang zijn van snelheid is leuker om te volgen. Neem nu de papa van Xander. Hij helpt kinderboeken maken. Hoe bijzonder is dat? Of kijk naar de mama van Elif. Zij kiest mee hoe de nieuwste koekjes zullen smaken. Hoe cool is dat? Ik zal het je zeggen: een triljoen keer cooler dan wat mijn ouders doen. Mijn papa doet iets met cijfers. Hij is boekhouder. Maar hij houdt alleen boeken en papieren waar er amper tekst in staat. Zelfs de tijdschriften voor grote mensen die in de wachtkamer van de tandarts liggen zijn spannender.
1
Mijn mama doet iets met verf. Zij is schilderes. Wow, hoor ik je denken. Zij maakt vast schilderijen waarop bekende kunstenaars jaloers zouden zijn. Je denkt verkeerd. Mijn mama schildert vooral huizen. In wit. Soms grijs. Soms bruin. Heel uitzonderlijk eens in een soort rood. Maar daar stopt het avontuur. Geen dropzwarte muren met suikerstokroze stippen. Geen limonadegele schoorsteen met een grappig rokend mannetje erop zodat het lijkt alsof de schoorsteenrook van hem komt. Niets van dat alles. Gelukkig ben ik er zelf nog.
2
Op mijn rolschaatsen voel ik mij de koning van de stad. Als een held op wieltjes. Alles en iedereen glijdt voorbij. De eerste vakantiezon wringt zich tussen de bomen in mijn straat. Met een sprong waarop een sprinkhaan jaloers zou zijn, zweef ik langs de bladeren. Even later kruipt de geur van een hamburger met ketchup in mijn neus wanneer ik langs een frietkraam rijd. De stad ruikt naar zomer. Een geur die ik jammer genoeg even zal moeten missen …
3
Deze zomermaand ruil ik de geur van de stad in voor de geur van het platteland. Opa en oma vertrekken op wereldreis en wij passen op hun villa. Dat die villa in een dorp staat waar er meer koeien zijn dan mensen, moet ik er maar bijnemen. Alles wat mijn ouders niet zijn, zijn mijn opa en oma wel. Opa zit meer in zijn bliksemsnelle Ferrari dan in zijn zetel en oma hangt meer in de lucht dan dat ze op de grond staat. Uit vliegtuigen springen met een parachute? Een makkie voor oma. Met de jeep door het oerwoud? Poepsimpel voor opa. ‘Vergeet niet de planten voldoende water te geven,’ roept oma boven het geluid van de motor uit. ‘Spuitwater drinken ze het liefst,’ vult opa aan. ‘Ja, maar …’ zegt papa.
4
‘Oh, en vergeet Albert geen aardappels te geven als hij op bezoek komt,’ onderbreekt oma. ‘Gekookte aardappels! Een rat zoals Albert is best kieskeurig,’ vult opa opnieuw aan. ‘Albert?! Een r-r-rat …’ stottert mama. ‘Dat is alles! Hou jullie zo taai als de kussens op ons bed, luitjes!’ roepen oma en opa nu samen. Papa lijkt nog iets te willen zeggen. Maar voor hij de kans krijgt, versmachten zijn woorden in de rook van opa’s wegscheurende Ferrari.
5
Daar gaan we dan. Mama, papa, ik en Eddie en Wally, onze twee honden. In de achterruit van onze bestelwagen wordt de stad kleiner en kleiner. Hoe verder we rijden, hoe kleiner ook mijn kansen op een toffe vakantie. We passeren alleen maar weides, bomenrijen en kleine huisjes. Geen skatepark, geen winkels waar ze videospelletjes verkopen en al zeker geen bioscopen. Dat moeten ze hier waarschijnlijk nog uitvinden, denk ik. Dit landschap lijkt wel uit het penseel van een schilder zonder fantasie te komen. Papa trommelt met zijn vingers op het stuur. ‘Dat is iets anders dan al die drukte, hé! Hier ben ik vroeger opgegroeid.’ ‘Wat deed je toen allemaal?’ vraag ik benieuwd. ‘Dingen die jij nog niet in je stoutste dromen kunt bedenken!’ knipoogt hij. ‘Zie je bijvoorbeeld die grote eik daar?’ zegt hij terwijl hij naar een oude boom wijst. ‘Daar klommen we vaak in. Iedereen mocht dan op z’n beurt een griezelverhaal vertellen. Zoals het verhaal van de verdwaalde vampier.’
6
‘Klinkt saai,’ lach ik. Verdwaalde vampier … Het zal wel! Hier zou je nog niet eens kunnen verdwalen mocht je het willen. ‘Dat denk jij maar,’ zegt mama. ‘Wij hadden heus geen schermpjes nodig om ons te amuseren als kind.’ Papa knikt instemmend. ‘Volwassenen ...’ zucht ik stilletjes. Gelukkig ben ik van plan om nooit volwassen te worden.
7
‘Dat een houten vloer een beetje kraakt, kan ik verstaan. Maar dat het zo piept, heb ik nog nooit meegemaakt,’ fluistert mama als ze met trage stapjes het huis van oma en opa binnengaat. ‘Dit huis is bijna zo oud als de wereld zelf,’ antwoordt papa. ‘Hier ben ik opgegroeid!’ Liever hij dan ik. Ik weet niet waar ik mijn ogen eerst moet richten. Het lijkt wel alsof ik in een kleurboek ben terechtgekomen. Er zijn allerlei soorten kasten en hier en daar hangen de gekste foto’s van oma en opa tijdens hun reizen. Bij iedere stap die ik zet lijkt de vloer meer en meer te piepen …
8
Dan zie ik plots een staartje van onder een kast steken. ‘Ehh, mama, ik denk …’ ‘Sst, even stil nu. Ik probeer te zoeken vanwaar dat gepiep komt,’ zegt ze al rondspeurend. ‘Maar dat is het net. Dat gep…’ ‘Jongen, ik weet dat dit huis lijkt op iets wat op de kermis zou kunnen staan, maar probeer er toch het beste van te maken.’ En dan bukt ze zich en kijkt ze recht in de piepkleine oogjes van Albert. ‘Piep!’ groet de rat vrolijk. ‘D-d-d-it kan niet erger worden,’ bibbert mama. Totdat een vlijmscherp gesis haar aandacht opeist.
9
‘Aha! Je hebt Marcel al ontmoet zie ik,’ lacht papa wanneer hij de slangenkooi opmerkt. Maar mama luistert niet meer. Zo snel ze kan, vlucht ze de trap op. Ik hoor nog net de slaapkamerdeur met een klap dichtslaan. Tijd om zelf op ontdekking te gaan! Het zolderluikje kraakt nog erger dan de houten vloer in de woonkamer. Enkele spinnetjes kruipen haastig weg. Het ruikt er muf. Mijn ogen proberen aan het schemerdonker te wennen. Totdat ik plots het gevoel heb dat iemand me bekijkt. Dan zie ik het. Twee felblauwe ogen aan de andere kant van de kamer. ‘Is daar iemand?’ probeer ik dapper. Als ik dichter kom, moet ik lachen om mezelf. Ik kijk recht in mijn eigen ogen. Oef! Het is maar een oude spiegel. Maar er is iets anders dat mijn aandacht trekt. Een geheimzinnige doos waarop een potlood met beenderen staat …
10
11
12
Iets lijkt me te roepen vanuit de doos. Alsof ik een stuk ijzer ben dat naar een magneet wordt gezogen. Voorzichtig krab ik het plakband los. Mijn hand graaft in de doos naar een verborgen schat … Ik haal er een zwart masker en een schrift uit. Ook daar staat het potlood met beenderen op. Die gekke oma en opa toch! Het zijn vast overblijfsels van een carnavalsfeest vele jaren geleden. Er is maar één manier om het te ontdekken. Ik open het schrift en lees op de eerste pagina:
DE ORDE VAN MERG EN BEEN Slijp je tong Scherp je zinnen Blijf eeuwig jong Vecht vanbinnen Van Knekel voor Knook.
13
De orde De adem van de inktzwarte nacht blaast het kaarslicht onrustig heen en weer. Voor het wrak van een oude schoolbus vertelt een gemaskerde jongen een griezelverhaal. Zo lijkt het toch. ‘… En dan krijg je rimpels die zo diep zijn als de Bottenbeek,’ spreekt de jongeman met luide stem. ‘Oooh,’ antwoorden de andere jongens en meisjes die in een kringetje rond de gemaskerde onbekende zitten. ‘… En dan krijg je plots alleen maar post van dezelfde persoon waarvan je boos wordt. De bloeddorstige meneer Rekening!’ ‘Aaaah.’
14
‘… En dan kun je de dag bijna niet meer overleven zonder dat je ’s ochtends eerst een vies, krachtig middeltje drinkt. Koffie, heet het!’ ‘Eeeeeh.’ ‘Er is maar één oplossing, lieve vrienden en vriendinnen. WE MOGEN NIET VOLWASSEN WORDEN!’ schreeuwt de jongen terwijl hij het schrift toeklapt. ‘Knekel! Knekel! Knekel!’ juichen de anderen. ‘Hé, Knekelkop, vergeet je niet iets?’ vraagt een meisje. Haar gezicht wordt verlicht door kaarslicht. ‘Nu ben ik benieuwd, Knook!’ spreekt de vermomde leider. Hij zet een stap vooruit. Het meisje fluistert iets in zijn oor. ‘Dat is een geweldig plan!’ lacht Knekel sluw.
15
De volgende avond staat iedereen aan de rand van de Bottenbeek. Goedkeurend kijkt Knekel iedereen aan van onder zijn masker. Alle jongens en meisjes hebben flessen vast. Net zoals afgesproken. Hier en daar rinkelt het glas ongeduldig tegen elkaar. ‘Stap één om niet volwassen te worden,’ vertelt Knekel al voorlezend uit zijn schrift, ‘drink geen toverdrank! Want soms word je er een beetje gek van.’ ‘Knekel! Knekel! Knekel!’ juicht iedereen opnieuw. ‘Alleen grote mensen mogen het drinken. Dus het moet wel iets slechts zijn,’ spreekt Knekel. Hij klimt op de brug boven de beek. ‘PRESENTEER FLES!’
16
Iedereen houdt nu zijn fles omhoog. Nadat Knekel het teken geeft, giet ieder zijn fles leeg in het water. ‘Wat staat er op die van jou?’ vraagt een jongen met krullend haar aan een meisje met sproeten. ‘Wijn van 1965,’ antwoordt ze. ‘Bij jou ook al? Op de mijne staat er 1968. Dus het is niet zo erg dat we alles weggieten. Het is toch al lang slecht!’ Uit de vele flessen klettert er allerlei soorten kleurrijke drank in de beek. Niet veel later gebeurt er iets geks. De vissen lijken een onderwaterballet te houden. Sommigen draaien sierlijke rondjes. Anderen springen uit het water om een salto te maken.
17
De volgende bijeenkomst leest Knekel opnieuw voor. ‘Stap twee om niet volwassen te worden. Rijd niet met een auto! Alleen grote mensen mogen dat. Daarom denk ik dat er iets mis moet zijn met auto’s. Plots roepen de liefste mensen allerlei lelijke woorden tegen elkaar terwijl ze met hun vuist uit het raampje hangen.’ ‘Knekel! Knekel! Knekel!’ joelen de kinderen alweer. ‘Jullie weten wat jullie te doen staat,’ grijnst hij. Iedereen vlucht naar huis. Behalve één meisje. Knook draait zich nog even om en steekt een duim op. ‘Mooi werk, Knekelkop,’ zegt ze vrolijk.
18
De dag na de bijeenkomst zijn de straten gevuld met ouders die er niets van snappen. Waar er normaal lange rijen auto’s staan, lopen nu vaders en moeders met allerlei soorten rijwielen. ‘Wat? Jouw benzinetank was ook leeg?’ zegt een man op rolschaatsen. ‘Nee! Al mijn banden waren plots plat,’ antwoordt een andere man op een strijkplank ‘Dit is véél leuker!’ gilt iemand die op een eenwieler passeert. Niemand let op het gegiechel dat uit de open ramen van veel slaapkamers klinkt.
19
Terug op zolder Avond na avond lees ik de avonturen van Knekel en zijn bende. Ik zit meer op de zolder dan in mijn kamer. Soms heb ik het gevoel dat iemand me bespioneert. Gelukkig weet ik dat er niet zoiets bestaat als de verdwaalde vampier. Ik heb het schrift bijna uit. Knekel was een held! Ik vraag me af wat er van hem geworden is … Op een koele vrijdagavond besluit ik om het laatste hoofdstuk te lezen. Ik klim opnieuw naar de zolder en haal het schrift voor de zoveelste keer uit de doos. Met trillende handen blader ik naar het einde. Dit kan niet waar zijn! De laatste pagina’s zijn uit het schrift gescheurd. Zo zal ik nooit weten wat er met Knekel en Knook is gebeurd. Welk geheim staat er op het einde? En wie wil dat niemand anders het ontdekt? Ik ben zo kwaad dat ik niet opmerk dat een dreigende schaduw dichterbij komt. Totdat ik me omdraai en verstijf van de schrik …
20
21
‘Opa? Wat doe jij hier?’ vraag ik opgelucht als ik de schaduw herken. ‘De laatste keer dat ik keek, stond mijn naam nog op de bel. Dus ik denk dat ik hier nog woon,’ schatert hij. ‘Is er al een maand voorbij?’ vraag ik vol ongeloof. Hij knikt. Zijn gelach vult de kille zolder met warmte. Iedereen is blij wanneer we terug thuis zijn. Mama is ondertussen goede vrienden geworden met Albert en ze heeft beloofd dat we hem af en toe gaan bezoeken. De buitenlucht van het platteland heeft papa ook deugd gedaan. Al fluitend schopt hij zijn schoenen uit en trekt zijn pantoffels aan. Met een zwaar gevoel in mijn maag slof ik de trap naar mijn slaapkamer op. Ik draai de deurknop naar rechts. Alles ziet er nog steeds hetzelfde uit. Hé! Of toch niet?! Iemand heeft iets op mijn bed gelegd … Kan dat … nee … of toch? Zonder dat ik het zie, staat papa plots in de deuropening.
22
23
‘Ik dacht wel dat je zou willen weten hoe het afloopt,’ zegt een stem achter mij. ‘Papa?! Hoe kom jij aan het laatste hoofdstuk uit het schrift?’ vraag ik hem met grote ogen. ‘Je ouders zijn niet zo saai als je denkt,’ zegt hij met een kwajongensstem. ‘Ik heb je stiekem in de gaten gehouden op zolder. De eerste avond had je me bijna herkend! Gelukkig was die spiegel er. Vroeger noemde ik je moeder Knook. Mijn bijnaam was …’ ‘Knekel?’ vul ik aan. ‘Maar dat kan toch niet? Knekel wou nooit volwassen worden!’ Papa wijst naar het papiertje op mijn bed. ‘Daarin zal je lezen dat mijn plan mislukt is. Stap drie om niet volwassen te worden, heb ik nooit kunnen uitvoeren …’ Zwijgend staart hij uit het raam. ‘… Ik ben verliefd geworden.’ Zijn woorden dringen tot diep in me door. Door merg en been. En dan weet ik het. Alles aan mijn ouders is spannend!
24
Mijn zomer begon als een nachtmerrie. Een hele maand naar het platteland om op het huis van oma en opa te letten! Saaier kan niet. Totdat ik iets op de zolder ontdekte. Een geheimzinnig schrift van de Orde van Merg en Been.
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Illustraties: Yoeri Slegers Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622825
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.