Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 7 - Thema 1 - N1 - De libel

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

De libel Inge Bergh

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 3

7


De libel

Voorwoord Iemand waar je erg van houdt, sterft. En ook al proberen lieve mensen je te troosten. Het lukt ze niet. Al wat je nog kunt, is huilen. Soms lijkt het of je in je tranen verdrinkt. Herkenbaar? Lees dan dit verhaal. Ooit werd het door een pater verteld. Nu vertel ik het aan jou. Het is het verhaal van een klein larfje. Het larfje verdween, net als diegene die jij zo hard mist. Benieuwd waar het heen ging? Lees maar.

1


De larven Er was eens een kleine groep waterlarven. De groep leefde op de bodem van een diepe vijver. De vijver was zo diep dat geen enkele van de larven de zon ooit had gezien. Maar dat vonden ze niet erg. Want van de zon hadden ze nog nooit gehoord. En je kunt niet missen wat je niet kent. De waterlarven waren erg tevreden. Ze hielden van elkaar. En ze waren gehecht aan hun modderige plekje op de bodem van de vijver. Het was hun thuis.

2


3


Af en toe En toch maakten de larven zich zorgen. Want af en toe verdween er een van hen. Die larve bleef stilstaan in de drukte en keek verbijsterd rond. Alsof ze plots niet meer begreep waar al die drukte goed voor was. Waartoe diende het krioelen in de modder? En welk nut had het graven? Nog voor iemand de larve kon tegenhouden, was ze al weggekropen. Ver bij de groep vandaan en dan stilletjes omhoog. Langs de stengel van een waterlelie, steeds verder, steeds hoger. Tot ze helemaal verdwenen was.

4


Missen De rest bleef beduusd achter. Niemand wilde geloven dat de larve echt weg was. Dus keken ze omhoog en ze wachtten, tegen beter weten in. Heel soms leek het of ze de verdwenen larve zagen. Maar nooit was het echt. En hoe lang ze ook bij de stengel bleven zitten. Hoe luid ze ook riepen. Hoe vreselijk hard ze de larve ook misten. Nooit kwam ze terug. De overgebleven larven moesten alleen verder, ook al was er niks erger dan dat.

5


6


Jong larfje Op een dag gebeurde het weer. Een larve stopte met werken, haalde diep adem en zuchtte. Ze keek nog een laatste keer rond. Haar blik werd al wazig en met een laatste zucht kroop ze omhoog. Niemand kon haar tegenhouden. Ook al deden ze nog zo hard hun best. ‘Zou ze nog zien wat wij hier doen?’ vroeg een jong larfje zich hardop af, nadat ook die ene larve verdwenen was. ‘Hoort ze ons verdriet? Weet ze hoe wij haar missen? En alles wat wij nog zullen doen, zal ze dat nog zien?’

7


Weg ‘Natuurlijk niet,’ beweerden enkele oudere larven. ‘Zij is er gewoon niet meer. Hoe sneller je dat aanvaardt, hoe beter het voor je is. Je moet maar niet te vaak meer aan haar denken.’ Het jonge larfje knikte. Ze probeerde de raad van de ouderen op te volgen, maar dat lukte niet te best. Elke dag keek ze omhoog en vroeg ze zich af waar de verdwenen larve was. En hoe het met haar ging. Was ze veilig? Was ze gelukkig? En vooral: dacht ze nog eens aan hen?

8


9


Idee Plots kreeg het jonge larfje een idee. ‘Waarom sturen we niet iemand naar boven om te gaan kijken wat daar is?’ opperde ze. Maar niemand voelde zich geroepen om vrijwillig de stengel op te klimmen. Ook het jonge larfje niet. ‘Dan doen we het anders,’ besloot ze. ‘Straks als het onze tijd is om te gaan, dan houden we onze ogen en oren goed open.’ ‘Goed idee,’ knikte een oudere larve. ‘En wanneer we aankomen waar we moeten zijn en alles gezien hebben wat we moeten zien, dan keren we terug om de anderen te vertellen wat daarboven is.’ Alle larven vonden dat een goed idee.

10


Verdwenen Een hele tijd ging voorbij. Keer na keer zagen de larfjes hoe sommige van hun soortgenoten langs de stengel omhoog klommen. ‘Kijk goed uit je doppen daarboven!’ riepen ze hen toe. ‘En kom ons vertellen wat daarboven is!’ De klimmende larfjes knikten. Vast van plan om te doen wat ze beloofd hadden: ze zouden hun vrienden laten weten wat daarboven was en hoe het kwam dat elk van hen onvermijdelijk daarheen geroepen werd. Maar de larfjes verdwenen. En niemand zag ze ooit terug.

11


12


Ouder Het jonge larfje werd ouder. Het had in haar leven al heel wat andere larven de stengel op zien klimmen. Van sommigen zag je dat het hun tijd was. Ze werden trager en leken afwezig. Je wist gewoon dat ze zouden gaan, al kon niemand voorspellen wanneer. Van anderen verwachtte je het niet. Ze werkten hard, speelden vol overgave en toch kropen ze plots weg. Zonder waarschuwing. Maar het maakte niet uit hoe de larfjes gingen en ook niet hoeveel keer het jonge larfje al afscheid had genomen: het gemis bleef en het wende nooit.

13


Angst Met elk larfje dat verdween groeide het voornemen van het jonge larfje: zíj zou niet zomaar verdwijnen. Zij zou zich aan haar belofte houden en echt proberen om terug te keren. Als haar dat lukte tenminste. Want soms bekroop haar een vaag gevoel van angst: misschien hadden de anderen zich ook aan hun belofte willen houden, maar konden ze dat niet? Zou daarboven iets engs wonen? Een larvenverslindend monster, misschien? Of verdwenen de larven gewoon in het grote niets? En hielden ze dan meteen op te bestaan?

14


15


Drang Op een dag was het zover. Het larfje vertraagde haar pas en keek om zich heen. Ze zag hoe haar vrienden nog steeds druk rondrenden en krioelden, maar ze hield er zelf mee op. Ze hoorde hoe ze zich druk maakten om de kleinste dingen, maar ze zweeg. De drukte werd haar te veel en ze werd gek van hun lawaai. Langzaam kroop ze over de bodem van de vijver, helemaal naar de rand toe, tot ze botste op de stengel van een waterlelie. En plots was er die drang. Ze glimlachte en begon aan de klim.

16


Belofte Het larfje klom langs de stengel omhoog. Haar vrienden werden steeds kleiner. En hun stemmen klonken steeds stiller. Maar toch was het larfje hen niet vergeten. Ze was vast van plan om haar belofte te houden. Boven zou ze goed uit haar doppen kijken en pas wanneer ze een antwoord had op al haar vragen, pas dan zou ze zich terug naar de bodem van de vijver laten glijden. Daar zou ze al haar vrienden bij elkaar roepen en ze zou hen alles vertellen wat ze daarboven had gehoord en gezien. En zo zou het oude mysterie voor eens en voor altijd opgelost zijn.

17


18


Licht Het larfje klom verder en hoger. Ze kneep haar ogen dicht, want hoe hoger ze kwam, hoe lichter het werd. Voor het larfje besefte wat er gebeurde brak ze door het wateroppervlak heen en viel ze op een lelieblad neer. Verbaasd knipperde ze met haar ogen. Weg was het bruin van de modder. Weg waren de schaduwen en het duister. Weg was de koelte van het water. Alles rond haar was plots vol kleur en licht. Het larfje voelde hoe haar lichaam opwarmde. Hoe ze een staart en vleugels kreeg. En groeide.

19


Libel Beduusd bleef het larfje op het lelieblad zitten. Ze keek naar de lange staart en staarde naar de sierlijke vleugels. De zon droogde de laatste waterdruppels op haar lichaam en eindelijk vond het larfje de kracht om op te staan. Het getjilp, gespat en gezoem boven de vijver deed haar lichaam tintelen en haar oren suizen. Het leek wel of ze uit haar vel zou barsten van levensvreugde. Ademloos draaide ze zich rond haar as. Ze bewoog haar vleugels en vloog. Het larfje was een libel geworden.

20


21


Vliegen Met grote bogen scheerde ze over het water en de lelies heen. Ze buitelde en duikelde, zoemde en zoefde en genoot met volle teugen van haar pas ontdekte vrijheid. Pas na een hele tijd vliegen landde de libel op het blad van een lelie. Daar bleef ze even zitten om uit te rusten. Het tolde nog steeds in haar hoofd. Wie had ooit kunnen denken dat een wereld als deze bestond? Dat moest ze aan haar vrienden vertellen! Zonder aarzelen stond de libel op en dook ze omlaag.

22


23


Wereld vol licht Bijna onmiddellijk werd de libel teruggekaatst, ze kon het water niet meer in. En ook al zag ze haar vrienden beneden doen wat ze altijd deden, ze kon hen niet meer bereiken. Hoe ze zich ook inspande, ze kon als libel niet meer naar beneden duiken. Haar plaats was nu hier: in deze prachtige wereld vol warmte en licht. En pas wanneer haar vrienden zelf naar omhoog klommen, pas dan kon ze deze wondere wereld met hen delen. Tot zolang hield ze hen van hierboven liefdevol in de gaten.

24


Dit is het verhaal van een klein larfje. Het larfje verdween, net als diegene die jij zo hard mist. Benieuwd waar het heen ging? Lees maar. Een bewerking van een verhaal van pater Luc Versteylen.

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Illustraties: Rosemarie De Vos Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622825

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 7 - Thema 1 - N1 - De libel by die Keure - Issuu