ucatieve uitgaven
BIEB
Mijn sport Katrien Rotsaert
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 3
6
Mijn sport
1
De voedingsdriehoek Het is heel belangrijk om gezond te eten en voldoende te bewegen. De groepen van de actieve voedingsdriehoek tonen je wat je dagelijks moet of mag eten. Hoe groter de groep, hoe meer voedingsmiddelen we eruit nodig hebben. De groep van de graanproducten is bijvoorbeeld veel groter dan de restgroep. Kies dus ook eens voor een lekker boterhammetje in plaats van een zakje chips.
2
Het is ook belangrijk dat kinderen en jongeren dagelijks één uur bewegen. Beweeg jij minder dan één uur per dag? Speel in de speeltijd eens een actief balspel met je vrienden. Woon je niet zo ver bij de school vandaan? Kom dan te voet, met de fiets of met de step naar school. Als je een echte sportfreak bent, kun je natuurlijk ook aansluiten bij een sportclub. Er zijn veel verschillende sporten. In dit boekje vind je vast wel een sport naar je zin!
3
Ballet Het woord ‘ballet’ komt van het Italiaanse woord ‘ballare’, dat dansen betekent. Het is een manier van bewegen waarmee je een verhaal wilt vertellen. Er zijn verschillende soorten ballet zoals bijvoorbeeld klassiek ballet en jazzballet.
Klassiek ballet •
Spelregels
De technieken van klassiek ballet zijn vastgelegd in speciale handboeken. Daardoor zijn de danspassen van klassiek ballet over heel de wereld hetzelfde. Meestal voert men deze danspassen uit op klassieke muziek. •
Uitrusting
Balletdansers dragen zachte balletschoenen met een verharde neus, spitzen of pointes. Hierdoor kunnen ze goed op hun tenen staan, dit heet ‘relevé’. Tot de uitrusting van een balletdanser behoort ook een balletpakje of maillot. Daarboven dragen de meisjes een tutu of dansrokje. De meisjes moeten hun haren vastmaken in een knot. Maar vanzelfsprekend kunnen ook jongens balletdansen!
4
Maillot
•
Tutu
Balletschoenen
Opstelling
Bij klassiek ballet zijn er vijf basisbewegingen of posities van de voeten. Daarnaast zijn er nog een aantal bekende bewegingen. Als balletdansers hun knieën buigen, heet dit ‘plié’. Als een balletdanser op één voet staat en dan een draai maakt, voert hij of zij een ‘pirouette’ uit.
5
Jazzballet •
Spelregels
Naast klassiek ballet bestaat er ook jazzballet. Dat wordt uitgevoerd op vrolijke moderne muziek, daardoor zijn er ook geen vaste technieken of bewegingen. Je gebruikt je volledige lichaam om te dansen. •
Uitrusting
Jazzdansers gebruiken jazzschoenen om te dansen. Dat zijn schoenen die heel makkelijk buigen. Daardoor kunnen de dansers makkelijk allerhande bewegingen uitvoeren. Men draagt geen tutu, maar stretchkleding. Een hemdje of topje en een broek waarmee je soepel kunt bewegen.
6
•
Opstelling
Bij jazzballet zijn er ook enkele vaste dansbewegingen. Bij de ‘sprong’ moet je omhoog springen, terwijl je de knieën buigt en je onderbenen en hielen optrekt naar achteren. Een ‘tendu’ is de beweging waarbij je één voet zijwaarts plaatst en de andere voet laat aansluiten. Bij een ‘splitsprong’ sta je op één been en spring je omhoog. Breng één been gestrekt naar voren en het andere been gestrekt naar achteren.
7
Skateboarden Skateboarden is een sport. De sport werd ‘uitgevonden’ door surfers. Zij wilden ook op het land oefenen en plaatsten daarom wieltjes onder hun surfplank. •
Uitrusting
Een skateboarder draagt een helm om zijn hoofd te beschermen bij een val. Hij draagt ook dikke knie- en elleboogbeschermers. Hij heeft natuurlijk ook een skateboard nodig. Dat is een houten plank die aan de uiteinden iets naar boven wijst. Aan de onderkant zijn vier wieltjes bevestigd. Er bestaan skateboards in alle mogelijke kleuren.
8
9
•
Spelregels
In de Verenigde Staten van Amerika houden ze wedstrijden voor extreme sporten: de X-Games. Skateboarders tonen daar extreme trucs, zoals bijvoorbeeld de big air. Dat is een sprong op een u-baan waarbij men onder andere een salto maakt in de lucht. Skateboarden kun je niet enkel doen op een u-baan, maar ook op straat en op speciale skatebanen waar er hindernissen zijn. Door veel te oefenen op verschillende plekken, kun je beter leren skateboarden. Op de volgende foto’s zie je skateboarders aan het werk op allerlei hindernissen.
10
Skiën • Uitrusting Skiën is een bergsport waarbij men zich met behulp van ski’s verplaatst over sneeuw. Ski’s zijn lange dunne latten die worden bevestigd aan de voeten. De latten zijn vooraan wat breder, om goed bochten te kunnen maken over de hellingen. Een skiër draagt skischoenen, skihandschoenen, een helm en een skibril. Een skibril beschermt je ogen onder andere tegen de zon. Als bescherming tegen de kou, dragen skiërs ook een warme ski-jas en een skibroek.
11
•
Spelregels
In een skigebied zijn er pistes waarop je kunt skiën. Er zijn groene, blauwe, rode en zwarte pistes. De groene piste is het makkelijkst en de zwarte het moeilijkst. Die piste is heel steil en gevaarlijk voor onervaren skiërs. Op de zwarte piste wordt ook skicross georganiseerd. Wie het snelst is, wint! In Amerika houdt men jaarlijks de Winter X-games. Skiërs tonen daar hun sprongen en trucs. Een big air is een luchtsprong vanaf een schans. Skiërs tonen op de X-games ook sprongen op een U-baan.
12
Turnen Bij ‘turnen’ kun je onder andere sprongen en buitelingen maken en evenwichtsoefeningen doen. Hierbij komen vaardigheden zoals lenigheid, kracht en conditie aan bod. Dat kan op een toestel, maar evengoed op de grond van de turnzaal. •
Uitrusting
Voer de oefeningen altijd uit met hulp van een volwassene. Vooraleer je aan de oefeningen begint, is het belangrijk om op te warmen. Dat kan je doen door je spieren te strekken, anders krijg je spierpijn.
13
Voer verschillende sprongen
Doe een aanloop. Spring op
uit.
de springplank en plaats je handen op het ‘paard’. Voer dan een sprong uit.
Doe aan handstand aan de ringen.
14
Zwaai aan een rekstok.
•
Uitrusting
Meisjes en vrouwen dragen een turnpakje van de turnclub of van de sportwinkel. Lange haren moeten worden vastgemaakt in een staart. Mannen dragen een soort badpak, waarover een broek wordt gedragen. Turnpak vrouw
Turnpak man
15
Voetbal •
Opstelling
Voetbal is wereldwijd een populaire balsport. Twee ploegen van elf spelers (= een elftal) moeten de bal in het doel van de andere ploeg schoppen of koppen. Daarbij mogen geen handen of armen gebruikt worden. Tot dat elftal behoren onder andere een doelman of keeper, een aanvaller, een verdediger (=back) en een aanvoerder. Op het veld is ook steeds een scheidsrechter aanwezig om alles in goede banen te leiden. •
Spelregels
Voetbal wordt gespeeld op een voetbalveld. De lengte en de breedte van het veld en de plaats van de lijnen zijn officieel vastgelegd. Normaal duurt een wedstrijd twee keer 45 minuten. Als er na 90 minuten een gelijkspel is, wordt er nog eens 2 keer 15 minuten doorgespeeld. Is er dan nog altijd geen winnaar, dan mogen beide elftallen strafschoppen of penalty’s nemen. Wie de meeste ballen in het doel krijgt, is dan de winnaar.
16
17
strafschop •
Uitrusting
Alle spelers van dezelfde ploeg dragen hetzelfde voetbalshirt. Op de achterkant staat een persoonlijk nummer. Om wat houvast te hebben op het veld, dragen voetballers schoenen met noppen. In die schoenen dragen ze kniekousen en daarover komen scheenbeschermers. Die beschermen de voetballers als ze een schop tegen de benen krijgen.
18
Een voetbal wordt gemaakt van leer. Op de bal staan vijf- en zeshoekige patronen. Om de vier jaar gaat het wereldkampioenschap voetbal door. Dan nemen 32 landen het tegen elkaar op. Op het WK wordt dan gespeeld met een speciale bal.
19
Zwemsport Zwemmen is een sport waarbij je in het water kunt bewegen door gebruik te maken van arm- en beenbewegingen. Er zijn twee soorten zwemsporten: vrijetijdszwemmen en wedstrijdzwemmen. Wedstrijdzwemmen kun je inoefenen bij een zwemclub. •
Spelregels
Wedstrijdzwemmen wordt uitgevoerd in een 25- of 50-meterbad. Bij een zwemwedstrijd worden door middel van gespannen lijnen banen gemaakt in het water. Zwemmers moeten bij zo’n wedstrijd om ter snelst een afstand van 50 tot 1500 meter afleggen.
20
21
Er bestaan tientallen zwemslagen. Enkele bekende zwemslagen zijn borstcrawl, schoolslag, vlinderslag en rugslag. Op de tekeningen hieronder kun je zien hoe je die zwemslagen moet uitvoeren. De snelste bekende zwemslag is de borstcrawl.
22
borstcrawl
schoolslag
vlinderslag
rugslag
In de zwemclub of op school kun je verschillende zwembrevetten halen. Daarbij komen niet alleen zwemslagen, maar ook duiken en reddend zwemmen aan bod.
•
Uitrusting
In het zwembad draag je aangepaste kleding. Meisjes dragen een badpak of bikini en jongens een zwembroek of short.
23
Baby’s en kinderen die leren zwemmen dragen een zwemband om de taille en/of zwembandjes om de armen, zodat ze beter blijven drijven. Om goed te kunnen zien onder water, dragen sommige mensen een duikbril in het zwembad.
zwemband
24
zwembandjes
Hou je van sport? Beweeg je graag? Dan is dit boek zeker iets voor jou! Lees en kom iets meer te weten over ballet, skateboarden, skiën, turnen, voetbal en zwemsport.
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Foto’s: Shutterstock Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622825
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.