Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 6 - Thema 2 - N1 - De schat van de sluwe boer

Page 1

ucatieve uitgaven

De schat van de sluwe boer

BIEB

Inge Bergh

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 3

6


De schat van de sluwe boer

Dit verhaal wordt vaak verteld in Rusland. Het zou waargebeurd zijn. Maar niemand weet wanneer. En de schat? Rusland is erg groot. Niemand weet waar die nu ligt.

1


Er leefden eens een boer en zijn vrouw Ze waren erg gelukkig met elkaar. Er was maar één probleem. De boerin was een enorme babbelkous. Ze kon niks geheim houden. Elke roddel vertelde ze onmiddellijk door. En elk nieuwsje deelde ze zo snel ze kon. De boer werd er soms helemaal tureluut van. Zo wist iedereen altijd precies wat hij had gezegd. Wat hij die middag of avond had gegeten. Wat hij die dag allemaal had gedaan. Of net niet. En iedereen had er steeds een mening over. Dat vond de boer helemaal niet leuk. Maar hij kon er niks aan doen. Zijn vrouw was wie ze was. En dat kon hij niet veranderen. Verder was zijn vrouw erg lief. Ze was zorgzaam. En ze kookte ook heel erg lekker. Dat ze een babbelkous was, nam hij erbij.

2


De boer hield zelf niet zo van praten. Hij luisterde liever. Eigenlijk pasten ze dus wel goed bij elkaar. Zij kwebbelde en taterde de hele dag door. En hij knikte en humde1 en deed alsof hij luisterde. Zo leefden ze al vele jaren samen. En ze waren erg gelukkig met elkaar.

3


De boer en zijn vrouw waren arm Ze sliepen onder een paraplu. Want het dak lekte al jaren. Maar een nieuw dak was erg duur. En geld hadden ze helaas niet. Ook niet voor een waterpomp. Dus haalde de boerin water uit een put. Die put stond midden in het dorp. Ach, zo verschrikkelijk erg was dat niet, vond ze. Bij de put stond altijd wel een vrouw. Daar kon ze heerlijk tegen kletsen. Over wat de boer die dag had gedaan. Of verzuimd2 had te doen. Dat was eigenlijk best gezellig. Een eigen waterpomp hoefde ze dus niet. Maar een nieuwe jurk met bijpassend schort. Of een deftige hoed met bloemen en pluimen! Daar droomde ze al jaren van! En ook de boer droomde. Wat wilde hij graag een werkpaard! Een sterk dier om de kar te trekken.

4


Nu deed hij dat zelf. En dat voelde hij in zijn rug. Hij was dan ook al lang de jongste niet meer. Maar een werkpaard kost geld. Ongelofelijk veel geld. En de boer had helemaal geen geld. Dus bleef het bij wensen en dromen. Dag na dag. Jaar na jaar.

5


Op een dag liep de boer in het bos Hij had er enkele vallen uitgezet. Een fuik3 voor de vis en een strik voor het wild. Zo zorgde hij elke dag opnieuw voor eten. Een lekkere vis in de braadpan. Of een stoofpotje gevuld met haas. Zolang hij jagen kon, leden ze geen honger. Wat zou er vandaag op het menu staan? Misschien zat er wel een vette vis in de fuik! De boer was erg benieuwd naar de vangst. Dagdromend liep hij door het bos. Hij zag de dikke boomwortel niet. Zijn voet bleef haken en hij smakte neer. Met zijn hoofd recht in een hol. Ooit was dat hol van een vos geweest. Maar het was al jaren niet meer gebruikt. Of beter: niet door vossen gebruikt. Want de boer zag een kist staan. Een echte schatkist! Ik droom! dacht de boer. Het zal de harde klap wel geweest zijn.

6


7


8


En hij knipperde een paar keer met zijn ogen. Maar de schatkist stond er echt. De boer trok de kist uit het hol. Hij wrikte het deksel open. Even viel zijn mond open. En weer knipperde hij met zijn ogen. Maar hij had het niet gedroomd. De kist zat vol diamanten, juwelen en goud! De boer sloeg het deksel terug dicht. Hij duwde de schatkist terug in het vossenhol. Niemand mocht weten dat die kist bestond! Zeker zijn eigen babbelzieke vrouw niet. Want die zou het onmiddellijk doorvertellen. En dan wist het hele dorp het. Het hele dorp én de kasteelheer! Die zou de schat vast komen halen. Want dit bos hoorde bij het kasteel. Neen, besloot de boer, niemand mocht het weten! Deze schat was van hem! En hij bedacht een heel sluw plan ...

9


De boer liep terug naar huis Maar onderweg stopte hij nog twee keer. Eerst bij de val onder de boom. Daar had hij een vette haas gevangen. Daarna bij de val in het water. Daar zat een ferme snoek in. De boer wisselde beide vangsten om. En liep toen vrolijk fluitend weer naar huis. ‘Mijn allerliefste vrouw,’ riep hij.

10


‘Ik heb groot nieuws! Maar bak eerst een grote stapel pannenkoeken. Ik heb honger als een paard.’ De vrouw vond het eigenlijk al erg laat. Veel te laat om nu nog te bakken. Maar toch ging ze aan de slag. Zonder morren4 zette ze haar pan op het vuur. Want ze wilde natuurlijk weten wat het nieuws was. Haar man vrat als een leeuw.

11


Wel twintig pannenkoeken at hij op. En nog had hij niet genoeg! Het vrouwtje bleef maar bakken. Maar ze zag niet wat haar man uitspookte. De boer at helemaal niet alle koeken op! Hij at er één en stopte er twee in een zak. At er daarna vlug weer één. En stopte er weer twee in een zak. Zo ging het de hele avond door. Tot de boer niet meer eten kon.

12


13


‘Eet jij nu maar verder,’ zei de boer. ‘Want we moeten straks hard werken. In het bos ligt namelijk een schat. Een kist vol juwelen, diamanten en goud. En die gaan we straks halen. Zo snel als we kunnen, voor het licht wordt! Want niemand uit het dorp mag ons zien. Anders willen ze vast allemaal hun deel.’ De boerin knikte. ‘Van mij zullen ze niets horen!’ beweerde5 ze. En ze schrokte6 zo snel ze kon haar bord leeg. Stel je voor: een kist vol goud! Vol diamanten en juwelen! Ze zouden stinkend rijk zijn!

14


15


Het was donker in het bos ‘Kijk goed waar je loopt, vrouw,’ fluisterde de boer. ‘Ik wil niet dat je struikelt.’ De boerin deed wat haar man zei. Want ze zag haast geen hand voor ogen. Zo zag ze niet wat haar man uitspookte. De boer gooide pannenkoeken in de bomen. Zoveel als hij maar kon, overal in het rond! Plots gooide de boer nog een pannenkoek. Pats, tegen het hoofd van de boerin. Vlug legde hij er één over zijn eigen hoofd. ‘Auw!’ riep de boerin. ‘Er vloog een pannenkoek tegen mijn hoofd! En kijk! Er ligt er één op jouw hoofd ook!’ ‘Vrouw, toch,’ bromde de boer. ‘Het regent de hele tijd al pannenkoeken. De bomen en struiken hangen gewoon vol.’ Hij wees naar de takken van de bomen. Die hingen inderdaad vol pannenkoeken. Koeken die hij er zelf in had gegooid.

16


Maar dat wist de boerin natuurlijk niet. De arme vrouw geloofde haar eigen ogen niet. Het regende dus echt pannenkoeken! Dat moesten haar vriendinnen horen! Ze zou het ze morgen meteen vertellen.

17


De boer vervolgde zijn weg Hij had verschrikkelijk veel plezier. Wat had hij zijn vrouw toch goed gefopt! Wat verder stopte de boer bij de waterkant. Weer geloofde de boerin haar ogen niet. ‘Een haas in het water? Dat beest kan toch helemaal niet zwemmen?’ ‘Dat is een waterhaas,’ loog de boer zonder blozen. ‘Die zijn ongelofelijk zeldzaam.’ En hij liep verder naar de tweede val. Daar haalde hij de reusachtige snoek uit. Opnieuw wist de boerin niet wat ze zag. ‘Een vis in een val onder een boom? Hoe komt die daar in ‘s hemelsnaam? Een vis kan toch niet lopen?’ ‘Dat is een landsnoek,’ loog de boer keihard. ‘Ze zijn ongelofelijk zeldzaam. Maar ze bestaan, het bewijs ligt hier. Kom, we gaan weer verder.’ De boer liep verder naar het hol.

18


Daar haalde hij de zware schatkist boven. Hij gooide die met een grote zwaai open. De boerin staarde verbijsterd7 naar de inhoud. Al die diamanten, juwelen en dat goud! Haar mond viel open. En het leek of haar ogen op steeltjes zaten. Ze wist niet wat gezegd. Er kwam geen woord uit haar keel. En dat was nog nooit gebeurd.

19


De volgende dag was de boerin vroeg op Zo snel ze kon, rende ze naar de waterput. En ze vertelde iedereen het goede nieuws. ‘Mijn man en ik zijn stinkend rijk!’ riep ze uit. ‘We vonden een schatkist vol goud! Die staat nu bij ons thuis!’ Het hele dorp stond in rep en roer. Iedereen was nieuwsgierig naar het verhaal. ‘Vertel meer!’ vroegen ze. ‘Waar hebben jullie die schat gevonden? Kom, zet je op het bankje en vertel!’ De boerin was in haar nopjes met alle aandacht. Ze ging zitten en begon te vertellen: ‘Mijn man en ik liepen vannacht door het bos. Het regende er pannenkoeken. De bomen en struiken hingen werkelijk vol. Ze vielen zelfs op mijn hoofd. Bij de rivier ving mijn man een waterhaas. En bij de boom ving hij een landsnoek. En ... Hé, waar gaan jullie heen?’

20


21


Verbaasd keek de boerin om zich heen. Niemand luisterde nog naar haar verhaal. De mensen schudden hun hoofd. En gingen verder met hun werk. De boerin was stapelgek geworden! Een kist vol diamanten en goud in het bos? Wie geloofde dat nu? De boer grinnikte toen hij zag wat er gebeurde. Zijn plannetje had gewerkt Zijn schat was veilig!

22


23


Woorduitleg 1 2 3 4 5 6 7

24

hummen = een zacht geluid in je keel maken verzuimen = iets niet doen wat van je wordt verwacht fuik = net om vis in te vangen morren = klagen beweren = zeggen dat het zo is schrokken = snel en met grote happen eten verbijsterd = heel erg verbaasd


Er leefden eens een boer en zijn vrouw. Ze waren erg gelukkig met elkaar. Er was maar één probleem. De boerin was een enorme babbelkous. Ze kon niks geheim houden. Op een dag vindt de boer een schat. Zal de boerin hierover kunnen zwijgen?

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Illustraties: Leen Degezelle Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622825

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 6 - Thema 2 - N1 - De schat van de sluwe boer by die Keure - Issuu