Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 5 - Thema 8 - N3 - De kinderen 'Z'

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

De kinderen 'Z' Kolet Janssen

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 3

5


De kinderen 'Z'

Zeb propte het laatste stukje taart in zijn mond. Mm, heerlijk! Smurfentaart was het lekkerste dat er bestond. Hij kon er wel drie stukken van op. Zijn zusje Zita peuzelde1 nog steeds aan haar eerste stuk. Ze zaten thuis aan tafel met papa en mama. Vanmiddag waren ze naar de dierentuin geweest. Zeb wilde vooral de tijgers zien, Zita de giraffen. Zita was stapelgek op dieren, al sinds ze een baby was. Het was een fijne dag geweest. En nu ook nog smurfentaart! ‘We willen jullie iets vertellen,’ begon mama opeens. ‘Papa en ik willen graag nog een kindje, maar we hebben besloten om er eentje uit een ver, arm land naar hier te halen. Een adoptiekindje dus. Wat vinden jullie daarvan?’ ‘Dan mag dat kindje mijn kleine bedje hebben!’ riep Zita. ‘Want ik wil een groot bed.’ Papa lachte. ‘Wacht nog maar even. Het duurt nog een hele tijd voordat zo’n kindje komt.

1


2


En misschien is het dan helemaal niet zo klein dat het nog in jouw bedje past.’ Die avond keek Zeb even door de deur naar de kamer die nog leeg stond. Daar zou dus over een poos nog een broer of een zus uit een ver land komen. Raar! Hij kon het zich nog niet voorstellen. Hij zou het wel zien als het zo ver was. De tijd ging voorbij. Papa had uitgelegd dat ze op een lijst stonden voor een kind uit Ethiopië. Zeb had samen met mama op internet opgezocht waar dat land lag. En hoe het er daar uitzag. Er woonden lange, pikzwarte mensen. Zou er zo’n lang, zwart kind in hun huis op de lege kamer komen wonen? Papa had de muren lichtgeel geverfd en mama had gordijnen genaaid met vrolijke strepen in bonte2 kleuren. Maar dat was nu al een hele tijd geleden. Er stond intussen alweer wat rommel op de kamer: de gitaar waar papa bijna nooit meer op speelde, een babybadje en het kleine bed waar Zita intussen echt uitgegroeid was. Op een dag glimlachte mama geheimzinnig toen ze hen ophaalde van school. ‘Er is een verrassing!’ zei ze. ‘Gaan we naar de dierentuin?’ vroeg Zita. Zeb rolde met zijn ogen. Zita kreeg echt nooit genoeg van giraffen en olifanten. ‘Nee, het is iets helemaal anders,’ antwoordde mama. Thuis haalde ze een envelop te voorschijn.

3


Er zaten papieren in en ook een paar foto’s. ‘Dit is jullie nieuwe zusje!’ zei mama. Het eerste wat Zeb opviel, waren haar grote ogen. Die keken hem doodernstig aan. Omdat haar huid zo zwart was, leek het wit van haar ogen wel te stralen. Haar haren zaten in piepkleine vlechtjes rondom haar hoofd. Ze had een geel T-shirt aan, een donkere short en teenslippers.

4


‘Ze heet Zahara en ze is acht jaar,’ zei mama. Zeb proefde haar naam. Zahara, het klonk als de naam van een prinses uit de woestijn. Hij schoot in de lach. ‘Grappig! Haar naam begint ook met een ‘z’, net zoals bij mij en Zita.’ ‘Ja, dat is leuk, hè?’ zei mama. ‘Wanneer komt ze?’ vroeg Zeb. ‘Dat duurt nu niet lang meer,’ zei mama. ‘Over een tijdje gaat papa haar ophalen en dan brengt hij haar mee naar ons land.’

Het duurde toch nog langer dan Zeb had gedacht. Maar op een dag was het dan zo ver. Samen met mama en Zita reed hij naar de luchthaven, waar het vliegtuig met papa en Zahara zou landen. Spannend! Zeb herinnerde zich nog hoe hij vier jaar geleden met oma naar het ziekenhuis was gegaan, toen Zita geboren was. Nu kreeg hij een nieuw zusje op het vliegveld!

5


Zeb zag haar meteen toen de passagiers door de grote deur naar buiten kwamen. Ze droeg hetzelfde gele T-shirt als op de foto. In haar rechterhand klemde ze een blauw, plastic tasje. Haar linkerhand lag stevig in papa’s hand. ‘Papa! Zahara!’ riep Zeb en hij zwaaide. Papa lachte en bracht Zahara naar hen toe. Mama ging op haar knieën voor haar zitten. ‘Hallo Zahara,’ zei ze zachtjes. ‘Ik ben je nieuwe mama. En dat zijn Zeb en Zita. Welkom in ons land!’ Ze sloeg voorzichtig een arm om de schouders van Zahara en gaf haar een kus op haar voorhoofd. Zahara zei niets. Ze knikte niet en ze lachte niet. Zonder nog om te kijken ging ze met hen mee. In de auto hielp Zeb haar met de gordel. Onderweg keek Zahara met grote ogen naar buiten, waar het landschap langs de snelweg voorbijschoot. ‘Het is allemaal heel vreemd voor haar,’ zei papa. ‘En ze is natuurlijk ook moe van de reis. Laat haar eerst maar een beetje wennen.’ Mama liet Zahara haar kamertje zien. Ze legde de spullen uit het blauwe tasje – een paar T-shirts en een klein, vies doekje – in de kast. Maar nog voordat de kastdeur weer dichtging, griste3 Zahara het doekje van de plank en drukte het tegen haar buik. ‘Wil je dat graag dichtbij je houden?’ vroeg mama. ‘Dat is oké, hoor!’

6


Zahara zag hoe Zeb speelde met zijn auto met afstandsbediening. Ze keek lang naar de poppenwagen van Zita. Er zat ook een bruine pop in. In de tuin rolde mama de bal naar Zahara en liet haar die weer terugrollen, telkens weer. Zahara liet het doekje geen moment los.

7


Aan tafel dronk Zahara meteen haar hele glas water leeg. Papa schonk haar meteen bij en ze dronk het weer half op. ‘Ze had dorst, dat arme ding!’ zei mama. Ze aten kip met frietjes en appelmoes. Zahara at de kip achter elkaar op. Van de frietjes proefde ze voorzichtig. Ze at er een stuk of vijf op. De appelmoes liet ze liggen. ’s Avonds gaf mama Zahara een nieuwe, blauwe tandenborstel. Ze keek ernaar, maar deed er niets mee. ‘Zeb, doe jij eens voor hoe je je tanden poetst?’ vroeg mama. Zeb smeerde een klodder tandpasta op zijn tandenborstel en begon uitgebreid te poetsen, terwijl hij Zahara grappig aankeek. Hij kneep zijn ogen dicht, sperde ze weer open, keek verschrikkelijk scheel en daarna weer gewoon. En al die tijd poetste hij zijn tanden. Hij zag iets trillen bij Zahara’s lip en toen hoorde hij een heel zachte giechel. Zahara lachte! Mama kreeg tranen in haar ogen. Zahara poetste haar tanden. Haar T-shirt wilde ze niet uitdoen, dus stopte mama haar zo maar in bed. Het doekje klemde ze nog steeds in haar hand. Mama liet de deur op een kiertje staan. Het was stil. Zahara was vast meteen in slaap gevallen. Maar toen papa en mama nog even kwamen kijken, voordat ze zelf naar bed gingen, was Zahara’s bed leeg. Zahara sliep, helemaal opgekruld, op het matje naast haar bed.

8


9


Zahara leerde snel. Binnen de kortste keren sliep ze in bed, at ze met een lepel en een vork, poetste ze haar tanden en kende ze al een heleboel Nederlandse woordjes. Haar leukste woordje was ‘lekker’. Dat zei ze bij alles wat op tafel kwam, maar ook als ze ging slapen (slaap lekker!) en zelfs als mama haar een nieuw jurkje aantrok. Ze ging mee naar oma en opa en haalde Zeb en Zita samen met mama af van school. Ze keek mee naar tekenfilms en ze had net zo’n hekel aan opruimen als Zeb. Mama hield haar drie weken thuis om haar goed te laten wennen en om zo veel mogelijk woordjes te leren. Toen ging Zahara op een maandag mee naar school, naar de eerste klas. Zeb liep in de pauze naar haar toe. ‘Hoe gaat het?’ vroeg hij. Zahara lachte. ‘Lekker!’ zei ze. Zeb zag hoe ze tikkertje ging spelen met een paar kinderen uit haar klas. De volgende dag ging de hele school zwemmen, maar toen liep het mis. Zahara bleef in haar fluoroze badpakje stokstijf staan aan de rand van het ploeterbadje. Wat de juf ook probeerde, ze wilde er niet in. Ze krijste luidkeels toen de juf van de andere klas haar optilde en met haar voeten in het water wilde zetten. ‘Laat maar,’ zei juf Mira, haar eigen juf. Zeb was druk bezig in het grote bad, toen hij opeens zag wat er aan de hand was. Hij liep naar Zahara. ‘Wil je niet in het water?’ vroeg hij. ‘Nee!’ zei

10


ze luid. Ze sloeg haar armen om haar dunne lijf en rilde. ‘Ook niet alleen met je voeten?’ probeerde Zeb. ‘Nee!’ gilde Zahara opnieuw. ‘Oké,’ zei Zeb. Daar kwam juf Mira met een grote handdoek, die ze Zahara omsloeg. ‘Ga jij dan maar fijn daar opzij zitten, Zahara,’ zei ze. Zeb bleef een poosje naast haar zitten, tot ze weer rustig was. Hij wist niet goed wat hij moest zeggen. Misschien was Zahara nog nooit in een zwembad geweest. Thuis ging ze wel in bad, maar dat was toch iets anders. Zo veel water en zo veel kinderen bij elkaar, dat was eng voor Zahara. Ze bleef zitten waar ze zat en ze volgde hem met haar blik toen hij weer in het water ging. Zeb zwaaide telkens even en dan glimlachte Zahara voorzichtig. Wat was het bijzonder om zo’n nieuwe zus te hebben! In het weekend gingen ze met zijn allen naar het zwembad. Papa zette Zahara in een grote opblaasband en liet haar zachtjes door het water glijden. Zo wende Zahara aan alles: aan het water, aan de regen, aan de harde stoepen die pijn deden aan je knieën als je erop viel, aan de spelletjes op de speelplaats, aan haar zachte bed, aan spinazie en boontjes, aan mama’s warme armen om haar heen, aan de pannenkoeken van oma. Met Zeb speelde ze soms op de computer en dat ging best snel! Alleen kwam Zahara elke nacht een paar keer uit haar bedje.

11


Dan ging ze naar het grote bed van papa en mama. Mama of papa legde haar dan weer zachtjes terug in haar eigen bed en dan sliep ze weer verder.

12


Op een dag zag Zeb dat er iets aan de hand was bij het klimrek op de speelplaats. Er stonden een heleboel kinderen te kijken en er klonk een hoop geroep. Zahara stond met haar handen op haar oren te schreeuwen. Een meisje uit haar klas huilde en riep: ‘Jij hoort hier niet!’ ‘Ze hoort hier wel, ze is mijn zus!’ riep Zeb kwaad. Juf Cato, de juf van Zeb, kwam met grote passen aanlopen. ‘Wat is er aan de hand?’ vroeg ze. De andere kinderen riepen door elkaar. Zahara was op het klimrek geklommen. Met haar voet had ze per ongeluk Fien geraakt, die daardoor gevallen was. En die was nu heel boos! De juf sloeg haar arm om Fien en om Zahara tot iedereen weer rustig was. ‘We praten er straks over in de klas,’ zei ze tot Zeb. En zo gebeurde het ook. Juf Cato vertelde aan alle kinderen wat er gebeurd was: een ongelukje op het klimrek. Zahara had ‘sorry’ gezegd tegen Fien. ‘Maar nu wil ik het hebben over wat Fien geroepen heeft, en wat sommige kinderen misschien ook denken,’ ging juf Cato verder. ‘Hoort Zahara niet in ons land, omdat ze van een ander land komt?’ De kinderen keken haar afwachtend aan. ‘Weten jullie hoe het precies gegaan is?’ vroeg de juf. ‘Hoe Zahara in ons land is gekomen? Dat zullen we aan Zeb vragen! Vertel maar, Zeb.’

13


Zeb ging vooraan staan. Hij wist niet goed waar hij moest beginnen. ‘Eerst waren wij thuis met vier,’ zei hij. ‘Papa, mama, ik en mijn zus Zita, die in de kleuterklas zit. En toen wilden papa en mama nog een kindje en dat haalden ze uit een ver, arm land. We hebben heel lang moeten wachten. Toen kregen we eerst een foto te zien. Daarna ging papa Zahara met het vliegtuig ophalen. En nu woont ze in ons huis en is ze mijn zus!’ ‘Willen jullie nog iets vragen aan Zeb of aan Zahara?’ stelde juf Cato voor. ‘Uit welk land komt Zahara?’ wilde Sam weten. ‘Uit Ethiopië,’ vertelde Zeb. ‘Dat ligt in Afrika.’ ‘Heeft ze dan geen mama en papa in Afrika?’ vroeg Lore. ‘Zahara woonde in een weeshuis. Dus er waren geen papa en mama die voor haar konden zorgen,’ zei Zeb. ‘Hoe komt het dat ze al onze taal spreekt?’ vroeg Ali. ‘Ze heeft al veel geleerd bij ons thuis,’ antwoordde Zeb. ‘En de rest leert ze hier op school. Lekker is haar lievelingswoordje,’ zei Zeb. ‘Dat zegt ze de hele tijd.’ Iedereen lachte.

14


Toen ging Zeb weer naar zijn plaats. Juf Cato zei: ‘Ons land is nu ook het land van Zahara. Heel veel mensen hebben trouwens familie in een ander land. Ze komen dus voor een stukje van dat andere land. Maar toch horen ze hier! Ik wil dat jullie het allemaal thuis eens vragen: wie heeft er familie in een ander land? Dan mag je dat morgen komen vertellen!’ ‘Dat is niet moeilijk,’ zei Ali. ‘Mijn oma en opa wonen in Marokko en ik heb daar keiveel neefjes en nichtjes. We gaan er elke zomer naartoe!’ ‘Morgen zorg ik voor een grote kaart met alle landen van de wereld en dan zullen we sterretjes kleven als iemand daar vandaan komt of er familie heeft,’ zei de juf. ‘En nu gaan we tekenen!’

15


16


De volgende dag hing er een supergrote wereldkaart vooraan in de klas. ‘We doen het volgens alfabet,’ zei de juf. ‘Elke dag mogen er drie kinderen vertellen. Jef, jij mag beginnen!’ Jef bukte zich om iets uit zijn rugzak te halen. Het leek wel een geldbriefje, maar het zag er anders uit dan de bankbiljetten in ons land. ‘Dit is een Amerikaanse dollar,’ zei Jef. ‘Die heb ik gekregen van mijn oom Pieter. Dat is de broer van mijn papa en hij woont in Chicago, dat is een grote stad in Amerika.’ ‘Weet je waarom hij daar woont?’ vroeg de juf. Jef knikte. ‘Dat heeft mijn papa uitgelegd. Oom Pieter heeft daar eerst een poosje gestudeerd aan een universiteit. Toen leerde hij tante Sharon kennen en heeft hij daar werk gevonden en is hij daar blijven wonen.’ ‘Zijn jullie hem al eens gaan opzoeken?’ wilde de juf weten. ‘Eén keer, dat was keicool!’ zei Jef. ‘We hebben toen rondgetrokken in een grote caravan. Je kunt daar heel ver rijden! En in Chicago zijn heel veel hoge gebouwen.’ ‘Komt je oom soms ook naar hier?’ vroeg Natan. ‘Heel af en toe,’ zei Jef. ‘Als oma en opa een feest hebben. Maar we skypen wel. Dat is telefoneren met de computer. Dan kun je elkaar ook zien. Maar het is daar een ander uur dan hier, dus we moeten goed uitkijken dat we hem niet bellen als hij slaapt!’

17


‘Leuk verteld, Jef,’ zei de juf. ‘We kleven een sterretje op de Verenigde Staten van Amerika. Nu is het jouw beurt, Goran.’ Goran schraapte zijn keel. ‘Mijn mama kwam met haar ouders naar hier toen er oorlog was in Kosovo. Ze waren op de vlucht en hier was het veilig. Ik ben pas geboren toen ze al in België waren. Mijn papa is een Belg, daarom spreken we thuis gewoon Nederlands. Maar er zijn nog tantes van mijn mama in Kosovo en die gaan we soms bezoeken.’ ‘Dank je wel, Goran!’ zei de juf en ze prikte een sterretje op Kosovo. Het was veel dichterbij dan Amerika. ‘Mijn mama is geboren in Mexico en mijn oma woont daar nog altijd. Mijn papa maakte een wereldreis en toen zag hij mijn mama en zijn ze getrouwd!’ vertelde Eva. ‘Ik heb dus veel familie in Mexico. Mijn mama praat ook altijd Spaans met mij.’ ‘Ziezo, dat was het voor vandaag!’ besloot de juf, nadat ze weer een sterretje had geprikt. ‘Morgen gaan we verder.’ ‘Maar juf, ik heb helemaal geen familie in een ander land!’ riep Matt uit. ‘Dat kan, dan ben je snel klaar,’ zei de juf. ‘Maar het mogen ook vrienden zijn, of vrienden van je ouders … Vraag dat ook maar eens!’ En zo ging het de hele week verder. Hilke had een Nederlandse papa en een oma in Nederland. Brians papa woonde in Engeland en zijn stiefpapa was een Fransman.

18


Luca’s overgrootopa was lang geleden uit Italië naar ons land gekomen en nooit meer teruggegaan. Omars ouders waren geboren in Rwanda. De mama van Vicky kwam uit Taiwan. De mama van Laura was als baby geadopteerd uit India. Larissa had alleen maar Belgische familie, maar ze was geboren in Kaapstad, omdat haar ouders daar toen werkten. Roos had een oom in Australië. Zelfs Matt had ontdekt dat zijn nichtje met een Portugees getrouwd was.

19


Ook Zeb kwam aan de beurt. ‘Van jou weten we het al,’ lachte de juf. ‘Jij hebt een zus uit Ethiopië.’ ‘En ik heb ook nog een tante in Griekenland,’ vertelde Zeb. ‘De zus van mijn mama woont daar en ze is met een Griek getrouwd.’ Toen alle kinderen uit de klas hun verhaal hadden gedaan, stond de wereldkaart vol sterretjes. ‘Waw!’ zuchtte Matt. ‘We hebben allemaal mensen bij wie we horen en die over de hele wereld verspreid wonen,’ besloot de juf. Zeb vertelde aan tafel over de kaart met de sterretjes. ‘Ik vind het juist leuk dat we door Zahara een beetje familie zijn van de mensen uit Afrika,’ zei mama. ‘Alle kleuren van mensen door elkaar,’ zei Zita. ‘Fatou uit de tweede klas is bruin, omdat haar papa zwart is en haar mama wit,’ zei Zeb. ‘Zo gaat dat,’ knikte papa. ‘Als Zahara later ooit kindjes krijgt, krijg jij misschien bruine neefjes.’ Zita lachte. ‘Ik trouw met een Chinees,’ zei ze toen. ‘Waarom?’ wilde mama weten. ‘Ik wil ook van die mooie zwarte haren!’ Papa lachte. ‘Dat zal niet lukken, Zita! Je kindjes misschien, maar voor jou is het te laat. Jij hebt de blonde haren van mama!’ ‘En ik de bruine van papa!’ zei Zeb. Zahara keek naar haar bord en zei niets. Mama aaide over haar vlechtjes. ‘En Zahara heeft net zulke mooie zwarte vlechtjes als haar eerste mama.’ Ze gaf Zahara een kus op haar hoofd.

20


Op woensdagmiddag kwam Omar spelen. Zeb kende hem al sinds de kleuterklas. Omar was even zwart als Zahara, ook al was hij hier geboren. Zijn papa en mama kwamen uit Rwanda. Zeb en Omar bouwden de hele middag aan een treinspoor, dat ooit nog van papa was geweest. Opeens kwam Zahara erbij zitten. Ze legde haar arm tegen de arm van Omar en lachte. Zeb knikte. ‘Ja, Omar is ook zwart zoals jij!’ ‘Het is niet zwart, het is donkerbruin, bleekscheet!’ plaagde Omar. Hij leerde Zahara hoe ze met haar hand hoog in de lucht tegen de zijne moest klappen. ‘Die bleekscheten zijn gewoon jaloers op ons kleurtje,’ lachte hij. Later vertelde Zeb aan mama wat Zahara had gedaan met Omar. Mama knikte. ‘Ze is op zoek naar andere gekleurde mensen,’ legde mama uit. ‘Bij ons op school zitten er een heleboel gekleurde kinderen,’ zei Zeb. ‘Dat klopt,’ zei mama. ‘Maar het is ook leuk voor Zahara om gekleurde volwassenen te zien. Op tv zien we gelukkig veel zwarte mensen.’ Bij de trap hing al zo lang als Zeb zich herinnerde een grote foto van hem en Zita. Mama liet geregeld een nieuwe afdruk maken als ze weer groter waren geworden.

21


Op een dag stond Zahara blij naar de foto te kijken. ‘Dat zijn Zita en ik … ,’ begon Zeb uit te leggen. Maar toen bleef hij staan. Want er hing een nieuwe foto, waar Zeb, Zita en Zahara alle drie op stonden. Hij was genomen in de dierentuin, een paar weken geleden. Op de achtergrond zag je de pinguïns. Zahara stond in het midden. Zita kwam er ook aanlopen. ‘Hé, een foto van ons samen!’ riep ze uit. ‘In de dierentuin!’ Zita trok Zahara tegen zich aan en sloeg een arm om haar buik. ‘De kinderen ‘Z’!’ riep Zeb blij. ‘Zeb, Zita en Zahara!’ En met een denkbeeldig zwaard tekende hij een grote ‘Z’ in de lucht. Zahara hoorde er helemaal bij.

22


23


Woorduitleg 1 peuzelen = iets langzaam en met veel smaak opeten 2 bont = met veel kleuren 3 grissen = snel iets grijpen

24


Op een dag krijgen Zeb en Zita een foto te zien van hun nieuwe zusje. Ze is acht en ze komt uit Ethiopië. Als ze aankomt, is het wennen voor iedereen!

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Illustraties: Aleksandra Krawczycka Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622825

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 5 - Thema 8 - N3 - De kinderen 'Z' by die Keure - Issuu