ucatieve uitgaven
BIEB
Een Ierse sage Ron Langenus
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 3
5
Een Ierse sage
1
1
Ierland
Ierland
België
Kijk eens naar een kaart van Europa. Kun je België vinden? Ons land ligt ongeveer in het midden. Op een kaart ligt Nederland boven België. Nederland ligt ten noorden van ons. Frankrijk ligt dan weer onder België. Frankrijk ligt ten zuiden van ons.
2
De Nederlanders zijn onze noorderburen. De Fransen zijn onze zuiderburen. Als je met je ogen naar rechts reist op een kaart, dan ga je naar het oosten. Vandaag gaan we naar links, naar het westen. Naar Ierland. Ierland is een eiland. Het ligt naast een ander, groter eiland. Dat grotere eiland heet Groot-Brittannië. De inwoners van dat grotere eiland noemen we Britten. De Britten zijn meer dan 500 jaar de baas geweest in Ierland. Dat was jammer voor de mensen in Ierland. Dat was jammer voor de bossen in Ierland. Dat was jammer voor de wolven in Ierland. Dat was jammer voor Ierland.
3
2
400 jaar geleden
Ierland is even groot als België, Nederland en Luxemburg samen. Vandaag wonen in België en Nederland samen 28 miljoen mensen. 28 000 000 mensen. Dat zijn veel mensen, vind ik. In Ierland woonden er 400 jaar geleden 700 000 mensen. Dat zijn ook veel mensen, maar veel minder dan 28 miljoen.
4
In Ierland, 400 jaar geleden, waren er grote gebieden waar weinig of geen mensen woonden. Veel van die gebieden waren bedekt met eikenbossen. In die grote bossen woonden veel dieren. Er woonden ook wolven. 400 jaar geleden waren er in Ierland ongeveer 1000 wolven. Dat heb ik ergens zo gelezen. Ik weet niet of het klopt. Schrijvers liegen soms. Soms weten ze het niet zo goed als ze schrijven. ‘Ik niet,’ zeggen sommige schrijvers, ‘maar alle anderen wel. Al kan ik me daarin vergissen.’ Er leefden 400 jaar geleden veel wolven in Ierland. Dat denk ik wel. Vandaag staat Ierland bekend als Het groene eiland. 400 jaar geleden noemde men het Wolfland. De Ieren bewonderden de wolven. Ze doodden ze alleen als er te veel gevaar was voor de dieren van de boerderijen.
5
Jammer dat de Ieren niet de baas waren in hun eigen land, 400 jaar geleden. De Britten beloofden toen geld als je een wolf doodde. Je kreeg tot 3 pond voor elke gedode wolf. Dat was voor veel mensen heel veel geld. Sommigen werden wolvenjager van beroep. Het waren vooral Britten die in Ierland woonden. Wolven vallen mensen niet aan. Als je ze zelf aanvalt, dan zullen ze zich wel verdedigen, natuurlijk. Of als je hun jongen kwaad wil doen, dan vallen ze jou ook aan.
Als ze honger hebben, kunnen ze schapen, koeien en varkens doden.
6
Dat is normaal, wisten de Ieren altijd al. Dat is geen reden om alle wolven te doden. Wolven horen bij de natuur. Wolven horen bij Ierland. De Britten waren het daarmee niet eens. Zij wilden de Ierse bossen kappen. Ze konden het hout goed gebruiken. Zij wilden veel graan en vee laten groeien in Ierland. Niet voor de Ieren, maar voor de Britten. Zij wilden alle wolven in Ierland doden. Ze wisten hoe. 400 jaar geleden waren in het grootste deel van GrootBrittannië alle wolven gedood. Alleen in het noorden van het land, in Schotland, waren er nog. Je weet al dat Ierland 400 jaar geleden Wolfland werd genoemd. 200 jaar later was die naam verdwenen. Er was geen enkele wolf meer in Ierland. Maar er is nog een andere naam voor Ierland. Een naam die al meer dan 2000 jaar bestaat en die altijd zal blijven bestaan. Ierland is Verhalenland. Overal in de wereld bestaan verhalen over wolven. Sommige van die verhalen gaan over mensen die in wolven kunnen veranderen. Zulke verhalen noemen we sagen. Er bestaan nog andere soorten sagen.
7
In Ierland hoorde ik een sage over wolfmensen die lang geleden diep in de bossen woonden, maar die koningen dienden wanneer dit nodig was. Koningen en koninginnen. De beroemdste van allemaal was koningin Maeve die 1800 jaar geleden de blonde wolvenkoningin werd genoemd. En een verhaal over een wolfmens die soms vissen achterliet op de vensterbank van arme mensen. Een oude vrouw toonde me een juweel dat haar grootmoeder gemaakt had door de tand van een wolf te gebruiken zoals ze in andere landen edelstenen gebruiken. ‘Een wolventand brengt geluk,’ zei ze. Ze leerde me ook een spreekwoord: Mensen leren wat moed is van de leeuw en de wolf. Verhalen vertellen was altijd al een beroep in Ierland en dat is het nog steeds. Als je in Ierland bent, zul je het zelf merken. Overal worden er verhalen verteld. Overal wordt er naar verhalen geluisterd. In Ierland hoorde ik het verhaal van Bran.
8
3
Bran
Bran was een jonge boer. Hij leefde in het dorpje Cong. Dat was 400 jaar geleden. Op een dag miste Bran twee koeien van zijn kudde. Dat was zijn hele kudde. Hij had maar twee koeien. Bran nam zijn wandelstok. Het was een stevige stok. Hij was gemaakt van het hout van een sleedoorn. ‘Ik ga mijn koeien zoeken,’ zei Bran flink. ‘Ik moet ze vinden.’ Hij liep vele kilometers. Hij liep de hele dag. Nergens zag hij zijn twee koeien. De zon ging onder in het westen. Bran was moe. Hij had honger. Hij had verdriet. ‘Ik zal ze nooit vinden,’ zei hij. Hij was nu ergens waar hij nog nooit geweest was.
9
Plots viel het hem op dat de geluiden om hem heen verdwenen waren. Hij hoorde geen insecten zoemen. Hij hoorde geen vogels roepen of zingen. Hij hoorde geen geluid van de wind die door de bladeren zwemt. Hij hoorde niets. ‘Dit is niet normaal,’ zei Bran. ‘Dit is heksig.’ Voor zich uit, aan de rand van een eikenbos, zag hij een hut. Het was geen mooie hut. Ze was slordig gemaakt. De hut leek op de schuilplaats van een stroper1 of een rover. De hut had geen ramen, maar uit de spleten tussen de deurplanken kwam licht.
10
4
De hut
Bran liep naar de deur van de hut en klopte aan. Een grote, magere man deed open. Hij had lang, grijs haar en kleine, donkere ogen. ‘Kom binnen,’ zei hij. ‘Je bent welkom hier. We verwachtten je al lang.’ Bij het vuur zat een oude vrouw. Ze was grijs en mager. Ze lachte naar Bran. Hij schrok. De vrouw had lange, scherpe tanden en gele, schitterende ogen. ‘Dit is mijn vrouw,’ zei de man. ‘Je bent welkom,’ zei de vrouw ook. ‘We hebben lang op je gewacht. Het is tijd voor het avondeten. Neem plaats en eet met ons.’ Bran was een dappere jonge man. Hij was ook sterk. Maar nu was hij toch een beetje bang. Gelukkig had hij zijn sleedoornstok meegenomen. Als het nodig was, kon hij zich daarmee verdedigen. ‘Dank u,’ zei hij. ‘Ik zal graag mee eten. Ik heb grote honger.’ Buiten was het nacht geworden.
11
Het was een zwarte nacht. Er waren geen sterren te zien. Ook de maan was niet zichtbaar. De hemel was een zee van donkere wolken. Bran wist dat hij in de hut moest blijven. Als hij naar buiten ging, zou hij nog meer verdwalen. Hij ging bij de haard zitten. De hut had twee kamers. De deur naar de andere kamer stond open.
12
De oude vrouw roerde in de pot die boven het vuur hing. Bran voelde hoe ze de hele tijd naar hem keek. ‘Het eten is klaar,’ zei de vrouw. ‘Wil jij de pot op de tafel zetten?’ ‘Dat zal ik doen,’ zei Bran. Hij gebruikte zijn sleedoornstok stok om de zware pot naar de tafel te dragen. Uit de pot steeg een lekkere geur op. Toen Bran en de twee oude mensen rond de tafel zaten, werd er op de deur geklopt. De oude man ging staan en opende de deur. Een jonge, zwarte wolf kwam binnen. Bran schrok. Hij hield zijn adem in en greep zijn stok stevig vast. De wolf liep door naar de ander kamer. De oude man sloot de deur achter hem. Niet lang daarna ging de deur weer open. Een donkere, knappe jonge man verscheen. Hij nam plaats aan de tafel, tegenover Bran. De donkere jonge man keek naar Bran met schitterende ogen.
13
14
‘Je bent welkom,’ zei hij. ‘We hebben op je gewacht. Zit je goed op die stoel?’ Voor Bran iets kon antwoorden, werd er weer op de deur geklopt. De oude man opende opnieuw. Een tweede wolf kwam binnen en verdween in de andere kamer. Bran voelde zijn hart snel kloppen in zijn borst. Al vlug kwam een tweede donkere, knappe jonge man aan de tafel zitten. Hij keek strak naar Bran, maar zei niets. ‘Dit zijn onze zonen,’ zei de oude man. ‘Vertel hen wat je wilt en waarom je hier bent. Wij wonen ver van de mensen en houden niet van bezoek. Maar jij bent welkom.’ ‘Ik ben vanmorgen uit Cong vertrokken om mijn twee koeien te zoeken,’ zei Bran. ‘Ik kan ze nergens vinden.’ ‘Weet je waar je bent?’ vroeg de oude man. ‘Ik heb geen idee,’ zei Bran. ‘Eerlijk gezegd, ben ik verdwaald. Ik ben u dankbaar, heer. Kunt u mij helpen om mijn koeien terug te vinden? Als ik mijn koeien heb, dan kan ik weer naar huis.’
15
De vier vreemde bewoners keken elkaar aan en begonnen te lachen. Vooral de oude vrouw zag er vreselijk uit nu ze haar lange, scherpe tanden bloot lachte. Bran werd boos. Hij greep zijn sleedoornstok stevig vast. Hij wees ermee naar de buitendeur. ‘Ik wil dat u die deur opent,’ zei hij tegen de oude man. ‘Daarna zal ik vertrekken, want ik voel dat ik niet echt welkom ben. Ik wil nu gaan.’ De oudste van de twee jonge mannen ging staan. ‘Rustig aan, Bran,’ zei hij. ‘Ik begrijp dat je weg wilt, want wij zijn wild en gevaarlijk. Maar we vergeten nooit een goede daad. Weet je het nog? Negen jaar geleden?’
16
5
409 jaar geleden
‘Weet ik wat nog?’ vroeg Bran. ‘Weet je nog hoe je een gewonde jonge wolf vond in de vallei van de Zwarte Rivier? Weet je nog dat de kleine wolf veel pijn had, omdat er een scherpe doorn in zijn borst zat? De jonge wolf bloedde erg.’ ‘Ik weet het nog,’ zei Bran. ‘Ik was elf toen.’ ‘Je was heel dapper,’ zei de jonge man. ‘Je trok de doorn uit de borst van de jonge wolf. Je stelpte2 het bloeden met het sap van goudsbloemen. Je verstopte de jonge wolf bij je thuis, in de schuur, tot hij genezen was.’
17
‘Dat moest wel,’ zei Bran. ‘De Engelsen geven 1 pond voor een wolfsjong en 3 voor een volwassen wolf. De Engelsen willen alle wolven dood.’ ‘Maar de Ieren niet. Jij niet.’ ‘Neen,’ zei Bran, ‘ik niet.’ ‘Daar ben ik blij om,’ zei de donkere jonge man, ‘want die wolf, dat was ik. Jij hebt mijn leven gered. Daarom zal ik je helpen. Blijf bij ons vannacht. Je hebt hier niets te vrezen.’ Bran wist nog hoe de kleine wolf dankbaar zijn hand likte, toen hij hem vrijliet. Hij geloofde de jonge man. Hij was niet bang meer. Iedereen ging weer zitten. De pot werd leeg gegeten. Daarna gingen ze allemaal slapen. De oude man en vrouw sliepen in de andere kamer. De drie jonge mannen legden zich neer bij het vuur. Bran sliep onmiddellijk. Hij was doodmoe.
18
6
Drie koeien
De volgende ochtend werd Bran wakker in zijn eigen bed. Zijn schoenen stonden naast hem op de vloer. Ze zaten onder de modder. Bran rook aan de mouw van zijn hemd. Hij snoof de geur van de hut met haar vreemde bewoners op. ‘Nee, ik heb zeker niet gedroomd,’ zei hij. ‘De wolven hebben er vast voor gezorgd dat mijn koeien terug zijn.’ Hij liep naar buiten. De stal was leeg. Zijn koeien waren niet terug. Bran was triest. Hij liep om de stal heen en keek in de wei. Daar zag hij drie koeien. Het waren prachtige beesten. Hij had nog nooit zulke grote koeien gezien. ‘Die zijn per ongeluk mijn wei in gelopen,’ dacht hij. ‘Ik kan ze er beter uit jagen, voor iemand denkt dat ik een dief ben.’ Bran nam zijn sleedoornstok om de koeien uit zijn wei te drijven.
19
Toen hij met de drie koeien bij het hek kwam, stond daar een zwarte wolf. ‘Vooruit,’ zei Bran. De vreemde koeien gehoorzaamden, maar de wolf dreef hen terug. Hij hapte naar hun poten, zonder te bijten. De koeien liepen achteruit weer dieper de wei in. De wolf bleef staan bij het open hek. Bran en de wolf keken elkaar in de ogen. ‘Ik begrijp het,’ zei Bran. De zwarte wolf keerde zich rustig om en dribbelde3 weg.
20
7
Een goede daad
Bran begreep dat zijn vriend de wolf woord had gehouden. Zijn moeder had het hem zelf geleerd: een goede daad is goud waard. Bran sloot het hek. De zwarte wolf was verdwenen. De drie koeien gaven veel melk. Als je van die melk dronk, voelde je je zo sterk als een wolf. Je kreeg het gevoel dat je heel hard kon rennen, dat je heel hoog kon springen, dat je van niemand bang moest zijn. De drie zorgden ook voor mooie, gezonde kalfjes. Alle boeren wilden graag een kalfje van Brans wonderkoeien kopen. Dankzij de drie vreemde koeien werd Bran een rijke man. Bran ging vaak op zoek naar de hut waar de wolven en hun ouders woonden, maar hij kon ze niet vinden. Hij vond ook nooit een van de bewoners van de hut terug.
21
In de jaren daarna maakten de Britten steeds meer jacht op Ierse wolven. Bran deed wat hij kon om wolven te helpen, maar dat haalde weinig uit. Telkens als hij de muziek van de wolven hoorde, ging hij naar buiten. Anderen noemden die muziek gehuil. Lelijk gehuil. Angstwekkend gehuil. Huilen naar de maan. Maar dat was het niet. Het waren wolven die elkaar gezongen boodschappen brachten. De Britten wilden alle wolven dood. 200 jaar later was er geen enkele wolf meer in Ierland. Ik heb ergens gelezen dat het nu weer beter gaat met de wolven in de wereld. Zou het echt zo zijn?
22
23
Woorduitleg 1 stroper = iemand die zonder toestemming jaagt 2 stelpen = doen ophouden 3 dribbelen = met kleine pasjes lopen
24
Overal in Ierland worden er verhalen verteld. Zoals het verhaal van Bran. Op een dag verdwijnen zijn twee koeien. Bran gaat op zoek. In het bos ontdekt hij iets anders dan zijn twee koeien …
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Foto’s: Shutterstock Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622825
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.