ucatieve uitgaven
BIEB
Lotta en Snoes Noëlla Elpers
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 3
5
Lotta en snoes
Lotta wil een poesje ‘Mama, ik wil zo graag een katje hebben, een kleine poes,’ zegt Lotta. Mama leest een spannend boek. ‘Waarom?’ zegt ze zonder op te kijken. Wat is dat nu voor een domme vraag, denkt Lotta. ‘Ik vind poezen lief,’ zegt ze. ‘Wie gaat die poes alle dagen eten geven?’ ‘Ik,’ zegt Lotta. ‘Wie gaat de kattenbak schoonmaken?’ Jakkes, denkt Lotta maar ze zegt: ‘Ik!’ ‘Poezen vangen vogels,’ zegt mama. Mama houdt van vogels, dat weet Lotta. Maar ze weet ook waar mama een grondige hekel aan heeft. ‘Poezen zijn muizenvangers,’ zegt ze.
1
Mama kijkt eindelijk op van haar boek. ‘Wat ben jij toch slim,’ lacht ze. ‘Ga maar aan papa vragen of je een poesje mag hebben.’ De motorkap van de auto staat open, papa sleutelt aan de motor.
2
‘Papa?’ zegt Lotta. ‘Wacht even,’ zegt papa. Hij slaat de motorkap dicht, stapt in en start de motor. ‘Luister eens, Lotta,’ zegt papa, ‘die motor spint weer als een poesje.’ ‘Ik wil graag een poesje!’ ‘Huh, wat zeg je nu?’ vraagt papa verrast. ‘Ik wil graag een poesje!’ ‘Ach ja, waarom niet?’ zegt papa. Van papa mag Lotta altijd alles.
3
Loes heeft een nestje ‘Loes heeft een nestje van vier,’ zegt papa als hij thuiskomt van zijn werk. Mama leest weer en vraagt verstrooid: ‘Wie is die Loes?’ ‘Loes is de kat van Kato, de poetsvrouw op mijn werk.’ Lotta klapt blij in haar handen. ‘Dan krijg ik eindelijk een poesje!’ Lotta is met haar papa bij Kato. ‘Die katjes zijn zo schattig,’ zegt ze. ‘Ze lopen als een treintje,’ zegt papa, ‘altijd maar rechtdoor. Die witte met grijze vlekjes botst zo tegen de kast!’ Loes pakt de witgrijze bij zijn vel en zet het poesje weer in het nest. ‘Wat heb jij mooie poesjes,’ zegt Lotta. Loes de poes kijkt fier. ‘Welk katje zullen we nemen?’ vraagt Lotta.
4
‘Kies jij maar,’ zegt papa, ‘jij gaat toch voor dat poesje zorgen?’ ‘We zullen samen kiezen,’ zegt Lotta. ‘Die zwarte is grappig,’ zegt papa, ‘dat poesje lijkt wat op een clown.’ ‘Dat is een katertje,’ zegt Kato, ‘en die rode, gestreepte is een kattin.’ ‘En die daar?’ wijst Lotta. ‘Ik kan dat poesje niet goed zien.’
5
‘Bruin met streepjes, het lijkt wel alsof dat poesje een pyjama draagt,’ zegt Kato. ‘Ze draait zich altijd in een bolletje als ze slaapt.’ Als Lotta het poesje aait, gaapt het. ‘Kijk eens naar dat lieve snoetje,’ zegt ze. ‘Die poes heeft een gezichtje.’ ‘Het is een echte prinses,’ zegt Kato. Papa kijkt Lotta aan en knikt. ‘Die nemen we,’ zegt Lotta. Papa en Lotta dragen samen het mandje met het katje erin. ‘Hoe gaan we het poesje noemen?’ vraagt papa. ‘Dat weet ik nog niet,’ zegt Lotta. ‘Prinses?’ vraagt papa. ‘Dat vind ik geen mooie naam,’ zegt Lotta. Ze denkt na. ‘Haar mama heet Loes, waarom noemen we het poesje niet Snoes?’ ‘Goed idee!’ zegt papa. ‘Het is ook een echte snoezepoes.’
6
Snoesje is snoezig Snoesje groeit alle dagen een beetje. Het poesje rent, speelt en dolt als een gek. Soms loopt Snoes te snel en tuimelt ze over kop. Lotta heeft er veel plezier in. Ze geeft Snoesje elke ochtend eten, voor ze naar school vertrekt. Papa maakt haar kattenbak schoon. Mama leest een boek over de verzorging van katten. Ze vindt Snoesje het allerliefst als ze slaapt. Dan staat ze vertederd bij de mand van het katje te kijken.
7
‘Zie toch eens, Lotta,’ zegt ze, ‘Snoes rolt zich weer op. Lijkt ze zo niet op een slakkenhuisje met al die streepjes?’ De mama van Lotta heeft veel fantasie, dat krijg je als je veel boeken leest. Het haar van Snoes is langer dan bij een gewone kat en haar staart is dikker. Ze heeft een fiere snor en groene ogen. Snoes is echt snoezig, dat zegt iedereen. Vooral de postbode is dol op haar. ‘Daar heb je de dame met de mooie snor!’ zegt hij elke ochtend. Snoes kijkt hem dan poezig aan en gaapt. Dat doet ze altijd als ze tevreden is. De weken worden maanden.
8
Lotta is jarig in december. Ze krijgt veel pakjes met strikjes. Snoes wordt er knettergek van, ze trekt aan die lintjes en rent ermee weg. Ze raakt er helemaal in verstrikt. ‘Mijn verjaardag was nog nooit zo fijn,’ zegt Lotta als mama haar ’s avonds instopt. ‘Gekke mus,’ zegt mama. Dat zegt ze altijd als ze Lotta lief vindt.
9
Pablo De nieuwe buren hebben een jonge kater. Zijn naam is Pablo en hij kan mooi zingen. Tenminste, dat vindt hij zelf toch … Maar niet iedereen is het daar mee eens. ‘Ik word gek van dat beest,’ zegt mama, ‘die kater jammert de hele nacht door.’ ‘Hij kan er niks aan doen,’ zegt papa, ‘die kater is stapelverliefd op Snoesje.’ Mama kijkt naar Snoes die braaf in haar mandje ligt. ‘Jij blijft voortaan binnen!’ zegt ze streng. Op een avond zit Snoesje voor het raam. Lotta ziet hoe ze haar oren spitst. Pablo zingt weer terwijl hij over het dak wandelt. Hij loopt in het licht van de volle maan en dan … begint Snoes ook te zingen! Ze krabbelt met haar pootjes tegen de ruit. Snoes springt van de vensterbank.
10
Ze wrijft langs Lotta’s benen en miauwt smekend. ‘Wil je naar buiten, Snoes?’ fluistert Lotta. ‘Mauw-wauw!’ zegt Snoes weer. Lotta doet stiekem de deur open. ‘Ga maar, Snoes,’ zegt ze. ‘Ga naar Pablo, dat is een mooie jongen.’ En dat is waar. Pablo lijkt op een heertje in een feestkostuum. Het is net alsof hij een zwart pak draagt en een wit hemd. Enkel het strikje om zijn nek ontbreekt. Lotta staat voor het raam. Een ogenblik later ziet ze Pablo en Snoes naast elkaar op het dak zitten.
11
Wat is er met Snoes? ‘Wat is er met Snoes?’ zegt mama. ‘Die poes is zo tam.’ Snoesje ligt braafjes in haar mand. Ze strekt haar pootjes en zet haar klauwen open. Lotta staat er naar te kijken ‘Voor een kleine kat heeft ze grote poten,’ zegt ze. ‘Voor een kleine kat heeft ze een dikke buik,’ zegt mama verschrikt. ‘Ze zal toch geen poesjes krijgen? Dat kan toch niet, ik heb haar niet buiten gelaten en papa ook niet …’ Lotta voelt dat ze bloost. ‘Lotta?!’ zegt mama.
12
‘Ik heb … Ze wou zo graag naar buiten … En Pablo …’ stottert Lotta. ‘Wat heb je gedaan?’ zegt mama. ‘Nu gaat Snoes poesjes krijgen en daar is ze nog veel te jong voor! Dat beestje is amper tien maanden oud.’ Lotta kijkt sip, maar stiekem is ze blij. Kleine poesjes, denkt ze, dat zal toch heerlijk zijn? ‘Is Pablo de vader?’ vraagt ze.
13
‘Wie anders?’ zegt mama en tegen Snoes: ‘Zo, dat komt er dan van! Stoeien met de kater van de buren … Foei, schaam jij je niet?’ ‘Mauw-wauw!’ zegt Snoes boos. ‘Nee,’ zegt mama, ‘natuurlijk zijn het mijn zaken niet. Maar wie gaat er voor die poesjes zorgen?’ ‘Mauw-wauw!’ kwekt Snoes snibbig. ‘Oh, je gaat het zelf doen? We zullen zien,’ zegt mama. ‘Versta je wat Snoes zegt?’ vraagt Lotta. ‘Ik zie het aan haar snuitwerk,’ zegt mama. ‘Pablo is toch een mooie kater?’ zegt Lotta. ‘Gelukkig maar,’ zegt mama. ‘Stel je voor dat het een mormel was. Wat zouden we dan in huis krijgen?’ Snoes wordt nu alle dagen dikker. ‘Hier is een kartonnen doos en een versleten kussen,’ zegt mama. ‘Maak die doos maar klaar voor Snoesje.’
14
Lotta versiert de doos. Ze tekent er hartjes, bloemen en slingers op en dan schrijft ze in hoofdletters: VOOR SNOES EN HAAR POESJES ‘Dat ziet er mooi uit,’ zegt papa. ‘Geef die doos maar een plekje bij de haard.’
15
Waar is Snoes? En op een avond … is Snoes verdwenen! Lotta, papa en mama doorzoeken alle kamers, maar Snoes is nergens te vinden. Als Lotta naar bed is, kijken mama en papa televisie. Plots hoort papa iets … Hij staat op en kijkt in de kast waar de televisie in staat. En wie zit daar, achter de televisie? Snoes de poes! Bij haar liggen vier gladde hoopjes, vier poesjes die nog glimmen, zo nieuw zijn ze. ‘Waarom zit je hier?’ vraagt papa. ‘Is je doos soms niet goed genoeg, prinses?’ ‘Snoes wilde een geheim plekje,’ zegt mama. ‘Dat willen katten die jongen krijgen graag. Maar nu moet ze zo snel mogelijk met die katjes in de doos!’ Papa wil Snoes oppakken. ‘Mauw-wauw!’ klinkt het luid.
16
‘Laat haar maar even zitten, ze wil eerst de poesjes schoonlikken,’ zegt mama. ‘Hoe weet jij zo goed wat we moeten doen?’ vraagt papa. ‘Ik heb een boek over de verzorging van katten gelezen,’ zegt mama.
17
Het is midden in de nacht. Papa en mama zitten op de sofa te wachten. ‘Mauw-wauw!’ zo klinkt het van achter de televisie. ‘Nu wil ze in de doos!’ zegt mama. Papa wringt zich in de televisiekast en pakt Snoes op. ‘Auw-wauw!’ jammert Snoes. Papa geeft Snoes aan mama, die zet haar in de doos. ‘Mauw! Mauw! Mauw!’ huilt Snoes. ‘Geef haar de katjes, vlug!’ zegt mama. Papa pakt er twee in elke hand. ‘Rustig maar, hier zijn ze, Snoes,’ zegt hij. De poesjes kruipen tegen hun moeder aan. ‘Ze zijn allemaal bruin met zwarte strepen,’ zegt mama verbaasd. ‘Tijgertjes, net zoals hun moeder.’ ‘Wat zijn dat mooie kindjes, Snoes,’ zegt papa. ‘En wat zit je mooi in die doos,’ zegt mama.
18
Wat nu? ‘Snoes heeft kleine poesjes gekregen!’ zegt mama als ze Lotta de volgende ochtend wakker maakt. Lotta springt uit haar bed en rent de trap af. Ze is razend benieuwd. Papa, mama en Lotta staan te kijken bij de doos van Snoes. ‘Snoes geeft maar twee poesjes te eten,’ zegt mama bezorgd. ‘Het komt wel goed,’ zegt papa. ‘Een poes weet wat ze moet doen.’ ‘Komt het wel goed?’ vraagt Lotta angstig. 19
De volgende dag staat mama vroeg op. Ze kijkt in de doos. De twee kleinste poesjes liggen wat opzij. Snoes geeft de twee dikkertjes te eten. ‘Waarom krijgen die kleintjes geen eten, Snoes?’ vraagt ze. ‘Mauw-wauw!’ piept Snoes en ze duwt de kleinste poesjes weg. Lotta komt naast mama staan. ‘Snoes heeft te weinig melk voor vier,’ zegt mama. ‘Ik ga melk voor kleine katten kopen. Dan geven we die twee poesjes de fles.’ ‘Je bent stout, Snoes!’ zegt Lotta. ‘Ze is niet stout, ze is nog jong,’ zegt mama.
20
Mama geeft de fles aan een poesje, het drinkt gulzig. ‘Kijk eens aan, wat heb jij honger! Je buikje wordt al dikker.’ Ze zet het poesje weer in het nest, maar Snoes duwt het weg met haar snoet. Mama pakt het tweede poesje. ‘De kleintjes zijn kattinnen,’ zegt mama. ‘En de twee andere zijn katers.’
21
Lotta kijkt boos naar Snoes. ‘Jij hebt liever jongens dan meisjes!’ zegt ze. ‘Mauw-wauw!’ snibt Snoes en ze slaat haar poot om de twee dikkertjes. ‘Ze kan er niets aan doen,’ zegt mama. ‘Ze heeft te weinig melk voor vier poesjes. Zo is de natuur.’ Mama en Lotta geven de poesjes weer een flesje. Snoes ziet dat en likt met haar tong langs haar snor. ‘Wil jij ook wat?’ vraagt mama. ‘Niks van,’ zegt Lotta, ‘dat is melk voor kleine katjes!’ ‘Wees toch niet zo streng,’ zegt mama, ‘moeder zijn is niet gemakkelijk. Ik ga wat melk opwarmen voor Snoesje.’ Mama zet een kommetje melk bij de doos. ‘Drink maar,’ zegt ze, ‘je hebt kracht nodig.’ ‘Mauw-wauw?’ vraagt Snoes.
22
23
Mama houdt het kommetje voor de snuit van Snoes. Die likt en schrikt. ‘Maaaùw!’ klaagt Snoes. Mama blaast tot de melk afgekoeld is. ‘Mauw-wauw?’ zeurt Snoes na een slokje. Mama sloft naar de keuken en warmt de melk weer op. Daarna knielt ze neer bij Snoes. De melk is nu precies goed! Snoes snort en drinkt gulzig. ‘Kom eens kijken, Lotta!’ zegt papa de volgende morgen. Lotta kijkt in de doos. Snoes laat de twee kleintjes drinken. Ze heeft haar poot beschermend om hen heen geslagen. Snoes de poes pinkt met haar ogen naar Lotta. ‘Kom eens kijken, mama!’ roept Lotta. ‘Mmm, wat is er?’ vraagt mama en ze kijkt verstrooid op van haar boek.
24
Lotta wil zo graag een katje hebben. Van mama moet ze het aan papa vragen. Gelukkig mag alles van papa. Maar kan Lotta wel voor een katje zorgen?
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Illustraties: Hanne Holvoet Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622825
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.