ucatieve uitgaven
BIEB
Helden vind je overal Inge Misschaert
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 3
5
Helden vind je overal!
Engeland
Duitsland Frankrijk
Roemenië Griekenland
Spanje Italië
De Verenigde Staten
Zuid-Afrika
1
Hallo! Psst! Hier, hier ben ik! Zie je me dan niet? Zo! Gevonden! Laat me mezelf even voorstellen: Boris is de naam, Boris 008. Ik ben een held. Een heel speciale held. Ik ben namelijk op zoek naar andere helden. De wereld zit er vol van. Zoek je mee?
2
Frankrijk: Jeanne d’Arc In Frankrijk leefde een heel vroom1 meisje. Ze heette Jehanne, maar iedereen noemde haar Jeanne. Op een dag riep God haar.
God: Jeanne, werk goed en bid goed. Als je ouder bent, moet je naar Orléans gaan. Jeanne: Ja, Heer.
3
Toen ze 17 jaar oud was, trok ze in het geheim naar Orléans. Karel VII ontving haar en ondervroeg haar grondig. Karel: Is haar roeping echt door God? Bisschop: Ja, we hebben alles gecontroleerd. Jeanne bleef bij de koning tot hij gekroond was. Ze wilde de Engelsen uit Frankrijk wegjagen. Haar strijd mislukte en ze raakte gewond. Ridder: Jeanne d’Arc! U bent gewond! Jeanne (bloedend aan haar dij): Het is niets. Na nog een verloren strijd werd Jeanne opgepakt en gevangengenomen. Jeanne (biddend): Wat zal er met mij gebeuren?
4
Haar vijanden beweerden dat ze niet God, maar de duivel hoorde. Jeanne: Ik ben geen heks. Ik ben onschuldig. Toen ze 19 jaar oud was, werd Jeanne d’Arc op de brandstapel gezet. De koning deed geen poging om haar te redden.
5
Engeland: Robin Hood Lang geleden, toen de wouden nog griezelig donker waren, leefde Robin Hood. Met zijn vrienden woonde hij in de bossen van Sherwood.
Robin was erg goed met pijl en boog. Hij kon van een grote afstand raak schieten.
6
Koning Richard Leeuwenhart was op kruistocht. Zijn broer Jan was een slechte koning. Hij profiteerde van het volk. Robin Hood vond dat koning Jan het volk uitbuitte. Robin stal geld en voedsel van de rijken en gaf het aan de armen. Hoe koning Jan ook probeerde, hij kreeg de avonturier nooit te pakken.
Ruiter: Hij is ontsnapt! Ridder: De koning zal woedend zijn.
7
Duitsland: Maarten Luther Maarten Luther groeide op in Duitsland. Zijn vader wilde dat hij rechten studeerde. Maar de jonge Luther had andere plannen. In 1514 werd hij predikant2 in de kerk van Wittenberg. Daar zag hij tot zijn afgrijzen3 dat de kerk misbruik maakte van de gelovigen. Ze vroegen geld in ruil voor vergeving van hun zonden. Luther werd zo boos dat hij 95 stellingen4 schreef. Hij nagelde die aan de kerkdeur in Wittenberg.
8
Heel veel mensen waren het met hem eens. De kerkleiders werden boos, want zo kregen ze geen geld meer binnen. In 1521 sprak de paus de ban uit over Maarten Luther. Hij mocht dus niet meer in kerken komen. Luther werd naar Worms gebracht. Hij kreeg meer en meer succes en bijval. Mensenmassa’s die hem toejuichen. Later bleek de reactie van Luther het begin van de reformatie. Dat is een belangrijke gebeurtenis, waarbij de katholieke kerk in twee richtingen gesplitst wordt.
9
Italië: Christoffel Columbus Toen de kleine Columbus slechts tien jaar oud was, voer hij al mee op een schip. In 1473 trad hij in dienst bij een handelsfirma in Genua. Zo reisde hij de wereld rond. Hij trok onder andere naar Engeland, IJsland en Portugal. Tijdens die reis leerde hij lezen en schrijven en hij studeerde ook. Zo verdiepte hij zich in het Latijn, het Spaans en het Portugees. Hij bestudeerde de geografie, de astronomie en de geschiedenis.
10
Hij zocht een nieuwe route om naar Azië te varen. Maar hij maakte een rekenfout!
11
Hij zocht een sponsor5 voor zijn reis. Hij vond die uiteindelijk in koningin Isabella van Portugal. Hij vertrok met drie schepen: de Pinta, de Niña en de Santa Maria. Columbus hield zijn mannen voor de gek. Hij gaf ze verkeerde afstanden door. Zo dachten ze dat ze minder ver van huis waren. En dan, eindelijk, op 12 oktober 1492, riep een matroos de verlossende woorden. Land in zicht! De schepen meerden aan. Columbus dacht dat hij Indië ontdekt had. Hij noemde de inwoners daarom Indianen. Pas na de dood van deze ontdekkingsreiziger ontdekte men dat hij helemaal niet naar Indië was gereisd, maar naar Amerika.
12
Roemenië: Vlad Tepes Vlad Tepes III was vorst van Walachije in de vijftiende eeuw. Hij was een ridder in de orde van de draak. Dat was vroeger het symbool voor de duivel.
Het woord ‘dracul’ komt uit het Latijn. Het betekent ‘draak’. De naam Dracula was geboren.
13
Vlad Tepes was een heel gemene man. Hij was wreed tegenover zijn tegenstanders. In de oorlog tegen de Turken liet hij de steden platbranden. Ook vergiftigde hij de bronnen met drinkwater. In Roemenië is Vlad Dracula een held. Hij hield immers de Turken tegen! In 1897 schreef Bram Stoker zijn beroemde boek, Dracula. Hij gebruikte daarin de Roemeense held als een vampier!
Bloed! Ik wil bloed!
14
De Verenigde Staten: Martin Luther King Martin Luther King werd geboren in Georgia. Dat ligt in het zuiden van de Verenigde Staten. In het zuiden van de Verenigde Staten was er nog een groot verschil tussen blank en zwart. Sommige blanke mensen vonden zichzelf beter dan de zwarten. Dat vond Martin oneerlijk. Hij studeerde godsdienst en werd predikant. In 1955 gebeurde er iets. Een zwarte vrouw, Rosa Parks zat op een bus. Ze was moe. Toen een blanke opstapte, weigerde ze haar plaats af te staan. De wet zei dat zwarte mensen achteraan in de bus moesten staan.
15
De blanke mensen mochten zitten. Rosa vond dat oneerlijk. Ze werd gearresteerd. Martin Luther King begon te vechten voor gelijkheid tussen blank en zwart. Hij gaf een speech die wereldberoemd werd.
Ik heb een droom!
Op 4 april 1968 werd Martin Luther King in zijn hotel vermoord. Een man werd opgepakt, maar er was geen bewijs. Toch bleef Martin ook na zijn dood een symbool van de strijd voor gelijke rechten.
16
Zuid-Afrika: Nelson Mandela Mandela werd geboren in Zuid-Afrika. Zijn naam betekent letterlijk ‘lastpak’. Hij was de eerste van zijn familie die naar school ging.
In Zuid-Afrika heerste de apartheid. Dat betekent dat blanken en zwarten niet samenleefden. Dat was vooral slecht voor de zwarten. Zij mochten bijna niets.
17
Mandela studeerde rechten aan de universiteit. Het was een universiteit waar alleen zwarten mochten studeren. Mandela verzette zich tegen de apartheid. Eerst voerde hij actie zonder geweld. Maar dat hielp niet. Daarna begon hij valstrikken uit te voeren. In 1962 werd Mandela opgepakt en in de gevangenis op Robbeneiland opgesloten. Hij zou er van 1964 tot 1982 blijven. Ook in de gevangenis werden zwarten minderwaardig behandeld. In 1990 werd Mandela bevrijd uit de gevangenis. In 1993 kreeg hij de Nobelprijs voor de Vrede en in 1994 kwam hij aan de macht als president van Zuid-Afrika. Hij overleed in 2013.
18
Griekenland: Achilles Achilles is een beroemde Griekse held. Zijn moeder Thetis dompelde hem onder in het water van de rivier de Styx. Zo werd hij onsterfelijk. Ze hield hem bij zijn hiel vast. Dat stukje van zijn lichaam kwam dus niet in het water. Daardoor was zijn hiel zijn kwetsbare plek.
19
Toen hij ouder werd, was hij de grootste held van de Grieken. Zijn moeder waarschuwde hem echter. Achilles en Agamemnon, de koning, maakten ruzie. Achilles weigerde om nog te vechten. In de plaats daarvan vermomde Patroklos zich als Achilles. Hij werd ontdekt en vermoord. Achilles was woest. Hij wilde zich wreken en doodde Hector. Dat was een dappere held van de Trojanen. Hij bond het lichaam achter zijn wagen en sleepte het rond de stad. De god Apollo gaf aanwijzingen en Paris schoot één pijl af in de hiel van Achilles. Daarop stierf hij.
20
Spanje: Don Quichot In Spanje leefde in de zestiende eeuw een man. Hij heette Cervantes. Toen hij een tijdje in de gevangenis verbleef, schreef hij een dik boek. Het boek ging over een edelman6. Hij heette Alonzo Quijano. Door te veel ridderverhalen te lezen, was hij zijn verstand kwijtgeraakt. Als Don Quichot trok hij de wereld in. Hij zocht een paard en een schildknaap7. Don Quichot dacht dat hij een ridder was. Zo zocht hij avonturen op.
21
Ten slotte kwamen ze op hun tocht bij windmolens aan. Don Quichot was inmiddels zo gek dat hij dacht dat het reuzen waren. Op het einde van zijn leven besefte de edelman dat hij verblind was. Daarna stierf hij.
22
Boris 008 Hey! Psst! Klaar met lezen? Heb je de laatste held gevonden? Nee? Kijk nog eens goed? Kom, ik geef je een hint. De titel van het laatste hoofdstuk. Die moet je hebben. Zie je het? Boris 008? Jaaaa! De laatste held ... die ben ik!
23
Woorduitleg 1
vroom = heel erg gelovig zijn
2
predikant = iemand die als beroep een kerkdienst leidt bij de protestanten
3
afgrijzen = een heel vies en vervelend gevoel
4
stelling = iets waarvan je zegt dat het zo is
5
sponsor = iemand die geld betaalt om iemand anders te steunen
6
edelman = iemand die in een belangrijke familie is geboren (van adel)
7
24
schildknaap = jongen die een ridder zijn schild draagt
Helden zitten overal. In alle landen zijn ze er. Soms groot, soms klein. Soms bazig, maar soms ook heel verlegen. Ga je mee op reis om deze helden te ontmoeten?
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Illustraties: Mario Boon Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622825
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.