Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 4 - Thema 6 - N2 - De kat

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

De kat Katrien Vandewoude

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 3

4


De kat

Een van de oudste huisdieren van de mens Katten kom je overal tegen. Soms zegt iemand: ‘Er was geen kat.’ Dan zag hij echt niemand. De kat is een van de oudste huisdieren van de mens. Ze wordt gemiddeld veertien jaar. Katten zijn kleine moordenaars. Ze doden muizen en vogels. Toch houden we van hen. Omdat ze lief en tegelijk stout zijn. Dat vinden we leuk. Veel kinderen willen graag een kat. Maar niet iedereen kan er een houden. Papa en mama willen het niet. Of je hebt al een hond. Of je bent allergisch1 voor katten. Jammer. Want de meeste mensen houden van katten. Maar sommige katten houden niet van mensen. Hoe dat komt en nog veel meer, lees je in dit boekje.

1


Katten zijn er in alle kleuren: wit met rode en zwarte vlekjes, grijs met donkere streepjes, lichtrood met blauwgrijs en wit, crème met een vleugje wit en een wolkje oranje. Deze hebben bovendien nog krulletjes.

2


Een familie en een geschiedenis De huiskat is familie van andere katten. In een kat herken je vast een leeuw of een tijger. Katten zijn roofdieren2. Ze hebben een soepel lijf en scherpe klauwen en tanden. Het zijn uitstekende jagers. Een doodgewone huiskat heeft geen stamboom3. Dat hebben raskatten wel. Raskatten worden gefokt. De fokker probeert een kat te fokken4 die er speciaal uitziet. Een raskat heeft ook een apart karakter. Zo zijn langharige raskatten rustiger dan kortharen. Wat dacht je van katten met krulletjes? Of van katten zonder haar? Of van katten met een platte neus? Er bestaan zelfs katten zonder staart. Je kunt ze allemaal gaan bewonderen op een kattenshow.

De mooiste katten van de kattenshow en hun trotse baasjes.

3


Al duizenden jaren bewaart de mens het graan in schuren. Maar ook muizen lusten graan. De mens en de kat hebben al duizenden jaren dezelfde vijand: de muis. Een kat bleek een ideale muizenval. De mens ging wilde katten temmen om muizen te vangen. Zo werd de wilde kat een huiskat. In het oude Egypte waren katten heilig. Als ze doodgingen, maakten de Egyptenaren er een mummie van. In de middeleeuwen hield bij ons niemand van katten. Mensen die van katten hielden, waren heksen. Heksen en katten hielpen de duivel. Dus gingen ze naar de brandstapel. Pas sinds de negentiende eeuw leven katten bij ons ook in huis.

Een kattenklauw is halfrond als een sikkel. Ze zijn zo scherp dat je ze best af en toe knipt.

4


Katten vanbinnen en vanbuiten Het lichaam van een kat is gebouwd om een prooi te vangen. Hun ruggengraat is soepel als een elastiekje. Ze zijn lenig en gespierd. Ze kunnen van heel hoog springen. Meestal komen ze op hun pootjes terecht. Let wel op: een kat die van het balkon valt, kan wel botten breken. Kattenklauwen zijn vlijmscherp en halfrond als een sikkel5. Katten vangen hun prooi met hun nagels. Onder aan hun poten zitten zachte kussentjes. Zo kunnen ze stilletjes dichterbij sluipen. Je hoeft niet bang te zijn dat een kat je krabt. Als je haar met rust laat, zal ze niets doen. Alleen als ze ziek is of schrikt, kan ze uithalen. Een zieke of angstige kat pak je beter niet zonder handschoenen op. Katten hebben sabeltanden. Met één beet kunnen ze hun prooi doden.

5


Katten zien heel goed, zelfs als het schemert6. In het pikdonker zien ze niets, net zoals jij en ik. Horen doen ze twee keer zo goed als wij. De haartjes van een kattenvacht zijn heel gevoelig. Met hun snorharen tasten ze in het donker of het pad vrij is. Knip dus nooit de snor van een kat. Het is dierenmishandeling! Een kat ruikt vier keer zo goed als de mens. Ze ruikt perfect als het voer bedorven is. Katten smaken dan weer minder goed dan wij. Om eten te zoeken gaan ze af op de geur.

6


Wat katten kunnen en doen en kunnen doen De kat is een uitstekende jager. Ze kan klimmen, springen en vangen als geen ander. Bij het jagen gebruikt ze een speciale techniek: de muizensprong. Ze springt eerst hoog boven haar prooi. Dan duikt ze en grijpt ze die met haar klauwen. Een kat kan hard lopen. Maar ze houdt het niet lang vol. Ze houdt niet van water. Ze wast zichzelf van kop tot staart met haar tong. Slapen kan ze wel zestien uur per dag. Dat moet om haar prooi te kunnen verteren. Een kat leeft meestal alleen. Maar in onze stadstuinen komt ze andere katten tegen. Met hen maakt ze afspraken. Op de boerderij leeft ze in groep. De groep bestaat vooral uit vrouwtjes die familie van elkaar zijn. Mannetjes gaan uit de groep weg als ze volwassen worden.

De kitten oefent al spelend de muizensprong.

7


Kat en hond zijn geen beste vrienden. Behalve als ze samen zijn opgegroeid. Soms sluiten katten vriendschap met een muis of een vogel. Ook dat kan alleen als ze van jongs af samen zijn. Een kat hecht zich aan haar verzorger. Ze vindt het fijn dat je in de buurt bent. Ben je vaak weg, overweeg dan om twee katten te houden. Een kat kan alleen leven, maar is niet graag eenzaam.

8


Een eigen plek of het territorium Het territorium is het grondgebied van een kat. Een kat maakt andere katten duidelijk waar zij woont. Ze doet dat door haar geur achter te laten. In haar kin en haar wang zitten klieren7. Die scheiden een geur af. Iedere kat heeft zijn eigen geurtje. Ze wrijft met haar kop tegen meubels, muren, bomen en schuttingen8. Zo laat ze haar geur achter. Ze zegt aan andere katten: dit is van mij. Door haar geurvlag vindt ze ook de weg naar huis terug. Schurkt9 een kat tegen je been, dan laat ze haar geur bij jou achter. Ze wil zeggen: jij bent van mij. Je kunt je dus terecht afvragen: woon ik bij de kat? Of woont de kat bij mij? In de tuin zet ze haar nagels in de stam van bomen en struiken. In huis doet ze dat aan een krabpaal. Ook op die manier markeert ze haar territorium.

De blauwe poes verdedigt haar territorium tegen een indringer. Haar oren liggen plat. Ze is klaar voor de aanval.

9


Een duidelijk signaal voor een indringer is een plas. Vooral katers bakenen zo hun huis en tuin af. Poezen plassen ook, maar minder. Plassen om het gebied is anders dan plassen omdat het moet. Als een kat een plas als geurvlag achterlaat, steekt ze eerst haar staart in de lucht. Dan sproeit ze haar plas in het rond. Die speciale manier van plassen heet dan ook sproeien. Normaal graaft een kat haar hoop onder. Maar soms laat ze die liggen. Met de stank houdt ze ongewenst bezoek weg.

De blauwe poes is kleiner dan de rood-witte kater. Toch is ze hier de baas.

10


Kater en poes Een kater is een mannetje, een poes een vrouwtje. Katers worden groter dan poezen. Vaak zijn ze aanhankelijker10 dan poezen. Maar dat hoeft niet zo te zijn. Het nadeel van katers is dat ze met grote zorg hun territorium afbakenen. Niet alleen buiten maar ook binnenshuis sproeien ze. Je kunt het niet afleren, want het zit in hun natuur. Maar een plasgeurtje wil je vast niet in huis. Daarom worden katers gecastreerd. De kater kan dan geen kleine katjes meer maken. Maar hij zal zich ook niet meer zo vervelend gedragen.

11


Poezen zijn meestal kleiner en stiller. Enkele keren per jaar kunnen ze jongen krijgen. Als een poes daar klaar voor is, wordt ze krols. En dat zul je geweten hebben. Ze miauwt hartverscheurend. Het lijkt een beetje op het gehuil van een baby. Ze steekt haar achterlijf in de lucht. Want ze wil een kater die haar dekt11. Soms denken mensen dat de poes ziek is. Dat is natuurlijk niet zo. Maar haar gejammer is vaak niet om aan te horen. Ze houdt je vast uit je slaap. Als je niet fokt, hoeft een kat niet krols te worden. De dierenarts zal haar steriliseren. Zo kan ze geen kleine katjes meer krijgen. Het is ook goed dat niet alle poezen en katers kleine katjes kunnen maken. Er zijn er veel te veel en ze vinden niet allemaal een thuis.

Moederpoes met haar nestje. De kittens zijn iets meer dan twee weken oud.

12


Van kleine katjes of kittens Dekken en dragen Als de poes krols is, dekt de kater haar. 63 dagen lang draagt de moederpoes de kittens12 in haar buik. Dat heet de dracht. Dan worden ze een voor een geboren. De poes zal een rustig plekje zoeken. Ze voelt dat de spieren van haar buik samentrekken. Dat zijn weeën. Door die weeën wordt de kitten uit haar lichaam geperst.

13


Kittens worden blind en doof geboren Met hun neus voelen kittens de warmte van hun moeder. Ze ruiken de tepels op de buik van de poes. Meteen beginnen ze melk te zuigen. De oogjes van de kitten gaan ten laatste na 14 dagen open. Horen doen ze al na 10 dagen. Na 5 weken zien, horen, ruiken, proeven en voelen kittens als een volwassen kat. Op 3 maanden is het een ervaren kat. Als de kitten twaalf weken is, kan het weg bij mama. Raskatten blijven meestal zo lang in het nest. Maar huiskatten verhuizen vaak vroeger. Dat is niet zo’n goed idee. Moederpoes is nog niet klaar met haar opvoeding. De kleintjes hebben slechte manieren. Moeder heeft hen het krabben, bijten en vechten nog niet afgeleerd. Dat kan hun hele leven een probleem blijven.

14


Een druk gezin Papa kat, de kater, helpt niet mee in het huishouden. Moederpoes voedt haar kittens alleen op. Ze krijgt het de eerste weken erg druk. Ze geeft melk. Ze moet de boel schoon houden. Ze likt de plasjes en hoopjes van haar kroost op. Als de kittens groter worden, leert ze hen op de kattenbak gaan. Dat is het toilet voor een kat. Mama poes heeft geen kinderwagen. Ze pakt de katjes met haar bek bij hun nekspier. In de natuur leert moederpoes haar katjes jagen. Ze leert hoe ze een muis of vogel moeten vangen. Dat lukt meestal niet na een keer. In huis zijn er geen prooidieren. Na een week of 4 geef je de kleintjes gewoon vast voer. Op een dag zijn ze de melk van mama poes beu. Of ze zijn nieuwsgierig om iets nieuws te proberen. Vroeg of laat eten ze als grote Spelenkatten. en vechten, het hoort bij

groot worden.

Moederpoes speelt met haar kittens. Als ze te wild worden, geeft ze hun een tik.

15


Maar ook jij mag met kleine katjes spelen. Houd moederpoes wel in de gaten. Ze laat het merken als het genoeg is. Kittens moeten van jongs af mensen gewend zijn. Anders worden ze bang. Later worden ze nooit meer aanhankelijk. Ze zullen mensen mijden. Ze houden niet van mensen. Til een kitten op met een hand onder de borst. De andere hand houd je onder zijn achterste. Zo heeft het diertje geen pijn. Een slappe staart en hangende poten tonen dat de kitten op zijn gemak is.

16


Een kat in huis Stel, je bent een geluksvogel. Je krijgt een kat. Ben je er klaar voor? Als je je kat afhaalt, heb je een reismand mee. Thuis voorzie je een kattenbak. Als de kat plast, vormt het grit13 een klompje. Met een schepje vis je de plasjes en hoopjes uit de bak. Droogvoer bevat alles wat een kat nodig heeft. Nat voer bederft vlug. Het moet in één keer op zijn. Tafelrestjes zijn niet zo geschikt voor een kat. Er moet altijd schoon en fris water klaarstaan. Let op met melk. Je kat kan er diarree van krijgen. Een dure mand om te slapen hoeft niet. Een kartonnen doos met een deken vindt ze vast ook fijn. Een kat knipt haar nagels niet. Als ze buiten mag, vijlt ze haar nagels aan een boomstam. Zorg daarom binnen voor een krabpaal.

In huis heeft een kitten alle speelgoed die het kan wensen.

17


Een kat is geen koe. Toch eet ze gras. Als ze haar pels likt, komt er haar in haar maag. Daarvan gaat ze kokhalzen14. Als ze gras eet, kan ze dat vieze haar beter verteren of uitbraken. Een buitenkat vindt zelf gras. Een binnenkat is blij met een bloempot met kattengras. Je hoeft geen duur speelgoed te kopen. Een kat speelt graag met een doos, een propje papier of een balletje zilverpapier.

18


Verzorgen en opvoeden De eerste week maak je een afspraak met de dierenarts. Hij of zij onderzoekt je nieuwe kat en ent haar in15 tegen ziektes. Een kat hoeft niet in bad. Ze wast zichzelf met haar tong. Alleen als ze erg vuil is, moet je haar wassen. Controleer regelmatig haar vacht op beestjes zoals vlooien en teken. De oogjes moet je soms met een papieren doekje schoonmaken. Scherpe nagels kun je met een speciaal schaartje knippen. Als je kat vuil is, kan ze ziek zijn. Houd haar dan goed in de gaten. Een klein katje moet van jou heel wat leren. Het mag vast niet op tafel of op het aanrecht springen. En er loert ook gevaar om de hoek. Het fornuis kan heet zijn. Sommige kamerplanten zijn giftig voor katten. Katten houden van touwtjes, lintjes en elastiekjes. Maar ze slikken die ook in. Als lintjes vastraken in haar maag of darmen, kan ze ziek worden. Ze kan er zelfs van doodgaan. Ze kan van een balustrade16 of uit een open raam vallen. In het verkeer kan ze verwond raken of gedood worden. Laat haar ook nooit alleen met brandende kaarsen.

Een kat wast zichzelf van kop tot staart.

19


Hoe leer je een kat iets? Beloon haar als ze iets goed doet. Doet ze iets wat niet mag, spreek haar dan luid toe. Of jaag haar weg met een plantenspuit. Sla of pest je kat nooit!

20


Kattentaal Een kat praat met haar lijf. Met hoge rug en haren overeind is ze boos. Raak je haar aan en haar staart trilt, dan zegt ze: ik vind dit fijn. Katten doen ook veel meer dan miauwen. Als ze spint, voelt ze zich goed. Kleine katjes piepen om hun moeder. Gromt ze, dan wil ze je bang maken. Als ze blaast en spuugt, zal ze zo meteen aanvallen. Bij een heus gevecht krijst ze. Als ze krols is, jankt ze. Katten gedragen zich als katten. Ze zitten graag hoog en droog. Je vindt ze vaak op de hoogste kast in huis. Of in de top van een boom. Vandaar kunnen ze alles goed zien. Als een kat zich niet lekker voelt verstopt ze zich. Houd haar dan goed in de gaten. Misschien is ze ziek. Vaak voelt je kat zich net als jij. Ben je droef, wedden dat ze je troost? Ben je blij, dan voelt ze zich ook blij.

Deze slapende kat vertelt ons dat ze op haar gemak is. Ze heeft vast mooie dromen.

21


Katten verstaan elkaar heel goed. Een kat maakt een vreemde kat duidelijk dat ze niet gewenst is. Maar katten die elkaar kennen, kunnen heel lief zijn. Ze likken elkaar, ze spelen met elkaar, ze slapen bij elkaar. Jij kunt je kat alles vertellen wat er op je hart ligt. Ze vertelt het niet door. En dat is fijn. Maar een kat vervangt natuurlijk geen vriend of vriendin.

22


Woorduitleg 1

allergisch = ben je allergisch voor iets, dan kun je er niet tegen. Je kunt allergisch zijn voor katten. Dan ga je niezen. Of je kunt nog maar moeilijk ademen.

2

roofdier = een roofdier doodt andere dieren om het vlees op te eten.

3

stamboom = in een stamboom staan de namen van je voorouders.

4

fokken = een fokker kweekt huisdieren zoals katten, honden, maar ook paarden en koeien. Hij laat een mannetje een vrouwtje dekken. En hij hoopt dan op het ideale kleintje.

5

sikkel = met een zeis of sikkel sneed je vroeger gras of riet af. Een sikkel heeft de vorm van een halve maan.

6

schemeren = tussen licht en donker zijn

7

klieren = in ons lichaam zitten een boel klieren, bijvoorbeeld traanklieren en zweetklieren. Klieren scheiden sap en geur af.

8

schutting = afsluiting (bijvoorbeeld van een tuin)

9

schurken = wrijven

10 aanhankelijk = als je bij iemand wilt zijn en lief wilt doen 11 dekken = wordt gezegd van zoogdieren. Als een kater een poes dekt, wordt een kitten gemaakt.

23


12 kitten = klein katje 13 grit = kleine steentjes 14 kokhalzen = bijna moeten braken 15 inenten = met een spuitje een geneesmiddel inspuiten zodat je niet meer ziek wordt. 16 balustrade = een balustrade is een hek rond een terras, balkon of trap.

24


Veel kinderen willen graag een kat. Maar niet iedereen kan er een houden. Papa en mama willen het niet. Of je hebt al een hond. Of je bent allergisch voor katten. Jammer. Want de meeste mensen houden van katten. Maar sommige katten houden niet van mensen. Hoe dat komt en nog veel meer, lees je in dit boekje.

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Foto’s: Marjan Delaere, Anneke Gyselinck, Myrana Pyck, Shutterstock, Matthias Vandermaesen en Katrien Vandewoude Met dank aan Myrana Pyck. Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622825

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 4 - Thema 6 - N2 - De kat by die Keure - Issuu