ucatieve uitgaven
BIEB
Muurvast Tine Mortier
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 3
4
Muurvast
1
1
Woensdagmiddag
Het is woensdagmiddag en er staat een stralende zon. Marieke gaat naar het parkje op het einde van de straat. Bij de poort blijft ze staan. Ze kijkt rond. Het is niet echt druk in het park. Op het klimrek zitten twee grote jongens die gevaarlijke toeren uithalen. Ze hangen ondersteboven en springen van de ene kant naar de andere. Dat mag niet, weet Marieke. Het is gevaarlijk. Zo meteen vallen ze naar beneden en breken een arm of een been. Ach ja. Eigen schuld, dikke bult. In de zandbak aan de overkant spelen drie kleuters. Hun moeders zitten een eindje verderop te kletsen op een bankje. Marieke gaat niet naar de kinderen toe. Ze heeft hen wel eens eerder gezien, maar ze kent hun namen niet. Ze heeft geen zin om samen te spelen.
2
3
Marieke maakt niet makkelijk nieuwe vrienden, maar dat is niet erg. Ze vindt het leuk om zich in haar eentje bezig te houden. Bovendien is ze niet dol op kleuters. Die hebben altijd wel wat: groene snottebellen, een geschaafde knie of een natte broek. Ze jengelen en huilen en je hebt er niets dan last mee. Misschien zijn die moeders ook niet dol op hun kleuters, denkt Marieke. Waarom zouden ze anders een stuk verderop gaan zitten? Misschien willen ze wel dat Marieke oppas gaat spelen. Nee hoor. Ze zorgen zelf maar voor hun kinderen! Van de grote, stoere jongens is Marieke een beetje bang. Stel je voor dat ze willen dat ze ook van die gevaarlijke toeren uithaalt. Ze zou wel gek zijn! Dan kijkt Marieke naar de andere kant van het park. Daar staat de glijbaan. En er zit niemand op! Hoera!
4
De glijbaan staat in het verste hoekje van het park. Hij is vier meter hoog, of misschien wel vijf. En hij heeft een gesloten, bijna doorzichtige pijp van plastic. Hij lijkt een beetje op die van het zwembad, vindt Marieke. Maar deze is een stuk leuker, omdat je er niet in je badpak op moet. Marieke heeft de hele glijbaan voor zich alleen en moet geen enkele keer aanschuiven. Onvermoeibaar klimt ze steeds weer de hoge ladder op, om zich daarna met een zwier in het gat van de pijp te storten. Op en af gaat ze, almaar weer. Maar wanneer ze voor de elfde keer naar beneden glijdt, gaat het fout. Door het snelle glijden schuift Mariekes rok over haar billen naar boven tot aan haar middel. Het plastic van de glijbaan schuurt nu gemeen langs haar blote vel, waardoor ze steeds trager gaat. Tot ze uiteindelijk vast komt te zitten. Muurvast.
5
6
2
In de pijp
Daar zit ze dan in de pijp van de glijbaan. Muurvast. Het duurt even voor Marieke doorheeft wat er aan de hand is. Eerst denkt ze nog dat ze gewoon heel erg traag gaat, maar dan raakt ze in paniek. Ze doet het enige wat ze kan doen: ze begint te gillen. Marieke gilt, schreeuwt en tiert zo luid als ze kan. Dat is heel erg luid. Verschrikkelijk luid. Oorverdovend luid. Maar het helpt niet. De plastic pijp weerkaatst haar geschreeuw. Het galmt in haar oren. Maar buiten de pijp is het bijna niet hoorbaar. Wanneer Marieke merkt dat niemand haar hoort, houdt ze op. Haar keel begint al wat pijn te doen, en er is toch geen mens in de buurt.
7
Ze vloekt zachtjes. Ze weet best dat het niet mag, maar daar trekt ze zich niets van aan. Ze bijt op haar tong. Anders zou ze vast nog lelijkere dingen roepen. ‘Stomme rok,’ sist ze. Waarom heeft ze dat ding ook aangetrokken? Ze houdt niet eens van rokjes! Met een broek zou dit nooit gebeurd zijn. Het liefst van alles zou Marieke de rok meteen in reepjes scheuren. Maar dan moet ze in haar onderbroek naar huis. En trouwens: ze kan er niet eens bij! Ze zit vast in het midden van de pijp, met haar voeten naar beneden en haar armen boven haar hoofd. Bovendien weet ze best dat het niet de schuld is van het rokje. Het probleem zijn haar billen.
8
9
De billen van Marieke zijn een beetje dik. Niet reusachtig, maar toch. Te dik voor de pijp van de glijbaan, in elk geval. Dat is nu wel duidelijk. Molletje. Zo noemen de kinderen op school haar soms. Meestal stil, fluisterend achter hun hand. Maar vaak ook gewoon hardop, zodat Marieke het kan horen. Ze trekt het zich niet aan. Ze weet dat ze mollig is. Ze is net iets dikker dan de andere meisjes in haar klas. Maar wanneer ze voor de spiegel staat, is ze best tevreden. Dan kijkt ze naar haar lachende gezicht, naar haar groene ogen met lange wimpers en haar mooie bruine haren. Marieke is eigenlijk wel blij met zichzelf. Maar niet vandaag.
10
11
3
Roerloos
Marieke blijft roerloos zitten. Ze verroert geen bil. Ze broedt op een plan om zichzelf te bevrijden. Eerst en vooral moet ze haar rok weer onder haar billen krijgen. Dan kan ze verder glijden. Maar de pijp van de glijbaan is te smal. Wat ze ook probeert, ze krijgt onmogelijk haar armen langs haar lijf naar beneden. Ze zal iets anders moeten bedenken. Vandaag is een rotdag, vindt Marieke. Voor het eerst in haar leven vindt ze haar billen te dik. Misschien had ze wat minder moeten snoepen gisteren. Misschien had ze die vierde koek beter laten liggen. Of die laatste beker milkshake laten staan. Ach. Het maakt niets uit. Ze zit vast, en dat kan zo te zien nog wel een tijdje duren.
12
En dan heeft ze plots een idee. Het is doodsimpel. Dat ze daar niet eerder aan heeft gedacht! Als ze lang genoeg blijft zitten, zal ze op den duur wel vermageren en vanzelf weer loskomen. Maar er is een probleem: Marieke heeft er geen flauw idee van hoe lang ze daarop zal moeten wachten. Misschien duurt het wel dagen voor ze smal genoeg is om weer vlot te glijden. Of weken. Of maanden. Marieke krijgt een naar gevoel in haar buik. Door het plastic van de buis heen, ziet ze dat er bijna geen zon meer door de bomen schijnt. Het wordt stilaan donker. En nog steeds is er niemand langsgekomen. Thuis wordt ze niet echt gemist, maar dat is normaal. Haar moeder heeft nachtdienst in het ziekenhuis en komt pas tegen de morgen thuis. Straks moet Marieke nog de hele nacht in deze nare pijp doorbrengen.
13
4
Kabouters?
Knerp. Knerp. Knerp. Marieke draait haar hoofd naar rechts. Ze hoort voetstappen! Het klinkt zacht, alsof een paar heel kleine voetjes rond de glijbaan lopen. Kaboutervoetjes, denkt Marieke. Maar meteen schudt ze haar hoofd. ‘Doe niet zo stom,’ fluistert ze tegen zichzelf. ‘Je bent toch geen kleuter? Kabouters bestaan niet.’ Maar dan hoort ze het weer. De voetstapjes komen steeds dichter, tot vlak bij de pijp van de glijbaan. Dan staan ze stil. Marieke haalt diep adem. ‘Help,’ zegt ze voorzichtig. Het is nauwelijks meer dan fluisteren. Ze schraapt haar keel. ‘Help,’ zegt ze weer. De voetstappen maken een sprongetje.
14
15
‘Help!’ roept ze nu luid. Maar niemand geeft antwoord. Er is niets anders te horen dan het fluiten van een late vogel. Marieke zucht. Ze heeft het zich vast verbeeld. Ze wil zo graag dat iemand haar komt redden. Wat moet ze nu? Ze kan toch niet de hele nacht in die pijp blijven zitten? Stel je voor dat het opeens gaat regenen. Dan loopt het water zomaar langs de pijp naar binnen. Ze kan wel verdrinken! Hoe langer Marieke erover nadenkt, hoe banger ze wordt. Ze probeert haar armen naar beneden te schuiven. Ze wriemelt, wringt en schudt met haar billen. Maar het helpt allemaal geen steek. Ze zit nog steeds muurvast.
16
Honger en dorst. Dat is alles wat Marieke nog voelt. Knagende honger en vreselijke dorst. Ik zou zomaar een heel brood kunnen eten, denkt Marieke. Zelfs zonder chocopasta. En een emmer melk leegdrinken. Maar ach. Ze heeft niet eens een kruimeltje brood of een druppel water. Marieke is moe en wil naar huis.
En dan gebeurt er plots iets wat er al jaren niet meer is gebeurd: Marieke begint te huilen. Ze voelt hoe haar ogen langzaam vollopen. Ze wil het nog tegenhouden - ze is toch geen kleuter! - maar het lukt niet. Even later lopen de tranen langs haar wangen naar beneden. Ze huilt met lange, harde uithalen. Marieke snikt en snottert nu zo hard, dat ze het zachte knerpen van kleine voetjes niet hoort. Het is pas als er op de pijp geklopt wordt, dat ze merkt dat er iemand is.
17
5
Wie is daar?
‘Wie is daar?’ vraagt Marieke. Er komt geen antwoord. ‘Hallo?’ Het enige wat ze hoort, is het geschuifel van de kleine voetjes. Ze raapt al haar moed bijeen. ‘Kunt u mij helpen?’ roept ze. ‘Alsjeblieft? Ik zit vast in de pijp.’ Weer komt er geen antwoord. De voetjes verwijderen zich een stukje en gaan in de richting van de trap. Marieke hoort hoe ze traag de trap opgaan. Ontzettend traag, alsof de beentjes die bij de voetstappen horen, niet lang genoeg zijn om goed de treden op te kunnen. Het is dus toch een kabouter, denkt Marieke. Daarom klinken de voetstappen zo licht. En daarom raakt hij bijna de trap niet op.
18
19
Eventjes is ze helemaal in de wolken. Kabouters zijn schattig en lief. En ze helpen mensen altijd waar ze kunnen. Dat weet iedereen. Ze zullen haar vast wel uit deze pijp zien te halen. Toch? Maar dan slaat de schrik haar om het hart. Trollen hebben ook kleine voetjes! En trollen helpen mensen niet. Die zijn gemeen. Ze maken je bang en prikken met hun lange nagels in je vel. Misschien eten ze je wel op! En er zijn vast nog een pak andere monsters met korte beentjes die moeilijk de trap op raken ... Nu wordt Marieke pas écht bang. Ze begint zwaar te ademen. Ze spartelt en wringt. Maar het enige wat er gebeurt, is dat ze nog vaster komt te zitten. En dan hoort ze het gegiechel.
20
21
Marieke kijkt omhoog. Boven aan het gat van de pijp ziet ze een klein, rond hoofd verschijnen. Het is geen kabouterhoofd, maar gelukkig ook geen trollenkop. Het is een jongetjeshoofd. Omdat ze ondersteboven naar hem kijkt, duurt het even voor Marieke hem herkent. ‘Brammetje!’ roept ze blij. De kleuter van de buren kijkt haar met grote ogen aan. ‘Waarom zit jij in de pijp?’ vraagt hij. Mariekes hoofd kleurt rood. ‘Ik kan er niet meer uit,’ zucht ze. ‘Mijn billen zijn te dik.’ ‘Oh,’ zegt Brammetje. Hij staart haar aan met zijn hoofd een beetje schuin. Dan verschijnt er een grote glimlach op zijn gezicht. ‘Dan kom ik je toch gewoon lostrekken!’ roept hij. En hij verdwijnt.
22
23
6
Gered
Daar zijn de voetstapjes alweer. Brammetje loopt langs de buis tot aan het gat onderaan. Plots voelt Marieke iemand aan haar enkels trekken. Brammetje trekt zo hard hij kan. Al snel voelt Marieke hoe ze een centimetertje naar beneden schuift. En dan nog een en nog een. Even later valt ze met haar billen op de grond. Snel krabbelt ze overeind en trekt haar rok omlaag. ‘Zo,’ hijgt Brammetje blij. ‘Gelukt!’ Hij veegt het zweet van zijn voorhoofd en blijft staan. Dan steekt hij een handje naar haar uit. ‘Gaan we naar huis?’ Marieke kijkt hem aan. Eigenlijk is Brammetje best een leuk kind. Zelfs voor een kleuter. Hij heeft niet eens groene snottebellen, geschaafde knieën of een natte broek. Ze pakt zijn handje beet. ‘Natuurlijk,’ zegt ze.
24
Marieke maakt niet makkelijk vrienden, maar dat is niet erg. Ze vindt het leuk om zich in haar eentje bezig te houden. In het park, bijvoorbeeld. Op de glijbaan. Op een dag gaat het fout. Marieke komt vast te zitten in de pijp van de glijbaan. En ze is helemaal alleen. Of toch niet helemaal …
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Illustraties: Matilda Salmén Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622825
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.