ucatieve uitgaven
BIEB
Als ik groot ben Aag Vernelen
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 3
4
Als ik groot ben
1
Slager Wat zal ’t zijn voor u, meneer? Een biefstuk of een worst? Gebraden kip voor u, mevrouw? Zo goed, of nog wat meer? In mijn winkel heb je keus met al die dieren voor je neus. Koe, of kip, of varkensvlees en een lekker stuk wild zwijn. Maar voor een visje uit de zee moet je ergens anders zijn.
2
3
Piloot Als ik later groot ben, dan word ik een piloot. Zo één met gouden knopen en een vliegtuig, heel erg groot. Er kunnen duizend mensen in, misschien nog wel wat meer. Die breng ik overal naartoe, heen, en soms ook weer. Heen is wel het leukst van al. Dan zijn we op vakantie. En moeten we weer terug, dan is er geen garantie1 dat ik meteen op huis aanvlieg2, want thuis is niets te zien. Dus voor we weer naar huis gaan, zien we nog een land of tien. Botswana, Tsjaad en Mexico, Hawaï en Gibraltar, Australië en Spanje, en daar blijven we tien jaar.
4
Als ik later groot ben, dan vertrek ik echt metéén. Waarom zou ik nog wachten? Ik wil gaan en jij mag mee!
5
Barman Wanneer iedereen wakker is, op weg naar school of werk, lig ik nog fijn in dromenland in mijn warme bed. Ik kruip nooit vroeg onder de wol, maar laat, later, laatst, omdat ik tot in de kleine uurtjes3 met de klanten praat. Plaatjes draaien, pintjes tappen, luisteren naar André zijn grappen, lachen om Khalil zijn moppen, drinkgeld4 in mijn zakken stoppen. Soms drink ik een pintje mee, maar niet te vaak, o nee! Want na een pint of vier te veel kijk ik helemaal scheel. Ik moet soms heel erg lachen met al dat dronkenmansgepraat. Maar als het echt te bont wordt, dan zet ik iedereen op straat.
6
Dan poets ik de vloer, was de glazen en ga vlug naar huis om lekker te slapen!
7
Leeuwentemmer Leeuwentemmer wil ik worden bij het Circus Rond-en-bont. Een leeuw mag ik van pa niet hebben, dus ik oefen met mijn hond. Ons Basje doet heel erg zijn best, probeert alles wat ik wil. Maar als je heel goed kijkt, zie je toch een groot verschil. Basje bijt niet, maar hij kwispelt. Hij loopt niet, maar hij trippelt. Hij eet geen zebra en geen gnoe, alleen wat droge brokjes koe. Basje brult niet, maar hij blaft. Hij jaagt niet, maar hij wacht tot ik zijn bak met eten neerzet. En ’s avonds mag hij mee naar bed! (Hij likt mijn tenen als ik geeuw. Probeer dat maar eens met een leeuw!)
8
9
Kind Later word ik geen agent, geen juf of geen majoor5. Ik ben al wat. Ik ben een kind. Dat wil ik blijven, hoor! Ik wil niet saai uit werken gaan of ’s morgens in de file staan om uren stil te zitten voor één of andere baan. Spelen, spelen, spelen, dat is alles wat ik wil. Het gaat me niet vervelen en nooit eens val ik stil.
10
Wie zegt dat ik met spelen geen centen kan verdienen? Als je eens wist hoe rijk ik word, begin je vast te grienen6. Spelen is een kunst, en die kunst, die kun je leren. Ik doe het aan de mensen voor die niet meer kunnen spelen, die door hard werken zijn vergeten wat ALLE kinderen weten. Die mensen komen naar me toe en vragen, zeuren, smeken of ik hen ALSJEBLIEFT, o, PLEASE, weer kan leren spelen. Ik zeg: dat kost je dan zoveel, als je wilt KIJKEN hoe ik speel. Maar als je met me MEE wil doen, dan kost het je geen poen7!
11
Dief ‘k Weet niet of het echt een baan is, maar mijn vader is een dief. Ook al breekt hij in bij mensen, ‘k vind hem reuze reuze lief. Hij praat nooit over zijn werk en heeft altijd veel tijd vrij. Als de andere vaders werken, speelt mijn pa voetbal met mij. Maar ’s nachts, ja ’s nachts is hij er niet. Dan jat hij geld bij Jan of Jaap. Maar dat doet me geen verdriet. ’s Nachts ben ik diep in slaap!
12
13
In de naam der wet Een strenge man met blauwe pet die achter boeven rent. Hij roept luid: HALT! Je weet meteen: die man, die is agent.
14
Kok Een kok die moet een koksmuts op. Anders krijg je soep met haar. En geloof me: soep met haar is verschrikkelijk, vreselijk naar! Het kriebelt massa’s in je keel en ligt zwaar op de maag. Maar goed dat de kok een muts op moet. Want soep, dat eet ik graag!
15
Dokter Dokter wil ik echt nooit worden want dan word ik vast zélf ziek. Spaanse griep en waterpokken8, nee, die hoef ik echt, echt niet. En maar niezen en maar niezen, stikken in een neus vol snot. In mijn bed ziek liggen kniezen9, daarvan word ik stapelzot. Aambeien10 en spetterpoep11, overgeven op de stoep, rood eczeem12 en schurftig13 vel, dat hoef ik niet, nee, dank je wel! Vijfde ziekte, zesde ziekte14, Mazelen15 en bof16. Alles krijg ik vast te pakken, vind ik helemaal niet tof! Een witte jas zal mij niet redden. Ook geen lapje op mijn mond. Nee, ‘k wil echt NOOIT dokter worden, dan blijf ik kerngezond!
16
17
Ruimtevaarder Astronautje, astronautje, vliegen naar de maan. Als ik naar de zon reis, zou ik dan nog wel bestaan? Natuurlijk niet, de zon is toch een hete bol van gas? Al wat van mij overblijft, is as, as. Astronautje, astronautje, vliegen naar de maan. Als ik naar de zon reis, zou ik dan nog wel bestaan?
18
19
Tandarts O, wat ben ik droevig. Kinderen houden niet van mij. Ook al zorg ik voor hun tanden, van mij worden ze niet blij. Ze huilen en ze roepen, en ze gillen er ook bij. Wie wil er eens niet bang zijn? Wie lacht er eens naar mij?
20
21
Vuilnisman Elke dinsdag om half zeven zit ik voor het raam. En ik wacht, nog heel, heel even. Ja, daar komt hij aan! Elke dinsdag zwaai en lach en hoop ik dat hij kijkt. En elke dinsdag roep ik: Mam! De vuilnisman zwaait naar mij!
22
23
Woorduitleg 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16
24
dan is er geen garantie dat = dan is het niet zeker dat … op huis aanvliegen = naar huis vliegen tot in de kleine uurtjes = tot heel laat in de nacht drinkgeld = fooi, geld dat een ober van een klant krijgt voor een goede bediening majoor = een baas uit het leger grienen = huilen poen = geld waterpokken = een kinderziekte waarbij er blaasjes en vlekjes op je huid komen kniezen = droevig aan iets denken aambeien = pijnlijk gezwollen bloedvaatjes in de darmen spetterpoep = grappig woord voor buikloop, diarree eczeem = jeukende huiduitslag schurft = een besmettelijke huidziekte waarbij iemand veel jeuk heeft vijfde en zesde ziekte = kinderziektes mazelen = een besmettelijke ziekte waarbij iemand rode vlekjes krijgt bof = ontsteking van een klier in je hals, onder je oor
Altijd al willen zweven als astronaut? Of vind je ’t daarvoor toch te koud? Liever rondrijden als vuilnisman? Ontdek met deze gedichten wat er allemaal kan.
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Illustraties: Lise Vanlerberghe Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622825
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.