ucatieve uitgaven
BIEB
Anna wenst ... Noëlla Elpers
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 3
3
Anna wenst ...
Anna kijkt omhoog. Kijk jij op een winteravond wel eens omhoog? Ziet de lucht oranje en roze? Dan gaat het vast sneeuwen! Iedereen droomt wel eens van een witte Kerstmis. Anna ook. De avond voor Kerstmis kijkt Anna altijd omhoog. Kijk, nu staat ze in haar pyjama voor het raam. En op deze avond heeft ze geluk … De hemel is oranje. Anna houdt haar adem in. Het gaat sneeuwen! Ze is dolblij.
1
Plots wordt ze weer ernstig. Zou het voor de Kerstman een probleem zijn, denkt Anna. Welnee, die heeft een slee! De Kerstman houdt van sneeuw. Ook de kerstelfen kunnen goed tegen de kou.
2
En Rudolf het rendier ook. Misschien ziet de neus van Rudolf rood, omdat het aan de Noordpool zo koud is, denkt Anna. Wat zou ik dit jaar krijgen van de Kerstman? Mama zegt dat ik te groot ben voor een teddybeer. Maar ik hou van knuffels! Dat is toch niet verkeerd? Mijn nichtje Roza is twaalf. Zij slaapt nog met haar knuffelhond. Ach, ik ben waarschijnlijk te groot voor een knuffel. Ik word negen. En papa dan? Die speelt piraatje met mijn broer Sam! Daar zegt mama nooit wat van. Aan de Kerstman kun je geen brief schrijven. Misschien helpt een wens? ‘Ik wens, ik hoop, ik zou zo graag …’ fluistert Anna. Ze kijkt naar buiten. Och, als het maar gaat sneeuwen, denkt ze. Zachtjes zingt ze een sneeuwliedje.
3
Een engel schudt haar vleugels. De pluimpjes vallen neer. De wind blaast veertjes weg en ’t sneeuwt op aarde weer. Zeg, kijk eens naar mijn neus of daar een vlokje zit? Zeg, kijk eens naar het veld en is haar mantel wit? De engel moe van ’t schudden zit op een wolk en geeuwt. Zij kijkt eens naar beneden en ziet: het heeft gesneeuwd. Zeg, kijk eens naar mijn neus of daar een vlokje zit? Zeg, kijk eens naar het veld en is haar mantel wit?
4
‘Nu gaat het zeker sneeuwen, Anna,’ zegt mama. ‘Aan de Kerstman kun je geen brief schrijven …’ ‘Je kunt wel iets wensen,’ zegt mama. ‘Ik wens … dat ik toch een knuffel krijg!’ zegt Anna. ‘Wie weet wie dat heeft gehoord!’ lacht mama. Maar elfen luisteren niet aan de schoorsteen en gluren niet door het raam naar binnen. Ze kijken alleen naar binnen als ze de pakjes brengen. Elfen weten niet of de kinderen braaf zijn of stout. Iedereen krijgt een pakje van de Kerstman. Er is geen elf die gehoord heeft wat Anna gewenst heeft. Anna en Sam krijgen warme appelbollen voor ze naar bed gaan. En melk met honing. De neus van Sam hangt vol poedersuiker. Anna kijkt met grote ogen naar de kerstboom. Die schittert met wel duizend lichtjes. Ik hoop dat er morgen sneeuw ligt, denkt ze. Dan zal kerstdag volmaakt zijn. Anna ligt lekker onder haar donsdeken. Een donsdeken is gevuld met pluimpjes, denkt ze.
5
Sneeuwvlokken lijken op pluimpjes … Dan vallen haar ogen dicht. Weet je wat Anna ziet in haar droom? Ze ziet een engel die met haar vleugels schudt. Buiten stopt de wind met suizen. Je hoort de auto’s niet meer rijden. Er is geen enkel geluid meer te horen, want buiten … valt zachtjes de sneeuw.
6
In het hoge Noorden In het hoge Noorden is het ijzig koud. In de winter is het er altijd donker. Soms danst er groen licht aan de horizon, dat is het noorderlicht. Diep onder een ijsberg zit een ijsgrot verscholen. Dat is niet zo bijzonder, zul je denken. Op de tv heb je vast gezien dat er veel grotten zijn aan de Noordpool. Soms wonen er ijsberen in. Maar in deze grot woont geen ijsbeer! Nee, in deze enorme grot zit een fabriek verscholen. Wie komt nu op het idee om een fabriek te bouwen aan de Noordpool? De Kerstman natuurlijk! In die fabriek wordt alles gemaakt wat je in een kerstpakje kunt vinden: spelletjes en speelgoed, parfum, juwelen, boeken, strips, cd’s en mobieltjes … Er worden sokken en mutsen gebreid en kleren genaaid. Weet je wie er in die fabriek werkt? De kerstelfen natuurlijk! Duizenden en duizenden! Allemaal hebben ze een groen pak aan.
7
Ze dragen een muts met een rode pompon en hebben puntige oren. En toch zijn ze verschillend!
Sommigen hebben een lange neus, anderen een dopneusje. Sommigen hebben sproeten, anderen wangen als rode appeltjes. Sommige elfen zijn vrolijk, andere somber. Elfen zijn zoals mensen, maar toch een beetje anders. De elfen hebben namelijk geen naam, maar wel een bijnaam. Je hebt Snelle Elf, die werkt heel snel. Je hebt Snoef Elf, die is altijd heel trots op zijn werk. Je hebt Snurk Elf, die doet wel eens een dutje. Je hebt Snuf Elf, die is altijd verkouden.
8
Nu gaat het over Snurk Elf met zijn oranje haar en groene ogen … Op kerstavond is Snurk Elf doodmoe. Hij heeft het hele jaar gewerkt. Alle elfen rennen druk in het rond. Het is bijna tijd om te vertrekken met de slee. Rudolf wordt door vijftig elfen voor de slee gespannen. Het rendier schudt met zijn kop. Hij graaft met zijn voorpoot in de sneeuw. Rudolf heeft er geen zin in. Liever had hij nog wat op een mondje hooi geknabbeld. Hij heeft geen zin in altijd weer datzelfde liedje: ‘Jingle bells, jingle bells…’ Er hangen wel tien elfen aan zijn gewei. Ze proberen zijn kop stil te houden. Vooral Snelle Elf is een druktemaker. Hij gilt bevelen met zijn hoge stemmetje. Snurk Elf wordt er moe van, zo moe … Hij rekt zich uit en gaapt. Dan sluipt hij stiekem naar zijn beste slaapplekje. Wat zou het beste plekje in de fabriek zijn, denk je? Het magazijn van de knuffels natuurlijk! Snurk Elf sluipt er op zijn tenen naartoe. Heel voorzichtig doet hij de deur open …
9
Er brandt een kacheltje. Hij strekt zijn handen uit naar het vuur. Dat is heerlijk! Snurk Elf gaapt. Hij wil snel een tukje doen. Een kussentje, denkt hij, ik wil een kussentje! Snurk Elf kiest de dikste knuffelbeer: Pom de beer. Vraag mij niet hoe Pom aan zijn naam komt, hij heet gewoon Pom. Het is een dikke bruine beer. Zijn ogen glanzen oranje en hij is zo zacht als een lammetje. Snurk Elf pakt de beer beet en schudt de dikke billetjes van Pom op. Hij legt de beer dicht bij de kachel en gebruikt hem als kussentje. Dat is niet zo erg. Natuurlijk niet. Slapen en je beer als kussen gebruiken, is helemaal niet erg. Maar slapen en dromen dat je een rozijn uit een gebakje plukt … een rozijn die vastzit in het deeg. Dat is wel erg. Tenminste, als je in plaats van de rozijn het oog van een beer uit zijn kop plukt. En dat doet Snurk Elf: hij plukt het oog van Pom de beer uit zijn kop! Een poot van de beer schuurt tegen de kachel. De poot is verschroeid. Snurk Elf wordt wakker van de geur van verbrand pluis.
10
Als hij ziet wat hij gedaan heeft, krijgt hij tranen in zijn ogen.
‘Oh beertje,’ zegt Snurk Elf. ‘Het spijt mij!’ Denk je dat Pom de beer iets terugzegt? Nee, beren in de fabriek van de Kerstman spreken niet. Pom de beer kijkt Snurk Elf droevig aan met zijn oranje oog. Hij is plots een waardeloze beer.
11
Geen kind zal hem nu willen hebben … Wie wil nu een beer hebben met één oog? En dan krijgt Snurk Elf een idee! Hij rent naar het magazijn met verkleedkleren. Boven een van de rekken hangt een bordje. Daarop staat: NIET COMPLEET. Razend snel graaft hij tussen de kostuums. Een prinsessenjurk zonder kroon. Een ridderpak zonder helm. Een lieveheersbeestje zonder stippen. En dan vindt hij … een piratenkostuum zonder kromzwaard! Maar met een prachtige ooglap van zwart fluweel … Er zit zelfs een lint aan om de ooglap te strikken. Vlug grist hij de ooglap en de piratenhoed mee. Met die spullen rent hij naar het magazijn van de knuffels. Met het lint strikt Snurk Elf de ooglap rond de kop van de beer. De schroeivlek op zijn poot zou de schotwonde van een kanonskogel kunnen zijn! Snurk Elf zet de piratenhoed op de kop van Pom. Hij ziet er stoer uit. Zijn oranje oog glanst ondeugend. Snurk Elf is tevreden.
12
Rudolf vertrekt Rudolf heeft er nog steeds geen zin in. Zijn neus is twee neuzen dik en hij briest. De elfen krijgen hem niet voor de slee gespannen. Daar komt de Kerstman. Hij heeft rode wangen en in zijn buik is plaats voor een hele kalkoen. Zijn pak is van prachtig wijnrood fluweel. Het pak is met wit bont omrand. Als Rudolf de Kersman ziet, wordt hij kalmer. Hij weet wat er gaat gebeuren. Elk jaar doet de Kerstman hetzelfde. Hij slaat zijn armen om de nek van Rudolf. Het rendier bukt zijn kop, zodat de Kerstman bij zijn oor kan. In die grote flapper fluistert de Kerstman iets.
13
Zijn het lieve woordjes? Is het een bevel? Rudolf wordt er in ieder geval rustig van. Alle elfen weten wat de Kerstman fluistert. Ze zien hoe de Kerstman een flesje uit zijn zak pakt. De ogen van Rudolf puilen een beetje uit als de Kerstman zelf een slokje van het flesje neemt. Rudolf likt zijn lippen. Zijn rode neus glanst. En dan … laat de Kerstman Rudolf het rendier van het flesje drinken! Het rendier klokt het drankje gulzig naar binnen. ‘Hohooo! Niet te veel, Rudolf,’ lacht de Kerstman. ‘Anders geraken we de weg kwijt!’ Rudolf grijnst, echt waar! Hij is dan ook geen gewoon rendier. Wat zit er in dat flesje, zul je denken. Een toverdrank? Vitamines? Sap van veenbessen? Nee hoor, alle elfen weten wat er in dat flesje zit! Ze kunnen het lezen op het etiket: RUM staat erop. Een rendier dat rum drinkt, dat kan niet, zul je nu denken. Dronken rijden is gevaarlijk. Natuurlijk. Maar kom, het was maar een klein slokje voor een groot rendier!
14
Rum werkt goed tegen de kou. En weet jij wel hoe koud het is aan de Noordpool? Rudolf heeft het warm gekregen. Hij is niet dronken. De rum gloeit in zijn buik. En denk je nu dat zijn neus nog roder en groter is geworden? Nee, hoor, ze is juist iets bleker en iets kleiner. Een slokje rum brengt Rudolf in de juiste stemming. Het geeft hem het kerstgevoel en dat is nodig. Rudolf heeft er zin in gekregen. Hij wil keihard met de slee langs de hemel racen. Hard genoeg om in één nacht langs alle straten van de wereld te gaan.
15
Hij laat zich gewillig inspannen door de elfen. Maar dan staat hij plots te trappelen van ongeduld. Hij wil meteen vertrekken. Maar de elfen zijn nog niet klaar. Ze rennen af en aan met pakjes en zakjes. Alle elfen behalve één. Waar is Snurk Elf gebleven?
De wenslijstjes Snurk Elf rekt zijn jasje uit en propt Pom eronder. Nu heeft hij een bolle buik. Hij klopt eens op die bobbel. Ik lijk net op Snoep Elf, denkt hij. Oei, wat hoort hij daarbuiten? ‘Hohooo, hohooo, hohooo!’ De Kerstman heeft drie keer ‘hohooo geroepen.’ Dat is het teken. Rudolf het rendier gaat vertrekken! Als een haas rent Snurk Elf naar buiten. Hij ziet hoe Rudolf de slee een heuvel op sleept. Ik moet mij haasten, denkt Snurk Elf. Als de slee over de top is, haal ik het niet. Hij zet een spurtje in.
16
Als hij op het hoogste punt van de heuvel aankomt, maakt Rudolf een sprong. ‘Hohooo!’ roept de Kerstman en hij viert de teugels. De slee vliegt de lucht in! Met een fikse sprong pakt Snurk Elf een glijder beet. Hij zweeft door de lucht, de wind snijdt langs zijn oren. Dat is meteen ook de reden waarom elfen untige oren hebben: daar suist de wind langs. Flaporen zouden de slee hinderen in zijn snelle baan langs de hemel. De lucht is zo koud dat je erin kunt bijten. Snurk Elf zit naast Snoep Elf op een glijder. Hij houdt zich stevig vast. Plots krijgt Snoep Elf zijn bolle buik in de gaten. ‘Tsss, tsss, wat ben jij dik,’ zegt hij. ‘Ik heb te veel kerstgebak gegeten,’ zegt Snurk Elf. Snoep Elf wrijft over zijn buik. ‘Ik ook,’ fluistert hij. ‘Niet verder vertellen, hè!’
17
Beneden ziet Snurk Elf de lichtjes in de huizen en langs de straten. Janneke Maan lacht met een rond gezicht. Snurk Elf lacht terug. Dit is voor Snurk Elf het mooiste moment van het jaar. Hij wrijft over zijn buik en voelt zich wonderlijk gelukkig.
18
De hele nacht werken de elfen door. Voor ze de pakjes onder de boom leggen, glippen ze de huizen binnen. Eerst gaan ze op zoek naar de wenslijstjes van kinderen en grote mensen. Die wenslijstjes liggen soms bij de kerstboom, maar niet altijd. Soms kunnen de elfen geen lijstje vinden en kijken ze goed rond. Wat voor mensen wonen er in dat huis? Elfen hebben daar een neus voor. Ze snuffelen en snuiven. Ze weten precies wat ze moeten geven, ook zonder lijstje. Als je ooit een verkeerd pakje krijgt, ligt dat niet aan de elfen. Dan was het lijstje dat ze vonden vast door een mens geschreven. Maar hoe hij ook zoekt: Snurk Elf kan geen lijstje vinden waar een beer met een ooglap op staat. Een piratenbeer. Snurk Elf is wanhopig. De hemel kleurt al groen aan de horizon, en nog heeft Snurk Elf geen huis gevonden waar een piratenbeer in past.
19
En dan … In een gewone straat. Bij een gewoon huis met een gewone deur … hangt een piratenvlag! Het hart van Snurk Elf klopt in zijn keel. Hij glipt naar binnen. In de woonkamer staat een toverboom. De mooiste die Snurk Elf ooit heeft gezien. En geloof me, elfen hebben in hun leven heel veel kerstbomen gezien! Snurk Elf vindt geen lijstje waar een beer op staat. En zeker geen beer met een ooglap en een piratenhoed. Voorzichtig opent hij de deur van een slaapkamer. In het bed ziet hij de snoet van een kleine jongen. Sproeten. Leuke kop. Aan de muur hangt een poster van een piratenschip. En toch … De neus van Snurk Elf kriebelt niet. Pom de beer is niet bestemd voor deze jongen. In de volgende kamer ligt een meisje te slapen. Ze lijkt op Janneke Maan, denkt Snurk Elf. Zo lief … Maar ze is te groot voor een knuffel. En toch … Snurk Elf snuffelt. Zijn neus bedriegt hem toch niet?
20
Hij kijkt rond. In haar arm heeft het meisje drie beren. Die houdt ze dicht tegen zich aan. Het is een grote beer, een kleine beer en een lieve beer. Dat ziet Snurk Elf onmiddellijk. Dan ziet hij een poppenbedje … vol met knuffels. Dit is een meisje dat heel veel van knuffels houdt! De ogen van Snurk Elf beginnen te prikken en in zijn buik krijgt hij een warm gevoel. Het kerstgevoel. Daar heeft Snurk Elf geen slok rum voor nodig.
21
Snurk Elf zet de pakjes van de wenslijstjes netjes onder de boom. Dan haalt hij Pom onder zijn jasje uit. Hij zet de piratenhoed op zijn kop. Het ene oog van Pom glanst vriendelijk. Snurk Elf verstopt hem achter de andere pakjes. ‘Dag gekke beer,’ zegt hij. ‘Ik hoop dat je gelukkig wordt bij dat lieve meisje. Snurk Elf gaat tevreden naar buiten. Hij weet niet eens hoe het meisje heet. Dat vinden elfen ook niet belangrijk. Belangrijker is dat het een lief meisje is. Snurk Elf draait zich nog een keer om voor hij naar buiten gaat. Hij zwaait naar Pom de beer. Die zwaait niet terug. Snurk Elf is moe. Toch huppelt hij naar de slee. ‘Waar is je buik gebleven?’ vraagt Snoep Elf. ‘Gesmolten door het kerstgevoel,’ zegt Snurk Elf. ‘Ik wilde dat mijn buik ook smolt,’ zegt Snoep Elf.
22
Kerstmis De volgende dag doet Anna haar pakjes open. Fijn. Alles wat er op haar lijstje stond … Maar geen knuffel. ‘Kijk eens wat er achter deze berg papier zit,’ zegt Sam. ‘Een piratenbeer!’ ‘Een beer met een ooglap?’ zegt papa verbaasd. ‘Ik heb helemaal geen beer gevraagd,’ zegt Sam. ‘Die is voor mij!’ zegt Anna met stralende ogen.
Anna sluit de beer in haar armen. ‘Oh, wat een lieve Pom!’ zegt ze.
23
‘Hoe weet je dat die beer Pom heet?’ vraagt papa. ‘Dat weet ik,’ zegt Anna. ‘Pom is een piratenbeer. Kijk, zijn bil is geschroeid door een kanonskogel.’ ‘Waw,’ zegt Sam, ‘dat is best stoer.’ Die kerstdag stappen Sam, papa, mama en Anna naar buiten in de verse sneeuw. Anna heeft Pom de beer meegenomen. ‘Deze kerstdag is volmaakt,’ fluistert ze. ‘Oei, we hebben de piratenvlag aan de deur laten hangen, Sam,’ zegt papa. ‘Geen wonder dat de Kerstman beren brengt met een ooglap,’ knipoogt mama. ‘Hoe heet die gekke beer ook alweer?’ ‘Pom, hij heet gewoon Pom,’ zegt Anna. Voor elfen zijn namen niet zo belangrijk, maar voor mensen natuurlijk wel.
24
Iedereen droomt wel eens van een witte Kerstmis. Anna ook. Ze droomt ook van een knuffel. Daarom doet ze een wens. Zal de Kerstman haar wens vervullen? Of … misschien een elf?
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Illustraties: Sanne Vanderkrieken Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622825
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.