ucatieve uitgaven
Kapers zijn geen kappers
BIEB
Noëlla Elpers
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 3
2
Kapers zijn geen kappers
Kapers zijn echt geen kappers! Er is maar één letter verschil tussen een ‘kapper’ en een ‘kaper’. Toch lijken die twee personen helemaal niet op elkaar. Er is slechts één gelijkenis: ze gebruiken allebei scherpe voorwerpen bij hun werk. Een kapper is tot in de puntjes verzorgd. Sommige mensen noemen hem de ‘coiffeur’. Hij gebruikt een schaar, een scheermes en een tondeuse bij zijn werk. Met de schaar knipt hij de haren van zijn klanten. Met een scheermes scheert hij de baard van de mannen. Of de baard van een zeldzame1 vrouw die een baard heeft. Maar wat is een tondeuse? Dat is zo’n ding waarmee de kapper de haartjes in je nek scheert. Een tondeuse is toch niet scherp, zul je zeggen.
1
Het is hoogstens wat vervelend als de kapper de haartjes uit je nek weg scheert. Een tondeuse is een onschuldig voorwerp in de handen van een kapper. Een schaar en een scheermes ook.
De kapper knipt en scheert tot je er piekfijn uitziet. Of niet. Als de klant een hanenkam wil, is dat geen probleem. Als hij zijn haar pimpelpaars wil laten kleuren, ook niet. De kapper doet dat, zonder commentaar. De klant is immers koning! Je betaalt de kapper en dan stap je geurend het kapsalon uit. Iedereen kan je van op een afstand ruiken. Niet iedereen voelt zich daar even gelukkig
2
bij. Maar toch: ik val liever in de handen van een kapper dan in de handen van een kaper … In de handen van een kaper worden schaar, scheermes en tondeuse gevaarlijke wapens. Met een schaar kan hij steken. Met een scheermes kan hij iemand de keel oversnijden. Met een tondeuse rukt hij het haar uit je hoofd tot je eruitziet als een geplukte kip. Maar wat is dan toch een kaper? Wel, dat zal ik uitleggen in het volgende hoofdstuk.
Een kaper is een zeerover Zo, het harde woord is eruit. Nu weet je het meteen. Een kaper is een zeerover, maar geen gewone! Een kaper was een zeekapitein die van de regering2 van zijn land een kaperbrief had gekregen. Die brief gaf hem de toelating om schepen aan te vallen. Een kaper mocht dus op rooftocht gaan! Dat gebeurde wanneer zijn thuisland in oorlog was met andere landen. Voor zijn land was de kaper een soldaat. Voor de schepen die hij aanviel, was hij een zeerover. De kaper bracht het veroverde schip naar zijn vaderland en leverde het af bij de regering. Alle kapers kregen een deel van de buit.
3
Het grootste deel van die buit was bestemd voor de kapitein. De bemanning kreeg een klein deel van de winst. Als je een bemanningslid van een kaperschip was, had dat voordelen. Een kaperschip had altijd een veilige thuishaven. Het schip kon er hersteld worden en niemand leefde buiten de wet.
4
Een kaper kon er keurig uitzien. Netjes in het pak. Geen houten been of ijzeren haak, geen ooglap. Aan zijn schip zag je niet dat het een kaperschip was. Pas als de vlag van het vijandige land gehesen werd, was het duidelijk: de kapers vielen aan!
Niet alle zeerovers zijn kapers Bij het woord ‘zeerover’ denk jij waarschijnlijk aan de filmpiraten Jack Sparrow of Kapitein Haak. Dat zijn geen kapers, maar piraten! Toch was een kaper even gevaarlijk als een piraat in oorlogstijd. Dan zou hij een schaar durven te gebruiken als wapen. Maar meestal vocht een kaper met een zwaard. Piraten vochten vaker met een kortelas. Die was korter dan een zwaard en scherper dan een mes. Een kortelas raakte niet zo snel verstrikt in de touwen van een zeilschip. Nadat het buskruit uitgevonden was, gebruikten piraten en kapers ook vuurwapens, zoals musketten3 en kanonnen. Soms maakten ze vuurballen van teer. Die schoten ze af met een katapult. Dat noemde men Grieks vuur. Maar ook de vijand kende die truc. Piraten waren meestal nog gevaarlijker dan kapers.
5
En hun haar was langer. Ook al stikten ze van de vlooien en de luizen: ze lieten het groeien. Misschien omdat lang haar in die tijd een teken van rijkdom was? Ach, piraten trokken zich nergens wat van aan. Een piratenschip had nooit een kapper aan boord, misschien was dat de reden? Als ze erover struikelden, knipten ze elkaars haar. Hoe dan ook, piraten spreken tot de verbeelding!
6
Toch zagen niet alle piraten er verwilderd uit. Niet alle piraten hadden een houten been of een ooglap. Ze hadden niet allemaal een aap of een papegaai. En toch is dat het beeld dat wij van een piraat hebben … Zal ik je vertellen wat ‘piraat zijn’ betekende? Dan ken je het verschil tussen een kaper en een piraat. Een piraat was een zeerover die alle schepen die hij onderweg tegenkwam, aanviel. Als de uitkijk in het kraaiennest 4 een schip in de gaten kreeg, probeerden ze dichterbij te komen. Meestal onder een valse vlag. Als ze heel dichtbij waren, hesen ze de piratenvlag: de Jolly Roger! Die was zwart-wit en zag er gevaarlijk uit met botten en schedels erop. Als er veel rood zat in een piratenvlag, had je te maken met heel gevaarlijke piraten … De piraten gooiden een enterhaak omhoog aan een touw. Die haakte zich vast aan de boeg van het schip. Zo klommen de piraten aan boord. Ze vochten man tegen man en stalen alles: goud, zilver, edelstenen, kleren, wapens, mondvoorraad, medicijnen en sterke drank. Als ze een nieuw schip nodig hadden, pikten ze het schip in. Het kon een piraat niet schelen uit welk land een schip kwam. Hij luisterde niet naar de wet van een land. Piraten handelden volgens hun eigen wetten. Ze waren enkel uit op de buit!
7
Omdat piraten iedereen aanvielen, hadden ze geen vrienden. Daarom hadden ze een vluchtplek nodig. Daar konden ze terecht na een zeereis om hun schip te herstellen. In de 16e en 17e eeuw5 kozen piraten vaak een eiland uit dat in die tijd nog niet zo bekend was. De Cocoseilanden, Tortuga en Jamaïca waren eilanden die een tijdlang dienst deden als toevluchtsoord6 voor piraten. Op die eilanden konden de piraten op krachten komen.
8
Daar spraken ze hun wetten en regels af. Soms sloten de piraten een verbond met de regent of het stamhoofd van zo’n eiland. De plaatselijke heerser liet de piratenbende met rust, in ruil voor een deel van de buit. En een boekanier dan? Een boekanier, is dat een kaper of een piraat? Boekaniers waren Franse zeelieden die op de eilanden in de Caribische Zee jacht maakten op wilde varkens. Ze rookten het vlees in een rookhok dat in het Frans ‘boucan’ heette. Daarna verkochten ze het vlees. De naam ‘boekanier’ komt dus van een Frans woord dat ‘rookhok voor vlees’ betekent. De Spanjaarden veroverden in de 16e en 17e eeuw een groot deel van de Caribische eilanden. Ze waren heel rijk. Hun schepen puilden uit van het goud en het zilver dat ze in Zuid-Amerika hadden ‘gevonden’. Voor de Spanjaarden waren de Franse boekaniers indringers. Ze stroopten7 dieren op hun eilanden. In 1630 joegen ze de boekaniers weg.
9
De Engelsen en de Fransen waren jaloers op de rijkdom van de Spanjaarden. Die hadden de rijkste delen van Zuid-Amerika veroverd! Zelf hadden de Engelsen en de Fransen enkel gebieden met oerwoud veroverd. Daar viel niets te halen. Zij moedigden de gevluchte boekaniers aan om piraat te worden. De afspraak was dat de Franse boekaniers enkel Spaanse en Portugese schepen zouden aanvallen.
10
Dat vonden de boekaniers niet erg. Die schepen puilden immers uit van het goud en het zilver! Waren die boekaniers nu kapers of piraten? Ze hadden geen kaperbrief, maar roofden wel op vraag van de Engelsen en de Fransen. Misschien kregen zij bescherming van die landen? Kaper, boekanier, piraat … ze waren allemaal gevaarlijk. Een ding is zeker: het waren allemaal zeerovers. Je zou ze niet willen tegenkomen met een schaar of een tondeuse in hun handen!
Soms werden kapers piraten Niet alle piraten waren slecht en niet alle kapers waren helden. En soms veranderde er iets … De meeste kapers waren begonnen als zeeman en soms eindigden ze als piraat. Meestal had dat te maken met afspraken rond de verdeling van de buit. De eigenaar van het kaperschip was soms niet eerlijk. Van de buit die de kapers naar huis brachten, verdween soms meer dan de helft in de zak van de eigenaar. Een deel ging naar de regering die de oorlog moest betalen. De kapitein van het schip kreeg ook een flink deel. Wat bleef er dan over? De matrozen konden de rekenkunst van de eigenaar en de kapitein niet volgen. Ze wisten
11
wel dat er weinig in hun eigen zak belandde. Soms eindigde een roverstocht voor de bemanning met een bittere teleurstelling. En dan gebeurde het dat de kapers bij hun volgende tocht beslisten om de buit niet naar huis te brengen. Dat gebeurde soms met de toestemming van de kapitein, maar vaak zonder. Dan ging de bemanning aan het muiten: ze kwamen in opstand en namen de kapitein gevangen. Soms werd hij achtergelaten op een onbewoond eiland. Kapers werden zo piraten.
12
Sommige kaperkapiteins waren het eens met hun bemanning en werden ook piraat.
Bestaan er beroemde kapers? Natuurlijk! Je kent toch het liedje over Piet Hein? Voor diegenen die het niet kennen, volgt hier de tekst: Piet Hein Heb je van de zilveren vloot wel gehoord de zilveren vloot van Spanje? Die had er veel Spaanse matten aan boord en appeltjes van Oranje! Refrein: Piet Hein, Piet Hein, Piet Hein, zijn naam is klein! Zijn daden bennen groot, zijn daden bennen groot, hij heeft gewonnen de zilvervloot! Sprak toen Piet Hein met een alwaerig woord ‘Wel jongetjes van Oranje, kom klim ’reis aan dit Spaanse boord en rol me de matten van Spanje!’ (Refrein herhalen)
13
Klommen niet de jongens als katten in ’t want en vochten ze niet als leeuwen? Ze maakten de Spanjers duchtig te schand’ tot in Spanje klonk hun schreeuwen. (Refrein herhalen) vloot: een aantal schepen die samen varen. Dat was veiliger, zeker als er een kostbare lading vervoerd werd matten: geen tapijten, maar Spaanse zilverlingen alwaerig: ernstig reis: afkorting van alreis of alras wat ‘snel’ betekent de matten rollen: de zilverlingen stelen het want: het geheel van touwladders, stangen en touwen waar de zeilen van een groot zeilschip aan opgehangen zijn en waar je in kon klimmen
14
Wie was Piet Hein? Een Hollandse jongen! Op zijn zestiende werd hij dekzwabber 8 op het schip van zijn vader. Toen brak de oorlog uit … Het was een oorlog die tachtig jaar zou duren! Het schip van de familie Hein werd in 1602 door Duinkerker Kapers veroverd. Piet Hein en zijn vader werden roeislaaf. Na twee jaar kwamen ze vrij. Maar Piet had pech: zijn volgende schip werd gekaapt door de Spanjaarden. Piet Hein werd opnieuw roeislaaf, dit keer vier jaar lang!
15
Op dat Spaanse galjoen 9 leerde Piet Hein Spaans. Hij hoorde spreken over de havens en vaarwegen van de Spaanse zilvervloten. Toen Piet vrij was, werd hij een prima zeeman. In 1621 werd de West-Indische Compagnie opgericht. Piet Hein werd kapitein en kreeg een kaperbrief: hij moest Spaanse en Portugese schepen kapen! Het was niet moeilijk om een bemanning bijeen te krijgen: Piet Hein was een strenge, maar rechtvaardige kapitein. Er was altijd genoeg voorraad aan boord. Hij liet zijn mannen sinaasappels en citroenen eten. Zo bleven ze fit. Zijn kennis van de Spaanse vaarwegen kwam hem nu goed van pas! Piet Hein was een babbelaar. Hij kletste je de oren van het hoofd. Weet je wat hij deed in zijn vrije tijd? Hij breide warme mutsen en sokken … Op een dag zag hij al breiend de zilvervloot van de Spanjaarden voorbijvaren. De schepen lagen diep in het water: ze waren beladen met zilver! De vloot werd bewaakt door oorlogsschepen. Piet Hein liet ze knarsetandend voorbijvaren en zweeg.
16
Piet won de zilvervloot In april 1628 kreeg Piet Hein een nieuwe kaperbrief. Hij vertrok met eenendertig schepen en vierduizend bemanningsleden! Het doel van zijn tocht was geheim. Piet Hein was nu admiraal10. Niet slecht voor een jongen die nog roeislaaf was geweest ... Piet Hein verborg zijn schepen bij de eilandjes ten noorden van Cuba. Daar wachtte hij op de vloot die uit Havana vertrok. Het werd september. Net toen hij de hoop begon op te geven, kwam de Spaanse vloot in zicht. Aan de horizon verschenen de masten van twaalf schepen.
17
Admiraal Benavides was de kapitein en hij was een geldwolf. Hij had zijn schepen vol smokkelwaar11 geladen. Er waren ook passagiers aan boord die veel geld betaald hadden voor hun overtocht. Met die bomvolle schepen was admiraal Benavides de haven uitgevaren. Door de harde wind dreef de vloot uit elkaar. Twaalf schepen, zonder hun kapitein, waren afgedreven. En vier galjoenen waren zwaar beladen met zilver … Meteen ging Piet Hein er met zijn vloot op af. Hij liet de kanonnen laden. Maar dat was niet nodig. De kanonniers op de Spaanse schepen konden niet bij hun kogels. Piet Hein liet de schepen enteren12. De vloot werd veroverd zonder dat er een schot werd gelost! Nu ging Piet Hein de acht verdwaalde schepen achterna. Hij kreeg ze snel in zicht. Maar Benavides verzon een plan. Toen de zon onderging vluchtte hij een baai in. Hij rekende erop dat de wind ’s nachts zou draaien. Met de wind tegen kon Piet Hein hem niet volgen met zijn zeilschepen. Maar die nacht draaide de wind niet! Piet Hein zeilde de vloot achterna. De Spanjaarden sprongen overboord en vluchtten het land in. De achterblijvers wisten dat Piet Hein een man van zijn woord was. Hij beloofde dat hij hen goed zou behandelen. Zo veroverde Piet Hein de zilvervloot.
18
Op zijn terugweg moest Piet Hein nog afrekenen met een oude vijand: de Duinkerker Kapers. Er werd fel gevochten, maar zijn mannen waren sterk. Piet Hein verloor geen enkel schip. Hij maakte zelfs een kaperschip buit!
19
Op 10 januari 1629 voer Piet Hein de Hollandse haven binnen. Hij werd gevierd als een held. In het land werd een week lang gefeest. De buit was twaalf miljoen gulden13 waard. Maar de verdeling van die buit verliep minder feestelijk. De matrozen kregen elk maar tweehonderd gulden en kwamen in opstand. Die opstand mislukte. Piet Hein stond bij zijn scheepsvolk bekend als een goede kapitein. Hij was boos en besloot dat hij niet meer voor die gierige West-Indische Compagnie wilde varen. Piet Hein werd admiraal van een oorlogsschip. Een jaar later kwam hij om het leven. Er zijn nog beroemde kapers. Denk maar aan Jan, Piet, Joris en Corneel. Die ken je toch wel van het liedje: Al die willen te kaap’ren varen? Het is heel bekend. Je moet het zelf maar eens zingen …
20
Kaperstraffen Als een kaper iets verkeerd deed, kreeg hij straf. Dit zijn straffen voor kapers: – Een matroos die zijn werk niet goed deed, kreeg een standje. Hij moest zonder eten naar zijn kooi14. – Als de matroos slecht bleef werken, moest hij vuil werk doen. De poepton leegmaken bijvoorbeeld! En die stonk verschrikkelijk. – Een matroos kon een boete krijgen als hij te vaak vloekte of te veel rum dronk. Ook als hij brood overboord gooide, kreeg hij boete. Het bedrag van die boetes kon flink oplopen. Ze werden op het einde van de reis afgehouden van zijn loon. – Iedereen kreeg ongeveer evenveel te eten en te drinken. Vaak werd dat rantsoen steeds kleiner tot het eten bijna op was. Dan bleef er enkel nog scheepsbeschuit met wormen over. Een matroos die betrapt werd op het stelen van eten, moest spitsroeden lopen. Daarbij werd de bemanning in twee rijen opgesteld. Iedereen kreeg een dunne stok. De dief moest tussen de rijen lopen. Iedereen mocht hem hard slaan.
21
– Als iemand betrapt werd tijdens het vechten met de blote vuist of bij het gokken, werd hij opgesloten en kreeg hij alleen water en brood. – Wie het schip in gevaar bracht of zich misdroeg, kreeg zweepslagen. De broek van de deugniet werd nat gemaakt. Daarna kreeg hij twaalf slagen op zijn billen. Dat noemden ze ‘een pak voor het natte gat krijgen’. – Een matroos die de kapitein beledigd had, kreeg zweepslagen. Als dat niet hielp werd hij ‘gedoopt’. De matroos werd aan een touw in de ra15 gehesen. Daarna lieten ze hem in de zee vallen met zijn hoofd omlaag. De straf was niet dodelijk. Het was wel een teken dat het geduld van de kapitein op was.
22
Vind je dit al vreselijk? Wel, het wordt nog erger! Kapers waren namelijk geen doetjes. – Vechten werd zwaar gestraft. Als een matroos zijn mes trok, werd hij aan de mast genageld. Het mes werd dwars door zijn hand gestoken. Niemand mocht hem helpen. Dat was gevaarlijk, want de wonde kon ontsteken. Aan boord waren er geen goede medicijnen. – Nog erger was het als de matroos met zijn mes had gestoken. Dan werd hij gekielhaald. Hij werd bij zijn voeten vastgebonden en omhoog gehesen. Zo hing hij boven het water. Daarna lieten ze hem in het water vallen. Een stel matrozen trok aan het touw om hem onder het schip door te trekken. Bij het kielhalen ging er vaak iets fout. Het was heel gevaarlijk. Als de vechtersbaas het overleefde, kreeg hij nog een extra straf: een boete van zes maanden loon! – Als geen enkele straf hielp, werd de matroos aan land gezet. Hij werd met een strop rond zijn nek op een onbewoond eiland achtergelaten. Meestal ging hij dood van de honger.
23
– Het kon ook gebeuren dat de voeten van een matroos gespoeld werden. Dat klinkt onschuldig, maar het was de ergste straf voor misdaden zoals moord of muiterij. ‘Voeten spoelen’ betekende de doodstraf. De matroos werd overboord gekieperd als voer voor de haaien. Niet alleen kapers ondergingen dat lot. Dat waren ook de straffen op gewone schepen tot 1854!
24
Piratenwetten en -schatten Bij piraten ging het er anders aan toe. Voor ze met hun schip vertrokken, vergaderden de piraten. Ze kozen zelf een kapitein en beslisten samen waar ze heen zouden varen. Als de bemanning niet tevreden was over de kapitein, kon hij tijdens zo een vergadering afgezet worden. De kapitein verdeelde de buit niet, dat deed de kwartiermeester16. Iedere piraat kreeg zijn deel. Op een piratenschip was de kapitein enkel de baas tijdens een gevecht op zee. Dan kon hij piraten die te laf waren om te vechten de doodstraf geven. Was het gevecht voorbij, dan was iedereen weer gelijk. En iedereen kreeg hetzelfde eten van de kok! De regels en straffen waren op elk piratenschip anders. Toch verschilden ze niet zo veel van de regels op gewone schepen. Op moord en verraad stond de doodstraf. Zweepslagen werden door de kwartiermeester uitgedeeld, nadat de bemanning erover gestemd had.
25
Wie bij een gevecht aan boord met een ander schip gewond raakte, kreeg later een som geld. Een verloren oog, duim of vinger was honderd zilverstukken waard. Wie een been of een arm verloor, mocht blijven en delen in de winst. Nog een paar bijzondere regels voor piraten: – Wie het eerst een schip in het oog kreeg, kreeg het beste pistool dat op dat schip te vinden was. – Soms kregen de piraten ruzie. De kapitein en de kwartiermeester probeerden dan te bemiddelen. Als de ruzie bleef duren, moesten de ruziemakers het schip verlaten in de volgende haven. – Een piraat mocht de groep pas verlaten als hij tienduizend zilverlingen bij elkaar had geroofd. Het leven van een piraat was dus meestal beter dan dat van een kaper. Behalve als hij gevangen werd genomen: dan werd hij opgehangen! In Londen stond de galg aan de oever van de rivier de Theems. Het lijk bleef hangen tot de vloed het driemaal had overspoeld.
26
Kapitein Kidd zijn lot was nog vreselijker dan dat van de andere piraten die aan de mondig van de Theems werden opgehangen. Het lijk van kapitein Kidd werd met pek, een kleverige stof, ingesmeerd. Het werd in een ijzeren kooi opgehangen aan de monding van de rivier. Zo werden de zeelieden gewaarschuwd. Zij wisten wat een gevangen piraat te wachten stond … En toch werden sommigen van die zeelieden piraat! Waarom dan? Sommige zeelui werden piraat omdat ze arm waren, anderen waren hebzuchtig. Sommigen hadden zin in avontuur. Misschien waren ze ooit bedrogen door een slechte kapitein en wilden ze wraak nemen? Wie zal het zeggen? Een ding is zeker: de buit van een piraat was soms ongelofelijk groot! Piraten gebruikten meestal kleine, snelle schepen. Daarmee achtervolgden ze de logge zeilschepen. Meestal waren die schepen beladen met gewone handelswaar. Maar als ze geluk hadden … hadden de piraten een schatschip buitgemaakt!
27
Als je aan een piraat denkt, zie je ook zijn schatkist. Die ligt natuurlijk begraven op een eiland. Je hebt een schatkaart nodig om het eiland te vinden. Dat idee komt uit het boek ‘Schateiland’. Het gebeurde echter niet vaak dat piraten hun schat begroeven. Kapitein Kidd was waarschijnlijk de enige die dat echt deed. Hij verborg zijn fortuin17 op een eiland in de staat New York. Daarna gaf hij zich over. Hij probeerde zijn onschuld te bewijzen, maar de schat werd gevonden. Je weet ondertussen al wat er met hem gebeurd is … Er werden schatten gevonden in scheepswrakken, maar de meeste schatten zijn verdwenen in de dorstige maag van een piraat. Sommige piraten zijn rijk geworden. Velen zijn verdronken, gestorven tijdens een gevecht of opgehangen.
28
29
Beruchte piraten 18
De naam van Zwartbaard was Edward Teach. Van 1716 tot 1718 beroofde hij schepen langs de Amerikaanse Oostkust. Zwartbaard joeg de mensen graag schrik aan. Hij vlocht rode linten in zijn haar. Vlak voor een gevecht stak hij brandende lonten op zijn hoed en in zijn baard. Met zijn woeste ogen zag hij eruit als een duivel. De piraten van Zwartbaard enterden het schip van luitenant Maynard. Zwartbaard en Maynard hakten op elkaar in tot de sabel van de luitenant brak. Net op dat moment stak een matroos Zwartbaard met een zwaard in de rug. Zwartbaard vocht door, maar na vijf kogels en twintig messteken viel hij neer. De schrik van de wereldzeeën was dood.
30
Mary Read of ‘Bloody Mary’ verkleedde zich als man en scheepte in bij het Britse leger. Haar schip werd aangevallen door piraten en Mary werd noodgedwongen piraat. Na een tijd kwam ze terecht op het schip van Jack Rackham. Daar vond ze Anne Bonny, zij was de vrouw van Jack Rackham. Anne en Mary werden vriendinnen. Hun schip werd geënterd. De vrouwen vochten als leeuwinnen. Ondertussen verscholen Jack en zijn laffe piraten zich in het ruim van het schip. Mary werd woest. Ze vuurde haar musket af in het ruim! Anne en Mary werden ter dood veroordeeld. Maar de vrouwen verwachtten allebei een kindje. Ze mochten dus niet opgehangen worden. Mary stierf in de gevangenis. Hoe het met Anne Bonny afliep, is niet duidelijk. Kapers, piraten, boekaniers, het waren meestal mannen, maar Anne en Mary konden toch hun mannetje staan! Laat het na het lezen van dit boekje voor eens en altijd duidelijk zijn: niet alle piraten zijn kapers en kapers zijn geen kappers!
31
Woorduitleg 1 zeldzaam = iets wat niet veel voorkomt 2 regering = bestuur van een land 3 musket = vuurwapen van de 16e en 17e eeuw 4 kraaiennest = mand of korf in de mast voor de uitkijk 5 eeuw = tijdvak van honderd jaar 6 toevluchtsoord = schuilplaats 7 stropen = het land aflopen en dieren roven 8 dekzwabber = jongen die het dek schoonmaakt 9 galjoen = groot zeilschip van de Spanjaarden 10 admiraal = bevelhebber van een vloot 11
smokkelwaar = wordt over de grens gebracht zonder belastingen te betalen
12 enteren = een schip overvallen 13 gulden = oude Nederlandse munten 14 kooi = slaapplaats op een schip 15 ra = stok aan een mast waar een zeil aan hangt 16 kwartiermeester = zorgt voor de verblijfplaats van de matrozen 17 fortuin = groot bezit 18 berucht = als kwaadaardig bekend staan
32
Kapers zijn echt geen kappers! Ze hanteren allebei scherpe voorwerpen bij hun werk, maar vergis je niet … Een kapper is niet gevaarlijk, terwijl je een kaper niet tegen het lijf wil lopen. In dit boekje kom je een heleboel te weten over kappers, kapers en piraten.
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Illustraties: Hanne Holvoet Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622825
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.